Wetenswaardigheden 20
|
Oorsignalen •
Opstaande oren of enigszins naar voren gericht “Wat
is dat?” Teken van alertheid. •
Oren duidelijk naar voren gericht met ontblote tanden en gerimpelde
neus “Kijk
goed uit wat je doet! Ik ben klaar om te vechten.” De actieve, agressieve uitdaging van een dominante en zelfverzekerde hond. •
Oren plat naar achter met ontblote tanden en gerimpelde neus “Ik
ben bang, maar ik zal mezelf verdedigen als jij mij probeert pijn te
doen.” Een angstig-agressief gebaar van een niet-dominante hond, die zich bedreigd voelt. •
Oren plat naar achter, maar de tanden zijn niet zichtbaar, glad
voorhoofd, lage lichaamshouding “Ik accepteer jou als mijn sterke leider. Ik weet dat jij me geen pijn doet, want ik vorm geen bedreiging voor jou.” Een gebaar van onderworpenheid en vredelievendheid. •
Oren naar achter met de staart omhoog, knipperende ogen en ontspannen
open mond “Hallo! Volgens mij gaan we samen pret maken.” Een vriendelijk gebaar, vaak gevolgd door wederzijds besnuffelen of uitnodiging om te spelen. •
Oren een beetje naar achter en naar opzij “Ik maak me zorgen om wat mij te wachten staat. Ik vind dit niet leuk. Ik kan gaan vechten of er vandoor gaan.” Een teken van spanning of opwinding; kan snel leiden tot agressie of angst, afhankelijk van de ontwikkeling van de situatie. •
Oren snel naar achter en naar voor bewegen “Ik neem de situatie even in ogenschouw, dus maak je niet druk om mij.” Een onderworpen vredelievend gebaar van een hond, die afwachtend is en niet zeker van zichzelf. Oogsignalen
•
Rechtstreeks in de ogen kijken “Ik daag jou uit! Houd daar onmiddellijk mee op! Ik ben hier de baas, dus wegwezen jij.” Een actief dominant-agressief signaal, doorgaans van een zelfverzekerde hond, die een conflict met een andere hond heeft. •
Ogen afgewend om rechtstreeks oogcontact te vermijden “Ik
zoek geen moeilijkheden! Ik accepteer het feit, dat jij hier de baas
bent!” Een gebaar van onderworpenheid, met een ondertoon van angst. •
Knipperen “Goed, laten we eens zien of we de confrontatie kunnen vermijden. Van mij heb je niets te vrezen.” Het knipperen voegt een vredelievend gebaar toe aan het dreigende staren en verlaagt het niveau van confrontatie zonder al te veel gezichtsverlies.
Gelaatsuitdrukkingen
•
Mond ontspannen en enigszins open, de tong kan zichtbaar zijn en over
de ondertanden hangen “Ik
ben tevreden en ontspannen.” Deze
uitdrukking benadert de menselijke glimlach het meest. •
Mond gesloten, de tong of tanden zijn niet zichtbaar, de hond kijkt in
een bepaalde richting en is enigszins naar voren gebogen “Dit
is interessant. Ik vraag mij af, wat daar aan de hand is.” Een
teken van aandacht of interesse. •
De bovenlip is opgetrokken om enkele tanden te ontbloten, waarbij de
mond nog steeds tamelijk gesloten is “Ga
weg! Je ergert mij!” Eerste
teken van ergernis of bedreiging; kan gepaard gaan met een laag grommen. •
De bovenlip is opgetrokken om de tanden goed te laten zien; wat rimpels
op de neus en de mond is gedeeltelijk open “Wanneer
je mij ertoe dwingt of iets doet wat ik als bedreigend ervaar, zal ik gaan
vechten.” Actieve
agressieve reactie, mogelijk het gevolg van angst of een bevestiging van
sociale dominantie. •
De bovenlip is opgetrokken en niet alleen de tanden, maar ook het
tandvlees is ontbloot met zichtbare rimpels op de neus “Wegwezen
jij, anders is het niet te best.” Hoog
niveau van actieve agressie. Wanneer de andere hem geen ruimte geeft, zal
deze hond gaan aanvallen. •
Geeuwen “Ik
ben een beetje gespannen.” Teken
van spanning of opwinding. Kan ook gebruikt worden als afleidingssignaal
om een dreiging af te wenden. •
Likken van het gezicht van een persoon of een andere hond “Ik
ben jouw vriend en erken jouw leiderschap.” “Ik
heb honger. Heb jij een lekker hapje voor me?” Een
vredelievend gebaar van een onderworpen hond. Tevens een verzoek om
voedsel.
