Menu-knop.

 

Wetenswaardigheden 22

                                  

Hulpmiddelen bij de opvoeding van uw hond

Hulpmiddelen bij de opvoeding van de pup

 

Stem

Een belangrijk hulpmiddel bij de opvoeding is uw stem. Een lage neutrale stem is voor de hond niet interessant, varieer dus zo veel mogelijk in toonhoogte (hoog, laag, hard, fel, zacht en fluisterend), in ieder geval met veel intonatieverschil tussen maximale motivatie en demotivatie. Schreeuwen is niet nodig.

Corrigeert u de hond, dan klinkt uw stem boos; een ‘foei’ op vriendelijke toon uitgesproken, heeft geen effect of juist het tegenovergestelde.

Een ‘braaf’ moet juist enthousiast klinken. Uw enthousiasme werkt aanstekelijk, de hond gaat het steeds leuker vinden om iets voor u te doen. De hond leert bovendien al snel dat ‘braaf’ veel prettiger voor hem is dan ‘foei’.

Tegenwoordig gaat men er van uit dat het ‘ja, braaf’ hondje sneller leert dan het ‘nee, foei’ hondje. Dit bereikt u door goed gedrag zoveel mogelijk en gemotiveerd te belonen en niet-gewenst gedrag zoveel mogelijk zien te voorkomen.

 

Uw houding

Uw houding is ook van groot belang. Als u zich groot maakt, dus rechtop blijft staan, zal de hond eerder een commando opvolgen.

Een bange hond die niet durft te komen als hij wordt geroepen, zal daarentegen eerder komen als u zich wat kleiner maakt. Over de hond heen hangen kan hij als bedreigend ervaren.

 

Het speeltje

Een hond kan meerdere speeltjes hebben, maar het speeltje dat hij het allerleukste vindt, gaat een speciaal speeltje worden. Dat wordt namelijk het speeltje van de baas en daar mag hij niet meer alleen mee spelen. Het moet wel een speeltje zijn, dat u beiden kunt vasthouden (een touwballetje of een balletje in een sok geknoopt) en zo klein, dat het bij de opgeboste riem in de hand verstopt kan worden en gemakkelijk uit de zak kan worden gehaald. Het is namelijk bedoeld voor het spelen aan de lijn.

Door de lijn is het spel gecontroleerd, het dwingt de hond tot aandacht voor degene die met hem speelt, het is bovendien rangorde bevestigend. Belangrijk is, dat zowel baas als hond plezier beleven aan het spel.

Door achteruit te lopen nodigt de baas de hond uit tot het spel en hij maakt het heel spannend. Voor de wandeling is een tennisballetje heel handig. U maakt dit balletje heel erg interessant en gebruikt het alleen buiten, als u samen speelt met de hond. Denk erom, een balletje moet zo groot zijn, dat uw hond het niet kan doorslikken. Thuis ligt het in de kast, daar krijgt de hond zijn botten, touw of andere kauwdingen.

Met zo’n balletje kunt u heel wat problemen voorkomen. U kunt uw hond o.a. leren niet achter paarden, trimmers of fietsers aan te gaan; die zijn taboe, maar zijn bal niet (zie ook hieronder). Ziet u, dat hij van plan is achter een trimmer aan te gaan, dan hoort hij: ‘nee’ en direct daarop: ‘kijk ‘ns’ en de bal wordt in een andere richting weggegooid. Gaat hij erachteraan, dan is hij ‘braaf’, brengt hij hem dan ook nog terug, dan is hij extra braaf.

Heel gevaarlijk is het om de hond achter een stok aan te laten rennen. Deze kan rechtop in de grond blijven staan, uw hond kan vaak niet vlug genoeg remmen en krijgt het uiteinde van de stok in zijn keel met alle gevolgen van dien. Ook kunnen er splinters in zijn darmen komen vast te zitten, die er alleen via een operatie uitgehaald kunnen worden. Bovendien kan de schouderpartij beschadigd raken, omdat hij altijd plotseling moet remmen als hij de stok wil pakken, want deze rolt niet door. Het balletje rolt wel door, nadat het de grond heeft geraakt, dus de hond heeft veel meer tijd om te remmen.

 

Brokje

Een speciaal stukje hondenworst, gekookte runder- of kippenlever, een heel lekker brokje. Het liefst een heel klein stukje, het moet hap-slik-weg zijn.

