Alfabetische lijst van Nederlandse en buitenlandse
kynologische & medische termen en uitdrukkingen
E
is een 'tuigje', dat het trekken van de hond tegengaat, dus wandelen zonder rukken en trekken.
E&B:
Exterieur en Beweging; examen (sinds 1968) voor een aanstaand keurmeester, ná de KK-II.
Voor het examen E&B moet de kandidaat beschikken over de volgende kennis en kunde:
a) theoretische kennis, die vereist is om te kunnen oordelen over het uiterlijk en de wijze van voortbewegen van de hond;
b) het vermogen om in de praktijk het uiterlijk en de wijze van voortbewegen van een normaal gebouwde hond te beoordelen en daarvan een keurverslag te maken.
E.C.G., ECG:
is de afkorting van elektrocardiogram; hartfilmpje. Registratie van de elektrische activiteit in het hart.
Echinococcus, ecchinococcus:
blaasworm; larvaal ontwikkelingsstadium van lintworm.
Echinococcose,
echinococcosis:
zie hier.
is de kleinste hondenlintworm met een lengte van maximaal 1 cm. De worm bestaat dan ook maar uit maximaal 4 leden. De blaasworm vindt men bij tal van tussengastheren, waaronder alle huisdieren (ook de hond zelf kan als tussengastheer fungeren) en de mens.
Zeer nadelig voor de tussengastheer is de zeer langzame groei van de blaasworm. Pas na 5 maanden is er een doorsnee van circa een centimeter, maar de groei kan zich voortzetten tot een doorsnede van tien centimeter. Mocht de blaasworm open barsten, dan kunnen nieuwe blaaswormen ontstaan. In een blaas vermenigvuldigt de kop zich langs ongeslachtelijke weg en iedere kop is in staat een nieuwe dochterblaas te ontwikkelen. De blaaswormen ontwikkelen zich bij voorkeur in het lever- en longweefsel, maar ook wel in de hersenen.
Regelmatig worden ecchinococcusblazen bij in Nederland geslachte runderen aangetroffen; meestal betreft het rundvee uit het buitenland. Over menselijke slachtoffers worden in Nederland zelden iets vernomen. Op Sicilië evenwel sterven ruim duizend mensen per jaar t.g.v. de ontwikkeling van blazen.
In maart '08 werd bekend, dat deze worm geconstateerd is bij runderen afkomstig uit Roemenië. Besmette runderen kunnen elkaar niet besmetten en de worm is niet gevaarlijk voor de mens. De verspreiding van de worm kan alleen via de hond. Wanneer een hond slachtafval van een besmet rund eet, kan hij de worm verspreiden door het veevoer te bevuilen met ontlasting. Een besmetting kan voor een rund dodelijk zijn. Behandelen is niet mogelijk. De belangrijkste maatregel is het ontwormen van de honden in Roemenië.
Echinococcus
multilocularis (vossenlintworm):
is de kleine lintworm van de vos (2-6 mm.). Incidenteel kan de mens besmet raken door opname van de eitjes, die door geïnfecteerde vossen worden uitgescheiden. Dit kan leiden tot een zeer ernstige ziekte bij de mens, alveolaire echinococcose (zie vossenlintworm). Alveolaire echinococcose bij de mens wordt veroorzaakt door het larvale stadium van Echinococcus multilocularis. Deze kleine lintworm is nauw verwant maar kleiner dan Echinococcus granulosis, de lintworm van de hond.
Echinococcus multilocularis heeft in het volwassen stadium een lengte van 4-6 mm. en leeft dan in de dunne darm van de vos. Eventueel kunnen ook de hond en kat als eindgastheer besmet raken. De eieren worden met de ontlasting uitgescheiden en kunnen na orale opname door de tussengastheer (kleine knaagdieren) en toevalligerwijze ook door mensen tot infectie leiden. Bij de tussengastheer en de mens kan zich een primaire metacestode (blaas) ontwikkelen in de lever die zich van hieruit ook naar andere organen kan verspreiden. De beschadigingen die ontstaan in de lever kunnen zeer uitgebreid zijn. De doorwoekerende cyste vormt dochterblazen, die de lever het aanzien geven van longweefsel. Daarom heet de ziekte ook wel alveolaire echinococcose. De ziekte lijkt in gedrag sterk op leverkanker en wordt hier ook vaak mee verward.
