Menu-knop.

 

Alfabetische lijst van Nederlandse en buitenlandse 

kynologische & medische termen en uitdrukkingen

 

F

 

F1-generatie:

de kinderen (Filius/filia) van een ouderpaar (P).            

F2-generatie:

de kleinkinderen van een ouderpaar (P) oftewel de kinderen van de F1-generatie.

Faeces (feces, fecaliën):

            uitwerpselen, ontlasting.

Fagocyt:

een bepaald type witte bloedcel, die bacteriën (of andere ziekteverwekkers) onschadelijk kan maken door deze in te sluiten. De witte bloedcel en de bacterie gaan dan meestal beide dood. 

Daarom wordt een fagocyt ook wel een vreetcel genoemd. Het insluiten van een prooi (in dit geval een ziekteverwekker) heet fagocytose.   

Faking:

Engels voor bedrog. Bijv. het aanbrengen van veranderingen aan het exterieur van de hond met de bedoeling de keurmeester of koper te verleiden. En dan worden verboden kunstgrepen bedoeld, zoals bijv. het verven van de vacht om de hond een betere kleur te geven of fouten in de vachtkleur te verdoezelen.

Dit moet niet worden verward met toegestane ingrepen, zoals het witwassen met krijt van witte honden, het trimmen van haar op plaatsen waar de hond te grof toont of het juist laten staan van de hond om het geheel een beter aanzien te geven.

Falanx:

            kootje van vinger of teen.

Fall:

Engels voor overvloedige haargroei boven en onder de ogen (bijv. Yorkshire Terriër).

Familieteelt:

het aan elkaar paren van verwante dieren. Paringen van vader x dochter en moeder x zoon vormen de meest nauwe vorm van familieteelt, daarna volgen paringen van volle broer/zus, van halfbroer/zus, grootouders/kleinkinderen etc. Zie ook inteelt.

Fanconi Anemie (FA), Fanconi Anaemia, Fanconi Syndroom (FS):

is een nieraandoening, waarbij het onvoldoende functioneren van het eerste gedeelte van de niertubulus (nierbuisje) in de nieren ertoe kan leiden, dat er verkeerde stoffen door de nieren afgevoerd worden; het gaat om geen resorptie oftewel verlies van glucose, aminozuren, bicarbonaat, fosfaat en mineralen.

Fanconi syndroom kan ontstaan door invloeden uit de omgeving, maar er bestaat ook een menselijke variant welke erfelijk kan zijn. Deze is in 1927 beschreven door de Zwitserse kinderarts Guido Fanconi (1892-1979).

In 1976 is deze ziekte bij de hond beschreven. De ziekte komt procentueel het meest voor bij Basenji's, maar het komt ook voor bij de Norwegian Elkhound, Schnauzer en Sheltie. De dierenarts is er niet altijd van op de hoogte, maar vermoedt u deze 'ziekte', laat hem dit dan lezen.

De symptomen van de aandoening zijn meestal: vermagering, veel drinken, veel plassen, spierzwakte en een verzuring van het lichaam. De verzuring van het lichaam veroorzaakt een abnormale stofwisseling, waardoor er beschadigingen aan alle organen ontstaan. Door het verlies van aminozuren en glucose is er een verlies aan bouwstenen in het lichaam, waardoor er vermagering en spierverlies ontstaat. Als er een tekort aan kalium in het lichaam is, ontstaat er spierzwakte en hartritmestoornissen. Door de glucose in de urine, wordt de urine een goede voedingsbodem voor bacteriën. Regelmatig komt bij FA infectie aan de urinewegen voor.

De diagnose is niet eenvoudig te stellen, zeker niet het laatste definitieve bewijs. De eerste stap in de diagnose is het aantonen van glucose in de urine van de hond. Wordt er glucose aangetroffen, moet onderzocht worden hoe het glucosegehalte in het bloed zich verhoudt tot het glucosegehalte in de urine. De hond kan dan Fanconi of primaire glucocery hebben. Verder onderzoek kan d.m.v. clearance-testen.
Voor de behandeling maakt het niet uit, in beide gevallen kunnen met het juiste medicijnengebruik de honden verder leven.

Het verloop van FA bij honden is wisselend. Sommige honden ontwikkelen binnen enkele maanden een nierinsufficiëntie, terwijl andere gedurende enkele jaren stabiel blijven. Snelle verslechtering kan ontstaan door acute nierinsufficiëntie. Als een hond met FA niet tijdig wordt behandeld, zal hij sterven aan de gevolgen van beschadiging van diverse organen.