•
Likken van de eigen lippen (of in het luchtledige) “Ik
buig voor jouw autoriteit en hoop, dat je mij geen pijn zult doen.” Een buitengewoon vredelievend gebaar.
•
Knabbelend 'vlooien bijten “Ik
hou van je.” Honden doen dat ook bij elkaar, bijv. in hun liefdesspel.
• Lachen
“Blij dat ik je weer zie!” Innige toegenegenheid. Begroetingsgrijns. Staartsignalen •
Staart horizontaal van de hond af wijzend, maar niet stijf “Daar zou wel eens iets interessants kunnen gebeuren.” Teken van ontspannen alertheid. •
Staart wijst recht naar achter “Laten we eens zien wie hier de baas is.” Voorzichtig begroetingsritueel en gematigde uitdaging van een onbekende. •
Staart omhoog en over de rug krullend “Ik ben hier de baas en iedereen weet dat.” Zelfverzekerd signaal van een dominante hond. •
Staart lager dan horizontaal, maar tamelijk ver van de achterpoten
verwijderd, soms ontspannen kwispelend “Alles is in orde. Ik voel me lekker.” Normaal beeld van een hond, die zich nergens druk over maakt. •
Staart laag, vlakbij de achterpoten, achterpoten recht, lichaam rechtop “Ik voel me niet lekker. Ik ben een beetje depressief.” Teken van fysieke of psychische malaise of ongemak. •
Staart laag, vlakbij de achterpoten, lage lichaamshouding door gebogen
achterpoten “Ik voel me een beetje onzeker.” Teken
van sociale angst en gematigde onderworpenheid. •
Staart tussen de poten “Ik
ben bang. Doe me geen pijn.” Onderworpen
gebaar en een teken van angst en onderdanigheid. •
Opgezette haren op de staart “Ik
daag je uit!” Dit
staartsignaal voegt een element van dreiging toe aan andere
staartsignalen. •
Opgezette haren op het puntje van de staart “Ik
sta een beetje onder druk.” Dit
staartsignaal voegt een element van angst toe aan andere staartsignalen. •
Een knik of scherpe buiging in de staart “Als
het moet, laat ik jou wel eventjes zien wie hier de baas is.” Dit
staartsignaal voegt een element van onmiddellijke dreiging en dominantie
toe aan andere staartsignalen. •
Zwak kwispelen “Jij
vindt mij toch lief? Ik ben hier, hoor!” Een
enigszins aarzelend onderworpen gebaar. •
Breeduit kwispelen zonder het lichaam te verlagen of de heupen heen en
weer te bewegen “Ik
vind je aardig. Laten we vriendjes zijn.” Een
vriendelijk gebaar zonder sociale dominantie; wordt vaak gezien tijdens
het spelen. •
Breeduit kwispelen, waardoor de heupen heen en weer worden bewogen “Jij
bent mijn roedelleider en ik volg je overal.” Een teken van respect. De hond voelt zich niet bedreigd, maar accepteert zijn lagere positie. •
Langzaam kwispelen met tamelijk laag gedragen staart “Ik begrijp het niet helemaal.” Een signaal van besluiteloosheid of verwarring omtrent hetgeen er van de hond verwacht wordt. De
lichaamstaal •
Rechte poten, lichaam rechtop of langzame beweging voorwaarts met
stijve poten “Ik
ben hier de baas. Daag je me soms uit?” Een actief agressief gebaar van een dominante hond, die zijn leiderschap wil bevestigen. •
Lichaam enigszins naar voren gebogen en de voeten staan schrap “Ik
accepteer jouw uitdaging en ben klaar om te vechten!” Een reactie op een bedreiging of de reactie op de weigering van een andere hond om ruimte te maken; agressie zal volgen. •
Opgezette haren op de schouders en de rug “Je
bent te ver gegaan! Je mag kiezen: onmiddellijk ophouden, vechten of
wegwezen!” Elk moment kan er een aanval plaatsvinden. •
Opgezette haren alleen op de schouders “Je maakt me zenuwachtig. Dwing me niet tot vechten. Ik vind dit niet prettig.” De hond denkt, dat hij gedwongen wordt om te vechten. •
Hond maakt zich kleiner of kruipt in elkaar, terwijl hij opkijkt “Laten we geen ruzie maken. Ik accepteer, dat jij een hogere positie hebt dan ik.” Een actief onderworpen gebaar om de ander gerust te stellen. •
Duwen met de snuit “Jij
bent mijn leider. Negeer mij alsjeblieft niet.”
