Menu-knop.

 

Alfabetische lijst van Nederlandse en buitenlandse 

kynologische & medische termen en uitdrukkingen

 

G

 

G0, G1 en G2:

zijn bijlagen van het hoofdstamboek NHSB. Voor uitleg: zie bijlagen.

Gaan - gebonden:

de hond plaatst zijn achterbenen te weinig naar voren en naar achteren. De benen grijpen onvoldoende uit.

Gaan - nauw:

de hond plaatst zijn voorbenen of achterbenen te dicht naast elkaar.

Een nauwe stand is een stand van vooral de achterbenen van de hond, waarbij de middenvoeten van achteren gezien evenwijdig aan elkaar lopen, maar (te) dicht bij elkaar zijn geplaatst.

Bij een nauwe stand van de voorbenen staan de onderarmen te dicht bij elkaar. Deze fout komt als jeugdfout met name bij zware rassen voor.

Gaan - rollend:

de achterbenen moeten steeds onder het zwaartepunt van het lichaam worden geplaatst, waardoor de rug recht blijft. 

Plaatst de hond zijn benen naast het lichaam, dan gooit hij het lichaamsgewicht van het linker- op het rechterbeen en omgekeerd. De rug maakt dan een schommelende beweging, hetgeen we rollend of rolgang noemen (bijv. Pekingees en Dogachtigen).

Gaan - ruim:

de hond plaatst zijn benen goed naar voren en naar achteren. De benen grijpen mooi uit.

Gaan - vierkant:

de hond gebruikt alle vier de benen goed. Deze term is overgenomen uit de hippische sport, waar men spreekt van vierkant draven.

Gaan - zwevend:

de hond loopt licht en verend.

Gal:

door de lever afgescheiden vloeistof, die een belangrijke rol speelt bij de spijsvertering. Als er geen lozing naar de darm (bij de spijsvertering) plaatsvindt, wordt de gal opgeslagen in de galblaas. 

Gal bevat twee hoofdbestanddelen: galzure zouten en galkleurstoffen. 

Galzure zouten zijn van belang bij de vertering van het voedsel, en hebben een sterk emulgerend vermogen, waarbij ze grotere vetbolletjes uiteen slaan in tal van kleine bolletjes. 

Galkleurstoffen zijn afbraakproducten van het haemoglobine. Zij zijn in hoge mate verantwoordelijk voor de kleur van de faeces.

Wanneer het niet mogelijk is om de gal uiteindelijk af te voeren naar de twaalfvingerige darm, bijv. bij een afsluiting van de galgangen naar de darm door ingeklemde spoelwormen of galstenen, zal er langzamerhand een overvulling van de galgangen en galblaas ontstaan. In dat geval ontstaat er een overloop naar de bloedbaan. De galkleurstoffen worden dan afgezet in tal van vethoudende weefsels, zoals de vetweefsels zelf, maar ook in de vetlagen van de huid en slijmvliezen, die daardoor geel worden. Dit heet geelzucht of icterus.

Vaak geven galstenen (steen in de galblaas of in de afvoerbuis daarvan) geen klachten en worden zij bij toeval op een röntgenfoto van de buik ontdekt. Als ze wel last veroorzaken wordt gesproken van galsteenziekte (cholelithiasis).
Galstenen zijn opgebouwd uit resp. voornamelijk bilirubine of uit voornamelijk cholesterol. Zij ontstaan als de concentratie van deze stoffen in de galblaas te hoog wordt. Galstenen komen het meest voor bij gezette honden van middelbare leeftijd. Grote stenen moeten, als uw hond hier last van heeft, operatief verwijderd worden.

Als de steen de uitmonding van de galwegen afsluit, kan niet alleen galblaasontsteking (cholecystitis) ontstaan, maar ook geelzucht (zie hiervoor). Hierbij is de urine meestal donker van kleur en de ontlasting licht gekleurd. Blijven de stenen in de afvoerbuis steken, dan proberen de spiertjes in de wand van de afvoerbuis door krampachtig samentrekken de steen te transporteren. De pijn die hierbij ontstaat wordt gevoeld als een galsteenkoliek. Dit is een hevige pijn rechts in de bovenbuik, soms ook in de rug, die in aanvallen komt en waarbij de hond nauwelijks stil kan blijven liggen.

Zie ook: 'hond spuugt gal'.

Galactose:

          vormt samen met glucose lactose.

Galblaas:

zie gal.

Galblaasontsteking:

zie gal.

Gal braken, gal spugen:

als de hond gal, eventueel met witte schuim, spuugt, betekent dit dat het braaksel uit de maag komt; het is braken op een lege maag en heeft een gele kleur. Het wordt ook vaak 'ochtendbraken' genoemd.

De oplossing kan zijn om uw hond 's avonds nog een klein beetje eten te geven (al is het een korstje brood).

Zie wetenswaardigheden en gal.

Galla-hond:

ras als Basenji in Ethiopië, echter met een schofthoogte van 50-60 cm.

Galop:

snelste wijze van bewegen, waarbij het lichaam zich regelmatig in een zwevende toestand bevindt. 

De galop is asymmetrisch: de benen aan één zijde doen meer werk dan die aan de andere zijde. Bij de galop raken beide voorbenen eerder de grond dan de achterbenen. 

De galop komt in 3 vormen voor:

a) korte galop (bijv. linker galop: RA -LA/RV - LV); 

b) normale galop (bijv. linker galop: RA - LA - RV - LV); 

c) rengalop (LA - RA - zweef - RV - LV - zweef).            

Galstenen:

zie gal.

Galzuren:

zijn een zeer betrouwbare maat voor een gestoorde galafvoer. Galzuren worden gevormd in de lever vanuit cholesterol. Ze worden ingezet bij de uitscheiding van afvalstoffen via de gal naar de darm.

Lage waarden: geen betekenis.

Hoge waarden: a) verminderde galstroom door leveraandoeningen; b) lekkage van galzuren naar het bloed door leveraandoeningen; c) verminderde galafvoer door blokkade van de galwegen.

Zie ook bloedonderzoek.

Gameet:

geslachtscel (zaadcel of eicel) die slechts de helft van het aantal chromosomen bevat.  

Gamma-GT:

gamma-glutamyltransferase; zie GGT en bloedonderzoek.

Gangen van de hond:

heet gangwerk; zie beweging.

Ganging up:

het met elkaar meedoen, zodat er een groepsactiviteit ontstaat, wordt "allelomimetisch" gedrag genoemd, en de Engelse term hiervoor is "ganging up".

Het is een heel normaal fenomeen bij sociaal levende dieren. Bij honden kan dit gedrag al waargenomen worden rond de leeftijd van ongeveer 7 weken.

Het met elkaar meedoen kan van alles inhouden. Gezamenlijk naar een voorwerp rennen, maar ook met een hele groep op een andere hond afstormen en die grijpen. In zo'n situatie zal het slachtoffer altijd het onderspit delven. De opwinding binnen de groep is tijdens zo'n groepsactiviteit nl. heel erg groot en wordt bij de individuele honden door het groepsgebeuren alleen maar aangewakkerd.

Ganglion (meerv. gangliën of ganglia):

knooppunt van zenuwcellen buiten het centraal zenuwstelsel, dat echter wel nauw contact met het centrale zenuwstelsel onderhoudt.            

Gangreen:

koudvuur. Afsterving met daaropvolgende verrotting van lichaamsdelen.            

Gangwerk:

de wijze van voortbewegen. Zie beweging.

Garnituur:

zware wenkbrauwen met snor en baard (bijv. Schnauzers en Schotse Terriër). Zie vacht.

Gastrine:

is een hormoon, dat van belang is voor de productie van maagzuur en indirect voor het openen en sluiten van de pylorus.

Dit hormoon noemen we wel eens een weefselhormoon, omdat een specifiek orgaan in de vorm van een duidelijk omschreven klier ontbreekt.

Gastritis:

ontsteking van de maagwand, het maagslijmvlies (gaster = maag, buik).

Gastritis is geen maagzweer (maagulcus), want dat is als er een gat is ontstaan in de beschermende slijmvlieslaag van de wand van de maag of de twaalfvingerige darm. Het agressieve maagzuur komt dan direct in contact met de zenuwen van de maagwand.            

Gastro-:

          de maag betreffend.

Gastro-enteritis:

gelijktijdige ontsteking van maag, dunne en dikke darm.

Gastro-intestinaal:

met betrekking tot de maag en darmen.

