Menu-knop.

 

Wetenswaardigheden 23

                                  

Opspringende honden

Geef opspringende honden geen aandacht

 

Opspringen tegen mensen is normaal honds gedrag, met een aangeboren en een aangeleerde factor.

De aangeboren factor is de natuurlijke neiging om te begroeten door neus- en bekcontact. Jonge pups likken naar en zelfs ín de bek van hun moeder en andere volwassen honden. Met dit gedrag tonen ze vriendschappelijke onderdanigheid én bedelen ze om voer. De moederhond geeft (soms) als reactie op het naar de bek likken voorverteerd voer op voor haar jongen.

De drang om met bek en tong contact te willen maken met uw gezicht (of het gezicht van iemand anders) heeft dus een natuurlijke achtergrond.

De aangeleerde factor betreft het feit, dat honden vaak ervaren dat opspringen belonend werkt. Het resultaat van opspringen is namelijk meestal - zeker wanneer een pup dit doet - aandacht en liefkozingen. Jong geleerd is oud gedaan!

 

Binnenkomen

U heeft het vast wel eens meegemaakt: u krijgt bezoek. Uw hond is blij dat er visite komt en laat dat merken door tegen de nietsvermoedende gasten op te springen. Wanhopig probeert u de hond te corrigeren, maar die lijkt zich er niets van aan te trekken.

Het is belangrijk dat u uw hond zo vroeg mogelijk leert dat hij niet tegen mensen op mag springen. Maar hoe doet u dat precies?

 

Bijna iedere hond vindt het fijn als zijn baasje thuis komt. Razend enthousiast komt hij naar hem toe, springt tegen zijn baasje op en maakt zijn kleren vuil. Nog veel leuker vindt de hond het om tegen bezoekers op te springen. Dat levert de nodige aandacht op: de bezoeker gilt, het baasje roept of gilt, wat een feest! Opeens wordt het baasje behoorlijk kwaad. Waarom toch, daarnet was het een feest en nu is hij kwaad.

Dit is een voorbeeld van een situatie waarbij mensen heel anders redeneren dan honden. Vanuit het standpunt van de hond gezien is opspringen heel goed. De baas of bezoeker geeft daarop namelijk ongelooflijk veel aandacht. Er wordt geroepen, de hond wordt weggeduwd, allemaal signalen van aandacht. En aandacht van de baas of bezoeker is precies wat de hond wil. Hij ervaart de aandacht die hij krijgt als een beloning voor het opspringen.

 

Aangeleerd
Geheel onbewust leren de meeste mensen hun hond het opspringen zelf aan. Als een pup naar hen toe komt, gaan ze hem onmiddellijk aaien. Gaat het puppy op zijn achterpootjes tegen ze op staan, dan gaan ze hem zeker aaien. Daarmee heeft de hond de basis voor het opspringen al aangeleerd. Honden herhalen gedragingen die hun het meeste opleveren. Aaien is prettig, dus gaan de honden meer en meer tegen mensen op staan. Het op hun achterpoten staan evolueert zeer snel tot opspringen.

 

Uitdoven

Het afleren van probleemgedrag door de hond consequent geen succes te laten hebben wanneer hij het betreffende gedrag vertoont heet uitdoven. Wanneer u deze techniek wilt toepassen om uw hond bijvoorbeeld opspringen af te leren, dan is het goed om te weten dat bij uitdoving in eerste instantie het probleem zal verergeren!

 

Er is nog een effect van de uitdovingsmethode waarmee u rekening moet houden. Dat is dat wanneer u niet volledig consequent handelt, u dan waarschijnlijk het probleem verergert in plaats van dat u het wegtraint. Immers: wanneer het opspringen van de hond soms wel en soms niet met aandacht wordt beloond, dan past u intervalbeloning toe. Intervalbeloning (d.w.z. dat de hond van te voren niet weet of hij die keer wel of niet beloond zal worden en in welke mate) werkt motiverend. De hond zal iedere keer uitproberen of zijn opspringen nu wel het gewenste succes heeft.

 

De uitdovingsmethode werkt op zijn best wanneer u niet alleen het probleemgevende gedrag niet langer succesvol laat zijn, maar daarnaast en gelijktijdig alternatief gedrag in traint.

Dus als u door middel van uitdoving uw hond wilt afleren om op te springen, dan werkt dat beter en sneller wanneer u hem gelijktijdig een succesvol alternatief aanbiedt. Leer de hond bijvoorbeeld dat hij wel volop aandacht krijgt zodra hij 'zit'.

 

Voorkomen is beter dan genezen
Om te voorkomen dat een pup gaat opspringen, geven we hem nooit aandacht als hij op zijn achterpoten tegen ons aan gaat staan. Gaat de pup verder door op te springen, dan draaien we ons gewoon om en doen we net alsof hij niet bestaat. De pup ontdekt zo dat opspringen geen enkele zin heeft. Zijn baasje reageert niet zoals hij dat zou willen. Nu gaat de pup vast iets anders proberen om aandacht te krijgen. Misschien gaat hij wel spontaan zitten. Dat is dan ook het moment waarop we hem overladen met aandacht, aaien, een snack geven of een spelletje met hem spelen.

Als uw pup niet uit zichzelf gaat zitten, dan leren we hem dat eerst aan. Wil de pup nu opspringen dan reageren we precies zoals hiervoor beschreven: negeren. Vlak daarna geven we het bevel om te gaan zitten. Zit hij, dan overladen we hem met beloningen. Op deze manier zult u snel merken dat de pup automatisch gaat zitten in plaats van op te springen. Doordat de hond gaat zitten, krijgt hij aandacht van mensen. Door op te springen krijgt hij geen aandacht.

 

Opspringen afleren
Honden vinden het fijn om aandacht te krijgen. Ze krijgen dan ook liever negatieve aandacht dan helemaal geen aandacht.

Een opspringende hond straffen werkt daarom ook meestal niet. Straft u de hond verbaal of duwt u hem weg, dan geeft u hem aandacht. Dat is dus geen straf, maar een beloning en daarmee wordt het voor ons vervelende opspringen in stand gehouden.

Erger nog is de raad die men wel eens krijgt om de hond een kniestoot te geven als hij opspringt of hem op zijn achterpoten te trappen. Deze methodes kunnen dan misschien wel werken, maar ze zijn dieronvriendelijk en bovendien is er een reële kans, dat de hond hierbij gewond raakt.