Farinaemijt, Farinamijt:

oftewel 'Tyroglyphus farinae mite' is een meelmijt. Net als sommige andere mijten komt deze veel op granen voor en veroorzaakte vroeger 'bakkersjeuk'.

Farmacie:

            kennis van de geneesmiddelen en hun bereiding.

Farou:

zie Languedoc.

Faryngitis:

            keelontsteking (farynx = keelholte).

Farynx (Pharynx):

            keelholte.

Fauve:

licht beige tot donkere kleur der haren (bijv. Briard en Basset Fauve de Bretagne).

Fawn:

Engels voor ree-, beige- of kaneelkleurig.

F.C.I., FCI:

Fédération Cynologique Internationale is de overkoepelende organisatie in de West-Europese kynologie.  

FCI Standaard Nummers:

elk ras heeft bij de F.C.I. een nummer gekregen. Meer info: klik hier.

Feather, feathers:

Engels voor bevedering.

Fecaal braken, fecaloïd braken:

is 'uitwerpselen braken', het braaksel lijkt op ontlasting. Je kunt het vaststellen door de pH van het braaksel te meten: is het basisch, dan is het uit de darm afkomstig. Het kan voorkomen bij honden met zweren of tumoren op de pylorus.

Feces:

            zie faeces.

Fel:

een temperamentvolle hond noemen we fel.

Feminien:

            vrouwelijk; i.t.t. masculien.

Femur:

            dijbeen, bovenbeen.

Fenotype:

het totale pakket van genen van een individu met beïnvloeding door het milieu; gewoonlijk aangeduid als het zichtbare uiterlijk van het individu (fenotype = genotype + milieu).

Feomelanine:

licht pigment. Ook phaeomelanine. Zie melanine.

Feromoon (Pheromone):

geurstof, afgegeven in de omgeving, met als doel het gedrag van andere individuen van dezelfde soort te beïnvloeden.

Bijv. een geurstof, die in de omgeving wordt afgezet met als doel het seksuele gedrag van soortgenoten te beïnvloeden. Of een stof die door zogende teven wordt uitgescheiden, om de pups "gerust te stellen" (zie DAP-verdamper). Ook een geurstof die gebruikt wordt als lokstof.

Zie ook het orgaan van Jacobson.

Fertiliteit:

            vruchtbaarheid.

FHN:

is de afkorting van Federatie Hondensport Nederland. F.H.N. is opgericht op 1 april 1992 als gevolg van het erkenningsbeleid van de Raad van Beheer. Elke vereniging, stichting of particuliere instelling actief op het gebied van de hondensport kan zich bij de Federatie aansluiten. Momenteel is aansluiting mogelijk in een of meer van de volgende takken van hondensport: Gedrag en Gehoorzaamheid, Behendigheid, Flyball, Apporteersport, combi sport en speuren

Onder auspiciën van de FHN worden jaarlijks vele wedstrijden, diplomadagen en examendagen georganiseerd door de bij de FHN aangesloten instellingen op het gebied van bovenstaande hondensporten. De FHN maakt principieel bij geen enkele wedstrijd of ander evenement onderscheid tussen rashonden en "rasloze" honden.

Fibrine:

            eiwit, dat van belang is bij de bloedstolling.

Fibrinogeen:

eiwit in het bloed, dat kan worden omgezet tot het dradenvormende fibrine. Fibrine is van belang bij de bloedstolling

Zie ook plasma en prothrombine.

Fibrinolyse:

is het oplossen van een klonter, een stolsel.

Naast factoren die de bloedstolling bevorderen zijn er in het bloed ook allerlei factoren aanwezig die de stolselvorming kunnen remmen. Bovendien is het van belang dat het gevormde stolsel na het herstellen van de vaatwand beschadiging weer verdwijnt. Dit proces wordt fibrinolyse genoemd. Tijdens de fibrinolyse wordt het eiwit plasminogeen omgezet naar plasmine dat voor de stolselafbraak zorgt. Bij het niet goed functioneren van het haemostatische proces, is de balans tussen stolselvorming en stolselafbraak verstoord, wat kan leiden tot bloedingen of trombose.

Fibroom:

            goedaardig bindweefselgezwel.

Fibrosarcoom:

is een kwaadaardige tumor. Klik hier voor meer info.

Fibula:

            kuitbeen.

Field Trial, Fieldtrial:

Engels voor veldwedstrijd.

Fietsen met uw hond:

zie wetenswaardigheden.

Fik, fikkie:

Oud-Hollandse benaming voor rasloze hond.

Fila da Terceira:

dog van het tot de Azoren behorende eiland Terceira, die waarschijnlijk afstamt van de door de Portugezen aldaar ingevoerde Rafeiro do Alentejo.

