Alfabetische lijst van Nederlandse en buitenlandse
kynologische & medische termen en uitdrukkingen
H
staart, waarbij een deel haaks opzij uitsteekt. Zie ook knikstaart.
zeldzame worm, die zich met stekels vasthaakt in de darm. Zie voor meer info: mijnwormen.
Haar:
zie vacht.
Haarloze
hond:
zie Naakte hond en vacht.
Haarluis:
zie luizen.
Haarvat:
zie bloedvaten.
Haarverlies, haaruitval:
kan vele oorzaken hebben, zoals bijv. de rui, parasieten zoals bijv. mijt, door ziekte (zie o.a. alopecia, ziekte van Cushing, schildklier, CDA, dermatose, hypothyroïdisme, lupus), door allergie (vlooienallergie, voedselallergie of atopie) of door schijndracht. Zie ook Advocate.
is een worm van circa 5 cm. lengte. Hij veroorzaakt bij de hond diarree. In ernstige gevallen ziet men bloed in de ontlasting en krijgt de hond bloedarmoede.
Men spreekt wel van haarwormen vanwege de grote lengte t.o.v. de zeer geringe omvang.
Zie ook wormen.
gewenning. Het is een gedragstherapievorm: door een herhaaldelijke confrontatie met de prikkel vermindert het gedrag.
Het is een van de eenvoudigste vormen van leren: wennen aan verschillende akoestische en visuele prikkels, zoals het geluid van de stofzuiger, auto, deurbel etc. Hoe meer een pup gehabitueerd is aan dit soort prikkels, hoe kleiner de kans, dat ze later voor nieuwe voorwerpen angst gaan ontwikkelen.
Zie ook socialisatie en gedragstherapie.
Hackeneng:
spronggewrichten staan te dicht bij elkaar, waarbij de middenvoeten wel parallel zijn (Duits).
Hackneygang:
zie steppen.
Haematocrietwaarde:
zie hematocrietwaarde.
Haemoglobine:
zie hemoglobine.
Haemostase:
zie hemostase.
Hak, hakgewricht:
Halali:
het afblazen van de jacht (beëindigen) met jachthoorns bij een meutejacht. Oorspronkelijk het "ha, la lit!" ("ha, daar ligt hij!") bij de parforcejacht.
deze spieren zijn tot op zekere hoogte te beheersen (ademhalingsspieren, kringspieren van de blaashals en anus), maar zij zullen uiteindelijk toch hun eigen gang gaan. Zie voor meer info: spieren.
Halfwindhonden:
windhonden met eigenschappen van brakken; zij missen de gebogen rug en hebben staande oren; ze jagen zowel op de reuk als op het gezicht en zij apporteren.
Halitose,
halitosis:
Hals:
a) deel van een tand of kies dat omgeven wordt door het tandvlees;
b) nek.
Halsband:
leren band of stalen ketting die om de hals van de hond wordt bevestigd, waaraan men een riem of ketting kan haken om de hond te leiden.
Hals
geven (luid geven):
het blaffen of huilen van (meute)honden als teken voor de
jager, waar de hond(en) zich bevindt(en).
Halshernia, nekhernia:
geeft problemen aan de hals, vanaf de schedel tot de eerste borstwervel. Omdat er in de halswervels ruimte zit, zal een hernia hier niet gauw tot verlammingen leiden. Meestal is er alleen maar pijn: de hond piept bij het aanraken van de kop en bij bepaalde bewegingen met de kop, hij heeft een 'stijve nek' en houdt zijn nekspieren gespannen, hij kan niet bij de etensbak (die moet meestal hoger worden gezet) en als hij naar boven kijkt, beweegt hij alleen zijn ogen.
De verschijnselen lijken op die van een hersenvliesontsteking. Laat uw dierenarts de juiste diagnose stellen.
Heel typisch voor een halshernia kan zijn, dat uw hond vaak met één voorpootje struikelt: een teken van lichte verlammingsverschijnselen.
lijkt op een paardenhalster. Het bestaat uit één geheel en alleen het halsgedeelte is verstelbaar. Het snuitgedeelte is ruim bemeten, zodat de hond gemakkelijk kan hijgen en zelfs geeuwen. Deze ruimte heeft tegelijk het nadeel dat veel honden de neusband makkelijk "afpoetsen". Als de baas een beetje blijft opletten, hoeft dat geen probleem te zijn. Vervelender is dat de Halti niet iedere hond even goed past. De Halti is er in verschillende maten en kleuren.
Het werkt uitstekend, maar kan bij verkeerd gebruik gezondheidsrisico's geven. U doet er verstandig aan om voor de nodige instructie en begeleiding hulp in te roepen van een ervaren en deskundige instructeur of gedragsbegeleider.
is het voorbrengen van een hond op tentoonstellingen of tijdens wedstrijden. Een handler is de persoon die de hond hierbij begeleidt; hij hoeft dus niet de eigenaar van de betreffende hond te zijn.
Zie ook: hoe show ik een hond?
Handschuw:
hond, die zijn baas pas naderbij komt na veel zelfoverwinning. Dit is het gevolg van een onjuiste en veelal door straffen gekenmerkte opvoeding.
de reu blijft na de paring t.g.v. de sterk opgezwollen penis tot soms wel drie kwartier met de teef verbonden. De dieren met geweld scheiden kan verwondingen veroorzaken. Zie ook koppeling.
Hangend
oor:
het oor hangt recht langs het hoofd.
Ha-pa:
vroeger waarschijnlijk de verzamelnaam voor alle kleine honden in China. Ha-pa zou letterlijk 'onder de tafel' betekenen en daar de Chinese tafel zeer laag is, op bijzonder geringe hoogte duiden.
Toen de dynastie van de Mantsjoes aan het bewind kwam, zou zij het kleine ras uit Noord-China hebben gekruist met het zuidelijke schoothondje, dat al in de 8e eeuw aan het Chinese hof gehouden werd. Hierdoor zou het kleine slag Pekingees zijn ontstaan, dat de Britten 'sleeve dog' (hond voor de mouw) noemden. De Mantsjoes stelden hofbeambten aan voor de verzorging van de keizerlijke hondjes en vaardigden wetten uit die degene, die zo'n paleis-Pekingees stal, met zware straffen bedreigden. Waarschijnlijk hebben gunstelingen wel eens een enkele als geschenk ontvangen.
De Ha-pa schijnt een zeer licht geraamte met rechte benen te hebben gehad en korter van romp te zijn geweest dan het oorspronkelijke Leeuwhondje. Zijn gewicht was niet meer dan een kleine 2 kilo, maar zijn moed omgekeerd evenredig daaraan. Het schijnt, dat de Chin of Japanse Spaniel veel overeenkomsten met hem vertoont.
In China komen zwaar geknookte, kortharige hondjes voor, met korte, soms rechte, soms kromme benen, die een tussenvorm van Mopshond en Pekingees lijken te zijn. Met grote tussenpozen verschijnen er in Groot-Brittannië en in de Verenigde Staten, waar men ze Ha-pa's noemt.
een enkel aantal chromosomen bezittend; i.t.t. diploïde.
Haplotype:
of haploid genotype, is een specifieke combinatie van allelen zoals die voorkomen op een uniek chromosoom.
Harde bek, hard in de bek:
zie bek.
Hardpad disease
(Hard Pad Disease, Hard Pat Disease):
een speciale vorm van hondenziekte, waarbij de voetzolen en de neusspiegel keihard worden, terwijl verder de belangrijkste symptomen zenuwstoornissen zijn met epileptische aanvallen, spiertrekkingen en verlamming van de achterhand. Deze ziekte is pas sinds 1948 bekend.
Als een hond gevaccineerd is tegen Carré, krijgt hij nimmer hardpad.
wit met zwarte vlekken als bij Duitse Dog; wordt ook
gebruikt voor de 'merle' kleur zoals voorkomt bij de Beauceron.
Harrier
du Sommerset:
ooit bijzonder gewaardeerde, maar nu zeer zeldzame Harrier, die in Engeland ook wel West Country Harrier of Light Coloured Harrier wordt genoemd.
Zeer fraai wit met grijze, rode of gele aftekeningen.
Hart:
ligt in de borstholte. Het hart is de pomp die het bloed door het lichaam pompt. Het hart is te vergelijken met een grote, holle spier, die continue samentrekt en weer ontspant in een ritme dat afhankelijk is van de mate van inspanning.
Het hart bestaat uit een linker- en een rechterhelft, die elk weer onderverdeeld zijn in een boezem en een kamer.
Ongeveer 10% van de honden lijdt aan een hartaandoening. Deze aandoeningen resulteren in een progressieve disfunctie van het hart. Van deze hartkwalen zijn ongeveer 95% verworven en slechts 5% aangeboren.
Gedilateerde cardiomyopathie (DCM) en klepinsufficiëntie (EC) zijn de meest voorkomende oorzaken (80%) van hartinsufficiëntie.
Voor hartproblemen: zie hieronder, maar ook bloedvaten, CHI, polsslag, hartspier, ARVC, CVD en HCM.
Hartdilitatie:
hartverwijding.
Hartfrequentie:
zie hartslag.
Hartklep,
aandoeningen aan de ~:
zie stenose, insufficiëntie van de hartklep en HCM.
Hartruis:
zie de 2 ziekten bij de aandoeningen van de hartklep.
is voelbaar net achter de elleboog op de ribwand. Bij de hond is het hart te voelen in de tussenribruimtes van enkele ribben. Aan de linkerkant is dit tussen de 4e, 5e en 6e rib. Aan de rechterkant is het tussen de 3e, 4e en 5e rib. De ribben telt u altijd van achter naar voren, omdat de eerste ribben moeilijk te onderscheiden zijn. U begint dus achteraan bij 13 en verschuift naar voren 12, 11 etc.
De hartslag bij een hond is tussen de 60 en 120 keer per minuut. Is dit beneden de 30 of boven de 180 is het niet goed (behalve bij een hond die gerend heeft) en is het verstandig naar uw dierenarts te gaan.
Bij het controleren van de hartslag let de dierenarts erop dat het hart op de volgende wijze klopt:
• krachtig;
• regelmatig;
• equaal (gelijke sterkte van de slagen);
• symmetrisch (links en rechts gelijk);
• synchroon (hartslag gevolgd door polsslag).
Een ezelsbruggetje is: het hart klopt KRESS.
Een dierenarts kijkt niet alleen naar de hartslag, maar zal ook het hart ausculteren. Hij luistert naar de harttonen van het hart.
Ook bij het ausculteren let de dierenarts op regelmaat en intensiteit (kracht) van de hartslag. Daarnaast let hij op bijgeruis, wat ook souffles genoemd wordt.
is naar de cellulaire opbouw van spieren een tussenvorm.
De spiercellen lijken samengesmolten tot een syncitium, maar iedere vezel bevat slechts een centraal gelegen kern.
De vezels zijn anders dan de vezels van de dwarsgestreepte spieren ook duidelijk begrensd.
Een derde opvallend punt is, dat de vezels zich vertakken. Tussen de vezels ligt vrij veel losmazig bindweefsel.
Tenslotte, hoewel het hartspierweefsel vrij sterk overeenkomt met dwarsgestreept spierweefsel, is de hartspier een onwillekeurige spier. Hij werkt snel als dwarsgestreept spierweefsel, maar raakt niet snel vermoeid.
Zie voor meer info: spieren.
de dierenarts kan naar de harttonen van het hart luisteren. Hij kan 4 tonen onderscheiden. Bij gezonde honden overheersen de eerste twee harttonen. De eerste harttoon valt samen met het samentrekken van het hart en de uitstroom van het bloed. Dit is een lang en laag geluid.