 

De handen

Er zijn wetenschappers die zeggen dat de hond de mens ziet als een superhond met drie koppen. De handen fungeren dan als extra koppen, wij doen met de handen wat de hond met de bek doet. Wij aaien en verzorgen de hond namelijk met onze handen, de hond likt zichzelf of een roedelgenoot met de tong. De hond bijt met zijn bek, wij doen dat met de handen als we hem eens een keer flink beetpakken (bijten) om enige dingen met hem af te spreken.

Hieruit volgt dat wij de hond ook de handen kunnen aanbieden om te likken bij het begroeten, in plaats van het likken aan het gezicht (snuit) toe te staan.

Verder kunnen de handen dienst doen om hem attent te maken: knippen met de vingers, klappen in de handen om hem enthousiast te maken of tikjes tegen het dijbeen om hem mooi mee te laten lopen.

 

Riem en halsband

Middelen om zowel de aandacht van de hond te krijgen als om hem te corrigeren.

 

Hoe u nooit mag straffen:

- Doorgaan met straffen als de hond zich overgeeft.

- Achteraf straffen.

- Voor straf naar zijn plaats sturen.

- Straffen op zijn plaats.

 

Straf moet doorkomen, maar moet de hond niet bang maken voor degene die hem straft. Op het moment dat de hond zich overgeeft, stil op zijn rug ligt, soms piept en urine produceert, krijgt de straffende of winnende hond een bijtrem, hij stopt met bijten, hij kan ook niet meer bijten.

Mensen kennen geen bijtrem, als ze doorgaan met straffen denkt de onderliggende hond dat hij wordt gedood en zal noodweeragressie vertonen. Geen hond zal zich zomaar laten doden, het is zeer onhonds gedrag en te vergelijken met dierenmishandeling.

 

Achteraf straffen is een zeer frustrerende maatregel en heeft geen enkele zin. Straffen moet binnen een halve seconde gebeuren of u bestraft ander gedrag. Als u thuiskomt en u ziet dat de hond iets heeft vernield en u straft hem, terwijl hij blij naar u toe komt rennen, dan bestraft u het laatste gedrag, het naar u toekomen. De hond zal het niet begrijpen, hij zal gefrustreerd raken. Als dit meerdere keren gebeurt, leert de hond wel, gestresst als hij intussen is, dat als de situatie in de kamer is veranderd en de baas thuiskomt, er wat zwaait. Het lijkt erop dat de hond zich schuldig gedraagt, hij komt niet begroeten, maar blijft, zich klein makend in zijn mand. De baas, die dit ziet als schuldig gedrag en hem opnieuw straft, weet niets van hondengedrag. Een hond kan zich niet schuldig voelen, hij is gewoon bang. De hond heeft geen idee van waardevol en waardeloos. Een jonge hond, een pup, moet niet alleen in een ruimte achterblijven, waar hij in zoveel dingen zijn tanden kan zetten; hij moet eerst leren waarin hij wel en niet mag bijten.

Een volwassen hond kan door verandering van omgeving of een verandering in de thuissituatie zich niet meer veilig voelen als hij alleen achterblijft. Hij kan onzeker en angstig zijn en om dat nare gevoel maar niet meer te voelen gaat hij wat doen (vernielen). Als de oorzaak wordt aangepakt, dan is het vernielen ook over. Het zal echter even duren, voordat deze hond weer vertrouwen in de baas heeft, want dat is ernstig beschadigd.

Onderzoekers hebben zich met dit gedrag bezig gehouden. Het blijkt dat, als zij enige veren kussens verknippen en in de kamer verstrooien waar de hond vertoeft terwijl de baas weg is, deze rustig toekijkt en pas angstig gedrag vertoont bij thuiskomst van de baas. Hij heeft niets gedaan, doch de situatie was anders geworden en hij verwacht dus gestraft te worden.

 

Zijn plaats is een veilige plek, daar wordt hij niet gestraft en ook niet voor straf naar toegestuurd.

 

Een hond heeft recht op een goede, consequente opvoeding en een rechtvaardige baas die hij kan vertrouwen. Zo opgevoed zal hij goed functioneren in onze huidige mensenmaatschappij en geen negatieve reacties oproepen bij niet-hondenbezitters.

Terug naar de knoppen op "Wetenswaardigheden".

 

Alaskan Malamute.

 

Rangorde

Rangorde

 

Rangorde wil gewoon zeggen: nummer 1 domineert nummer 2, nummer 2 domineert nummer 3, nummer 3 domineert nummer 4 etc.

Op grond van de rangorde verhoudingen kan nummer 1 allerlei dingen afdwingen bij nummer 2, 3 enz.

