Menu-knop.

 

Wetenswaardigheden 13

                                  

Kanker bij honden

Is een behandeling acceptabel?

 

Wist u dat kanker de meest voorkomende ziekte en de belangrijkste doodsoorzaak bij de hond is?

Onze honden worden steeds ouder en toename van de gemiddelde leeftijd is de voornaamste reden voor het steeds vaker optreden van deze ziekte. Net zoals bij de mens neemt de kans op het krijgen van een of andere vorm van kanker toe bij het ouder worden. Uit onderzoek blijkt dat 45% van de honden die ouder zijn dan 10 jaar sterven aan kanker. Maar ook honden onder de 10 jaar worden door deze ziekte getroffen.

De behandeling hiervan heeft de laatste jaren een enorme ontwikkeling doorgemaakt.

Een autoriteit in Nederland op dit gebied is drs. Johan de Vos, dierenarts van De Ottenhorst in Terneuzen (kijk bij "Links"). Zijn werk bestaat voornamelijk uit het behandelen van dieren met kanker. Het uitgangspunt van deze behandeling is "compassionate care", wat o.a. inhoudt dat de kwaliteit van het resterende leven van de hond met kanker zoveel mogelijk is gewaarborgd. Hiernaast is er veel aandacht voor de mens achter het dier. 

 

Inleiding

Dat de behandeling van kanker bij honden met grote sprongen vooruit gaat, hangt o.a. samen met de ontwikkelingen binnen de behandeling van kanker bij mensen. Daarnaast lijken eigenaren van honden steeds meer aandacht te gaan besteden aan de kwaliteit van leven van hun dier, omdat de relatie met de hond de laatste jaren aan het veranderen is. Meer en meer wordt de hond gezien als een volwaardig lid van het gezin. Gezinsleden die recht hebben op de best mogelijke diergeneeskundige behandeling. De eigenaar voelt zich emotioneel veel sterker verbonden met zijn hond en daarmee wordt ook het verantwoordelijkheidsgevoel voor het welzijn van de hond groter.

Behandeling van kanker kan in een aantal gevallen leiden tot genezing. Hiernaast is er, zowel binnen de kankergeneeskunde voor mensen als voor dieren, een andere ontwikkeling gaande. Voor die groep patiënten, waarvoor geen genezing meer haalbaar is, is het door voortdurende ontwikkelingen binnen de oncologie mogelijk om van de ziekte een stabiele, chronische ziekte te maken, waar nog gedurende een relatief lange periode mee kan worden geleefd. Veel verschil met de behandeling van bijv. honden met chronische gewrichtsaandoeningen of hartklepproblemen op oudere leeftijd is er dan niet meer. Dit terwijl vroeger een eigenaar bij de diagnose kanker al snel de beslissing nam om de hond dan maar te laten inslapen.

 

Diagnose: hoe weet ik dat mijn hond kanker heeft?

Voordat een begin kan worden gemaakt met een behandeling, is een diagnose nodig. Deze diagnose bepaalt of en zo ja hoe kan worden behandeld.

De diagnose kanker kan op verschillende manieren worden gesteld, maar er zijn wel overeenkomsten tussen de verschillende soorten kanker. 

Soms ontwikkelt een dier een abnormale knobbel of zwelling. Soms verandert het gedrag: uw hond wordt minder actief, slaapt meer, vertoont moeilijkheden bij het opstaan en gaan liggen, heeft een verminderde eetlust, meer dorst en ga zo maar door. 

 

De Veterinary Cancer Society heeft een lijst opgesteld met de 10 meest voorkomende symptomen die op kanker kunnen wijzen:

  1) Abnormale zwellingen die niet verdwijnen of groter worden;

  2) Zweren die niet genezen;

  3) Gewichtsverlies;

  4) Verlies van eetlust;

  5) Bloedverlies of andere uitvloeiingen uit lichaamsopeningen;

  6) Verspreiding van een onaangename geur;

  7) Problemen met eten of slikken;

  8) Geen zin om te gaan wandelen, spelen of een verminderd uithoudingsvermogen;

  9) Aanhoudende kreupelheid;

10) Problemen met ademhalen, urineren of ontlasten.

Het maakt niet uit welke klacht de hond heeft, bij een van de bovengenoemde klachten dient een vakkundig onderzoek plaats te vinden.

Vroegtijdige diagnose en behandeling zijn van levensbelang.

