Alfabetische lijst van Nederlandse en buitenlandse
kynologische & medische termen en uitdrukkingen
H
staart, waarbij een deel haaks opzij uitsteekt. Zie ook knikstaart.
zeldzame worm, die zich met stekels vasthaakt in de darm. Zie voor meer info: mijnwormen.
Haar:
zie vacht.
Haarloze
hond:
zie Naakte hond en vacht.
Haarluis:
zie luizen.
Haarvat:
zie bloedvaten.
Haarverlies, haaruitval:
kan vele oorzaken hebben, zoals bijv. de rui, parasieten zoals bijv. mijt, door ziekte (zie o.a. alopecia, ziekte van Cushing, schildklier, CDA, dermatose, hypothyroïdisme, lupus), door allergie (vlooienallergie, voedselallergie of atopie) of door schijndracht. Zie ook Advocate.
is een worm van circa 5 cm. lengte. Hij veroorzaakt bij de hond diarree. In ernstige gevallen ziet men bloed in de ontlasting en krijgt de hond bloedarmoede.
Men spreekt wel van haarwormen vanwege de grote lengte t.o.v. de zeer geringe omvang.
Zie ook wormen.
gewenning. Het is een gedragstherapievorm: door een herhaaldelijke confrontatie met de prikkel vermindert het gedrag.
Het is een van de eenvoudigste vormen van leren: wennen aan verschillende akoestische en visuele prikkels, zoals het geluid van de stofzuiger, auto, deurbel etc. Hoe meer een pup gehabitueerd is aan dit soort prikkels, hoe kleiner de kans, dat ze later voor nieuwe voorwerpen angst gaan ontwikkelen.
Zie ook socialisatie en gedragstherapie.
Hackeneng:
spronggewrichten staan te dicht bij elkaar, waarbij de middenvoeten wel parallel zijn (Duits).
Hackneygang:
zie steppen.
Haematocrietwaarde:
zie hematocrietwaarde.
Haemoglobine:
zie hemoglobine.
Haemostase:
zie hemostase.
Halali:
het afblazen van de jacht (beëindigen) met jachthoorns bij een meutejacht. Oorspronkelijk het "ha, la lit!" ("ha, daar ligt hij!") bij de parforcejacht.
deze spieren zijn tot op zekere hoogte te beheersen (ademhalingsspieren, kringspieren van de blaashals en anus), maar zij zullen uiteindelijk toch hun eigen gang gaan. Zie voor meer info: spieren.
Halfwindhonden:
windhonden met eigenschappen van brakken; zij missen de gebogen rug en hebben staande oren; ze jagen zowel op de reuk als op het gezicht en zij apporteren.
Halitose,
halitosis:
Hals:
a) deel van een tand of kies dat omgeven wordt door het tandvlees;
b) nek.
Halsband:
leren band of stalen ketting die om de hals van de hond wordt bevestigd, waaraan men een riem of ketting kan haken om de hond te leiden.
Hals
geven (luid geven):
het blaffen of huilen van (meute)honden als teken voor de
jager, waar de hond(en) zich bevindt(en).
Halshernia, nekhernia:
geeft problemen aan de hals, vanaf de schedel tot de eerste borstwervel. Omdat er in de halswervels ruimte zit, zal een hernia hier niet gauw tot verlammingen leiden. Meestal is er alleen maar pijn: de hond piept bij het aanraken van de kop en bij bepaalde bewegingen met de kop, hij heeft een 'stijve nek' en houdt zijn nekspieren gespannen, hij kan niet bij de etensbak (die moet meestal hoger worden gezet) en als hij naar boven kijkt, beweegt hij alleen zijn ogen.
De verschijnselen lijken op die van een hersenvliesontsteking. Laat uw dierenarts de juiste diagnose stellen.
Heel typisch voor een halshernia kan zijn, dat uw hond vaak met één voorpootje struikelt: een teken van lichte verlammingsverschijnselen.
lijkt op een paardenhalster. Het bestaat uit één geheel en alleen het halsgedeelte is verstelbaar. Het snuitgedeelte is ruim bemeten, zodat de hond gemakkelijk kan hijgen en zelfs geeuwen. Deze ruimte heeft tegelijk het nadeel dat veel honden de neusband makkelijk "afpoetsen". Als de baas een beetje blijft opletten, hoeft dat geen probleem te zijn. Vervelender is dat de Halti niet iedere hond even goed past. De Halti is er in verschillende maten en kleuren.