Net zoals bij jonge honden is het veel beter het opspringen volledig te negeren en te wachten tot de hond niet meer zo opdringerig is. Als hij rustig naast u gaat staan of zitten, beloont u hem. Meestal is negeren niet voldoende. Het is noodzakelijk om de hond in plaats van het opspringen, ander, onverenigbaar gedrag aan te leren. Een zit-bevel geven als de hond u nadert, is daar een goed voorbeeld van. Een hond kan niet zitten en tegelijk opspringen. Dus leer hem zitten in plaats van opspringen om aandacht te krijgen.

 

Commando "af"

Er zijn mensen die om de hond het opspringen af te leren "af" zeggen.

Gebruik dit commando hiervoor niet, want dat is het commando om de hond te leren om te gaan liggen. Een hond luistert nl. naar klanken en "zit" en "lig" lijkt te veel op elkaar, vandaar dat we daarvoor het commando "af" of het Engelse "down" gebruiken.

Eventueel kunt u "foei" of "nee" zeggen. Maar zoals ik hierboven uitgelegd heb: nog beter is het om geen woord te gebruiken (= aandacht), maar om het opspringen te negeren en verder te handelen via de uitleg op deze pagina.

 

Corrigeren? 
Soms is het haast onmogelijk om het opspringen af te leren door te negeren. Bij grote en sterke honden bijvoorbeeld kan dat knap lastig zijn.

Neem een (volwassen) Duitse dog: als die opspringt is hij groter dan wij. Of een Newfoundlander, die springt u zo omver. Bij zulke honden is het af en toe nodig om naar een hulpmiddel te grijpen om de kracht of de grootte van de hond de baas te kunnen.

We corrigeren nooit met pijnprikkels, zoals schoppen of slaan. Dat zou de vertrouwensrelatie tussen hond en baas te veel schaden. U moet zoeken naar een ander middel dat honden niet fijn vinden. Zo kunt u bijvoorbeeld gebruikmaken van trainingsdiscs. Dat zijn enkele metalen schijfjes, bij elkaar gehouden door een ringetje, die een specifiek geluid maken als u ermee rammelt. De hond vindt dat geluid niet prettig. Het gebruik van deze discs moet eerst wel aangeleerd worden bij de hond. Dat moet altijd gebeuren door iemand die goed vertrouwd is met de werking van de discs, zoals een trainer of gedragsdeskundige.
Een ander correctiemiddel waar de meeste honden bijzonder goed op reageren en dat u zonder hulp kunt toepassen, is het waterpistool of een plantenspuit. Springt de hond op, dan spuit u een waterstraal in de richting van zijn snuit. Dat vindt de hond bepaald niet prettig en hij houdt onmiddellijk op met opspringen. Vlak daarna geeft u een zitbevel en beloont u de hond met veel aandacht op het moment dat hij daadwerkelijk zit.

 

Samengevat
Een goed werkzame "therapie" om opspringen af te leren is dus:

• Sta stokstijf stil en negeer de hond zodra hij opspringt. Geef in de aanleerfase wel (één maal) het commando "zit". Vanzelfsprekend moet uw hond het opvolgen van het commando "zit" voor deze oefening al wel goed beheersen.

Leer de hond dat u hem volop (positieve) aandacht geeft, zodra hij gaat zitten in die situaties waarin hij gewend was om tegen u op te springen (bijv. wanneer u thuiskomt na te zijn weggeweest).

Werk toe naar de gewoonte van uw hond, dat hij automatisch (dus zonder dat u daartoe een commando geeft) gaat zitten wanneer hij u wil begroeten.

In de aanleerfase geeft u altijd direct (één maal) het commando "zit", zodra de hond opspringt en u dus stokstijf stilstaat. Zodra de hond telkens vlot op uw commando reageert, gaat u proberen of de hond uit zichzelf gaat zitten wanneer u stokstijf stil gaat staan zónder dat u een commando geeft.

In de laatste fase moet de hond (bij u) gaan zitten als automatische reactie op uw thuiskomst en zijn wens om door u begroet te worden.

Het afleren van het opspringen tegen andere mensen dan u en uw eventuele huisgenoten werkt op precies dezelfde wijze. Vraag aan iemand tegen wie de hond normaal gesproken opspringt om u te helpen de hond op deze wijze te trainen. Het maakt niet uit of u of "de bezoeker" in de beginfase het commando "zit" geeft. De hond wordt door u beiden beloond, zodra hij daadwerkelijk zit.

 

Slotwoord

Het is dus het beste om een hond op jonge leeftijd af te leren om op te springen door zijn gedrag te negeren en hem uitbundig te belonen als hij gaat zitten. Mocht uw hond het opspringen niet afgeleerd hebben, dan kunt u hem op latere leeftijd corrigeren met een correctiemiddel. Trainingsdiscs, een waterpistool of een plantenspuit zijn hiervoor geschikte middelen. Maak nooit gebruik van pijnprikkels; daardoor wordt de band tussen u en uw hond te veel beschadigd en vertrouwt uw hond u op den duur niet meer.

Terug naar de knoppen op "Wetenswaardigheden".

 

Fijn is het hier.

 

Trekken aan de lijn

Vele manieren om het trekken aan de riem af te leren

 

Instructeur, hij trekt zo... Dat is zo ongeveer probleem nummer 1 waar de gemiddelde cursist mee aan komt zetten. Zelfs bij pups slaag je er als trainer niet meteen in om het meelopen aan de riem goed aan te leren - de hondjes trekken namelijk al. Dat hebben ze razendsnel geleerd tijdens hun allereerste wandelingetje. Hoe harder ze aan hun riempje hangen, des te sneller ze namelijk weer op veilig grondgebied zijn.

Baas is allang blij dat het pupje, dat zich op de heenweg zo schrap zette, eindelijk terug wil lopen en holt er vertederd achteraan. Wat heeft de puppy geleerd? Inderdaad: als je ergens graag naar toe wilt, ga je aan je riem hangen. Trekken werkt!

 

Hoe leer je het trekken af?

Eerst geef ik u uitleg, wanneer een puppy niet mee wil lopen of naar huis trekt. En erna een greep uit de methodes en hulpmiddelen om het trekken aan de lijn af te leren. Hondvriendelijke methodes en middelen, en dat betekent dat pijnlijke zaken als de stroomhalsband, de slipketting en de klassieke opgerolde krant c.q. het twijgje ('geef hem daarmee maar een ferme tik op de neus als hij voorbij de knie komt') buiten beschouwing zijn gelaten.