“Ik wil graag …” Ongeveer hetzelfde als likken, maar niet zo onderworpen. Het kan ook gebruikt worden om iets te vragen. •
De hond gaat zitten, terwijl hij door een andere wordt benaderd; laat
zich besnuffelen “Wij zijn bijna gelijken, dus laten we verstandig zijn en niet vechten.” Een klein vredelievend gebaar. •
Hij rolt zich op zijn zij, geeft zijn keel en buik bloot en verbreekt
het oogcontact volledig “Ik accepteer jouw autoriteit en vorm geen bedreiging.” Passieve onderworpenheid; het hondse gebaar voor knielen. •
Botsen met de schouder “Ik sta hoger in rang en jij gaat voor mij aan de kant, wanneer ik eraan kom.” Een tamelijk agressieve bevestiging van relatieve sociale dominantie. •
De hond houdt één voorpoot enigszins omhoog “Ik ben een beetje bang en maak mij zorgen.” Een teken van onzekerheid en gematigde spanning.
•
Hij rolt zich op de grond en wrijft met zijn rug en schouders over de
grond (soms ook met de neus) “Ik ben tevreden en alles is oké.” Een ritueel dat vaak plaatsvindt, wanneer er iets plezierigs is gebeurd. •
Zakt door zijn voorpoten op de grond, achterlichaam en staart omhoog “Laten we spelen. Sorry, ik wou je niet laten schrikken! Dit is gewoon voor de lol.” Normale uitnodiging om te spelen.
•
Tegen ons opspringen “Ik ben blij, dat je er weer bent.” “Heb je wat lekkers voor me?” Vriendelijke hondentaal.
• Tegen ons aan liggen
“Bij jou voel ik me geborgen.” Hij voelt zich veilig.
• Pootje geven
“Wees me genadig.” Sussend gebaar: ik zal het niet meer doen. Maar ook dat hij iets wilt.
• Legt de kop op de knie
“Ik vind jou heel aardig.” Heel vertederend vind ik zelf! Wat
bedoelt een blaffende hond? •
Blaffen in snelle reeksen van drie of vier met pauzes ertussen op een
normale toonhoogte “Allemaal verzamelen. Ik vermoed, dat er iets aan de hand is.” Waarschuwing: eerder belangstellend dan alarmerend. •
Snel blaffen, normale toonhoogte “Roep de roedel! Iemand betreedt ons territorium. We moeten wellicht in actie komen.” Normaal alarmerend blaffen. De hond is alert, maar niet bang. Het wordt veroorzaakt door het naderen van een onbekende of een onverwachte gebeurtenis. Het is langer aanhoudend dan het onderbroken blaffen van hierboven beschreven. •
Voortdurend blaffen, maar een beetje langzamer en op een lagere
toonhoogte “De indringer (het gevaar) is zeer dichtbij. Volgens mij is dit de vijand. Maak je klaar om jezelf te verdedigen!” De hond begint onrustig te worden en voelt zich duidelijk bedreigd. •
Een verlengde reeks blaffen met gematigde tot lange intervallen “Is daar iemand? Ik ben eenzaam en heb behoefte aan gezelschap.” Doorgaans veroorzaakt door sociale isolatie of opsluiting. •
Een of twee scherpe, korte blaffen op normale toon of hogere toon “Hallo! Ik zie je.” Typisch begroetings- of herkenningssignaal; veroorzaakt door de aankomst of aanblik van een bekend persoon. •
Een enkele scherpe korte blaf op lage tot halfhoge toonhoogte “Ophouden!