 

Kanker wordt onderverdeeld in verschillende soorten, bijv. een mastocytoom (mastceltumor. Mastocytomen kunnen macroscopisch lijken op welke andere tumor dan ook en zijn dus op het oog niet te herkennen. Het meest bekende mastocytoom is het cutane type, maar mastocytomen kunnen o.a. ook ontstaan in de neusholte, tussen de musculatuur in de extremiteiten, in de lichaamsholtes en in de melkklieren), een plaveiselcelcarcinoom (kanker van de bovenste cellagen van de huid of sommige slijmvliezen) of een osteosarcoom (botkanker).

Elke groep kent zijn eigen behandelingsmethoden en in toenemende mate ook een voorspelling van het behandelingsresultaat (de prognose).

In eerste instantie moet de soort kanker, het tumortype, worden bepaald. Hiervoor is altijd een biopsie noodzakelijk. Dit wil zeggen, dat de dierenarts moet gaan beslissen op welke manier er weefsel uit het gezwel zal worden gehaald voor verder onderzoek. Het is belangrijk dat het nemen van zo'n biopsie op de juiste wijze wordt uitgevoerd.

Is de naam van de tumor bekend, dan zal de uitbreiding van het proces in het lichaam en de algemene gezondheidstoestand van de patiënt moeten worden bepaald. 

Daarna wordt door de dierenarts in overleg met de eigenaar van de hond besproken of behandeling haalbaar is en hoe het behandelingsprotocol er dan uit gaat zien.

 

Therapieën

Voor de behandeling van kanker bestaan tegenwoordig diverse mogelijkheden. Dit zijn o.a. chirurgie, chemotherapie, hormonale therapie, immunotherapie, radiotherapie (bestraling), nutritionele ondersteuning, fotodynamische therapie en thermotherapie.

Al deze mogelijkheden roepen direct de discussie op of het ethisch verantwoord is om zo ver te gaan in de behandeling van een hond. Het standpunt van Johan de Vos is, dat het onethisch is om een dier een grote chirurgische ingreep te laten ondergaan ter verwijdering van een tumor (bijv. pootamputatie bij botkanker), wetend dat de kans groot is dat er op microscopisch niveau tumorcellen achterblijven en geen nabehandeling uitvoeren.

Maak, indien niet anders mogelijk, van een macroscopisch (zichtbaar/voelbaar) probleem een microscopisch probleem en gebruik chemotherapie of radiotherapie als nabehandeling.

 

Enkele behandelingsmethoden

 

Chirurgie

Tumorchirurgie is nog altijd de meest gebruikte methode om kanker te bestrijden. De tumor zal door de dierenarts zo ruim mogelijk worden weggesneden. De hierdoor ontstane wond moet nog wel kunnen worden gesloten. 

• Als voorbeeld de verwijdering van een mastocytoom in de huid van een poot. Het mastocytoom lijkt op dit moment de meest voorkomende vorm van kanker bij de hond te zijn. Bij chirurgische verwijdering van een mastocytoom moet redelijk veel, ogenschijnlijk gezond ogend weefsel om de tumor heen worden weggenomen. De huid in dit gebied is vaak echter al zo strak gespannen, dat er geen mogelijkheid meer kan zijn om de verschillende huiddelen aan elkaar te hechten. In zulke gevallen zal gebruik worden gemaakt van plastische chirurgie om een nieuwe wondafdekking te creëren. Aangezien de kans aanwezig is, dat in de randen van de ontstane wond toch tumorcellen achterblijven, moet al het verwijderde weefsel worden onderzocht door een patholoog. Wanneer bij dit onderzoek inderdaad tumorcellen worden gevonden in de zogenaamde snijranden, kan de hond in aanmerking komen voor een nabehandeling in de vorm van chemotherapie of radiotherapie.

Opm. mei '09 De afgelopen jaren zijn in internationale 'trials' al veel honden met mastocytomen, de meest voorkomende tumor bij de hond, succesvol behandeld met zgn. receptorblokkers. Binnen 1 jaar zal in ons land deze vorm van behandeling algemeen toegankelijk worden voor honden met mastocytomen.

• Mondholtetumoren bij honden worden vaak in een (veel te) laat stadium ontdekt, terwijl er al sprake is van overmatig speekselverlies, bloedverlies uit de mond en pijn bij het eten. Voor deze vorm van kanker is in een groot aantal gevallen chirurgie de aangewezen methode van behandeling, maar het verwijderen van een klein gezwel zal vanzelfsprekend eenvoudiger en succesvoller zijn dan van een grote tumor. In het laatste geval leidt dit bijna altijd tot verminking of is chirurgie niet meer mogelijk. Een kleine groep dieren kan worden behandeld met chemotherapie en/of bestraling.