Gastropexie, gastropexy:

of maag-verankering is de operatie ter preventie van maagtorsie / maagkanteling. De ingreep is niet zo complex als de behandeling van een maagtorsie en ook niet zo riskant.

Er zijn twee methoden om een gastropexie uit te voeren. De eerste is via een buiksnede, waarbij de maagwand wordt vastgehecht aan de rechterzijde van de buikwand met niet verterende hechtdraad.

De tweede manier is de laparoscopische gastropexie (laparoscopic assisted gastropexy). Dat biedt zeer veel voordelen. De snedes zijn zeer klein, de nazorg is quasi nihil, het herstel is ontzettend snel, er hoeven geen hechtingen verwijderd te worden en de hond mag direct weer alles doen en volop actief zijn.

Gastroscopie:

is een kijkonderzoek van de maag, omdat de hond bijv. veel braakt. Om in de maag te kunnen kijken moet eerst de keel en de slokdarm gepasseerd worden. Omdat in dit traject allerlei bochten zitten, kan dat niet met een star metalen apparaat. Daarom neemt de dierenarts een bundel glasvezelkabels waarop lenzen zijn gemonteerd. Omdat het in de inwendige organen donker is, moet er ook licht zijn. Echter een lampje wordt te heet en ook elektriciteit is binnen in het lichaam niet altijd veilig. Daarom werkt men met zogenaamd "koud licht". De lichtbron (lamp) staat dan buiten de patiënt en via enkele glasvezels wordt zeer fel licht naar de punt van de slang gevoerd.

Via 2 andere kanalen kan dan nog lucht toegevoerd worden om de maag of darm wat op te blazen zodat de dierenarts een beter overzicht heeft. Via een dergelijk "werkkanaal" kunnen ook vloeistoffen of slijm worden afgezogen, of grijpertjes worden ingebracht om een biopt slijmvlies te nemen, dan wel ingeslikte voorwerpen te verwijderen. Aan het apparaat zitten ook nog 1 of 2 draaiknoppen om het uiteinde van de slang te sturen en daarmee de kijkrichting te bepalen, zodat de dierenarts er letterlijk mee om een hoekje kan kijken.

Dat alles moet vanwege de kleine omvang van de hond in een slang van 10 mm worden weggestopt. Geen wonder dat dit stukje techniek dan ook vrij kostbaar is. Omdat glasvezels snel kunnen breken, is het geheel ook nog eens vrij kwetsbaar. Daarom moeten de honden voor zo'n onderzoek altijd even slapen. Wel zo comfortabel voor de patiënt en de dierenarts, want het voorkomt dat zijn dure apparatuur wordt vermalen tussen de kiezen van een tegenstribbelende hond.

Voor een goed onderzoek moet de maag goed leeg zijn. Anders ziet de dierenarts alleen maar brokken of slijm. Van te voren moet de hond dus minimaal 12 uur vasten. Op weg naar de maag wordt de slokdarm bekeken op tumoren, gezwellen of parasieten. Idem de binnenkant van de maag. Vervolgens wordt geprobeerd om tot in de twaalfvingerige darm te komen. Eventueel genomen hapjes uit het slijmvlies (biopten) worden na beëindiging van de procedure opgestuurd naar de patholoog voor verder weefselonderzoek. De hapjes uit het slijmvlies zijn zo weer genezen. Het "happertje" of biopsietangetje wordt van buiten de hond door een assistente bediend, terwijl de dierenarts door de lens of op de monitor kijkt en de biopsietang naar de plaats stuurt waar hij een afwijking vermoedt en een monster wil nemen.

Een kijkonderzoek in de maag duurt ca. 30 minuten.

Zie ook endoscopie.

Gay tail, gaytail:

Engels voor vrolijk gedragen staart. Over het algemeen in negatieve zin bedoeld bij rassen waarbij deze staartdracht foutief is. De neiging bestaat dan om de staart over de rug te krullen.

Het kan te maken hebben met de mate van bekkenhelling.

Gazellenhond:

is de Saluki.

Gebarsten voetzolen:

diepe kloven en barsten in de eeltkussens van de hond. Soms een erfelijke kwestie. Zie ook Hard Pad Disease.

Gebit:

zie tanden.

Geblokt:

          zie vierkant.

Gebonden gaan:

          zie gaan.

Geboorte:

bij de drachtige teef geeft een daling van ongeveer 1-1,5 graad van de lichaamstemperatuur aan, dat de bevalling binnen 24 uur gaat beginnen.

Zodra de concentratie progesteron sterk is verminderd, valt ook de rem op de afgifte van het oxytocine weg. Het oxytocine gaat inwerken op de spiervezels van de baarmoederwand en zorgt voor het ontstaan van weeën, waarbij de vrucht langzaam in de richting van de cervix wordt geperst. 

Door druk vanuit het chorion wordt de cervix opengedrukt (ontsluiting) en kan de vrucht verder de bekkenholte in worden gedreven. Zodra de vrucht tegen de wand van de bekkenholte wordt gedrukt, ontstaat een reflexbaan, waarbij tegelijk met een wee ook de buikspieren gaan meewerken (persweeën). O.i.v. alle drukkrachten kan het allantochorion gaan scheuren en kan het eerste vruchtwater (in feite de foetale urine) wegvloeien. In de nauwe bekkenruimte wordt meestal ook het amnion kapot geschuurd, waarna het jonge dier te voorschijn komt. 

Soms worden de dieren geboren, terwijl ze nog geheel door het amnion zijn omgeven. In die gevallen zal de moederhond de vliezen kapot bijten. Mocht dit niet gebeuren, dient de fokker zelf in te grijpen.

Bij honden treden normaal gesproken geen geboorteproblemen op. Kopligging en stuitligging komen beide voor, maar aangezien zowel de kop als het bekken van de pup even breed zijn, maakt dat geen verschil. 

Anders wordt dat bij breedschedelige rassen, zoals de Engelse en Franse Bulldog en de Boston Terriër, waar de kop van de pup zo breed kan zijn, dat passage door het bekkenkanaal wordt belemmerd. Bij deze rassen moet nog wel eens een keizersnede worden toegepast. 

Een operatieve ingreep is ook nodig, wanneer het geboortekanaal van de moederhond te nauw is.

Na de geboorte van de pup zijn de zintuigen nog nauwelijks ontwikkeld en functioneren nog niet.

U moet jonge pups in de eerste week van hun leven in een kamer leggen met een kamertemperatuur hoger dan 24ºC om onderkoeling te voorkomen.

Zie ook kraamkamer, openen van de ogen, openen van de oren, placenta, vroeggeboorte, keizersnede, eclampsie, melkklierontsteking, uterusatonie, nestgrootte, hondenmelk, bijvoeren van pups, moederloze pups, alchemilla, hypoxie en gedrag.

Geboortekaart:

zie dekkaart.

Gebruikshonden:

alle honden behorende tot een ras dat door de F.C.I. als gebruikshondenras is aangemerkt.

Gebruikshondenklas:

een klasse op een tentoonstelling (ook die waar internationale kampioenschapsprijzen behaald kunnen worden), kampioenschapsclubmatch of clubmatch voor gebruikshonden die de leeftijd van 15 maanden hebben bereikt en waarvoor de Raad van Beheer of, indien de eigenaar in het buitenland woonachtig is, door het desbetreffende verwante lichaam een verklaring, waaruit blijkt dat de hond voor de gebruikshondenklasse mag worden ingeschreven, is afgegeven.

Zie ook hieronder.

Gebruikshondenverklaring:

is een verklaring die een eigenaar van een hond nodig heeft om in te kunnen schrijven op exposities (CAC en CACIB tentoonstellingen, Kampioenschapsclubmatches en clubmatches) in de gebruikshondenklas. De gebruikshondenklas is speciaal voor honden met een werkcertificaat.

Deze verklaring wordt voor Nederlandse ingezetenen afgegeven door de Raad van Beheer indien de betreffende hond heeft voldaan aan de gestelde voorwaarden.

Zonder deze verklaring mag een tentoonstellingsecretariaat de hond niet indelen in de gebruikshondenklas.

De FCI heeft bepaald voor welke rassen een gebruikshondenverklaring mag worden afgegeven en onder welke voorwaarden. Slechts voor deze rassen kan op een tentoonstelling een gebruikshondenklas worden opengesteld. De FCI heeft voor de gebruikshondenverklaring een standaard formulier ontworpen welke door alle, bij de FCI aangesloten landen, moet worden gebruikt.