Rangorde is in de natuur een ontzettend belangrijk principe. De hogere gaat het beter, de hogere kan zich beter voortplanten en doordat hij zich beter kan voortplanten, zit er in de toekomstige genenpoel meer genen van de A dan type B (ranglagere) etc.

 

Dominante handelingen van de mens naar de hond

 

Consequent gedrag

Niet de ene keer iets toelaten en de andere keer niet. Zorg dat alle gezinsleden op de hoogte zijn van de “regels” die voor de hond gelden. Een gegeven commando moet de hond opvolgen. Als de hond met vuile poten niet op de bank mag, dan ook niet met schone poten. Als de hond de postbode met rust moet laten, dan ook niet toestaan, dat de hond zich agressief gedraagt tegen een vervelende buurman.

Dus: ja is ja, en nee is nee!

Zelfverzekerd overkomen

Uw stem moet rustig, kordaat en met overwicht klinken. Hoe lager, hoe dominanter.

Rechtop lopen, groter zijn

Uw hoofd moet altijd hoger zijn dan de kop van de hond. Dus niet samen op de grond spelen of de hond naast u op de bank laten zitten.

Handelingen beginnen en stoppen

U geeft een commando en u bepaalt wanneer de hond dit commando op mag heffen. U begint met borstelen en u bepaalt wanneer u ermee stopt en dat is dus niet wanneer de hond er genoeg van heeft en wegloopt. U begint spelletjes met de hond en eindigt ze.

Veel honden richten hun baas perfect af. De hond komt met een speeltje aansjouwen en de baas gooit dit braaf weg, net zolang totdat de hond aangeeft, dat hij er genoeg van heeft. Veel honden kunnen bazen op ‘commando’ laten aaien door ze eens ‘trouw’ aan te kijken of ze onder de arm te duwen. Voorkom dat uw hond bepaalt wat er gebeurt. Niet toegeven aan wat de hond wil.

Op de hond inlopen en zorgen dat de hond voor u aan de kant gaat is dominant gedrag, een ranglagere maakt plaats voor een ranghogere. (Doe dit niet al te vaak, gun de hond ook een keer zijn rust).

Zelf de route aangeven met wandelen

U bepaalt wanneer er links- of rechtsaf geslagen wordt. Volgen is ondergeschikt gedrag.

Over de hond heen gaan staan, de voorhand lichten of de hond optillen is dominant gedrag. U kunt dit bij het borstelen als routinehandeling meenemen.

De hond over de snuit pakken, de hand in de nek van de hond leggen is dominant gedrag.

Laat de hond naar u toe komen, niet zelf naar de hond toegaan. Een ranglagere komt naar zijn ranghogeren toe.

Afpakken van kluif, speeltje en voerbak is dominant gedrag. Dit moet u niet forceren.

Bepaal zelf wanneer de hond naar zijn voerbak mag gaan om te eten, niet meteen laten ‘aanvallen’. Laat de hond bijv. eerst zitten of liggen, zet de voerbak neer en op uw commando (“vrij” of  “eten”) mag de hond beginnen.

Goede verzorging van de hond

Borstelen, poten optillen, zorg dat de hond dit rustig toelaat. Tijdens het borstelen de hond op de zij of op de rug leggen om zijn buik te doen. De hond bevindt zich dan in een onderdanige positie. U kunt ook spelen met de hond terwijl deze op zijn rug ligt; pups in zijligging bij af.

Doe elke dag basisappèloefeningen met uw hond, zowel binnen als buiten: volg, zit, af, blijf, hier en natuurlijk vrijgeven als u dat wil. Opzitten en pootjes geven zijn ook appèloefeningen.

 

Voorkom de volgende fouten (zeker als u een dominante hond hebt !):

 

  • Laat de hond niet tegen u opspringen. Hij is de ranglagere en hoort met 4 poten op de grond. Laat de hond al zeker niet op uw been (of dat van uw kinderen) “rijden” ("fietsen") of pogingen daartoe verrichten; dit is zeer dominant gedrag van de hond.

  • Hond niet op de bank, stoel of bed. In bed ligt u in een onderdanige houding, dus mag u de hond er niet bij laten.

  • Verbied opdringerig gedrag zoals eindeloos poten geven, snuit duwen, piepen en uitdagend blaffen.

  • Vertroetel de hond niet onverdiend. Dit is ondergeschikt gedrag.

  • Vermijd de hond op zijn plaats te straffen. U kunt zo makkelijk noodweeragressie oproepen.

  • Laat de hond NOOIT alleen met kinderen (zie tips).