De tweede harttoon valt samen met het vullen van het hart met nieuw bloed. Dit is een kort en scherp geluid. De dierenarts hoort iets in de trant van: brrrr-tup.
of Heartworm wordt door muskieten overgebracht. Deze worm vertoeft niet in de darmen, maar in de bloedvaten en heeft een voorkeur voor de rechter hartkamer. Hij komt veel voor in Amerika en Canada, maar was (zie hieronder) hoogst zelden in Nederland aanwezig.
De belangrijkste hartworm, Dirofilaria immitis, zorgt in Europa voor steeds meer problemen. Beneden de lijn Parijs - Milaan komt deze infectie inmiddels overal voor, met de hoogste besmettingscijfers in riviergebieden als de Po-vlakte in Italië en de Rhône-delta in Frankrijk. Maar eigenlijk is geen enkel gebied in de Zuid-Europese landen, net als op Aruba, Bonaire en Curaçao (Nederlandse Antillen), volledig vrij van hartworm.
Honden raken, als ze worden gestoken door bepaalde muskietensoorten, besmet met de larfjes van deze hartworm. Dergelijke larfjes worden microfilariën genoemd. Er zijn wereldwijd meer dan 60 soorten muggen die de ziekte over kunnen brengen, maar binnen Europa is Culex pipiens pipiens de meest gevonden hartwormmug.
Als een hond wordt gestoken door een besmette mug, dan worden er hartwormlarfjes onder de huid ingebracht. De hartwormlarven maken een trektocht naar de borstholte en ontwikkelen zich tot volwassen wormen van meer dan 20 cm. lang, die verblijven in het hart of in de longslagaders. De ontwikkeling tot volwassen worm duurt 6 tot 7 maanden. Deze volwassen wormen produceren vervolgens niet alleen weer volop nieuwe larfjes, maar zorgen ook voor ernstige klachten. Er kunnen soms wel tientallen wormen aanwezig zijn, die bovendien jarenlang in leven blijven.
Wanneer een mug bloed opzuigt van een besmet dier, worden tevens larfjes opgenomen, waardoor de mug de infectie weer door kan geven.
Hartworm veroorzaakt koorts, hoesten, hartritmestoornissen en stuwingsverschijnselen (oedemen) en in een later stadium ook nier- en leverproblemen.
Dus is het tegenwoordig raadzaam om als u met uw hond naar bijv. Zuid-Frankrijk op vakantie gaat gewoon uit voorzorg een tabletje (bijv. Milbemax®), pipetje (Stronghold®) of injectie bij de dierenarts te halen voor hartworm.
Zie ook Advocate® en Scalibor®.
Sinds voorjaar '08 is 't bekend, dat de Franse hartworm (Angiostrongylus vasorum), een wormsoort waar men tot dan van aannam dat hij niet in Nederland voorkwam, toch gevonden is in de ontlasting van een hond afkomstig van de oostkant van de Veluwe. Eerder was er in Den Haag ook een hond gediagnosticeerd met deze Franse hartworm. Inmiddels is de diagnose bij meerdere honden gesteld. Het is in ieder geval duidelijk dat de worm ook wordt gevonden bij honden die nog nooit in het buitenland zijn geweest, en dat betekent dat de Franse hartworm zich ook in Nederland genesteld heeft.
Er werd in maart '08 een onderzoek gestart uitgaande van de Faculteit Diergeneeskunde in Utrecht naar de Franse hartworm, waarbij ontlasting van honden ingestuurd kon worden voor een onderzoek op longwormlarven.
Dat de Franse hartworm voorkomt in de ons omringende landen, o.a. in Duitsland, Zwitserland, Denemarken, Frankrijk en Engeland, is al langer bekend. De hond wordt geïnfecteerd door het opeten van slakken, kikkers of door het eten van iets waar slakken op hebben gepoept. Hierin bevinden zich de larven. Deze larven dringen door de darmwand en trekken door het lichaam van de hond. Hierdoor kunnen ze volwassen worden en zich uiteindelijk nestelen in de rechter harthelft en het bloedvat dat hiervandaan naar de longen leidt. De volwassen wormen leggen hier hun eieren. De eieren stromen met het bloed naar de longen waar ze vastlopen en uitkomen. De larven trekken naar de longen en worden door de hond opgehoest en doorgeslikt. Ongeveer 7 weken na het opeten van de larven worden zo weer nieuwe larven uitgescheiden met de ontlasting.
Het komt regelmatig voor dat honden pas maanden tot jaren na infectie ziekteverschijnselen gaan vertonen. De ziekteverschijnselen zijn niet specifiek. De hond is lusteloos, sneller moe, eet minder goed, groeit niet snel genoeg of vermagert. Verder kan de hond hoesten, braken, benauwd zijn en vocht vasthouden.
De diagnose wordt gesteld m.b.v. de verschijnselen en het vinden van larven in de poep. De wormpjes kunnen niet met het blote oog worden gezien. De poep wordt daarom eerst gefilterd en vervolgens wordt onder de microscoop bekeken of er wormpjes aanwezig zijn.
De behandeling bestaat uit het toedienen van een wormenkuur (bijv. Milbemax®). Niet elke wormenkuur is geschikt, bovendien moet de dosering worden verhoogd en moet de wormenkuur vaker worden toegediend dan gebruikelijk is. Afhankelijk van de ernst van de verschijnselen moet soms ook symptomatisch worden behandeld. Dit houdt in dat het hart of de longen een handje geholpen worden. De prognose is goed, tenzij de veranderingen door de worm in het lichaam al zo uitgebreid zijn dat de hond niet meer beter kan worden.
Haut
Poitou:
is de oude benaming voor de Poitevin.
Haverse
kanalen:
zie opbouw van het been.
Haw:
ectropion van het onderooglid bij
bepaalde
rassen met zware huid zoals Bloedhond, Bassethound en Clumber Spaniel.
Hazenrein,
hazenreinheid:
jagersterm voor de eigenschap van een goede jachthond om
geen onbeschoten wild op eigen initiatief
te achtervolgen.
ovale, vrij lange voet door extra lange eerste teenkootjes
(diverse Windhondenrassen).
Hazewindhond:
oude benaming voor windhond.
Hb:
afkorting van hemoglobine.
HD:
zie heupdysplasie.
Heeler:
Engelse term voor hond, die vee voor zich uitdrijft door het in de achterbenen
(hielen) te bijten (bijv.
Welsh Corgi, Australian Cattle Dog,
Lancashire Heeler).
is afkomstig uit Engeland. De uitdrukking zegt het al, het bestaat voor het grootste deel uit volgwerk op muziek. De hond mag hooguit 2 meter bij de handler vandaan. Deze tak van hondensport is formeler dan doggy dance.
Helmins, helmint:
ingewandsworm.
Hematocrietwaarde
(Ht):
volumepercentage rode bloedcellen in het bloed oftewel het percentage van het volume van rode bloedcellen t.o.v. het totale volume van het bloed. Als een hond bijv. een hematocrietwaarde heeft van 37, dan bestaat zijn bloed voor 37% uit rode bloedcellen.
Zie ook wetenswaardigheden 8 en 11 en bloedonderzoek.
Hematogeen:
door de bloedstroom verspreid; bloedvormend.
Hematoma, hematoom:
bloeduitstorting in weefsels of organen.
Hematopoëse, hemopoëse:
vorming van bloedcellen; bloedvorming.
Hematurie:
bloed in de urine.
Hemilaminectomie:
zie laminectomie.
Hemisfeer:
hersenhelft.
bloederziekte, een stollingsziekte; het optreden van spontane bloedingen en van abnormaal sterke bloedingen bij geringe verwondingen. Er bestaan verschillende hemofilieën: Hemofilie A (dit is een tekort aan stollingsfactor VIII) en Hemofilie B (dit is een tekort aan stollingsfactor IX).
De erfelijke stollingsstoornissen kunnen we middels een bloedonderzoek opsporen en er is in Nederland een DNA-test mogelijk voor Hemofilie A.
Zie ook bloedstolling.
rode kleurstof in de rode bloedcellen, die zuurstof transporteert en ijzer bevat; bloedkleurstof. Zie ook erythrocyten.
Hemolyse (Haemolyse):
het zich afscheiden van de hemoglobine uit de rode bloedcellen.
Hemolytische anemie:
Hemorragie:
bloeding.
Hemorragische diathese:
verhoogde neiging tot bloeden.
is het bloedstollingsproces. Voor een geslaagde hemostase moeten vooral drie componenten samenwerken, te weten de wanden van de bloedvaten, de bloedplaatjes en de eiwitten in het bloed.
Hemostase is een verzamelnaam voor al de mechanismen die ervoor moeten zorgen dat spontane bloedingen worden vermeden en dat bloedingen, veroorzaakt door een breuk in de continuïteit van de vaatwand, stoppen. Hemostase is een fysiologisch samenspel van de vaatwand, de bloedplaatjes, de coagulatie (de coagulatiefactoren die men terugvindt in het plasma) en de fibrinolyse.
een vooral in de lever (= hepar) voorkomende stof, die bloedstolling verhindert.
leverontsteking, geelzucht: geelverkleuring van de huid en slijmvliezen.
Zie ook HCC en bilirubine.
Hepatitis
Contagiosa Canis (HCC):
komt nog maar zelden voor. Rubarth ontdekte het in 1947.
Het wordt veroorzaakt door het canine adenovirus type 1 (CAV-1), dat de levercellen aantast en een acute leverontsteking veroorzaakt. Hierdoor ontstaat bloedingen in de lever, die uiteindelijk afsterft.
De verschijnselen van HCC zijn: geelzucht, bloedingen, braken, diarree en dronken gedrag.
Bij honden die wel ooit eens gevaccineerd zijn, verloopt de ontsteking niet acuut. Deze honden krijgen een chronische hepatitis, waardoor levercirrose ontstaat.
Tegen het virus is geen therapie mogelijk; wel kan de hond gevaccineerd worden om de ziekte te voorkomen (zie cocktailenting). Bij sommige honden ontstaat als reactie op de enting een vertroebeling van het hoornvlies van het oog, dat na enkele weken geheel wegtrekt.
Hepatocyt:
levercel.
Hepatoliet:
leversteen, galsteen.
Hepatoom:
goed- of kwaadaardig levergezwel.
planteneter.
groep van honden, die op enige manier met vee te maken hebben. Zie hier.
Herdershond
van Ermente:
zie Armant.
Hereditair:
door erfelijkheid bepaald, erfelijk.
tweeslachtig wezen, dier dat kenmerken van beide geslachten in zich verenigt. Dus een hond die reu én teef is. Bij sommige hondensoorten kan dit zelden voorkomen, zoals bij de Cocker Spaniel.
Er zijn verschillende vormen van hermafrodie: echte en pseudo-hermafrodieten. Bijv. een reu die ook weefsel van eierstokken of een baarmoeder heeft. Zeldzamer is de variant, waarbij de hond een testikel én 2 eierstokken én een baarmoeder heeft.
Sommige hermafrodieten kunnen zich voortplanten. Vaak zijn hermafrodiete honden onrustiger, wat meestal na een operatie verdwijnt.
Hermafroditisme is erfelijk. Beide ouders moeten drager zijn om het bij hun pups tot uiting te laten komen. Dit heet een autosomale recessieve vererving.
Meer (Engelse) info vindt u in het artikel van Vicki Meyers-Wallen.
ingewandsbreuk, breuk van een tussenwervel in het wervelkanaal.
Hernia
aan de hals, aan de nek:
zie halshernia.