Een verklaring wordt alleen afgegeven indien de hond heeft voldaan aan de gestelde voorwaarden.

In het algemeen geldt voor in Nederland behaalde resultaten:

Herdershonden: IPO I, II en/of III;

Jachthonden: moet ORWEJA kaart kunnen overleggen;

Lopende honden: moet ORWEJA kaart kunnen overleggen;

Windhonden: het bewijs dat tenminste 4 maal aan CACIL-rennen of -coursings is deelgenomen gedurende een periode van tenminste een jaar plus een dag. Bij zowel de rennen als de coursings moet bewezen worden, dat de hond 2 maal in de bovenste helft van de uitslag is geëindigd; daarbij moet bij coursing de hond tenminste tweederde van het maximaal behaalbare puntenaantal hebben.

Voor in het buitenland behaalde resultaten geldt, dat er eerst in het betreffende land door de Raad van Beheer nagevraagd moet worden of de behaalde resultaten in aanmerking komen voor afgifte van een gebruikshondenverklaring.

Hoe vraagt u het aan? Als eigenaar van de hond moet u een schriftelijk verzoek sturen om afgifte van een gebruikshondenverklaring naar de Raad van Beheer, met als bijlagen:

• Adresgegevens;

• Kopie stamboom (alle honden);

• Kopie van 1e pagina logboek (alle honden);

• Kopie van behaald IPO certificaat (herdershonden);

• Kopie van ORWEJA kaart (jachthonden en lopende honden);

• Kopie van startlicentie (coursing / rencertificaat), bewijzen van deelname + uitslag conform regels (windhonden).

• De naam van de ambterende keurmeester(s) bij de proef / wedstrijd (de handtekening is vaak niet leesbaar).

De kosten voor het aanvragen van een gebruikshondenverklaring zijn vastgelegd in het Tarievenbesluit. Hiervoor krijgt u een acceptgiro thuisgestuurd.

Als de betaling bij de Raad van Beheer binnen is, heeft u de gebruikshondenverklaring binnen ca. 1 week in huis.

Gedrag:

de wijze waarop de hond zich gedraagt tegenover soortgenoten, mensen en andere levende wezens. 

De aanleg voor het gedrag is erfelijk bepaald; de omgeving heeft hierop grote invloed.

Alle pups maken een zelfde (gedrags)ontwikkeling door, waarbij ze van pasgeboren pup tot volwassen hond dezelfde fasen doorlopen. Al deze fasen hebben specifieke kenmerken. Hiermee kan rekening gehouden worden wat betreft de leermogelijkheden van de pup, zodat we die optimaal kunnen benutten en ongewenste ontwikkelingen kunnen voorkomen.

De tijdsaanduidingen zijn uiteraard globaal, omdat ze van ras tot ras kunnen verschillen. Meestal ontwikkelen pups van kleine rassen zich sneller dan die van grote rassen. Bij grote rassen kan het soms 18 maanden duren voordat ze helemaal volgroeid zijn, terwijl dat bij kleinere rassen al het geval kan zijn voordat ze de leeftijd van 1 jaar hebben bereikt.

De volgende leeftijdsfasen worden onderscheiden: neonatale fase (of vegetatieve fase), overgangsperiode, socialisatieperiode, angstperiode, puberteit en volwassenheid.

Zie ook lichaamstaal, dominantie, rangorde, pootje optillen, hondentaal, houding en socialisatie.

Gedrag & Gehoorzaamheid:

zie G&G.

Gedragssysteem:

is 1 categorie van gedragselementen die qua functie en veroorzaking bij elkaar horen. Een voorbeeld van een gedragssysteem is zelfverzorgingsgedrag. Hieronder worden de gedragingen gevat, die te maken hebben met lichaamsverzorging, zoals het likken, poetsen en krabben van de vacht en huid, en het uitschudden van de vacht. Zie ook ethologie.

Gedragstest:

wordt uitgevoerd om inzicht te verkrijgen in het gedrag van de hond. Aan de hand van dit waargenomen gedrag tracht men een uitspraak te doen over het karakter van het dier. Zie bijv. de MAG-test en TOP-test.

Gedragstherapie:

als een eigenaar aangeeft, dat zijn hond een gedragsprobleem heeft, of wij constateren het zelf, wordt er een diagnose gesteld en kan er een therapie worden ingezet. Deze is, behalve van het probleem, afhankelijk van de combinatie eigenaar-hond. Wij werken hiervoor samen met een erkende Alpha-gedragstherapeut.

Pas op voor mensen, die zich gedragstherapeut noemen en hiervoor geen erkende opleiding hebben genoten; dit zien we helaas al te vaak, en hun methodes zijn vaak niet juist.

Er zijn een aantal gedragstherapievormen: counterconditionering, extinctie, habituatie, systematische desensitisatie, flooding en aversieve conditionering.

Zie ook gedrag en bekrachtiging.

Gedrukt:

schichtig, angstig.

Geelzucht:

          zie hepatitis.

Geheugen:

een hond heeft geen korte termijn geheugen. Wij hebben het wel en kunnen ons daarom bijv. herinneren wat we gisteren om 12 uur deden.

Gehoekt:

de hoek die schouderblad en opperarm met elkaar maken en de mate van helling van het bekken in relatie tot hoeking van knie en hak. Vaak hoort men het germanisme gewinkeld.

Gehoor:

het gehoor van de meeste rassen is bijzonder scherp. Alle honden nemen trillingen waar, die de mens ontgaan (bijv. speciale hondenfluitjes) en onderscheiden stap, fietsbel, motor, auto etc. van bekenden van die van anderen.

Gehoorzaamheid:

zie E.G. en G&G.

Gehoorzame Hond:

gezien de maatschappelijke ontwikkelingen en het, soms negatieve, beeld van de hond heeft Cynophilia sinds 1994 een examenprogramma "Gehoorzame Hond". Dit examen is bedoeld om vast te stellen of de verstandhouding tussen baas en hond zodanig is, dat de hond op een sociaal verantwoorde wijze in onze maatschappij zijn plaats kan innemen. D.w.z. met een minimum aan overlast. 

Per jaar worden ca. 50 examens afgenomen door een keurmeester van Cynophilia. Bij een voldoende score krijgt de deelnemer het officiële “Certificaat Gehoorzame Hond” uitgereikt.

Het programma Gehoorzame Hond bestaat uit twee cursussen: nl. Gehoorzame Hond I en Gehoorzame hond II.

Oefeningen GH-I:

• De hond in de auto, waarbij de hond zich rustig dient te gedragen;

• De hond op een veilige manier uit de auto halen;

• Meelopen zonder hinderlijk gedrag;

• Hand geven aan een ander persoon;

• Spel en aandacht van de hond;

• Uitlaten op een toegestane locatie;

• Het negeren van trimmer en fietser;

• Het wachten op de baas, vastgezet aan een paal;

• Wachten aan de stoeprand;

• Naast de fiets lopen;

• Komen op bevel;

• Een voorwerp uit de bek halen;

• Een snuitbandje aanleggen;

• Op tafel tillen van de hond;

• Oren, keel en poten nakijken;

• De hond op een plaats afliggen en houden;

• Het voeren van de hond;

• Een theoretische toets.

Oefeningen GH-II: de oefeningen gaan een stap verder dan bij de GH-I. Met name de beoordeling is strenger en de oefeningen die moeten worden uitgevoerd, zijn op een iets hoger niveau van gehoorzaamheid.

• Meelopen zonder hinderlijk gedrag;

• Vastleggen en blijven;

• Honden laten liggen - geleider op 3 meter afstand;

• Spel en aandacht;

• Een hand geven aan een medecursist met zijn/haar hond;

• Correct aan-/afdoen van de halsband;

• Komen op bevel, met twee honden tegelijk;

• Het negeren van een trimmer tijdens het komen op bevel;

• Staart van de hond optillen, oren, keel laten bekijken, bek en poten;

• Een snuitbandje omdoen;

• Gebitsverzorging;

• Medicijnen toedienen;

• De hond met een handdoek afdrogen;

• Borstelen;

• De hond verlaten tijdens het afliggen in het restaurant.

De oefeningen zijn lastiger, doch ze hebben nog steeds met de dagelijkse verzorging van de hond te maken. Bij het GH-II-examen is in tegenstelling tot het GH-I examen geen theoretische toets verplicht.

