Menu-knop.

Wetenswaardigheden 15

                                  

Een nieuwe pup in huis

Over puppy's, voeding en verzorging

 

Aanschaf van een pup

Om gericht te kunnen zoeken naar een goede pup, zult u eerst voor u zelf moeten besluiten aan welk beeld uw toekomstige huisgenoot moet voldoen. Moet hij vooral een vrolijke speelkameraad voor de kinderen zijn? Moet hij rustig met oudere mensen gaan wandelen? Wilt u met hem gaan joggen? Of moet de hond het huis bewaken? 

Pas wanneer u voor u zelf een duidelijk beeld heeft van de pup die u zoekt, kunt u gericht op zoek gaan. Een duidelijk beeld van uw eisen en wensen t.a.v. uw toekomstige hond, kan helpen voorkomen dat u wordt verleid door het eerste vertederende "wolbaaltje" dat u ziet. 

Er bestaan een paar algemene regels, die bij de definitieve beslissing kunnen helpen. Hoe groter de stad en hoe hoger de etage, des te kleiner dient de hond te zijn. Een Duitse dog zal zich in een zolderwoning niet prettig voelen. Honden met lange ruggen op korte poten behoren gelijkvloers gehouden te worden, tenminste wanneer er geen lift aanwezig is. Levendige rassen hebben meer ruimte en meer tijd nodig; zij willen veel gaan wandelen, ronddollen en bezig gehouden worden.

Bedenk voortdurend dat u een keuze maakt, die hoogst waarschijnlijk veel invloed zal hebben op de komende 10 jaar of meer van uw leven!

 

Wordt het een rashond of 'n kruising?

Een keuze die u zult moeten maken betreft niet alleen de vraag of u een reu of een teef wilt, maar ook of u een rashond wilt (en zo ja, welke) of een kruising. 

Ook wanneer u kiest voor een kruising is het verstandig om u af te vragen aan welke kenmerken deze kruising zou moeten voldoen (grootte, soort vacht, genetische aanleg en dergelijke). Voordelen van de keuze voor een kruising zijn dat de kans op aangeboren afwijkingen / erfelijke aandoeningen kleiner is en dat een kruising in aanschaf goedkoper is dan een rashond. Een kruising is gemiddeld minder vaak ziek en wordt gemiddeld genomen ouder dan (de meeste) rashonden. Des te meer rassen in de (voorouders van) de hond vertegenwoordigd zijn, des te groter de kans is, dat de hond een sterk gestel heeft (maar ook op dit punt krijgt u nooit een garantie). 

Een voordeel van de keus voor een rashond is, dat u van tevoren een beter idee heeft over hoe de hond er als volwassen hond uit zal zien en welke genetische aanleg hij in grote lijnen zal hebben.

Bij "genetische aanleg" kunt u denken aan zaken zoals: 

  • Heeft het ras in principe veel beweging nodig?

  • Zijn honden van dit ras relatief vaak rustig van aard of juist heel druk? 

  • Welke erfelijke aanleg voor ziekten zijn bekend van het ras?

  • Heeft dit ras veel uiterlijke verzorging (bijv. borstelen, trimmen) nodig? 

  • Heeft het ras de neiging om achter "prooien" aan te jagen? 

  • Is dit ras gemiddeld genomen (relatief) gemakkelijk of moeilijk op te voeden tot een sociale en gehoorzame hond?

Wilt u een Stafford kopen, lees dan eerst dit eens.

 

De rol van de fokker

Belangrijker nog dan het ras (de genetische aanleg) voor de vorming van het karakter zijn de omstandigheden waaronder de hond als jonge pup opgroeit. 

De periode dat een hond tussen de circa 4 en 12 weken oud is, wordt de primaire socialisatiefase genoemd. In deze fase leert de hond wat wel en wat niet tot zijn normale leefwereld behoort (dit wordt ook wel inprenting genoemd). Een pup die in deze fase van zijn leven relatief geïsoleerd opgroeit, heeft voor de rest van zijn leven een enorme achterstand opgelopen!

Verspreid over het land bevinden zich diverse zogenaamde puppycentra, puppyfarms of puppykennels. Kenmerkend voor dit soort centra is, dat zij veel verschillende rassen verkopen. De hondjes hebben meestal geen stamboom en zijn mede daarom relatief goedkoop. 

De informatie die zo'n puppycentrum geeft is vaak misleidend! Zo wordt soms beweerd, dat de puppies afkomstig zijn van particuliere gelegenheidsfokkers, die niet alle puppies zelf konden verkopen. De werkelijkheid is vaak dat alle pups die in zo'n centrum te koop zijn, gefokt zijn met als doel verkoop aan het puppycentrum! Het puppycentrum maakt op die manier deel uit van een grootschalige hondenhandel. Geld staat daarbij voorop en werkelijke zorg en liefde voor de opgroeiende puppies is vaak niet aan de orde. Zelfs al treft u een puppycentrum waarvan u denkt dat er geen sprake is van louche handel; wanneer niet 100% zeker is waar en hoe de puppies zijn opgegroeid, koop dan daar geen puppy!!!

Ook vertellen fokkers u soms, dat ze geregistreerd zijn bij de VBK (Vereniging Beroepsmatige Kennelhouders; vaak door gedupeerden 'Vereniging van Broodfok Kennels' genoemd). U denkt dan, dat het wel goed zit, maar dit is helaas geen waarborg voor goede kwaliteit. "Lid van de VBK" zegt helemaal niets over de zorgvuldigheid waarmee de pups gefokt en gesocialiseerd worden. De VBK biedt volop ruimte voor broodfokkers om onverantwoorde nesten te fokken en toch gewoon aan de regels te voldoen.

In consumentenprogramma's als Kassa en Radar zijn vaker reportages uitgezonden, die lieten zien onder welke erbarmelijke omstandigheden de honden in bepaalde puppycentra of bij broodfokkers gehouden en gefokt worden.

Ook moet u geen pup kopen op de markt (komt in België voor) of in een dierenwinkel. Deze hondjes zijn veel te vroeg bij de moeder weggehaald en worden dan liggend in kistjes aangeboden.

Vaak worden pups verkocht voordat ze 7 weken oud zijn. Het is (terecht!) wettelijk verboden pups jonger dan 7 weken van de moeder te scheiden!

 

Er bestaat in België ook een Oost-Europese puppyhandel.
Veel puppy's die in België worden verkocht zijn eigenlijk gefokt in Oost-Europa. Veel van de dieren zijn door de lange reis verzwakt en worden ziek. 

"Het is een probleem dat we in België al een acht tot negen jaar hebben", zegt Els de Belder, voorzitster van de Koninklijke Maatschappij voor Dierenbescherming van Antwerpen.

Pups worden in landen als Hongarije, Polen en Tsjechië gekocht voor vijftig euro en hier verkocht voor het tienvoud. "De hondjes worden in barre omstandigheden vervoerd. De handelaars stoppen zo veel mogelijk pups samen in een minibusje, zonder ze te voeren voor de lange reis, zodat ze niet ontlasten in de wagen. De dieren komen verzwakt aan, worden ziek en brengen kennel- en hondenziektes of parasitaire aandoeningen mee. In Antwerpen zijn er winkels die illegaal pups invoeren", aldus De Belder.

Ook Michel Vandenbosch, voorzitter van de Belgische dierenrechtenorganisatie Gaia, klaagt het gesjoemel aan. "De overheid heeft nooit iets gezien, maar het blijft bij Gaia klachten regenen van gedupeerde kopers. En als er dan al eens een minister is, die maatregelen wil treffen tegen die 'hondenfabrieken', dan wordt hij een regelneef of fundamentalist genoemd. Het probleem is dat hondenhandelaars die illegaal te werk gaan, door de overheid erkend geraken. Het is bedenkelijk dat het hoofd van Abiec, dat instaat voor de identificatie en registratie van honden toevallig ook de voorzitter is van de hondenhandelaarsvereniging Andibel. Wij raden de mensen af om pups bij handelaars te halen, want hoe meer vraag de handelaars krijgen, hoe meer ze er in Oost-Europa gaan halen. Voor de fokkers daar zijn de hondjes koopwaar en een belangrijke vorm van inkomsten."

Gaia wil de handel en het uitstallen van honden helemaal verbieden. "Honden in etalages brengen mensen tot impulsief kopen uit medelijden."