Hernia
diafragmatica peritoneo-pericardialis:
is iets wat niet vaak voorkomt. Het wil eigenlijk zeggen, dat bij de hond het middenrif zich niet goed heeft gesloten in de embryonale fase, m.a.w. het is aangeboren (congenitaal). Daardoor ontstaat er een open verbinding tussen de buikholte (peritoneum) en het hartzakje (pericard), waardoor bijv. de darmen in het hartzakje kunnen zitten.
In het Engels heet dit: congenital peritoneopericardial diaphragmatic hernia (PPDH).
De behandeling is een operatie om het gat in het middenrif te dichten.
Hernia
hiatale:
zie slokdarm.
Hernia
Nucleus Pulposis (HNP):
uitpuiling of eruptie van het stootkussen, dat tussen de wervels is gelegen. Na eruptie van de nucleus pulposis kan druk op het ruggenmerg ontstaan, die leidt tot pijnlijkheid en/of verlammingen.
Anders gezegd: een enkele keer degenereert de annulus fibrosus en schiet de nucleus pulposus weg. Door de aanwezigheid van de banden kan deze kern alleen maar de ruimte binnen de wervelboog binnendringen en drukt daar tegen het ruggenmerg. Verlammingen van de achterhand zijn het gevolg. We spreken nu van een hernia vertebralis.
HNP wordt veelal, maar niet alleen, gezien bij rassen met een lange rug, bijv. de teckel. In dat geval wordt ook wel van Teckelverlamming of Teckelhernia gesproken.
Het is nodig om door een operatieve ingreep een deel van de wervelboog te verwijderen, zodat het ruggenmerg weer genoeg ruimte kan krijgen en de druk op het ruggenmerg kan afnemen.
Hernia
perinealis:
Herpes:
infectieziekte, aandoening van de huid met vorming van blaasjes.
Zie Canine Herpes Virus (CHV).
Herplaatsing:
voor honden, die door omstandigheden niet meer bij hun baasje kunnen blijven wonen. Klik hier.
vormen met het ruggenmerg het centrale zenuwstelsel. De hersenen bestaan uit de grote en kleine hersenen.
Aan de buitenzijde van de kleine hersenen ligt de grijze schors. De schors is grijs gekleurd vanwege de opbouw uit cellichamen en gliacellen. Het witte merg, dat uit vezels bestaat, ligt aan de binnenzijde. De rangschikking van de cellichamen en de vezels is dus juist omgekeerd in vergelijking met het ruggenmerg.
De kleine hersenen zijn in 2 delen, de zgn. hermisferen, gesplitst. De verbinding tussen het linker- en het rechterdeel wordt onderhouden door een zgn. hersenbalk, brug of pons cerebelli.
De kleine hersenen zijn vooral het centrum van het evenwicht en verder zorgen de kleine hersenen voor coördinatie van verschillende zenuwprikkels. Zouden de kleine hersenen beschadigd worden, dan zouden naast het optreden van zenuwstoornissen alle bewegingen onevenredig ruw worden uitgevoerd. De kleine hersenen zorgen er dus voor, dat prikkels vanuit de grote hersenen, enigszins worden afgezwakt.
De grote hersenen bestaan ook uit 2 halfronden, de hermisferen, die door een diepe overlangse groeve zijn gescheiden. De verbinding tussen de beide helften wordt ook hier onderhouden door een hersenbalk. De verdeling van grijze en witte stof is gelijk als bij de kleine hersenen. Het oppervlak van de grote hersenen vertoont grote windingen, die door diepe plooien van elkaar zijn gescheiden.
In de grote hersenen ontstaan uiteindelijk de gewaarwordingen van al hetgeen de hond door zintuigen waarneemt. Ieder zintuig heeft er zijn eigen centrum.
Voorts bezitten de grote hersenen ook uitgestrekte motorische velden. Motorische velden zijn de gebieden, van waaruit de beweging van alle willekeurige spieren begint. Via de kleine hersenen gaan de prikkels langs afdalende banen naar het ruggenmerg, waar ze worden overgeschakeld op de motorische zenuwen.
In de hersenschors zetelen bovendien nog de wil, de intelligentie en de herinnering. Bepaalde centra voor deze eigenschappen heeft men nog niet kunnen aantonen.
Zie ook hydrocefalus.
of beroerte. In de volksmond ook attack genoemd (geen tia = Transient Ischaemic Attack, wat vrij vertaald een 'voorbijgaande doorbloedingsstoornis' is oftewel 'een voorbijgaande beroerte', m.a.w. kortdurende uitval).
Bij mensen heeft men het vaak i.p.v. over een beroerte over CVA (Cerebro Vasculair Accident), wat letterlijk 'hersenbloedvatbeschadiging' betekent.
Bij een beroerte ontstaat een beschadiging in de hersenen. Dat kan op twee manieren:
• bij een herseninfarct sluit een bloedstolsel of vaatvernauwing een bloedvat in de hersenen af. Hierdoor krijgt een deel van de hersenen te weinig zuurstof en sterft af;
•
bij een
Hersenkneuzing:
is een kneuzing van de hersenen, die soms gepaard gaat met bewusteloosheid en leidt tot tijdelijke verwarring en wankelheid.
Hersenschudding:
bewusteloosheid die enkele seconden tot enkele minuten kan duren en waarbij hersencellen afsterven.
zorgt voor een verbinding tussen de grote en kleine hersenen en het verlengde merg.
Er zijn 2 belangrijke centra aanwezig aan de bovenzijde van de hersenstam: een centrum voor het gezicht (pupilreflex) en een centrum voor het gehoor.
De onderzijde van de hersenstam speelt een grote rol in de verbinding naar het hormoonstelsel, het andere reguleringsstelsel in het lichaam. Dit onderste gedeelte noemen we de hypothalamus.
De hersenstam is verbonden met 2 hormoonklieren. Aan de bovenzijde vinden we de epifyse. Aan de onderzijde vinden we de hypofyse aan het uiteinde van de hypofysesteel.
Vlak voor de hypofysesteel ligt het chiasma opticum. Hier komen de beide oogzenuwen bij elkaar. Een deel van de vezels der beide zenuwen wordt uitgewisseld. Hierdoor is het mogelijk geworden, dat het beeld van het linkeroog dat van het rechteroog voor een deel overlapt, waardoor de hond diepte kan zien en gemakkelijker afstanden kan schatten.
Zie ook zenuwstelsel.
Hersenvliesontsteking:
zie meningitis.
lange gebogen hals als bij Italiaans Windhondje. Zie ook
zwanenhals.
Hertha
Pointer:
dit Deense slag wordt niet door de Dansk Kennel Klubben erkend. Een enkele maal is een Hertha Pointer in Nederland tentoongesteld. Van Bylandt gaf in zijn 'Les Races de Chiens' zijn volledige raspunten.
Oranjegeel-met-witte, lichte Pointer van 60-65 cm schofthoogte en 20-25 kg gewicht. Lang hoofd, waarvan de snuit opvallend breed blijft. Wit hier en daar, voorhoofd, snuit, keel, borst, voeten en onderaan de benen en punt van de staart. Verder in alles goed gebouwd en, hoewel licht, zeer sterk. Borst ruim.
Heterofagie:
zie lysosoom.
Heterogeen,
heterogeniteit:
bestaat in een groep van dieren, bijv. in een ras, als er binnen die groep een ruime mate van verscheidenheid bestaat. Als de dieren binnen die groep alleen onderling gepaard worden, zoals bij de zuivere rassen het geval is, dan is er, vooral als het aantal dieren voor de fokkerij beperkt is, kans op verlies van genetische heterogeniteit. Een gevolg kan zijn, dat de mogelijkheden voor interactie tussen verschillende genen afnemen en dat dientengevolge een verlies gaat optreden aan vitaliteit bij de dieren, die tot een dergelijke groep behoren.
is het verschijnsel dat optreedt als planten of dieren, die lange tijd gescheiden geteeld zijn, met elkaar gekruist worden.
Het is bekend dat kruisingsproducten, vooral 'gekruiste Mechelaars', meer kracht en durf en aanvalsdrift vertonen dan rashonden, en daarom gebruikt worden als bijv. politiehond.
koudbloedig; i.t.t. homeotherm.
Heterozygoot,
heterozygotie:
fokonzuiverheid of ongelijkheid van de beide genen van een allelenpaar die op overeenkomstig locus liggen en tezamen een eigenschap bepalen (dus een grote en een kleine letter); bijvoorbeeld één gen voor zwart en één gen voor wit.
I.t.t. homozygoot.
Hetzen:
is het achtervolgen van wild door de hond.
Heup:
zie wetenswaardigheden.
misvorming van het heupgewricht (afkorting HD); zie voor meer info: wetenswaardigheden.
Verklarende woordenlijst inzake HD uitslagen:
HD- is HD Vrij, HD-TC is HD Transitional Case is een Overgangsvorm, HD± is HD Licht Positief, HD+ is HD Positief, HD-O is HD-Frei, HD-F is HD-Frei, HD-Ü is HD-Übergangsform, HD-V is HD-Verdacht, HD-L is HD-Leicht, HD-M is HD-Mittel, HD-S is Schwere HD, HD-A is HD Vrij, HD-B is Transitional Case is een Overgangsvorm, HD-C is HD Licht Positief, HD-D is HD Positief en HD-E is HD Positief / HD Positief optima forma.
Hijgen:
waarom hijgt een hond? Zie wetenswaardigheden.
Hip
Score:
zie HS.
genoemd naar prof. dr. W.K. Hirschfeld, die in de periode 1950-1970 gelijktijdig hoogleraar aan de Faculteit der Diergeneeskunde en voorzitter van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied was.
Prof. Hirschfeld heeft er naar gestreefd een samenwerking tussen het diergeneeskundig onderzoek en de kynologie tot stand te brengen.
Inmiddels heeft de W.K. Hirschfeld Stichting (WKHS) een nieuwe naam gekregen, GGW ofwel Gezondheid, Gedrag en Welzijn; deze afdeling van de Raad van Beheer heeft alle WKHS-activiteiten overgenomen.
De voornaamste doelstelling van de W.K. Hirschfeld Stichting bestond uit de wetenschappelijke begeleiding van de kynologie. In zijn laatste vorm was de WKHS een adviescommissie van de Raad van Beheer.
Zie het Algemeen Onderzoeksreglement GGW.
is een weefselhormoon, dat van belang is bij reacties op lichaamsvreemde stoffen. Onder invloed van histamine worden de bloedvaten beter doorlaatbaar.
leer van de weefsels. Een histologisch onderzoek is weefselonderzoek.
leer van de ziekten van de weefsels. Het is de (meestal microscopische) studie van ziekteprocessen in weefsels. Het woord wordt ook wel gebruikt voor het resultaat van de beoordeling van een dergelijk weefselmonster door een patholoog-anatoom, hoewel PA (pathologische anatomie) daarvoor gebruikelijker is.
Hitteshock:
zie wetenswaardigheden.
Hitteslag:
zie zonnesteek.
HNP:
Hocks:
Engels voor hakken of
spronggewrichten.
HOD:
zie hypertrofische osteodystrofie.
de hoek, die de botten van de ledematen onderling vormen.
Zie ook
gewinkeld
Hoektanden (haaktanden):
zie tanden.
deze spieren omsluiten een holte, die ze door samentrekking kunnen verkleinen.
Voorbeelden zijn het hart, de maag, de darmen en de blaas. Zie voor meer info: spieren.