 

Terug naar huis trekken: pup wil niet wandelen

Er is geen enkele pup die instinctmatig trekt aan de lijn om ergens te komen. Het is hem dus aangeleerd of hij heeft het zichzelf aangeleerd. Waarbij u het hem dan wel heeft toegestaan om dit aan te leren. Het is ook allemaal best logisch. U bent als nieuwe puppyeigenaar vaak nog onzeker. Het is dan ook een teleurstelling als blijkt, dat het pupje nog helemaal niet mee naar buiten wil. Hij trekt aan de lijn terug naar huis en u vindt dat zo zielig, dat u het maar toestaat. De pup heeft nu al geleerd dat trekken werkt. Dit leerproces gaat razendsnel, want een heel sterke negatieve prikkel - die enge buitenwereld - heeft hij hiermee kunnen overwinnen.

Ook zijn er pups, die op de heenweg gaan zitten en zo tegenstribbelen om verder te lopen. Op de terugweg lopen ze vaak wel gewoon mee.

Wat kunt u hiertegen doen, zodat uw puppy wel vrolijk mee wil gaan wandelen?

Allereerst geldt: heb geduld om de pup dit goed aan te leren!

In ieder geval moet u de pup niet meetrekken! Wel kunt u m.b.v. een speeltje, een brokje of iets dergelijks en tevens met een vriendelijke stem de pup meelokken als het even moeilijk gaat, m.a.w. het als een soort afleiding gebruiken. Omdat de pup de buitenwereld (bijv. verkeer) nog een beetje eng vindt, laat hij dit gedrag wel op de heenweg en niet op de terugweg zien, want hij weet, dat hij naar huis (zijn vertrouwde omgeving) loopt.

U mag hem ook een paar dagen op de heenweg een stukje optillen. Let wel: ik ben geen voorstander van optillen, omdat de pup iets eng vindt! Dat mag u nooit doen! Dat is nl. zijn gedrag belonen, waardoor hij dit zal herhalen. Wel moet u eventueel angstig gedrag negeren en absoluut niet troostend gaan praten of anderszins reageren (zie ook hier).

Wat ik wel bedoel is, dat u de pup de gelegenheid geeft alles in zich op te kunnen nemen en dus niet oppakken om daarmee zijn angst te belonen/onderstrepen. Er zijn nl. pups die niet zozeer voor iets bepaalds angstig zijn, maar ineens buiten te veel indrukken krijgen, overdonderd worden door nieuwe ervaringen, waardoor ze demonstratief gaan zitten en niet meer mee willen lopen.

Dus ... wat doet u?

U zorgt, dat u iets lekkers in uw zak hebt of een speeltje, pakt de pup op de arm en loopt met hem naar buiten tot een punt op straat waar het rustig is en u hem neerzet met de riem aan de halsband. Nu gaat u voor de pup staan of lopen en lokt hem met een vriendelijke stem. Komt hij op u af, geef hem dan wat lekkers of speel met hem (aangelijnd). Kijk zo of hij nu uit zichzelf al met u mee wil lopen of dat hij nog hulp nodig heeft met lokken/spelen. Dat verschilt van pup tot pup. Op deze wijze bouwt u het meedragen af tot de pup gewoon vanaf uw voordeur aan de riem meeloopt.

Zorg vanaf het begin dat u altijd wat lekkers of leuks bij u hebt tijdens de wandelingetjes en roep vaak buiten aan- of afgelijnd de pup vrolijk bij u.

Komt hij, dan beloont u hem met uw stem, wat lekkers, speeltje of aai over de bol. Zo leert uw pup van meet af aan, dat bij u komen voor hem wat oplevert, namelijk een positieve ervaring. Komt hij een keer niet (hij ziet bijvoorbeeld iets interessants), word dan niet boos en verlies uw geduld niet én uit dit bovendien niet als de pup weer bij u is. Dat is negatief voor de pup: hij denkt nl. dat u het "bij u komen" bestraft en niet zijn eerdere gedrag van "niet komen", m.a.w. u bestraft ander gedrag dan dat u bedoelde, want u bestraft het laatste gedrag, het naar u toekomen (zie hier voor meer info).

Houd vooral in zijn jeugd het komen op uw roepen positief voor de hond.

 

Trekken = stoppen methode

In het kort komt het er bij deze methode hier op neer: zodra de hond aan de riem trekt, stopt de baas met lopen. Pas als de hond stopt met trekken (er geen spanning meer op de lijn staat) komt de baas in beweging.

De hond leert zo dat trekken hem niet brengt waar hij graag wil zijn. Het is een methode die, mits goed getimed en goed toegepast, zeer goed werkt, maar wel tijdrovend kan zijn. In de praktijk blijkt dat niet iedereen even gemotiveerd is om de 'trekken = stoppen methode' toe te passen en veel mensen de neiging hebben om het bijltje er te snel bij neer te gooien.

 

De Engels/Amerikaanse gedragsdeskundige Ian Dunbar past de 'trekken = stoppen methode' als volgt toe.

Als de hond trekt: stop en blijf staan. Wacht tot de hond stopt met trekken en gaat zitten. Dat doen ze volgens Dunbar uiteindelijk allemaal, ook al kan het even duren: het door Dunbar gemeten 'all-time record' staat op ruim 22 minuten. Zodra de hond uiteindelijk zit: 1 stap vooruit doen, dan weer stoppen en weer wachten tot de hond gaat zitten. Dit 5-10 keer herhalen, dus: na iedere stap de hond automatisch laten zitten.

Dan kun je twee stappen gaan nemen, daarna de hond weer laten zitten. Bouw het aantal stappen zo uit tot 3, 4, 6, 8, 10, 20 en ... inderdaad, je loopt!

 

Lantaarnpaal methode

Een variant op de 'trekken = stoppen methode' is het lantaarnpaal spelen, door de Amerikaanse Terry Ryan beschreven in 'The Toolbox for Remodeling Your Problem Dog'. Als de hond trekt, verandert de baas in een lantaarnpaal. Zodra de hond omkijkt om te zien wat er aan de hand is, komt de lantaarnpaal weer geheel tot leven. De baas is opeens de leukste baas van de wereld.

 

Papieren zak methode

Terry Ryan heeft ook nog een aardige indoor-methode tegen het trekken voor als het buiten mocht regenen.

Bind de hond ergens aan vast met zijn riem. Ga net buiten het bereik van je hond zitten met een lege papieren zak, waarin het favoriete speeltje van de hond verstopt zit. Ritsel wat met de zak. De meeste honden zullen nieuwsgierig worden en aan hun riem gaan trekken om bij de zak te komen. Negeer de hond als hij trekt. Zodra de riem slap hangt, maak je snel de hond los, pak je het speeltje uit de zak en ga je spelen.

