Menu-knop.

Wetenswaardigheden 7

                                     

Overgewicht (uw hond moet afvallen)

Overgewicht bij uw hond

Huisdieren spelen een steeds belangrijker rol in ons sociale leven. Ze maken steeds vaker deel uit van het gezin.

We zien dan ook steeds vaker te dikke honden. Meestal hebben ze, volgens de eigenaar, helemaal geen last van hun overgewicht. Helaas is dat niet helemaal waar. Het lijkt vaak alsof ze er geen last van hebben, maar ze lopen tegen dezelfde problemen op als mensen met overgewicht.

Gewrichtsproblemen, ademhalingsproblemen, slechte conditie, suikerziekte etc. Soms is de omvang van het dier zo erg toegenomen, dat het dier zichzelf niet meer kan verzorgen.

Het enige wat wij als baasjes willen is dat onze hond het naar zijn zin heeft bij ons in het gezin. En wie kan er dan dat lieve koppie weerstaan, als hij/zij ook zo graag een stukje van het koekje wil...

Meestal ontstaat overgewicht dan ook heel geleidelijk.

Het is dan ook even schrikken als de omgeving of de dierenarts u vertelt, dat uw hond te dik is en dat hij eigenlijk wat gewicht zou moeten verliezen. U hebt immers altijd het beste met hem voor gehad. Maar in al uw ijver om het zo goed mogelijk te doen, hebt u misschien geen rekening gehouden met het normale formaat van uw hond en dus met zijn normale voedingsbehoefte, die vaak vele malen lager blijkt te liggen dan in werkelijkheid gegeven wordt.

Gelukkig is overgewicht meestal niet direct levensbedreigend en hebt u nog wel de kans om het terug te draaien. Het is het verstandigst, dat u uw hond door de dierenarts laat onderzoeken, zodat hij kan bepalen of er daadwerkelijk sprake is van overgewicht en wat hiervan de oorzaak zou kunnen zijn. Er is ook een aantal lichamelijke oorzaken, dat overgewicht kan veroorzaken, bijv. een te traag werkende schildklier of de ziekte van Cushing. Als deze oorzaken uitgesloten zijn, is het toch zeer waarschijnlijk, dat het probleem in de voedings- en bewegingsgewoontes van de hond gezocht moeten worden.

 

Hoe stelt u vast of uw hond te dik is?

Objectieve (weeg)methoden, zoals er bij de mens bestaan, zijn er voor de hond eigenlijk niet door de uiteenlopende bouw van de vele rassen. 

Gebleken is dat we overgewicht het beste kunnen vaststellen aan de hand van de hoeveelheid vet op de ribbenkast. Een hond heeft een optimaal lichaamsgewicht als de ribben niet te duidelijk zichtbaar zijn (dit geldt niet voor windhonden), maar wel goed te voelen.

Hij is duidelijk te dik, als er tussen huid en ribben een dikke laag vet zit. Als we helemaal de ribben niet meer kunnen voelen, is hij echt véél te dik; er ontstaan dan vetrollen, vooral op de heupen en bij de staartaanzet.

Een andere indicatie of uw hond te dik is, kunt u als volgt verkrijgen: bekijk uw hond van boven af en let er op of hij een taille heeft. Heeft uw hond dat niet, dan is hij duidelijk te dik.

Andere symptomen, die erop wijzen, dat uw hond te dik is: moeilijk lopen, lui, kortademig, slecht humeur, slaapt veel.

Wanneer het gewicht van de hond het optimale gewicht overschrijdt met 15%, wordt dat beschouwd als overgewicht.

Wanneer hij meer dan 15% boven zijn optimale gewicht weegt, wordt het gedefinieerd als "zwaarlijvig".

Mocht u twijfelen of uw hond te dik is, vraag dan uw dierenarts het gewicht van uw hond te bepalen.

 

De ene hond wordt makkelijker dik dan de andere

Er zijn een paar rassen, die meer aanleg hebben om dik te worden dan andere, zoals bijv. de Labrador Retriever, de Cocker Spaniel en de langharige Teckel. Verder blijken teven iets sneller dik te worden dan reuen. Ook leeftijd speelt een rol. Oudere honden worden eerder dik dan jonge honden, waarschijnlijk omdat de energiebehoefte voor de stofwisseling wat afneemt, terwijl ze bovendien minder actief worden. Tenslotte blijken castratie en sterilisatie een belangrijke factor te zijn.

 

Wat doen we er aan

Om zijn overtollig vet kwijt te raken moet de hond gedurende een voldoende lange tijd minder energie opnemen dan hij verbruikt. Zo is hij gedwongen om zijn vetreserves te verbranden, kortom: hij moet op dieet (afvallen).