Mensen die de dierenwelzijnwet overtreden kunnen in België beboet worden tot 5.000 euro. In Nederland wil de Dierenbescherming de boetes optrekken tot 11.500 euro. 

De boetes blijven een peulschil in vergelijking met de winst die met de handel is opgestreken. 

 

Een goede fokker

Adressen van fokkers kunt u op vele manieren verkrijgen. U kunt via internet zoeken, en als u een rashond zoekt kunt u contact opnemen met de desbetreffende rasvereniging (zie "Links" in het blok Kynologie), maar ook in kranten en tijdschriften kunt u advertenties vinden waarin puppies worden aangeboden.

Wanneer u gegevens heeft gevonden met betrekking tot een fokker van een nestje dat uw belangstelling heeft, dan zijn er een aantal dingen die u aan de fokker kunt vragen voordat u besluit of u het betreffende nestje wilt gaan bekijken:

  • De eerste vragen die u kunt stellen zijn hele concrete: zijn er nog puppies te koop? Zo ja, hoeveel? Reuen en/of teven? Wanneer zijn de pups geboren? 

  • Een achterstand die is opgelopen in de periode dat de hond tussen de 4 en de 8 weken oud was, haalt u niet gemakkelijk in. Zoek daarom een fokker die de pups het liefst in huis laat opgroeien en die ze in elk geval positief kennis laat maken met zoveel mogelijk zaken (veel verschillende mensen, kinderen, lawaai, andere honden etc.). Vraag aan de fokker hoe en waar de puppies opgroeien;

  • Een goede fokker laat de pups ook niet te jong naar de nieuwe eigenaar gaan. De moederhond en de broertjes en zusjes spelen een heel belangrijke rol in het leren van de hondse taal en manieren. Vraag aan de fokker vanaf welke leeftijd u een puppy mee mag nemen. Minimaal 7 1/2 week oud is een goede leeftijd om te verhuizen naar een nieuwe baas, jonger dan 7 weken oud is echt te vroeg en bovendien wettelijk verboden! Is de pup 9 weken of ouder, dan tellen de omstandigheden waarin de puppy is opgegroeid bij de fokker extra zwaar. Een puppy van 9 weken of ouder heeft immers al een groot deel van de zo belangrijke primaire socialisatieperiode achter de rug. Is een pup van deze leeftijd relatief beschermd/geïsoleerd opgegroeid, dan kunt u beter op zoek gaan naar een jongere pup, of eentje die door de fokker al uitstekend is gesocialiseerd! Voor een puppy van deze leeftijd (ouder dan 9 weken) betekent een goede socialisatie door de fokker ondermeer, dat deze de pup al mee uit wandelen neemt en heeft geleerd om aan een lijn te lopen; 

  • Stel vragen die voortkomen uit het beeld, dat u voor u zelf heeft gemaakt t.a.v. een ideale hond voor u. Wanneer u bijvoorbeeld van plan bent om een bepaalde hondensport te gaan beoefenen, vraag aan de fokker of hij/zij denkt dat de puppies daar in aanleg geschikt voor zijn en waarom wel of niet.

Wanneer u naar aanleiding van de antwoorden op de bovengenoemde vragen enthousiast bent geworden, dan kunt u met de fokker afspreken wanneer u kunt komen kijken. Twijfelt u? Maak dan liever geen afspraak! Tenzij u erg sterk in uw schoenen staat, bent u wellicht snel "verkocht" als u die schattige puppies eenmaal ziet. Zelfs al voldoen ze eigenlijk niet helemaal aan uw ideaalbeeld. En dat zou jammer zijn, want u maakt immers nu een keuze die voor vele jaren invloed zal hebben op uw leven!

Zie ook: koop van een hond.

 

We gaan naar de pup kijken

Bij de keuze van een bepaalde pup uit het nest kunt u zich beter niet te veel laten leiden door het uiterlijk van de pups, tenzij showkwaliteit uw eerste vereiste is. Vraag aan de fokker naar de karakters van de pups en overleg met hem of haar welk karakter het beste past bij u en uw situatie. Laat daarin vooral meespelen hoe dominant of juist onderdanig de pup in aanleg is. Kies liever niet voor het "haantje de voorste" uit het nest en ook niet voor het meest onzekere hondje, tenzij u precies weet waar u aan begint.

Zaken waar u op kunt letten, vragen die u kunt stellen, zijn: 

  • Probeer zoveel mogelijk te weten te komen over het karakter van de verschillende puppies. Wanneer de fokker hierover honderduit kan vertellen, is dat een goed teken. Het is een betrouwbare aanwijzing, dat de fokker intensief bezig is geweest met het grootbrengen van de puppies, een eerste voorwaarde voor een goede socialisatie;

  • Vraag naar het karakter van de moeder- en de vaderhond. Vanzelfsprekend wilt u in elk geval de moederhond ontmoeten! De vaderhond kan eigendom zijn van iemand anders. Vraag waarom de fokker gekozen heeft een nestje te fokken met deze combinatie (vader en moeder). Een goede fokker kan u dit uitleggen; hij of zij heeft een heel bewuste keus gemaakt voor juist die reu bij die teef;

  • Vraag wat de fokker al dan niet gedaan heeft (of nog zal gaan doen) met de puppies in het kader van de opvoeding en socialisatie. Maken de puppies kennis met veel verschillende mensen? Met kinderen? Contact met andere honden? Andere huisdieren? Is of wordt een begin gemaakt met zindelijkheidstraining? Is of wordt een begin gemaakt met het leren lopen aan een lijn? Komen de pups ook buiten en zo ja, waar gaan ze heen en waarom?

  • Let op de hygiëne rondom het nest. Is het verblijf waar de pups zich bevinden schoon?

  • Let goed op de algemene gezondheid en conditie van de pups en van de moederhond. Zijn ze vrolijk, levendig en glanst hun vacht? Geen diarree, waterende of etterende oogjes? Niet te mager en niet te dik? Vraag de fokker naar de enting(en) en ontwormingsku(u)r(en) die de pups gehad hebben of nog zullen krijgen;

  • Vraag aan de fokker wat hij of zij als nadelen en voordelen ziet van het betreffende ras (indien van toepassing). Een goede fokker kan heel veel vertellen over de kenmerken van het ras! 

  • Vraag aan de fokker welke eisen hij stelt aan de pupkopers. Een goede fokker zal zijn pups niet aan iedereen willen verkopen en heeft dus eisen en wensen ten aanzien van de toekomstige eigenaren!

  • Vraag naar de verdere voorwaarden en condities. Wat is de prijs van een pup? Wordt er een koopcontract opgesteld en zo ja, wat houdt dit in? Biedt de fokker evt. de mogelijkheid / garantie dat u de hond terug mag brengen – stel dat u dat om wat voor reden dan ook zou willen - en zo ja, onder welke voorwaarden? 

Er zijn fokkers die op grote schaal honden fokken en deze onder relatief slechte omstandigheden laten opgroeien. Sommige van deze fokkers halen de puppies in huis op het moment dat u een afspraak heeft om te komen kijken. De fokker kan het doen voorkomen alsof de puppies in huis opgroeien, terwijl dat in werkelijkheid niet het geval is. Aan de hand van de bovenstaande vragen kunt u echter een goed beeld krijgen van hoe betrokken de fokker in werkelijkheid is bij zijn pups. Wantrouw fokkers die weinig weten te vertellen en/of die al uw gevraag irritant lijken te vinden! Een goede fokker is enthousiast over en heel betrokken bij "zijn product" en zal het dus heel leuk vinden om honderduit te vertellen.

Voordat de pup in huis is

Het bedenken van een naam kan een leuke bezigheid zijn. Op de pagina "Links" in het blok 'Van alles wat' ziet u een paar links naar sites met namen voor uw pup.