Tip: je kunt ook een brokje in de zak doen en dat geven als de lijn slap hangt. Je hoeft de hond dan niet los te maken. Variant: leg iets leuks/lekkers op de vloer van de kamer (of zet de voerbak neer) en loop daar met de hond aan de lijn naar toe. Trekken = stoppen.

 

De 'Follow Me' methode

Leer de hond de baas te volgen door hem los met je mee te laten lopen door het huis en in de tuin: de zogeheten 'Follow Me' methode. Ga gewoon door het huis lopen, kamer in, kamer uit, en lok de hond met je mee m.b.v. je stem, een speeltje of een brokje (eventueel de voerbak).

Oefen dit spel eerst een week binnen, bijv. twee keer per dag 5-10 minuten, en daarna in de tuin. Vervolgens kun je het 'Follow Me' eerst binnen en dan buiten aangelijnd gaan spelen. De hond leert zo dat het volgen van de baas leuk is.

 

De rollen omdraaien methode

Trekken aan de riem betekent, dat de hond leidt en de baas volgt. Deze methode draait de rollen om: zodra de hond in een bepaalde richting wil gaan trekken, loopt de baas gewoon de andere kant op. Pech! Mooi niet! We gaan nu lekker daarheen! Hoe afwisselender je gaat lopen (sneller, langzamer, meer wendingen, achteruit), hoe beter de hond op je moet gaan letten. Nadeel van deze methode is, dat in de praktijk blijkt dat veel mensen als een kip zonder kop bochten gaan draaien en hoeken gaan maken of de hond nu trekt of niet, waardoor het rollen omdraaien aan kracht verliest.

 

Target training

Leer de hond achter een target (doel) aan te lopen. Dat kan een zogeheten target stick (aanwijsstokje) zijn, maar ook gewoon je hand. Ieder keer als de hond de target aanraakt, krijgt hij een beloning (bijv. brokje). Zodra de hond grote interesse voor de target heeft opgebouwd, kun je hem de target laten volgen en stapje voor stapje gaan lopen.

 

'Be Happy!' methode

Veel honden vinden het absoluut niet leuk om mee te moeten lopen met iemand met een pesthumeur. En baasjes met een trekkende hond kijken in de praktijk meestal niet al te blij ... Daar ga je als hond toch niet naast lopen?

Dus: huppel, fluit, neurie en lach. 'Be Happy!' Wees vrolijk en de hond komt vanzelf bij je.

 

Cirkelmethode

De Amerikaanse trainster/schrijfster Carol Lea Benjamin gebruikt de trekkracht van de hond om het trekken af te leren. In haar boek 'Dog Training in Ten Minutes' beschrijft ze die methode: houd de riem in je rechterhand. Steek je rechterarm uit en beweeg/trek hem iets naar rechts. Door die subtiele druk zal de trekkende hond naar rechts lopen. Blijf druk uitoefenen, waardoor de hond in een wijde cirkel rechts om je heen komt te lopen. Zodra hij achter je is, pak je de riem over in je linkerhand. En daar verschijnt hij: keurig in de meewandelpositie aan je linkerzij!

Beloon hem uitbundig en loop door. Zodra hij weer gaat trekken, herhaal je de 'cirkelprocedure'.

 

'Hands free' methode

De beste manier om het trekken aan de riem af te leren is volgens de Engelse gedragstherapeut Peter Neville 'hands free' via clickertraining. D.m.v. clickeren kun je de hond laten lopen op de plek waar je hem wilt hebben.

 

TTEAM methode

TTEAM staat voor Tellington Touch Every Animal Method en is ontwikkeld door Linda Tellington-Jones. Was TTEAM oorspronkelijk een paardgerichte methode, inmiddels wordt het met succes bij allerhande diersoorten toegepast. Centraal in deze benadering staat de fysieke, emotionele en mentale balans van een dier.

Volgens deze methode kun je de riem op een bepaalde wijze inzetten om de trekkende hond weer in balans te krijgen. De Engelse TTEAM-trainster Sarah Fisher legt in het maandblad Your Dog (sept. 1999) uit hoe dat gaat: met de ene hand houd je de riem halverwege vast, met de andere hand pak je het handvat, en wel zo dat het gedeelte van de riem tussen beide handen in een lus voor de borst van de hond valt.

Zodra de hond probeert te trekken, trek je voorzichtig met beide handen de riem even tegen de borst. Het is ook mogelijk m.b.v. een zacht nylon touw een 'balance harness' of 'double diamond' om het lijf van de hond te knopen om trek- of draaibewegingen te voorkomen.

 

Hulpmiddelen

Er zijn allerhande hulpmiddelen ontworpen om het trekken aan de lijn tegen te gaan, zoals de de Easy Walker, de Canny Collar, het U-Lead tuigje en de hoofdhal(s)ters. De bekendste daarvan zijn de Halti en de Gentle Leader. Deze middelen werken uitstekend, maar kunnen bij verkeerd gebruik gezondheidsrisico's geven.

Wie deze hulpmiddelen wil gebruiken, doet er verstandig aan voor de nodige instructie en begeleiding hulp in te roepen van een ervaren en deskundige instructeur of gedragsbegeleider.

Het Tweeter wonderfluitje stopt het "trekken aan de riem"-gedrag in de basis.

Een ander fenomeen is de slipketting. Dan zijn er ook de zogenaamde semi- of halve slipbanden. Dit is een halsband (nylon, leer) met een stuk ketting aan de uiteinden die door een ring bij elkaar wordt gehouden. Hiermee wordt enigszins het effect van de slipketting nagebootst maar dan in mildere vorm.

Een hulpmiddel wat verboden zou moeten worden is de prikband, herkenbaar aan de grote schakels. Aan de binnenkant van de schakels zitten lange, scherpe punten, die in de keel van de hond prikken. Dit is een zeer dieronvriendelijk hulpmiddel, dat grote schade aan de hond kan toebrengen.

Het is uiteraard niet toegestaan op de training een prikband te gebruiken. Maar ook het gebruik van een uitrollijn (flexilijn), een anti-blafband en de teletac is niet toegestaan.

Voor alle trainingsmethoden geldt: een methode werkt wanneer deze correct wordt uitgevoerd en geschikt is voor de hond in kwestie. Met andere woorden: niet voor alle honden is bijv. de Halti geschikt en een baas moet ermee leren omgaan.

