Menu-knop.

 

Alfabetische lijst van Nederlandse en buitenlandse 

kynologische & medische termen en uitdrukkingen

 

I

 

IBD, I.B.D.:

zie IBS.

IBS, I.B.S.:

of Irritable Bowel Syndrome. Letterlijk vertaald: overgevoelige ingewanden syndroom. Men zegt ook: prikkelbaar (spastisch) darm syndroom of pruttelbuik. Het veroorzaakt bijv. chronische diarree. Een dieet zou kunnen helpen. 

Bij IBS vertonen de spieren van de darmen rare samentrekkingen, waardoor het voedsel niet goed verteerd kan worden en diarree vaak het resultaat is. In feite is dit de voorfase van een chronische darmontsteking. Het immuunsysteem is echter nog sterk genoeg, zodat er geen ontsteking aanwezig is. 

De oorzaak weet men niet, maar stress lijkt de hoofdoorzaak. De symptomen: buikkrampen, die ineens ontstaan en ook vanzelf weer verdwijnen, en heftige darmgeluiden die op afstand zijn te horen. Ook telkens weer terugkerende klachten, meestal met een vaste regelmaat. Er is (nog) geen sprake van ontstekingen, het is echt een overmatige beweging van de darmwand. Smakken, likken, gespannen houding en trillen, soms met opgetrokken buik. Tijdelijk even geen eetlust, maar wel gras, planten of aarde eten. Soms braken, soms ook diarree, een diarreebeeld zoals we dat zien bij ICC

IBD daarentegen staat voor Inflammatory Bowel Disease, wat direct vertaald betekent: ontstoken darm ziekte. Vaak worden hiermee chronische darmontstekingen bedoeld.

Zie ook wetenswaardigheden.

ICC, I.C.C.:

of Idiopathische Chronische Colitis is chronische colitis, waarvan de oorzaak onbekend is (idiopathisch betekent oorzaak onbekend). 

Het is chronische (steeds weer terugkerende) diarree, maandenlang, soms zelfs jarenlang. Hevige buikkrampen, die u niet altijd opmerkt, omdat de gemiddelde hond niet zo kinderachtig is. Plotselinge drang, wardoor hij niet meer zindelijk is. En dat vindt hij vreselijk.

Het is waarschijnlijk, dat ICC een vervolg is op IBS gecompliceerd met Clostridium perfringes (bacterie).

Zie ook wetenswaardigheden.

I.C.S.H., ICSH:

          zie LH.

Icterus:

is geelzucht. Het kan door verschillende oorzaken ontstaan.

Wanneer het niet mogelijk is om gal af te voeren naar de twaalfvingerige darm, bijv. bij een afsluiting van de galgangen naar de darm door ingeklemde spoelwormen of galstenen, zal er langzamerhand een overvulling van de galgangen en galblaas ontstaan. In dat geval ontstaat er een overloop naar de bloedbaan. De galkleurstoffen worden dan afgezet in tal van vethoudende weefsels, zoals de vetweefsels zelf, maar ook in de vetlagen van de huid en slijmvliezen, die daardoor geel worden. Dit heet geelzucht of icterus.

Icterus kan ook ontstaan, wanneer er een enorm aanbod is van hemoglobine door een plotselinge vernietiging van bloedcellen. Bij honden kan men denken aan het bloedgroepenantagonisme van bloedgroep A.

Dit is geelzucht, voorkomend vlak na de geboorte. De ziekte wordt herkend aan de oranje-gele kleur van de huid en is te wijten aan de ophoping van bilirubine in het bloed.

Tenslotte kan icterus ontstaan bij een normaal aanbod van af te breken hemoglobine, dat desondanks niet kan worden verwerkt, omdat de leverfuncties ernstig zijn gestoord, bijv. bij levercirrhose, waarbij functioneel leverweefsel vervangen wordt door niet-functioneel bindweefsel.            

Ideale hond:

het beeld dat men voor ogen heeft van een ras, waarbij uiterlijke en innerlijke eigenschappen, voor zover beschreven in de rasstandaard, in optima forma samengaan.

Identificatie:

is in de fokkerij van alle diersoorten nodig, want dieren kunnen, al of niet opzettelijk, heel gemakkelijk verwisseld worden. In de loop der tijden zijn allerlei identificatiemethoden toegepast en in de kynologie de afgelopen jaren vooral het tatoeëren van een registratienummer in de beide oren. 

Sinds 1998 is men echter overgegaan op het zgn. chippen

Idiopathische ziekte:

is een aandoening met onbekende oorzaak; als oorspronkelijke, op zichzelf staande aandoening bestaand, niet het gevolg zijnd van andere aandoeningen.

Iel:

wanneer een hond onvoldoende botsubstantie bezit, spreken we van iel.

IJs en sneeuw:

zie wetenswaardigheden.

IJzer (Fe):

belangrijk element in de rode bloedkleurstof haemoglobine en in de rode spierkleurstof myoglobine. IJzer kan zuurstof binden.

Zie ook zouten en mineralen.

IJzertekort:

zie bloedarmoede.

Ileum:

          laatste deel van de dunne darm; kronkeldarm.

Ileus:

          darmafsluiting, darmobstructie. Zie invaginatie.

Ilium:

          darmbeen, deel van het bekken.

Illyrische herdershond:

wordt ook wel herdershond van Karst of Chara genoemd. De Kraški Ovčar werd reeds in 1689 door Valvasor vermeld. Komt in voormalig Joegoslavië overal voor waar kudden zijn. Vroeger talrijk in Karst en Istrië, thans zeer verbreid in Bosnië, Herzegovina en Zuid-Servië. De beste exemplaren treft men aan nabij de grens van Albanië. Het ras is in 1939 door de FCI erkend.

Immunisatie:

zie vaccinatie, enting.

Immuniseren:

vaccineren, inenten, weerstand geven tegen infectieziekten.

Immuniteit:

          weerstand, weerstandsvermogen. Zie ook vaccinatie.

Immunodeficiëntie:

          tekortschieten van de afweer door gebrek aan immuunstoffen.

Immunologisch:

met betrekking tot onvatbaarheid voor schadelijke invloeden.

Immuun:

niet vatbaar voor een bepaalde (infectie)ziekte of een vergif.

Immuungerelateerde aandoening:

is een aandoening, die wordt veroorzaakt door een overdreven reactie van het immuunsysteem.

Imp. (ENG.):

is een afkorting die op een stamboom kan staan en het wil zeggen dat de hond geïmporteerd is uit het land dat tussen haakjes staat.

Impermeabel:

          ondoordringbaar; i.t.t. permeabel.

Impetigo:

een infectie, die optreedt bij jonge honden van 3-12 maanden oud, vaak puppy-pyoderma genoemd. Deze aandoening manifesteert zich als kleine, met pus gevulde plekken op de buik van de pup, die kapotgaan en gele korstjes achterlaten. 

Importeren van een rashond:

Als u een rashond importeert uit het buitenland, geldt een aparte procedure voor inschrijving in de Nederlandse stamboekhouding.

De eigenaar moet de originele FCI erkende stamboom én eventuele bijbehorende papieren (zie hieronder "Eisen per land") voor alle zekerheid aangetekend toesturen aan de Raad van Beheer, Postbus 75901, 1070 AX Amsterdam. In een brief geeft u aan op wiens naam en adres de hond moet komen te staan. Op de originele stamboom worden gegevens aangebracht, dus een kopie sturen voldoet niet. Maak wel een kopie, maar houd die zelf, voor alle zekerheid.

Voor het inschrijven zijn inschrijvingskosten verschuldigd. De Raad stuurt u daarvoor een nota.