Terug naar de knoppen op "Wetenswaardigheden".

 

 Border Terriër.

 

Houding en gedrag

Houding en gedrag (zie de tekeningen)

 

Deze geven informatie over de dominantie van de hond.

 

Lage houding: staart ingetrokken, door de achterpoten en voorpoten gezakt, oren plat in de nek en de nek tussen de schouder getrokken, ruglijn is gekromd met een afgekromde achterhand, afwenden, langs kijken van de kop (onderdanig/submassief).

 

Dominant: oren gespitst ofwel rechtop staan of bij flaporen naar voren gekanteld zijn, de ruglijn recht, hoog op de poten, staart zo hoog mogelijk, borstelen; dus hoge houding.

 

Tussen deze twee extremen komen heel veel overgangen voor.

Bij extreme lage houding ligt de hond op zijn rug.

 

Normale gezichtsuitdrukking: oren staan in de normale stand. Mondhoeken zijn normaal. Ogen staan normaal.

 

Toenemende agressie: oren worden naar voren gekanteld. De hond trekt langzaam zijn lippen op, zodat je zijn tanden kunt zien. Hij heeft dan een korte mondhoek.

 

Toenemende angst: een angstige hond heeft een lange mondhoek. Zijn oren legt hij plat in zijn nek. Vaak zie je dat zijn ogen half gesloten zijn.

 

Hiervan is ook een combinatie mogelijk: de angstige agressieve hond. De oren plat in de nek, een lange mondhoek, maar geeft wel tanden met een gerimpelde neus (voorbeeld van een angstbijter).

 

Houding.

 

 

‘Sprekende’ lichaamshoudingen van de hond (naar Fox)

 

Houding. 

 

A en B geven de neutrale en de waakzame, opmerkzame lichaamshouding aan.

C toont de tot spelen uitnodigende houding.

Bij D en E zien we de actieve en de passieve onderworpen manier van begroeting: let daarbij op de staartdracht, de manier van zwaaien met de staart, de verandering in de oordracht en de veranderde gewichtsverdeling tussen voor- en achterbenen.

Bij I zien we de passieve onderwerping en J benadrukt dit met het op de rug rollen en aanbieden van de lendenstreek.

Van F tot H zien we de stadia van agressieve houding tot de ambivalente angst-verdedigings-aanvalshouding.

 

 

Gezichtsuitdrukking en orenstand (naar Lorenz)

 

De uitdrukkingen berusten op een gelijktijdige aanwezigheid tot aanvallen en tot vluchten.

De reeks loopt van zelfverzekerdheid zonder agressie, en angst zonder agressie, naar agressie met en zonder angst.

 

 Kop.

 

 

Uitdrukkingen van het hoofd en de oren (naar Schenkel)

 

Kop.

 

 

Uitdrukkingen van de staartdracht (naar Schenkel)

 

Staarthouding.

 

 

Voor oor- of staartsignalen, gelaatsuitdrukkingen etc.

Zie hondentaal.

Terug naar de knoppen op "Wetenswaardigheden".

  

 Duitse Herder.

 

Benchtraining

Leren om uw pup / hond in de bench te blijven

 

Een hondenbench, kamerkennel, draadkooi, hondenbox of hondenkooi is een metalen kooi die speciaal voor honden is gemaakt. Sommige mensen vinden dit zielig, maar een baby gaat ook in de box!

Een bench is niet zielig. Pups zoeken hun veiligheid al in de werpkist, ze kruipen in hele kleine doosjes of onder kasten om bescherming te zoeken en gaan graag onder benen met hun rug tegen het bankstel aan liggen. Een bench is een prima vervanging voor het veilige nest en als u dit de pup op een heel plezierige manier leert, dan heeft u daar alleen maar plezier van.

De aanschaf van een bench loont de moeite. Het gebruik van de bench kan erg nuttig zijn bij de zindelijkheidstraining en bij het voorkomen van probleemgedrag bijv. wanneer de hond alleen is. U geeft de hond een veilige plek. Het gebruik van de bench maakt een mand overbodig.

Goed is het om een niet al te grote bench te nemen (leen hem van iemand, voordat u de definitieve 'grote' bench koopt), zodat de pup niet al te veel ruimte heeft, maar let op dat hij niet vast kan komen te zitten met zijn snuit.

Ook is de hondenbench ideaal om in de auto te gebruiken, een veilige plek voor hond en bestuurder.