 

De tussenstukjes-methode

Ook elastiek kan worden ingezet in de strijd tegen het trekken. De Snap-Back is een door de Amerikaanse Heather Irbinskas uitgevonden stevig stuk elastiek met een ring en een musketon, dat tussen de halsband en de riem moet worden bevestigd. Het elastiek vangt als het ware de rukken op, die een trekkende hond aan de riem geeft. Gevolg: de baas is blij dat zijn armen aan zijn lijf blijven zitten, omdat de Snap-Back de schokken absorbeert, de hond is (in eerste instantie) verrast, omdat hij na een flinke trekpoging als vanzelf (poing!) terugveert.

De Snap-Back is een hulpmiddel, geen wondermiddel. Voor grote en hardnekkige trekkers kan het elastieken tussenstukje niet afdoende zijn.

Een soort variant op de Snap-Back is de Tweeter, een soort fluitje, dat tussen halsband en riem wordt gezet. Als de hond aan zijn riem trekt, zorgt dit hulpmiddel voor een (regelbare) fluittoon.

 

Sof-Touch® methode

De Amerikaanse hondengedragstherapeut William E. Campbell introduceerde de door hem gepatenteerde Sof-Touch Training Safety Leash. Volgens Campbell geeft iedere hond als gevolg van een soort ingebouwde reflex tegendruk als de riem strak komt te staan, kortom: hij trekt.

Op de Sof-Touch riem is een elastisch stukje aangebracht, waardoor deze lijn niet in een keer maar heel geleidelijk strak komt te staan. Daardoor komt er minder druk op de halsband en daardoor zal de hond zich minder tegen die druk verzetten, lees: minder trekken.

Als de hond niet meer trekt, kan het elastiek van de lijn worden gehaald.

Een corrigerend rukje aan de Sof-Touch is door de werking van het elastiek beter voor de nek van de hond dan een dito ruk aan een gewone riem.

Die ruk heeft volgens Campbell namelijk al snel het effect van een karatetrap. Op zijn website haalt hij wat alarmerende uitkomsten van een recent onderzoek aan.

Terug naar de knoppen op "Wetenswaardigheden".

 

 In 't mooie Nederland.

 

Volgen

Volgen aan de lijn

Bij het volgen kan van alles fout gaan: de hond trekt, loopt voor, loopt achter, loopt wijd, snuffelt veel etc.

Het volgwerk is de basis van alles. Het geeft een goed beeld van de mate waarin de baas zijn hond onder appèl heeft.

 

Trekken aan de lijn

Dit probleem is hierboven uitvoerig beschreven. Klik hier.

 

Mijn pup wil niet lopen

Klik hier voor info.

 

De hond loopt voor

Maak veel linkerwendingen zodra de hond iets naar voren gaat en vooral rechtsomkeert wendingen voordat de lijn strak staat.

 

De hond loopt achter

Veel afwisselen van versnelde naar langzame pas. En alleen belonen wanneer de hond goed naast u loopt.

 

De hond loopt wijd

Maak veel snelle rechterwendingen. Of zoek een paal op, waar u vlak langs kunt om zo de hond aan de andere kant van de paal te krijgen en daar te "vangen", totdat hij door heeft dat hij terug om de paal moet om verder te kunnen gaan.

 

De hond snuffelt

Voorkom snuffelen door het maken van onverwachte wendingen en door tempowisselingen (bijv. van snel naar langzaam).

Daarnaast moet u proberen de aandacht te krijgen en/of te houden. Een hond verliest vaak de aandacht, doordat hij zich verveelt of doordat hij iets - in zijn ogen - interessanters ziet, ruikt of hoort.

Geef hem dus een reden om aandachtig te blijven door bijv. onverwachte dingen te doen (een geluidje maken, een beetje gek doen, ineens wegrennen etc.).

Terug naar de knoppen op "Wetenswaardigheden".

  

 Leven als God in Frankrijk.

 

Blaffen: een vervelende eigenschap

Honden kunnen om heel uiteenlopende dingen blaffen, sommige voor goede redenen, anderen voor slechte. Soms is het blaffen een welkomstsignaal, andere keren juist niet. Van nature uit blaffen sommige rassen meer dan andere.

Sommige honden blaffen lang, terwijl andere niet kunnen stoppen. Blaffen is een soort van communicatie. Als andere honden of mensen in de buurt zijn, kan het blaffen een statement zijn dat specifiek op hen gericht is. We kunnen met honden communiceren, maar zijn vaak erg zwak in het begrijpen van hun verzoeken.

Blaffen dient verschillende doelen. Soms wordt het gebruikt om af te stoten, andere keren om aan te trekken. Sommige tonen betekenen 'blijf weg', andere 'ik ben hier, waar ben jij?'. Zelfs onervaren hondenbaasjes zullen opmerken, dat hun hond op verschillende manieren kan blaffen.

Blaffen dient vaak als waarschuwingssignaal. Om die reden kiezen veel baasjes juist een hond. Maar vrienden, familie en buren kunnen dit geblaf vaak veel minder appreciëren.

 

Deurbelcomplex

 

U kent dat vast wel. De bel gaat en uw hond vliegt als een bezetene luid blaffend naar de voordeur. Al foeterend tegen de hond doet u open. Het bezoek komt binnen en natuurlijk moet de hond even begroet worden d.m.v. een aai over zijn bol. Ik weet  zeker dat dit aanhalen met nog méér geblaf gepaard zal gaan.

Wat is hier eigenlijk aan de hand en is dit af te leren?

 

Natuurlijk is alles wat wel of niet bewust is aangeleerd, ook weer af te leren, hoe oud de hond ook is. In alle gevallen reageert de hond op uw gedrag. Als de bel gaat, springt u op om te kijken wie er voor de deur staat. De "opwinding" die u uitstraalt, wordt waargenomen door de hond. Hij reageert hierop door al blaffend vooruit te rennen.

 

U heeft hier nooit zoveel ophef over gemaakt, maar opeens begint het u te irriteren. Voor de hond is dit echter al gewoontegedrag geworden. De bel gaat en als vanzelfsprekend staat u op. Om dit ongewenste gedrag af te leren, moet u het gewoontegedrag doorbreken.

 

Methode 1

 

U vraagt aan familie of de buren of zij op een afgesproken tijdstip willen aanbellen. Als dan inderdaad de bel gaat, blijft u gewoon zitten en doet alsof u niets gehoord heeft. In het begin zal de hond zeker nog gaan blaffen, maar doordat u niet reageert, gaat dit door enige keren herhaling over.

Indien de hond zo ver is, dat hij niet meer blaft als er wordt aangebeld, laat u het bezoek binnen.