Filaria:

zijn draadwormen (parasitaire rondworm). Ze zien er uit als zeer fijne dunne draadjes en huizen in de lymfeklieren en -vaten. Op die manier kunnen ze de afvoer van weefselvocht blokkeren, zodat het zich ophoopt.

In een eerder levensstadium leven de wormpjes in muggen, die dus ook zorgen voor de verspreiding. De wormen hebben zich aan die afhankelijkheid aangepast. Hun larven, de microfilariae, zijn alleen 's avonds laat en in het begin van de nacht in het bloed te vinden. En dat is precies de periode dat de kans op muggensteken het grootst is. Besmetting aantonen kan ook via antilichamen, maar dat is ingewikkelder.

Filaria heb je in verschillende soorten, bijv. Wuchereria bancrofti, Brugia malayi en Brugia timori.

Filaria vond men vooral in de tropen en subtropen (bijv. in Indonesië), maar tegenwoordig vinden we ze ook bij honden, die uit Spanje of Italië hierheen komen.

Filariasis:

draadwormziekte, een in de tropen en subtropen verspreide ziekte, die door dunne wormen (draadwormen of filaria) wordt veroorzaakt.

De veroorzakers van de ziekte filariasis liften als larven mee met muggen.

Filipijnse Eilandenhond:

bullterriërachtige hond van de Filipijnen, die vroeger veel werd gefokt wegens zijn vlees, dat bijzonder goed zou smaken.

Fill up:

Engelse term waarmee de meestal benige opvulling onder de ogen bij bijv. de Bull Terriër wordt aangeduid. Het oog is klein en ligt diep verzonken.

Filmhonden, de hond in de film, TV-honden:

1) Rin-tin-tin, een Duitse Herdershond, die als berichthond tijdens de Eerste Wereldoorlog postduiven naar de voorste linies had gebracht, werd door een Amerikaanse piloot mee naar Hollywood genomen en speelde in stomme films; 

2) de draadharige Foxterriër Skippy in de film The Tin Man; 

3) de Schotse Herdershond (of Collie) Lassie in vele films; 

4) Lad, een Collie van een boerenfamilie, waarop een meisje, die in een rolstoel zit en daar op bezoek gaat, verliefd wordt;

5) honden in (teken)films van Walt Disney: bijv. de Dalmatische hond in Disneys 101 resp. 102 Dalmatians, Turner & Hooch, White Fang, Goofy, Pluto, Lady en de Vagebond;

6) de Duitse Herdershond Rex in de TV-politieserie; 

7) Buddy in de film Air Bud, een Golden Retriever die kan basketballen;

8) Golden Retriever pup Napoleon, die samen met de papagaai Birdo Lucci een zwerftocht door de Australische wildernis maakt. Ze ontmoeten er allerlei exotische dieren, zoals een dingo, een galah, een koalabeer en een kangaroe. In de bush-bush beleven ze spannende en grappige avonturen, waarbij ze hun vrienden en vijanden leren kennen;

9a) Benji (1974), een zwerfhondje, dat elke morgen eten haalt bij een huishoudster en 2 kinderen. Hij verblijft echter in een huis dat al 40 jaar leeg staat. Dan komen een stel schurken, die het huis als verblijfplaats willen. Het draait uit op een ontvoering van de 2 kinderen waar Benji altijd eet;

9b) Benji (1987), een dapper hondje, dat na overboord geslagen te zijn, in de wildernis moet zien te overleven;

10) Boomer, een superslim bastaardje;

11a) Chance, een jonge wispelturige Amerikaanse Bulldog puppy die niet wil luisteren, en Shadow, een oude wijze Golden Retriever, die samen met de snobistische kat Sassy spelen in de film Homeward Bound The Incredible Journey. Ze besluiten wegens heimwee naar hun eerste baas een ongelooflijke tocht van 250 mijl te wagen door het woeste terrein van de bergen van Canada.