 

De bench kunt u de eerste nachten ook prima meenemen naar de slaapkamer. Hiermee went u de pup niet om te slapen in de slaapkamer, maar juist dat hij moet slapen in zijn bench. Als hij dit eenmaal door heeft, wil hij alleen maar mee naar de slaapkamer als de bench er staat, anders blijft hij liever beneden. Zeker als u ook beneden de benchtraining doet.

Het kost een paar nachten, maar dat is altijd veel beter voor de baas en de pup, dan hem doodongelukkig opsluiten in de kamer of keuken.

 

Voordelen van het gebruik van een hondenbench

 

• Uw hond zal zich prettiger voelen in de bench wanneer hij alleen thuis moet blijven. De bench is voor de hond een soort hol waarin hij veilig is, zoals honden in het wild ook een veilig hol hebben. De kans dat hij de de hele buurt bij elkaar jankt, is daarom ook een stuk kleiner!

• Maakt uw hond dingen kapot? Dan is de bench een uitkomst. Uw hond krijgt de kans niet om van alles uit te halen terwijl u weg bent. Toch een goed gevoel wanneer u zeker weet, dat uw hond op zijn veilig plekje ligt.

• In de auto vormt de hond geen gevaar voor de bestuurder. En bij een ongeluk kunnen de hulpverleners hun werk doen. Vaak gaan er kostbare minuten verloren, omdat de hond agressief uithaalt naar de hulpverleners die de gewonden willen helpen.

• Wanneer uw hond nog niet zindelijk is, vergroot het gebruik van de bench de kans dat het toch droog blijft, terwijl u weg bent (ook 's nachts). Een hond zal namelijk zijn eigen hol niet gaan bevuilen. Alleen in uiterste nood zal de hond in zijn eigen bench zijn behoefte doen (als u te lang wacht!). Niet alleen scheelt u dit een hoop frustratie, het is ook belangrijk om het proces, waarin het een gewoonte wordt om alleen buiten de behoefte te doen, niet te doorbreken. Ideaal bij de zindelijkheidstraining van een puppy.

 

Benchtraining

 

Voordat u de hond in de bench opsluit wanneer hij alleen thuis moet blijven, moet u ervoor zorgen dat de hond de bench als een prettige, veilige ligplaats gaat beschouwen.

U zet de bench in de woonkamer op een tochtvrije plek. Het liefst op een plek van waaruit de hond de kamer goed kan overzien. In de bench legt u een vetbed of iets dergelijks, zodat de ondergrond aangenaam is om op te liggen.

 

Om de hond te wennen aan de bench, geeft u hem zijn eten en drinken in de bench. De eerste paar keren kan de deur gewoon open blijven, hij zal in de bench blijven om zijn brokjes op te eten. Na een paar keer kunt u het deurtje ook eens dicht doen en eventjes weggaan. Als u terugkomt voor hij zijn eten opheeft en u het deurtje weer opent, leert hij dat u steeds het deurtje weer open maakt.

Dit kunt u ook doen met een lekker kluifje. Geef hem dit in zijn bench, sluit het deurtje, ga zelf eventjes weg en kom snel weer terug en open het deurtje.

Ook kunt u hem een lekker 'snoepje' of bot geven dat hij in de bench op mag eten, waarbij het deurtje van de bench wel openblijft, maar als de hond zijn bot of snoepje wil meenemen naar een andere plek, brengt u hem rustig terug naar zijn nieuwe plaats. Dit houdt u een aantal dagen vol: ieder bot of ander lekkers dat de hond krijgt, laat u hem in de bench opeten.

U kunt het beste pas doorgaan met de volgende stap, wanneer de hond geen aanstalten meer maakt om zijn bot mee te nemen naar een andere plek, maar rustig in de bench blijft liggen totdat hij gestopt is met kauwen.

 

Is de hond eenmaal zover, dan gaat u door met de volgende stap.

Iedere keer wanneer de hond wil gaan slapen, bijv. na een wandeling of na een spelletje, dan brengt u de hond rustig naar zijn bench. Als de hond in de bench gaat liggen (al dan niet op uw aanwijzing) beloont u de hond door hem een speeltje of iets lekkers in de bench te geven.

Wanneer de hond een mand, een ligbed of iets dergelijks had, maak het de hond dan gemakkelijker door deze (in elk geval voorlopig) weg te halen. Past de mand of het ligbed in de bench, dan kunt u die daarin natuurlijk goed gebruiken!

Wanneer de hond uit zijn bench komt met de bedoeling om op een andere plek te gaan slapen, brengt u hem, net zoals eerst met het bot of snoepje, weer rustig terug naar zijn plaats.