 

Nu komt het belangrijkste. Om een nieuw blafconcert te voorkomen, moet de hond worden genegeerd. Ik geef toe, dit is gemakkelijker gezegd dan gedaan. Veel hondenliefhebbers willen immers bij binnenkomst het huisdier aanhalen. Het gedrag van een blaffende hond wordt op die manier beloond en is dus een negatieve beloning.

 

In hondentaal betekent dit: "Goed zo Kazan, ga jij maar lekker door met blaffen". Negeren is dus de beste oplossing. Wilt u de hond toch even aanhalen, roep hem dan na een minuut of 10 bij u. Door consequent te blijven in het gedrag t.o.v. uw hond, ben ik ervan overtuigd dat blaffen zeker af te leren is.

 

Methode 2

 

De deurbel is altijd hetzelfde teken om te gaan blaffen. Daarom plaatsen we een andere bel met een geheel andere klank. Die krijgt ook meteen een andere betekenis: "Naar de plaats".
Het bevel "plaats" combineren we met het nieuwe belsignaal en we sturen de hond naar zijn plaats, waar we hem flink belonen. Hierbij doen we een beroep op de verschillende figuranten. Aangezien de hond een gewoontedier is, en bij voorkeur die handelingen verricht die hem een rustgevoel en een beloning opleveren, zal hij in het vervolg graag naar zijn plaats gaan, wanneer de bel gaat. Want het (nieuwe) belgeluid = lekkers = rustgevoel. Dat, gecombineerd met het goed onder appèl staan van de hond, verlost ons van het vervelende "deurbelcomplex".
Probeer het uit en veel succes!

 

Alleen blijven (blaffen uit angst ervoor)

 

Zo ook het andere probleem dat gepaard gaat met een "stemverheffing" van de hond: het alleen thuis blijven.

Als u weggaat, maak dan vooral geen ophef over het vertrek. Ga de hond niet aanhalen, maar pak uw spullen en trek de deur achter u dicht.

De tijd dat u wegblijft moet natuurlijk wel worden opgebouwd.

 

Het blaffen tijdens uw afwezigheid duidt op protest en verveling. Geef hem een Kong of koop bij de slager een mergbot en stop dat vol met leverpastei. Op die manier heeft de hond iets zinnigs te doen. Bij thuiskomst negeert u de hond weer in eerste instantie.

 

Zo krijgt u een hond die gedurende langere tijd alleen kan blijven. Probeer in de opvoeding vooral consequent te blijven door goed gedrag te belonen en ongewenst gedrag te negeren. Het vergt enige tijd en inspanning, maar u krijgt er enorm veel voor terug: een hond die zijn baas ziet als de roedelleider.

 

Blaffen om aandacht te krijgen

 

Veel mensen raken een beetje geïrriteerd als de hond blaft en krijgt wat hij wil. Deze honden zijn opdringerig, eisen de aandacht op en staan graag in het middelpunt van de belangstelling.

Dit soort honden laat je niet met rust als je 'ns rustig wilt zitten. In plaats daarvan zal hij in iemands gezicht blaffen en er zo op aandringen, dat hij/zij een bal gooit, om op schoot te mogen kruipen etc.

Maar hoe wordt een hond zo opdringerig? Het antwoord is simpel: conditionering. Het blaffen om aandacht te trekken, moet u in de eerste plaats negeren. Het zal dan eerst erger worden voordat het verdwijnt. Hier vindt u alvast enkele tips om om te gaan met een aandachtzoekende, blaffende hond.

Negeer het slechte gedrag en geef de hond alleen aandacht als hij rustig is. U moet geen direct oogcontact met de hond maken, niet met hem spreken en hem niet aanraken. Voor honden die op zoek zijn naar aandacht, is alle aandacht goed, ook al is het in de vorm van een uitbrander.

Na een tijdje zal de hond begrijpen dat u hem zult blijven negeren en sneller stoppen. Deze strategie vestigt niet zozeer de aandacht op het blaffen van de hond, maar wel op de gevolgen die het met zich meebrengt.

U kunt de hond ook bestraffen met een geluid, zoals de uitroep 'foei', 'nee' of 'niet blaffen', of met een blik vol stenen schudden of op een toeter te blazen.

De laatste manier om de hond het blaffen af te leren, is via "contra-conditionering". Via contraconditionering gaat u de hond aanleren iets te doen,  dat niet te verenigen valt met het blaffen, dus hem a.h.w. af te leiden met iets anders.

 

Territoriaal blaffen

 

Een van de belangrijkste taken van een hond is blaffen om indringers af te schrikken en te waarschuwen wanneer er indringers zijn. Honden hebben door de eeuwen heen al veel huizen beschermd tegen een inbraak. Dit blaffen wordt pas een probleem, wanneer overenthousiaste honden langer blaffen dan eigenlijk nodig is.

U zult uw hond dus moeten trainen om op tijd te stoppen. Bij veel honden volstaat het al om 'brave hond' of ‘goed geweest' te zeggen.

 

Blaffen als reactie op iets

 

Sommige honden blaffen niet alleen naar vreemden die dichterbij komen, maar naar alles wat beweegt of in hun gezichtsveld komt. Die honden zijn steeds op hun hoede voor iets dat kan gebeuren. Het kan moeilijk zijn om samen te leven met dit type hond.

Hoe kunt u deze honden nu ervan overtuigen, dat blaffen echt overbodig is? Het antwoord is simpel: u kunt het niet. Het enige dat u nog kunt doen, is uw dierenarts medicijnen laten voorschrijven en ervoor zorgen dat de hond genoeg lichaamsbeweging krijgt.

Soms liggen medische problemen als ADHD of hypothyreoïdie aan de basis van dit probleem.

 

Maar er zijn ook honden die achter het raam naar voorbijgangers blaffen. Dit blaffen is zelfbelonend gedrag, omdat de hond 'krijgt' wat hij wil, nl. door het blaffen worden de mensen verjaagd, want ze gaan weg.

Een oplossing kan zijn te voorkomen, dat uw hond voorbijgangers kan zien, hoewel dit de weg van de minste weerstand is.

U kunt ook iemand vragen om u hierbij te helpen. Hij/zij loopt langs en zodra uw hond begint te blaffen, corrigeert u hem door "foei" te zeggen of door een hard geluid te maken.

 

Veel succes!

 

Zie ook janken, hondentaal en alleen thuis (hieronder).

Terug naar de knoppen op "Wetenswaardigheden".

  

 Heerlijk op vakantie.