De afdeling Importhonden controleert of de stamboom afkomstig is van een door de FCI erkende stamboekhouding. Is alles in orde, dan krijgt de eigenaar een ontvangstbevestiging, zodat de hond voorlopig als geaccepteerd kan worden beschouwd. Zijn de inschrijvingskosten ontvangen, dan komt een identificeerder van de Raad van Beheer controleren of de hond voldoet aan de op de stamboom vermelde identificatie.

Als een in het land van herkomst geplaatste en op de stamboom vermelde chip bij de dierenarts niet leesbaar zou zijn, mag er ook dan geen andere bijgezet worden. De Raad kan die chip namelijk met speciale apparatuur die ook niet-ISO transponders kan lezen, wel opsporen.

Vervolgens wordt de stamboom gecontroleerd op zijn juistheid en afhankelijk van de afstamming wordt de hond ingeschreven in het hoofdstamboek dan wel in één van de bijlagen.

Na 1 november 2006 ontvangt u een registratiebewijs met uw gegevens als nieuwe eigenaar. Op de originele buitenlandse stamboom wordt een stempel gezet met de datum, het NHSB nummer en de tekst "import Nederland". De adresgegevens van de eigenaar worden niet meer op de buitenlandse stamboom vermeld.

Let u bij de import van een rashond op de onderstaande uitvoeringsregels die gelden t.a.v. de verplicht aanwezige identificatie (chip of tatoeage) op de stamboom/export pedigree en de hond.

Uitvoeringsregels import: vanaf 1 januari 2007 zal de Raad van Beheer importhonden slechts inschrijven in het NHSB als het identificatienummer (chip of tatoeage) van de hond overeenkomt met het nummer op de bijbehorende documenten (stamboom, exportpedigree of anders genaamde officiële FCI erkende documenten).

Met het hanteren van de bovenstaande regel houdt de Raad zich aan de geldende Europese wetgeving, de regels van de FCI en het Kynologisch Reglement.

Voor alle duidelijkheid: als een hond geen chip of tatoeage heeft, mag deze hond niet geïmporteerd worden (d.w.z. de Nederlandse grens niet over) en wordt deze dus ook niet ingeschreven in het NHSB of één van de bijlagen.

De Chipper van de Raad van Beheer zal dus bij het ontbreken van een leesbare identificatie geen chip meer in de hond plaatsen.

De volgende officiële regels zijn van toepassing:

• een hond afkomstig uit een land dat is aangesloten bij de FCI, of afkomstig is uit een land waarvan de stamboekhouding door de FCI wordt erkend, kan slechts worden ingeschreven in het NHSB, als deze hond vergezeld gaat van een exportpedigree;

• het identificatienummer op de stamboom en/of de exportpedigree dient overeen te komen met het identificatienummer van de desbetreffende hond;

• als de onder 1 bedoelde kennelclub geen exportpedigrees afgeeft, dient het identificatienummer in ieder geval op de stamboom te staan en dient dit identificatienummer overeen te komen met het identificatienummer van de desbetreffende hond;

• als de hond moet worden aangekeurd, omdat deze afkomstig is uit een land dat niet is aangesloten bij de FCI, of afkomstig is uit een land waarvan de stamboekhouding niet door de FCI is erkend, dient de aankeuring van de desbetreffende hond niet plaats te vinden dan na overleg met de betreffende rasvereniging en uitdrukkelijke toestemming van de portefeuillehouder I&R;

• om geschillenprocedures e.d. te vermijden wordt een overgangsperiode betracht tot 1 januari 2007 waarin een combinatie wordt gemaakt van wenselijkheid en werkelijkheid, e.e.a. in individuele gevallen te besluiten door de portefeuillehouder I&R in overleg met de betreffende rasvereniging.

NB: Registratie van, fokken met en deelname aan 'officieel' gezondheidsonderzoek ter preventie van erfelijke aandoeningen (HD, ED, Oog-, ooronderzoeken etc.) dient plaats te vinden in het land waar de eigenaar van de hond woonachtig is! Voor meer informatie hierover klik hier.

Eisen per land:

België: de Belgische stamboom van de KMSH Sint Hubertus dient te zijn voorzien van een 'rood' of 'zwart' exportstempel;

Duitsland: de stamboom uitgegeven door de Duitse rasvereniging, of indien er geen rasvereniging is door de VDH, dient te zijn voorzien van een zogenaamde 'Anerkennung für das Ausland', afgegeven door de VDH (Verband für das Deutsche Hundewesen). Aanvulling voor Jachthonden: bepaalde jachthondenrassen mogen in Duitsland op verzoek alleen gecoupeerd worden, indien de eigenaar in het bezit is van een Jachtakte c.q. de honden voor de jacht gebruikt worden. Het couperen is in dit geval dus wettelijk toegestaan;

Oostenrijk: de stamboom dient te zijn voorzien van een zogenaamde 'Anerkennung für das Ausland', afgegeven door de Oostenrijkse Kennelclub;

Zwitserland: de stamboom dient te zijn voorzien van een zogenaamde 'Anerkennung für das Ausland', afgegeven door de Zwitserse Kennelclub;

Frankrijk: er moet een exportpedigree zijn van de Société Centrale Canine;

Italië: geen speciale vereisten, anders dan originele stamboom van de officiële Kennelclub in dat land;

Luxemburg: geen speciale vereisten, anders dan originele stamboom van de officiële Kennelclub in dat land;

Groot-Brittannië: er moet een export pedigree zijn van The Kennel Club. Tevens dient u te beschikken over een registratiebewijs (Registration of Ownership);

Ierland: Export Pedigree Certificate;

Amerika, Canada: er moet een export pedigree zijn van de American Kennel Club of de Canadian Kennel Club tezamen met een formulier van eigendomsoverdracht;

Denemarken: export stempel dient op de stamboom vermeld te zijn van de officiële Kennel Club;

Noorwegen: export stempel dient op de stamboom vermeld te zijn van de officiële Kennel Club;

Zweden: export stempel dient op de stamboom vermeld te zijn van de officiële Kennel Club;

Finland: export stempel dient op de stamboom vermeld te zijn van de officiële Kennel Club;

Spanje: export stempel dient op de stamboom vermeld te zijn van de officiële Kennel Club;

Polen: export stempel dient op de stamboom vermeld te zijn van de officiële Kennel Club;

Slowakije: export stempel dient op de stamboom vermeld te zijn van de officiële Kennel Club;

Slovenië: export stempel dient op de stamboom vermeld te zijn van de officiële Kennel Club;

(Voormalig) Joegoslavië-Servië: export stempel dient op de stamboom vermeld te zijn van de officiële Kennel Club;

Hongarije: er moet een originele stamboom met vermelding 'export' aanwezig zijn;

Tsjechië: export stempel dient op de stamboom vermeld te zijn. Tevens dient er aan de rechterbovenzijde een waarmerk te worden aangebracht door de Tsjechische Kennel Club;

Zuid-Afrika: er moet een export stempel (KUSA) op de stamboom aanwezig zijn.

Niet erkende stambomen: Let op, een afstammingsbewijs dat is afgegeven door een organisatie die niet erkend is door de FCI wordt niet geaccepteerd.

Dit geldt o.a. voor stambomen of afstammingsbewijzen van:

• U.C.I. - Union Cynologique Internationale;

• De verenigingen die bij de U.C.I. aangesloten zijn;

• Belgisch Verbond voor Kynofielen;

• European Club Canine;

• Europaïsche Hundesport Union (E.H.U.);

• UKC United Kennel Club;

ARFE;

• ARFE Europe.

Impotentie:

          onvermogen tot paren van het mannelijk dier. Zie ook: frigiditeit.

Inbreeding:

Engels voor inteelt.

INC:

incongruentie van het ellebooggewricht. Onder INC (of EI) wordt verstaan de situatie, dat het ronde gewrichtsvlak van het opperarmbeen niet parallel loopt aan het gewrichtsvlak dat door spaakbeen plus ellepijp wordt gevormd in het ellebooggewricht. 