Holzbracke:
zie Houtbrak.
is een alternatieve geneeswijze (uit het Grieks: ðμοιος, homoios, gelijksoortig en πάθος, pathos, lijden of ziekte), wijd verbreid, maar ook omstreden. Het is een geneeswijze, die berust op het principe om een ziekte te genezen met een gelijksoortig geneesmiddel (het principe 'similia similibus curentur').
De homeopathische geneeswijze die reeds door Hippocrates (ca. 500 v.C.) werd toegepast, is pas in ca. 1800 door de Duitse arts Hahnemann opnieuw naar voren gebracht en uitgebreid in de praktijk gebracht.
Wanneer een bepaald ziektebeeld behandeld moet worden, wordt vastgesteld met welke vergiftiging het symptomencomplex overeenkomt, m.a.w. welke stof veroorzaakt door intoxicatie dezelfde ziekteverschijnselen als die, welke behandeld moeten worden. Is dit eenmaal vastgesteld, dan wordt een zeer kleine hoeveelheid van deze stof, dus in verdunde toestand, als geneesmiddel gegeven. Men bereikt hiermee dat het organisme geprikkeld wordt, waardoor afweerlichamen gevormd worden die in staat zijn de opgetreden ziekteverschijnselen te neutraliseren. De homeopathische geneeswijze moet dan ook beschouwd worden als een prikkeltherapie. Het logische gevolg hiervan is dat de homeopathie uitsluitend werkt met zeer kleine doseringen, de zogenaamde verwrijvingen en verdunningen.
Dierenartsen die zich op deze vorm van diergeneeskunde hebben toegelegd, zijn georganiseerd in de Vereniging voor homeopathische dierenartsen. Klik daarvoor op Links voor diverse websites.
Homeostase:
evenwicht; de middelen waarmee het lichaam een constante inwendige omgeving behoudt, ondanks veranderingen die buiten het lichaam plaatsvinden.
warmbloedig; i.t.t. heterotherm.
Hommelsteek:
zie wetenswaardigheden.
chromosomen, die als een paar bij elkaar behoren (homologe chromosomen). Zie ook hieronder.
Homologie:
is een term uit de genetica, die duidt op overeenkomstigheid.
Homologie kan betrekking hebben op overeenkomstigheid tussen diersoorten. Een voorbeeld daarvan is de homologie in de allelen van de A-locus voor de vachtkleur. Bij de hond, kat, paard, muis en konijn zijn overeenkomstige reeksen van allelen bekend voor zwart, wildkleur, geel en black and tan.
Homologie kan ook betrekking hebben op overeenkomstigheid binnen een diersoort. Een witte vacht met blauwe ogen gaat niet alleen bij de Dalmatiër, maar ook bij de Engelse Setter en de witte Bullterriër gepaard met risico's voor doofheid.
Homozygoot,
homozygotie:
fokzuiverheid of gelijkheid van de beide genen van een allelenpaar die op overeenkomstige locus liggen en tezamen een eigenschap bepalen (dus twee grote of twee kleine letters); bijvoorbeeld beide genen voor zwart of beide genen voor wit.
I.t.t. heterozygoot.
Hondachtigen:
zie Canidae.
Hondenbeet:
dient met de nodige aandacht behandeld te worden. De door de beet ontstane wond is altijd geïnfecteerd. De wond moet met veel water worden uitgespoeld en met bijv. jodium gedesinfecteerd worden. Grote en/of diepe wonden moeten professioneel behandeld worden.
Is een mens het slachtoffer, dan is naast de juiste wondverzorging een preventieve behandeling tegen tetanus noodzakelijk. Hondenbeten worden door de ziekenhuizen geregistreerd. Deze registratie geeft de minister informatie over agressief gedrag van de verschillende rassen.
Hondenbelasting:
is een gemeentelijke heffing, ingesteld om controle te hebben op het aantal honden i.v.m. eventueel te nemen maatregelen bij hondsdolheid en om zwerfhonden tegen te gaan. Doordat het een gemeentelijke belasting is, kan de hoogte ervan van plaats tot plaats aanzienlijk verschillen. Men betaalt per hond, maar bezit men er meer dan drie, dan valt men in vele gemeenten onder de kennelbelasting en moet er jaarlijks een vast bedrag worden betaald.
Hondenfotografie:
zie daar.
kunt u gebruiken als "anti marter middel", d.w.z. als u last heeft, dat uw auto bezocht wordt door marters (die kabels doorbijten) of wanneer steenmarters uw zolder als woonplaats hebben uitgekozen, legt u hondenhaar, wel of niet in een sok, onder uw auto of op uw zolder neer. De marter vindt de hondengeur niet prettig en laat uw auto of zolder links liggen.
Het hondenhaar verzamelt u na het borstelen of na een trimbeurt.
Onder de motorkap van uw auto kan ook een roostertje of stuk kippengaas worden aangebracht. Een doek met ammoniak, een schaaltje met bleekwater of een toiletblokje met citroengeur kan ook. Naast de geur van hondenhaar hebben steenmarters een hekel aan lawaai en fel licht. Het heeft geen zin om een marter met veel lawaai weg te jagen, of om een anti-marterspray te gebruiken. Als de kust weer veilig is, komt de marter namelijk gewoon terug.
Zie ook vacht.
heeft een hoog eiwit- en vetgehalte. Het bestaat voor 77% uit water en voor 23% uit droge stof; deze droge stof is opgebouwd uit 9,26% vet, 9,72% eiwit, 0,91% zouten en 3,11% suiker. Als vervanging van hondenmelk is koemelk ongeschikt wegens een te laag vet- en eiwitgehalte.
Melk bevat alle stoffen die de welpen als voedsel en voor de groei nodig hebben. Het bevat alle voedingsstoffen in een licht verteerbare en opneembare vorm. De witte tot gelige kleur wordt bepaald door de erin rondzwevende vetdruppeltjes en opgeloste colloïdale eiwitten.
Hondenmelk reageert licht zuur. Hoofdbestanddeel (83-87%) is het uit het bloed afkomstige water, waarin organische en anorganische stoffen zijn opgelost of rondzweven. Aan eiwitlichaampjes bevat het voldoende caseïne, lactalbumine en lactoglobuline en in de juiste verhouding, zoals de welp dit voor de opbouw van zijn weefsels nodig heeft.
In tegenstelling tot koeienmelk bevindt zich in hondenmelk relatief veel albumine en globuline. Aan koolhydraten komt alleen melksuiker (lactose) voor, dat in de melkkliercellen vooral uit het bloedsuiker (glucose) ontstaat. Het vet is in de vorm van uiterst fijne bolletjes in het melkplasma verdeeld. Opgelost in het melkvet bevinden zich, afhankelijk van de voeding en verzorging van de teef, voldoende of slechts geringe hoeveelheden vitamine A en D. Van de in water oplosbare vitamines zijn de vitamines B1, B2 en C aanwezig. De hoofdzakelijk voor de opbouw van het beendergestel benodigde anorganische zouten zijn als calciumfosfaat, kaliumchloride en anorganisch fosfor in de melk aantoonbaar.
Opvallend in vergelijking met koeienmelk is het veel hogere gehalte aan CaO (calciumoxide) en P2O5 (fosforpentoxide) in hondenmelk. Verder zitten er in melk nog jodium en sporen van koper, mangaan, kiezelzuur en ammoniak.
Door de melkklieren worden ook antistoffen overgedragen, die het jonge dier een tijdelijke passieve immuniteit geven tegen de ziekten waarvoor de moeder als gevolg van inentingen of ziekte reeds specifieke antistoffen heeft gevormd.
Uit het voorgaande blijkt, dat koeienmelk pas als vervanging voor de moedermelk geschikt is na aanpassing hieraan. Dit geldt overigens voor alle melksoorten: ze zijn altijd gericht op de betreffende diersoort. Voor honden moet er vooral vet, globuline en albumine aan worden toegevoegd.
De eerste 1-3 dagen na de geboorte produceren de melkklieren de zgn. biest of het colostrum, waarin meer eiwit en minder vet zit. Ook de hoeveelheden lecithine, cholosterine en jodium erin zijn groter dan in de gewone melk. IJzer is slechts in sporen aanwezig. Diverse fermenten, vooral katalase, worden ter ondersteuning van de bij de pasgeborene nog onvolkomen spijsverteringsprocessen rijkelijk afgescheiden. Bij teven die meer dan 5 krachtige welpen moeten zogen, verdwijnt het colostrale karakter van de melk reeds na 24 uur. De hondenmelk is het rijkst aan vet tijdens de periode van de grootste melkproductie. Deze is afhankelijk van het ras, maar kan individueel en zelfs van worp tot worp aanzienlijke verschillen vertonen.
De lactatiecurve van de teef loopt tot aan de vierde week geleidelijk op, maar begint al in de vijfde week te dalen. In de verschillende afscheidingsfasen wijzigen de samenstelling en concentratie zich niet onaanzienlijk, afhankelijk van de behoefte van de jongen. Zogende teven moeten een goed uitgebalanceerde voeding (met extra eiwitten en kalk) krijgen en hebben vooral ook voldoende beweging buiten nodig.
Hondenmin:
zie min.
Hondenpaspoort:
zie dierenpaspoort.
is een goede uitlaatklep voor de fysieke en mentale energie van de hond. Tevens bevordert het de relatie, verstandhouding en samenwerking tussen hond en baasje.
Het is verstandig een sport te kiezen, die past bij het karakter van de hond en bij de interesse en mogelijkheden van de baas. Maar welke vorm u ook kiest: het belangrijkste is, dat u bezig bent met uw hond. Want een hond die zijn energie niet op de juiste manier kwijt kan, raakt gefrustreerd en wordt daardoor onhandelbaar.
Tegenwoordig is er een ruim aanbod aan verschillende hondensporten. Men maakt vaak een onderscheid tussen de klassieke hondensporten (waak- en verdediging, speuren, gehoorzaamheid etc.) en de moderne hondensporten (agility, flyball, frisbee etc.).
Voor specifieke info over diverse hondensporten: zie agility of behendigheid, apporteren, breitensport, canicross, canine freestyle, chuckit ball launcher, clean bootspeurwerk, clicker challenge, combi sport, coursing, dog-dartbee, dogfrisbee, doggydance, fietsen, flyball, flybee, flygility, frisbee, gedrag en gehoorzaamheid, heelwork to music, ipo, jachttraining (jachthondensport), lurcher work, mantrailing, m.a.p., nordic dog walking, obedience, politiehondentraining, rally-o, reddingshond, ringtraining, schapen drijven, skikjøring, sledehondensport, speuren, sport en spel, steppen, treibball (drijfbal), uv, vzh, werkhondensport, windhondenrennen en zweetwerk.
Hondenstamboek:
Hondentaal:
zie wetenswaardigheden.
Hondenteek:
parasiet, die leeft van het bloed van zoogdieren en bepaalde ziekten kan overbrengen.
Zie voor uitgebreide info: wetenswaardigheden.
Hondenvlo:
bloed zuigende, uitwendige parasieten.
Zie voor uitgebreide info: wetenswaardigheden en Advocate®.
Hondenweer:
betekent meestal, dat het guur is en hard regent. Dat je blij bent als je lekker binnen zit.
Maar waar de term 'hondenweer' nu eigenlijk vandaan komt is niet duidelijk. Er zijn verschillende verklaringen voor.