 

Alleen thuis

Uw hond alleen thuis

 

Het is heel normaal en natuurlijk dat honden niet graag alleen zijn. Een hond is een sociaal dier dat van oorsprong in groepen (roedels) leeft. Wel kan door middel van training worden bereikt dat de hond het alleen zijn accepteert als een "normaal" onderdeel van zijn leven.

 

Uitingen van verlatingsangst zijn onder meer vernielen, onzindelijk zijn en janken en blaffen wanneer de hond alleen thuis is. Weet u niet zeker hoe uw hond zich gedraagt wanneer hij alleen thuis is, dan kunt u een keer een video-opname maken terwijl u weg bent. Aan de hand van de opgenomen beelden en geluiden krijgt u zo een indruk van het gedrag van uw hond.

U kunt dit ook doen wanneer uw hond zich "misdraagt" wanneer hij alleen is, maar u niet zeker weet of dit al dan niet met verlatingsangst te maken heeft. Aan de hand van de opgenomen beelden en geluiden kunt u dan wellicht vaststellen of de hond al dan niet een nerveuze indruk maakt.

 

Afhankelijk van het karaktertype van de hond, zijn eerdere ervaringen in dit verband en nog een aantal zaken die later aan de orde zullen komen, is deze training een meer of minder gemakkelijke opgave. Wanneer er sprake is van heftige stress bij de hond zodra die alleen thuis moet blijven, dan doet u er zondermeer verstandig aan om bij de training van de hond de hulp van een professionele gedragsbegeleider in te roepen.

Gaat het om een hond die niet zo goed alleen kan zijn zonder dat er sprake is van veel stress, of gaat het om een puppy die u het alleen kunnen zijn wilt leren, dan kunt u de volgende trainingstips wellicht gebruiken:

 

Leer de hond de oefening 'Af en Blijf' (hoe dit kan op basis van beloning, kunt u leren door het volgen van een goede gehoorzaamheidscursus met uw hond). Eén van de "trucs" die u in combinatie met de oefening 'Af en Blijf' kunt gebruiken, is een trommeltje met hondenkoekjes. Zodra u de oefening gaat doen, staat dit trommeltje op de grond vlak bij de hond.

Zodra de hond lang genoeg is blijven liggen, geeft u hem 'Vrij' (dit commando betekent "einde oefening"). U maakt direct het trommeltje open en geeft de hond een hondenkoekje.

 

Het blijven liggen wordt stapje voor stapje opgebouwd. Eerst is 5 seconden waarbij u bij de hond blijft staan voldoende. Dan werkt u toe naar 10 seconden, waarbij u een paar passen bij de hond wegloopt. De hond moet stapje voor stapje leren om steeds langer te blijven liggen, terwijl de afstand tot u steeds groter wordt. De eerste tijd blijft u in dezelfde kamer als de hond en in het zicht van de hond.

Daarna gaat u door de deuropening naar een ander vertrek, maar de deur blijft nog open en u bent binnen een paar tellen weer terug in de kamer. Dan blijft u steeds langer uit het zicht van de hond, uiteindelijk ook achter een gesloten deur.

 

Iedere geslaagde oefening wordt afgesloten door uw signaal 'Vrij' en direct daarna een koekje uit het trommeltje. Bij iedere niet-geslaagde oefening (de hond komt voortijdig van zijn plaats) brengt u de hond rustig maar vastbesloten terug naar zijn plaats en doet u de oefening opnieuw.

Als de oefening vaak niet slaagt, dan is dat een teken dat u de oefening te snel opbouwt (u wilt te snel te veel). In dat geval kunt u het beste een stapje terug doen in de opbouw (u maakt de oefening eerst weer gemakkelijker totdat het telkens weer goed gaat en bouwt vanaf dat punt de moeilijkheidsgraad weer op).

Het trommeltje heeft bij veel honden een soort magische uitwerking. Gedurende uw afwezigheid staat het bij de hond als een soort symbool dat uw terugkomst en de daarop volgende beloning garandeert. Het trommeltje maakt de oefening voor de hond leuk en "helpt hem daaraan herinneren" wanneer u langer weg bent. Het trainen op de oefening 'Af en Blijf' kan worden gecombineerd met het wennen aan een bench (kamerkennel).

 

Het is belangrijk dat u zich realiseert, dat de hond gedurende de periode dat u de training opbouwt, niet langer alleen kan zijn dan het trainingsschema op dat moment toestaat. Dit betekent dus dat, wanneer u in deze periode weg wilt of moet, u de hond zult moeten meenemen of dat u voor hem een vertrouwde "oppas" laat komen.

 

Overige tips in het kader van het leren alleen zijn

 

Geef uw hond speelgoed dat speciaal bedoeld is om de hond zich in zijn eentje te laten vermaken. Bijv. een Kong of een Activity ball.

Deze speeltjes kunt u vullen met lekkers, zodat uw hond zich niet hoeft te vervelen. Door zich te concentreren op het bemachtigen van het lekkers heeft hij ook minder "de tijd" om zich druk te maken over het feit dat hij alleen is!

Wanneer uw hond al zenuwachtig wordt als hij denkt dat u straks weggaat (bijv. wanneer u uw sleutels pakt, uw jas aan doet etc.) doe dan regelmatig alsof u weggaat zonder het echt te doen. Trek uw jas aan en even later weer uit. Pak regelmatig uw sleutels op, loop naar de voordeur en kom weer terug. Door dit regelmatig te doen, leert u uw hond om minder gevoelig op dit soort signalen te reageren. Besteed geen aandacht aan het gedrag van uw hond tijdens dit soort oefeningen.

Maak van uw vertrek én van uw thuiskomst geen "drama". Hoe meer u zelf uitstraalt dat het volkomen normaal is om weg te gaan en weer terug te komen, hoe sneller uw hond dit ook zal accepteren! Het slechtste dat u kunt doen is uw hond troostend toespreken als u weggaat. U bevestigt daarmee immers dat het heel erg is voor hem!

Straf uw hond nooit wanneer u bij thuiskomst vernielingen of de gevolgen van onzindelijkheid aantreft. De hond kan uw straf niet in verband brengen met wat hij heeft aangericht, maar zal de straf koppelen aan het feit dat u thuiskomt en hij u wil begroeten!

De symptomen van verlatingsangst/stress verergeren zelfs vaak wanneer de hond naderhand gestraft wordt. Immers, alleen thuis blijven wordt voor de hond steeds stressvoller (gezien de verwachte straf bij thuiskomst van de baas).

Veel eigenaren denken dat hun hond wel degelijk weet dat hij "fout" is geweest, maar dit is niet het geval! Het feit dat hij mogelijk "kruiperig" doet wanneer u thuiskomt, is een uiting van onzekerheid en het proberen te vermijden van straf door zich onderdanig te gedragen. Waarvóór hij (mogelijk) gestraft zal worden is de hond echter niet duidelijk!