Het werkt uitstekend, maar kan bij verkeerd gebruik gezondheidsrisico's geven. U doet er verstandig aan om voor de nodige instructie en begeleiding hulp in te roepen van een ervaren en deskundige instructeur of gedragsbegeleider.
is het voorbrengen van een hond op tentoonstellingen of tijdens wedstrijden. Een handler is de persoon die de hond hierbij begeleidt; hij hoeft dus niet de eigenaar van de betreffende hond te zijn.
Zie ook: hoe show ik een hond?
Handschuw:
hond, die zijn baas pas naderbij komt na veel zelfoverwinning. Dit is het gevolg van een onjuiste en veelal door straffen gekenmerkte opvoeding.
de reu blijft na de paring t.g.v. de sterk opgezwollen penis tot soms wel drie kwartier met de teef verbonden. De dieren met geweld scheiden kan verwondingen veroorzaken. Zie ook koppeling.
Hangend
oor:
het oor hangt recht langs het hoofd.
Ha-pa:
vroeger waarschijnlijk de verzamelnaam voor alle kleine honden in China. Ha-pa zou letterlijk 'onder de tafel' betekenen en daar de Chinese tafel zeer laag is, op bijzonder geringe hoogte duiden.
Toen de dynastie van de Mantsjoes aan het bewind kwam, zou zij het kleine ras uit Noord-China hebben gekruist met het zuidelijke schoothondje, dat al in de 8e eeuw aan het Chinese hof gehouden werd. Hierdoor zou het kleine slag Pekingees zijn ontstaan, dat de Britten 'sleeve dog' (hond voor de mouw) noemden. De Mantsjoes stelden hofbeambten aan voor de verzorging van de keizerlijke hondjes en vaardigden wetten uit die degene, die zo'n paleis-Pekingees stal, met zware straffen bedreigden. Waarschijnlijk hebben gunstelingen wel eens een enkele als geschenk ontvangen.
De Ha-pa schijnt een zeer licht geraamte met rechte benen te hebben gehad en korter van romp te zijn geweest dan het oorspronkelijke Leeuwhondje. Zijn gewicht was niet meer dan een kleine 2 kilo, maar zijn moed omgekeerd evenredig daaraan. Het schijnt, dat de Chin of Japanse Spaniel veel overeenkomsten met hem vertoont.
In China komen zwaar geknookte, kortharige hondjes voor, met korte, soms rechte, soms kromme benen, die een tussenvorm van Mopshond en Pekingees lijken te zijn. Met grote tussenpozen verschijnen er in Groot-Brittannië en in de Verenigde Staten, waar men ze Ha-pa's noemt.
een enkel aantal chromosomen bezittend; i.t.t. diploïde.
Haplotype:
of haploid genotype, is een specifieke combinatie van allelen zoals die voorkomen op een uniek chromosoom.
Harde bek, hard in de bek:
zie bek.
Hardpad disease
(Hard Pad Disease, Hard Pat Disease):
een speciale vorm van hondenziekte, waarbij de voetzolen en de neusspiegel keihard worden, terwijl verder de belangrijkste symptomen zenuwstoornissen zijn met epileptische aanvallen, spiertrekkingen en verlamming van de achterhand. Deze ziekte is pas sinds 1948 bekend.
Als een hond gevaccineerd is tegen Carré, krijgt hij nimmer hardpad.
wit met zwarte vlekken als bij Duitse Dog; wordt ook
gebruikt voor de 'merle' kleur zoals voorkomt bij de Beauceron.
Harrier
du Sommerset:
ooit bijzonder gewaardeerde, maar nu zeer zeldzame Harrier, die in Engeland ook wel West Country Harrier of Light Coloured Harrier wordt genoemd.
Zeer fraai wit met grijze, rode of gele aftekeningen.
Hart:
ligt in de borstholte. Het hart is de pomp die het bloed door het lichaam pompt. Het hart is te vergelijken met een grote, holle spier, die continue samentrekt en weer ontspant in een ritme dat afhankelijk is van de mate van inspanning.
Het hart bestaat uit een linker- en een rechterhelft, die elk weer onderverdeeld zijn in een boezem en een kamer.
Ongeveer 10% van de honden lijdt aan een hartaandoening. Deze aandoeningen resulteren in een progressieve disfunctie van het hart. Van deze hartkwalen zijn ongeveer 95% verworven en slechts 5% aangeboren.
