Wetenswaardigheden 11
|
Het eten van (eigen) ontlasting Honden worden aangetrokken door de lucht van hun ontlasting en zullen af en toe de ontlasting opeten. Als deze nare gewoonte eenmaal is ontstaan, wordt het moeilijk om dit gedrag af te leren.
Coprofagie (coprophagia) Er bestaan verschillende vormen van coprofagie: • interspecifieke coprofagie : poep eten van andere diersoorten, zoals katten, konijnen, paarden en mensen; • intraspecifieke coprofagie : poep eten van de eigen soort, dus honden. Dit wordt weer verdeeld in: • allocoprofagie : poep eten van andere honden; • autocoprofagie : eigen ontlasting eten.
Enkele bevorderende factoren:
• Atavisme Sommige rassen zijn gepredisponeerd, d.w.z. dat sommige rassen door hun genetische afkomst het ongewenste gedrag makkelijker ontwikkelen. Enkele voorbeelden hiervan zijn: Beauceron, jachthonden en poolhonden in het algemeen. Het eten van ontlasting van de pups door de teef is natuurlijk wel als normaal gedrag te beschouwen. • Verveling en stress Door gebrek aan afleiding of een te kleine leefruimte wordt het eten van ontlasting een bezigheid. In een kennel wordt dit gedrag dan al snel gekopieerd door andere honden. • Gebrek aan hygiëne De aanwezigheid van veel uitwerpselen in de kennel lokt als het ware het gedrag uit. • Onverteerbare stoffen in de uitwerpselen Een onvoldoende verteerbaar voer, overvoeding of een tekort aan verteringsenzymen kan aanleiding geven tot de overmatige ontwikkeling van bacteriën in de dikke darm. Onverteerd eiwit of zetmeel kan dan worden uitgescheiden wat dan nog aantrekkelijk ruikt voor de honden. • Lichamelijke oorzaak Bijv. leverontsteking, alvleesklierontsteking of malabsorptie.
Uit het voorgaande volgt, dat er een aantal zaken zijn die we bij het voeren van de honden goed in de gaten moeten houden om het eten van uitwerpselen te voorkomen:
• Kies een hoog verteerbaar voer en voorkom overvoeding; te grote maaltijden ineens verstoren de vertering en veroorzaken bacteriegroei in de dikke darm, vooral pups zijn gevoelig. • Beter twee of drie kleine maaltijden dan één grote. • Speciaal voer, zoals laag koolhydraten of lam/rijst. • Aarzel niet om een hoog energetisch voer te geven als het gedrag blijft bestaan.
Verminder de hoeveelheid voer t.o.v. de geadviseerde hoeveelheid als de hond niet actief is. Vooral granen en plantaardige vezels in overmaat kunnen aanleiding geven tot een slechte vertering. Poolhonden (m.n. de Siberische Husky) die een tekort aan het enzym amylase hebben, zijn hier gevoelig voor. Als de verteringsproblemen berusten op problemen met de eiwitvertering, dan is een hoog vet- en eiwitdieet geen goed advies, de verteringsproblemen moeten dan eerst opgelost worden.
• Isoleer de honden, die uitwerpselen eten van de andere honden, zodat het gedrag niet gekopieerd kan worden. • Probeer een huishond afleiding te geven, laat hem uit en geef hem dingen om op te kauwen of om mee te spelen. • Als het slechts om één hond gaat, dan is het zinvol om de verteringscapaciteit te laten onderzoeken middels functietesten (TLI, B12-test en foliumzuur) om het probleem nader te definiëren. • In de praktijk blijkt dat het geven van biergist het eten van uitwerpselen kan voorkomen; misschien dat de gisten de reuk van de uitwerpselen veranderen. • Als niets meer helpt, dan is het het overwegen waard om de uitwerpselen bijvoorbeeld met peper te bestrooien, zodat het eten een onaangename ervaring wordt (Beter is het natuurlijk om het op te ruimen!).
Huis-, tuin- en keukenmiddeltjes, beslist het proberen waard!