 

Is de hond zover, dat hij zonder problemen in de bench wil liggen slapen en deze zelfs regelmatig zelf opzoekt, dan sluit u als de hond gaat slapen voor een tijdje het deurtje. U geeft hem hierbij de eerste keer weer iets lekkers. U gaat nog niet weg, dat is pas de laatste stap.

Mocht uw hond nu toch onrustig worden en/of gaan janken of blaffen, dan is het heel belangrijk dat u juist nu goed reageert. Dat wil zeggen: zolang de hond onrustig is, negeert u hem volkomen! U mag hem vooral niet troosten of geruststellen, want dan voelt de hond zich beloond voor zijn onrustige gedrag en zal hij dit dus blijven herhalen. Ook kunt u beter niet op hem mopperen, want ook dan krijgt hij van u toch aandacht en dat is precies waar hij om vraagt.

Zodra de hond stil is, ook al is het maar even, gaat u op dat moment naar hem toe. Wees niet te uitbundig, maar open gewoon het deurtje alsof het de normaalste zaak van de wereld is. Laat de hond direct gewoon zijn eigen gang gaan. Het is niet de bedoeling, dat u door uw gedrag de indruk wekt alsof er iets heel bijzonders is gebeurd.

 

Pas wanneer de hond rustig in de bench blijft liggen met het deurtje dicht, terwijl u thuis bent, neemt u de laatste stap.

Als u (eerst voor korte tijd) weggaat, sluit u de hond op in de bench. Geef hem de eerste keer weer een kong, snoepje of iets anders.

 

Een extraatje om de hond zover te krijgen dat hij uit zichzelf met plezier in de bench gaat, is nog het volgende.

Leg regelmatig een paar hondenbrokjes of ander lekkers achter in de bench, op een moment dat de hond niet ziet dat u dit doet. De hond zal het al gauw de moeite vinden om telkens weer in zijn bench te gaan kijken of er misschien wel weer "zo maar" wat lekkers ligt.

 

Misschien denkt u, als u dit verhaal gelezen heeft, dat een goede benchtraining erg veel tijd en moeite zal kosten. In de meeste gevallen kunt u de omschreven stappen echter al binnen 1 à 2 weken nemen.

Wel is het belangrijk, dat u de hond echt stap voor stap aan de bench laat wennen en dat u daar zoveel tijd voor neemt als bij uw hond nodig is. Het resultaat moet namelijk zijn, dat de hond probleemloos alleen kan blijven in de bench, omdat hij dit als zijn eigen veilige ligplaats ziet. U mag de hond daarom ook nooit voor straf in zijn bench sturen (want dan wordt het juist een vervelende plek!).

Als u kinderen heeft, zult u erop moeten letten dat zij de hond als deze in zijn bench ligt ook nooit storen of lastigvallen. De bench moet juist een plek zijn waar de hond zich rustig terug kan trekken.

 

Bench meenemen

 

Een bench geeft een gevoel van veiligheid. De bench kunt u ook overal mee naar toenemen zonder dat u zich zorgen hoeft te maken over wat er allemaal mis zou kunnen gaan. Tijdens een gezellig weekendje bij vrienden heeft hij zijn eigen plek. Op vakantie in een huisje of hotelkamer kunt u gerust uit eten gaan zonder dat u zich zorgen hoeft te maken dat de hond het interieur sloopt. Sommige hotels accepteren wel honden als u kunt aantonen, dat uw hond in een bench slaapt.

Pups zetten hun tandjes overal in. Als u geen toezicht kunt houden, is de bench een veilige plek, omdat uw pup dan niet aan de stroomdraden kan vreten of zijn tanden in de meubels kan zetten.

Kortom: een bench is een verplaatsbaar nest, waarin de hond zich prima voelt.

 

Pubers en volwassen honden

 

Ik raad u aan om de bench te gebruiken, totdat uw hond uitgepuberd is, m.a.w. tot hij ongeveer een jaar is (verschilt van hond tot hond). U hebt dan de zekerheid, dat er niets gesloopt wordt.

Ook voor een volwassen hond is een bench een uitkomst. Het kan voorkomen, dat uw hond een periode rustig aan moet doen, bijv. na een operatie. Als de hond aan een bench is gewend, komt dit het genezingsproces ten goede.