Gelatinehydrolysaat:

is een gezuiverd en gemodificeerd eiwit, dat wordt gewonnen uit bot en huid van runderen en varkens. Het eiwit heeft een specifieke aminozuursamenstelling. Gelatinehydrolysaat is geschikt voor menselijke consumptie en wordt toegepast als ingrediënt van snoepjes, desserts en bakkerijproducten.

Er zijn goede aanwijzingen dat gelatinehydrolysaat de opbouw van kraakbeen kan stimuleren en de afbraak remt.

In juni '08 werd een onderzoek gestart bij honden met osteoartrose met als doel een antwoord te geven op de vraag of gelatinehydrolysaat de ernst van pijn en kreupelheid kan verminderen.

In een oriënterend onderzoek had gelatinehydrolysaat een positieve werking op honden met artrose. Omdat het onderzoek geen controlegroep had en niet dubbelblind was uitgevoerd, voldeed het niet aan wetenschappelijke eisen. In het uit te voeren nieuwe onderzoek werd gelatinehydrolysaat of een ander eiwithydrolysaat (controle) verstrekt, terwijl de eigenaren niet wisten welk eiwit zij aan hun hond gaven (dubbelblind).

Gelbbäckler:

synoniem voor Berner Sennenhond.

Geleidehonden:

speciaal geselecteerde en opgeleide honden om mensen behulpzaam te zijn.

Geleider:

de persoon, die de hond tijdens bijv. een wedstrijd  begeleidt.

Gen:

de drager van een erfelijke eigenschap bestaande uit een onderdeel van een DNA-molecuul.  

Gene Mapping:

is het onderzoek naar de plaats van de genen. Zie karyotype.

Genetica:

          erfelijkheidsleer.

Genetische aandoening:

is een aandoening, die wordt doorgegeven via de genen van de ouders.

Genitaal:

          betrekking hebbend op de geslachtsdelen.

Genitaliën:

          geslachtsorganen.

Genotype:

het totale pakket van genen van een individu, zonder beïnvloeding door het milieu.

Anders gezegd: verschijningsvorm van de hond, zoals bepaald door erfelijke aanleg, die ook weer door de nakomelingen zal worden geërfd.            

Gentle Leader:

bestaat uit een halsriem en een neusriem, die beide verstelbaar zijn, zodat de GL over het algemeen beter passend te maken is dan de Halti. Doordat de neusriem strakker te zetten is dan bij de Halti, is hij door de hond moeilijker af te krijgen. Door de constructie van de GL kan de hond, zelfs bij een strakke stand van de neusriem, zijn bek goed open doen.

Voor de pasvorm geldt bij de GL dat hoe strakker de halsband is afgesteld, hoe losser de neusriem kan zonder gevaar voor afpoetsen. Het materiaal van dit type halster is wat zachter, wat voor honden met een gevoelige huid beter kan zijn. De GL is er in verschillende maten en kleuren.

Het werkt uitstekend, maar kan bij verkeerd gebruik gezondheidsrisico's geven. U doet er verstandig aan om voor de nodige instructie en begeleiding hulp in te roepen van een ervaren en deskundige instructeur of gedragsbegeleider.

Geophagia, geofagia:

het eten van aarde. Het wordt waargenomen bij verschillende diersoorten, zoals paard en hond, maar ook bij de mens.

Geraamte:

botten en gewrichten vormen het geraamte (skelet) van een hond.

Geriatrisch:

de geriatrie betreffend; geneeskundig specialisme voor de behandeling van oude(re) honden.

Geslachtschromosoom:

          chromosoom dat specifiek is voor de sekse (X of Y).

Geslachtshormoon:

benaming voor hormonen die van belang zijn voor de ontwikkeling van de secundaire geslachtskenmerken (oestrogenen en testosteron).

Zie ook geslachtsklieren.

Geslachtskenmerken:

duiden het verschil tussen een reu en een teef aan. We onderscheiden primaire en secundaire geslachtskenmerken.

Primaire geslachtskenmerken: de geslachtsorganen zelf, m.a.w. de verschillen tussen een reu en een teef, die vanaf de geboorte aanwezig zijn.

Secundaire geslachtskenmerken: díe kenmerken die een hond een mannelijk of vrouwelijk voorkomen geven, m.a.w. de verschillen tussen een reu en een teef, die tijdens de puberteit tot uiting komen.

Zie ook geslachtshormoon.

Geslachtsklieren:

de mannelijke en vrouwelijke geslachtsklieren produceren het mannelijk geslachtshormoon (testosteron) en de vrouwelijke geslachtshormonen (oestrogenen en progesteron). Deze hormonen worden vanaf een leeftijd van ongeveer 6 maanden aangemaakt. De hond is dan geslachtsrijp.

De mannelijke geslachtsklieren (testikels) bevinden zich buiten de buikholte in de balzak (scrotum) en de vrouwelijke geslachtsklieren (ovaria of eierstokken) bevinden zich in de buikholte vlak achter de nieren.

Geslachtsrijp:

betekent: zo ver ontwikkeld dat voortplanting plaats kan hebben (zie geslachtsklieren). Bij de hond is dat tussen de 6 en ongeveer 15 maanden. Kleine honden zijn het meestal eerder dan grote.

Zie ook oestrogenen, testosteron, voorhuidontsteking, loopsheid, castratie en OVE.

Gespierd:

het gebruik van deze term duidt meestal op krachtig ontwikkelde spieren.

Gespleten gehemelte:

embryonaal ontstaat het harde gehemelte uit 2 horizontaal tegen elkaar groeiende platen, die een afsluiting moeten vormen tussen de mond- en de neusholte. Deze plaat versmelt bovendien met een van de bovenkant afkomende plaat van het neustussenschot. Heeft gedurende de ontwikkeling van de schedel deze aaneengroeiing van de platen niet plaats, wat eenzijdig of dubbelzijdig kan zijn, dan ontstaat het gespleten gehemelte (palatoschisis). Er bestaat dan een directe verbinding tussen mond- en neusholte. De hiermee geboren pups kunnen moeilijk zuigen en bovendien loopt de melk weer door de neusgaten terug. Deze geboorteafwijking is erfelijk.

Gespleten neus:

soms worden er honden met een gespleten neus gefokt. Dit, omdat er jagers van mening zijn, dat een dergelijke hond een bijzonder goed reukvermogen heeft. Een voorbeeld is de Spaanse voorstaande hond, de Navarro

Maar niet alleen tegenwoordig gebeurt dit, ook in het begin van de fokkerij van de Berner Sennenhond werd er lang over gediscussieerd of niet de gespleten neus als kenmerk van bijzondere waakzaamheid in de standaard moest worden opgenomen.

Dus al in het begin van de rashondenfokkerij werden er genetische defecten, zoals bijv. een gespleten neus, op de koop toe genomen, die zich bij een consequente raszuivere fokkerij als nadelig voor het ras moesten uitwerken.

Gestrekt:

de schoft is minder hoog dan de romp lang is.

Gestroomd:

meer of minder duidelijke streping op een andere (effen) haarkleur (bijv. Boxer, Hollandse Herder, Duitse Dog). Bij verwaterde stroming is de tekening onvoldoende scherp begrensd.

Getijgerd:

zeer onregelmatig gevlekt in de trant van het blue merle. Deze tijgerkleur komt voor bij Teckels.

Zie ook merle-tekening en glasoog.

Geur:

          zie reuk.

Geurvlag:

spoor dat een dier d.m.v. urine of een ander lichaamsvocht maakt ter afbakening van zijn territorium.

Gevlekt:

          kleine vlekken op een witte ondergrond.

Gevoel:

de tastharen op de bovenlip vormen het gevoeligste orgaan van de hond naast lippen, tong en huid.

Gewinkeld:

Germanisme voor gehoekt: de hoek, die de botten van de voor- en achterbenen met elkaar maken.

Gewricht:

          beweegbare verbinding tussen twee of meer beenderen. Zie ook skelet.

Gewrichtsaandoening:

bij de hond komen er verschillende voor: zie bijv. HD, osteoartrose, osteoartritis, patella luxatie, ED, OCD, LPA, LPC, INC, teckelhernia, degeneratieve gewrichtsaandoening etc.

Gewrichtskraakbeen:

het kraakbeen, dat de uiteinden van het bot bekleedt ter plaatse van het gewricht. Zie ook skelet.

Gewrichtsmuis:

losliggend stukje vet of (kraak)been in gewrichtsholten, m.n. in het kniegewricht. Gewrichtsmuizen worden ook vaak gevonden bij artritis, OCD of bij het afbreken van de menisci in de kniegewrichten.