Ten eerste kunnen we stellen, dat de mensen het weer zo slecht vinden, dat ze er hun hond nog niet doorheen jagen. Ten tweede kan de uitdrukking hondenweer afgeleid zijn van het oud Nederlandse woord 'ondeweer', dat slecht weer betekent. Ook de Engelsen brengen hun huisdieren in verband met veel regen. Wanneer je aan een Engelsman op een regenachtige dag vraagt wat voor weer het is, zal hij waarschijnlijk zeggen: "It's raining cats and dogs", oftewel 'het regent katten en honden'.
oftewel ziekte van Carré (onderzoeker, die in 1905 het virus beschreef) wordt veroorzaakt door het canine distemper virus (CDV), dat familie is van het mazelenvirus bij de mens. In het Engels heet dit 'Distemper' en in het Duits 'Staupe'.
De verspreiding van dit virus gaat hoofdzakelijk via lichaamsvloeistoffen (bijv. urine), maar kan ook via kleding van mensen worden overgedragen. Binnen een week na besmetting ziet men de eerste verschijnselen, die lijken op een verkoudheid. Bij een heftige infectie dringen de virussen de hersenen binnen, waarna vernietiging van hersenweefsel volgt. De hond raakt verlamd, wordt blind of doof of krijgt krampaanvallen. Soms raken ze zwakzinnig.
De ziekte van Carré op zich is niet dodelijk, maar de virusaanval put het lichaam sterk uit, waarna secundaire, bacteriële infecties de kans krijgen om zich te manifesteren. Meestal zal de hond ook aan secundaire infecties sterven.
Er bestaat een vaccinatie hiervoor: zie cocktailenting.
Hond
& kind:
zie tips voor een goede omgang tussen kinderen en honden; voor het Hond & Kindproject op basisscholen: klik hier.
Hondoloog:
is een soort hoofdendokter voor uw hond, een zelfbenoemde psycholoog die vooral de relatie tussen de hond en het baasje analyseert.
De eerste hondoloog van Nederland is in het leven geroepen door het hondenvoedingsmerk Beneful, dus eigenlijk vanuit een commercieel oogpunt. Het is een moderne naam voor een hondengedragstherapeut. Alle vragen waarmee u als baas mee zit ('Waarom blaft hij?', 'Waarom loopt hij altijd weg?'), kan de hondoloog voor u beantwoorden.
De nadruk ligt op begrip en de relatie tussen baas en hond. U leert over de manier waarop honden met elkaar communiceren, hoe ze leren en hoe u ervoor kunt zorgen dat hij u ook begrijpt.
Hondsdagen:
de dagen van omstreeks 20 juli tot rond 20 augustus worden de "Hondsdagen" genoemd. In deze periode, die soms ook wel eens iets eerder of later begint, komt de heldere ster "Sirius" van het sterrenbeeld "De Grote Hond" gelijk met de Zon op. In deze tijd van het jaar is "Sirius" (volgens de Griekse mythologie de hond van de jager Orion) dus niet zichtbaar.
De Grieken en Romeinen zagen de "Hondsdagen" als de periode van de grote hitte. Ook voor ons land gaat dat op: de tijd van de "Hondsdagen" is de warmste van het jaar. Het etmaalgemiddelde van de temperatuur is dan 17 graden en 's middags is 19 tot 24 graden heel normaal.
Voor de oude Egyptenaren vielen de "Hondsdagen" samen met de jaarlijks terugkerende overstroming van de Nijl. Deze overstromingen, toen het Nassermeer nog niet bestond, waren het gevolg van seizoensregens in Ethiopië, de zuidelijke Soedan en vooral de omgeving van het Victoriameer. In Egypte zelf valt het hele jaar door nauwelijks regen. Een overstromingsperiode, waarbij rivieren buiten hun oevers treden, is het bij ons niet, maar de warmte kan wel gemakkelijk voeding geven aan onweersbuien met veel regen in korte tijd en lokale wateroverlast. Een vochtig warm, broeierig weertype met zo nu en dan een paar stevige buien is karakteristiek voor de "Hondsdagen". Voor onze voorouders, die nog niet over koelkasten beschikten, was dat ook de tijd waarin eten en melk sneller waren bedorven.
In verscheidene landen had men vroeger de gewoonte om honden tijdens de "Hondsdagen" muilkorven om te doen uit vrees voor hondsdolheid. Maar de "Hondsdagen" hebben verder niets te maken met honden, al kan het tijdens een onweer hondenweer zijn. Het woord "honde(n)weer", dat er volgens de nieuwe spelling een "n" heeft bijgekregen, is afgeleid van het oud-Nederlandse woord "ondeweer", dat 'slecht weer' betekent. In het Fries bestaat het woord 'ungetiid', dat was de zomerperiode tijdens de hooioogst.
Vroeger ging men ervan uit, dat het weer tijdens de "Hondsdagen" het weer tijdens de nazomer en herfst zou kunnen voorspellen. Zo is er een gezegde dat zegt: "Komen de Hondsdagen met veel regen, dan gaan we slechte tijden tegen, maar komen de Hondsdagen helder en klaar, verwacht dan maar een gunstig jaar".
zie rabiës.
Hoogbenig:
deze term wordt vaak gebruikt voor terriërs met een normale beenlengte. Als de verhouding borstdiepte-bodemafstand door een ondiepe borst of lange onderarm niet optimaal is, gebruikt men de term hoogbenig.
Hooimijt:
zie oogstmijt.
het doorzichtige deel van de oogbal, waar uw hond doorheen kijkt.
Zie ook oog.
Hoornvlies
ontstoken (keratitis):
een zweertje op het hoornvlies, dat ontstaat als het oppervlak, dat normaal gesproken heel glad is, beschadigd raakt.
Symptomen van een hoornvlieszweer (ulcus corneae): vaak knipperen, toegenomen traanproductie, rood oog, afkeer van fel licht, pijn, kleurverandering van het hoornvlies (naar een ondoorzichtig blauwgrijs) en opgezet bindweefsel (het membraan, dat de voorkant van het oog bedekt).
Het letsel aan het hoornvlies kan bestaan uit een kras, een verstopte traanbuis die de traanproductie belemmert, iets in het oog wat er niet hoort, een infectie, een tumor of een ingroeiend ooglid.
Hoewel alle honden deze aandoening kunnen krijgen, komt hij meestal voor bij rassen met uitpuilende ogen (zoals de Cavalier King Charles Spaniel) en bij oudere honden. De zweren zijn erg pijnlijk en kunnen zich snel uitbreiden, dus ze moeten zo snel mogelijk behandeld worden. Sommige zweren kunnen het hoornvlies breken, met ernstig letsel tot gevolg. U kunt beter niet zelf gaan dokteren; ga naar uw dierenarts. Hij/zij stelt de diagnose van een ontstoken hoornvlies door een kleurstof in het oog te doen, die aan de zweer blijft kleven, maar die loslaat van de gezonde delen van het hoornvlies. Hij schijnt met ultraviolet licht in het oog, waardoor de kleurstof oplicht en de zweer goed te zien is.
De dierenarts haalt alles uit het oog wat er niet in hoort en geeft antibiotica tegen de infectie. De hond krijgt een kraag om om te voorkomen dat hij in het oog gaat wrijven en daarmee de zaak verergert. In een klein aantal gevallen zal, wanneer de zweer niet geneest, een operatie nodig zijn.
Horden:
toestel, dat bij de behendigheid wordt gebruikt: zijstukken met leggers, open panelen of panelen met borstel. Er zijn 3 soorten: a) enkel, b) dubbel en c) combinatie.
Zie voor uitgebreidere info: Agility.
Hormonale
therapie:
zie wetenswaardigheden.
zie endocriene klier en endocriene stelsel.
Hormoonstelsel:
zie endocriene stelsel.
Horner syndroom, Horner's Syndrome (HS):
is een aandoening van de sympathicus-zenuw in het halsgebied met als gevolg vernauwing van de oogpupil (= miosis; kleinere pupil), afzakken/hangen van de oogleden en derde ooglid dat ver over de oogbol zit, terug-/inzakken van de oogbol in de oogkassen (= enoftalmie, enophthalmosis).
Ongeveer 40-50% van de gevallen met deze aandoening is idiopathisch.
Deze aandoening zien we bijv. bij Golden Retrievers.
Behandeling bestaat uit het bekijken en behandelen van de onderliggende oorzaak. Soms wordt het oog gedruppeld. Het is mogelijk dat de verlamming verdwijnt.
Hot
spot, hotspot:
is een plotseling ontstane natte huidontsteking, die gepaard gaat met jeuk. De jeuk heeft tot gevolg, dat de hond zich nog meer gaat krabben, de huid nog meer beschadigd raakt en de ontsteking nog erger wordt, waardoor de jeuk ook heviger wordt en de hond weer meer gaat krabben: een vicieuze cirkel. Bovendien kan door warmte en vocht de ontsteking zich uitbreiden.
Hot spot is Engels voor hete plek. U kunt een hot spot zien als een natte plek in de vacht. Als u daar wat haar wegscheert, ziet u een vuurrode huid, die bedekt is met een gelige etterlaag.
De oorzaak van de jeuk kan zijn: vlooien, teken, allergie, infecties (bijv. oormijt) of een broeierige natte vacht na een zwempartij.
De dierenarts zal nagaan of er een oorzaak te vinden is. Verder zullen de haren op en rond de plek verwijderd worden. Daarna is het verstandig de plek te wassen met betadine of een andere desinfecterende shampoo, omdat de beschadigde huid inmiddels geïnfecteerd kan zijn met bacteriën (o.a. afkomstig uit de bek van de hond).
Behandeld wordt o.a. met antibiotica en jeukstillende middelen (corticosteroïden). Verder moet u ervoor zorgen, dat de hond niet bij de plek kan komen, dus eventueel doet u hem een kraag om.
Een huismiddeltje is: listerine mondspoelwater (bruin) 4 à 5 keer per dag op een schone, droge huid spuiten.
Hound:
over het algemeen bedoelt men hiermee de Engelse Brakken, maar meer uitgebreid verstaan de Engelsen hieronder ook de Windhonden, Elandhonden en Teckels.
Houndmarked:
driekleurig: wit, zwart en bruin als bij verschillende hounds (met name verschillende Engelse brakken als Foxhound en Beagle).
Ook een Engelse term voor het kleurpatroon dat vele Hounds vertonen - wit met rode aftekeningen en zwart zadel - als het bij andere rassen dan Hounds voorkomt, bijv. bij de Foxterriër.
Hounds:
van oudsher de honden van de adel als diverse
brakken (Foxhound,
Dachshund) en
windhonden (Afghan Hound). Boeren waren in het bezit van 'dogs'.
voorvoeten iets naar binnen gedraaid als bij Foxhound en
Beagle.
Houtbrak, Holzbracke:
Oud-Duitse Brakkenslagen, groter dan de Steenbrak, zoals de Hannoversche, Holsteiner en Sauerländer Bracke. Hij wordt ook wel Doppelbracke genoemd.
HS, H.S.:
staat voor Hip Score, de Engelse betekenis voor de HD-waarde. Des te lager de waarde, des te beter de heup. Het maximum van de Engelse Hipscores is 53/53, dus 106 voor beide heupen. Men telt de enkele scores van beide heupen tezamen tot 1 waarde (bijv. 8/6 = 14), dus deze enkele Hip Score ligt tussen 0 en 106.
Het is moeilijk een vergelijking met ons systeem te maken, maar 0-2 resp. 3 is HD A (dus vrij), 3-8 resp. 9 is een B-heup etc. Hip Scores tot 20 zijn acceptabel.
HS/MH complex, HSMH:
oftewel histiocytair sarcoom-maligne histiocytose complex, zijn tumoren van histiocytaire cellen, die hun oorsprong vinden in het beenmerg. Hun normale functie betreft de afweer.