Het is dus heel plezierig als een hond zonder problemen in een bench slaapt.
Als hij hieraan niet gewend is, moet u ervoor zorgen dat de bench alsnog een hele fijne en plezierige plek wordt. Zet de bench in de kamer met het deurtje open en gooi er wat lekkers in. Verder niks. Ga niet proberen de hond te lokken of hem erin te duwen. Hij weet dat daar wat lekkers ligt. Laat hem nu zijn gang gaan en hij zal dat lekkers er ongetwijfeld uithalen. Perfect. Gooi er opnieuw wat lekkers in. Na een paar keer zal de hond al bij de ingang van de bench zitten wachten als u weer wat lekkers hebt opgepakt. Hij gaat er direct in als u lekkers erin wilt gooien.
Vanaf dat moment geeft u de hond zijn eten in de bench en kunt u, net zoals bij de pup, aan de gang gaan. Bouw het heel rustig op en laat de hond geen vervelende ervaring opdoen met de bench. Stop de hond er dus niet te snel uren achter elkaar in. Na een paar dagen zal de hond dan al uit zichzelf naar de bench gaan om te slapen. Nu mag u hem er ook af en toe in sturen. Niet boos, maar met een lekkere beloning achter de hand.

De bench mag nooit, echt nooit, gebruikt worden als straf!

Een bench is een ideaal nest voor honden: het is absoluut niet zielig als u de hond er maar op een plezierige wijze aan went.

 

Benches in verschillende maten en soorten

 

Als u een bench voor uw pup koopt, denkt u er dan aan dat deze pup uitgroeit tot een uit de kluiten gewassen volwassen hond! Leen bijv. een niet al te grote bench van iemand, voordat u de definitieve 'grote' bench koopt, zodat de pup niet al te veel ruimte heeft, maar let op dat hij niet vast kan komen te zitten met zijn snuitje.

Kamerkennels zijn tegenwoordig te koop in vrijwel alle gespecialiseerde dierenspeciaalzaken. Er zijn 2 soorten: de zgn. 'flykennels', een soort 'huisje', en de benches die eruit zien als een 'draadkooi'. 'Flykennels' (reiskennels, al dan niet opvouwbaar) zijn veel duurder dan een gewone bench en zijn niet overal te koop.

Een gewone bench heeft het voordeel, dat uw hond alles om zich heen kan zien gebeuren. Er zijn modellen met 1 deur aan de korte kant of met 2 deuren (aan voor- en zijkant). Bovendien zijn benches heel gemakkelijk in te klappen tot een kleiner pakket, dat vrijwel probleemloos in elke auto past.

Er bestaan naast een bagage- of hondenrek ook speciale 'autobenches': een stevig inklapbare draadkooi met een schuine zijde aan de korte kant. In de schuine zijde zit ook de deuropening. Deze modellen worden vooral in auto's gebruikt om de ruimte zo doelmatig mogelijk te benutten. Er zijn zelfs firma's, die de autobench op maat van uw kofferbak maken.

Terug naar de knoppen op "Wetenswaardigheden".

 

 Cocker Spaniel.

 

De hond loslaten

Het commando 'Kom hier' of 'Kom voor' (komen op bevel)

 

Dit stukje gaat over het loslaten en terugkomen van de hond tijdens het wandelen.

Het is prettig als een hond lekker los kan lopen en vrolijk zonder aarzelen naar u toekomt als hij wordt geroepen. Het is fijn voor de hond, dat hij los kan ravotten en zo kan hij ook zijn energie kwijt.

 

Voor veel hondeneigenaren vormt deze oefening een groot probleem. Als men de hond roept, komt hij niet. Vaak ligt een verkeerde basis hieraan ten grondslag. Wanneer men de oefening aanleert op een manier waardoor de hond het uit zichzelf wil doen, zal men merken dat de hond deze oefening snel begrijpt en graag wil uitvoeren. Kiest men ervoor om middels dwang en een harde hand de kom-oefening aan te leren (wat nogal eens voorkomt) zal de hond het nooit met plezier doen.

 

Vaak zien we, dat een pup dit commando snel leert, maar dat ditzelfde commando tijdens de puberteit toch niet meer zo goed werkt. De hond gaat dan liever de neus, joggers, fietsers, konijntjes of andere honden achterna tot grote ergernis van veel baasjes, die 'dit weglopen' niet leuk vinden.

Belangrijk is dat de hond het ‘kom hier’ commando leuk moet blijven vinden, ook al gaat het een bepaalde periode iets minder. De hond moet het bij de baas komen het leukste blijven vinden dat er is.