Er kunnen zich verschillende vormen van INC voordoen, waaronder: 

1) de ellepijp is langer dan het spaakbeen; 

2) het spaakbeen is langer dan de ellepijp; 

3) de diameter van de ronding van het opperarmbeen is groter dan dat gevormd door spaakbeen en ellepijp. 

In geval van INC wordt het gewricht niet gelijkmatig belast en zal dan bij jonge honden kunnen leiden tot afbreken van overbelast bot, en bij oudere dieren tot kraakbeenslijtage en daarmee tot artrose

Zo komt bij de onder 1) genoemde INC LPC voor, bij 2) LPA, en bij 3) zowel een LPC als een LPA, en bij alle drie artrose.

Incisie:

insnijding, snede.

Incisivi (incisives, incisiven):

zijn snijtanden. Onze honden bezitten er 6 in elke kaak. De plaatsing ervan is zeer belangrijk.

Zie ook tanden en leeftijdsbepaling.

Incompleet:

zie cryptorchisme.

Incongruentie van het ellebooggewricht:

zie INC.

Incontinent:

zie urinelekkage na sterilisatie en incontinentie.

Incontinentie:

onwillekeurig en ongecontroleerd lozen van urine. Dit komt veel vaker voor bij teven dan bij reuen, vooral bij teven die gesteriliseerd zijn. 

Incontinentie kan vele oorzaken hebben, waaronder slecht functionerende urinebuiskleppen, een erfelijke afwijking aan de urinewegen, blaasstenen, kanker of (bij reuen) prostaatproblemen

De aandoening komt vooral voor bij teven van een middelgroot tot groot ras, en sommige rassen zijn er gevoeliger voor dan andere. 

Symptomen: urine verliezen wanneer een hond bijv. ligt of slaapt. Wanneer een hond druppeltjes urine verliest als hij/zij opgewonden is of bij het lopen, dan is dat een gedragsprobleem, geen medisch probleem.

Bij ongeveer 10-20% van de gecastreerde honden kan een hormonaal geïnduceerde urine-incontinentie optreden. Vooral bepaalde rassen blijken gevoeliger en er lijkt een verband te bestaan met staartamputatie (gecoupeerde staart). Er bestaat een verhoogd risico op onwillekeurig urineverlies na castratie bij de volgende rassen: bobtail, bouvier, boxer, dobermann, dwergpoedel, ierse setter, riesenschnauzer en weimaraner.

De incontinentie is over het algemeen goed te behandelen, maar behandeling zal de rest van het leven nodig zijn. Het typische beeld is onwillekeurig urineverlies tijdens rust (slaap), zoals hierboven vermeld werd.

Medicijnen zijn bijv. Enurace (efedrine), Propalin (fenylpropanolamine hydrochloride), MacSamuel Zindelijk (homeopathie).

Incubatietijd, incubatieperiode:

tijd tussen besmetting en het uitbreken van de ziekte, de tijd tussen het oplopen van de ziekte en het optreden van de symptomen.

Indicatie:

aanwijzing; ziekteverschijnsel dat aanleiding is voor een bepaalde behandeling.

Indorex®:

is een omgevingsspray. De omgeving vlooienvrij houden is de eerste maatregel. Mogelijk is dan een Defencarewassing voldoende om ook de hond vlooienvrij te maken. Door de omgeving grondig te behandelen kunt u voor de duur van ongeveer 6 maanden herinfectie voorkomen en heeft u mogelijk geen andere middelen meer nodig.

Inenten:

het inspuiten van een entstof, waardoor de hond antistoffen gaat aanmaken; door een inenting is hij beschermd tegen infectie. Zie ook vaccinatie.          

Infectie:

          besmetting.

Infiltratie:

afzetting van stoffen, bijv. etter en bloed, in en tussen weefsels en cellen, waardoor zwelling ontstaat. Ook inspuiting in gewricht of weefsel.

Infundibulum:

          trechtervormige doorgang (m.n. eileider).

Infuus:

in de ader of onderhuids toedienen van een vloeistof.

Ingeklapte trachea:

bij deze aandoening is de luchtpijp (=trachea), een cilindrische buis met een bekleding van kraakbeenringen, ingeklapt. Specifieke manier van hoesten, vaak beschreven als het gegak van een gans, en pijn bij de ademhaling (vooral bij lichaamsbeweging) zijn symptomen van een ingeklapte trachea

Het wordt veroorzaakt door verzwakking van de spieren van de kraakbeenringen, die de trachea ondersteunen. Door deze verzwakking klapt de trachea in en ligt hij plat als de hond in- of uitademt. Dit kan levensbedreigend zijn, aangezien de hond nu niet meer normaal kan ademhalen. 

Deze aandoening komt vooral voor bij honden van zes jaar en ouder van de kleine rassen, m.n. bij Yorkshire Terriërs en Dwergpoedels. 

Ingeven van vloeistoffen en medicijnen:

wanneer u met wijs- of middelvinger van de linkerhand de linkermondhoek (wangzak) opentrekt, ontstaat een trechter, gevormd door boven- en onderlip. Het hoofd van de hond wordt iets achterover gehouden en vooral horizontaal. Met de rechterhand giet u dan van een lepel of uit een kannetje de vloeistof langzaam in de opengehouden wangzak. Pas wanneer de hond geslikt heeft, giet u nieuwe vloeistof bij. Wordt het hoofd te scheef gehouden, dan loopt - als u van de linker wangzak een trechter heeft gemaakt - de vloeistof óf terug óf komt, zonder dat de hond slikt, er aan de rechterkant weer uit.

Soms houdt de hond het slikken tegen en blijft de vloeistof in de wangzaktrechter staan; u wrijft dan met de vlakke hand zacht, zonder te drukken, over de voorzijde van de hals, waardoor een slikbeweging optreedt. Wordt het hoofd te ver achterover gehouden, dan is er kans dat de vloeistof direct in de luchtpijp vloeit, wat tot longontsteking kan leiden. Beginnen de dieren bij het ingeven te hoesten, dan moet u vooral de hals loslaten, zodat de hond zelf zijn hoofd omlaag kan brengen. Daarom is het een verkeerde methode om met beide handen de mond wijd open te sperren en de vloeistof door een helper naar binnen te laten gieten. Het is daarom het meest praktisch om een spuitje te gebruiken.

Bijterige honden doet u een snuitbandje (mondbandje) om, waarbij de lus iets naar voren wordt gelegd, zodat er voldoende ruimte overblijft om een spuitje in de mondhoek te kunnen brengen.

Medicijnen in pilvorm kunt u in een stukje vlees of kaas verstoppen. Wil de hond niet eten, dan moeten de pillen achter op de tong worden 'gelegd'. Daarna de bek dicht houden en over de keel wrijven tot de hond slikt. Pillen kunnen meestal ook wel in water worden opgelost en dan met een spuitje worden ingegeven.

Zie ook pillen geven.

Inguinalis:

          tot de liesstreek behorend.

Inhalatie:

          inademing, het inhaleren.

In laten slapen:

zie wetenswaardigheden.

Inleidende Dag (ID):

als voorbereiding op de cursus Omgang Hond van O&O neem je eerst deel aan de Inleidende Dag. Daarin maak je in de rol van cursist-met-hond kennis met oefeningen en methoden, die je later in Omgang Hond als docent leert overbrengen aan je eigen cursisten. Om mee te kunnen doen aan de cursus Omgang Hond is het volgen van de Inleidende Dag verplicht.

Innervatie:

de voorziening met zenuwen; de overdracht van zenuwprikkels op een orgaan.

Inprenting:

is een leerproces, dat gekenmerkt wordt door het snelle verloop, de gebondenheid aan een daarvoor gevoelige periode en de grote onomkeerbaarheid. Dit leerproces is vooral bestudeerd bij nestvliedende dieren (dieren, die na de geboorte kunnen zien en horen).