Zie ook skelet.

Gewrichtsvochtanalyse:

is het onderzoek van een monster van het doorschijnende vocht (synoviaal vocht) uit een gewricht. Daardoor kan de dierenarts vaststellen of het gaat om een infectie, een ontsteking of een immuunziekte.

Gezelschapshonden:

Het woord gezelschapshond kan betrekking hebben op iedere hond die uitsluitend voor het plezier gehouden wordt, in tegenstelling tot de werkende hond.

Maar het heeft ook nog een andere betekenis. Eén van de 10 rasgroepen is de groep 'Gezelschapshonden': een groep kleine rassen, die nog niet zo lang geleden bekend stonden als schoot- of dameshondjes. Men slaagt er op bewonderenswaardige wijze in klein te fokken zonder in afwijkingen te vervallen. Behalve zijn waarde als kameraadje heeft de kleine hond nog het voordeel een prima alarmbel te zijn. Mogelijk drijft zijn gevoel van onmacht hem er toe altijd op te letten, ook in zijn slaap.

De indeling is als elke indeling hier en daar willekeurig, daar nergens scherpe grenzen bestaan.

Gezichtsvermogen:

dit is bij de hond lang niet zo sterk ontwikkeld als de reuk en het gehoor, maar er bestaan wel verschillen tussen de rasgroepen. Zo zien windhonden waarschijnlijk beter dan gemiddeld. Toch werken alle rassen vooral met de neus en de oren. Twijfelt een hond aan wat hij ziet, dan vergewist hij zich met zijn neus.

De meeste honden blijken over een afstand van circa 25-100 m. behoorlijk te zien, vooral als het object beweegt. Honden geven geregeld blijk van het bezit van een redelijk gezichtsvermogen, bijv. door van achter glas te tonen dat ze andere honden of hen bekende mensen waarnemen, en door hun snelle galop over slecht terrein.

De hond wordt ruikend geboren, en de ogen openen zich pas tussen de 9e en 12e dag. Van zijn zintuigen begeven het gehoor en het gezichtsvermogen het bij de oude hond meestal eerder dan het reukvermogen en de tastzin.

Zie ook blind.

Gezondheids- en welzijnswet (GWWD):

Deze nieuwe wet werd in 1992 aangenomen, en heet: de Gezondheids- en welzijnswet voor dieren ( GWWD). Uitgangspunt van deze wet is, dat je geen handelingen met dieren mag verrichten, tenzij in de wet staat dat het wel mag (dit wordt het 'nee, tenzij'- principe genoemd). Dit in tegenstelling tot de vorige wetten, waarbij je bijna alles mocht doen, tenzij in de wet stond dat het niet mocht.

De GWWD geldt voor alle dieren die door mensen gehouden worden, dus productiedieren, hobbydieren en gezelschapsdieren. Voor in het wild levende dieren geldt wel het verbod uit de GWWD om de dieren zonder redelijk doel pijn of letsel toe te brengen. Verder is de Flora- en faunawet op deze dieren van toepassing. De min of meer in het wild levende grote grazers, die worden ingezet bij het beheer van natuurgebieden, vallen voor sommige aspecten onder de GWWD en voor andere onder de Flora- en faunawet.

In de GWWD staan algemene regels die voor alle dieren gelden. In deze algemene regels staat o.a. dat het verboden is:

bij een dier onnodig pijn of letsel te veroorzaken, of zijn gezondheid of welzijn aan te tasten;

een dier de nodige verzorging te onthouden;

ingrepen te plegen bij dieren (tenzij anders in de wet staat);

dieren als prijs, beloning of gift uit te reiken;

• daarnaast is iedereen verplicht een hulpbehoevend dier zorg te verlenen.

Verder zijn er regels voor bijvoorbeeld:

de huisvesting van dieren (voor een aantal diersoorten);

het slachten van dieren;

• het vervoeren van dieren.

Bij Gezondheid gaat het om de volgende zaken:

voorkomen en bestrijden van dierziekten;

de inrichting van bedrijven waarop dieren worden gehouden;

toevoegen van dieren aan bedrijven;

de wijze waarop dieren worden gehouden en hun huisvesting;

de hygiënische eisen;

de voedering, drenking, verzorging en behandeling van dieren;

het gebruik van sera, entstoffen, antibiotica en chemotherapeutische middelen;

de bestrijding van insecten, ratten en andere organismen die gevaarlijk zijn voor de gezondheid van het dier;

de bedrijfsbegeleiding door een dierenarts en de Stichting Gezondheidsdienst voor dieren.

Verder worden eisen gesteld aan markten, tentoonstellingen, slachthuizen en vervoer.

Over Welzijn is in de wet bepaald dat:

het verboden is bij een dier onnodig pijn of letsel te veroorzaken, of zijn gezondheid of welzijn aan te tasten. Zo is het bijv. verboden koeien met een volle uier te vervoeren of een hond als trekdier in te zetten;

het verboden is aan een dier de nodige verzorging te onthouden;

het verboden is dieren van het ouderdier te scheiden voordat zij een bij de wet vastgestelde leeftijd hebben bereikt;

het in beginsel verboden is lichamelijke ingrepen bij dieren uit te voeren, tenzij dit bij wet of Algemene Maatregel van Bestuur ( AmvB) wordt toegestaan. Toegestaan zijn bijv. sterilisatie en castratie en ingrepen waarvoor diergeneeskundige noodzaak bestaat;

Er worden tevens eisen gesteld aan de wijze waarop, de situaties waarin en de personen door wie zij mogen worden gedood. Ook worden voorwaarden gesteld aan de slachterijen en aan de bedwelming. Deze bepaling is van groot belang voor het ritueel slachten.

Op een aantal plaatsen in de wet geldt het 'Ja, mits-principe' in plaats van het 'nee, tenzij-principe'. Dat mits houdt in, dat een aantal strikte voorwaarden worden gesteld aan:

de huisvesting van dieren; o.a. de afmetingen, materialen, faciliteiten, verlichting, verwarming en luchtverversing;

het fokken met dieren;

het verkopen, verhuren of verloten van dieren. Het is verboden dieren als prijs, beloning of gift uit te reiken;

het vervoeren van dieren. Daarbij worden o.a. voorwaarden gesteld aan het vervoermiddel, de hoeveelheid dieren per vervoermiddel, het in- en uitladen, de duur en afstand van het vervoer en de gesteldheid van de dieren;

het gebruik van dieren bij wedstrijden. Hieronder valt het verbod op dierengevechten. Voor het gebruik van dieren bij wedstrijden kunnen bij AMvB regels worden gesteld voor o.a. de leeftijd en gezondheid van het dier, de aard van de wedstrijden, het gebruik van stimulerende middelen en geneesmiddelen en de aanwezigheid van een dierenarts.

Klik hier voor de Welzijnswet.

Gezondheidsverklaring:

sommige landen vragen een gezondheidsverklaring, afgegeven binnen een bepaalde (korte) termijn voor vertrek. Uw eigen dierenarts, met al dan niet een autorisatie door de dierenarts van de RVV, kan hiervoor zorgen. Vraag tijdig info bij uw dierenarts als u met uw hond op vakantie gaat! 

Hebt u voor uw hond het nieuwe (vanaf mei '04 verkrijgbare) EU-dierenpaspoort, dan hebt u geen aparte gezondheidsverklaring meer nodig.

Gezwel:

niet ieder gezwel hoeft kanker te zijn. Ook abcessen, breuken, vetbultjes en insectenbeten zien er uit als gezwellen.

Gezwellen kunnen goedaardig of kwaadaardig zijn; laatstgenoemde hebben de neiging tot zeer snelle groei en hernieuwd optreden na verwijdering, ook op andere plaatsen van het lichaam.

Wacht u te lang met het raadplegen van de dierenarts en "breken" de gezwellen door, dan ontstaan door schuren en krabben secundaire infecties.

Bij het ontdekken van kleine knobbeltjes moet deskundige hulp worden ingeroepen. De dierenarts kan door een histologisch onderzoek vaststellen of de hond met een goedaardig of een kwaadaardig gezwel te doen heeft en daar zijn therapie en prognose op baseren.

Zie ook tumor en kanker.

G&G:

afkorting van Gedrag & Gehoorzaamheid; tak van de hondensport (zowel voor ras- als niet-rashonden), waarbij de hond leert hoe zich te gedragen t.o.v. andere honden en personen en gegeven commando's uit te voeren.