Laat de dierenarts het streefgewicht bepalen; als dit meer dan 15% onder zijn huidige gewicht ligt, kan het afvallen beter in etappes gebeuren. Weeg de hond eenmaal per week op een vaste tijd en op dezelfde weegschaal. Zo kunt u in de gaten houden of uw hond voldoende afvalt (in eerste instantie 2 à 3% per week; na een aantal weken gaat het minder snel) en wanneer het streefgewicht bereikt is.

 

Een aantal manieren om te vermageren

U kunt uw hond het normale voedsel geven, dat hij gewend is, maar nu in een hoeveelheid die voldoende is voor 40 tot 60% van het streefgewicht (dus niet het huidige gewicht). Dit kunt u normaalgesproken lezen op de verpakking. Om te voorkomen dat uw hond constant een hongergevoel heeft, kunt u wat gekookte worteltjes en/of sperzieboontjes toevoegen (hoewel het voeren van boontjes de laatste tijd ter discussie staat i.v.m. de stikstofverhouding in bonen).

Ook kunt u uw hond 's morgens brokken en 's avonds i.p.v. zijn normale hoeveelheid brokjes sperziebonen geven (bij een middelgrote hond de inhoud van een blik).

 

U kunt ook zelf een vermageringsdieet samenstellen. Een eenvoudig recept uit de "Guide to Dietary management of Small Animals" luidt:

                   75 gram mager gekookt rundvlees

                   50 gram magere kwark

                 200 gram worteltjes (gekookt of uit blik)

                 175 gram sperziebonen (gekookt of uit blik)

Totaal 500 gram. 

Aanvullen met een kalkbevattend vitamine/mineralenpreparaat volgens de gebruiksaanwijzing.

Bij een streefgewicht van 5 kg.  mag hij hiervan 500 gram per dag hebben. Bij 10 kg.: 900 gram per dag, bij 20 kg.:1650 gram per dag en bij 30 kg.:2400 gram per dag.

Dit zijn best grote hoeveelheden. U kunt ook minder groente toevoegen en die van de totale hoeveelheid, die de hond per dag mag hebben, aftrekken. 

 

U kunt ook een speciaal vermageringsvoer geven. Dit is voer met de juiste verhoudingen, maar met een laag energiegehalte, dat meestal toch voor een redelijke maagvulling zorgt. Er zijn diverse vermageringsdiëten verkrijgbaar. Om de hoeveelheid te bepalen, volgt u de aanwijzing, zoals die op de verpakking gegeven wordt, weer uitgaande van het streefgewicht.

 

In het algemeen geldt, dat als de hond na enkele weken onvoldoende blijkt te zijn afgevallen, de hoeveelheid voer nog eens met 20% verminderd moet worden. 

Als het afvallen volgens plan verloopt, wordt het streefgewicht in ongeveer 2 tot 4 maanden bereikt. Als de hond zijn optimale gewicht bereikt heeft, moet dat natuurlijk ook in stand gehouden worden. Het is dus van belang ook daarna de hond regelmatig te wegen om zo te bepalen bij welke hoeveelheid voer uw hond op gewicht blijft.

 

Tussendoortjes

Tenslotte nog iets over tussendoortjes: begin er niet aan.

Ik bedoel dan in het geval, dat het baasje een koekje eet, en het zo zielig voor het hondje is om niets te krijgen, dus krijgt hij ook een stukje; of een frietje of een stukje vlees zo van het bord...

Als een hond er niet aan gewend is, zal hij er ook niet om vragen, want bedelen (schooien) is ALTIJD aangeleerd gedrag. 

Een bedelende hond, die steeds weer hoopt wat te krijgen, is heel wat zieliger dan een hond, die niet weet wat bedelen is en alleen rond etenstijd aan eten denkt!          

Terug naar de knoppen op "Wetenswaardigheden".

Heerlijk rustig een dutje doen...

 

Heupdysplasie

Wat is HD? (zie ook ons theorieboek)

HD of heupdysplasie (heupmisvorming) is een ziekte die regelmatig voorkomt bij honden en af en toe ook bij katten. De ziekte kenmerkt zich door een afwijking in de vorm en aansluiting van de heupkop van het dijbeen en de heupkom van het bekken. Bij een normaal heupgewricht is er sprake van een heupkom, die voldoende diep is om de heupkop voldoende steun te geven om het lichaam te dragen.