Lorenz beschouwde inprenting als een unieke vorm van leren, latere onderzoekers zijn echter van mening dat het beter beschouwd kan worden als een van de aspecten binnen de ontwikkeling van het dier.

Het inprentingproces behelst de gedragsveranderingen, waardoor een jong dier een band vormt met een moederfiguur. Tijdens inprenting wordt dus een exclusieve band gevormd, nl. een band van het jonge dier met de moeder, maar ook van de moeder met het jonge dier. Deze band is op latere leeftijd niet of nauwelijks meer te veranderen. Belangrijk is dus dat er tijdens de gevoelige periode ook een soort herkenning van de moeder naar haar jong moet ontstaan. Anders zou immers het risico bestaan, dat zij een jong met ander genetisch materiaal dan van haarzelf zou accepteren en voeden.

Honden zijn nestblijvende dieren (ze worden doof en blind geboren), maar ook zij kennen een gevoelige periode, waarin ze banden vormen met andere individuen, die dus niet exclusief zijn. Honden kunnen immers een band vormen met soortgenoten, zoals hun moeder en nestgenoten, en met mensen, zoals hun baas en diens gezinsleden. Deze gevoelige periode is bij de hond dus niet alleen van belang voor het vormen van banden, maar ook voor het herkennen van de uiterlijke kenmerken van andere levende wezens. Dit proces wordt socialisatie genoemd.

Inschrijfformulier:

formulier om een hond voor een kynologisch evenement in te schrijven. 

Wilt u info voor één van onze cursussen aanvragen, klik dan hier.            

Inschrijfgeld:

het bedrag dat verschuldigd is voor deelname aan een kynologisch evenement.            

Insectenbeet, insectensteek:

zie wetenswaardigheden en viatop.

Insectivoor:

          insecteneter.

Inseminatie:

          het inbrengen van zaad in de schede.

Insertie:

verbinding van een spier aan het lichaamsdeel, dat zij in beweging brengt. Zie ook aangrijpingspunt.            

Inslapen:

zie wetenswaardigheden.

Inspanningsastma:

Stress en hevige emoties kunnen het lichaam dusdanig prikkelen, dat een astmapatiënt een aanval van benauwdheid krijgt. Ook tijdens of na lichamelijke inspanning kunnen astmapatiënten benauwd worden, met name als de inspanning niet geleidelijk opgebouwd wordt. Dit verschijnsel wordt inspanningsastma genoemd.

Men is van mening dat de oorzaak van het optreden van zo'n geval gelegen is in de toegenomen stroomsnelheid en hoeveelheid lucht die door de luchtwegen gaat t.g.v. snellere ademhaling bij inspanning. Hierdoor zijn de voorste luchtwegen niet meer in staat om hun taak (nl. het opwarmen en bevochtigen van de ingeademde lucht) naar behoren uit te voeren. De ernst van de aanval is gerelateerd aan de hoeveelheid, temperatuur en het vochtgehalte van de ingeademde lucht. Dus, hoe kouder de ingeademde lucht en hoe sneller de ademhaling, des te ernstiger de mogelijke aanval.

Nu gebeurt dat afkoelen en droger worden van de lucht natuurlijk bij alle personen, maar de overgevoeligheid van astmapatiënten zorgt ervoor, dat zij heftiger reageren op deze veranderingen.

Bij onderzoek bij humane atleten bleek echter, dat het voorkomen van overgevoelige luchtwegen en astma-aanvallen (na inspanning) bij wintersporters veel hoger was dan bij een controlegroep die niet aan wintersporten doet. Deze atleten hadden niet vaker allergieën dan de controlegroep, waardoor men toch ging aannemen, dat herhaaldelijke inspanning in koude lucht ook astma kan veroorzaken i.p.v. alleen verergeren.

N.a.v. deze bevindingen heeft men ook een proef met honden gedaan, waarbij honden onder narcose koude en droge lucht in te ademen kregen. Uit onderzoek bleek dat ook bij honden door blootstelling aan droge en koude lucht er ontstekings- overgevoeligheidsreacties in de luchtwegen optraden. Al na enkele dagen waren er duidelijke verschillen te zien met de controlegroep (meer ontstekingscellen en stoffen die bij de ontsteking vrijkomen in de luchtwegen). Overigens bleken deze verschillen weer af te nemen, als de hond opnieuw aan koude en droge lucht werd blootgesteld, zodat na 7 dagen er nauwelijks tot geen verschil meer was.

Deze gegevens van humane wintersportatleten en het onderzoek aan honden kan misschien een verklaring geven, waarom er regelmatig bij sledehonden astma-achtige verschijnselen gevonden worden.

Inspringen:

een hond die al gaat apporteren voordat hij het commando gekregen heeft.

Instabiliteit van de wervelkolom:

ook wel wobbler genoemd; dit doet zich m.n. in de nek voor. Het wordt veroorzaakt, doordat de nekwervels vergroeien. Dit komt vooral bij Dobermanns en Duitse Doggen voor, en men vermoedt dat het een erfelijke aandoening is. T.g.v. letsel kunnen alle honden hieraan gaan lijden. 

Symptomen: de hond maakt een ongecoördineerde en zwakke indruk en kan verlammingsverschijnselen vertonen, hoewel hij geen pijn lijkt te lijden.

Discus Geassocieerd Wobbler Syndroom (DAWS) is de meest voorkomende en meest typische ‘Wobbler-soort’. Dit is de vorm die meestal wordt gezien bij de volwassen Dobermann. De typische symptomen zijn nekpijn en ataxie voornamelijk op de achterpoten.

Bij het DAWS wordt er druk op het laatste deel van het halsruggenmerg uitgeoefend ter hoogte van de tussenwervelruimte (de discus). Deze aandoening komt vooral voor bij grotere hondenrassen van iets oudere leeftijd (gemiddeld 7 jaar). De Dobermann blijkt bijzonder gevoelig te zijn voor deze aandoening. De symptomen kunnen variëren van enkel nekpijn tot zwakte en zelfs verlamming op alle vier de poten. De meest typische presentatie is deze van een volwassen Dobermann met een 'waggelende' gang in de achterhand.

De diagnose wordt als volgt gesteld. Vooreerst wordt er een radiografie en een myelografie (contraststudie) van de halsregio gemaakt. Een anesthesie is hiervoor noodzakelijk, aangezien uw hond perfect stil moet blijven liggen. Een nadeel van deze techniek is het ingrijpende karakter ervan: soms zien we dat de honden enkele dagen wat minder ter been zijn en in heel zeldzame gevallen kunnen ze soms zelfs een tijdelijke epilepsieaanval krijgen.

De laatste jaren is de diergeneeskunde enorm geëvolueerd en worden er steeds modernere beeldvormingtechnieken gebruikt. De bekendste zijn de CT-scan en de MRI-scan.

Over de behandeling van DAWS bestaat zeer veel discussie. Enerzijds beschouwt men dit als een aandoening die chirurgisch behandeld moet worden, maar anderzijds is er naar de resultaten van een conservatieve behandeling (rust en medicatie) nog nooit onderzoek uitgevoerd. Er zijn verschillende chirurgische technieken beschreven. Een belangrijke complicatie bij elk van deze technieken is het 'domino-effect': als er één tussenwervelruimte wordt geopereerd, kan hetzelfde probleem na verloop van tijd ter hoogte van de aanpalende tussenwervelruimte verschijnen. Misschien kan dit probleem voorkomen worden door routinematig altijd twee aanpalende tussenwervelruimten te opereren. Dit is echter nog niet onderzocht, maar zal in 2007 door de Universiteit Gent, Faculteit Diergeneeskunde, gaan gebeuren: klinische studie met als doel de optimalisering van de diagnose, behandeling en prognose van het Discus Geassocieerd Wobbler Syndroom.