Bedenk bovendien dat een hond die lijdt aan verlatingsangst niet vernielt of onzindelijk is om u te pesten, maar dat het uitingen zijn van een hoge mate van stress.

 

Hulpmiddelen

Er is een medicijn op de markt dat speciaal bedoeld is als ondersteuning bij de gedragstherapie voor honden met verlatingsangst. Dit middel heet Clomicalm. Overleg desgewenst met uw dierenarts over de toepassing van het middel.

Ook kan gedragstherapie m.b.t. verlatingsangst zeer goed ondersteund worden met Bach Bloesem Remedies. Bach Bloesem Remedies zijn natuurlijk, volkomen onschadelijk en zeer effectief gebleken!

Als laatste is er de D.A.P.® (Dog Appeasing Pheromone)-verdamper, de D.A.P.-spray en de D.A.P. halsband voor de hond.

Terug naar de knoppen op "Wetenswaardigheden".

              

Lekker weer.

 

Deemoedplasjes

Spontaan urine laten lopen

 

Het komt regelmatig voor dat een hond spontaan urine laat lopen wanneer hij zijn baas (of de visite) begroet. Meestal zijn hiervoor 2 oorzaken aan te wijzen. Jonge honden hebben vaak nog onvoldoende controle over hun blaasspieren. Wanneer deze honden erg opgewonden zijn, bijv. omdat de baas thuiskomt en ze alle aandacht krijgen, kunnen ze in hun enthousiasme hun plas niet meer ophouden en laten dan spontaan urine lopen. Vergelijk dit met een kind dat in zijn broek plast, wanneer het de slappe lach krijgt.

Straffen heeft in zo’n geval dus geen enkele zin. Sterker nog, het werkt averechts: wanneer u de hond zou straffen, zou hij niet begrijpen waarom u op hem moppert. Hij zou hierdoor alleen maar onzeker worden, waardoor hij bij een volgende begroeting nog meer gaat plassen!

 

Wanneer jonge honden (nog) onvoldoende controle hebben over hun blaasspier, is dit meestal iets dat vanzelf over gaat wanneer de hond wat ouder wordt.

In de tussentijd kan het helpen er voor te zorgen dat de hond niet te opgewonden raakt. Komt u thuis na te zijn weggeweest, negeer de hond dan wanneer u binnenkomt. Het enthousiasme van de hond zal hierdoor getemperd worden. Pas op het moment dat de hond wat rustiger is, begroet u hem. Maak hier dan ook geen uitbundige begroetingsceremonie van.

Het wil ook wel eens helpen wanneer u de hond bij binnenkomst direct wat brokjes te eten geeft (zorg dat u ze in uw jaszak hebt, zodat u ze kunt voeren zodra u binnenkomt). Een hond zal niet snel gelijktijdig eten en plassen!

 

Deemoedplasjes

 

Een andere vorm van plassen bij het begroeten van de baas is het zgn. deemoedplassen. Dit komt zowel bij jonge hondjes als bij volwassen honden voor. Voor honden is het heel belangrijk, dat de rangordeverhouding met de baas duidelijk is. Een hond die onderdanig, deemoedig van aard is, zal zijn baas willen laten blijken dat hij de baas als veel hoger in rang ziet. Een hond heeft allerlei mogelijkheden om dit signaal af te geven: op de rug gaan liggen, likken, oren naar achteren draaien, staart laten zakken, maar ook deemoedplassen.

Deemoedplassen is vanuit de hond bezien een vriendelijk gebaar naar de baas: "Ik zie jou als een hele hoge baas, ik ben veel lager in rang!"

 

Deemoedplassen mag u dan ook nooit bestraffen! Een hond zal absoluut niet begrijpen dat u boos wordt wanneer hij naar u een heel vriendelijk, onderdanig gebaar maakt. Door de hond te corrigeren, zou u heel erg benadrukken dat u vindt dat u de hoogste in rang bent.

Hierdoor krijgt de hond nog meer de neiging om u te tonen, dat hij dat ook vindt en dus zal de hond alleen maar extra gaan plassen!

 

Toch zijn er wel een aantal mogelijkheden om het deemoedplassen bij de hond te verminderen. De meeste zijn er op gebaseerd dat u geen (onbedoelde) dominante gebaren maakt naar de hond.

Kijk de hond niet recht aan, wanneer u binnenkomt. Aankijken is voor een hond dominant, uitdagend gedrag. Hij kan hierop reageren door u zijn deemoed te tonen en dus te gaan plassen.

Maak geen gebaren van bovenaf: aai de hond niet over zijn kop en ga niet over hem heen hangen. Alle gebaren van bovenaf zijn voor een hond weer dominante gebaren, waarmee u hem 'uitnodigt' om zich deemoedig te gedragen.

Negeer de hond bij binnenkomst. Wanneer u niet direct contact maakt met de hond, heeft hij geen reden om direct zijn deemoed te tonen. Begroet de hond pas wanneer u zit, of wanneer u door de knieën bent gegaan. U bent dan voor de hond fysiek minder groot (hoog) en daardoor straalt u minder dominantie uit.

Geef de hond iets te eten zodra u binnenkomt. Zoals reeds hierboven gemeld: eten en plassen gaan bij een hond zelden samen. Zorg dat u wat brokjes in uw jaszak heeft en geef de hond een brokje zodra u binnenkomt.

 

Een hond die sterk de neiging heeft om middels deemoedplassen aan u zijn onderdanigheid te tonen, is in veel gevallen ook een hond die snel onzeker is.

U kunt deze onzekerheid bij de hond verminderen door een superconsequente baas te zijn. Uw consequente gedrag geeft de hond een stuk zekerheid, waardoor zijn eigen onzekerheid vermindert. En wanneer de hond minder onzeker wordt, kan ook de neiging tot deemoedplassen verminderen.

Ook het volgen van een goede cursus kan de onzekerheid bij de hond verminderen. Maar dan wel een cursus die gebaseerd is op belonen van gewenst gedrag, zoals u die bij hondenclub “De Vrolijke Viervoeters” kunt volgen.

Terug naar de knoppen op "Wetenswaardigheden".

              

Zwemmen gaan.

 

                                                                                                                          Naar 'kynologische & medische termen en uitdrukkingen'.

Terug naar 'Wetenswaardigheden'.

© Copyright by Yvonne Soomers-Marell

 

Menu-knop.