Bij HD is de kom vaak te ondiep, waarbij de kop de neiging heeft om er gemakkelijk uit te schieten (subluxeren). Dit geeft irritatie en dat levert pijn op voor het dier en op langere termijn ook beschadiging aan de heupkop en -kom, waardoor er artrose (in de volksmond ook wel slijtage genoemd) ontstaat.

 

Oorzaak

HD wordt veroorzaakt door een combinatie van erfelijke en uitwendige factoren. 

HD is een erfelijk bepaalde afwijking, maar uitwendige invloeden zoals groeisnelheid, lichaamsgewicht, beweging, spierontwikkeling en voeding spelen hierbij een belangrijke rol. De combinatie van erfelijke aanleg en uitwendige invloeden leidt tot een verkeerde ontwikkeling van de heupgewrichten en de uiteindelijke misvormingen.

Door al deze verschillende uitwendige invloeden, kan de mate van misvorming van de heupen bij honden met een gelijke erfelijke aanleg sterk variëren.

 

Normaal gewricht

Bij een normaal heupgewricht wordt de gladde, bolronde kop van het dijbeen door gewrichtskapsel, -banden en omringende spieren goed op zijn plaats gehouden in de voldoende diepe kom van het bekken. Doordat de dijbeenkop kan draaien in de bekkenkom laat het gewricht een vrij ruime beweging toe. Bij dit draaien zal echter de kop wel goed aangesloten moeten blijven in de kom. Deze stevige aansluiting van de kop in de kom is niet alleen noodzakelijk voor een goede functie van het gewricht, maar is ook noodzakelijk voor een normale ontwikkeling van het gewricht bij jonge, nog groeiende honden. Bestaat er bij de jonge, opgroeiende hond teveel speling tussen de kop en de kom, dan kunnen misvormingen ontstaan:

 

  • de aansluiting van de kop in de kom kan onvoldoende worden of de kop kan zelfs helemaal buiten de kom komen te liggen;

  • de dijbeenkop kan vlak worden;

  • de bekkenkom kan ondiep worden;

  • er kunnen botwoekeringen ontstaan rond de kop en de kom door abnormale slijtage van het gewricht.

De mate waarin de misvormingen optreden kan variëren van zeer gering tot zeer ernstig.

 

Tekening van de gewrichten

HD.

 

Fig. 1: De bolronde dijbeenkop (a) sluit goed aan bij de voldoende diepe bekkenkom (b).

Fig. 2: Slechte aansluiting van de normaal gevormde dijbeenkop in de normaal gevormde bekkenkom.

Fig. 3: De aansluiting van de dijbeenkop in de bekkenkom is onvoldoende. De kop is te vlak en de kom te ondiep.

Fig. 4: Vlakke dijbeenkop, ondiepe bekkenkom, botwoekeringen rond de kop en de kom.

 

Hoe is HD te herkennen? Wat zijn de verschijnselen?

Klinische HD kent globaal twee vormen: die bij de jonge groeiende hond en bij de volwassen hond op middelbare leeftijd. De rassen die het meeste last hebben, zijn: de Retrievers, Duitse Herders, Rottweilers en de Berner Sennenhonden, dus honden van grote en middelgrote rassen, maar soms ook bij honden van de wat kleinere rassen. HD komt niet uitsluitend voor bij rashonden, maar ook bij hun kruisingsproducten.

HD kenmerkt zich door:

  • moeilijk opstaan, soms met pijn

  • een stijve achterhand, vooral na rust

  • huppelen met de achterpoten alsof deze de voorpoten niet kunnen bijhouden (huppen als een konijn)

  • slecht uithoudingsvermogen, snel gaan liggen

  • doorzakken van de achterhand

  • staan en lopen met opgebogen rug en afhangend kruis

  • kreupelheid in één of beide achterbenen

  • koehakkige stand (de hakken worden naar binnen gedraaid)

Geen van deze verschijnselen is echter typisch voor HD en een onderzoek is dan ook nodig om vast te stellen, wat de oorzaak van de klachten is. Na zo'n onderzoek zullen meestal röntgenfoto's (zie hieronder) van de heupgewrichten worden gemaakt. Dit is de enige manier om vast te stellen of er misvorming van de heupgewrichten bestaat en te zien hoe ernstig deze is.  

 

Veranderingen aan de heupgewrichten kunnen beoordeeld worden op röntgenfoto’s. De ernst van de misvormingen is echter geen goede maat voor de ernst van de klachten.

Bij honden met zeer ernstige klachten worden soms maar weinig afwijkingen op de röntgenfoto’s gevonden, terwijl honden met ernstig misvormde heupen soms verbazend weinig problemen vertonen.

  

HD-foto.