Dus alleen wanneer een plaveiselcarcinoom in de mondholte in een zeer vroeg stadium ontdekt wordt, heeft chirurgie nog een kans. Bij wat grotere tumoren helpt in feite niets meer en zijn de dieren ten dode opgeschreven.

 

Chemotherapie

De behandeling d.m.v. chemotherapie bij honden staat binnen de diergeneeskunde nog steeds ter discussie. Eigenaren van honden maken al snel de vergelijking met de hen bekende bijwerkingen bij mensen, zoals kaalheid, braken en doodziek zijn in de periode tijdens en tussen de behandelingen. 

Dit beeld doet zich echter veel minder voor bij de behandeling van honden, omdat gebruik wordt gemaakt van aangepaste, lagere doseringen van de medicijnen. Immers kwaliteit van leven staat bovenaan en de bijwerkingen zoals bekend uit de kankerbehandeling bij mensen, zijn voor dieren niet acceptabel. 

Honden worden niet kaal, met uitzondering van de draadhaar rassen (in het algemeen die rassen, die moeten worden getrimd) en zijn meestal ook niet ziek van de behandeling.

Braken doet zich in ongeveer 30% van de gevallen voor, maar dit kan goed worden bestreden door het geven van medicijnen. 

De algemene principes, die gelden voor honden die worden onderzocht voor en behandeld tegen kanker, zijn dat ze geen pijn mogen lijden, niet mogen braken en geen honger mogen hebben.

Door het gebruik van aangepaste doseringen is het niet altijd zo, dat genezing in het vooruitzicht kan worden gesteld. Wel een verlenging van het leven van de hond en deze periode wordt, door nieuwe inzichten, steeds langer. Voor honden met lymfeklierkanker geldt bijvoorbeeld, dat zeker de helft van deze patiëntengroep m.b.v. chemotherapie het eerste jaar van behandelen overleeft, terwijl zonder behandeling deze dieren vanaf het moment van diagnosestelling nog maar zo'n 6 weken te leven hebben.

Chemotherapie brengt evenwel ook risico's met zich mee, die een effect kunnen hebben op de eigenaar en zijn leefomgeving. Feit is dat de hond wordt behandeld met risicovolle medicijnen om de kankercellen te vernietigen, maar dat deze zelfde medicijnen ook gezonde cellen bij mens en dier kunnen aantasten. Voordat tot deze vorm van behandelen wordt overgegaan dient de eigenaar hierover goed te worden geïnformeerd. Extra voorzichtigheid is noodzakelijk bij contact met het dier, het speeksel, de ontlasting en de urine, in de periode aansluitend op het toedienen van de cytostatica, maar ook wanneer thuis medicijnen moeten worden gegeven. 

De afstand naar het behandelcentrum die regelmatig moet worden afgelegd, kan ook problemen met zich meebrengen.

Een eigenaar die voor chemotherapie kiest, moet vooraf op de hoogte zijn van alle consequenties.

De behandelend dierenarts dient voldoende kennis te hebben over deze vorm van behandelen en voldoende tijd vrij te maken voor voorlichting. 

Een hond met chemotherapie behandelen is niet niets en kan slechts op een beperkt aantal plaatsen in ons land worden uitgevoerd.

 

Hormonale therapie

Hormonale therapie kan de tumor zelf aangrijpen, maar ook dienen om de omgeving van het gezwel te behandelen. Een voorbeeld hiervan is behandeling met bijnierschorshormonen (corticosteroïden), zoals prednisolon. Kanker kan nare en pijnlijke bijwerkingen hebben. Dit wordt o.a. veroorzaakt door een ontstekingsprikkel vanuit de tumor op de omgeving. Zo'n ontsteking, bijvoorbeeld vaak aanwezig rond hersentumoren, kan door deze therapie worden geremd, waardoor tijdelijk de klachten afnemen en het welzijn van het dier kan worden verbeterd.

Anderzijds is het niet aan te bevelen om bij een hond met maligne lymfoom (lymfeklierkanker) al met een behandeling met prednisolon te beginnen, wanneer je als eigenaar chemotherapie overweegt. Starten met een behandeling met corticosteroïden vóór het starten met chemotherapie, verkleint bij deze groep patiënten de kans op succes op lange termijn aanzienlijk.

