Wetenswaardigheden 12
|
Waarom begraaft een hond een bot? De wolf Om te begrijpen waarom tamme honden soms botten begraven is het nodig om te kijken hoe wolven in het wild jagen. Kleine prooien zoals muizen worden beslopen, achtervolgd en gegrepen door wolven die alleen en voor zichzelf werken. Bij het grijpen wordt de prooi onder de voorvoeten vastgezet. Dan wordt hij in de bek gegrepen, een paar keer vlug achter elkaar gebeten en dan snel opgeslokt. Iets grotere prooien zoals konijnen worden net zo behandeld. Als een prooi van die afmetingen moeilijkheden geeft kan hij heftig heen en weer worden geschud, maar meestal zijn een paar beten voldoende om hem te doden. Middelgrote dieren zoals schapen en kleine herten worden gedood door beten in de keel. De dood volgt dan binnen enkele minuten. Bij al dit soort dieren, van muizen tot schapen, is opslaan door begraven niet nodig. Zelfs een klein hert kan door enkele wolven snel opgegeten worden. Elke volwassen wolf is in staat bij een enkele maaltijd wel zo'n 8 kilo vlees te verzwelgen en in een periode van 24 uur wel 20 kilo. Slechts bij een heel grote prooi zoals een groot hert, een koe of een paard blijft er bij wolven voedsel over. Zelfs in zulke gevallen echter laten ze het kadaver nadat ze zich hebben volgegeten, meestal liggen waar het ligt, om er later nog eens bij terug te komen. Als de wolvenroedel echter klein is en slechts uit enkele volwassen dieren bestaat, dan kan uit voorzorg grote lappen vlees afgescheurd worden om die in de grond te begraven. Dit beschermt de prooi tegen aaseters, vooral vogels zoals kraaien, raven en gieren. In de zomer wordt het vlees er ook door beschermd tegen vliegen en maden. Gewoonlijk gebeurt dat begraven vlak bij de oorspronkelijke plaats, maar soms worden de brokken vlees naar het leger gedragen en daar verborgen. Het begraven zelf gebeurt door met de nagels en tenen van de voorpoten een holte te graven met het stuk vlees nog tussen de kaken geklemd. Als de holte groot genoeg is, opent de wolf gewoon zijn bek en laat het vlees erin vallen. Daarna duwt hij met zijn snuit de aarde terug. In tegenstelling tot een kat gebruikt hij nooit zijn voorpoten om een gat dat hij gegraven heeft op te vullen. Als het gat helemaal dicht gedekt is, 'stampt' het dier het geheel nog een paar keer aan met zijn snuit en loopt dan weg. De volgende dag komt hij terug, graaft het vlees op met de voorste poten, grijpt het tussen zijn kaken, schudt het eenmaal krachtig om de aarde die eraan kleeft weg te krijgen en gaat het dan liggen opeten.
Onze huishond Om terug te keren naar onze huishond: het is nu gemakkelijk in te zien onder welke omstandigheden de hond de neiging krijgt voedsel te begraven. Op de eerste plaats moet er een overdaad aan voedsel zijn. Een hongerige hond zal, net als zijn voorvader de wolf, zoveel opeten als hij kan. Alleen als er iets over zou blijven, zou hij het in de tuin begraven. Gekocht hondenvoedsel kan, ook in huizen waar de eigenaars hem overvoeden, niet bij het graven van een holte tussen de kaken vastgehouden worden. Dus honden die alleen maar zacht voedsel uit een etensbak te eten krijgen, zullen nooit de gelegenheid hebben iets te begraven. Maar als ze een groot bot krijgen hebben ze eindelijk iets, dat ze weg kunnen dragen en in een gat kunnen stoppen. De reden waarom botten als begraafobjecten zo geliefd zijn is, ook al is de hond niet overvoed en heeft hij geen echt overschot aan voedsel, een groot bot dat hij niet kapot kan krijgen en kan opeten dan toch een stuk voedsel is, dat "op dit moment niet opgegeten kan worden". Deze 'overschoteigenschap' is het die zelfs een hongerige hond tot begraven brengt. Sommige huishonden die met zacht voedsel overvoed zijn kunnen een eigenaardig overblijfsel van het 'voedsel begraven' vertonen. Ze weten dat het overschot in hun voerbak goed voedsel is, maar ze hebben geen honger en dus proberen ze de hele bak in een hoek van de kamer te begraven. In zo'n geval zijn de begraafhandelingen slechts fragmentarisch. Gewoonlijk doet de hond niet veel meer dan met zijn snuit 'bedekbewegingen' te maken. Vaak schuift de bak over de vloer bij deze pogingen. Maar het enige effect is dat de hond het gauw opgeeft. Wat zo'n dier zijn baas hiermee duidelijk maakt, is dat hij teveel eten krijgt. Liever dan het restant aan aaseters over te laten, maakt hij de gebaren van bewaren voor een later gebruik. |