Een eerste vorm van het histiocytair sarcoom betreft het optreden van gelokaliseerde tumoren met name in onderhuidse weke delen of van structuren nabij gewrichten, maar ook andere locaties zijn beschreven. Naast sterke lokale infiltratie (vorming van uitlopers) treedt verspreiding naar regionale lymfknopen en vandaar naar inwendige organen (longen, lever, milt) op in een groot aantal gevallen, veelal binnen 1 jaar na verwijdering van de primaire tumor. Deze vorm wordt veel aangetroffen bij de Flatcoated Retriever, met als klinisch symptoom gezwelvorming en/of kreupelheid en vormt naar schatting 20% van de maligne histiocytaire tumoren bij de Berner Sennenhond.
Bij andere dieren openbaart het histiocytair sarcoom zich in eerste instantie als een tumor met direct meerdere haarden in één of meer inwendige organen, zoals longen, milt, lever, nieren, lymfeklieren in buik of borstholte, beenmerg en soms centrale zenuwstelsel. Vaak is de naam maligne histiocytose (MH) hiervoor gebruikt. In welk inwendig orgaan de tumor begint (primaire locatie), is vaak niet aan te duiden. Het klinisch verloop wordt gekenmerkt door een snelle verslechtering. Deze ziektevorm maakt zo'n 80% uit van de kwaadaardige histiocytaire tumoren bij de Berner Sennenhond en komt voor bij middelbaar tot oudere honden. Een enkele maal is MH gezien bij dieren onder de 2 jaar. De de kans van optreden van HS/MH is sterk verhoogd bij de Berner Sennenhond en bij de Flatcoated Retrievers. De ziektevorm MH is voor het eerst bij de mens beschreven in 1939, bij de hond in 1978.
De meest voorkomende klinische symptomen zijn: anorexie, gewichtsverlies, extreme sloomheid (apathie), bloedarmoede / verhoogde bloedafbraak (anemie), hoesten, kuchen en hijgen, en respiratoire problemen.
De diagnose HS of MH wordt gesteld op basis van klinische verschijnselen, aangevuld met röntgenonderzoek en/of echografisch onderzoek en cytologisch/histologisch onderzoek van biopten uit aangetaste weefsels (tumoren).
Terwijl honden met HS, mits bij presentatie nog geen zichtbare uitzaaiingen aanwezig zijn, soms extra tijd van leven is gegund door chirurgie, kent MH een snel en progressief karakter, waarvoor op dit moment nog géén adequate therapie voor handen is. Bestaande behandelingsmethoden zijn slechts levensverlengend. Een mogelijke ontwikkeling betreft een nieuwe vorm van medicinale therapie.
HS en MH vormen een van de meest voorkomende sterfteoorzaken bij Berner Sennenhonden en Flatcoated Retrievers. D.m.v. onderzoek worden gegevens verzameld over leeftijd, de mate van HS/MH en of er familiale lijnen gepredisponeerd zijn.
Als via DNA-onderzoek het verantwoordelijke gen opgespoord kan worden, kan het d.m.v. fokbeleid voorkomen worden en dus ook sterfte door HS/MH worden teruggedrongen.
een aanduiding voor de typische kenmerken van de van de Bloedhond (St. Hubertushond) afstammende rassen. Het is een kleine huidplooi onder het oog en de punt van het lange dunne oor is naar binnen gedraaid.
Hubertus (Sint Hubertus):
geboren in 722 uit adellijk geslacht, later bisschop van Luik. De legende verhaalt het bekende avontuur met het kruisdragende hert, dat hem tot patroon van het wild, de jacht, de jagers en de jagende dieren, zoals de hond en de valk, maakte.
St. Hubertus behoedde ook tegen hondenbeten en beten van wolven en beren als hij aangeroepen werd, alsmede tegen hondsdolheid.
De heilige Petrus gaf hem een gouden sleutel waarmee alles wat gesloten, dicht of vastgebonden was, geopend of losgemaakt kon worden.
Zo gold hondsdolheid als een vastgebonden, vastgenagelde ziekte, een kwaal waartegen de Hubertussleutel werkzaam was. Er bestaan nog vele kerkelijke gewijde sleutels van ijzer, die als uitbrandijzers tegen hondenbeten gebruikt werden; deze heilige sleutels vinden hun oorsprong in de St. Hubertuslegende.
Het naamfeest van deze patroonheilige is op 3 november. In onze parochie vindt dan de paardenzegening bij de kapel in het bos plaats.
Hubertushond:
is de Bloedhond.
vijfde, onderontwikkelde teentje aan de binnenzijde van de achterbenen.
Sommige rassen hebben een dubbele Hubertusklauw: er zijn dan twee teentjes aanwezig. Dit moet bij 4 Franse honden, bij de Briard, Beauceron, Pyrenese herdershond en Pyrenese Berghond; bij deze rassen vinden we aan elk achterbeen dus zes tenen.
Als vererfde afwijking komt deze meertenigheid in verhouding meer voor bij grote dan bij kleine rassen.
De hubertusklauw, ook wel wolfsklauw of dew claw genoemd, is een zogenaamde dubbelteen of dubbelklauw aan de eerste aan de binnenzijde zittende teen van het achterbeen. Vooral bij werkhonden (jachthonden, politiehonden, blindengeleidehonden etc.) kunnen zij hinderlijk zijn door het blijven hangen of haken achter draad- en hekwerk en aanleiding geven tot verwondingen. Komen zij aan beide achterbenen voor, dan kunnen deze door onderling vastklemmen van de hubertusklauwen immobiel worden. De honden kunnen dan geen stap meer doen, vallen voorover en kunnen zich bij vechten niet verdedigen of niet tijdig wegkomen voor snelverkeer.
Een amputatie is gewenst, wordt vaak gevraagd voor rashonden om hun tentoonstellingswaarde te verhogen. Deze polydactylie is echter erfelijk.
Op hoe jeugdiger leeftijd de hubertusklauwen verwijderd worden, des te minder ingrijpend is de operatie. Ervaren fokkers knippen ze dan ook enige dagen na de geboorte al af.
De hubertusklauw wordt in de meeste raspunten genoemd, hetzij dat zij hem vereisen of verwerpen.
Voor meer info: klik hier.
Huid:
deze omspant de gehele buitenoppervlakte van lichaam, hoofd en ledematen, en zet zich voort als slijmvlies in de inwendige holten, bijv. mond en darmkanaal. De huid is een bijzonder samengesteld orgaan, bestaande uit opperhuid en lederhuid. De eerste bevat geen zenuwen en bloedvaten. In de slijmlaag die zich tussen de hoornlaag en de lederhuid bevindt, treffen we de kleurstoflichaampjes, het pigment, aan.
De lederhuid bestaat uit bindweefsel, waarin zich zenuwen, zenuwuiteinden (de tastknopjes), bloedvaten, haren met bijbehorende haarspieren en klieren bevinden. Geleidelijk gaat de lederhuid over in het onderhuids bindweefsel, waarin vetten kunnen worden opgeslagen. De aldus gevormde laag dient als reservevoedsel, maar ook als isolatie.
De haren steken voor een gedeelte buiten de huid (de haarschacht) en liggen met het andere gedeelte in de huid (de haarwortel).
Haren ontstaan in het haarzakje. Iedere haar is omgeven door een dunne talglaag. Een kleine spier kan de haar doen rijzen, bij agressie of door klimatologische omstandigheden. Bij de hond treffen we enkele bijzondere aanpassingen van de huid aan, nl. de zool-, teen- en carpaalballen.
De zool- en teenballen zijn belangrijk bij het lopen. Ze bestaan in hoofdzaak uit bindweefsel en een elastisch weefsel, alsmede vet. De sterk verdikte opperhuid is hoornachtig, teneinde de mechanische beschadigingen te voorkomen.
Tot de voortbrengsels van de huid behoren ook de nagels. Hoewel de gehele huid zweetklieren bevat, transpireert de hond hoofdzakelijk aan de neusspiegel en de voetzolen.
Huidklachten:
huidproblemen komen tegenwoordig vaker voor dan vroeger.
Hier een opsomming van wat de oorzaak zou kunnen zijn:
• huidirritatie boven op de rug: meestal een vlooienallergie;
• huidirritatie onder de staart: overvulde anaalklieren, soms lintwormen;
• huidirritatie op de buik: vaak ligplaats (wollen deken, plastic mand, vloerverwarming);
• huidirritatie op de kop of poten: voedselallergie, soms demodex;
• huidirritatie overal: voedselallergie of atopie.
ontsteking in een huidplooi. Huidplooien zijn warm en vochtig, en dus een ideale omgeving voor bacteriëngroei. Rassen met grote huidplooien, zoals de Shar Pei, zijn vatbaarder voor deze aandoening, maar het doet zich ook voor bij te zware teven, van welk ras ook, in de huidplooien rond de vulva.
kleine stukjes van de huidoppervlakte die van de huid loskomen, bijv. als hoofdroos, of zich ophopen als eelt.
Huidschimmel:
zie schimmels.
deze spieren zijn enerzijds met het skelet, anderzijds met de huid verbonden.
Een voorbeeld is de voorhoofdsspier, waarmee de hond zijn gelaat kan fronsen.
Zie voor meer info: spieren.
Huiduitslag:
zie eczeem.
Huisdierwording:
zie domesticatie.
van de mens afkomstig.
Humerus:
opperarmbeen. Zie skelet.
Humoraal:
met betrekking tot de lichaamsvochten.
Humorale immuniteit:
immuniteit door de aanwezigheid van antistoffen in het bloed.
Hurleur:
het jachtgeluid van Franse
brakken.
Hush
puppy, hushpuppy:
is het beeldmerk van een schoenfabrikant, Hush Puppies schoenen. De Basset Hound Biggles werd dankzij de reclame wereldwijd bekend als dé Hush Puppy.
Zijn kleinzoon "Knightsfollie Ladiesman", beter bekend als Mr. Jeffries van eigenaar Phil Jeffries (Southwick in West Sussex, Engeland), staat in het Guinness Book of World Records 2004 als de hond met de langste oren (11,5 inches = 29,21 cm.). Zijn oren zijn voor £ 30.000 (€ 44.092) verzekerd.
Hütespitz:
is een product van bewuste en doelgerichte kruising tussen rassen of stammen van planten of dieren. Hybriden worden geteeld om daarmee heterosis-effecten te bereiken. Het resultaat van dergelijke kruisingen is niet altijd voorspelbaar. Daarom worden in de plantenteelt en ook in de pluimvee- en varkensteelt eerst proefkruisingen gemaakt om de 'combinatiegeschiktheid' te toetsen.
Hybriden worden wel eens ten onrechte op één lijn met bastaards geplaatst. Bastaards ontstaan als gevolg van ongecontroleerde en vaak ook niet gewenste paringen. Bij bastaards zijn de dieren die met elkaar paren of gepaard worden bovendien in veel gevallen zelf ook al producten van niet gecontroleerde fokkerij. De voorspelbaarheid voor resultaten van dergelijke paringen is daardoor als regel zeer laag. Wel is voorspelbaar, dat bij deze bastaards in vergelijking tot rashonden meer heterosis-verschijnselen waarneembaar zullen zijn.
Hydrocefalus,
hydrocephalus:
is een waterhoofd. Hydrocefalie, de vorming van een "waterhoofd", berust op een gestoorde omloop van het hersen- en ruggenmergsvocht (liquor). Om dit te begrijpen, moet men enige kennis hebben van de anatomie van schedel en hersenen en van de vorming en afvloeiing van de liquor.