Is HD te genezen?

Veel honden met HD hebben daarvan geen last en zullen dat ook nooit krijgen. Wanneer de hond geen klachten vertoont is behandeling niet nodig en gelukkig kunnen veel honden ondanks hun HD prima als huishond functioneren. De kans op problemen blijft echter bestaan en zal toenemen naarmate meer van de hond geëist wordt (zoals bijvoorbeeld bij africhting of bij de hondensporten agility/behendigheid en flyball) en naarmate de hond ouder wordt.

HD is niet te genezen, maar in veel gevallen wel te behandelen. Misvormingen van de heupgewrichten kunnen, eenmaal aanwezig, niet meer ongedaan gemaakt worden. 

Een behandeling zal vooral gericht zijn op de revalidatie van de afwijkende heupgewrichten:

  • overmatig lichaamsgewicht voorkomen of drastisch verminderen (vermageren) om onnodige belasting van de heupgewrichten te voorkomen

  • regelmatige lichaamsbeweging om de gewrichten minder stijf te doen worden en proberen de bespiering te bevorderen (vaak korte stukjes uitlaten, lichte looptraining, zwemmen)

  • pijnbestrijding als ondersteuning van de revalidatie (injectie of medicijnen en/of eventueel operatief ingrijpen)

Is HD te voorkomen?

Een afdoende behandeling voor heupdysplasie bestaat niet. Daarom moet getracht worden het ontstaan van HD zoveel mogelijk te voorkomen.

Dat kan o.a. door:

  • de uitwendige omstandigheden voor jonge, opgroeiende honden zo gunstig mogelijk te maken (goede voeding, maar vooral niet teveel; overmatige belasting van de heupgewrichten voorkomen, door het springen en het trappen lopen te beperken, zeker in hun eerste levensjaar, en ze ook niet teveel te laten trekken)  

  • via de fokkerij, door controle van de voor de fokkerij bestemde honden

Voeding

Tijdens de groei van het bot wordt steeds kraakbeen omgezet in bot: zowel in de groeischijf als bij de uiteinden van alle botten.

Verbening van het kraakbeen kan verstoord worden door voedingsfouten.
Met name teveel energie, teveel Calcium (kalk), een foutieve Calcium/Fosfor-verhouding en te veel of te weinig vitamine D kunnen deze verbening met grote gevolgen verstoren.
Bekend is dat honden die "verkeerd" gevoed worden beduidend meer lijden aan onder andere HD. Een hond die een "complete voeding" krijgt heeft geen behoefte meer aan extra vitaminen en mineralen. Vooral extra kalk en vitamine D hebben juist een averechts effect op de skelet- en gewrichtsontwikkeling. Dit geldt echter niet voor vitamine C.
"Compleet" voer moet, wettelijk verplicht, de juiste hoeveelheden en verhoudingen van o.a. Calcium, Fosfor en vitamine D bevatten.
Te hard groeien en overgewicht beïnvloeden beiden het optreden van HD ten nadele.
Als vuistregel doet men er goed aan de aanwijzingen van de voerfabrikant omtrent de te verstrekken hoeveelheid voer op te volgen; kijk dan goed naar uw eigen hond en geef hem dan evt. meer of juist minder voer als de (gemiddelde) hoeveelheid aangegeven op het pak.

 

Beweging

Tijdens de groei van de hond is voldoende en gedoseerde beweging noodzakelijk om de weke delen goed te laten ontwikkelen.
Met name "rechtlijnige beweging" is voor de ontwikkeling van de bekkenspieren belangrijk; dus met name in rechte lijn wandelen, naast de fiets lopen in een rustige draf of zwemmen zijn erg geschikte bewegingsvormen. Meerdere malen per dag een kwartier is een goede richtlijn.
Over het fietsen met de hond is nogal wat discussie. Vele onderzoekers menen dat dit een geschikte bewegingsvorm voor jonge honden is, mits men zich aan enkele regels houdt; zie daarvoor “
conditietraining voor honden”.

Ongeschikte bewegingsvormen zijn korte draaibewegingen; dus de opgroeiende jonge hond tot ± 1 jaar niet overdreven achter balletjes of stokken aan laten rennen, traplopen, de auto in en uit laten springen of veelvuldig (op) springen zijn helemaal uit den boze.

 

HD-foto's

Conform de regels van de F.C.I. dient de hond voor het laten maken van HD-röntgenfoto's minimaal 12 maanden oud te zijn. Voor enkele grote rassen, die pas later volgroeid zijn, geldt een verplichte minimumleeftijd van 18 maanden.