Voordat de pup bij u komt, dient u de nodige voorbereidingen te treffen om uw huis "hondvriendelijk" en "pupveilig" te maken:

Let op dat er geen kabels over de vloer liggen van lampen, geluidsboxen etc. en beveilig stopcontacten;

• Laat geen duurzame dingen op de vloer liggen en let bovendien op uw schoenen (geef uw pup nooit een oude schoen, hij ziet geen verschil tussen oud en nieuw);

• Ruim schoonmaakmiddelen en medicijnen goed op, zorg dat de planten in en rondom het huis veilig (niet giftig) zijn voor uw pup (zet ze binnenshuis hoog) en vraag u af of de vuilnisbak veilig staat;

Zorg dat de hond een eigen plek in huis krijgt waar hij rustig kan slapen. Dat kan een mand, kussen of bench zijn;

Een hondenbench (kamerkennel) is erg raadzaam en ook erg handig voor de zindelijkheidstraining. Goed is het om een niet al te grote bench te nemen (leen hem van iemand, voordat u de definitieve 'grote' bench koopt), zodat hij niet al te veel ruimte heeft, maar let op dat hij niet vast kan komen te zitten met zijn snuit;

Zorg voor een goede lederen of stoffen halsband en een riempje;

• Zorg voor een etens- en drinkbak van roestvrij staal of plastic;

• Koop bij de dierenspeciaalzaak niet alleen een kam en borstel, maar ook speeltjes van hoge kwaliteit die veilig zijn om mee te spelen, op te kauwen en het wisselen van de tanden te vergemakkelijken;

• Vergeet ook niet iets in huis te halen om zijn poep op te ruimen (poepzakjes/opruimzakjes);

Gladde vloeren is voor een pup niet echt raadzaam, dit in verband met het uitglijden, en dan het onnodig belasten van zijn heupen, met alle nare gevolgen van dien. U kunt hier en daar een stroef kleed neerleggen, zodat de hond minder uitglijdt;

• Sluit ruimtes af indien de pup er niet mag komen en plaats een hekje voor trappen, die hij (nog) niet op mag;

• Als u een tuin hebt, waarin de pup straks mag spelen, zorg er dan voor dat alles goed afgezet is, zodat hij niet weg kan lopen;

• Laat een naamplaatje maken, ook al is of wordt uw pup gechipt. Mocht het een keer gebeuren, dat hij wegloopt, dan kunt u via z'n naamplaatje vlug gevonden of gebeld worden;

• Controleer of uw WA-verzekering de schade veroorzaakt door uw hond dekt, want hij kan ongewild schade veroorzaken om allerlei redenen. Ook uw pup zelf kunt u verzekeren (zie hieronder);

• Bereid u goed voor. Lees deze pagina goed door en/of lees goede boeken over de aanschaf van een pup of over de aanschaf van een bepaald ras. U bent nooit uitgeleerd!

 

We gaan de pup halen

Van harte gefeliciteerd met uw nieuwe huisgenootje!

En dan is eindelijk, na vele dagen en misschien zelfs wel maanden wachten, de dag aangebroken dat u uw nieuwe pup op kunt halen.

Probeer met de fokker overeen te komen, dat dit tijdstip zo vroeg mogelijk op de dag valt. De pup heeft dan wat meer tijd om aan u, uw gezinsleden en de nieuwe omgeving te wennen.

Vraag de fokker een lap of iets dergelijks, die bij het nest heeft gelegen, en waar de voor de pup zo bekende geur aanhangt. Dan heeft de pup in zijn nieuwe omgeving iets wat hem bekend is.

 

De fokker zal u het ingevulde inentingsboekje meegeven. Hierin staan de eerste enting en de check-up, die de dierenarts heeft gedaan, vermeld. Tijdens deze eerste kennismaking heeft de dierenarts de pup grondig nagekeken. Er werd geluisterd naar de hart- en longfunctie, er werd gekeken naar de conditie van de huid (geen ongedierte, geen schilfers), naar oren, ogen en tandjes, en bij de reutjes wordt gevoeld of beide balletjes aanwezig zijn. In het inentingsboekje zijn deze bevindingen genoteerd en ondertekend door de dierenarts. Indien er iets niet helemaal pluis is, wordt verzocht dit op een later tijdstip nogmaals te laten controleren.

U krijgt ook de stickers met het chipnummer overhandigd. 
De fokker zal u ook tips en adviezen geven. Hij zal u vertellen, hoe laat de pups gewend zijn te eten, hoeveel ze krijgen (m.a.w. een voedingsschema), wanneer ze ontwormd zijn etc. Allemaal belangrijke gegevens, die een goede fokker u geven zal.

Sommige fokkers geven u een boekje mee waarin gegevens staan vanaf de geboorte: hoeveel woog en weegt hij, wanneer is hij ontwormd en ingeënt, foto's en/of gegevens van de ouderdieren etc.

Ook het invullen en ondertekenen van een koopovereenkomst wordt steeds gebruikelijker. Vanaf 2003 is dit zelfs verplicht. Dit biedt zowel u als de verkoper diverse garanties en is rechtsgeldig.

Tot slot krijgt u hoogstwaarschijnlijk nog een puppypakket mee. Deze bevat voeding, folders en proefmonsters. Sommige fokkers vullen de doos nog aan met speelgoed, foto's, videoband en/of kauwartikelen.

 

Vanaf juli 2004 is er een nieuw EU-dierenpaspoort. Klik hier voor meer info of hier voor de laatste stand van zaken.

Het EU-paspoort is vereist wanneer de Nederlandse hond naar het buitenland gaat. De dierenarts kan de nog geldige vaccinaties en behandelingen uit het oude paspoort overzetten naar het EU-paspoort. Het is handig om het oude paspoort/vaccinatieboekje te bewaren.

 

Tijdens de reis van de fokker naar huis blijkt de hond soms gevoelig voor wagenziekte. Zorg dat u keukenrol of handdoeken bij u hebt om de eventuele narigheid op te vangen en op te ruimen.

Is de rit langer dan een uur, stop dan onderweg om de pup zijn behoeften te laten doen.

 

Thuiskomen met een puppy

Als u met uw nieuwe pup thuis komt, zijn er een paar dingen die u zich goed moet realiseren. 

De pup heeft in een korte tijd enorme ervaringen moeten ondergaan, die allemaal zeer inspannend voor hem zijn. Denk maar aan: weg bij mama en broertjes en/of zusjes, een autorit, nieuwe mensen en/of kinderen, allerlei nieuwe geluiden en vreemde geurtjes.

Daarom zijn er een aantal punten van belang:

  • Zorg ervoor dat de pup in een rustig huis komt. Voorkom dat er teveel mensen zijn (alleen eigen bewoners en geen nieuwsgierigen), die hem willen aaien en liefkozen, wat hem angstig kan maken;

  • Laat hem in alle rust zijn nieuwe huis onderzoeken en de nieuwe geuren en bewoners leren kennen;

  • Neem hem niet meteen naar buiten. Hij heeft tijd nodig om zijn omgeving te leren kennen en alle nieuwe indrukken te verwerken;

  • Straf hem nu nog niet als hij binnen plast. Hij heeft in dit opzicht nog nooit iets vervelends ervaren en hij is helemaal niet gewend zijn urine op te houden. Leg her en der wat kranten op de grond, vaak is hij dat in de kennel ook gewend geweest. Er is een kans, dat hij vanaf het begin hierop zijn ontlasting deponeert;

  • Laat niet meteen veel bezoek komen, laat ze nog een paar dagen geduld hebben, want uw pup moet zijn nieuwe thuis goed leren kennen en zich op zijn gemak gaan voelen;

  • Laat de pup de eerste dagen niet te lang alleen in de kamer, hij is niet gewend aan eenzaamheid. In de kennel had hij dag en nacht zijn broertjes, zusjes en moeder om zich heen. De pup gaat de nieuwe baas of bazin voor zijn moeder aanzien. Daarom moet u handelen als de moeder. Laat de pup niet te lang alleen, maar blijf in de buurt. Als hij slaapt, ga dan gerust een poosje bij hem vandaan;

  • Zorg ervoor dat er een hondenmandje, kistje, doosje of iets dergelijks voor hem klaar staat, een jonge pup is snel moe;

  • Als u kleine kinderen in huis heeft, verdeel dan uw aandacht zeer zorgvuldig. Vooral zeer jonge kinderen kunnen erg jaloers worden als ze denken dat de pup teveel aandacht krijgt. Leer de kinderen vanaf het begin, dat ze de pup niet te hardhandig oppakken en dat ze voorzichtig met hem spelen. Leer ze in de eerste plaats dat ze de pup met rust laten als hij in zijn mandje ligt. Daar moet hij alle rust hebben. Klik hier voor tips over Hond & Kind;

  • Als u al een hond heeft, verdeel ook dan uw aandacht tussen de pup en de andere hond. Laat ook bezoek aandacht aan uw andere hond geven, en niet alleen de pup bewonderen;

  • Iedere pup gedraagt zich weer anders als hij in een nieuw gezin komt. De ene pup is erg voorzichtig en verlegen, de andere overvalt het gezin als een wervelwind. De verlegen pup verlangt meer rust en gezelschap van u, terwijl de andere pup meer bezoek verdraagt en meer wil spelen.