|
Waarom krabt een hond na het produceren van uitwerpselen? Elke hondenbezitter heeft wel eens gezien dat een hond, vooral een reu (maar ook teven doen het), na het produceren van uitwerpselen een paar krachtige krabbewegingen in de grond maakt. Hij gaat een klein eindje van de plek waar de ontlasting terecht is gekomen af staan en krabt een paar keer met krachtige bewegingen van de voorpoten, maar vooral ook van de achterpoten achterwaarts over de grond voor hij verder gaat. Soms wordt dit krabgedrag ook na het plassen vertoond, maar dat is minder algemeen. De oorspronkelijke verklaring van dit gedrag was dat het een overblijfsel moest zijn uit de tijd dat de wilde voorouders van honden hun feces plachten te bedekken, net als katten. Men meende dat door de domesticatie het nuttig effect vrijwel verdwenen was en het nu niet meer was dan een nutteloos overblijfsel van een eens hygiënische maatregel. Dit is echter niet juist gebleken, daar recente waarnemingen van wolven aan het licht hebben gebracht, dat die precies hetzelfde krabgedrag vertonen. Van "afslijten" daarvan door domesticatie is dus geen sprake. Een andere opvatting was dat honden hun feces probeerden te verspreiden, waarmee ze dan hun persoonlijke geur over een groter stuk achterlieten. Dit komt inderdaad bij sommige diersoorten voor. Het nijlpaard bijvoorbeeld heeft een speciaal daartoe afgeplatte staart, die hij tijdens het produceren van uitwerpselen heel snel heen en weer beweegt om de geurige mest tot ver in de omgeving te verspreiden. Maar honden krabben weliswaar vlak bij hun feces, maar ze schijnen altijd te vermijden die aan te raken. Twee andere mogelijke verklaringen blijven nog over. In de eerste plaats is opgemerkt dat in het wild, als wolven in de grond krabben, de bodem en wat er op ligt over een flink oppervlak omgewoeld wordt. Naast het reuksignaal van de uitwerpselen levert dit een voor het oog zeer opvallende aanduiding. Als honden op asfalt of ander hard plaveisel waarop ze tegenwoordig zo vaak worden uitgelaten krabben, dan is het visuele effect van hun gekrab heel gering, maar dat is gewoon pech. In een natuurlijker omgeving zou het visuele signaal sterker werken. Ten tweede, er is al op gewezen (bij "hijgen" en "warm weer") dat de enige goed werkende zweetklieren van een hond tussen zijn tenen zitten en misschien wil hij alleen nog maar wat extra persoonlijke geur toevoegen aan die van de ontlasting. Misschien komt ons dit niet erg waarschijnlijk voor, daar wij de hondenuitwerpselen maar al te goed ruiken en de afscheiding van de teenklieren helemaal niet. In de geurrijke wereld van de honden echter is het heel goed mogelijk, dat deze extra wijze van geur produceren een eigen, aparte mededeling inhoudt, die het wandelen voor uw hond nog fascinerender maakt. Naar alle waarschijnlijkheid spelen zowel de geurfactor als de visuele factor een rol als de hond dat krabben in een natuurlijke omgeving uitvoert. |
|
Waarom licht een hond zijn poot op? Het is nu wel algemeen bekend dat het plassen voor reuen veel meer is dan alleen maar het lozen van afvalstoffen. Als de hond wordt uitgelaten, gaat zijn belangstelling in de eerste plaats uit naar de chemische signalen op geurplekken waar andere reuen hun poot hebben opgelicht en urine hebben achtergelaten. Elke boomstam en lantaarnpaal wordt vol aandacht besnuffeld. Dan, als de geurboodschappen aandachtig gelezen zijn, laat de hond zijn eigen geursignaal achter, waarbij hij het oudere signaal met zijn eigen krachtige geur uitwist.