Insufficiëntie:

          het tekortschieten in functie (m.n. van organen).

Insufficiëntie van de hartklep:

oftewel onvoldoende werking. De oorzaak van klepinsufficiëntie is niet bekend; men denkt aan overbelasting en aan een auto-immuunziekte. Bij insufficiëntie werkt de klep niet goed en stroomt er bloed terug naar het hart. Bovendien wordt het bloed in de fase van het samentrekken van de hartspier onvoldoende door de klep tegengehouden. Het gevolg is dat het hart meer spierkracht moet leveren om het bloed weg te pompen.

Degeneratieve klepinsufficiëntie (EC) is veruit de meest voorkomende primaire oorzaak van chronische hartinsufficiëntie bij de hond. Het doet zich het vaakst voor bij honden op middelbare tot gevorderde leeftijd, voornamelijk bij kleine en miniatuurrassen. Vele honden blijven echter symptoomloos gedurende meerdere maanden tot zelfs jaren. Als de hartkwaal zich echter klinisch manifesteert, heeft de hond nog slechts een gemiddelde levensverwachting van 6 maanden tot 1 jaar.

Insuline:

hormoon van de alvleesklier, dat de vet- en suikerstofwisseling regelt; tevens geneesmiddel voor suikerziekte

Zie ook Eilandjes van Langerhans.

Insulinoom:

is een gezwel van de alvleesklier ofwel de pancreas.

Zie wetenswaardigheden.

Inteelt:

ontstaat als verwante dieren (broer/zus, pa/dochter, ma/zoon) aan elkaar worden gepaard.            

Inteeltdepressie:

nadelen van inteelt. Het wordt gekenmerkt door 2 groepen van verschijnselen:

• verschijnselen van homozygotie voor ongewenste kenmerken;

• verschijnselen van verlies van vitaliteit.

Homozygotie voor ongewenste kenmerken is bij de hond verklaarbaar doordat er bij de hond, evenals bij veel andere diersoorten, sprake is van tienduizenden genen en doordat elk van deze genen vroeger of later als gevolg van mutatie de oorspronkelijke functie kan verliezen. Er ontstaat dan een verliesmutant, een defect gen. Bij de hond, die als gezelschapsdier wordt gefokt, is dikwijls, bij sommige rassen zelfs heel vaak, sprake van het onderling paren van verwante dieren. Als deze verwanten, dieren dus die een gemeenschappelijke voorouder hebben, aan elkaar gepaard worden, kan een defect gen dat bij die gemeenschappelijke voorouder voorkomt zowel via de vader als via de moeder bij die nakomeling terechtkomen. In dat geval ontstaat homozygotie voor het defecte gen en bijgevolg ook voor het kenmerk dat door dat gen wordt bepaald.

Een belangrijk deel van de genetische defecten, ook wel erfelijke gebreken genoemd, zoals die in de hondenfokkerij voorkomen, wordt door deze homozygotie voor defecte genen veroorzaakt.

Verlies van vitaliteit kan worden onderverdeeld in:

• verlies aan vitaliteit in engere zin, die tot uitdrukking komt in vertraagde groei; de dieren blijven kleiner en zijn ook vaak fijner gebouwd, de gemiddelde levensduur wordt korter en de weerstand tegen ziekten neemt af;

• verlies aan vruchtbaarheid, die waarneembaar wordt doordat de reuen verminderde geslachtsdrift vertonen en doordat teven onregelmatig en onduidelijk loops worden, kleinere nesten geven en een verminderde moederzorg aan de dag leggen;

• verlies aan vrijmoedigheid en levenslustigheid in het gedrag.

Honden van rassen waarin inteeltdepressie een rol speelt zijn vaak schuw, schrikken bij onverwacht lawaai, bewegen zich bij voorkeur langs wanden en kunnen verschijnselen van angstagressie vertonen als zij zich bedreigd voelen.

Verschijnselen van inteeltdepressie kunnen opgeheven worden door kruisingen met volledig onverwante dieren. Bij deze kruisingen treden verschijnselen van heterosis op.

Zie ook COI.

Intentiebeweging:

conflictgedrag, dat het innerlijke conflict van het dier weergeeft. Het is een in de uitvoering onafgemaakt (geremd) gedrag, bijv. pootje heffen (intentie tot een voortgaande beweging). 

Het tongelen is een intentie tot mondhoek likken (onderdanigheid).

Zie ook conflictgedrag.

Inter-:

          tussen.

Interactie:

het op elkaar invloed uitoefenen door de genen. Het treedt op bij samenwerking tussen genen. Eigenschappen als groei, ontwikkeling, vruchtbaarheid en ook gedrag worden door de samenwerking, de interacties, van verschillende genen bepaald. In kleine dierpopulaties waarin de dieren over een relatief groot aantal generaties zuiver zijn gefokt, kan een verlies aan genen zijn opgetreden. Als gevolg van dit verlies aan genen en dus aan interacties tussen genen kunnen eigenschappen van de lichaamsbouw, het gedrag en de vruchtbaarheid aangetast worden.

Intercostaal:

          tussen de ribben gelegen.

Interdigitaal:

tussen de tenen.

Intermediaire vererving:

gelijke beïnvloeding van de beide genen van een allelenpaar, zodanig dat een verzwakking optreedt van de ene en een versterking van de andere factor (bijv. rood en wit wordt rose).

Internationaal Agility Brevet:

voor honden, die bij (agility)wedstrijden in de 1e graad of bij reglementaire wedstrijden van rasverenigingen bij het Vast Parcours drie maal de kwalificatie "U" hebben behaald, wordt een Internationaal Agility Brevet afgegeven. Het brevet dient te worden aangevraagd bij Cynophilia.

Rashonden ontvangen het Internationaal Agility Brevet F.C.I. en rasloze honden het Internationaal Agility Brevet Cynophilia.

Internationaal kampioenschap:

zie CACIB.

Interseks:

          zie hermafrodiet.

Interstitie:

          tussenruimte.

Intertrigo:

zie lipplooi eczeem.

Intima:

          binnenste wandlaag van de bloedvaten.

Intoxicatie:

          vergiftiging.

Intra-:

          binnen, in; i.t.t. extra.

Intramusculair:

          injectie in de spier.

Intra-uterien:

          in de baarmoeder.

Intraveneus:

          injectie in de ader.

Intrinsic factor, intrinsieke factor:

een stofje, dat zich met cobalamine (vitamine B12) bindt en opname door de darmwand mogelijk maakt. Gebrek aan deze factor leidt tot ziektes.

Zie voor meer info vitamine B12.

Intubatie, intuberen:

als de hond slaapt (narcose), wordt hij geïntubeerd. Dit houdt in dat er een buisje in de luchtpijp wordt aangebracht, waarlangs de dierenarts extra zuurstof en eventueel gasnarcose kan toedienen.

Bij intubatie heet de flexibele buis in de luchtpijp een endotracheale tube. Deze tube geleidt de lucht rechtstreeks van de mondholte tot in de luchtpijp, zodat de neusgaten en de keelholte omzeild worden.

Inu:

is neen verzamelnaam voor een aantal Japanse rassen, zoals de Hokkaido Inu, Kai Inu, Kishu Inu, Mikawa Inu, Nippon Inu, Shiba Inu en de Shikoku Inu.

Zeer waarschijnlijk rechtstreekse afstammelingen van een Turfhond die ongeveer 2000 jaar v.C. in Japan voorkwam. Primitieve reliëfs en aarden figuren wijzen in die richting, nl. een middelmatig grote hond van vierkante bouw, een driehoekige snuit, een over de rug gedragen gekrulde staart en kleine staande oren. Dit is het nationale ras geworden en in Tokio heeft men er zelfs een gedenkteken voor opgericht.

Inu Nusto:

is een kortharige, middelmatig grote Japanse hond, lijkend op een Bull Terriër.