Een puppy brengt heel wat leven in de brouwerij. Uw huiselijke situatie verandert. De komst van uw pup brengt voor u natuurlijk veel vreugde, dit in ruil voor tijd, aandacht en begrip.

Het duurt een tijdje voordat uw hond gewend is aan de nieuwe omgeving. Aandacht krijgt zo'n jong hondje zeker overdag, van andere mensen en in grappige situaties, maar de opvoeding kost ook tijd en moeite. Juist in deze periode wordt z'n gehoorzaamheid verder ontwikkeld. Voor deze inspanning krijgt u later veel plezier terug.

 

De eerste nacht

Waar slaapt onze pup? Het is altijd een moeilijk punt waar de pup het beste kan slapen. Moeten we hem op de slaapkamer houden, of beneden in een bench?

Het kan voor een pup, die nooit eerder alleen is geweest een hele ervaring zijn om van zijn moeder, broertjes en zusjes te worden gescheiden. Hij wordt in een nieuwe omgeving geplaatst en opgesloten. Dat kan zelfs de meest vrijmoedige pup angstig maken.

Als de pup alleen wordt gelaten, gaat hij zeker piepen en janken. Het is zijn enige middel om zijn moeder naar zich toe te lokken. Hij reageert op de eenzaamheid of hij nu binnen of buiten is. Daardoor kan hij angst krijgen voor eenzaamheid en daardoor onzelfstandig worden. De pup is volkomen afhankelijk van de bescherming van anderen, hij kan zich niet verdedigen.
Het is goed om de eerste nachten de pup een slaapplaats in de buurt van een gezinslid te geven, zodat hij gehoor-, reuk-, gezichts- en gevoelscontact kan hebben. Neem hem niet in bed, omdat het gemakkelijk een gewoonte kan worden om daar te liggen, wat als een slechte gewoonte wordt aangerekend als hij ouder (en groter en zwaarder) is. U kunt bijv. een doos of mandje naast uw bed zetten. Als de pup dan onrustig wordt, kunt u wat met hem praten of beter nog, als de hondenmand zo is neergezet, een hand uitsteken om hem te aaien.
Als u van het oudernest een lap of iets dergelijks meegekregen heeft, leg dit in z'n mandje. De geur van zo'n nestlapje werkt geruststellend op de pup. 

Als de pup in het begin bij een gezinslid in de kamer slaapt, hoeft dat niet te betekenen dat dit altijd nodig zal zijn. Na een paar nachten kunt u hem wennen in een andere kamer of welke ruimte dan ook (bijv. beneden) te slapen. Het fundamentele vertrouwen om alleen te zijn moet de pup aangeleerd worden, terwijl hij nog jong is.

Een andere mogelijkheid is beneden naast de pup te gaan slapen en na een paar nachten zelf weer richting uw eigen slaapkamer te gaan.

Klik hier voor benchtraining.

 

Janken

Het janken van een hond kan een groot probleem zijn. Er zijn veel volwassen honden, die men niet alleen kan laten omdat ze gillen, huilen en janken. De oorzaak hiervan ligt meestal in het eenzaamheidsgevoel van de eerste dagen. Als een pup zich in de steek gelaten voelt dan jankt hij. Als iemand op deze klagende geluiden reageert door naar hem toe te gaan, leert hij dat hij niet alleen hoeft te zijn als hij gaat janken. Als er niemand komt wanneer hij wat zit te janken, zal hij zijn stemgeluid gaan gebruiken. Daarna komen de buren klagen.
Het is beter, dat de pup niet in een situatie terecht komt, waarin hij zich in de steek gelaten voelt. Als er nooit een aanleiding is geweest om mammie te roepen als pup, is de kans klein dat hij het als volwassen hond zal aanleren. De pup zal zijn eenzaamheid het gemakkelijkst accepteren, door dit met hem te oefenen. Dit gaat het beste als hij moe is.
U moet hem het gevoel geven dat hij niet in de steek wordt gelaten en dat hij nooit lang alleen is. Als u de pup van jongs af aan steeds een poosje alleen laat, went hij er snel aan en voelt hij zich nooit in de steek gelaten. De eerste keren hoeft deze periode niet langer dan enkele seconden te zijn, daarna kunt u steeds iets langer wegblijven. Hij weet dan dat, hoe lang het ook duurt, de baas altijd weer bij hem komt. 

Als het janken van de pup niet kon worden voorkomen staat u een training te wachten, waarbij uw geduld op de proef wordt gesteld. Ook wanneer u de hond leert om stil te zijn als hij alleen is, moet u, net als met de zindelijkheidstraining, zeer voorzichtig te werk gaan. Want het is heel natuurlijk voor de pup om signalen te geven, waarop zijn moeder zal komen. Het janken gaat automatisch.
Omdat de pup niet kan begrijpen dat hij iets verkeerd doet, mag u een dergelijk gedrag dus niet direct gaan bestraffen. Een straf zal de angst alleen maar vergroten, waardoor hij nog banger wordt om alleen te zijn.
Een bekend foefje om een onrustige pup te kalmeren is om een kruik onder zijn deken te leggen, zodat hij het gevoel krijgt dat hij contact heeft met iets warms. Op deze manier krijgt de pup een gevoel van warmte en gezelligheid, wat hij eerder met zijn moeder, broertjes en zusjes heeft beleefd.
Zo kunt u ook een ouderwetse tikkende wekker (waarvan het wekmechanisme is afgezet) bij de pup zetten om hem het gevoel te geven van een kloppend hart.
Deze trucjes kunnen het beste worden toegepast, wanneer de pup heeft gegeten, uit is geweest en moe is.
Verder moet u de pup consequent opvoeden. Wat u niet wilt dat de hond doet als hij volwassen is, moet u ook niet goedvinden als de hond een pup is.

Zie ook blaffen.

 

Zindelijk maken

Geen enkele hond zal van nature de plek bevuilen waar hij slaapt. Bij jonge honden duurt het wel even voor ze dit bevel van nature opvolgen. Ze zijn nl. gewend, dat hun mama alles weer "opruimt". Bovendien zijn ze lichamelijk nog niet zo ver, dat ze het op kunnen houden (ter vergelijking: onze baby's en peuters krijgen nog heel lang een luier om).

Over het bevuilen van andere plekken dan de slaapplaats heeft de natuur niets gezegd. Dat moet de mens ze vertellen, wat mag wel en wat mag niet. Met andere woorden: u moet uw pup leren, dat hij binnen niet mag plassen en poepen.
Het is eenvoudig te leren als je een evenwichtige pup hebt, maar het kan moeilijk worden als de pup nerveus is. De controle over de urineblaas is namelijk zeer gevoelig voor elke zenuwinspanning, zelfs als het een inspanning in positieve zin betreft. Er zijn honden, die hun plasje van vreugde niet kunnen ophouden als hun baas thuis komt. De bewuste wilscontrole is niet in die mate ontwikkeld, dat de pup kan beslissen over het leeglopen van de urineblaas, maar door een rustig leerproces kan dit wel worden bereikt. Een gebruikelijke manier om de hond zindelijk te maken is om hem eerst te leren zijn behoeften op kranten te doen.

 

Leg een paar kranten naast elkaar voor de deur, waar u normaal doorheen gaat om de pup uit te laten. Neem na enkele dagen er een paar weg tot er uiteindelijk één krant overblijft, waar de pup zijn behoefte op kan doen. Deze laatste krant verplaatst u naar buiten. Op den duur blijven de kranten uitsluitend buiten om de hond eraan te wennen het buiten te doen. Het lijkt misschien een vrij omslachtige manier, maar deze methode kan in bepaalde gevallen handig zijn.

 

Normaliter zal de pup zijn behoeften doen vlak nadat hij heeft gegeten of geslapen. Maar hij kan ook nodig moeten als hij heeft gespeeld, omdat hij dan opgewonden is. Vaak kunt u aan het gedrag van uw pup zien, dat hij hoge nood heeft. Hij gaat dan bijvoorbeeld rondjes draaien, piepen of bij de deur zitten. 