De minimum leeftijd van 18 maanden geldt voor de rassen: Berghond van de Maremmen, Bordeaux Dog, Bullmastiff, Duitse Dog, Landseer E.C.T., Leonberger, Mastiff, Mastino Napoletano, Newfoundlander, Pyrenese Berghond en de Sint Bernard.

 

HD-foto's worden gezamenlijk beoordeeld door een in samenstelling wisselend panel van drie deskundige beoordelaars. Een zo objectief mogelijke beoordeling van de foto's die voor de HD-bestrijding onontbeerlijk is, wordt daarmee zo goed mogelijk gewaarborgd.

De beoordeling van HD-foto's heeft ten doel informatie te verschaffen aan fokkers en rasverenigingen die gegevens over heupdysplasie in hun selectieprogramma willen gebruiken.

Röntgenfoto's die bij GGW binnenkomen worden, nadat de beoordelingskosten door GGW zijn ontvangen, in de daaropvolgende week, beoordeeld. De uitslag wordt daarna zo spoedig mogelijk verzonden, tenzij de foto niet aan de technische eisen voldoet.

 

Voor een goede beoordeling van de heupgewrichten is een röntgenfoto van de hond in rugligging nodig, waarbij de hond exact recht moet liggen. Ter wille van de betrouwbaarheid van de beoordeling worden er hoge eisen gesteld aan de kwaliteit  en de documentatie (identificatie) van deze röntgenfoto.

Wanneer niet aan deze eisen is voldaan, krijgt de dierenarts die de röntgenfoto heeft gemaakt, daarvan bericht met een aantekening over hetgeen eraan mankeert en met een verzoek om een nieuwe opname te maken. Een dergelijk verzoek wordt direct na de beoordeling van de röntgenfoto verzonden en is dus uiterlijk twee weken na ontvangst van de foto bij de dierenarts.

Deze moet dan contact opnemen met de eigenaar van de hond om een afspraak te maken voor het maken van een nieuwe HD-foto. Het beoordelen van deze nieuwe foto wordt niet opnieuw in rekening gebracht.

 

Uitslag HD-onderzoek

Op het Rapport Heupdysplasie-Onderzoek treft u de definitieve beoordeling aan, de F.C.I.-beoordeling, en een aantal gegevens die een verklaring geven voor de definitieve beoordeling.

 

De codes van de officiële uitslag van de HD Commissie (volgens internationale normen) waren:

HD - of A1/A2 betekent dat de hond röntgenologisch vrij is van heupdysplasie, wat echter niet betekent dat de hond geen "drager" van de afwijking kan zijn.

HD Tc of B1/B2 betekent HD overgangsvorm (Transitional Case); het betekent dat op de röntgenfoto's geringe veranderingen zijn gevonden, die weliswaar toegeschreven moeten worden aan heupdysplasie, maar waaraan in het kader van de fokkerij geen directe betekenis kan worden toegekend.

HD ± of C1/C2 betekent HD licht positief; er zijn geringe afwijkingen gevonden, die wel tot HD gerekend worden.

HD + of D1/D2 betekent HD positief; er is sprake van zeer duidelijk afwijkende gewrichten. 

HD ++ of E1/E2 betekent HD positief in optima forma; bij deze honden zijn de heupgewrichten ernstig misvormd.

 

Klik hier voor de Duitse termen.

 

Vanaf 1 mei 2002 is de normering van de beoordeling van de HD-onderzoeken gewijzigd. 

Alle onderzoeken welke gedaan zijn vóór 1 mei '02 werden uitgedrukt in een Nederlandse norm (HD-, Tc, ±, + of ++) en een internationale FCI-norm (HD A1 t/m E2). 

Vanaf 1 mei '02 is deze normering gewijzigd in één normering, die dus zowel in Nederland als internationaal gebruikt wordt: HD A, HD B, HD C, HD D en HD E. Dit geldt uitsluitend voor onderzoeken gedaan ná 1 mei 2002. Bij onderzoeken gedaan vóór 1 mei '02 wordt de "oude" normering gehanteerd.

Niet alleen de normering is sinds 1-5-'02 gewijzigd, ook zal in Nederland, net als in het buitenland, de beoordeling op één foto (positie I; zie hierboven) plaatsvinden.

 

De uitslagen van een HD-onderzoek worden niet alleen naar de eigenaar gestuurd, maar ook naar de betreffende rasvereniging, die het dan vaak in het clubblad publiceert.