 

Radiotherapie

Radiotherapie is een andere naam voor bestraling en kan op verschillende manieren plaatsvinden. Het is een behandeling met ioniserende straling, die kan bestaan uit elektromagnetische golven of deeltjes. 

Het doel van radiotherapie is de vernietiging van de tumorcellen onder bescherming van het normale weefsel. Ook hiervoor geldt dat de behandeling kan plaatsvinden met als doel genezing of om het nog resterende deel van het leven van het dier te veraangenamen (zogenaamde palliatieve zorg). Bestraling kan ook weer in combinatie met andere therapieën worden ingesteld.

Radiotherapie is nog slechts beperkt mogelijk in Nederland. Er zijn een aantal praktijken in ons land, die deze behandeling kunnen uitvoeren, weliswaar alleen bij oppervlakkig gelegen tumoren. Voor bestraling van dieper in het lichaam gelegen tumoren moeten de dieren helaas nog altijd naar bestralingsinstituten in Parijs of Zürich. Maar .... vanaf 2010 is het ook in Nederland mogelijk.

Gezelschapsdieren kunnen vanaf januari 2010 bestraald worden tegen kanker. De Universiteitskliniek voor Gezelschapsdieren van de faculteit Diergeneeskunde bouwt daartoe een bestralingsunit.

Jaarlijks worden 70.000 honden en 57.000 katten in Nederland getroffen door kanker. Bij honden gaat het vaak om tumoren in de bek en aan de huid en bij katten in de buikholte. 75% Van deze tumoren kan goed worden behandeld met chirurgie of chemotherapie. Nog eens 30% van de dieren kan overleven na behandeling in de bestralingsbunker.

Tot nu toe kon kanker bij dieren alleen via een chirurgische ingreep of via chemotherapie behandeld worden. "Met de bestralingsbunker maken we ons palet van oncologische behandelingen compleet", zegt Erik Teske, hoofd Oncologie, afdeling Interne Geneeskunde, departement Geneeskunde van Gezelschapsdieren. "Deze unit voor radiotherapeutische behandeling van gezelschapsdieren is de eerste in Nederland."

Naast chirurgie en chemotherapie vormt bestraling (radiotherapie) de derde pilaar voor een optimale behandeling bij verschillende vormen van kanker. In veel gevallen zal bestraling worden geadviseerd in aansluiting op een operatie, maar bij een aantal vormen van kanker is bestraling de enige mogelijke behandelmethode.

Met het storten van het beton werd op 2 juni '09 gestart. Volgens planning is de bestralingsbunker voor de zomer af. "Aangezien de betonnen muren anderhalve meter dik zijn, hebben deze twee maanden nodig om uit te drogen", aldus Teske. "Daarna wordt de bestralingsapparatuur erin geplaatst. Het afstellen en nameten duurt ook 3 tot 4 maanden. Naar verwachting kunnen we in januari 2010 de eerste patiënten ontvangen."

 

Kankerpreventie

Inmiddels is er ook steeds meer kennis over processen die kankerverwekkend zijn. Goede voorlichting kan een preventieve rol spelen in het ontstaan van kanker.

Bij de hond zijn van belang :

Mammatumoren: uit recent onderzoek blijkt, dat er een relatie bestaat tussen het ontstaan van melkkliertumoren en het hormoon progesteron, gevormd in de eierstokken van de teef aansluitend aan de loopsheid of aanwezig in antiloopsheidinjecties. Een castratie (verwijdering van de eierstokken) van de teef voor de eerste of uiterlijk de tweede loopsheid blijkt te prefereren boven antiloopsheidinjecties of het gewoon loops laten worden. Dit is natuurlijk niet weggelegd voor fokteven.

Prostaatcarcinoom: bij het advies een reu te castreren dient rekening te worden gehouden met het feit, dat een gecastreerde reu een verhoogde kans heeft op het ontwikkelen van kwaadaardige prostaatkanker. Een extra hoog risico geldt dan nog eens voor de Bouvier.

Prostaatkanker bij de hond lijkt op die van de mens. De hond is één van de weinige diersoorten waarbij spontaan prostaatkanker (PCA) voorkomt en is daardoor een aantrekkelijk model voor onderzoek naar deze aandoening bij de mens. Veel van de kenmerken van deze ziekte bij de hond komen overeen met de humane equivalent. Echter meerdere aspecten van de pathogenese, diagnose en behandeling van prostaatkanker verschillen tussen de hond en de mens.