De kans op een goed resultaat van de zindelijkheidstraining neemt toe, als u rekening houdt met de volgende punten :

  • Laat de pup vaak en op vaste tijden (na het eten etc.) uit gedurende de eerste twee, drie weken. Laat hem daarna iets minder vaak uit. Op deze manier krijgt de pup de mogelijkheid om het lichaamsritme op bepaalde tijden in te stellen;

  • Houd de pup goed in de gaten ongeveer 10 - 15 minuten voordat het tijd is om uit te gaan, zodat hij niet uit verveling binnen plast. Zorg ook dat hij zich in die tijd nergens druk over maakt;

  • Ga gerust elke keer naar hetzelfde plekje. Het is een voordeel als het een beetje beschut en afgelegen ligt, zodat hij niet gestoord kan worden. U moet de pup langzaam laten wennen om zijn behoefte op minder beschutte plaatsen te doen;

  • Prijs de pup terwijl hij plast of poept, maar niet op zo'n manier, dat hij ermee ophoudt. Het is voldoende om te zeggen "brááf" of "goed zo" en dat op een vriendelijke toon te zeggen;

  • Als hij buiten iets doet, verbind daar dan een commando aan (bijv. "plasje"). Naderhand hebt u er plezier van, dat hij op commando zijn behoefte kan doen, bijv. als u met hem de stad in wilt gaan en hem ervoor nog even kan laten plassen/poepen, daar waar het wel kan;

  • Probeer binnen plassen/poepen te voorkómen, in plaats van het te laten gebeuren en het dan te bestraffen;

  • Laat uw pup 's avonds zo laat mogelijk en 's morgens zo vroeg mogelijk uit.

Als het toch nodig lijkt om te straffen, begin hier dan zo laat mogelijk mee, op zijn vroegst 'n aantal weken na de eerste geprezen oefeningen. Introduceer de straf geleidelijk aan door hem eerst rustig een verwijt te maken en daarna de toon steeds meer te verscherpen. Zorg dat de pup wordt gestraft op het moment dat hij zijn misstap begaat, anders wordt het gewenste resultaat niet bereikt. Dus nooit achteraf, als u bijv. ergens een plasje vindt. De pup brengt uw reactie alleen in verband met iets dat op hetzelfde moment gebeurt. Hij is niet in staat om uw gemopper te koppelen aan iets dat 10 seconden of langer geleden gebeurde.

 

Denk erom: uw pup wordt niet zindelijk door hem met zijn neus door de poep en plas te halen!

 

Pas wanneer de pup het nut heeft leren inzien om zijn behoeften buiten te doen, kunt u hem leren, dat het verboden is het binnen te doen. De pup moet eerst leren wat het verschil is.

 

Voeding - hoeveelheid, aantal maaltijden per dag en tips

Hoe vaak moet mijn pup eten? 

• pup van 2-4½ maand: het beste is, dat u uw pup 4 keer per dag eten geeft, bijv. om 8-12-16-20 uur. 

U kunt het ook in bijv. 3 of 2 keer doen, maar dan is de hoeveelheid voer in één keer zo groot. Het is voor de pup te vermoeiend en bovendien is de kans op maagkanteling aanwezig.

• pup vanaf 4½ maand (van de grotere rassen) of vanaf 6 maanden (kleinere rassen): 3 x per dag eten geven, bijv. om 8-13-18 uur.

• vanaf 9 maanden: 2 x per dag, bijv. om 9-18 uur.

 

- Zorg dat er altijd een bak vers drinkwater klaarstaat. Haal deze 's nachts weg.

- Probeer vaste tijden aan te houden. Zorg voor dagelijkse regelmaat.

- Geef de pup een complete, uitgebalanceerde voeding die speciaal aangepast is aan de leeftijd, grootte en voedingsbehoeften van de pup.

- Het is niet de kwantiteit van de voeding, die voor een gezonde hond zorgt, maar de kwaliteit.

- De aanbevolen hoeveelheden voer, aangegeven op de verpakking, zijn een richtlijn voor de gemiddelde hond. Iedere hond is echter een individu met zijn eigen specifieke behoeften. Let dus goed op de conditie (voedingstoestand) van uw pup. Dieren die in hun jeugd al te zwaar zijn, hebben later ook sneller last van overgewicht met alle gezondheidsproblemen van dien.

U moet de ribben door de huid heen kunnen voelen en tellen. Als uw pup te zwaar of te mager wordt, dan kunt u de geadviseerde hoeveelheid voer aanpassen.

Uit wetenschappelijk onderzoek is gebleken, dat een overmaat aan calorieën (energie, vet) het ontstaan van botgroeistoornissen bevordert. Daarom is het van groot belang, dat pups van met name grotere rassen in hun eerste levensjaar niet te dik worden.

Tijdens de groei moet de hoeveelheid voer worden bijgesteld, afhankelijk van de gewichtstoename, gewichtsafname en de conditie. Daarom raad ik u aan om uw pup om de 2 weken te wegen. U kunt daarvoor naar de dierenarts gaan, maar u kunt het ook thuis doen. Weeg eerst uzelf, en kijk daarna wat het gewicht van u samen met uw pup is; het verschil is het gewicht van de pup.

- Wees voorzichtig met toevoegingen zoals kalkpreparaten en vitaminen. Als u een compleet hondenvoer geeft, is dit niet nodig. Bovendien kunnen supplementen de balans in de voeding verstoren.

- De hond, van nature een roedeldier, zal zijn leiderschap proberen te manifesteren door bijv. als eerste te eten. Uw gezin is zijn roedel. Om te vermijden dat uw hond zich als de leider van de roedel beschouwt, eet u eerst en daarna krijgt uw pup zijn eten. Neem zijn voerbak weg na de maaltijd. Laat het voer niet de hele dag staan.

- Ik schreef hierboven: geef een hond vanaf 9 maanden 2x per dag te eten. Heel veel mensen (een "oude volkswijsheid") menen nog steeds: de hond heeft slechts één grote maaltijd per dag nodig. Mis! Een volwassen hond kunt u het beste minstens twee keer per dag voeren.

Een eerste punt is het maagdarmstelsel: twee kleinere maaltijden worden veel beter verteerd. Een grote maaltijd heeft vaak het uitbraken van de hele maaltijd tot gevolg, of braken tussendoor omdat verteringssappen actief zijn zonder dat er voedsel aanwezig is in het maagdarmkanaal.

Een ander gevaar is de beruchte "maagdilatatie en -kanteling" bij grotere rassen (frequent bij Dobermann, Boxer, Engelse Bulldog, doch elke hond kan het in principe meemaken).

Een grote hoeveelheid voer in 1 keer in de maag, kan een behoorlijke rol spelen in het ontstaan van maagkanteling/-dilatatie. Daarom beter voorkomen dan genezen: minstens twee kleinere maaltijden per dag en een uurtje rust na de maaltijd.

 

De meeste fokkers geven voer mee, wat de pup gewend is te eten. Als u over wilt gaan op een ander merk, doe dat dan geleidelijk aan, zodat het puppymaagje niet overstuur raakt: eerst ¾ deel oud en ¼ deel nieuw voer, dan half om half, dan ¼ oud en ¾ nieuw, en tot slot alle brokjes van het complete hondenvoer waarop u bent overgegaan.

 

Al uw pup schrokkerig eet (=lucht slikken!!!), voer dan van een standaard, of leg een grote afgeronde steen in de etensbak om het schrokken tegen te gaan. Dit ter preventie van een maagkanteling.

 

Puppybijten

Eén van de meest voorkomende klachten van puppybaasjes is, dat hun pup bijt. Puppy's spelen in het nest met hun mama en nestgenootjes en bijten daarbij in de oren, poten en staart. Onderling corrigeren ze elkaar hierbij: als het te hard gaat, wordt er gepiept en gekrijst en laat de bijtende pup van schrik los. Moeder corrigeert de te hard bijtende pup door een snauw te geven.  Het is aan de nieuwe puppyeigenaar om het aanleren van deze bijtrem door te voeren.

Helaas gaat het meestal in de eerste dagen al mis. Veel mensen vinden het wel lief als het pupje aan veters knaagt en in de broekspijp hangt. "Ach wat schattig!", is dan vaak de reactie. In de les zie ik zelfs, dat mensen hun handen in het bekkie van de pup stoppen om ze te laten knagen.

Het wordt minder leuk als de pup wat ouder wordt en er schade gaat ontstaan aan kleding en handen.