In de Nederlandse versie heet Shadow Nestor, Chance heet Mazzel en Sassy is Sissy;

11b) de beminnelijke Golden Retriever Shadow, de stoere Amerikaanse Bulldog Chance en de verwende kat Sassy in de film Homeward Bound II Lost In San Francisco, waar ze verdwaald zijn in de drukke stad San Fransisco; 

12) Barry of the great St. Bernard wordt getraind om reizigers, die in de sneeuw van de St. Bernardpas zijn gestrand, te helpen;

13) Beethoven, een schattig Sint Bernard puppy, die ontsnapt uit de handen van hondenontvoerders en komt daarna het leven van de Newtons binnenwandelen. Vanwege het succes zijn er 4 delen gemaakt;

14) Cujo was ooit een Sint Bernard die bekend stond als een lieve lobbes, maar sinds hij gebeten was door een met rabiës (hondsdolheid) besmette vleermuis, is hij veranderd in een bloeddorstige, maniakale psychopaat van een rothond;

15) de Beagle Shoeshine in de speelfilm Underdog, gebaseerd op de tekenfilmserie die in 1964 in Amerika op de buis kwam;

16) de Akita Hachiko in de film The Hachiko Story;

17) Skeezer, een op straat gezette hond, die nog een kans krijgt;

18) Duitse Dog Scooby-Doo in de gelijknamige tekenfilmserie van Hanna Barbera;

19) the Shaggy Dog (2006), vertolkt door Coal, een 6-jarige Bearded Collie. Deze film is gebaseerd op Disney's gelijknamige komedie uit 1959 en het vervolg van The Shaggy Dog D.A. uit 1976;

20) Duitse Herder Snuf in de film "Snuf, hond in oorlogstijd" (2008), die gebaseerd is op het eerste deel (1953) uit de 9-delige Snuf de Hond-serie van schrijver Piet Prins, een schuilnaam voor Pieter Jongeling (1909-1985). Een puur Hollandse film over onze eigen geschiedenis, namelijk de bezetting;

21) verschillende honden in reclamespotjes, bijv. de Labrador Retriever in de Page-reclame of de Westie in de Cesar-reclame.

Er zijn nog vele films over c.q. met honden gemaakt, maar het is ondoenlijk om ze hier allemaal op te noemen, m.a.w. deze lijst is bij lange na niet compleet. 

Helaas brachten de (film)successen sommige rassen danig in moeilijkheden door de enorme vraag die vervolgens naar het ras ontstond. Dit bracht onverantwoordelijke fokkers tot massaproductie, terwijl de koper dikwijls teleurgesteld was dat zijn aankoop niet zo intelligent bleek te zijn als zijn tegenhanger in de film of TV-serie.

Finidiar® tabletten:

worden gegeven als ondersteuning van dieetmaatregelen bij aandoeningen van het maagdarmkanaal bij de hond.

Elke tablet bevat: 4 mg calciumchloride hexahydraat, 40 mg aluminiumhydroxide gel (gedroogd), 225 mg kaolien, 2 mg magnesiumchloride, 35 mg natriumchloride en rundvleessmaakstof.

Aluminiumhydroxide vermindert de concentratie van zoutzuur in de maag en reduceert daardoor de hoeveelheid zuur die in het duodenum komt. Ook de prototypische activiteit van pepsine wordt onderdrukt als de zuurgraad van de maaginhoud toeneemt (pH > 4). Verder kan aluminiumhydroxide gas en toxinen binden (absorberend) en een beschermend effect hebben op de darmwand. Het colloïdale kaolien heeft absorptieve eigenschappen voor toxinen uit de darminhoud.

Finidiar tabletten kunnen door deze eigenschappen a) bacteriën, toxinen en irriterende stoffen uit de darm absorberen, b) het darmslijmvlies beschermen, c) de ontsteking verminderen, d) toxinen inactiveren, e) de hyperperistaltiek verminderen en f) bijdragen tot een normale stoelgang.

De combinatie van stoffen kan een positieve invloed hebben als adjuvans van een antibacteriële en/of antiparasitaire therapie.

U moet uw hond 2x daags 1 tablet per 10 kg lichaamsgewicht geven gedurende 2 tot 3 dagen. Het is in de meeste gevallen raadzaam uw hond enige tijd te laten vasten (minimaal 1 dag) en verder het voedingsadvies van de dierenarts te volgen.

Er bestaat ook Finidiar pasta: geef 2x daags 1 ml per 5 kg lichaamsgewicht gedurende 2 tot 3 dagen.

Finnentrop:

Duits Brakkenslag.

Fissuur:

            barst, scheur; in bijv. een bot.

Fistel:

            opening in bijv. huid of darm, die etter of vocht afscheidt.

Fixeren:

het strak in de ogen kijken van een ander. Het behoort tot de dreiggedragingen. Het wordt veelal verward met een dominante handeling. 

Indien de eigenaar van de hond dominant is over zijn hond en bepaald gedrag van de hond wil voorkomen, zal hij vaak kunnen volstaan met het strak kijken naar de hond, waardoor de hond zal ophouden met de uitvoering van het gedrag. 

Indien de hond dominant is, zal het strak kijken van de eigenaar naar de hond kunnen leiden tot serieuze conflicten, waarbij de eigenaar vaak als verliezer tevoorschijn zal komen.