Gedilateerde cardiomyopathie (DCM) en klepinsufficiëntie (EC) zijn de meest voorkomende oorzaken (80%) van hartinsufficiëntie.
Voor hartproblemen: zie hieronder, maar ook bloedvaten, CHI, polsslag, hartspier, ARVC, CVD en HCM.
Hartdilitatie:
hartverwijding.
Hartfrequentie:
zie hartslag.
Hartklep,
aandoeningen aan de ~:
zie stenose, insufficiëntie van de hartklep en HCM.
Hartruis:
zie de 2 ziekten bij de aandoeningen van de hartklep.
is voelbaar net achter de elleboog op de ribwand. Bij de hond is het hart te voelen in de tussenribruimtes van enkele ribben. Aan de linkerkant is dit tussen de 4e, 5e en 6e rib. Aan de rechterkant is het tussen de 3e, 4e en 5e rib. De ribben telt u altijd van achter naar voren, omdat de eerste ribben moeilijk te onderscheiden zijn. U begint dus achteraan bij 13 en verschuift naar voren 12, 11 etc.
De hartslag bij een hond is tussen de 60 en 120 keer per minuut. Is dit beneden de 30 of boven de 180 is het niet goed (behalve bij een hond die gerend heeft) en is het verstandig naar uw dierenarts te gaan.
Bij het controleren van de hartslag let de dierenarts erop dat het hart op de volgende wijze klopt:
• krachtig;
• regelmatig;
• equaal (gelijke sterkte van de slagen);
• symmetrisch (links en rechts gelijk);
• synchroon (hartslag gevolgd door polsslag).
Een ezelsbruggetje is: het hart klopt KRESS.
Een dierenarts kijkt niet alleen naar de hartslag, maar zal ook het hart ausculteren. Hij luistert naar de harttonen van het hart.
Ook bij het ausculteren let de dierenarts op regelmaat en intensiteit (kracht) van de hartslag. Daarnaast let hij op bijgeruis, wat ook souffles genoemd wordt.
is naar de cellulaire opbouw van spieren een tussenvorm.
De spiercellen lijken samengesmolten tot een syncitium, maar iedere vezel bevat slechts een centraal gelegen kern.
De vezels zijn anders dan de vezels van de dwarsgestreepte spieren ook duidelijk begrensd.
Een derde opvallend punt is, dat de vezels zich vertakken. Tussen de vezels ligt vrij veel losmazig bindweefsel.
Tenslotte, hoewel het hartspierweefsel vrij sterk overeenkomt met dwarsgestreept spierweefsel, is de hartspier een onwillekeurige spier. Hij werkt snel als dwarsgestreept spierweefsel, maar raakt niet snel vermoeid.
Zie voor meer info: spieren.
de dierenarts kan naar de harttonen van het hart luisteren. Hij kan 4 tonen onderscheiden. Bij gezonde honden overheersen de eerste twee harttonen. De eerste harttoon valt samen met het samentrekken van het hart en de uitstroom van het bloed. Dit is een lang en laag geluid.
De tweede harttoon valt samen met het vullen van het hart met nieuw bloed. Dit is een kort en scherp geluid. De dierenarts hoort iets in de trant van: brrrr-tup.
of Heartworm wordt door muskieten overgebracht. Deze worm vertoeft niet in de darmen, maar in de bloedvaten en heeft een voorkeur voor de rechter hartkamer. Hij komt veel voor in Amerika en Canada, maar was (zie hieronder) hoogst zelden in Nederland aanwezig.
De belangrijkste hartworm, Dirofilaria immitis, zorgt in Europa voor steeds meer problemen. Beneden de lijn Parijs - Milaan komt deze infectie inmiddels overal voor, met de hoogste besmettingscijfers in riviergebieden als de Po-vlakte in Italië en de Rhône-delta in Frankrijk. Maar eigenlijk is geen enkel gebied in de Zuid-Europese landen, net als op Aruba, Bonaire en Curaçao (Nederlandse Antillen), volledig vrij van hartworm.
Honden raken, als ze worden gestoken door bepaalde muskietensoorten, besmet met de larfjes van deze hartworm. Dergelijke larfjes worden microfilariën genoemd. Er zijn wereldwijd meer dan 60 soorten muggen die de ziekte over kunnen brengen, maar binnen Europa is Culex pipiens pipiens de meest gevonden hartwormmug.