De pup moet gaan leren, dat hard bijten niet acceptabel is, ook niet tijdens het spelen. Een verouderde methode om dit af te leren, is het omsluiten van de bek van de pup en er stevig op duwen. Deze methode is minder effectief gebleken. Het kan zelfs de pup bang maken voor zijn baas en kan de pup in een nog agressievere bijter veranderen.

De spelletjes die gespeeld worden met de pup en de manier waarop deze gepeeld worden, zijn van grote invloed op het bijtgedrag. Ruw spelen, zoals trekspelletjes, tegen de pup aanduwen en de hond achter u of de kinderen aan laten rennen, zorgen voor een verhoging van de adrenalineconcentratie in de pup. Hierdoor zal het bijten alleen maar erger worden. Dit 'agressieve' spelen wordt bij sommige hondensportverenigingen gebruikt om honden op te leiden voor pakwerk!

Laat uw kinderen daarom nooit zonder toezicht alleen met de pup en laat ze al helemaal niet alleen spelen met de pup. Het risico op een huilend kind is namelijk erg groot als het spel te wild wordt.

 

Waarom bijt een pup?

Ten eerste omdat hij dit heeft geleerd in het nest. Lekker spelen met de nestgenoten en moeder. Maar honden begrijpen elkaar beter dan dat mensen dat doen en grenzen worden onderling daarom niet vaak overschreden.

Ten tweede hebben honden geen handen en onderzoeken alles door er op te bijten. Wat is dit? Hoe smaakt het? Reageert het? Alles gaat in het bekkie.

Ten derde vinden pups het ook gewoon lekker om ergens op te bijten. Wetenschappelijk onderzoek heeft aangetoond, dat bij honden die ergens op kauwen een bepaalde rustgevende stof in de hersenen wordt afgegeven, waardoor de hond zich prettig gaat voelen.

Tenslotte: bij het tandjes wisselen (tussen de 3e en 9e maand) kan het bijten de pijn, die de pup ervaart door het wisselen, verzachten. Genoeg redenen dus om de tanden overal eens flink in te zetten.

 

Wat te doen om dit speelse bijtgedrag af te leren?

Zoals bij elk probleemgedrag, stopt het speelbijten van de pup als er voor de pup een alternatieve manier wordt gevonden.  Het hangt van de hond af welke methode het beste werkt.

a) Weglopen

Als de pup te wild gaat spelen en dus te hard gaat bijten, stopt u zonder iets te zeggen met het spel. U staat op, kijkt niet naar de pup, zegt niets en loopt de kamer uit. Als u dit consequent doet, gaan de meeste pups de link leggen tussen het hard bijten en de baas die wegloopt. Dit vindt de pup verschrikkelijk en zal dus minder gaan bijten (want anders loopt de baas weg).

Deze methode is ook ideaal als de pup steeds in uw kleding hangt. Loop maar gewoon weg, negeer de pup en kom na 2 minuten weer de kamer in. Doet hij het weer, dan loop maar weer weg. Bij de meeste pups valt het kwartje na een aantal keer. Maar dan moet deze methode wel consequent uitgevoerd worden! Neem er dus de tijd voor en doe dit niet 's morgens als u weg moet en haast heeft.

b) Een schreeuw geven

Als uw timing goed is, kunt u een harde schreeuw ("Au!") geven op het moment dat de pup te hard bijt. Doet u dit net te laat, wordt de hond gecorrigeerd als hij los laat en dat werkt averechts. Gebruik altijd hetzelfde woord met dezelfde intonatie.

Als de pup van schrik stopt met bijten, beloont u de pup rustig na 5 seconden wachten, want als u te uitbundig gaat belonen, wordt de pup weer opgewonden en kan hij weer gaan bijten. De 5 seconden zorgen voor de loskoppeling van het bijten en de beloning en voor een koppeling tussen het niet-bijten en belonen. Dit belonen mag niet vergeten worden! Het bijten wordt gestraft, maar belangrijker is dat het niet-bijten ook beloond wordt.

c) Bevriezen

Als de pup in uw hand of kleding bijt, bevriest u. Niet bewegen, niet de hond aankijken en niets zeggen. U bevriest letterlijk! Veel honden weten dan niet wat hun overkomt. Als de pup stopt met bijten, beloont u hem na 5 seconden rustig. Begint hij weer te bijten, bevriest u weer. De hond gaat nu de link leggen tussen bijten en geen aandacht meer krijgen.

d) De pup laten zitten

Zodra de pup gaat bijten, haalt u datgene waar hij op bijt weg en geeft u het commando 'zit'. Als hij dit doet, beloont hem rustig met uw stem of een brokje. Als hij zit, geeft u hem een speeltje of knook waar hij wel op mag bijten. Voorwaarde voor deze methode is, dat de pup het commando 'zit' kent. Door de pup af te leiden van het negatieve gedrag en hem te belonen na het positieve gedrag (het zitten), zal het bijten meestal snel minder worden. 

 

Als de pup op meubelen bijt of andere dingen kapotmaakt, kan een bench uitkomst bieden. Voorkomen is vaak beter.

 

Voor alle methoden geldt: consequentie is het sleutelwoord! Alle gezinsleden, vrienden en familie moeten de bijtgewoonte op dezelfde manier gaan doorbreken. En hoe eerder u ermee begint, des te sneller de pup het doorheeft en hoe korter de hond de tijd heeft om van dit speelse bijten een gewoonte te maken. Hoe langer de hond het gedrag vertoont, des te moeilijker het vaak is deze gewoonte te doorbreken.

 

Hoelang mag ik met een pup wandelen?

In het begin is uw huis en tuin voldoende voor uw pup. Wilt u dit niet, zorg dan dat u niet te ver gaat lopen met uw puppy. Misschien denkt u nu: "Maar ik heb juist een hond gekocht om er lekker mee te kunnen wandelen". Toch zult u dit nog even uit moeten stellen.

 

In het begin zal uw puppy het heel vreemd vinden om iets om zijn nek te dragen. Wen uw puppy daarom eerst aan het dragen van een zachte halsband. Soms heeft de pup al een soort bandje bij de fokker om gehad, ieder z'n eigen kleur, zodat hij weet wie wie is. Is dit het geval, dan hebt u het al 'n beetje makkelijker. 

U doet het in huis afwisselend om en af. In het begin zal de pup zich vaak krabben bij het halsbandje, maar zet toch door.

Na een poosje bevestigt u een korte, lichte riem aan de halsband. Geen ketting maar een gewoon leren of stoffen lijntje. 

Begin binnenshuis met het leren lopen aan de lijn. Lijn uw pup aan en lok hem met vriendelijke woorden of een brokje naar u toe. Uw eerste rondjes probeert u in de kamer of in de tuin. Denk eraan, dat de pup nog helemaal niet weet wat er van hem verwacht wordt en dat hij wandelen aan een lijntje eigenlijk helemaal zo leuk niet vindt. Het levert wel komische situaties op.

Op een gegeven moment merkt u, dat hij het door uw enthousiasme leuk begint te vinden, en dan kunt u de stap "naar buiten" maken.

 

Een jonge hond heeft erg veel rust nodig. Hij heeft nog bijna al zijn energie nodig om te groeien. Bovendien heeft hij nog zwakke botten en gewrichten. Deze bereiken pas hun volle stevigheid als de hond volgroeid is. Voor die tijd kunnen te veel of verkeerde beweging(en) problemen veroorzaken waarvan de hond vroeg of laat behoorlijk last krijgt.
Laat hem dan ook rustig liggen als hij slaapt. Als hij wakker wordt, begint hij vanzelf weer te spelen. Zeg dit ook tegen de kinderen!

Tot de leeftijd van 5 à 6 maanden mag hij niet te veel lopen, vijf keer een wandeling van een kwartiertje is meer dan genoeg en veel beter dan bijvoorbeeld een halfuur achter elkaar. Na 6 maanden kunnen de wandelingen wat langer worden.