Henry L’Eplattenier, die op 9 april '09 op dit onderwerp promoveerde, heeft de pathogenese van PCA bij de hond onderzocht. Hij beschreef de verschillen en overeenkomsten in de pathogenese van PCA bij de hond en de mens.
Daarnaast heeft L’Eplattenier een chirurgische techniek ontwikkeld voor de behandeling van PCA bij de hond. Bij deze behandeling wordt een groot deel van de prostaat verwijderd.

De behandeling is effectief in het verlichten van de klachten, mits er geen ingroei is van de tumor in de plasbuis. Helaas biedt de behandeling geen genezing. Prostaatkanker bij de hond blijft een zeer kwaadaardige ziekte.

Cryptorchidie: niet-ingedaalde testikels hebben geen verhoogde kans op tumoreuze ontaarding, maar het is de ervaring dat indien dit plaatsvindt, het in een veel later stadium wordt ontdekt dan bij wel ingedaalde, met alle gevolgen vandien.

Argumenten tegen preventieve verwijdering van cryptorche testikels zijn in de trant van: een blinde darm verwijder je ook niet preventief voordat er problemen zijn. Aan ieder de keuze hoe te handelen ingeval van cryptorche testikels.

 

Bottumoren bij de hond

Als er bij een hond een bottumor gediagnosticeerd wordt, is dit slecht nieuws. De meeste bottumoren bij honden zijn kwaadaardig. Toch bestaan er grote verschillen in lokalisatie, groeisnelheid en risico op uitzaaiingen. Afhankelijk daarvan kan de overlevingsduur voor elke individuele hond zeer sterk uiteenlopen. In het navolgende stuk ga ik in op de meest voorkomende bottumoren bij de hond.
Osteosarcoom

Dit is de meest voorkomende bottumor bij de hond (80%) en is zeer pijnlijk. Deze tumor komt voornamelijk voor bij grote en zeer grote honden (bijv. Boxer en Rottweiler). De dieren zijn meestal rond de 2 jaar, of rond de 7 jaar oud en reuen zijn vaker aangedaan dan teven.

De tumor bevindt zich meestal in een van de botten van de voor- of achterpoten en de gewrichten zijn eigenlijk nooit betrokken. De symptomen die de hond laat zien, zijn dan ook: een snel verergerende kreupelheid, soms met een locale zwelling en pijnlijkheid bij aanraken van de aangedane plek. Soms kan zelfs de kreupelheid plotseling verergeren, doordat het verzwakte bot op de plek van de tumor breekt. Dit noemen we een pathologische fractuur.

Verder kan de tumor zich bevinden aan de kaak (mandibulair osteosarcoom); deze zijn iets minder kwaadaardig.

Middels het maken van een röntgenfoto kan de diagnose met grote zekerheid worden gesteld. Indien er bij de röntgenologische bevindingen twijfel bestaat over het aanwezig zijn van een tumor of een infectieuze osteomyelitis (= ontsteking van het bot) kan middels het maken van een botbiopt de diagnose met zekerheid worden gesteld. Omdat dit een behoorlijk ingrijpende vorm van diagnostiek is, kan met het maken van röntgenfoto's van de borstholte, als er uitzaaiingen gevonden worden, het aanwezig zijn van een bottumor aannemelijk gemaakt worden.

Afhankelijk van de lokalisatie en uitgebreidheid van de tumor zijn de mogelijkheden voor therapie: wegnemen van het aangedane deel of amputatie van een poot, al dan niet in combinatie met chemotherapie. Al deze vormen van therapie kunnen de ziekte niet genezen, maar zorgen voor een verlenging van de levensduur. De gemiddelde overlevingsduur als het dier niet behandeld wordt of als er alleen een poot geamputeerd wordt of als er alleen chemotherapie wordt toegepast, is 4 maanden.

Als amputatie samen met chemotherapie wordt toegepast, is de gemiddelde overlevingsduur 10 maanden. Als een mandibulair osteosarcoom geopereerd kan worden, is de gemiddelde overlevingsduur 1 jaar (zonder chemotherapie).
Chondrosarcoom
Dit is de tweede meest voorkomende bottumor bij de hond (5-10%). De tumor komt voornamelijk bij de grote rassen voor (Airedales, Dalmatiërs, Collies). De gemiddelde leeftijd waarop de aandoening zich manifesteert is 8 jaar. Reuen en teven zijn even vaak aangedaan.