Invaginatie:

inschuiving, instulping van de darm, in elkaar geschoven darmen.

Bij deze aandoening schuift een deel van een darm binnenin een ander stuk darm en komt daar klem te zitten. Net zoals een broekspijp bij het aantrekken soms deels in zijn eigen broekpijp binnenstebuiten omgevouwen zit.

Als gevolg van de invaginatie ontstaat er een darmafsluiting (ileus), waardoor het transport van de voedselbrij door de darm ernstig wordt belemmerd.
Een invaginatie kan spontaan herstellen of met tussenpozen optreden. Wanneer de invaginatie wat langer duurt, kan het ingestulpte deel van de darm afsterven, omdat de bloedtoevoer naar dat deel van de darm ernstig wordt belemmerd. Er ontstaat dan een levensbedreigende situatie.

Invaginatie komt meestal voor op de overgang van dunne naar dikke darm. Hierbij schuift een gedeelte van de dunne darm in het eerste deel van de dikke darm.
Invaginatie kan soms echter ook alleen in de dunne darm optreden. In dat geval komen in de dunne darm vaak op meerdere plaatsen tegelijkertijd invaginaties voor.

De invaginatie veroorzaakt bij jonge dieren hevige aanvallen van buikpijn. De hond jankt erg en moet vaak braken. Tussen de aanvallen door is hij weer rustig, maar ziet er toch nog erg ziek uit. Het vele braken zorgt ervoor, dat deze dieren snel gaan uitdrogen. Ze verliezen vaak wat slijm en bloed uit de anus. Bij deze klachten moet er snel worden ingegrepen, omdat anders het ingestulpte deel van de darm gaat afsterven. Er kunnen dan allerlei complicaties optreden en de hond kan uiteindelijk in een shock raken en sterven.

Volwassen honden, waarbij een tumor de oorzaak van de invaginatie is, hebben soortgelijke klachten. De invaginatie met de tumor zorgt voor een volledige afsluiting van de darm. Er ontstaat een "ileus". Ook hier moet snel worden ingegrepen i.v.m. het afsterven van de darm, wat ernstige complicaties tot gevolg kan hebben.

De diagnose kan worden gesteld aan de hand van de zeer karakteristieke klachten en lichamelijk onderzoek. Een 'coloninloopfoto met contrast' kan de diagnose bevestigen. Bij dit onderzoek wordt contrastvloeistof via de anus in de dikke darm gebracht. Op een röntgenfoto is vervolgens het typische beeld van een invaginatie zichtbaar. Met de echo kan de dierenarts de diagnose ook duidelijk maken.

Als de invaginatie vers is, kan de dierenarts de stukken nog uit elkaar trekken. Als de stukken darm al wat langer in elkaar geschoven zitten, vergroeien ze vrij snel. Als de dunne darm in de dikke darm geschoven zit, heeft de hond in het begin soms maar weinig klachten. De dikke darm is zo ruim, dat de ontlasting ook nog gewoon door deze vernauwing heen komt. Pas later zwelt de darm meer op en ontstaan de problemen.

De oorzaak van zo'n invaginatie is meestal niet meer te achterhalen. Meestal betreft het jonge honden waarvan door diarree of irritatie extra heftige peristaltiek in de darmen ontstaan. Als daarbij toevallig een voortbewegende samentrekkingsgolf net een tegen-peristaltische verwijdinggolf treft, kunnen de darmstukken over elkaar heen schuiven, totdat de ophangbanden en bloedvaten een nog verder over elkaar heen schuiven tegenhouden.

Als de darm al vergroeid is, moet het in elkaar geschoven stuk darm er toch nog geheel uitgehaald worden. De beide andere uiteinden van het ertussenuit geknipte stuk darm moeten daarna secuur aan elkaar gehecht worden. Helemaal zonder gevaar is deze operatie niet, want er zitten vervelende bacteriën in dit stuk darm, die bij de geringste lekkage van de wond al een levensgevaarlijke en moeilijk te bestrijden buikvliesontsteking geven.

Invasief:

binnendringend, bijv. met een maagsonde via de mond en de slokdarm de maag binnendringen; waarbij een instrument in een orgaan gebracht wordt.

In vitro:

          in glas, buiten het lichaam.

In vitro fertilisatie (I.V.F., IVF):

          reageerbuisbevruchting.

In vivo:

          in het lichaam.

I.P.O., IPO:

is de afkorting van Internationale Prüfungs Ordnung (IPO), een van de hondensporten. Dit examen bestaat uit 3 onderdelen, nl. speuren, gehoorzaamheidsoefeningen en verdedigingsoefeningen. Dat examen kan gedaan worden via de Commissie Werkhonden, die onder auspiciën van de Raad van Beheer regelend, coördinerend en uitvoerend optreedt op africhtingsevenementen.

IPO bestaat uit de onderdelen A, B en C, respectievelijk speuren, gehoorzaamheid en verdedigingswerk, en wordt getraind op 3 niveaus, I, II en III.

Bij het speuren moet de hond laten zien dat hij een spoor - dat op niveau I de voetstappen van zijn geleider zijn, bij II en III van een vreemde - kan uitwerken. Daarbij moet hij op het spoor achtergelaten voorwerpen met de geur van de spoorlegger aanwijzen of apporteren, en een verleidingsspoor negeren.

Het appèlgedeelte bevat algemene gehoorzaamheidsoefeningen, waaronder los volgen in verschillende tempo's, staan, zitten en afgaan, al dan niet met komen op bevel, vooruit sturen en apporteren, met terugkomen ook over hindernissen (haag en klimschutting).

Het verdedigingswerk omvat het opsporen (revieren), aanblaffen en stellen van de 'boef' oftewel de pakwerker, het begeleiden van lopend verplaatsen van de pakwerker, met ingrijpen als die probeert te ontsnappen. Daarbij wordt ook de moed van de hond op de proef gesteld, als de pakwerker naar hem dreigt en schreeuwt.

De 3 onderdelen komen bij alle drie de examens voor, in opklimmende mate van moeilijkheid.

Zie examenreglement en werkhondentraining.

I&R:

is de afkorting voor Identificatie en Registratie van dieren (zie hier). Voor een effectieve gezondheidsbewaking is een goed I&R-systeem onontbeerlijk.

Iris:

regenboogvlies in het oog. In de iris zit een opening, de pupil, waardoorheen het licht naar binnen kan treden. De iris bevat bovendien een aantal spiertjes, waardoor de grootte van de pupil gereguleerd kan worden. Bij weinig licht wordt de pupil vergroot, bij veel licht wordt de pupil verkleind. 

De iris (net als het vaatvlies) bezit pigmentlagen om een te veel aan licht te kunnen absorberen. Uitwendig kunnen we bij de iris de pigmentlaag duidelijk zien.  

Iritis:

is een ontsteking van de iris (het regenboogvlies, de "kleur" van het oog); regenboogvliesontsteking. Deze kan in één oog voorkomen of in beide ogen.

Het kan een gevolg zijn van de ziekte van Lyme.

Zie uveïtis.

IRO, I.R.O.:

Internationale Reddingshondenorganisatie (Ned.), Internationale Rettungshunde Organisation (Duits) of International Rescue Dog Organisation (Engels).

Irreversibel:

          onomkeerbaar; i.t.t. reversibel.

Isabel:

een lichte, gelige kleur, die bij paarden algemeen is als verdunning van het bruin (ook wel aangeduid met palomino). Zoals de dilution-factor zwart verdunt tot blauw, kan leverkleur worden verdund tot isabel. We zien het een enkele keer bij de Dobermann en de Tervuerense Herder.  

Ischemie:

plaatselijke bloedeloosheid. 