Een goede vuistregel is: de pup mag niet langer aan de lijn lopen dan 5 min. per levensmaand dat hij oud is; dus een hond van 8 weken mag 10 min. (achter elkaar) aan de lijn wandelen. Denk er goed aan, dat wanneer u uw pup laat rennen, hij in 10 min. veel meer beweging krijgt dan dat hij aan de lijn zou lopen, m.a.w. laat u uw pup los, dan geldt bovenstaande vuistregel natuurlijk niet, dat zou teveel voor de pup zijn.
Er zijn nogal wat meer soorten beweging die je bij de pup en de jonge hond moet zien te vermijden:

  • spelen en rennen op gladde vloeren;

  • spelen met teveel abrupte wendingen (niet frisbeeën met 'n jonge hond!);

  • traplopen;

  • springen (bijv. in of uit een auto, op en van de bank);

  • lopen en rennen op los, mul zand (strand!);

  • mee joggen;

  • mee naast de fiets (het mag hem wel al geleerd worden, maar hele kleine stukjes, terwijl u de fiets aan de hand houdt, om hem een idee te geven wat de bedoeling is); het echte fietsen begint pas later (zie hier).

In het algemeen kun je stellen dat de beweging - zeker de eerste acht maanden - hoofdzakelijk voorwaarts gericht moet zijn en zeker niet opwaarts, neerwaarts of zijwaarts. 

Duw- en trekspelletjes met de pup zijn om twee redenen niet aan te raden: in de eerste plaats is het niet goed voor de ontwikkeling van de gewrichten en in de tweede plaats moet u deze spelletjes ALTIJD van de hond winnen, anders ontwikkelt u zijn dominantie t.o.v. u en wordt de hond moeilijk opvoedbaar.
Overigens weet uw pup zelf beslist niet altijd wanneer hij moet stoppen. Als u vermoedt dat hij doodmoe is, omdat hij al een paar uur flink in de weer is, dan kunt u hem rustig in zijn bench leggen - verplicht rust!

 

Er zijn mensen, die hun pup zonder lijn laten lopen, maar denk eraan dat als de pup iets interessants ziet, hij zo erachter aan rent, en dat kan ook een straat over rennen betekenen.

Een pup ziet echt geen gevaar. U wilt toch niet het risico lopen dat uw hond de oorzaak zou kunnen zijn van een ernstig verkeersongeluk en bovendien daardoor uw hond kwijtraken?

 

Til uw pup niet op als er andere honden aankomen. Hiervan krijgt u angstige en blaffende pups naar andere honden toe.

Stop niet met wandelen als de pup tegenstribbelt. Anders leert de pup dat wanneer hij maar tegenstribbelt, dat de baas dan toch wel toegeeft. Maak er liever een spel van, spreek vrolijk tegen hem, zodat hij weer met u meeloopt.

Voor meer info over 'trekken aan de lijn' en 'pup wil niet mee gaan wandelen': klik hier.

 

Hoe moet een pup worden opgetild?

Til een puppy nooit aan de voorpoten op. Hoe klein of jong een hond ook is, hij is er te zwaar voor. De enige juiste manier om een puppy op te tillen is de volgende: ondersteun hem met één van uw handen onder zijn borst of direct achter de voorpoten. Terwijl u hem optilt, neemt u snel met uw andere hand de voeten van de achterpoten vast en die ondersteunt u ook. Draag de pup rechtop, tegen uw borst. 

Puppies moeten niet door kinderen worden opgetild, want ze gaan er dikwijls niet erg zachtzinnig mee om.

Een oudere hond zult u ook wel eens moeten optillen, bijv. als hij gewond is en u moet hem in de auto leggen om naar de dierenarts te rijden. Dat doet u als volgt: ondersteun hem met uw ene arm vóór of direct achter de voorpoten, en met uw andere arm óf onder z'n billen óf direct voor zijn achterpoten. U moet zelf ondervinden wat voor u het gemakkelijkste is. Ook zware honden kunt u op deze manier optillen.

 

Verzorging

Verzorging houdt o.a. in: inenten (zie vaccinatie), worm- en vlovrij houden, en tandjes nakijken. Kijk via de links op de betreffende pagina's.

Zie ook teken, luizen, mijt, vachtverzorging en verzorging van nagels, oren, ogen, anaalklieren etc.

 

Kam of borstel uw pup regelmatig, zo went hij eraan. Houd bovendien oren, ogen en gebit goed in de gaten, en maak ze schoon zonder overdrijving.

 

Uw puppy verzekeren?

Wie een hond heeft, weet dat zijn verzorging geld kost, daar houdt u rekening mee. Maar doet u dat ook met onvoorziene uitgaven zoals bij ziekte of ongelukken? Het is natuurlijk te hopen, dat het uw hond bespaard blijft.

De kosten die een ziekte of ongeluk van een geliefd huisdier met zich mee kan brengen kunnen namelijk flink oplopen.

En omdat voor steeds meer mensen geldt dat hun hond een onmisbaar onderdeel van het gezin uitmaakt, is een huisdierenverzekering zo gek nog niet. Want je moet er niet aan denken dat je door hoge medische kosten je lievelingsdier niet kan helpen.

Er zijn verschillende verzekeraars die polissen aanbieden die medische kosten dekken. Er zijn aparte verwondingen- of ongevallenverzekeringen.

Als u van plan bent een ziektekostenverzekering af te sluiten, dan kunt u uw hond het best verzekeren als hij nog jong en gezond is. Dat is goedkoper en u krijgt niet te maken met clausules.

Ook is het verstandig om bij de diverse aanbieders van ongevallen- en ziektekostenverzekeringen voor dieren een offerte aan te vragen.

Zet de verschillende polissen van de verschillende dierenverzekeringen eens op een rijtje om te kijken welke verzekering het beste bij uw situatie past om zo de juiste keuze te maken.

Er zijn een paar 'hondenverzekeringen', die onder verschillende namen opereren. Verzekeringen waarbij u eens op hun website kunt kijken, zijn bijv. Proteq Dier & Zorg, Petplan, Kruidvat, Nationaal Spaarfonds, Briass, Interplein en Pico Bello. Sinds begin '07 is failliet: Dier en Polis of Dier Enzo.

Ga na of de verzekeraar is aangesloten bij het Klachteninstituut Financiële dienstverlening (Kifid). De verzekeraars die zijn aangesloten, hebben zich verplicht een bepaald kwaliteitsniveau te leveren. Als u toch klachten hebt over zo'n verzekeraar, kunt u terecht bij het Kifid.

Let goed op het pakket dat u wilt, want er komen achteraf vaak klachten over bijv. een beperkte ziektekostendekking (zie hier en hier). Dat heeft er o.a. toe geleid dat NHZ (of Animas of Dierenknip) in juli '06 failliet ging. Gedupeerden kunnen zich melden.

Ook is het mogelijk dat er een eigen risico geldt, middels een vast bedrag of een percentage van iedere nota.

Op de site van de Tijdschrift voor Diergeneeskunde (afl. juli 2007), Huisdierenverzekeringen, Verzeker je huisdier en Dierverzekeringvergelijk staan vergelijkende overzichten van de diverse verzekeringen, niet alleen bijv. dierenziektekostenverzekeringen, maar ook tandartskosten-, ongevallen-, crematie- en reisverzekering voor dieren. Overweegt u een ziektekostenverzekering voor uw huisdier af te sluiten of te veranderen van verzekering? Bezoek dan een van deze websites.

Ook de Ombudsman heeft de werkwijze van verschillende maatschappijen onderzocht en geeft tips voor het afsluiten van een huisdierenverzekering.

 

Om een goede keuze te maken zet ik de voor- en nadelen van een verzekering voor u op een rijtje:

Voordelen

Het voordeel is dat u als u met uw hond naar de dierenarts gaat, u een deel van de kosten terugkrijgt. Hoeveel, dat hangt af van de polis en de verzekeringsmaatschappij.

Als uw hond ziek wordt en medicijnen nodig heeft, dan kan dit al snel in de papieren lopen. Zeker bij een grote hond kan een simpele infectie al heel duur uitpakken. Als de hond dan verzekerd is, krijgt u een deel van dit geld terug van de verzekering.

Door een huisdier te verzekeren is de kans ook groter, dat er bijtijds ingegrepen wordt, waardoor een probleem minder snel escaleert.

In sommige pakketten is de castratie van honden opgenomen. Zeker bij de castratie van een teefje is dit erg voordelig.

Uiteindelijk is het ook fijn om te weten dat als uw hond echt ernstig ziek wordt, u zich in ieder geval minder zorgen hoeft te maken over hoge dierenartsrekeningen.

Nadelen

Natuurlijk zijn er ook nadelen. Zo worden sommige aandoeningen voor sommige rassen uitgesloten. Een voorbeeld hiervan kan zijn dat een West Highland White Terriër uitgesloten wordt voor huidproblemen, omdat dit vaak voorkomt.