Wanneer wordt een pootje opgelicht? Als pups hurken zowel mannetjes als vrouwtjes bij het urineren, maar in de puberteit als ze acht à negen maanden oud zijn, beginnen de reuen één van hun achterpoten op te tillen, terwijl ze hun straal urine naar buiten spuiten. Die poot wordt stijf uitgestrekt en het lichaam scheef gehouden, zodat de vloeistofstroom opzij wordt gespoten en niet omlaag naar de grond. De drang om de poot op te lichten is zo groot, dat op een lange wandeling met veel geurplaatsen de urine van een hond soms opraakt en er dus geen straaltje meer geproduceerd kan worden. Bij zo'n gelegenheid zie je een reu soms wanhopig pogingen doen toch nog enkele druppels tevoorschijn te persen om zijn eigen 'visitekaartje' achter te kunnen laten. Zelfs als de blaas helemaal leeg is zullen ze toch nog hun poot blijven oplichten; die handeling is los komen te staan van de behoefte vloeibare afvalstoffen te verwijderen (zich gedragen als een soort macho). Merkwaardig genoeg heeft het ook niets te maken met mannelijke viriliteit. Reuen die voor de puberteit gecastreerd zijn, zullen op dezelfde leeftijd hun poot beginnen op te lichten als zij, die seksueel normaal functioneren. Dus hoewel het een typisch mannelijke handeling is, schijnt het geen verband te houden met het testosteronniveau, wat je eigenlijk wel zou verwachten. Maar hoewel de aanwezigheid van geslachtshormonen dus niet de oorzaak van deze activiteit is, wordt er zonder twijfel wel een bericht omtrent de seksuele conditie van de hond achtergelaten, daar sekshormonen in de urine worden uitgescheiden. Ook zijn er speciale persoonlijke uitscheidingsproducten van de mannelijke anaalklieren, die de geurboodschap voorzien van een eigen merkteken. Er zijn drie redenen aangevoerd waarom het beter is, dat reuen hun poot oplichten dan hurken. De eerste en misschien belangrijkste is, dat de geursignalen zo vers mogelijk gehouden moeten worden. Op de grond is er meer kans op verstoring dan bij 'ophangen' aan verticale objecten. Ten tweede komen de geursignalen op deze wijze op een neushoogte van andere honden terecht, waardoor ze eerder opvallen en gemakkelijker besnuffeld kunnen worden. Ten derde helpt het andere honden en ook de urinerende hond zelf aan een plek, waar ze hun boodschap moeten plaatsen. Je kunt een hond van grote afstand naar een eenzame boom of paal zien lopen om daaraan te gaan snuffelen en vervolgens zijn poot op te lichten. M.a.w. de keuze van verticale objecten helpt het aantal plekken waar geuren gevonden kunnen worden te beperken. Een bijkomstig voordeel van deze methode van geurboodschappen plaatsen is, dat een hond van verre het geslacht van de andere hond kan zien door de lichaamshouding bij het urineren. Hij of zij kan dan beslissen of er contact moet worden gezocht of niet.
Wat voor boodschappen worden nu precies overgebracht door de geur die bij het lichten van de poot worden geplaatst? Daarover bestaan verschillende veronderstellingen en waarschijnlijk zijn ze allemaal juist. De eerste theorie is, dat het een boodschap aan de hond zelf is. Door overal in de omgeving van zijn huis een persoonlijke geur achter te laten, maakt de hond dat gebied tot het zijne. Bij terugkomst zal hij die geur ruiken en weten dat hij op bekend terrein is. Wij voelen ons in ons eigen huis thuis, omdat het vol staat met persoonlijke bezittingen en spulletjes. De hond voelt zich thuis, omdat hij zijn territorium gemarkeerd heeft met zijn eigen 'geurbezit'. De tweede theorie is, dat de boodschap bedoelt is voor andere honden om ze op de hoogte te brengen van de seksuele toestand en de territoriale aanwezigheid van juist deze hond. Hierdoor zouden de seksen tot elkaar gebracht kunnen worden en tevens zouden andere reuen er een waarschuwing in kunnen zien om uit de buurt te blijven. Een hieraan tegengestelde mening is dat honden altijd uiterst geboeid worden door de geur van een andere hond en nooit bevend of angstig achteruit deinzen. Maar het feit dat de tekens niet direct bedreigend