Als een hond wordt gestoken door een besmette mug, dan worden er hartwormlarfjes onder de huid ingebracht. De hartwormlarven maken een trektocht naar de borstholte en ontwikkelen zich tot volwassen wormen van meer dan 20 cm. lang, die verblijven in het hart of in de longslagaders. De ontwikkeling tot volwassen worm duurt 6 tot 7 maanden. Deze volwassen wormen produceren vervolgens niet alleen weer volop nieuwe larfjes, maar zorgen ook voor ernstige klachten. Er kunnen soms wel tientallen wormen aanwezig zijn, die bovendien jarenlang in leven blijven.
Wanneer een mug bloed opzuigt van een besmet dier, worden tevens larfjes opgenomen, waardoor de mug de infectie weer door kan geven.
Hartworm veroorzaakt koorts, hoesten, hartritmestoornissen en stuwingsverschijnselen (oedemen) en in een later stadium ook nier- en leverproblemen.
Dus is het tegenwoordig raadzaam om als u met uw hond naar bijv. Zuid-Frankrijk op vakantie gaat gewoon uit voorzorg een tabletje (bijv. Milbemax®), pipetje (Stronghold®) of injectie bij de dierenarts te halen voor hartworm.
Zie ook Advocate® en Scalibor®.
Het laatste nieuws (voorjaar '08) is dat de Franse hartworm (Angiostrongylus vasorum), een wormsoort waar men tot voor kort van aannam dat hij niet in Nederland voorkwam, toch gevonden is in de ontlasting van een hond afkomstig van de oostkant van de Veluwe. Eerder was er in Den Haag ook een hond gediagnosticeerd met deze Franse hartworm. Inmiddels is de diagnose bij meerdere honden gesteld. Het is in ieder geval duidelijk dat de worm ook wordt gevonden bij honden die nog nooit in het buitenland zijn geweest, en dat betekent dat de Franse hartworm zich ook in Nederland genesteld heeft.
Er loopt op dit moment (maart '08) een onderzoek uitgaande van de Faculteit Diergeneeskunde in Utrecht naar de Franse hartworm, waarbij ontlasting van honden ingestuurd kan worden voor een onderzoek op longwormlarven.
Dat de Franse hartworm voorkomt in de ons omringende landen, o.a. in Duitsland, Zwitserland, Denemarken, Frankrijk en Engeland, is al langer bekend. De hond wordt geïnfecteerd door het opeten van slakken, kikkers of door het eten van iets waar slakken op hebben gepoept. Hierin bevinden zich de larven. Deze larven dringen door de darmwand en trekken door het lichaam van de hond. Hierdoor kunnen ze volwassen worden en zich uiteindelijk nestelen in de rechter harthelft en het bloedvat dat hiervandaan naar de longen leidt. De volwassen wormen leggen hier hun eieren. De eieren stromen met het bloed naar de longen waar ze vastlopen en uitkomen. De larven trekken naar de longen en worden door de hond opgehoest en doorgeslikt. Ongeveer 7 weken na het opeten van de larven worden zo weer nieuwe larven uitgescheiden met de ontlasting.
Het komt regelmatig voor dat honden pas maanden tot jaren na infectie ziekteverschijnselen gaan vertonen. De ziekteverschijnselen zijn niet specifiek. De hond is lusteloos, sneller moe, eet minder goed, groeit niet snel genoeg of vermagert. Verder kan de hond hoesten, braken, benauwd zijn en vocht vasthouden.
De diagnose wordt gesteld m.b.v. de verschijnselen en het vinden van larven in de poep. De wormpjes kunnen niet met het blote oog worden gezien. De poep wordt daarom eerst gefilterd en vervolgens wordt onder de microscoop bekeken of er wormpjes aanwezig zijn.
De behandeling bestaat uit het toedienen van een wormenkuur (bijv. Milbemax®). Niet elke wormenkuur is geschikt, bovendien moet de dosering worden verhoogd en moet de wormenkuur vaker worden toegediend dan gebruikelijk is. Afhankelijk van de ernst van de verschijnselen moet soms ook symptomatisch worden behandeld. Dit houdt in dat het hart of de longen een handje geholpen worden. De prognose is goed, tenzij de veranderingen door de worm in het lichaam al zo uitgebreid zijn dat de hond niet meer beter kan worden.
Haut
Poitou:
is de oude benaming voor de Poitevin.
Haverse
kanalen:
zie opbouw van het been.
Haw:
ectropion van het onderooglid bij
bepaalde
rassen met zware huid zoals Bloedhond, Bassethound en Clumber Spaniel.