Al bestaande problemen worden ook niet vergoed. Vaccinaties worden meestal niet vergoed, en ook de dieetvoeding en voedingssupplementen niet.

Het is goed om u van te voren goed te laten informeren wat wel en niet vergoed wordt. Zo komt u niet voor verrassingen te staan.

 

Pup / hond maakt brokken

Kijk of uw WA-verzekering de schade dekt die (indirect) door uw hond wordt aangericht, want hij kan ongewild schade veroorzaken om allerlei redenen. Als de polis onduidelijk is, informeer ernaar en vraag eventueel een schriftelijke bevestiging.

 

Opvoeding en gedrag

Het is niet zo, dat de jonge hond nooit iets verkeerd doet. Maar u moet zich voortdurend realiseren dat het begrip "waarde" voor hem geen betekenis heeft. Als u uw jonge hond thuis alleen achterlaat, kan het zijn dat hij iets stuk gaat bijten. Een dergelijk voorval kan de baas boos maken, een bestraffend "nee" of "foei" is hierbij voldoende. Echt straffen is alleen zinvol als u de hond op heterdaad betrapt. 

Bedenk wel, dat uw jonge pup nog heel veel moet leren, alles is nieuw, dus beloon hem voor goed gedrag en straf hem liever niet (geen tik of iets dergelijks, wel een evt. "nee" of "foei"), want daar houdt u een angstige hond aan over. Geef hem echt de tijd om dingen te leren! En bedenk daarbij dat gezond streng iets anders is dan hard optreden. En bij de opvoeding van honden geldt precies als bij kinderen: geduld is een schone zaak.

Bent u te tolerant dan kan dat een jonge hond in de war brengen. Probeer u te verplaatsen in de situatie van de hond. Een goede baas voor de pup is een vriendelijke aanvoerder van de roedel, waarbij de hond zich veilig voelt, doordat er duidelijke regels zijn. Een echte leider is degene, die niet alleen 'straft', maar die ook beloont bij goed gedrag!

 

Nodig uw pup uit tot spelen. Neem hiervoor bijv. een balletje en lok hem naar u toe. Als hij dan bij u is, beloont u hem uitbundig en speelt even met hem. De pup merkt dan direct hoe aardig u bent en dat is erg belangrijk voor de toekomstige relatie.

Het spel is per definitie een goede methode om de jonge hond goed gedrag aan te leren. Als hij plezier heeft in het spel met zijn baas, kan hij alles aanleren terwijl hij zijn karakter behoudt. U moet er wel voor oppassen, dat de pup niet te moe wordt tijdens het spel, hij zal u niet meer begrijpen en niet meer gehoorzamen.

 

Mensen zijn bevoorrecht met taal: verbaal en non-verbaal. Van lichaamstaal maken wij veel gebruik. De hond is er erg gevoelig voor.

Hij begrijpt gemakkelijker een opdracht door de intonatie van de woorden. Ook is hij ontvankelijk voor de verschillende aanduidingen die voortkomen uit het gehele lichaam, zoals gebaren, geuren en gezichtsexpressie.

Een commando moet vergezeld zijn van zijn naam. U roept de naam en heeft daardoor de aandacht van uw hond. Direct daarna volgt een kort en duidelijk commando, liefst met een hoge en vrolijke stem. In het begin is hij ondeugend en omzeilt hij de opdracht die u hem geeft. Wanneer de pup het ziet als een spel, zal het opvolgen van de commando's snel beter worden. Beloon hem als hij iets goed gedaan heeft; u kunt dit doen door hem een aai of een beloningsbrokje te geven, of door "braaf" te zeggen.

Corrigeren geschiedt door de woorden "foei" of "nee". Corrigeer bij een pup niet door stemverheffing of een tik, hij moet immers nog zoveel leren. Het is sowieso niet nodig om te schreeuwen, want zijn gehoor is erg gevoelig. Het is eveneens nutteloos om dingen tegen hem te zeggen, die hij niet kan begrijpen. Om de aandacht van de pup te krijgen, is het roepen van zijn naam voldoende.

Corrigeer nooit als de hond niet meteen maar pas na een tijdje eindelijk bij u gekomen is, hij zal "komen" en "straf" dan met elkaar associëren, en komt dus niet meer. Hoe moeilijk het misschien ook voor u is: komt uw hond eindelijk, prijs dan het naar u toekomen.

Denk eraan om alleen te corrigeren als u de pup op heterdaad betrapt.

Met de opvoeding van uw pup moet u op elk moment van de dag bezig zijn. Beetje bij beetje, dag in dag uit, niet alleen tijdens het uitgaan. Het is beter om bijv. 3 keer per dag kort te oefenen dan 1 keer een lange periode.

 

Maak duidelijke afspraken binnen het gezin welke commando's gebruikt gaan worden, zodat uw pup naar één commando leert luisteren en niet in de war raakt door allerlei verschillende commando's.

 

Commando's moeten corresponderen met een natuurlijke lichaamshouding. Ze moeten iedere keer met een vriendelijke stem herhaald worden, zo leert uw pup het vlugst. Wanneer hij gehoorzaamt, complimenteer hem dan uitbundig. Uw vriendelijkheid is de beste beloning! 

En u zal het voldoening geven als uw hond na verloop van tijd goed luistert en u hem overal mee naar toe kunt nemen.

 

Troost nooit uw pup als hij ergens bang voor is of schrikt. Hiermee bevestigt u zijn angst.

 

Een aantal tips op een rijtje:

  • Beloon het goede gedrag met een brokje, knuffel of een prijzend woord, beloond gedrag wordt sneller herhaald;

  • Probeer alle ongewenste gedragingen te voorkomen, afleren is veel moeilijker;

  • Begin zo vroeg mogelijk met de opvoeding van uw pup: leer hem wat hij wel en niet mag in huis, en denk niet, hij is nog zo klein, dat komt later wel;

  • Blijf consequent bij de opvoeding en denk niet dat uw pup vanzelf wel bijleert;

  • Gebruik steeds dezelfde korte duidelijke woordjes als commando's (en niet alleen u, maar alle gezinsleden);

  • Oefen niet te lang achter elkaar;

  • Heb geduld!

Nog wat opvoedingstips

Neem in het begin (zeker in de periode tot 12 weken) uw pup veel mee in de auto, naar drukke plekken zoals het winkelcentrum, de markt, het (school)plein, de kermis, de kinderboerderij en het station, en neem hem ook mee in de lift, langs de drukke weg en met het openbaar vervoer. Laat hem wennen aan vreemde mensen, dik, dun, zwart en blank. Laat hem ook wennen aan kinderen en aan andere honden. We noemen dit socialisatie. Alle indrukken die uw pup in deze periode opdoet, zal hij als normaal gaan beschouwen.

Geef uw pup op voor een puppycursus. Dit is niet alleen erg leerzaam, maar het is ook leuk om met uw pup samen bezig te zijn. Ondertussen leert u veel over het omgaan met uw vriendje. Er is altijd wel een vereniging in de buurt waar u terecht kunt. Wilt u info over onze cursussen, vraag het dan vrijblijvend aan via ons info-formulier of mail ons.

Speel in het begin met uw pup, zeker een paar keer per dag, maar niet te lang achter elkaar. Laat hem slapen als hij slaapt, want een pup heeft zeker in het begin erg veel behoefte aan rust.

 

Rechtstreekse links

Hier geef ik u nog 'n paar rechtstreekse links op onze website, waar ik problemen beschrijf waarover we altijd veel vragen krijgen:

opspringen afleren, alleen leren blijven, aan de riem trekken afleren, pup wil niet wandelen, blaffen, urine laten lopen, benchtraining en hondentaal in tekeningen (de hele pagina is trouwens aan te bevelen).

Verder vindt u nog veel bruikbare links op de wetenswaardighedenpagina en in het Menu bij "Kynologie".

U kunt overigens altijd via de zoekmachine van de site iets opzoeken, als u niet weet waar het staat.

 

Straf een pup nóóit op de plek waar hij zich veilig voelt, zoals zijn mand of bench

 

Terug naar de knoppen op "Wetenswaardigheden".

          

Puppy's.

 

                                                                                                                                  Naar de 16e pagina "Wetenswaardigheden".

Terug naar 'Wetenswaardigheden'.

© Copyright by Yvonne Soomers-Marell