 

Norbergwaarde

Bij de beoordeling van HD-foto’s wordt gelet op de vorm van de heupkommen en de heupkoppen, de diepte van de heupkommen, de aansluiting van de heupkoppen in de heupkommen, en de aanwezigheid van botwoekeringen langs de randen van de heupgewrichten. Informatie over de diepte van de heupkommen en de aansluiting van de koppen in de kommen wordt onder andere verkregen uit de zogenaamde “Norbergwaarde”, die wordt gemeten op de röntgenfoto in positie 1.

 

Norbergwaarde.

 

Van beide heupkoppen (1) wordt het middelpunt bepaald en deze middelpunten worden verbonden door een lijn.

In beide heupgewrichten wordt vanuit dit middelpunt een lijn langs de voorste rand van de heupkom (2) getrokken.

De hoek (3) die beide lijnen in het middelpunt van de heupkop met elkaar maken, minus 90, geeft de Norbergwaarde van het betreffende heupgewricht.

De Norbergwaarden van linker- en rechterheupgewricht bij elkaar opgeteld geeft de “som Norbergwaarden”, die op het rapport vermeld is. 

 

Bij een normaal heupgewricht is de Norbergwaarde minstens 15, de som van de Norbergwaarde van beiden heupen derhalve minstens 30. Honden met een te lage Norbergwaarde hebben dus ondiepe heupkommen en/of een slechte aansluiting van de gewrichtsdelen. Deze honden zullen dus een minder gunstige HD-beoordeling krijgen.

Een normale of zelfs hoge Norbergwaarde betekent echter niet zonder meer dat de betreffende hond goede heupgewrichten heeft. Een combinatie van diepe heupkommen en incongruentie van de gewrichtsspleet (een niet overal even brede gewrichtsspleet) of onvoldoende aansluiting van de gewrichtsdelen kan, zelfs bij een hoge Norbergwaarde, leiden tot een (licht) HD-positieve beoordeling. Op het formulier wordt dit duidelijk gemaakt door het aankruisen van “onvoldoende” of “slechte” aansluiting.

 

Ook wordt informatie over de diepte van de heupkommen verkregen door te beoordelen hoe het centrum van de heupkop ligt t.o.v. de bovenrand van de heupkom. Naast de Norbergwaarde, de diepte van de heupkommen en de aansluiting van de gewrichtsdelen, wordt de uitslag ook beïnvloed door de aanwezigheid van “botafwijkingen”.

Botafwijkingen kwalificatie: 0 = geen, 1= zeer lichte, 2= lichte en 3= ernstige botafwijkingen.

Er is een rechtstreekse koppeling tussen de ernst van de botafwijkingen en de uitslag: zeer lichte botafwijkingen (1) leiden tot de beoordeling HD B, lichte (2) botafwijkingen leiden tot de beoordeling HD C, en ernstige (3) botafwijkingen leiden tot de beoordeling HD D.

De aanduiding “vormveranderingen” betreft meestal een meer of minder duidelijke afvlakking van de voorste rand van de heupkom. De aanwezigheid hiervan wordt wel vermeld, maar heeft indien dit de enige opmerking is over het gewricht, in het algemeen geen doorslaggevende betekenis voor de einduitslag.

 

HD-beoordeling

Alle gegevens samen bepalen de definitieve beoordeling, waarbij het ongunstigste onderdeel uiteindelijk de doorslag geeft. Een bepaalde HD-beoordeling kan bepaald zijn door uitsluitend de diepte van de heupkommen, door de aansluiting van de gewrichtsdelen, de aanwezigheid van botwoekeringen, of door een combinatie van twee of alle drie onderdelen, en dit is weer te herleiden uit de verschillende gegevens zoals die op het certificaat zijn vermeld.

 

Het herhalen van HD-onderzoek

Iedere eigenaar kan na verloop van minimaal 1 jaar opnieuw een HD-onderzoek laten verrichten. De uitslag, die daarbij tot stand komt, zal de eerder gegeven uitslag vanaf dat moment gaan vervangen.

Herhaling van onderzoek heeft in het algemeen slechts zin bij honden, welke op een leeftijd van 1 à 1,5 jaar werden onderzocht, en waarbij een lichtpositieve uitslag op grond van een slechte aansluiting, met al dan niet een bijbehorende lage Norbergwaarde tot stand kwam, terwijl er geen botafwijkingen werden vastgesteld.

 

HD en fokkerij

De HD-beoordeling geeft uitsluitend informatie over de toestand van de heupgewrichten van de individuele hond. Gegevens over de HD-beoordeling van ouders, nestgenoten en nakomelingen zullen bijdragen tot een nauwkeuriger indruk over de fokwaarde van de betreffende hond.
Het is wenselijk uitsluitend met HD-vrije honden te fokken, omdat dan de kans op HD bij de nakomelingen het kleinst is. 