Hazenrein,
hazenreinheid:
jagersterm voor de eigenschap van een goede jachthond om
geen onbeschoten wild op eigen initiatief
te achtervolgen.
ovale, vrij lange voet door extra lange eerste teenkootjes
(diverse Windhondenrassen).
Hazewindhond:
oude benaming voor windhond.
Hb:
afkorting van hemoglobine.
HD:
zie heupdysplasie.
Heeler:
Engelse term voor hond, die vee voor zich uitdrijft door het in de achterbenen
(hielen) te bijten (bijv. Welsh Corgi, Australian Cattle Dog,
Lancashire Heeler).
is afkomstig uit Engeland. De uitdrukking zegt het al, het bestaat voor het grootste deel uit volgwerk op muziek. De hond mag hooguit 2 meter bij de handler vandaan. Deze tak van hondensport is formeler dan doggy dance.
Helmins, helmint:
ingewandsworm.
Hematocrietwaarde
(Ht):
volumepercentage rode bloedcellen in het bloed oftewel het percentage van het volume van rode bloedcellen t.o.v. het totale volume van het bloed. Als een hond bijv. een hematocrietwaarde heeft van 37, dan bestaat zijn bloed voor 37% uit rode bloedcellen.
Zie ook wetenswaardigheden 8 en 11 en bloedonderzoek.
Hematogeen:
door de bloedstroom verspreid; bloedvormend.
Hematoma, hematoom:
bloeduitstorting in weefsels of organen.
Hematopoëse, hemopoëse:
vorming van bloedcellen; bloedvorming.
Hematurie:
bloed in de urine.
Hemilaminectomie:
zie laminectomie.
Hemisfeer:
hersenhelft.
bloederziekte, een stollingsziekte; het optreden van spontane bloedingen en van abnormaal sterke bloedingen bij geringe verwondingen. Er bestaan verschillende hemofilieën: Hemofilie A (dit is een tekort aan stollingsfactor VIII) en Hemofilie B (dit is een tekort aan stollingsfactor IX).
De erfelijke stollingsstoornissen kunnen we middels een bloedonderzoek opsporen en er is in Nederland een DNA-test mogelijk voor Hemofilie A.
Zie ook bloedstolling.
rode kleurstof in de rode bloedcellen, die zuurstof transporteert en ijzer bevat; bloedkleurstof. Zie ook erythrocyten.
Hemolyse (Haemolyse):
het zich afscheiden van de hemoglobine uit de rode bloedcellen.
Hemolytische anemie:
Hemorragie:
bloeding.
Hemorragische diathese:
verhoogde neiging tot bloeden.
is het bloedstollingsproces. Voor een geslaagde hemostase moeten vooral drie componenten samenwerken, te weten de wanden van de bloedvaten, de bloedplaatjes en de eiwitten in het bloed.
Hemostase is een verzamelnaam voor al de mechanismen die ervoor moeten zorgen dat spontane bloedingen worden vermeden en dat bloedingen, veroorzaakt door een breuk in de continuïteit van de vaatwand, stoppen. Hemostase is een fysiologisch samenspel van de vaatwand, de bloedplaatjes, de coagulatie (de coagulatiefactoren die men terugvindt in het plasma) en de fibrinolyse.
een vooral in de lever (= hepar) voorkomende stof, die bloedstolling verhindert.
leverontsteking, geelzucht: geelverkleuring van de huid en slijmvliezen.
Zie ook HCC en bilirubine.
Hepatitis
Contagiosa Canis (HCC):
komt nog maar zelden voor. Rubarth ontdekte het in 1947.
Het wordt veroorzaakt door het canine adenovirus type 1 (CAV-1), dat de levercellen aantast en een acute leverontsteking veroorzaakt. Hierdoor ontstaat bloedingen in de lever, die uiteindelijk afsterft.
De verschijnselen van HCC zijn: geelzucht, bloedingen, braken, diarree en dronken gedrag.
Bij honden die wel ooit eens gevaccineerd zijn, verloopt de ontsteking niet acuut. Deze honden krijgen een chronische hepatitis, waardoor levercirrose ontstaat.
Tegen het virus is geen therapie mogelijk; wel kan de hond gevaccineerd worden om de ziekte te voorkomen (zie cocktailenting). Bij sommige honden ontstaat als reactie op de enting een vertroebeling van het hoornvlies van het oog, dat na enkele weken geheel wegtrekt.
Hepatocyt:
levercel.
Hepatoliet:
leversteen, galsteen.