• Geef je hond eenmaal in de week een eierkoek. Het moet echt een eierkoek zijn, een andere helpt niet. Houd dat een maand vol en je hond is van zijn gewoonte af. Blijf de hond ook daarna wekelijks een eierkoek geven. De werkzaamheid schijnt te zitten in het feit dat eierkoeken met ammoniak bereid zouden worden en daarmee een voedselsupplement zouden vormen, waar de hond behoefte aan heeft. • Geef je hond een schijf verse ananas. Waarom niet geprobeerd? Lust de hond het niet, dan eten we het zelf op. Geef de hond een hele week lang elke dag één schijf en dan twee weken niet. Vervolgens weer een week lang een schijf per dag en dan stop. Als de hond na verloop van tijd weer in zijn oude gewoonte mocht terugvallen, start dan het ananasrecept weer op. Wat kan de reden zijn, dat ananas deze uitwerking heeft? Het is bekend, dat ananas naast de vitaminen A, B1 en C ook kalium, calcium, fosfor en bromeline bevat. Dankzij de aanwezigheid van het eiwitsplitsende bromeline bevordert verse ananas ook de spijsvertering. Bromeline is een eiwitleverend ferment (enzym), dat tegenwoordig in geneesmiddelen voor spijsverteringsstoornissen gebruikt wordt. Dit zou dus een verklaring kunnen zijn. Ananas die verhit wordt bevat geen bromeline meer, m.a.w. ananas uit blik of sap uit het pak bevat geen bromeline, dus gebruik voor 'dit recept' verse ananas. Volgens de statistieken staat kwalitatief de ananas uit Hawaï bovenaan, op de voet gevolgd door de ananas uit Florida en Californië, en dalend op de ladder de ananas uit Australië, Taiwan, Filippijnen, Singapore en West Afrika.
Onderzoek
Etholoog Joanne van der Borg heeft onderzoek naar coprofagie gedaan. Er bleken heel veel honden poep van andere diersoorten te eten en in de literatuur worden veel verschillende oorzaken genoemd, zoals tekorten in de voeding, tekort aan thiamine (vitamine B1) of een interne aandoening als exocriene pancreas insufficiëntie. Deze aandoeningen dekken echter niet de omvang van het aantal poep etende honden. Uit een eerste inventarisatie bleek dat 11,4% van de honden hondenpoep eten. Bijna 56% van deze honden eet poep van andere honden en 37,3% eet poep van zichzelf. Van 517 probleemhonden aten er slechts 4 ontlasting van zichzelf én andere honden. Het vervolgonderzoek ging via een vragenlijst, geplaatst op internet. Uit de 2690 bruikbare vragenlijsten kwamen een aantal risicofactoren naar voren, zoals castratie, gulzige eetstijl, het stelen van voer of afval en het vaak eten van oneetbare voorwerpen (pica). Een ander opmerkelijke conclusie is dat vooral honden uit de FCI groep 8 vaker poep eten. Hier moet dan wel de kanttekening gemaakt worden dat er mogelijk sprake is van een interactie met een andere factor, nl. dat het juist de honden uit FCI groep 8 zijn die ook vaker gecastreerd zijn. Er is geen reden om aan te nemen dat dit het geval is, maar uitgebreidere analyses zullen uitwijzen of dit daadwerkelijk zo is.
Slotwoord
Er is een enorme hoeveelheid aan adviezen op internet te vinden om coprofagie te bestrijden, wat wellicht indicatief is voor de wanhoop om dit probleem op te lossen. Deze adviezen variëren van verandering van dieet tot muilkorven en van het gebruiken van de MasterPlus band tot correcties met een schokband. Echter zolang we niet in staat zijn op de juiste wijze vast te stellen wat de oorzaak van 'poep eten' is, is de kans op succes van een therapie zeer klein. Door meer inzicht te hebben in de risicofactoren die een rol spelen bij de verschillende vormen van coprofagie is het mogelijk om eigenaren beter te adviseren bij het voorkomen en oplossen van dit ongewenste gedrag.
Concluderend mogen we stellen, dat het eten van uitwerpselen voor de eigenaar een onaangename en ongewenste vorm van gedrag is, maar dat het voor de hond in feite geen kwaad kan. Anders is het eten van paardenpoep: zie hier. |
|
Waterbehoefte van de hond Water is het belangrijkste bestanddeel van alle levende organismen (70-75%). Het vertegenwoordigt ook het grootste gedeelte van de dagelijkse voeding. Als het organisme water onthouden wordt, dan ontstaat er al snel een staat van uitdroging, gekenmerkt door rimpels in de huid. Als deze zichtbaar worden, dan is er al sprake van een waterverlies van 6%. Levensbedreigende symptomen ontstaan bij een watertekort van 10-12%.
Drinkgedrag Onder normale omstandigheden drinkt de hond alleen overdag; alleen bij een verhoogde waterbehoefte wordt ook 's nachts gedronken. Honden kunnen hun waterbehoefte makkelijker aanpassen aan het watergehalte van het voer dan katten. Zelfs bij snelle wisseling van blik- en droogvoer zijn honden toch in staat om hun totale wateropname per dag constant te houden. Honden zijn goed in staat om een verkregen watertekort snel te herstellen. Tekorten tot 8% kunnen in 1 keer hersteld worden door drinken; het typische daarbij is dat de hond stopt met drinken, nog voordat het water de wanden van het maagdarmkanaal is gepasseerd. Bij katten is dit vermogen beperkt tot 4% watertekort. Het spreekt natuurlijk vanzelf, dat er geen ziekte ten grondslag mag liggen aan het watertekort, dan is dit snelle herstel niet mogelijk.