In deze gehoorzaamheidssport wordt er aan perfectie in gehoorzaamheid gewerkt. Ook voor de minder sportieve eigenaar en hond een geschikte sport, maar denk niet dat u erbij achteruit kunt leunen. Om in deze sport mee te kunnen komen, moet u flink oefenen. U begint op het basisniveau, waarbij oefeningen als volg, hier, zit, af sta, voor(komen) geperfectioneerd worden en vooruitsturen en apporteren worden aangeleerd. Hebt u het basisniveau gehaald, dan kan u achtereenvolgens gaan oefenen voor G&G-I, G&G-II en G&G-III.

Het eerste officiële examen werd op 26 september 1953 bij KC De Hofstad in Den Haag afgenomen: 1 Dobermann, 1 Laekense Herdershond, 2 Bouviers en 7 Duitse Herders. Begin jaren tachtig werd het G&G-II programma geïntroduceerd, dat aan het einde van datzelfde decennium werd gecompleteerd met het G&G-III programma.   

Het huidige G&G-programma kent inmiddels 4 niveaus: Beginners G&G (nieuw in '04), G&G-1, G&G-2 en G&G-3. G&G-3 komt overeen met het internationale "Obedience"-programma van de F.C.I.

G&G-examens kunnen alleen maar worden aangevraagd door de door de Raad van Beheer erkende verenigingen en verenigingen, aangesloten bij de Stichting Gedrag, Gehoorzaamheid en Behendigheid bij het secretariaat van K.N.K.Cynophilia. Het examen wordt derhalve afgenomen door een keurmeester van Cynophilia.

Rashonden dienen in het bezit van een rashondenlogboek te zijn, rasloze honden dienen een werkboekje te hebben.

Voor Beginners G&G ben je geslaagd als je tussen de 224 en 320 hebt, voor G&G-1: 224 en 320 punten, voor G&G-2: 224-320 punten en voor G&G-3: 240-320 punten; bovendien moet men bij de Beginners G&G om voor het diploma in aanmerking te komen voor verschillende onderdelen tenminste 5 punten behaald hebben.

GGT:

is een betrouwbare maat voor een gestoorde galafvoer tg.v. een chronisch leverprobleem. GGT (Gamma-glutamyltransferase of Gamma-GT) komt in het bloed bij een sterk gestoorde galafvoer door bijvoorbeeld tumoren of levercirrose (vervanging van functionele levercellen door niet functioneel bindweefsel).

Lage waarden: geen betekenis.

Hoge waarden: a) teveel gal in het afgenomen bloedmonster; b) rood plasma door kapotte rode bloedcellen; c) levercirrose; d) afsluiting van de galwegen.

Zie ook bloedonderzoek.

GGW:

zie W.K. Hirschfeld Stichting.

G-hond:

hond, die kwalificatie 'goed' waard is. 'Goed' dient te worden geïnterpreteerd als voldoende, in rapportcijfers: 6.

In het Engels heet dit "Good", in het Frans "Bon" en in het Duits "Gut".

Giardiasis, giardiase, giardiose, giardiosis:

Giardia Lamblia is bij de hond de meest voorkomende darmparasiet. Giardia is een eencellige parasiet (een zogenaamde flagellaat) wat betekent dat het zichzelf voedt ten koste van de gastheer, in dit geval de hond. Besmetting vindt plaats d.m.v. het drinken of eten van besmet water of voedsel. Ook kan een infectie rechtstreeks worden overgebracht door contact met de ontlasting van een besmet dier.

Giardia is door de WHO erkend als een ziekte die van dier op mens over kan gaan (zoönose).

Puppies kunnen er behoorlijk last van hebben en hebben last van minder eetlust, chronische diarree (geelgrijs volumineus stinkend), gewichtsverlies (vermageren) en drinken veel. De parasiet verhindert de pup om melk te verteren en vetten op te nemen.

De diagnose wordt gesteld door onderzoek van de ontlasting. De behandeling bestaat erin de honden met geschikte antibiotica te behandelen. Puppy's kunnen 5 dagen na elkaar te behandeld worden met Parazan (25 mg/kg/dag) of soms wordt er gedurende 10 dagen Metronidazole aan 20 mg/kg 2*/dag gebruikt.

Ook kunt u giardia bij de hond behandelen met een 3-daagse kuur met Panacur; de dosering is 50 mg/kg lichaamsgewicht, 1x daags gedurende 3 opeenvolgende dagen.

Naast regelmatige ontworming is hygiëne het sleutelwoord als het om preventie van Giardia gaat. Reiniging en desinfectie van wanden, vloeren, drink- en voerbakken (zet ze van de grond af) met huishoudelijke schoonmaakmiddelen en heet water of stoomapparatuur is essentieel om (her)besmetting te voorkomen. Na het schoonmaken is het belangrijk dat u alles goed laat drogen.

Gingivitis:

          tandvleesontsteking (gingiva = tandvlees).

Gist:

gistinfecties (Malassezia) veroorzaken bij de hond, net als bacterieinfecties (Staphylococcen), huidproblemen.

Zie ook brillendoosjesgist.

Gladakker:

is een Indische Kamponghond. Taaie hond door harde selectie. Schrander, driehoekig hoofd met staande oren, een mager droog en gespierd lichaam.

Gladde spieren:

of glad spierweefsel: spieren opgebouwd uit verschillende spiercellen met een centraal gelegen kern. Het zijn onwillekeurige spieren.

Het glad spierweefsel vinden we o.a. in bloed- en lymphevaten, het maag-darmkanaal, de urinewegen en de blaas, de galblaas, baarmoeder en vagina, bronchiën en luchtpijp, afvoergangen van de diverse klieren en in de milt.

Zie voor meer info: spieren.

Gladharig, gladde vacht:

kort aanliggend haar zonder ondervacht (Greyhound, gladharige Foxterriër). Zie vacht.          

Glandula:

          klier.

Glandula parotis:

oorspeekselklier; ligt onder het oor en is opvallend rose van kleur.           

Glanshandschoen:

is een handschoen, waarmee men de glans van de vacht ophaalt. Soms is deze van paardenhaar voorzien, soms van zachte stof.

Een glanshandschoen met ijzerdraad geeft te veel kans de huid te verwonden en trekt de onderwol uit.

Glasoog (porseleinoog, maanoog):

oog met blauw-witte iris, gebrek hebbende aan pigment. De Engelse term is wall eye, de Duitse term Mondauge of Glasauge. Toegestaan bij blue merle Collies, Shelties en Cardigan Corgies alsmede bij Huskies en getijgerde Teckels.

Door een gebrek aan of een ontwikkelingsstoornis van de pigmentcellen bevindt zich in het weefsel van de voorzijde van de iris minder pigment. Ontbreekt ook het pigment in de achterbekleding van de iris, dan blijft deze rood (albinisme).

Het maanoog wordt vaak gezien bij honden met het (blue) merle-gen. Bij de homozygoten van het merle-gen kunnen ernstige defecten optreden, zoals het ontbreken van een oog, microftalmie, blindheid en doofheid.

Glaucoom (groene staar):

een oogziekte waarbij de zenuwvezels van de oogzenuw afsterven en die bij de hond gepaard gaat met een verhoogde druk in de oogbol. Het kan berusten op een erfelijke afwijking (primair glaucoom of glaucoma) of het gevolg zijn van een andere oogafwijking (secundair glaucoom), bijv. het loslaten van de lens (luxatie) of een voorafgaande ontsteking in het oog. 

Primair glaucoom vormt in Nederland een probleem bij de Bouvier des Flandres, Amerikaanse Cocker Spaniel, Hollandse Herder Ruwhaar, Husky, Chow Chow, Shar Pei, Labrador Retriever, Basset Hound en de Tatra.

Zie ook gonioscopie en tonometrie.

Glenoid:

schouderkom, gewrichtsoppervlak van het schouderblad.

Zie anatomie skelet.

Globulines:

één van de 4 specifieke bloedeiwitten (zie plasma). Globulines zijn de afweerstoffen van het lichaam tegen verschillende ziektekiemen.

Zie ook hondenmelk en bloedonderzoek.  

Glomerulus (meerv. glomeruli):

          kluwentje van bloedvaten, bijv. in de nier. Zie ook nieren.

Glottis:

          stemapparaat, stemspleet.

Glucagon:

          zie Eilandjes van Langerhans.