Flagellaat (meerv. flagellaten):

is een protozoaire parasiet ofwel een eencellig organisme, dat voorkomt in diverse ontwikkelingsstadia.

Flankeren:

het systematisch (zigzaggend) afzoeken van een terrein door een jachthond. Hij loopt zigzag tegen de wind op om het veld af te zoeken naar het zich drukkend of geschoten wild. De lengte en diepte van de lussen is afhankelijk van de soort jachthond, de wind en het terrein.           

Flatulentie:

opzetting van de buik en darmen door ophoping van darmgassen; winderigheid, opgeblazenheid.

Flauwvallen:

hierbij raakt de hond door een plotseling gebrek aan bloedtoevoer naar de hersenen buiten bewustzijn. Flauwvallen kan ook door een laag bloedsuikergehalte veroorzaakt worden. Maak de luchtwegen van de hond vrij en wacht tot hij weer bij bewustzijn is.

Flegmone, flegmoon:

            onderhuidse ontsteking, gezwel.

Flesvoeding:

zie bijvoeren van pups.

Flexi lijn:

of uitrollijn, is een lijn van 3, 5, 8 of 10 m. lengte. Ze bestaan met touw, maar ook waarbij de gehele riem uit band bestaat die opgerold wordt. De handgreep ligt fijn in de hand.

Flexilijnen zijn in bepaalde situaties ideaal, bijv. als u niet zeker weet of de hond los kan of als u het nog niet durft. De hond heeft redelijk veel vrijheid en u hebt er controle over. D.m.v. een druk op de knop kunt u de vrijheid van uw hond beperken. Zo kan uw hond makkelijk in de struiken poepen en plassen, terwijl hij toch aan de lijn is.

Pas wel op! Er gebeuren helaas ongelukjes mee. Bijv. als de hond wegrent en langs iemand anders rent, kan het koord langs de benen of knieholtes snijden met als gevolg tweedegraads verbrandingen.

Flooding:

is een gedragstherapievorm; de prikkel die de hond bang maakt, wordt in volle sterkte langdurig aangeboden, terwijl hij niet de kans krijgt om te vluchten.

Zie ook gedragstherapie.

Fluit:

het is bijzonder handig als de hond naar een fluitje heeft leren luisteren. Onze lippen weigeren soms dienst en niet alle huisgenoten fluiten op dezelfde manier: een fluitje werkt altijd en het verschil is er geringer mee.

U doet er goed aan verschillende, vaste signalen te kiezen, bijv. 1 om te laten weten waar u bent, een ander om de hond te roepen en weer een ander dat dadelijk komen eist. Alle huisgenoten moeten dezelfde signalen gebruiken. Het is handig een aantal fluitjes tegelijk te kopen, voor het geval dergelijke fluitjes, waar de hond aan gewend raakt, later niet meer te koop zijn.

Wanneer u de fluit ook op de fiets gebruikt, is het praktisch er een met een randje te kiezen, die u tussen de tanden kunt vasthouden.

Er zijn altijd al fluitjes geweest die alleen door de hond worden gehoord, de zgn. 'silent whistles'. Deze zijn uitstekend voor politiemensen en anderen die geen opzien willen baren. Door meer of minder naar binnen draaien van het van een schroefdraad voorziene gedeelte kunt u de toon hoger of lager stellen. Daar het voortgebrachte geluid verschilt van dat van het gewone fluiten en op dat van een sprinkhaan lijkt, moet u de hond ermee vertrouwd maken.

Het is van belang, dat u de hond niet alleen kunt roepen met de 'hondenfluit', maar dat u hem ook op afstand met een fluittoon kunt afleggen (bijv. te gebruiken als er mountainbikers of paarden komen). Hiervoor gebruikt u fluiten met meer dan 1 toon.

Er bestaat ook een handige combinatiefluit, bedacht door een Britse herder.

Fluor (F):

sporenelement, dat belangrijk is bij de vorming van tanden en kiezen. Bij grotere hoeveelheden gaat het verschillende enzymsystemen remmen, zodat het dan giftig is.

Flyball, Fly Ball, Fly-ball:

tak van hondensport, waarbij over een hindernisparcours een balletje moet worden geapporteerd.

Zie ook flyballcursus.            

Flybee, Fly Bee:

is een combinatiespel van Dogfrisbee en Flyball, geïntroduceerd door Frans van Roij.

Bij Flybee strijden twee teams tegen elkaar. Het is de bedoeling dat de frisbee over een lijn wordt gegooid en dat de hond hem daar vangt. De hond moet de gevangen frisbee terugbrengen tot over de startlijn. Pas als de eerste hond terug is, mag de volgende frisbee gegooid worden.