Van oudsher komt Echinococcus multilocularis voor in Centraal-Europa, met name in Zuid-Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk en het oostelijk deel van Frankrijk. Maar ook in Nederland is het gevonden. In 1996 werd bij een onderzoek in de omgeving van Gulpen (Zuid-Limburg) en rond Midwolda (Groningen) voor het eerst de vossenlintworm aangetroffen. Volgens de VWA (Voedsel- en Warenautoriteit, waaronder de Keuringsdienst van Waren ressorteert) is het besmettingsrisico voor de bewoners bij voorzorgsmaatregelen relatief laag. Die voorzorgsmaatregelen zijn:
1) bosvruchten (zoals bramen, frambozen en bosbessen), zelfgeplukte paddenstoelen en valfruit eerst grondig wassen en zo mogelijk koken voor consumptie. Denk eraan, dat niet alleen laag groeiende bosvruchten een mogelijke besmettingsbron vormen, want ook eieren, die met vossenontlasting in het milieu worden uitgescheiden, kunnen met regen of wind ook op hoger groeiende bosvruchten terechtkomen;
2) handen goed wassen na tuinieren en andere grondwerkzaamheden (waarbij gronddeeltjes besmet met eitjes aan de handen blijven kleven);
3) wees voorzichtig met contact met de vacht en faeces van geïnfecteerde vossen. Pak daarom vossen (aangeschoten of gedood) alleen met handschoenen beet. Het vervoer van dergelijke vossen moet plaatsvinden in goed afgesloten plastic zakken;
4) honden die bij vossenjacht worden ingezet, na afloop afdouchen. Jachthonden, zeker in Zuid-Limburg en Groningen, elke 3-4 weken ontwormen met een anti-wormmiddel werkzaam tegen lintwormen (praziquantel).
Tip: mensen die met hun hond naar de Ardennen of Oostenrijk zijn geweest: laat uw hond bij terugkomst ontwormen tegen de vossenlintworm (een voor mensen zeer gevaarlijke lintworm!).
Zie ook folder 1 en folder 2 over de vossenlintworm.
Echocardiografie:
een weergave van het hart m.b.v. geluidsgolven die tegen de binnen- en buitenkant van het hart weerkaatsen, zodat het wordt weergegeven op een monitor.
Zie ook echografie.
Echografie
(echo, echoscopie):
techniek om m.b.v. ultrasone golven (trillingen) o.a. tumoren en zwangerschap zichtbaar te maken. Dit onderzoek is voor zover bekend onschadelijk en kan in het algemeen zonder algehele anesthesie plaatsvinden.
ziekte bij zogende dieren. Zwangerschapsstuipen, puerperale tetanie of zoogkramp. Ga onmiddellijk naar de dierenarts.
Het wordt veroorzaakt door een lager calcium- en een te hoog fosfor- en wellicht ook glucosegehalte in het bloed dan normaal, maar de echte oorzaak is onbekend. Men denkt wel aan een onvoldoende werkende bijschildklier, die de verhouding calcium-fosfor dient te regelen.
Eclampsie doet zich voor na het werpen, en kan zich tot 21 dagen erna voordoen, hoewel het ook wel eens, zij het zelden, vóór het werpen optreedt. Kleinere rassen (teven), die veel melk geven en meerdere pups hebben, zijn er vatbaarder voor.
De eerste verschijnselen zijn snelle ademhaling, rusteloosheid, janken, dan waggelen en stijfheid van de poten. Kort daarna valt de hond om en kan niet meer opstaan. Poten en nek zijn stijf gestrekt, er treden krampen op, die elkaar steeds sneller opvolgen en langer aanhouden. De tijd die verloopt van de eerste verschijnselen tot aan het optreden van de hevige krampen kan variëren van 15 minuten tot 12 uur.