Als het ‘kom hier’ commando gebruikt wordt, is belonen met iets lekkers of met een speeltje (denk bijv. aan een balletje) een must. De hond moet niet alleen geroepen worden om aan te lijnen, want dit vindt hij niet leuk, omdat de pret dan over is. Hij zal de volgende keer proberen dat te voorkomen door niet naar de baas te lopen.

Herhaaldelijk de hond bij u roepen en belonen en vervolgens weer te laten gaan (commando 'vrij') is een goede oefening.

 

U begint met oefenen in een vertrouwde omgeving, bijv. de huiskamer.

Zeg de naam van uw pup gevolgd door 'kom hier' of 'kom voor' en laat hem vóór u zitten. Het fijne daarvan is, dat u de hond meteen afleert om tegen u op te springen.

Als hij nu al direct komt, dan is dat hartstikke braaf en beloont u de hond uitbundig. Lukt het niet direct, zorg dat uw stem vrolijk klinkt en gebruik een lokkertje (bijv. een brokje of een speeltje). Komt hij, dan is hij héél erg braaf en geeft u hem de beloning in welke vorm dan ook. Het hier komen moet altijd leuk zijn!

Als het binnen goed gaat, probeert u het buiten, bijv. in de tuin. Daarna gaat u naar een veldje in de buurt waar wat meer afleiding is, maar waar u wel goed zicht op alles hebt.

M.a.w. u bouwt het op, u maakt het steeds iets moeilijker. Maar denk eraan, dat 'komen bij de baas' leuk blijft en dat u pas de volgende stap maakt als de vorige goed lukt.

 

Wees altijd consequent. Heeft uw hond in de gaten dat hij soms uw commando mag negeren, dan is het hek van de dam.

Zorg ervoor, dat u het commando niet geeft, wanneer de pup bijv. al naar een andere hond rent. Dat is nog te moeilijk. Wees het voor en roep hem al bij u als u, voordat uw pup het in de gaten heeft, die andere hond ziet.

 

Als uw hond niet meteen reageert op ‘kom hier’, moet u hem nooit op de kop geven. Dan wordt het ‘kom hier’ commando niet meer als iets leuks gezien en het gevolg is, dat het de volgende keer langer duurt voordat hij komt (want hij denkt dat hij gestraft wordt) en dan bent u nog bozer.

Wanneer het steeds beter gaat, kunt u verder selectief gaan belonen, d.w.z. dat u de hond alleen beloont, wanneer hij meteen luistert. Wanneer u meerdere malen moet roepen voordat hij bij u komt, beloont u met een aai en niet met iets lekkers of een speeltje.

 

Alles op 'n rijtje:

 

• Roep de hond niet als u zeker weet dat hij toch niet komt, omdat hij bijv. achter een konijn aan het jagen is of met andere honden wilt spelen.

• Ondanks al het oefenen kan het, zeker in het begin, gebeuren dat de hond een keer niet komt, omdat hij met iets anders bezig is. U zult dan een paar keer moeten roepen. Als de hond dan uiteindelijk bij u komt, mag u vooral nooit boos worden. Al heeft u bij wijze van spreken een uur staan wachten en zou u hem het liefste achter het behang plakken, de hond heeft uiteindelijk gehoorzaamd door naar u toe te komen, en gehoorzaamheid mag u nooit bestraffen. Een hond die naar u toe komt, is altijd braaf !

• Zeker in het begin is het belangrijk, dat er beloningen voor de hond te verdienen zijn; als het gedrag eenmaal een gewoonte geworden is, kunt u de beloning langzaam afbouwen.

• Het is niet zo verstandig om een hond, die netjes komt als u hem roept, altijd gelijk aan te lijnen. Hij zal spoedig doorhebben, dat komen betekent dat u naar huis gaat en dat het over en uit is met de pret. Lijn hem daarom ook niet steeds op dezelfde plaats aan, voordat u naar huis gaat.

• U kunt er voor zorgen dat de hond het aanlijnen leuk vindt, door het aanlijnen leuk te maken. Roep de hond, geef dan iets lekkers, lijn hem aan en speel eventjes samen. Loop een stukje met de aangelijnde hond en laat hem dan weer 'vrij'.

• Als de hond eenmaal weet, dat 'komen' altijd leuk is, zal hij het commando graag opvolgen.

 

Zie ook aanlijnen of loslaten.

Terug naar de knoppen op "Wetenswaardigheden".

              

Welsh Terriër.

 

                                                                                                                                  Naar de 23e pagina "Wetenswaardigheden".

Terug naar 'Wetenswaardigheden'.

© Copyright by Yvonne Soomers-Marell

 

Menu-knop.