Het gaat erom, dat een team zo snel mogelijk zoveel mogelijk gevangen worpen heeft, die goed zijn teruggebracht.

Flygility:

tak van hondensport, die elementen mixt van agility en flyball. Flygility is zo'n 15 jaar geleden uitgevonden in New Zealand door Ian Gray.

Foetale atelectase:

de vrucht (foetus) kan tijdens de dracht niet ademen. De longen zijn geheel ineengeschrompeld en niet luchthoudend.

Na de geboorte moet het dier gaan ademen: de longen vullen zich met lucht en worden helder rood-rose van kleur in tegenstelling tot de paars-donkerrode atelectatische longen.

Foetus:

            onvoldragen vrucht die al enigszins ontwikkeld is.

Fokken:

het in het leven roepen van een volgende generatie, door het samenbrengen van een reu en een loopse teef.

Zie ook geboorte, bijvoeren, dekking, dekkaart en Basis Reglement Stambomen.

Fokker:

degene die verantwoordelijk is voor de geboren pups; ieder die ten tijde van de worp eigenaar van de moederhond is.

Denk er aan, dat een goede fokker niet op kwantiteit, maar op kwaliteit fokt. Dus af en toe een nestje, proberen ziektes die in het ras voorkomen uit te sluiten door de ouders op bepaalde ziekten te laten testen (HD, ED etc.).

Hij zal lid zijn van de rasvereniging, die over de instandhouding en verbetering van het ras waakt en niet streeft naar zoveel mogelijk honden van dat ras. Daarom kan het voorkomen dat u even op een pup moet wachten.

Fokkerijklasse:

een klasse op een tentoonstelling, kampioenschapsclubmatch of clubmatch voor min. 3 en max. 5 honden van hetzelfde ras / variëteit / fokker met mogelijk verschillende eigenaren.

Deze klasse is optioneel (niet verplicht open te stellen).

Fokkersklas:

een klasse op kampioenschapsclubmatch of clubmatch voor honden die de leeftijd van 9 maanden hebben bereikt en die door de exposant zijn gefokt.

De fokkersklasse is niet in het FCI reglement opgenomen.

Fokteef:

een vrouwelijke hond, die voor de fok wordt gebruikt.

Foliumzuur:

            vitamine B11.

Folliculitis:

            bacteriële huidinfectie; ontsteking van de haarzakjes. Zie pyoderma.

Follikel:

een complex van cellen, die gezamenlijk een bolletje vormen rondom een centrale holte. 

De rijping van de eicel vindt in de eierstok plaats binnen een follikel (zie ook FSH).          

Fontanel:

            bij de geboorte nog niet verbeende plek van de schedel. Zie groei van schedelbeenderen.

Foramen:

            gat, opening.

Forceps:

            verlostang.

Forelock:

Engels voor overvloedige haargroei op de schedel, die naar voren wordt gekamd, bijv. Kerry Blue Terriër.

Formaline:

            oplossing van formaldehyde, gebruikt als desinfectiemiddel.

Fortekor®:

in tabletvorm bevat benazepril hydrochloride en is een 'pro-drug' welke na hydrolyse in het lichaam wordt omgezet tot zijn actieve metaboliet, benazeprilaat. Benazeprilaat remt het angiotensine converting enzym (ACE-remmer) en reduceert hierdoor de overgang van inactief angiotensine I in angiotensine II. Hierdoor reduceert Fortekor alle effecten, die door angiotensine II worden veroorzaakt zoals vasoconstrictie en natrium en water retentie door de nieren (afname van het circulerend volume). Fortekor geeft een significante ACE remming gedurende 24 uur na één enkele dosering. In honden met hartfalen veroorzaakt door mitralisinsufficiëntie dan wel congestieve cardiomyopathie wordt dankzij dit werkingsmechanisme zowel de druk op het hart als de volumebelasting op het hart verminderd.

In tegenstelling tot de meeste andere ACE remmers wordt benazepril zowel via de gal als de urine uitgescheiden. Door dit dubbele uitscheidingsmechanisme is er vrijwel geen risico van bioaccumulatie in honden met een verslechterde nierfunctie en is een aanpassing van de dosering in geval van nierinsufficiëntie niet nodig.

Fosfor (P):

onderdeel van verschillende fosfaten. Fosfor is van groot belang voor de opbouw van bot. Tevens vindt men het in de verbinding ATP, dat een belangrijke rol speelt bij de energiewinning in de cellen. Belangrijk is de verhouding tot calcium.