zijn wil nog niet zeggen, dat ze niet zouden aangeven dat dit terrein 'bezet' is. Ten derde is er een aparte versie van die laatste theorie die wil zeggen, dat de eigenlijke grond van het plaatsen van geurvlaggen er een van timesharing is. Als groepen honden in het wild in elkaars buurt moeten leven met zo min mogelijk conflicten, dan is het nuttig te weten wanneer en hoe vaak buurgroepen voorbij komen. Daar de sterkte en de kwaliteit van de geurvlaggen afhankelijk zijn van hun versheid, is het mogelijk de frequentie te schatten waarmee andere honden door dit gebied trekken. Dan wordt de timesharing voor een bepaald terrein mogelijk, doordat troepen elkaar de ruimte geven en niet tot directe en mogelijk schadelijke confrontaties hoeven te komen. Uit onderzoek bij vrij rondstruinende dorpshonden is gebleken, dat ze wel twee tot drie uur per dag besteden aan het controleren van alle geurtekens in hun territorium. Dat betekent dagelijkse tochten van verscheidene kilometers, waar elk reukbaken zorgvuldig besnuffeld wordt om de nieuwste boodschappen te lezen. Hoewel dit veel tijd en energie kost, geeft het elke hond in een bepaald dorp een volledige hondenplattegrond van hun terrein met informatie over grootte van de activiteiten, de seksuele gesteldheid en de identiteit van de lokale hondenbevolking.
Lichten teven ook hun poot op? Teven worden over het algemeen geacht nooit hun poot op te lichten, maar strikt genomen is dit niet helemaal waar. Ongeveer een kwart van alle teven zal bij het plassen een achterpoot oplichten, maar de manier waarop verschilt van die van de reu. De teef trekt een van de achterpoten onder het lichaam omhoog en strekt die niet opzij uit. Het gevolg is, dat de urine meer op de grond dan op een verticaal oppervlak terecht komt. Een enkele maal lost ze dit probleem op met een soort onhandig lijkende handstand door achterstevoren tegen een paal of muur op te lopen en dan met beide poten van de grond te plassen. Heel zelden kan ze zelfs op de mannelijke manier haar poot oplichten. |
|
Tips voor de wintersportvakantie (zie ook "sneeuw en ijs" en dierenpaspoort) Ieder jaar als de wintersport weer voor de deur staat, is het de vraag of de hond wel of niet meegaat. Voor de mensen die overwegen om hun hond mee te nemen op wintersportvakantie, hebben we een aantal tips: Zorg onderweg voor voldoende stopplaatsen om de hond even zijn benen te laten strekken en zijn behoefte te laten doen. Geef hem ook de gelegenheid wat fris water te drinken. Wat de bestemming betreft: zoek een skigebied uit, waar ook heel veel langlaufloipes zijn, dan weet u zeker dat er voldoende ruimte is om de hond uit te laten. In hooggelegen gebieden is dat vaak problematisch en dan komt de hond echt te kort. Indien u een verblijf in een appartement heeft, zorg ervoor dat uw hond, wanneer hij alleen is, niets kapot kan maken of kan bevuilen. Neem voldoende oude dekens mee, die over de meubels/bed gelegd kunnen worden. Indien mogelijk kunt u een bench meenemen, zodat de hond zijn eigen slaapplaats heeft. Wanneer u een dag gaat skiën, laat dan eerst de hond voldoende uit, zodat hij kan rennen en zijn behoeften goed kan doen. De eerste dag doet u er verstandig aan uw hond niet te lang alleen te laten. Ook hij moet even wennen aan zijn nieuwe 'huis' en ervan overtuigd zijn dat u weer terugkomt. Uiteraard laat u hem de dagen erna ook niet een hele dag alleen. Probeer uw dag zo in te delen dat u een paar uur afwezig bent en zodra u terugkomt zich weer even op uw hond richt. Dat wil zeggen hem weer flink beweging en aandacht geven. Pas op voor pekel. Dit is erg pijnlijk voor hondenvoeten, neem vaseline mee om de zooltjes preventief in te smeren. Denk aan de nodige entingen en gezondheidsverklaringen (zie ook ons theorieboek, of vraag uw dierenarts). Laat de hond niet teveel sneeuw eten, sommige honden kennen geen limiet. Tenslotte: zorg ervoor dat ook de hond vakantie heeft en niet alleen u zelf. Prettige vakantie! |
© Copyright by Yvonne Soomers-Marell