Bij rassen waarvan maar weinig honden beschikbaar zijn en bij rassen waarin HD vaak voorkomt is dit helaas niet altijd mogelijk.

 

Meer info

 

Zie ook Hipscore en PennHIP-methode.

Terug naar de knoppen op "Wetenswaardigheden".

Hoe vind je mij?

 

Wormen

Wormen zijn voor onze huisdieren een nog steeds veel voorkomend probleem. Vervelend bovendien, omdat de aanwezigheid van wormen schade aan de gezondheid kan toebrengen.

Sommige wormsoorten zijn ook nog eens gevaarlijk voor de mens. 

Bij hond en kat komen vooral spoel- en lintwormen voor. Daarnaast kennen we bij de hond ook nog haak- en zweepwormen (voor verschillende soorten wormen: klik hier.).

 

Spoelwormen

Langgerekt en slank, 10-20 cm. lang, wit tot beige van kleur, lijkt deze ronde worm op een elastiekje ('spaghetti'). 

Bij de hond komen 2 verschillende spoelwormen voor: Toxocara canis en Toxascaris leonina. De belangrijkste en gevaarlijkste spoelworm is ongetwijfeld de hondenspoelworm: Toxocara canis.

 

Hondenspoelworm: Toxocara canis.

 

Uit via de bek opgenomen spoelwormeitjes ontstaan larfjes, die een trektocht gaan maken door het lichaam van hond of kat. Na het doorboren van de darmwand, bereiken ze, via o.a. lever en bloedvaten, de longen. Daar worden ze opgehoest en doorgeslikt om vervolgens weer in de darm uit te komen. Daar worden de spoelwormen volwassen en gaan zij zelf eitjes leggen, die via de ontlasting weer in de omgeving komen.

Spoelwormen kunnen door hun aanwezigheid diarree of vermagering veroorzaken. Pups en kittens kunnen ook door hun moeder via de moedermelk worden besmet.

 

Spoelwormen en mensen

Ook mensen, en vooral kleine kinderen (zandbak!), kunnen besmet raken met spoelwormlarfjes. Ook bij de mens gaan die een trektocht door het lichaam maken, wat heel vervelende gevolgen kan hebben. Een goede hygiëne, zoals handen wassen na het spelen in de zandbak, en na elk mogelijk contact met ontlasting, kan de problemen voorkomen. Daarnaast is regelmatig ontwormen van onze huisdieren een must!

Lang niet altijd treden er ziekteverschijnselen op, en wanneer die wel voorkomen lijken ze op griep. In sommige gevallen treden er infecties op als long- en leveraandoeningen. In zeldzame gevallen, zo'n dertig keer per jaar, kunnen ernstige oogaandoeningen optreden. De spoelworm eindigt zijn reis in zo'n geval achter het oog en richt daar schade aan die blindheid tot gevolg kan hebben.

Uit bloedonderzoek is gebleken, dat zo'n 8% van de Nederlanders ooit een infectie met spoelworm heeft gehad. De Veterinaire Inspectie startte een paar jaar geleden met andere betrokken instanties haar campagne over spoelwormen; nog steeds zijn er reclamespotjes te zien en te horen. Doel van de voorlichting is het voorkomen van een infectie door betere hygiëne en een betere behandeling tegen spoelwormen bij hond en kat.

 

Lintwormen 

Lintwormen zijn platte wormen uit verschillende geledingen bestaand, wit tot beige van kleur. Meestal waargenomen als kleine platte stukjes op de ontlasting of als bruine korreltjes onder de staart (lijkt op zilvervliesrijst). 

De bij de hond meest voorkomende lintworm is de Dipylidium caninum (vroeger bekend onder de naam Taenia cucumerina). Deze kan ongeveer 2 m. lang worden en bestaat uit komkommervormige leden van ongeveer 1 cm. lang, die door de volwassen worm steeds afgestoten worden en dan zelfstandig bewegend via de anus naar buiten kruipen. Blootgesteld aan licht en lucht verliezen ze hun beweeglijkheid en drogen in, waarna ze als zgn. 'rijstkorrels' rondom de anus in het haar te zien zijn (ten onrechte worden de leden van de lintworm, die rondom de anus kunnen vastkleven, maden genoemd).

Deze lintworm is weinig schadelijk, daar hij de darmwand niet aanvreet of perforeert. Is hij in grotere aantallen aanwezig, dan nemen ze een te groot gedeelte van het darmvolume in beslag, belemmeren daardoor de spijsvertering en de darmbeweging, en kunnen ook verstopping geven. Voor jonge dieren is dit uiteraard nadelig.