Hepatoom:
goed- of kwaadaardig levergezwel.
planteneter.
groep van honden, die op enige manier met vee te maken hebben. Zie hier.
Herdershond
van Ermente:
zie Armant.
Hereditair:
door erfelijkheid bepaald, erfelijk.
tweeslachtig wezen, dier dat kenmerken van beide geslachten in zich verenigt. Dus een hond die reu én teef is. Bij sommige hondensoorten kan dit zelden voorkomen, zoals bij de Cocker Spaniel.
Er zijn verschillende vormen van hermafrodie. Bijv. een reu die ook weefsel van eierstokken of een baarmoeder heeft. Zeldzamer is de variant, waarbij de hond een testikel én 2 eierstokken én een baarmoeder heeft.
Sommige hermafrodieten kunnen zich voortplanten. Vaak zijn hermafrodiete honden onrustiger, wat meestal na een operatie verdwijnt.
ingewandsbreuk, breuk van een tussenwervel in het wervelkanaal.
Hernia
aan de hals, aan de nek:
zie halshernia.
Hernia
diafragmatica peritoneo-pericardialis:
is iets wat niet vaak voorkomt. Het wil eigenlijk zeggen, dat bij de hond het middenrif zich niet goed heeft gesloten in de embryonale fase, m.a.w. het is aangeboren (congenitaal). Daardoor ontstaat er een open verbinding tussen de buikholte (peritoneum) en het hartzakje (pericard), waardoor bijv. de darmen in het hartzakje kunnen zitten.
In het Engels heet dit: congenital peritoneopericardial diaphragmatic hernia (PPDH).
De behandeling is een operatie om het gat in het middenrif te dichten.
Hernia
hiatale:
zie slokdarm.
Hernia
Nucleus Pulposis (HNP):
uitpuiling of eruptie van het stootkussen, dat tussen de wervels is gelegen. Na eruptie van de nucleus pulposis kan druk op het ruggenmerg ontstaan, die leidt tot pijnlijkheid en/of verlammingen.
Anders gezegd: een enkele keer degenereert de annulus fibrosus en schiet de nucleus pulposus weg. Door de aanwezigheid van de banden kan deze kern alleen maar de ruimte binnen de wervelboog binnendringen en drukt daar tegen het ruggenmerg. Verlammingen van de achterhand zijn het gevolg. We spreken nu van een hernia vertebralis.
HNP wordt veelal, maar niet alleen, gezien bij rassen met een lange rug, bijv. de teckel. In dat geval wordt ook wel van Teckelverlamming of Teckelhernia gesproken.
Het is nodig om door een operatieve ingreep een deel van de wervelboog te verwijderen, zodat het ruggenmerg weer genoeg ruimte kan krijgen en de druk op het ruggenmerg kan afnemen.
Hernia
perinealis:
Herpes:
infectieziekte, aandoening van de huid met vorming van blaasjes.
Zie Canine Herpes Virus (CHV).
Herplaatsing:
voor honden, die door omstandigheden niet meer bij hun baasje kunnen blijven wonen. Klik hier.
vormen met het ruggenmerg het centrale zenuwstelsel. De hersenen bestaan uit de grote en kleine hersenen.
Aan de buitenzijde van de kleine hersenen ligt de grijze schors. De schors is grijs gekleurd vanwege de opbouw uit cellichamen en gliacellen. Het witte merg, dat uit vezels bestaat, ligt aan de binnenzijde. De rangschikking van de cellichamen en de vezels is dus juist omgekeerd in vergelijking met het ruggenmerg.
De kleine hersenen zijn in 2 delen, de zgn. hermisferen, gesplitst. De verbinding tussen het linker- en het rechterdeel wordt onderhouden door een zgn. hersenbalk, brug of pons cerebelli.
De kleine hersenen zijn vooral het centrum van het evenwicht en verder zorgen de kleine hersenen voor coördinatie van verschillende zenuwprikkels. Zouden de kleine hersenen beschadigd worden, dan zouden naast het optreden van zenuwstoornissen alle bewegingen onevenredig ruw worden uitgevoerd. De kleine hersenen zorgen er dus voor, dat prikkels vanuit de grote hersenen, enigszins worden afgezwakt.
De grote hersenen bestaan ook uit 2 halfronden, de hermisferen, die door een diepe overlangse groeve zijn gescheiden. De verbinding tussen de beide helften wordt ook hier onderhouden door een hersenbalk. De verdeling van grijze en witte stof is gelijk als bij de kleine hersenen. Het oppervlak van de grote hersenen vertoont grote windingen, die door diepe plooien van elkaar zijn gescheiden.