Een chondrosarcoom is een kwaadaardige tumor die uitgaat van kraakbeen en zich meestal bevindt in de platte botten (schouderblad, ribben, bekken). De tumor kan zich ook bevinden in de botten van de poten of in het neuskraakbeen. De tumor groeit langzamer, maar zaait net zo snel uit als een osteosarcoom. De symptomen zijn afhankelijk van de lokalisatie: kreupelheid, pijn en zwelling rondom het aangetaste bot en neusuitvloeiing.

Op een röntgenfoto is moeilijk onderscheid te maken tussen een osteosarcoom en een chondrosarcoom. Dit kan wel gedaan worden middels een botbiopt. Qua behandeling en prognose is het niet zo belangrijk om onderscheid te maken, omdat deze in beide gevallen in grote lijnen hetzelfde zijn. Röntgenfoto's van de borstkas worden gemaakt om te zien of er sprake is van uitzaaiingen, zodat er een betere inschatting gemaakt kan worden van de levensverwachting van de hond.

Fibrosarcoom 
Een fibrosarcoom is een kwaadaardige tumor, die uitgaat van fibreuze elementen van het bot en er voor zorgt dat een gedeelte van het bot oplost (lees: verdwijnt). De tumor kan uitzaaien naar de longen (klik hier), andere botten, het hart en de lymfeknopen. Meestal ontstaan uitzaaiingen niet zo snel.

Er is geen raspredispositie bekend, maar reuen zijn vaker aangedaan dan teven. De symptomen variëren van een pijnlijke zwelling tot kreupelheid.

Middels een röntgenfoto kan de verdenking op een fibrosarcoom ontstaan, maar via een biopt is de diagnose met zekerheid te stellen. Het is belangrijk om een röntgenfoto van de borstholte te maken en de lymfeknopen te controleren (bij vergroting evt. een biopt nemen) met het oog op uitzaaiingen.

Ook bij een fibrosarcoom is soms chirurgie mogelijk, met of zonder chemotherapie, maar dit kan alleen een verlenging van de levensduur van de hond opleveren en helaas geen genezing.

Synoviaalcel sarcoom

Zelden voorkomende tumor die uitgaat van de weke delen rondom vnl. de grotere gewrichten, zoals elleboog, knie en hak. Door uitbreiding naar de aangrenzende botten kunnen deze oplossen. Het is dus geen primaire bottumor, maar het klinische beeld lijkt hier wel veel op. De honden hebben last van een langzaam verergerende kreupelheid en kunnen stoppen met eten en vermageren. Het aangetaste gewricht wordt warm en dik en bij beweging van het gewricht is het dier extreem pijnlijk.

Röntgenfoto's kunnen een sterke verdenking geven van een synoviaalcel sarcoom, maar middels het nemen van een biopt kan uiteindelijk de diagnose gesteld worden.

Röntgenfoto's van de borstholte dienen gemaakt te worden om te controleren of er uitzaaiingen zijn. Afhankelijk van de uitgebreidheid van de tumor en al dan niet behandelen (amputatie van de aangedane poot) varieert de overlevingsduur van 4 maanden tot 2 jaar. Het is bij deze tumor niet aangetoond, dat chemotherapie bijdraagt aan verlenging van de levensduur.

Tot slot

Wanneer er aan de hand van de klinische symptomen en röntgenfoto's een sterke verdenking op een bottumor bestaat, is dit over het algemeen slecht nieuws. Het hangt sterk af van de wensen van de eigenaar, de leeftijd en het temperament van de hond, de uitgebreidheid van de tumor en de mate van uitzaaiingen of er nadere diagnostiek moet worden gedaan en of er behandeld moet worden. Het nemen van een botbiopt is een behoorlijke ingreep. Het amputeren van een poot is nog veel ingrijpender, alhoewel veel honden zich prima redden op 3 poten. Chemotherapie is niet alleen voor de hond ingrijpend, ook met betrekking tot de omgeving van de hond moet er bewust met deze keuze worden omgegaan. De hond scheidt namelijk tijdens de chemokuur schadelijke stoffen uit, die voor iedereen in de omgeving van het dier, maar vooral voor kinderen en zwangere vrouwen, schadelijk kunnen zijn.