Het begrip ‘ischemie’ verwijst naar het tekort aan zuurstof en voedingsstoffen waarmee cellen te kampen hebben bij een slechte doorbloeding van het orgaan. Ischemie leidt vaak tot het afsterven van cellen. Deze effecten zijn van levensbelang voor organen zoals het hart, de hersenen, de lever en de nieren.      

Ischium:

          heupbeen, deel van het bekken. Zie ook skelet.

ISDS, I.S.D.S.:

is de International Sheep Dog Society. Een apart officieel erkend register van The Kennel Club, die het eerste en grootste register van Border Collies ter wereld is.

Het is een organisatie gericht op het propageren en positief beïnvloeden van het fokken, trainen en algemeen tot een hoger plan dragen van de belangen en het welzijn van die groep van rassen en lijnen van schaapshonden, gebruikt ter verhoging van de efficiëntie tijdens de inzet van en omgang met vee en andere levende have.

De Nederlandse tegenhanger is de DSDS (Dutch Sheep Dog Society), inmiddels "associated to the ISDS".

Isogel:

is een voedingssupplement in poedervorm. Het is samengesteld uit Isphaghula Husk 90%, Sodium metabisulphite E 223, E 127, methyl 4 hydroxybenzoaat E 218, propyl 4 hydroxybenzoaat E 216. Isogel is glutenvrij en heeft geen calorische waarde.

Het wordt gebruikt ter ondersteuning van de behandeling van zowel constipatie als diarree. Isogel zorgt voor een natuurlijk evenwicht en een optimale werking van het darmkanaal. Gebruik Isogel niet bij buikpijn, braken, obstructies van de darmen.

Doordat ispaghula granulaat oplost in water, wordt een gel gevormd die in de darm water bindt. Bovendien wordt water ook op indirecte wijze gebonden door de afbraak van de Isogel vezels in het colon door de aanwezige darmbacteriën. Door de afbraak van grotere moleculen tot vele kleinere, neemt in de darm de osmotische waarde toe, waardoor een groter watervasthoudend vermogen wordt bereikt. Hierdoor vermeerdert de faecale massa en wijzigt de consistentie van de faeces. Isogel reguleert de darmpassagetijd: door de toename van de hoeveelheid faeces vergroot de inhoud van de darmen, dit stimuleert de spieractiviteit en verbetert de spiertonus en de peristaltiek van de darmwand. Isogel kan op deze wijze niet alleen lange passagetijden verkorten bij dieren die aan constipatie lijden, maar kan ook de erg korte passagetijd verlengen bij patiënten met diarree.

Dus in het kort gezegd: Isogel wordt niet geabsorbeerd, maar zorgt in de darmen voor het vasthouden van vocht waardoor de faecesbulk vergroot wordt. Dit stimuleert de natuurlijke darmperistaltiek. Isogel zorgt voor de natuurlijke, eigen balans van de darmen en houdt de faeces soepel. Daarom is Isogel geschikt als ondersteuning van de behandeling van constipatie, bijvoorbeeld ten gevolge van anaalklierverwijdering (honden), perineaalhernia of haarballen (katten), maar ook ter ondersteuning van de behandeling van diarree.

Isogel moet oraal toegediend worden. In verband met grote individuele verschillen moet de dosering per individu worden aangepast. De gemiddelde dosering bij de hond is: 2 tot 5 theelepels 1 tot 2x daags met het voer mengen. Er moet altijd voldoende vers water zijn.

Istrianer Brak:

is een kortharige of ruwharige, middelmatig zware Joegoslavische Brak met warm oranjebruine aftekeningen op een sneeuwwit lichaam.

Istrianer Steenbrak:

als Istrianer Brak, maar dan kleiner.

-itis:

is een achtervoegsel achter de anatomische term van een orgaan(onderdeel). Dit geeft aan, dat het gaat om een ontsteking van dat orgaan(deel).

Bijv. bronchitis is een ontsteking van de luchtwegen (bronchiën), conjunctivitis is een ontsteking van de conjunctiva (bindvlies), dermatitis is een huidontsteking (dermis = huid).

Een ontsteking kan berusten op een infectie (bijv. door een bacterie, schimmel of een virus), maar kan ook zonder een infectie optreden. Een voorbeeld hiervan is een kras over de huid. Hierdoor treedt een ontsteking op, waardoor de huid rood wordt en zwelt.

IVP, I.V.P.:

intraveneus Pyelogram, een techniek om de nieren en urineleiders zichtbaar te kunnen maken. Het is eigenlijk een beetje een ouderwetse techniek die vroeger vooral gebruikt werd om de nieren zichtbaar te maken. Het wordt niet vaak meer uitgevoerd, omdat het zichtbaar maken van de nieren veel makkelijker en ook vaak beter kan gebeuren middels echografie. Alleen de urineleiders zijn normaal vrijwel niet in beeld te krijgen met de echo en daarom wordt de IVP-techniek nog gebruikt.

 

J

 

Jabot:

kraag, vooral bij de Australische Terriër en het Schipperke met deze term aangeduid.            

Jacht:

tegenwoordig werkt nog maar een enkele jachthond in de jacht. Om hen de gelegenheid te bieden het gedrag waarvoor ze gefokt zijn uit te kunnen voeren, zijn er jachttrainingen opgezet.

Onderdelen die in de oorspronkelijke jacht door de hond moesten worden uitgevoerd, worden in deze training ook uitgevoerd.

Naast apporteer- en zoekwerk is hierbij uiteraard ook gehoorzaamheid een onderdeel.

Zie ook korte en lange jacht en walk-up.

Jachtfluitje:

signaalfluit om de honden te roepen.

Jachthonden:

zijn honden, die voor de jacht geschikt of afgericht zijn (brak, hunter). Zie ook hier.

Jachthondenproeven:

bij deze proeven wordt er met dummy's gewerkt en/of met dood wild. De hond mag niet schotschuw zijn, het wild beschadigen of het onjuist behandelen. 

De jury doet uitspraak over de bruikbaarheid van de hond voor het werk na het schot op basis van de resultaten behaald op de volgende onderdelen:

a) aangelijnd en los volgen, b) uitsturen en komen op bevel, c) houden van de aangewezen plaats, d) apport te land, e) apport uit diep water, f) verloren apport te land, g) markeerapport te land, h) apport over diep water, i) dirigeerproef te land, j) apport van verre lopen over breed water. 

Om het C-diploma te behalen, moeten de proeven a t/m e voldoende zijn afgelegd, voor het B-diploma a t/m h, en voor het A-diploma a t/m j.

Zie ook Orweja.

Jachthyena:

Afrikaanse steppehond (Canis pictus).

Jachtinstinct:

gevoel dat de hond tot handelen bij de jacht aanspoort; voor een jachthond is jagen van nature zijn lust en zijn leven.

De wolf moest jagen om te overleven, maar onze huishond hoeft dat natuurlijk niet meer, omdat hij eten van zijn baasje krijgt. Door het jachtinstinct kunnen ze razendsnel achter alles wat beweegt aan rennen of op bijv. katten, kippen, koeien en konijnen jagen.

Dit oerinstinct wil nog wel eens moeilijkheden opleveren, waardoor men de hond met veel jachtpassie niet of nauwelijks los kan laten lopen in het veld. Doet men dit wel, dan gebeurt het meer dan eens, dat de hond verdwijnt en zich een tijd lang niet laat zien. U zult in zo'n geval moeten blijven wachten tot de hond terugkomt. Straffen heeft weinig zin, want de volgende keer is de jachtpassie weer sterker dan uw straf of boze woorden en bovendien straft u dan het komen en niet het wegblijven. Bij honden met een sterk ontwikkeld jachtinstinct is aangelijnd houden de boodschap.