In de grote hersenen ontstaan uiteindelijk de gewaarwordingen van al hetgeen de hond door zintuigen waarneemt. Ieder zintuig heeft er zijn eigen centrum.
Voorts bezitten de grote hersenen ook uitgestrekte motorische velden. Motorische velden zijn de gebieden, van waaruit de beweging van alle willekeurige spieren begint. Via de kleine hersenen gaan de prikkels langs afdalende banen naar het ruggenmerg, waar ze worden overgeschakeld op de motorische zenuwen.
In de hersenschors zetelen bovendien nog de wil, de intelligentie en de herinnering. Bepaalde centra voor deze eigenschappen heeft men nog niet kunnen aantonen.
Zie ook hydrocefalus.
of beroerte. In de volksmond ook attack genoemd (geen tia = Transient Ischaemic Attack, wat vrij vertaald een 'voorbijgaande doorbloedingsstoornis' is oftewel 'een voorbijgaande beroerte', m.a.w. kortdurende uitval).
Bij mensen heeft men het vaak i.p.v. over een beroerte over CVA (Cerebro Vasculair Accident), wat letterlijk 'hersenbloedvatbeschadiging' betekent.
Bij een beroerte ontstaat een beschadiging in de hersenen. Dat kan op twee manieren:
• bij een herseninfarct sluit een bloedstolsel of vaatvernauwing een bloedvat in de hersenen af. Hierdoor krijgt een deel van de hersenen te weinig zuurstof en sterft af;
•
bij een
Hersenkneuzing:
is een kneuzing van de hersenen, die soms gepaard gaat met bewusteloosheid en leidt tot tijdelijke verwarring en wankelheid.
Hersenschudding:
bewusteloosheid die enkele seconden tot enkele minuten kan duren en waarbij hersencellen afsterven.
zorgt voor een verbinding tussen de grote en kleine hersenen en het verlengde merg.
Er zijn 2 belangrijke centra aanwezig aan de bovenzijde van de hersenstam: een centrum voor het gezicht (pupilreflex) en een centrum voor het gehoor.
De onderzijde van de hersenstam speelt een grote rol in de verbinding naar het hormoonstelsel, het andere reguleringsstelsel in het lichaam. Dit onderste gedeelte noemen we de hypothalamus.
De hersenstam is verbonden met 2 hormoonklieren. Aan de bovenzijde vinden we de epifyse. Aan de onderzijde vinden we de hypofyse aan het uiteinde van de hypofysesteel.
Vlak voor de hypofysesteel ligt het chiasma opticum. Hier komen de beide oogzenuwen bij elkaar. Een deel van de vezels der beide zenuwen wordt uitgewisseld. Hierdoor is het mogelijk geworden, dat het beeld van het linkeroog dat van het rechteroog voor een deel overlapt, waardoor de hond diepte kan zien en gemakkelijker afstanden kan schatten.
Zie ook zenuwstelsel.
Hersenvliesontsteking:
zie meningitis.
lange gebogen hals als bij Italiaans Windhondje. Zie ook
zwanenhals.
Hertha
Pointer:
dit Deense slag wordt niet door de Dansk Kennel Klubben erkend. Een enkele maal is een Hertha Pointer in Nederland tentoongesteld. Van Bylandt gaf in zijn 'Les Races de Chiens' zijn volledige raspunten.
Oranjegeel-met-witte, lichte Pointer van 60-65 cm schofthoogte en 20-25 kg gewicht. Lang hoofd, waarvan de snuit opvallend breed blijft. Wit hier en daar, voorhoofd, snuit, keel, borst, voeten en onderaan de benen en punt van de staart. Verder in alles goed gebouwd en, hoewel licht, zeer sterk. Borst ruim.
Heterogeen,
heterogeniteit:
bestaat in een groep van dieren, bijv. in een ras, als er binnen die groep een ruime mate van verscheidenheid bestaat. Als de dieren binnen die groep alleen onderling gepaard worden, zoals bij de zuivere rassen het geval is, dan is er, vooral als het aantal dieren voor de fokkerij beperkt is, kans op verlies van genetische heterogeniteit. Een gevolg kan zijn, dat de mogelijkheden voor interactie tussen verschillende genen afnemen en dat dientengevolge een verlies gaat optreden aan vitaliteit bij de dieren, die tot een dergelijke groep behoren.
is het verschijnsel dat optreedt als planten of dieren, die lange tijd gescheiden geteeld zijn, met elkaar gekruist worden.