Al met al moeten alle voor- en nadelen van diagnostiek en behandeling bij een hond met een bottumor zorgvuldig afgewogen worden. Helaas is de ziekte niet te genezen, maar er zijn wel mogelijkheden om het leven voor de hond wat aangenamer te maken met behulp van ontstekingsremmers en pijnstillers. Verder kan het leven van de hond mogelijk verlengd worden door chirurgie of chemotherapie.

 

Maagkanker bij de Belgische Herdershond Langhaar

Net zoals mensen, kunnen ook dieren maagkanker krijgen. Maagkanker is met name een probleem bij de Tervuerense herder, maar komt ook voor bij de Groenendaeler en Mechelse herder. Men weet nog niet of deze vorm van kanker erfelijk is en of eventueel andere factoren een rol spelen bij het krijgen van maagkanker. Daarom werd er in 2008 een onderzoek uitgevoerd naar de mate van voorkomen (incidentie) van maagkanker bij de in Nederland aanwezige groep Tervuerense herders.

Het vervelende van deze ziekte bij dieren is, dat het eerste symptoom uitsluitend bestaat uit braken. De meeste eigenaren vinden dat niet direct alarmerend. De hond "heeft iets verkeerds gegeten of is gewoon even niet lekker".

Omdat het braken niet stopt, wordt uiteindelijk de dierenarts ingeschakeld. De maagkanker wordt dan in de meeste gevallen te laat ontdekt, met een fatale afloop voor de patiënt.

Als maagkanker wel op tijd ontdekt wordt, is redding eventueel nog mogelijk d.m.v. een chirurgische ingreep of chemotherapie, maar beiden hebben weinig kans van slagen. Meestal zijn de honden al wat ouder wanneer ze een maagtumor krijgen en indien het gaat om een hond uit de fokkerij, zijn er vaak al nakomelingen. Dit alles maakt deze ziekte tot een potentiële bedreiging voor de Tervuerense herder (onderzochte groep). Om die reden wordt er een vervolgonderzoek gestart, waarbij de onderzoekers zich met name zullen richten op het vinden van de erfelijke oorzaak van deze ziekte.

 

Blaaskanker en kanker van de urethra

Klik hier.

 

Alvleesklierkanker (insulinomen)

Insulinomen zijn gezwellen van de alvleesklier ofwel de pancreas. De leeftijd waarop deze tumor zich bij honden voordoet ligt gemiddeld rond de 9 jaar.

Insulinomen produceren een overmaat aan insuline, waardoor de bloedsuikerspiegel van de hond daalt. Hierdoor kunnen symptomen ontstaan zoals omvallen, epileptische aanvallen, algehele zwakte, verward gedrag, een verminderd uithoudingsvermogen en een dronkemansgang.

Honden met een insulinoom kunnen worden behandeld met medicijnen die enerzijds de afgifte van insuline aan het bloed tegengaan en anderzijds verhinderen dat de weefsels teveel suiker uit het bloed opnemen. Deze medicijnen zorgen echter alleen voor symptoombestrijding. Medicijnen kunnen niet voorkomen dat de tumor uitzaait naar lymfeknopen en lever.

Operatieve verwijdering van het insulinoom en eventuele uitzaaiingen heeft daarom de voorkeur boven medicijnen.

Uit verschillende onderzoeken is gebleken, dat honden die alleen met medicijnen worden behandeld gemiddeld 2½ maand overleven, terwijl honden waarbij het insulinoom wordt verwijderd gemiddeld 1 tot 1½ jaar overleven. Per individuele hond is de overlevingsduur na operatie echter sterk wisselend. Zo zijn er honden die na een operatie binnen 6 maanden overlijden, terwijl andere honden 4 jaar na de operatie nog in leven zijn.

Juist omdat de levensverwachting van honden met een insulinoom voorafgaand aan een operatie moeilijk is in te schatten, wordt aan de Faculteit Diergeneeskunde van de Universiteit Utrecht veel onderzoek aan insulinomen verricht. Floryne Buishand toonde aan, dat op basis van DNA-onderzoek van insulinomen een uitspraak kan worden gedaan over de mate van kwaadaardigheid van de tumor.