Per kilogram lichaamsgewicht heeft een volwassen hond heel wat calcium en fosfor nodig per dag. De aanbevolen hoeveelheden variëren van ongeveer 130 mg tot 260 mg calcium per kilogram per dag en van 110 mg tot 220 mg fosfor per kilogram per dag.

Belangrijker nog dan de hoeveelheden calcium en fosfor is de verhouding, waarin beide mineralen in het voedsel moeten voorkomen. Deze calcium-fosforverhouding dient 1,2 : 1 te zijn. Deze verhouding vindt men bijv. in tevenmelk en rundermelk. De verhouding van het calcium en fosfor in vlees varieert van 1:17 tot 1:20. Dit betekent, dat de hond bij een eenzijdige vleesvoeding te weinig calcium en fosfor opneemt en bovendien nog in een volstrekt onjuiste verhouding, zodat er na enkele jaren skeletafwijkingen te verwachten zijn.

Aan een menu op basis van vlees, groenten etc. kan men calcium en fosfor toevoegen in de vorm van beendermeel, kluiven of fosforzure kalk.

Zie ook vitamine D, jonge dieren, zouten, mineralen, electrolyten en bloedonderzoek.

Foto's van rashonden:

foto's van álle erkende rassen (met FCI standaard) en bovendien van een aantal nog niet erkende vindt u hier.

Foxhunting:

            jagen met Foxhounds.

Fractuur:

            botbreuk, bot is helemaal doorgebroken.

Fragment:

            afgebroken stuk.

Franciscus, Sint~:

schutspatroon der dieren. De echte naam van Franciscus van Assisi was Giovanni Battista Bernardone. Hij werd geboren op 26 september 1181/1182 en stierf in de vooravond van 3 oktober 1226; dat noemde men de eerste vespers van 4 oktober. Daarom wordt 4 oktober als zijn sterfdatum herdacht.

Tijdens een internationaal congres van de dierenbescherming in Wenen in 1929 werd deze dag uitgeroepen tot Werelddierendag, omdat Franciscus zich het lot van vooral dieren erg aangetrokken had. In 1930 werd in Nederland voor de eerste keer dierendag gevierd. Sindsdien is 4 oktober dé dag in het jaar waarop extra aan dieren wordt gedacht.

Klik ook hier.

Franje:

            lange beharing aan de oren. Zie ook bevedering.

Franse middenslag Keeshond:

de Loulou de Poméranie moyen; een middenslag van de Keeshonden, die door de Société Centrale Canine erkend wordt. Hij weegt 3,5-6 kg.

Frans staan (Franse stand):

met de voorvoeten naar buiten gedraaid staan. Bij vele rassen is dit een foutieve stand van de voorbenen.

In de jeugd kan het een gevolg zijn van zwakke spieren en gewrichtsbanden. Daarbij worden de ellebogen tegen de borstkas gedrukt als steun.

Friese jachthonden:

zijn de Stabyhoun (Friese Stabij) en de Wetterhoun.

Frigiditeit:

onwil of onvermogen tot paren bij het vrouwelijk dier. Zie ook: impotentie.           

Frill:

Engels voor de langere beharing rond de hals en aan de keel bij Setters en Collies.

Fringes:

Engels voor lange bevedering bij langharige honden; bijv. de Pekingees heeft fringes aan de oren, voeten en staart.

Frisbee:

schijf, waarmee hond en baas op het strand of grasveld veel plezier aan het vangen ervan kunnen beleven. Gebruik geen harde schijf, maar een frisbee voor honden, die zacht is, zodat een al te enthousiaste hond zijn gebit en kaken niet beschadigt.

Met de frisbee kunt u Dogfrisbee® spelen. Dit is een spel tussen handler en hond rondom de frisbee, waarbij het plezier voorop staat. In Nederland is het een relatief jonge hondensport, dat in 1998 door Frans en Renate van Roij werd geïntroduceerd. Zij hebben de D.O.G. (Dutch Official Games) opgericht.

Dogfrisbee is ontstaan in Amerika en als sport bekend geworden door de toen 19-jarige student Alex Stein met zijn Whippet Ashley. Alex smokkelde in augustus 1974 zijn hond Ashley een baseballstadion in. Tussen de 7e en 8e inning rende hij met Ashley het veld op en gaven ze een wervelende show. Na 8 minuten werd Alex gearresteerd, maar zijn sporen waren achtergelaten en werden niet meer vergeten. Alex en Disc Dog Ashley werden wereldberoemd. Ze legden de basis voor het huidige Dogfrisbee. Ashley stierf op 11 maart 1985 op 14-jarige leeftijd.