De hersenen nemen het grootste gedeelte van de schedelinhoud in beslag. Ze zijn voorzien van talrijke bloedvaten en ze worden omspoeld door liquor, waar ze als het ware in drijven.
Liquor is het hersenvocht, dat er normaal uitziet als water. De liquor wordt geproduceerd in holtes in de hersenen, de hersenkamers of ventrikels. We onderscheiden 2 zijventrikels, een 3e ventrikel die in het midden ligt, en een 4e ventrikel, gelegen in of onder de kleine hersenen.
De liquor wordt geproduceerd door weefselslierten met een vlokachtig uiterlijk (de plexus choreoïdeus) in de ventrikels.
Het liquor wordt 3 keer op een dag geheel vervangen.
De liquor heeft vooral een functie als stootkussen voor de hersenen en verder om een goede biochemische omgeving van de zenuwcellen te waarborgen.
Vanuit de zijventrikels stroomt de liquor door 2 openingen naar de 3e ventrikel. Van hier uit gaat het via een dun kanaaltje, de aquaduct, naar de 4e ventrikel. Via een drietal uitgangen in de 4e ventrikel kan de liquor tenslotte uitstromen naar de ruimtes rond de hersenen. Aan de oppervlakte van de hersenen wordt de liquor weer in de bloedbaan opgenomen (geresorbeerd) door kleine uitstulpingen (de arachnoïdale granulaties), die vooral midden bovenop de hersenen zijn gelegen.
Er is een voortdurende productie, circulatie en heropname van liquor. Onder normale omstandigheden is er een evenwicht tussen productie en afvoer.
Wanneer de liquor niet uit de hersenkamers kan ontsnappen of niet door de bloedbaan kan worden opgenomen, ontstaat er stuwing van liquor in de ventrikels, waardoor deze gaan verwijden (hydrocefalie).
Hydrocefalie door een te grote productie van liquor komt slechts in zeldzame gevallen voor en wordt hier verder buiten beschouwing gelaten. We zullen alleen de gestoorde afvloeiing als oorzaak van hydrocefalie verder bekijken.
Hydrocefalie wordt onderverdeeld in:
• afsluitingshydrocefalie: wanneer de doorstroming binnen het systeem van de hersenkamers is afgesloten. Omdat er geen verbinding is tussen de binnenste liquorruimten (de hersenkamers) en de ruimtes rond de hersenen, wordt hier ook wel gesproken van een niet-communicerende hydrocefalie.
Oorzaken van een dergelijke niet-communicerende hydrocefalie kunnen zijn: aangeboren vernauwing van de aquaduct, verklevingen na infecties, tumoren in de hersenholten.
• communicerende hydrocefalie: wanneer de doorstroming wel kan plaatsvinden, maar de opname door de bloedbaan gestoord is. Er is sprake van een gestoorde resorptie, zodat deze vorm ook wel non-resorptief wordt genoemd. Dit ontstaat soms door verklevingen na bepaalde hersenbloedingen of na infecties.
Voorts kan hydrocefalie zowel aangeboren als later in het leven verworven zijn.
Er zal aan hydrocefalie gedacht worden, wanneer de puppy's verschijnselen hebben, die er op wijzen dat de hersendruk verhoogd is.
Zulke verschijnselen hangen af van de leeftijd van het dier. Bij een erg jong dier zijn de schedelnaden en fontanel nog niet gesloten. Daarom geeft het hoofd mee met de verwijding van de ventrikels.
Vaak zien we dan te snelle groei van het hoofd, een gespannen fontanel, uitgezette aderen, prikkelbaarheid, grote ogen (het "zonsondergang"-teken) en soms 'trekkingen'.
Er zijn een aantal onderzoeken die het vermoeden van een hydrocefalie kunnen bevestigen:
• Echo-onderzoek van de schedel. Dit onderzoek, dat op betrouwbare wijze de grootte van de hersenkamers kan weergeven, kan alleen bij puppy's bij wie de fontanel nog niet gesloten is, worden uitgevoerd.
• Computertomografie of MRI. Dit is een onderzoek, waarbij door een draaiende röntgenbuis in samenwerking met een computer plaatjes worden gemaakt, die een doorsnede van de schedel vormen. Afgezien van een (geringe) stralenbelasting is het een onschuldig onderzoek, dat zo nodig vele malen herhaald kan worden. Behalve de verwijde kamers kan ook een eventuele oorzaak van de hydrocefalie worden aangetoond.
De behandeling van hydrocefalie is eigenlijk alleen maar chirurgisch. Deze berust op het omzeilen van de belemmering, door het maken van een rechtstreekse verbinding (een shunt) van de hersenkamers met de buitenwereld (tijdelijk, een z.g. externe drain) of met een andere lichaamsholte (permanent). Het meest gebruikelijk zijn tegenwoordig de afleidingen naar de buikholte.
Het inbrengen van een inwendige drainage of shunt vereist het gebruik van materiaal dat door het lichaam wordt aanvaard en dat zeer bestendig is.
Zulk materiaal is siliconenrubber, waarvan de meeste shuntsystemen gemaakt zijn. Zo'n shunt bestaat uit een slangetje dat ingebracht wordt in de hersenkamer, een ventiel met een reservoir en een afvoerend slangetje voor buikholte of hart.
Het reservoir wordt vaak "pompje" genoemd, maar eigenlijk is het een drukventiel. Er gaat alleen liquor stromen, wanneer een bepaalde druk in de hersenkamers wordt overschreden. Binnen bepaalde grenzen kan van tevoren bepaald worden hoe hoog de druk mag worden, en zo zijn er systemen met lage, gemiddelde en hoge druk. Er zijn ook verstelbare kleppen.
De operatie zelf is een betrekkelijk eenvoudige ingreep, maar mag daarom niet worden onderschat. In de schedel wordt achter het oor of verder naar voren een klein gaatje geboord. Via dit gaatje wordt het slangetje in de hersenkamer ingebracht. Bij een verwijd ventrikelsysteem is dat eenvoudig, maar als de ventrikels niet zo wijd zijn, kan het moeilijk zijn om het slangetje in de goede positie te krijgen.
Voor een buikafleiding wordt een kleine opening in de buikwand gemaakt, via welke het slangetje dan in de vrije buikholte wordt opgeschoven.
Het vocht wordt door het buikvlies opgenomen en gaat terug in de bloedbaan.
Het "tunnelen" van het systeem onder de huid gaat via een paar tussensneetjes.
Na de operatie komt een hond verschillende keren terug voor controle van eventuele symptomen.
is een crème voor topicaal gebruik. De samenstelling per 60 g is 200.000 IE neomycinesulfaat, 90 mg prednisolonacetaat. Het is een combinatie van corticosteroïden en antibiotica (net als de veel gebruikte Sanoderm, Vetaderm en Surolan).
De indicatie: dermatitis, veroorzaakt door Proteus vulgaris, Pseudomonas spp. Brandwonden van de eerste graad. De toedieningwijze is 2 à 3 maal daags aanbrengen op de aangetaste plaatsen, gedurende max. 14 dagen.
DMSO bevordert de dermale opname van prednisolonacetaat. In verband met sensibilisatie en contactdermatitis dient bij de toepassing direct huidcontact vermeden te worden; draag daartoe handschoenen.
Hydrofiel gaas:
absorberend verbandweefsel.
Hydropsie:
waterzucht.
is nog een beetje onbekend in Nederland, maar er zijn inmiddels een paar centra in Nederland open (zie Links/ Medisch).
Het woord hydrotherapie komt van het Griekse woord hydro (water) and therapeia (genezing), al sinds duizenden jaren gebruikt in de geneeskunde.
Hydrotherapie voor honden kunt u zien als oefeningen in water om de fysieke conditie van uw hond te verbeteren. Het is een bewegingstherapie, welke de hond toestaat zijn ledematen onbelast te bewegen. Deze therapie is erop gericht spiermassa te vergroten en spierspanning te verbeteren en zodoende geatrofieerde spieren te herstellen en gewrichten te stabiliseren.
Hydrotherapie vindt plaats in water met een constante temperatuur. In Engeland werd deze waterbehandeling in de tachtiger jaren voor het eerst toegepast op racehonden.
Naast de reguliere behandeling van uw dierenarts kan hydrotherapie door bijv. een fysiotherapeut hulp bieden bij verschillende aandoeningen, zoals HD, ED, artrose, herstel na operatie, hernia, kruisbandbeschadigingen, spondylose, spierblessure en overgewicht.
Inmiddels zijn er Nederland een aantal hydrotrainers: een groot bad met een verstelbare loopband, waar de hond zelf in kan lopen en dat daarna pas met water gevuld wordt. Bij andere baden moeten de honden er met een tuigje aan in getakeld worden, wat stress voor de dieren oplevert.
Hygenhund:
is een Noorse Brak, geel met witte aftekeningen.
abnormaal versterkt of verhoogd; i.t.t. hypo.
Hyperactieve hond:
in de diergeneeskunde worden we steeds vaker geconfronteerd met de zogenaamde hyperactieve hond. Hyperactiviteit is een complex van aandoeningen die alle een gemeenschappelijk symptoom kennen: gebrek aan zelfcontrole.
Meestal is het een duidelijke ontwikkelingsstoornis die zijn oorsprong vindt in de socialisatie. Zelfcontrole behelst motorische vaardigheden, evenals beetinhibitie. Zelden treedt dit gedrag op zonder dat er erfelijke factoren aan ten grondslag liggen. Maar ook komt het weinig voor, dat het alleen om erfelijke factoren gaat: de omgeving heeft ook invloed.
De prognose is dat sommige honden herstellen, andere hebben hun hele leven medicatie nodig omdat het onmogelijk is de inhibitorische mechanismen blijvend correct te activeren. Probleem is ook dat wanner de schijnbare hyperactiviteit te wijten is aan de omgeving, het bijna onmogelijk is die te wijzigen. Hoe we ook ons best zullen doen, vaak is er helaas in de gezinssituatie sprake van een vicieuze cirkel: men begon in een chaos en eindigt in chaos.
Soms kunnen hyperactieve dieren via de TTouch-methode na een bepaalde tijd weer rustig worden. Bach Bloesem Remedies kunnen een zeer waardevolle bijdrage leveren bij de behandeling van een "ADHD-hond".
Een hyperactieve (overactieve) hond ontstaat soms ook als een hond (werkhonden zoals bijv. windhonden, Border Collie etc.) te weinig beweging krijgt.
De voeding kan ook een factor zijn. Er is zelfs een bepaald merk hondenvoer voor deze groep honden. De reclame zegt erover: "Naast uiterlijke kenmerken (onrustig en hyperactief gedrag) heeft stress ook inwendige reacties tot gevolg. Vooral de spijsvertering kan flink van slag raken. Als gevolg van blootstelling aan stress kan bovendien op den duur de functie van het immuunsysteem verminderen. Het is dus van wezenlijk gezondheidsbelang om zowel de leefomstandigheden als de dagelijkse voeding van rusteloze, hyperactieve honden onder de loep te nemen. Met een aangepaste voeding worden spijsverteringsproblemen en mogelijke nutritionele tekorten als gevolg van stress doeltreffend aangepakt".
Hyperadrenocorticisme:
zie Cushing.
Hyperaemie, hyperaemia:
zie hyperemie.
Hypercalcaemie, Hypercalcemie:
te hoog calciumgehalte in het bloed; i.t.t. hypocalcemie.
overmaat aan bloed in een orgaan of lichaamsdeel.
Hypergevoeligheid:
een overdreven immuunreactie op een vreemde stof.