Gebleken is dat wanneer een insulinoom een grote hoeveelheid van het enzym pancreas lipase produceert, de levensverwachting van de hond beter is dan wanneer een insulinoom slechts een kleine hoeveelheid hiervan produceert. Dit maakt het in de nabije toekomst wellicht mogelijk, dat op basis van een simpele bloedtest een voorspelling kan worden gedaan over de levensverwachting van de hond. Zo'n bloedtest biedt dierenartsen en hondeneigenaren een belangrijk houvast in de afweging of het insulinoom operatief moet worden verwijderd, of niet. Wordt duidelijk dat de levensverwachting van de patiënt niet hoog is, dan is een behandeling met medicijnen een betere keus dan een dure en voor de hond belastende operatie.

 

Conclusie

De methoden om kanker te behandelen zijn de laatste jaren sterk toegenomen en verbeterd, maar er zal altijd voor gewaakt moeten worden dat verlenging van het leven van de hond met kanker alleen acceptabel is, indien de kwaliteit van dit nog resterende leven is gewaarborgd.

Zie ook terminale zorg en euthanasie.

 

Meer info

Wilt u meer weten over kanker bij honden, lees dan "Pets Living With Cancer: A Pet Owner's Resource" van Robin Downing.

 

Boek R. Downing.                    Ned. vertaling van boek R. Downing.

 

Het hierboven genoemde en getoonde Amerikaanse boek van Robin Downing is in het Nederlands vertaald door Johan de Vos en Stefan Verschuren, en wordt uitgegeven in de Over Dieren reeks onder de titel "Gezelschapsdieren, Leven met Kanker" door Welzo Media Productions b.v. te Warffum, ISBN 90-5821-178-9. Het boekje is verkrijgbaar voor de prijs van €6,95 bij dierenspeciaalzaken, boekhandels, dierenartsen of bij de uitgever zelf.

 

Nederlands KankerFonds voor Dieren (NKFD)

Eén op de drie honden in Nederland zal in de loop van zijn of haar leven kanker krijgen. Dit percentage komt overeen met dat van de mens. Evenals bij de mens is de kans op genezing van kanker bij dieren ongeveer 50%. Een toenemend aantal dieren, voor wie volledige genezing niet meer mogelijk is, blijft dankzij de nieuwe ontwikkelingen binnen de veterinaire oncologie wel steeds langer leven.

Het Nederlands KankerFonds voor Dieren (NKFD) is een stichting met maar één doel: dieren helpen in de strijd tegen kanker. Want naarmate onze dieren ouder worden, neemt ook bij hen het risico van kanker toe. Per jaar krijgen in ons land ongeveer 70.000 honden en vele tienduizenden katten één of andere vorm van kanker. Kanker is nu de belangrijkste doodsoorzaak bij honden. Maar kanker bij ons geliefde huisdier betekent lang niet meer altijd het einde.

Het Nederlands KankerFonds voor Dieren heeft zich als belangrijkste taak gesteld om informatie over kanker te verschaffen aan eigenaren van gezelschapsdieren en over de mogelijkheden van behandeling. Het Fonds richt zich niet alleen op honden en katten, maar ook op paarden, pony's, konijnen en cavia's. Kortom op alle dieren, die in Nederland als gezelschapsdier worden gehouden.

Het geven van informatie over kanker bij gezelschapsdieren is nu de hoogste prioriteit van het Fonds. Want als we niets weten, kunnen we ook niets doen.

Maar daarnaast ondersteunt het NKFD ook het onderwijs over en het wetenschappelijk onderzoek naar kanker bij dieren.

 

De folder "Kanker bij Dieren de Baas" is de eerste uitgave van het Fonds en is tot stand gekomen dankzij de steun van particuliere donaties en het bedrijfsleven.

In de weken na de presentatie kreeg elke dierenkliniek in Nederland 50 gratis exemplaren van deze folder in een speciaal ontwikkelde NKFD balie display.

Daarnaast werden er in een aantal dierenklinieken collectebusjes geplaatst.

Samen met de folder "Kanker bij Dieren de Baas" werd het aantal collectebussen in de tijd erna verder uitgebreid.

Voor kankerbestrijding bij dieren is, net als bij de mens, veel geld nodig. Voor de financiering van haar activiteiten is het Nederlands KankerFonds voor Dieren volledig afhankelijk van donaties.

 

Klinieken waar u terecht kunt

Klik hier voor een overzicht van kankercentra in de Benelux.

Terug naar de knoppen op "Wetenswaardigheden".                 

Kiekeboe.

 

                                                                                                                                  Naar de 14e pagina "Wetenswaardigheden".

Terug naar 'Wetenswaardigheden'.

© Copyright by Yvonne Soomers-Marell

 

Menu-knop.