Dogfrisbee bestaat uit verschillende officiële spelonderdelen: Freestyle, Minidistance en Longdistance. Daarnaast worden er nog een paar funspelen beoefend, zoals bijv. Dog-Dartbee en Flybee.

Front:

voorbenen en voorborst.

Frontalis:

            betrekking hebbend op het voorhoofd of de voorzijde.

Frontline®:

is verkrijgbaar als spray of spot-on (pipetjes) en is werkzaam tegen vlooien en teken: uitwendig op de huid, tussen de schouderbladen. Het product zal zich binnen 24-48 uur over de huid van de hond verspreiden.

Het bevat Fipronil en behoort tot de fenylpyrazolen. Het is actief tegen vlooien, bijtluizen, teken en schurftmijten. Het doodt vlooien en voorkomt herinfectie. Het werkt ongeveer 1 maand tegen teken en 3 maanden tegen vlooien.

Er kwam na Frontline ook Frontline Combo in de handel. Frontline doodt alleen de volwassen vlooien, terwijl Frontline Combo ook de ontwikkeling van eieren en larven verhindert. Voor wat betreft de werking tegen teken is er geen verschil tussen Frontline en Frontline Combo.

Er wordt inmiddels gezegd, dat Frontline op zijn retour is, maar dat is niet zo. Indien Frontline onvoldoende werkt, dan zijn dit vaak "opbreng-fouten": het middel wordt niet voldoende in contact met de huid gebracht en rolt van de haren af. Het is essentieel voor dit middel, dat het goed door de huid kan worden opgenomen. En er moet niet meteen gezwommen of gewassen worden.

Frown:

Engels voor lichte frons op het voorhoofd (bijv. Cockers, Basenji).

F.S.F., FSF:

of Familial Shar-Pei Fever is erfelijk. Deze 'sharpeiziekte' dient niet verward te worden met amyloïdose

FSF gaat o.a. gepaard met hoge koorts, moeilijk lopen en pijnlijke zwellingen. De oorzaak is nog niet bekend, maar men denkt aan een auto-immuunziekte

Als een Shar-Pei dit krijgt, zijn beide ouders drager, m.a.w. in de fokkerij dient hier dan rekening mee gehouden te worden.

Klik hier voor Engelstalige info.

F.S.H., FSH:

follikel stimulerend hormoon. 

Bij het vrouwelijk dier zet dit hormoon FSH de eierstok aan tot het vormen van follikels, waarin de eicel tot rijping komt. De follikelcellen worden aangespoord tot het produceren van het vrouwelijk geslachtshormoon oestrogeen, dat o.a. zorgt voor het dikker worden van de baarmoederwand. Deze opbouw gaat bij dieren gepaard aan de bronstbloedingen. 

Bij het mannelijk dier bevordert dit hormoon de vorming van zaadcellen.

Zie ook pro-oestrus.

Fundus:

            bodem, bijv. van de maag.

Funduscopie (oogspiegelen, oftalmoscopie):

het onderzoeken van de oogachtergrond (netvlies/vaatvlies) op afwijkingen. Nadat de pupil met een oogdruppel is verwijd, wordt m.b.v. een apparaat met ingebouwde lichtbron in het oog gekeken.

Fungus:

            zwam, schimmel, paddestoelachtig gezwel.

Fysiek:

            lichamelijk.

Fysiologie:

            leer van de functies van levende wezens.

Fysiotherapie:

sinds 1992 is wettelijk vastgelegd dat dieren behandeld mogen worden met fysiotherapie. 

Men wordt dierfysiotherapeut door na de opleiding voor humane fysiotherapie nog een gespecialiseerde opleiding te volgen. De dierfysiotherapeut behandelt uitsluitend na verwijzing door de dierenarts, die de diagnose stelt. 

Erkende dierfysiotherapeuten zijn lid van de Nederlandse Vereniging voor Fysiotherapie bij Dieren.

Bij de eerste afspraak vindt een uitgebreide anamnese plaats. Na de anamnese wordt er uitgebreid fysiotherapeutisch onderzoek gedaan. In dit onderzoek is het belangrijk om informatie te verkrijgen over het bewegingsapparaat van het dier. Na dit onderzoek wordt de behandeling en ondervindingen besproken en wordt een behandelplan opgesteld. Dit behandelplan omvat de mogelijkheden, het behandeldoel en het te verwachtten aantal behandelingen.

                                                                                                                                  Naar de 7e pagina met kynologische uitdrukkingen.

Terug naar 'Kynotermen'.

© Copyright by Yvonne Soomers-Marell

Menu-knop.