Het is bekend dat kruisingsproducten, vooral 'gekruiste Mechelaars', meer kracht en durf en aanvalsdrift vertonen dan rashonden, en daarom gebruikt worden als bijv. politiehond.
koudbloedig; i.t.t. homeotherm.
Heterozygoot,
heterozygotie:
fokonzuiverheid of ongelijkheid van de beide genen van een allelenpaar die op overeenkomstig locus liggen en tezamen een eigenschap bepalen (dus een grote en een kleine letter); bijvoorbeeld één gen voor zwart en één gen voor wit.
I.t.t. homozygoot.
Hetzen:
is het achtervolgen van wild door de hond.
misvorming van het heupgewricht (afkorting HD); zie voor meer info: wetenswaardigheden.
Verklarende woordenlijst inzake HD uitslagen:
HD- is HD Vrij, HD-TC is HD Transitional Case is een Overgangsvorm, HD± is HD Licht Positief, HD+ is HD Positief, HD-O is HD-Frei, HD-F is HD-Frei, HD-Ü is HD-Übergangsform, HD-V is HD-Verdacht, HD-L is HD-Leicht, HD-M is HD-Mittel, HD-S is Schwere HD, HD-A is HD Vrij, HD-B is Transitional Case is een Overgangsvorm, HD-C is HD Licht Positief, HD-D is HD Positief en HD-E is HD Positief / HD Positief optima forma.
Hijgen:
waarom hijgt een hond? Zie wetenswaardigheden.
Hip
Score:
zie HS.
genoemd naar prof. dr. W.K. Hirschfeld, die in de periode 1950-1970 gelijktijdig hoogleraar aan de Faculteit der Diergeneeskunde en voorzitter van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied was.
Prof. Hirschfeld heeft er naar gestreefd een samenwerking tussen het diergeneeskundig onderzoek en de kynologie tot stand te brengen.
Inmiddels heeft de W.K. Hirschfeld Stichting (WKHS) een nieuwe naam gekregen, GGW ofwel Gezondheid, Gedrag en Welzijn; deze afdeling van de Raad van Beheer heeft alle WKHS-activiteiten overgenomen.
De voornaamste doelstelling van de W.K. Hirschfeld Stichting bestond uit de wetenschappelijke begeleiding van de kynologie. In zijn laatste vorm was de WKHS een adviescommissie van de Raad van Beheer.
Histamine:
is een weefselhormoon, dat van belang is bij reacties op lichaamsvreemde stoffen. Onder invloed van histamine worden de bloedvaten beter doorlaatbaar.
leer van de weefsels. Een histologisch onderzoek is weefselonderzoek.
leer van de ziekten van de weefsels. Het is de (meestal microscopische) studie van ziekteprocessen in weefsels. Het woord wordt ook wel gebruikt voor het resultaat van de beoordeling van een dergelijk weefselmonster door een patholoog-anatoom, hoewel PA (pathologische anatomie) daarvoor gebruikelijker is.
Hitteshock:
zie wetenswaardigheden.
Hitteslag:
zie zonnesteek.
HNP:
Hocks:
Engels voor hakken of
spronggewrichten.
HOD:
zie hypertrofische osteodystrofie.
de hoek, die de botten van de ledematen onderling vormen.
Zie ook
gewinkeld
Hoektanden (haaktanden):
zie tanden.
deze spieren omsluiten een holte, die ze door samentrekking kunnen verkleinen.
Voorbeelden zijn het hart, de maag, de darmen en de blaas. Zie voor meer info: spieren.
Holzbracke:
zie Houtbrak.
geneeswijze, die berust op het principe om een ziekte te genezen met een gelijksoortig geneesmiddel (het principe 'similia similibus curentur').
De homeopathische geneeswijze die reeds door Hippocrates (ca. 500 v.C.) werd toegepast, is pas in ca. 1800 door de Duitse arts Hahnemann opnieuw naar voren gebracht en uitgebreid in de praktijk gebracht.
Wanneer een bepaald ziektebeeld behandeld moet worden, wordt vastgesteld met welke vergiftiging het symptomencomplex overeenkomt, m.a.w. welke stof veroorzaakt door intoxicatie dezelfde ziekteverschijnselen als die, welke behandeld moeten worden. Is dit eenmaal vastgesteld, dan wordt een z