Waterbehoefte De dagelijkse waterbehoefte bedraagt 30-60 ml/kg lichaamsgewicht. Dit is ongeveer 2,5-3 maal de hoeveelheid droge stof die per dag wordt opgenomen. Verschillende factoren zijn van invloed op de waterbehoefte: • Voeding: de waterbehoefte stijgt licht met het aantal maaltijden per dag; ook een hoog eiwit- en/of zoutgehalte (NaCl) doen de waterbehoefte stijgen. • Fysiologie: jonge honden en volwassen dieren van de kleine rassen hebben een grotere waterbehoefte: 80 ml/kg lichaamsgewicht. Dit wordt veroorzaakt door een hoger stofwisselingsniveau en een slechter vermogen om urine te concentreren. • Ziekte: lichamelijke aandoeningen waarbij vocht verloren gaat, leiden tot een verhoogde waterbehoefte. Te denken valt hierbij o.a. aan diarree, braken, bloedverlies, nierziekten, suikerziekte etc. • Temperatuur: honden zijn nauwelijks in staat om een temperatuursstijging te compenseren door zweten. Om toch af te kunnen koelen gaan ze hijgen, waarbij water verdampt van het oppervlak van de tong. Dit is een doelmatig en snelwerkend mechanisme. Dit houdt echter in, dat honden bij een aanhoudende hoge temperatuur ('s zomers in de auto!) snel kunnen uitdrogen en het gevaar van shock is dan niet denkbeeldig.
Waterbehoefte bij inspanning Inspanning doet de waterbehoefte sterk stijgen ten gevolge van het hijgen. Ook kan een eventueel hoge temperatuur van de omgeving waarin de inspanning plaats vindt, de behoefte doen toenemen. Soms heeft de 'stress' diarree tot gevolg, waarbij ook water verloren gaat. De waterbehoefte neemt met een factor 2 toe bij korte afstandsrennen (1-12 km.) en met een factor 3 bij lange afstandsrennen (>30 km/dag). Als voorbeeld: een sledehond die een wedstrijd loopt in een koud klimaat heeft een waterbehoefte van circa 1 ltr/5 kg lichaamsgewicht. Uitdroging wordt vooral gezien bij honden, die niet in een goede conditie verkeren of honden die lijden aan overgewicht. Als deze honden zich dan toch gaan inspannen, leidt dat tot indikking van het bloed, m.a.w. het haematocriet (rode bloedcel-gehalte) stijgt.
Praktische wenken voor het drinken geven Enkele maatregelen om uitdroging te voorkomen: • bescherm de hond tegen zon en hitte • zorg dat er altijd voldoende vers water ter beschikking van de hond is
Als er lichamelijke prestaties verwacht worden: • training dient plaats te vinden in de koele uren van de dag • na inspanning kleine beetjes water geven; het water mag niet te koud zijn • voeg water aan het droogvoer toe om de wateropname te verhogen; dit is vooral van belang voor Poolhonden die van nature al weinig drinken
In geval van ernstige uitdroging verdient het aanbeveling om electrolytoplossingen toe te voegen aan het water, dat voor en na de prestatie wordt gedronken. Met name electrolyten natrium (Na), kalium (K) en bicarbonaat (HCO3-).
Tot slot iets grappigs Als ik u de vraag stel: "Hoe drinkt uw hond?", dan zullen velen me antwoorden, dat de hond drinkt door van z'n tong een soort lepel te maken. Toch blijkt deze veronderstelling niet juist te zijn. Klik daarvoor het filmpje van Discovery Channel aan. |
|
Overpeinzingen van een dekreu Het is mijn taak om puppy's te verwekken en ik krijg daarvoor 2 kansen. Daarna krijg ik een schouderklopje en er wordt gezegd: "Goed gedaan jongen". En dat was het dan! Het is slechts voor de helft mijn taak om het nageslacht te voorzien van tanden, top line, een goed front, goede vacht etc. Denk eraan: het is slechts voor de helft mijn taak! Puppy's hebben ook een moeder. Mijn taak is het niet om ze te dragen, te zorgen dat ze groeien, ze te bemoederen, ze te voeden en te zorgen dat ze groot en sterk worden. Daar zorgt hun moeder voor en de fokker. Mijn taak is het niet om ze te spenen, ze goed te voeden, te zorgen voor ringtraining en te zorgen dat ze tot de 'echte showhond' gaan behoren! Mijn taak is het niet om een fokplan op te zetten, na te gaan welke combinatie de beste zal zijn, stambomen te bestuderen en te bekijken wie er mag blijven of wie verkocht wordt. Mijn taak is het niet op de juiste plaats te zijn, bij de goede keurmeester en daar waar de beste punten worden verdeeld. Fokker, eigenaar, fokteef en vrienden: trek lering uit het bovenstaande! Mijn taak is het ook niet om een kampioen af te leveren, alleen mijn genen geef ik door. Maar WIE o WIE krijgt er de schuld als de puppy's tegenvallen? |
© Copyright by Yvonne Soomers-Marell