Glucocorticoïden:

corticosteroïden die de concentratie van de bloedsuiker en van het glycogeen in de lever verhogen.

Glucosamine:

is een aminomonosaccharide. Het is een bouwstof voor glycosaminoglycanen en proteo-glycanen die in bijna alle weefsels voorkomen, waaronder kraakbeen. Tevens stimuleert het in vitro de kraakbeencellen tot de synthese van glycosaminoglycanen en proteoglycanen.

Glucosamine wordt gebruikt bij bijv. artrose, het vermindert de pijn en geeft een functieverbetering van het gewricht. Na een paar weken is glucosamine net zo effectief in pijnverlichting als een laag-gedoseerd NSAID.

Glucosamine wordt ook als voedingssupplement gebruikt.

Glucosamine repareert kapotte gewrichten en werkt zo krachtig, dat het soms eerder aan een medicijn doet denken dan aan een supplement. Tegelijkertijd is het veilig. De meeste glucosamine wordt gemaakt uit schilden van krabben en garnalen, en in de supplementen kunnen eiwitten zitten waar de hond gevoelig voor is.

Dat glucosamine als ongevaarlijk uit de bus komt is niet verrassend. Net als creatine heeft glucosamine een plaats in de stofwisseling. Het lichaam produceert het. Glucosamine zit bovendien in de voeding, tenminste in zijn gebonden vorm. De vrije variant van het versuikerde aminozuur vind je eigenlijk alleen in supplementen. Het lichaam gebruikt dat aminozuur bij de opbouw van kraakbeen.

Glucosamine helpt vooral bij de aanmaak van de stof, die zorgt voor de smering van de gewrichten waardoor ze soepel blijven. Chondroïtine helpt bij de aanmaak van kraakbeencellen en maakt het kraakbeen sterker. Chondroïtine en glucosamine zijn typerend voor de werking van de betere supplementen. Ze ondersteunen elkaars werking. Vooral bij oudere honden waar er slijtage van de gewrichten optreedt, biedt dit ondersteuning.

Het staat vast, dat glucosamine de structuur van kraakbeen verbetert en daardoor het vocht in het gewricht beter kan vasthouden. Samen zorgen die effecten ervoor dat het gewricht soepeler beweegt en beter schokken dempt.

Het mooie van glucosamine is, dat ze in het lichaam niets overhoop halen, terwijl medicijnen dat vaak wel doen. Honden krijgen bijv. ontstekingsremmers toegediend, die weliswaar de pijn verminderen, maar ook allerlei bijwerkingen hebben.

Glucose:

          druivensuiker, dextrose. Zie ook bloedonderzoek, urineonderzoek en Eilandjes van Langerhans.

Glycemie, glykemie:

is het suikergehalte van het bloed. Zie hyperglycemie en hypoglycemie.

Glycogeen:

          dierlijk zetmeel, dat in de lever wordt gevormd en opgeslagen. Zie ook Eilandjes van Langerhans.

Goedaardige tumor:

is een tumor, die zich niet uitzaait en die niet kwaadaardig is.

Goldendoedel, Goldendoodle:

is een kruising tussen een Golden Retriever en een Poedel (standaard of miniatuur). Nadat de Labradoedel veelvuldig in het nieuws kwam en een hype werd, gold dat later ook voor de Goldendoedel.

Er wordt gezegd, dat de Goldendoedel, net als de Labradoedel, een zeer geschikte hond is voor mensen die allergisch of astmatisch zijn, maar pas op, want hier moet een goed fokprogramma aan ten grondslag liggen en zoals het vaak gaat met honden die populair worden, zal dit niet bij elke fokker het geval zijn.

De Goldendoedel wordt in het Engels ook Golden Poos, Goldie Poos, Golden-Poo of Groodle genoemd.

Zie de rasstandaard in het Engels zowel als in het Nederlands. Daarnaast bestaan er ook andere Poedelkruisingen.

Golgi-apparaat:

is een onderdeel van de cel. In levende cellen zien we, dat er zich telkens kleine blaasjes, zgn. vacuolen, afsnoeren van het glad endoplasmatisch reticulum. Deze vacuolen zijn gevuld met bijv. vet. Deze blaasjes borrelen door het cytoplasma heen en verenigen zich weer met een andere membraanstructuur, het Golgi-apparaat.

De inhoud van de vacuolen kan een tijdje worden opgeslagen in het Golgi-apparaat en wordt dan weer opnieuw per vacuole naar de celmembraan getransporteerd. Het membraantje van de vacuole verenigt zich met de celmembraan en de inhoud van de vacuole komt nu vrij in de omgevingsruimte van de cel. Deze wijze van uitstoot van stoffen heet de exocytose.

In het Golgi-apparaat wordt ook slijm geproduceerd en zo bereikt het Golgi-apparaat in specifiek slijmproducerende cellen (bijv. van het neusslijmvlies of het maagslijmvlies) enorme afmetingen.

Het Golgi-apparaat is ook verantwoordelijk voor het ontstaan van lysosomen. Dat zijn vacuolen, waarin zich enzymen bevinden. Deze lysosomen kunnen zich verenigen met de vacuolen, waarin t.g.v. de fagocytose, vaste voedingsdeeltjes zich bevinden. De celenzymen kunnen dan in de verenigde vacuolen de vaste voedingsstoffen verteren.

Gonaden:

voortplantingsorganen

Goniodysgenese:

zie goniodysplasie.

Goniodysplasie:

of goniodysgenese is een aangeboren afwijking van de afvoer van het kamervocht (het vocht in de ruimte tussen het hoornvlies en de iris).

Kamerwater neemt voedingsstoffen mee in het oog, voert afvalproducten af en houdt de oogbol op de normale spanning. Het wordt continu aangemaakt en ook weer afgevoerd. Het wordt aangemaakt net achter het regenboogvlies (iris) en stroomt door de pupilopening in de voorste oogkamer. Het verlaat het oog weer in de kamerhoek, rondom tussen het regenboogvlies en het hoornvlies, via het filtratiesysteem. De ingang van dit drainagesysteem dient mooi open openingen te hebben. Deze openingen kunnen tijdens de aanlegfase, nog in de baarmoeder, verkeerd worden aangelegd. Men spreekt dan van goniodysplasie.

Een klein percentage van de honden met deze afwijking ontwikkelt glaucoom (hoge oogdruk). De afwijking komt bij veel rassen voor. In Nederland is het vooral bij de Bouvier bekend. Het onderzoek naar goniodysplasie wordt niet standaard bij het onderzoek op erfelijke oogafwijkingen uitgevoerd.

Gonioscopie:

is een onderzoek om de hoek tussen het hoornvlies en de iris (de oogkamerhoek) te beoordelen. Dit om vast te kunnen stellen welke vorm van glaucoom zich voordoet of voor kan gaan doen. Dit oogonderzoek wordt bij bepaalde rassen ook preventief gedaan om te kijken of de hond bijv. vrij of voorlopig vrij is.

Hiervoor plaatst de dierenarts een speciale lens op het oog om die hoek te zien. Dit gebeurt altijd onder sedatie en meestal onder algemene anesthesie.

Zie ook oogonderzoek.

Go normal:

honden die aanvankelijk een erfelijke oogafwijking vertonen, maar die later niet meer is vast te stellen bij oogspiegelen (funduscopie).

Zie ook CEA en Retina dysplasie.

GOT:

is de afkorting voor Glutamaat Oxalaat Transaminase. Zie AST.

GPT:

het gehalte alanine aminotransferase (ALT) in het serum, ook het glutamaatpyruvaattransaminase (GPT of Glutamaat Pyruvaat Transaminase) genoemd, is een maat voor levercelbeschadiging.

GPT komt vrij in het bloed bij beschadiging van levercellen. Dat kan een geringe beschadiging zijn die snel herstelt, maar ook bij zeer ernstig levercelverval. Een verhoging van GPT zegt alleen iets, als die verhoging minimaal 2 keer de maximale normaalwaarde is en moet altijd in samenhang met andere metingen beoordeeld worden. Bij vermoeden van leverlijden altijd de galzuren meten.

Lage waarden: geen betekenis.

Hoge waarden: a) acute en chronische (actieve) leverontsteking; b) koorts, geringe belasting met giftige stoffen of medicijnen, darmontsteking: geringe verhoging; c) ernstige vergiftiging; d) leverbeschadiging door ongeval; e) levertumoren (bij uitzaaiingen vaak niet verhoogd!); f) galwegontsteking; g) shock.