Ga weg!” Geërgerd blaffen, bijvoorbeeld wanneer hij in zijn slaap gestoord wordt. •
Enkel, gematigd luide scherpe, korte blaf op een hogere toon “Wat
is dit? Hé?” Signaal van verrassing of schrik. •
Enkele weloverwogen blaf en niet zo scherp of kort als de vorige “Kom
hier …” Aangeleerde vorm van communicatie om een menselijke reactie te bewerkstelligen, zoals het openen van een deur, honger hebben etc. •
Stotterblaf en toonhoogte opgaand blaffen “Laten
we gaan spelen!” Doorgaans gepaard gaand met voorpoten plat op de grond en achterlijf omhoog, als een uitdaging om te gaan spelen. •
In toonhoogte opgaand blaffen “Dat is leuk! Vooruit, we gaan.” Opgewondenheid tijdens het spelen of bij het vooruitzicht op een leuk spel. •
Zacht grommen, lage toon (lijkt uit de borstkas te komen) “Ga
weg! Kijk uit, jij!” Van een dominante hond, die geërgerd is of eist, dat anderen uit zijn buurt blijven. •
Gromblaf op een lage toon, zoals Grrr-waf “Ik ben kwaad en als je er mij toe dwingt, val ik aan! Verzamelen, we moeten ons verdedigen.” Een enigszins minder dominant signaal van ergernis, met de suggestie, dat de hulp van de roedelgenoten op prijs zou worden gesteld. •
Gromblaf op een halfhoge toon en hogere toon “Je maakt me bang, maar als het moet zal ik me zeker verdedigen.” Een dreiging van een onzekere hond, die agressie zal gebruiken wanneer hij zich daartoe gedwongen ziet. •
In toonhoogte rijzend en dalend grommen “Ik ben doodsbenauwd! Als je in mijn buurt komt, kan ik gaan vechten of er vandoor gaan.” Het angstig-agressieve geluid van een zeer onzekere hond. •
Huilen (vaak sonoor en langgerekt) “Ik
ben hier! Dit is mijn territorium Ik hoor je huilen!” Honden gebruiken dit om hun aanwezigheid aan te kondigen, om op afstand te kunnen socialiseren en om hun territorium af te bakenen. Hoewel dit geluid in het menselijk gehoor vrij triest klinkt, is de hond tamelijk tevreden. •
Blafhuil “Ik
ben alleen en maak mij zorgen. Waarom komt er niemand om mij gezelschap te
houden?” Het droevige geluid van een hond, die eenzaam is en vreest dat niemand op zijn noodkreet zal reageren. •
Janken, dat stijgt in toonhoogte aan het eind van het geluid “Ik wil iets. Ik heb iets nodig.” Een verzoek of smeekbede om iets. •
Janken, dat daalt in toonhoogte aan het eind van het geluid “Vooruit, laat me niet langer wachten.” Opwinding vanwege het vooruitzicht op iets. •
Jammerjodel (klinkt als jowel-jowel-jowel) of huilgeeuw (klinkt als
hhoeoe-ahhoe-oeoe) “Ik
ben opgewonden! Dit is fantastisch!” Signalen van plezier, vanwege het vooruitzicht op iets leuks.
•
Een zacht jankende hond “Ik heb pijn. Ik ben echt heel bang.” Een geluid van angst en passieve onderworpenheid. •
Een enkele kef “Au!” Reactie op een plotselinge pijn. •
Een gillende hond “Help! Ik denk, dat ik doodga." Een teken van pijn en paniek van een hond, die vreest voor zijn leven. •
Een hijgende hond “Ik
ben zover! Wanneer beginnen we? Dit is ongelooflijk! Dit is spannend.
Is er iets mis?” Geluid veroorzaakt door spanning, opwinding of het vooruitzicht op iets opwindends. Kan gepaard gaan met natte pootafdrukken. •
Een zuchtende hond “Ik ben gelukkig en ga hier even lekker liggen.” “Ik geef het op en ben een beetje depressief.” Teken van emotie, ter beëindiging van een actie. Wanneer die actie lonend is geweest, is het een teken van tevredenheid; zo niet, dan is het een teken van berusting.
Zie daarvoor wetenswaardigheden 22. |
© Copyright by Yvonne Soomers-Marell