Jachtinstinct is diep geworteld in de hond. Niet bij alle honden ligt die zo dicht aan de oppervlakte, maar in beginsel heeft elke hond de neiging achter zich snel voortbewegende zaken aan te rennen. De wereld is nu eenmaal vol verleidelijke dingen om er achteraan te gaan: katten, schapen, eenden, hazen, joggers, fietsers en eventueel zelfs bromfietsen of auto's. Een jagende hond zorgt vaak voor boze reacties van mensen. Uw hond laat immers anderen flink schrikken en wat bovenal erg belangrijk is, is dat een jagende hond tot een beperking van de bewegingsvrijheid van alle honden kan leiden.

Laat uw hond daarom nooit zelfstandig jagen! Het is gevaarlijk voor de hond en voor andere dieren, het is buitengewoon hinderlijk voor andere mensen en het is bovendien zeer moeilijk weer af te leren.

Zie ook jachthondenproeven.

Jachtknobbel:

de kam op het achterhoofdsbeen, die dienst doet als oppervlaktevergroting ten behoeve van de aanhechting van de Musculus temporalis (hapspier); de jachtknobbel is vooral bij verschillende jachthonden goed ontwikkeld om het apporteren mogelijk te maken.

Zie ook hersenschedel

Jachtluid:

geluid dat de honden uitstoten bij het spoorzoeken.

Jachtrevier:

jachtgebied.

Jacobson, Orgaan van:

is een soort extra reukzintuig, ook wel vomero-nasaal orgaan (VNO; organum vomeronasale) genoemd. 'Vomero' verwijst naar het vomer-botje van de neus, 'nasaal' betekent met de neus opnemen.

Het orgaan van Jacobson, op de bodem van de neusholte net achter de voorsnijtanden, staat middels een buisje direct in contact met de mondholte. Wanneer een geurplaats nader onderzocht dient te worden, zal de hond heel voorzichtig met de punt van zijn tong deze plaats beroeren en vervolgens dit nauwgezet achter tegen de voortanden drukken om het geurkenmerk volledig te ontleden.

Een beeld wat alle reueigenaren ongetwijfeld kennen is, wanneer hun hond de feromonen van een aankomende loopse teef waarneemt. De zeer opwindende luchtjes worden langs de wijd openstaande neusvleugels intensief opgesnoven, dan tipt hij het 'visitekaartje' aan om deze subtiele geuren in aanraking te brengen met het orgaan van Jacobson, concentreert zich even om vervolgens al tandenklapperend en schedelhuid samentrekkend, te analyseren wie, waar en in welk stadium de houdster van het visitekaartje is.

Het verschil tussen 'gewone' geuren en feromonen is dat de eerste worden opgevangen door de zintuigcellen in het neusslijmvlies en de laatste door het vomeronasale orgaan, oftewel het orgaan van Jacobson. Ondanks dat het ook in de neus zit, is het echt iets anders dan het gewone reukorgaan. Het geeft zijn signalen via een eigen weg aan de hersenen door, heel direct en diep. Gedrag wordt zo daardoor direct beïnvloed, zonder dat hogere hersendelen iets in te brengen hebben.

Overigens heeft de hond dit orgaan gemeen met een aantal plantenetende dieren. Voor de laatste dient het voor herkennen van giftige planten, planten die pas tijdens het kauwen de geurstoffen vrijgeven. Helaas zijn wetenschappers het ondanks veel onderzoek nog steeds niet over eens hoe het bij de mens is. We hebben zo'n orgaantje, dat staat vast, maar het stelt veel minder voor dan dat van een hond.

Jagerskoorts:

zie Wetenswaardigheden.

Jakhals:

tot de onderfamilie Echte honden van de familie Hondachtigen of Canidae behorend roofdier. Er zijn 4 soorten jakhalzen, waaronder de Afrikaanse zadeljakhals en de gewone jakhals, die in Afrika, Azië en zelfs nog in Zuidoost-Europa voorkomt.

Jakhalzen zijn veel minder sociaal dan hun grotere verwant de wolf en leven meestal in paren of gezinsverband. De prooi bestaat uit allerlei klein gedierte, van muizen tot schapen toe, terwijl ze ook aas, vruchten en ander plantaardig voedsel nuttigen.

Draagtijd, aantal jongen en levensduur van de jakhals komen ongeveer overeen met die van de huishond.

Jakoetenhond:

volgens Mut de Lesghinische Berghond, die door de Russen naar Oost-Siberië werd overgebracht en door het volk van de Jakoeten wordt gebruikt als lastdrager en trekhond.

JBN:

stichting Jagende Brak Nederland (J.B.N.) stelt zich tot doel de jachtkwaliteiten van de brakkenrassen meer bekendheid en erkenning te geven bij het jachtbedrijf en de eigenaren van brakken te stimuleren om met hun honden te 'werken'.

Jejunum (jejunus = ledig):

middelste deel van de dunne darm, tussen duodenum en ileum; nuchtere darm.

Zie ook spijsverteringsstelsel.            

Jeugdklas:

een klasse op een tentoonstelling, kampioenschapsclubmatch of clubmatch voor honden die de leeftijd van 9 maanden hebben bereikt en de leeftijd van 18 maanden nog niet hebben bereikt.

Een internationale kampioenschapsprijs (CACIB) wordt niet uitgegeven aan honden ingeschreven in de jeugdklasse.

Jeugdschurft:

zie demodex.

Jeugdwinner / Jeugdwinster:

zijn 2 titels, gevolgd door het jaar waarin de titel werd behaald, die worden toegekend aan de reu resp. teef, die op een Winnertentoonstelling in de jeugdklas als nummer 1 geplaatst is, mits de hond de kwalificatie "uitmuntend" (zie: U-hond) heeft behaald.

Jeuk:

is een bepaalde huidirritatie en kan de hond door verschillende oorzaken krijgen: vlooien, teken of andere ectoparasieten, allergie, brandnetels (insmeren met azijn) of andere irriterende planten.

Jeuk aan de anus kan zijn door wormen of andere endoparasieten of door ontstoken anaalklieren.

Zie ook likgranuloom, viatop®, verharen, hotspot, droge huid (schilfers), acanthosis nigricans, demodex, scabiës, cheyletiella parasitovorax, cheyletiella yasguri, teer verwijderen, oormijt, copramijt, oogstmijt, bijnierschors, corticosteroïden, malassezia, zwemmen, bloedoor en zonnebrand.

Jicht:

          stofwisselingsziekte, die stijve en verdikte gewrichten veroorzaakt.

Jodium (J):

sporenelement, dat wordt ingebouwd in het hormoon van de schildklier. Dit hormoon zorgt ervoor, dat de interne stofwisseling zich op het juiste arbeidsniveau afspeelt. Bij een tekort bijv. zal de lichaamstemperatuur van de hond gaan dalen.

Joggen met uw hond:

 zie wetenswaardigheden.

Jones-terrier:

is de niet-officiële naam in de Verenigde Staten voor jagende Norwich Terriërs.

Jonge-hondenklas:

een klasse op een clubmatch, kampioenschapsclubmatch of een tentoonstelling, waar internationale kampioenschapsprijzen behaald kunnen worden, voor honden die de leeftijd van 15 maanden hebben bereikt en de leeftijd van 24 maanden nog niet hebben bereikt.

In de jonge honden klasse wordt het CACIB vergeven.

Jumping:

een verplicht onderdeel van een agilitywedstrijd met minimaal 12 en maximaal 20 hindernissen, waarbij de hindernissen in de voorgeschreven volgorde moeten worden genomen; met dien verstande dat slechts hindernissen zonder raakvlakken (incl. de tafel) zijn opgenomen. 

Er geldt een SPT en een MPT.

Juveniel:

jeugdig, op jeugdige leeftijd optredend.

Juveniele fase:

          zie angstperiode.

Juveniele vaginitis:

 zie vaginitis.

                                                                                                                                  Naar de 10e pagina met kynologische uitdrukkingen.

Terug naar 'Kynotermen'.

© Copyright by Yvonne Soomers-Marell

Menu-knop.