Hyperglycaemie,
hyperglykemie, hyperglycemie:
abnormale verhoging van de bloedsuikerspiegel, een te veel aan glucose in het bloed; i.t.t. hypoglycaemie.
Zie diabetes mellitus.
Hyperkaliëmie, hyperkalaemia:
te hoog kaliumgehalte in het bloed.
Hyperkeratose:
sterke verhoorning van de opperhuid.
Hyperlipaemie, hyperlipemie, hyperlipidemie, hyperlipidaemia:
te veel vet oftewel een verhoogd vetgehalte in het bloed.
vergroting van weefsel of orgaan; i.t.t. hypoplasie.
Bijv. een vergrote prostaat noemen we hyperplasie.
Maar het is ook een vaginale verzakking: hierbij zakt de wand van de vagina door de vulva naar buiten.
Bij oudere, niet-gesteriliseerde teven, die veel oestruscycli hebben gehad, kan de vaginawand als een rode, gezwollen massa uit de vulva tevoorschijn komen. In sommige gevallen is die zo groot als een flink kippenei.
Meestal doet hyperplasie zich echter voor na het werpen. Het komt door de reactie van de vaginawand (vaginaal slijmvlies) op het hormoon oestrogeen. Het slijmvlies ontwikkelt dan overmatige plooien, en die kunnen door de vulva naar buiten komen. De aandoening komt vooral veel bij Boxers en Bulldogs voor.
Hyperplasie van de klier van het derde ooglid, ook hypertrofie of prolaps van de klier van het derde ooglid genoemd. De Engelse benaming is Cherry Eye.
Degeneratieve zwelling van de klier van het derde ooglid (membrana nictitans), waardoor deze als een soort aardbei van achter het derde ooglid tevoorschijn komt. Het treedt vooral op bij jonge honden van rassen met een uitgesproken stop, zoals bijv. de Amerikaanse Cocker, Engelse Bulldog en Mastino Napoletano, maar ook de Shar Pei.
De behandeling: omdat de klier een belangrijk aandeel heeft in de traanproductie, mag deze alleen bij uitzondering worden verwijderd. Het wegnemen van de gehele membrana nictitans is uit den boze (behalve bij een kwaadaardig gezwel).
De klier of klierbasis moet worden vastgehecht, zodat de klier niet meer kan uitpuilen. Alleen bij meermalig recidief kan de overmaat aan klier eventueel worden opgeofferd. De eigenaar dient echter te beseffen, dat daardoor een verhoogde kans op een keratoconjunctivitis sicca ontstaat. Een dergelijk droog oog kan nog tot 5 jaar na de verwijdering van de klier optreden, veroorzaakt veel irritatie en vraagt dan meestal een levenslange, intensieve behandeling.
Hyperproteïnaemie:
zie Hyperproteïnemie.
is een verhoogd gehalte van eiwitten in het bloed: i.t.t. hypoproteïnemie.
Het komt voor bij uitdroging (door lange tijd diarree of braken) of chronische ontstekingen. Zie ook: bloedonderzoek.
verhoogde bloeddruk; i.t.t. hypotensie. Zie ook portale hypertensie.
hoge lichaamstemperatuur; oververhitting (zie warm weer).
een te hoge productie van het schildklierhormoon. Hyperthyreoïdie komt zelden bij de hond voor; daarentegen hypothyreoïdie wel.
Zie verdere info bij "schildklier" en ziekte van Basedow.
abnormale toename in gewicht en omvang van een orgaan, sterke zwelling; i.t.t. hypotrofie.
Hypertrofie is een toename van weefselvolume door degeneratie. De weefsels kunnen hun normale functie minder goed of niet meer uitoefenen.
Hypertrofische
cardiomyopathie (HCM,
Hypertrophic Cardiomyopathy):
komt als primaire hartafwijking bij de hond weinig voor. Bij H.C.M. nemen de spieren van de wand van de linkerhartkamer in dikte toe (hypertrofie). Er ontstaat een toenemende verstijving in de linkerhartkamer die zich daardoor niet meer efficiënt met bloed kan vullen. Bovendien wordt de linkerhartkamer door de dikkere wanden steeds kleiner, met als gevolg dat er minder bloed wordt rondgepompt en de ruimte in de linkerboezem groter wordt.
Door een drukstijging in de linkerboezem neemt ook de druk in de longvaten toe, waardoor er vochtophoping in de longen en de borstkas ontstaat.
Als gevolg van HCM kan een verdikking ontstaan van de spieren waarmee de hartkleppen zijn bevestigd, hetgeen een abnormale beweging van de hartkleppen tot gevolg heeft. Dit wordt "Systolic Anterior Motion" (SAM) genoemd.
Hypertrofische
osteodystrofie
(HOD, Hypertrophic
Osteodystrophy):
wordt waargenomen bij jonge honden van 4-6 maanden van grote rassen (zoals Boxer, Retrievers, Rottweiler, Duitse Dog etc.) en kenmerkt zich door ernstige botpijn aan alle extremiteiten, met verdikkingen die zichtbaar worden aan de (onderste) botuiteinden, vooral nabij de pols.
HOD gaat gepaard met algemeen ziek zijn en een hoge lichaamstemperatuur. De aandoening wordt gezien bij afwijkende voeding, een virusinfectie en bij onbekende oorzaak. Bij tijdig ingestelde behandeling (vloeistoftherapie, pijn- en ontstekingswerende medicijnen) is de prognose redelijk, alhoewel dood door shock voorkomt. Het herstel duurt 6 tot 12 weken.
Hypertrofische
osteopathie, hypertrophic osteopathy:
zi
Hypnoticum:
slaapmiddel.
Hypo:
beneden, onder, onvoldoende, verlaagd; i.t.t. hyper.
Hypocalciëmie, hypocalcaemie, hypocalcemie:
te laag calciumgehalte in het bloed; i.t.t. hypercalcemie.
soms heeft de hond bij de geboorte een harmonieuze lichaamsbouw, maar treedt na een paar weken een groeivertraging op. Die is te wijten aan een stoornis van de hypofyse, waardoor het lichaam te weinig groeihormoon aanmaakt. Dit kan erfelijk zijn of het gevolg van een hersentumor, hersenoperatie of bestraling; maar treedt het al zo jong op, dan is het erfelijk. Dit is dus heel wat anders dan achondroplasie en cretinisme.
Is het een erfelijk probleem, dan heeft het grote gevolgen voor de gezondheid, waardoor de levensverwachting bij de hond niet meer is dan 2 tot 4 jaar.
Hypofysaire dwerggroei kan tegenwoordig behandeld worden door het toedienen van een synthetisch equivalent voor het door de hond aangemaakte groeihormoon, maar is nog niet gebruikelijk.
Zie ook nanisme.
klein (zo groot als een doperwtje) hormoon producerend orgaan aan de basis van de hersenen (zie hersenstam). Via verbindingen door bloedvaten en zenuwen wordt de werking van de hypofyse gereguleerd. Op zijn beurt reguleert de hypofyse de werking van andere endocriene organen door afgifte van hormonen aan het bloed.
De hypofyse verzorgt de productie of afgifte van de volgende hormonen: F.S.H., L.H., prolactine, A.C.T.H., T.S.H., somatotropine, melanotropine, A.D.H. en oxytocine. M.a.w. de hypofyse is een hormonaal regelcentrum.
Hypoglycaemie, hypoglykemie, hypoglycemie:
abnormaal laag suikergehalte in het bloed; i.t.t. hyperglycaemie.
onvolkomen ontwikkeling van een orgaan of weefsel; i.t.t. hyperplasie.
Hypoplastische papil:
Hypoproteïnaemie:
zie Hypoproteïnemie.
is een te laag gehalte van eiwitten in het bloed; i.t.t. hyperproteïnemie.
Het komt voor bij nierziekten, bij een verminderde aanmaak in de lever of bij een tekort aan eiwit in het voedsel (door ernstige ondervoeding). Zie ook: bloedonderzoek en albumine.
Hypospadie:
is een zeldzame aandoening bij de hond. Bij kinderen komt het ook voor.
Bij deze aangeboren afwijking is de plasbuis niet goed aangelegd. De urinebuis mondt niet uit in de top van de eikel, maar lager. Het kan operatief verholpen worden.
Hypostase:
bloedophoping als gevolg van een zwakke bloedcirculatie.
Hypostatie
(hypostasie):
de wederzijdse beïnvloeding van genen, die niet op dezelfde locus liggen (dus niet een allelenpaar vormen); de beïnvloeding heeft tot gevolg dat een bepaalde eigenschap zich niet manifesteert, vergelijkbaar met recessiviteit binnen een allelenpaar (zie ook epistatie).
verlaagde bloeddruk; i.t.t. hypertensie.
de hypothalamus is een kleine structuur ter grootte van een hazelnoot in de basis van onze hersenen (onderdeel van de hersenstam), die de meest vitale levensprocessen zoals temperatuur, hartslag, voedselopname en sexueel gedrag reguleert. De hypothalamus is bovendien direct verantwoordelijk voor de afgifte van verschillende hormonen in het bloed.
abnormale daling van de lichaamstemperatuur; onderkoeling. Zie ook wetenswaardigheden en vrieswond.
Hypothyroïdisme,
hypothyreoïdie:
een niet goed werkende schildklier, die het hormoon thyroxine produceert. De schildklier werkt te traag en daardoor komt er te weinig schildklierhormoon in het bloed. Dit kan tot haaruitval leiden, gewichtstoename, vermoeidheid en slecht tegen koude kunnen.
Het wordt behandeld met Forthyron of L-thyroxine.
Zie verdere info bij "schildklier".
onvoldoende ontwikkeling van een orgaan; i.t.t. hypertrofie.
Hypoxemie:
is zuurstoftekort in het bloed.
Hypoxie, hypoxia:
is een te kort of gebrek (= hypo-) aan zuurstof (= oxie); zuurstofgebrek, zuurstoftekort.
De geboorte en de eerste ademhalingsbewegingen zijn voor de pup naar alle waarschijnlijkheid het meest kritieke moment.
Om hypoxie op de eerste dag te vermijden, beschikken de dierenartsen over verschillende middelen:
• schatting van de longrijpheid bij de pups door het gehalte van het progesteron te meten bij de teef. De daling van de progesteronspiegel van de moeder gaat samen met de vorming van longsurfactant bij de pups; dit is onmisbaar bij de ontplooiing van de longblaasjes. Dit instrument heeft een beduidende daling van de neonatale mortaliteit veroorzaakt, die te wijten was aan te vroeg uitgevoerde keizersneden, voornamelijk bij de brachycefale hondenrassen;
• als het niet anders kan, manuele hulp bij de geboorte, zeker in het geval van langdurige geboorten (vooral bij stuitliggingen, die een bijkomend mortaliteitsrisico inhouden door een verlenging van de uitdrijvingsfase). Vroegtijdige medicamenteuze hulp kan ook gegeven worden om de risicoperiode waarin vruchtwater geaspireerd kan worden te beperken. Wetende dat de belangrijkste stimulans voor de eerste ademhalingsbeweging niet de loslating van de placenta is, maar eerder een depressie in de borstholte die volgt op een bekkencompressie (verhoging van de PaCO2 in de navelstrengbloedvaten);
• het onder controle hebben van de anesthesie en het ontwaken bij een keizersnede;
• opheffen van de obstructie van de voorste luchtwegen van de pups, door aspiratie van het vruchtwater middels afzuiging;
• specifieke handelingen (verwarmen, wrijven etc.) en de klassieke reanimatie behandeling van de pups (o.a. ademhalingsstimulatoren en zuurstofmasker).
© Copyright by Yvonne Soomers-Marell