 

Lintworm.       Een hond met lintworm.

 

Lintwormen hebben voor hun overbrenging altijd een "tussengastheer" nodig  om in ons huisdier (hond of kat) te komen. Door het opeten van een muis of rat, en zelfs door een vlo, kunnen lintwormen worden overgebracht (zie ook "vlooien"). Een lintworm is dus nooit besmettelijk van hond op hond, of kat op kat!

Eitjes van sommige lintwormen kunnen ook de mens besmetten, met zeer nare gevolgen.

Tegen lintwormen bouwt de hond nagenoeg geen afweerstoffen op, zodat gegrepen moet worden naar het hulpmiddel van de medicatie. 

Ter voorkoming van lintworm bij onze huisdieren wordt geadviseerd om geen rauw vlees te voeren en vlooien zo goed mogelijk (preventief) te bestrijden. Uiteraard mag ook regelmatig ontwormen niet worden vergeten.

Voor meer info over verschillende soorten lintwormen: klik hier.

 

Ontwormen (ontwormingsschema)

We kennen het preventief en het curatief ontwormen. Het eerste doen we om te voorkomen dat een hond wormen kan krijgen. Het tweede is aan de orde als de hond wormen blijkt te hebben (Eng. cure = genezen).

Ons advies is om preventief te ontwormen.

 

Voor pups worden, zolang zij in de groei zijn, andere schema's gehanteerd als voor volwassen dieren. Ook is het afhankelijk van het gebruikte preparaat, wanneer en hoe vaak moet worden ontwormd.

Het advies volgens de Veterinaire Hoofdinspectie van het Ministerie VWS luidt:

  • pups ontwormen op een leeftijd van 2, 4 en 6 weken, daarna op 2, 4 en 6 maanden; dan 2 keer per jaar 

  • zogende teven telkens tegelijk met de pups ontwormen

  • alle andere honden tenminste 2 keer per jaar ontwormen

Drachtige teven moet u geen wormkuur geven. Het is wel aan te raden om de teef vlak voor de dekking te ontwormen en na de bevalling weer.

 

Om te ontwormen zijn er verschillende preparaten in de handel, zoals tabletten, pasta's of drankjes. Zelfs een injectie (alleen werkzaam tegen lintworm) of een pipetje in de nek (deze druppels zijn alleen werkzaam tegen spoelworm) is mogelijk.

Wat u kiest, hangt af van wat u prettig vindt en ook van het gewicht van de hond. Bij hele jonge pups zijn bijv. tabletten niet nauwkeurig genoeg te doseren, terwijl dat met pasta of vloeibare preparaten wel lukt.

Let er in ieder geval op, dat het preparaat werkt tegen verschillende soorten wormen. We noemen dat een breed-spectrum ontwormingsmiddel (dat is een middel dat heel veel verschillende soorten wormen aanpakt), zoals bijv. Drontal® of Milbemax® (zie hartworm).

Het ontwormingsmiddel Nitrosan® is in 2008 uit de handel genomen. Voor veel mensen was dit een goed en goedkoop ontwormingsmiddel, maar het product zal ook in de toekomst niet meer geleverd worden.

Voor een nieuw middel, klikt u op Advocate® of Verminthel®.

Waarschuwing: sommige middelen zijn niet geschikt voor Collie-achtigen en Witte Herders, dus let er goed op (u leest het bij de beschrijving; zie ook MDR1).

Zie ook pillen ingeven en pasta geven.

 

Hoe kunt u besmetting voorkomen?

Besmetting 100% voorkomen is onmogelijk.

De volgende maatregelen kunnen getroffen worden om de kans op besmetting zo klein mogelijk te maken:

  • Vlooien kunnen wormen overbrengen. Houd uw hond en zijn omgeving vlovrij.

  • Rauw vlees kan lintwormlarven bevatten. Wees hier dus voorzichtig mee.

  • Zorg voor een goede hygiëne. Zorg ook voor een schone tuin, zonder uitwerpselen van honden.

  • Houd u aan een goed ontwormingsschema. Let wel op, dat sommige combinaties (wormmiddelen/vlobestrijdingsmiddelen) gevaarlijk zijn, dus informeer bij uw dierenarts.

Terug naar de knoppen op "Wetenswaardigheden".

Leven als kat en hond.

 

                                                                                                                                  Naar de 8e pagina "Wetenswaardigheden".

Terug naar 'Wetenswaardigheden'.

© Copyright by Yvonne Soomers-Marell

 

 Menu-knop.