Zie ook bloedonderzoek.

Graafse follikels:

liggen helemaal tegen de wand van het ovarium aan. Ze zijn genoemd naar de ontdekker Reinier de Graaf, verloskundige te Delft (1641-1673).

Voor meer info: zie pro-oestrus.

Grand Patou:

is de Pyrenese Berghond.

Grannen:

zie vacht of krulhaar.

Granulocyten:

gekorreld wit bloedlichaampje, te onderscheiden in neutrofiele, eosinofiele en basofiele granulocyten. Ze verdedigen samen met de monocyten het lichaam tegen vele verschillende soorten infecties, o.a. door het verzwelgen van lichaamsvreemde stoffen. 

Zie ook bloedonderzoek.

Granulocytose:

vermeerdering van granulocyten in het bloed; vgl. neutrofilie.

Granuloma, granuloom:

          korrelig gezwel.

Gras eten:

          zie wetenswaardigheden en pica.

Grasmijt:

          zie oogstmijt.

Grautiger:

Duitse benaming voor grijstijger; een grijze ondergrond met zwarte vlekjes. Het wordt beschouwd als een mislukt harlekijn en is bij de Duitse Dog diskwalificerend.

Grauwen:

het grijs worden van een hond. Meestal begint dit bij de voorsnuit.

Grauwe staar:

          zie cataract.    

Graves, Ziekte van ~:

          zie Basedow.

Graviditeit:

zwangerschap of dracht.

Graying:

is de verkleuring van de vacht tijdens het opgroeien van de pup. Deze eigenschap vinden we op het G-locus. G staat voor gray = grijs. Het woord graying betekent vergrijzen en dat is feitelijk ook exact wat er gebeurt. De naam doet echter vermoeden, dat het alleen optreedt bij zwart. Dat is niet correct: graying zien we bij de eumelaninekleuren, zowel zwart als bruin dus. Het is een zgn. progressief verschijnsel: een eigenschap die uiterlijke veranderingen teweegbrengt, terwijl de hond opgroeit. Het is een verschijnsel dat in erg veel rassen optreedt, rassen waarvan de fokkers roepen dat hun honden 'ware toverballen' zijn. Dat klopt, maar geheel onvoorspelbaar zijn die kleurveranderingen niet.

Graying is dominant. Een hond met graying kan dus ook een gen voor non-graying dragen en pups geven die niet verkleuren.

Een zeer bekend voorbeeld van een ras dat graying vertoont is de Kerry Blue Terriër. Deze honden worden zwart geboren en vergrijzen in de loop van enkele jaren tot blauw, hetgeen ze ook hun naam heeft opgeleverd.

Graying komt in meerdere rassen voor. Zo staan de Havanezers bekend als honden, waarvan je vrijwel onmogelijk kunt voorspellen wat hun uiteindelijke kleur zal worden. Daar zit een kern van waarheid in, want de Havanezer is een van de meest ingewikkelde rassen wat kleurvererving betreft.

Graying is echter redelijk goed voorspelbaar: als beide ouders graying vertonen, is de kans behoorlijk groot dat de pups dat ook zullen doen. Die kans is groot, maar geen 100%: graying is dominant en een graying hond kan dus ook slechts 1 gen dragen voor graying. Is dat bij de partner ook het geval, dan zal gemiddeld ¾ van de pups graying vertonen. Bij een zwartbonte Havanezerpup kan zwart op volwassen leeftijd grijs (verdund zwart) worden.

Een ander ras waarbij de graying zeer opvallend aanwezig is en vaak zelfs zo sterk dat eventuele bontpatronen bijna onzichtbaar worden, is de Spaanse Waterhond. Een donkerbruin geboren pup kan op volwassen leeftijd lichtbeige zijn. Het verschil is vaak zo groot, dat de leek nauwelijks kan geloven dat het hier om een natuurlijk proces gaat.

Ook bij een aantal andere rassen, zoals de Bobtail, de Bearded Collie en de in aanleg zwarte of bruine Poedel, zien we graying. Bij Bobtails is duidelijk te zien, dat de haren met het ouder worden vergrijzen; de haren van een nieuwe vacht zijn weer donkerder.

Een wat vreemd fenomeen is het feit, dat een eventueel maskeraftekening niet op hetzelfde moment verkleurt als de rest van de vacht. Zo kan het gebeuren, dat een Kerry Blue Terriër al een volledig grijze vacht heeft, maar dat zijn masker nog zwart is. Dit is overigens geen reden tot zorg: het masker verkleurt wel degelijk, maar het duurt langer dan bij de rest van de vacht. De oorzaak hiervan is nog niet bekend.

Zie ook dilution en domino.

Griffon:

          aanduiding voor ruwharige honden. Zie vacht.

Griffon de Bresse:

is een uitgestorven ruwharige brak. In de Wallace Collection bevindt zich een schilderij van een jonge hond van dit ras.

Grizzle:

tweekleurige haren, waarbij de grondkleur vaak licht en de punt donkerder is.

Zie voor meer info: domino.

Groeipijnen:

groeipijn is de 'leken-naam' voor enostosis. Een van de oorzaken van het ontstaan van groeipijnen is een teveel aan calcium in de voeding.

Helaas wordt er bij een jonge kreupele hond nogal eens gesproken over groeipijnen, terwijl er meer aan de hand is, zoals bijv. elleboogdysplasie of heupdysplasie. Door het maken van een röntgenfoto kan de dierenarts het verschil zien en de diagnose met zekerheid stellen.

Zie voor meer info: enostosis.

Groeischijf:

vlak op het pijpbeen, waar bij het jonge dier door botafzetting lengtegroei plaatsvindt. Bij volgroeide dieren zijn de groeischijven geheel verbeend.

Zie skelet.  

Groene (groengekleurde) pup:

zie placenta.

Groene staar:

zie glaucoom.

Groenlandse Thule-Eskimohond:

is een Husky uit het district Thule. Hij wordt beschouwd als de beste Eskimohond van Groenland.

De ontdekkingsreizigers Cook en Peary, die beiden claimden de Noordpool te hebben bereikt, maakten gebruik van deze honden. Ook Amundsen gebruikte Thulehonden voor zijn geslaagde poging om de Zuidpool te bereiken in 1911. Amundsen had aan boord van de Fram, het beroemde van Nansen geleende schip, 102 honden. Het waren 91 reuen en 11 teven. Amundsen betaalde voor die honden 2401,23 Deense kronen aan J. Daugaard Jensen, "inspector of the North Greenland Inspectorate", zoals op de rekening in het Rigsarkivet Kobenhavn is te zien.

Groepskeurmeester:

keurmeester, die bevoegd is om een gehele groep van rassen te keuren.

Groepsklas:

een klasse op een tentoonstelling, kampioenschapsclubmatch of clubmatch voor ten minste 3 honden van hetzelfde ras, onderscheidenlijk dezelfde variëteit, waarvan dezelfde exposant eigenaar is.

Een hond mag slechts in de groepsklas ingeschreven worden, indien hij ook in een andere klas is ingeschreven.

Grommen:

behoort tot de dreiggedragingen. Het gedrag wordt veelal niet serieus genomen indien het tijdens het spel wordt geuit. 

Het grommen kan in verschillende toonhoogten worden uitgevoerd. Tijdens het spel wordt er in principe niet op een diepe manier gegromd. Het geeft wel aan, dat het spelletje voor de hond serieuzer aan het worden is. Op dat moment moet het spel gestopt worden. Zodra de hond opgehouden is met grommen, kan het spel worden voortgezet.

Grond beslaan, veel ~:

a) wijdbeens staand;

b) in gangwerk: ruim uitgrijpende benen.

Grosser Bläss, Großer Bläß:

is de Grote Zwitserse Sennenhond.

Grosser Treiber, Großer Treiber:

is de Grote Zwitserse Sennenhond.

Großspitz, Grossspitz:

is een verzamelnaam voor de grote keeshond in allerlei tinten, zij het dat de grijze Keeshond dan Wolfspitz heet.

Grote hersenen:

zie cerebrum en hersenen.

Gynaecologie:

wetenschap, die zich bezighoudt met ziekten van de vrouwelijke geslachtsorganen.

                                                                                                                                  Naar de 8e pagina met kynologische uitdrukkingen.

Terug naar 'Kynotermen'.

© Copyright by Yvonne Soomers-Marell

Menu-knop.