U kunt trachten eclampsie te voorkomen door vanaf de vroege dracht tot het spenen van de pups steeds een goed dieet te verstrekken met daarin calcium en fosfor in de juiste hoeveelheden en verhouding.
ziekteverwekkers die leven op of in de huid. We kunnen daarbij insecten onderscheiden (vlooien, luizen en vliegen) en spinachtigen (mijten en teken); i.t.t. endoparasieten.
is een middel dat op de huid of in de vacht van dieren levende parasieten als vlooien en teken doodt.
Ectopisch:
buiten de normale plaats.
haartjes die vanuit de haarzakjes onder het bindvlies richting oogbol/hoornvlies groeien (zie ook Distichiasis) en daardoor het hoornvlies beschadigen. De ectopische cilie bevindt zich meestal in het midden van het bovenooglid (dit noemt men 12 o’clock positie).
het naar buiten krullen van het (onder)ooglid. Anders gezegd: een niet aangesloten, te ruime oogspleet. Bij Bloedhonden, Sint Bernard en Bassethound vaak te zien. Men noemt het bij deze rassen ook wel haw; i.t.t. entropion.
De afwijking gaat vaak samen met een veel te ruime kophuid en laag aangezette, zeer zware oorschelpen, die de situatie nog verslechteren. De onderooglidrand sluit niet goed aan op de oogbol, waardoor de bindvliezen en het hoornvlies niet meer goed worden beschermd. Dit heeft een chronische irritatie tot gevolg, die resulteert in roodheid van de bindvliezen en soms in hoornvliesafwijkingen. Vooral in rust zijn de afwijkingen duidelijk zichtbaar. Opereren is mogelijk, maar moet wel door een ervaren chirurg gedaan worden.
ECVO:
European College of Veterinary Ophthalmologists; Europese vereniging van dierenartsen, specialist oogheelkunde.
acute vochtige dermatitis met ontstoken, vochtige en pijnlijke plekken. Dit komt vooral veel voor bij langharige honden en is waarschijnlijk het gevolg van andere aandoeningen, zoals parasieten of een anaalklierontsteking.
Eczema solare:
eczeem, dat wordt veroorzaakt door zonnebrand.
ED:
zie elleboogdysplasie.
E.E.G.. EEG:
elektro-encefalogram; hersenfilmpje.
het tijdens de draf zodanig neerzetten van de voeten, dat hun sporen één lijn vormen.
het verschil tussen 1e lijns- en 2e lijnsgeneeskunde is eigenlijk het gemakkelijkst te vergelijken met het verschil tussen de huisarts en het ziekenhuis.
De huisarts houdt zich bezig met 1ste lijnsgeneeskunde: het eerste klinische onderzoek, het verhelpen van kleine kwaaltjes etc. Als de huisarts echter niet de gewenste onderzoeken kan doen of er moet geopereerd worden, zal hij de patiënt doorsturen naar een specialist in het ziekenhuis.
Zo is het dus ook bij de hond: de dierenarts houdt zich bezig met 1ste lijnsgeneeskunde. Voor specialistische onderzoeken moet u met uw hond naar een gespecialiseerde kliniek, een dierenziekenhuis zoals bijv. in Utrecht.
uitdunnen van haren m.b.v. een effileerschaar. Effileren is een manier van knippen met een uitdunschaar, een speciaal getande schaar, waardoor er in een pluk haar verschillende lengtes voorkomen, zodat het haar goed 'valt'. Hierdoor krijg je geen 'happen' in de vacht. Het gebeurt bijv. bij het trimmen van Golden Retrievers, Cockers en andere Spaniels, Setters en honden met een soortgelijke vacht.
Zie ook vachtproblemen en vachtverzorging.
E.G.,
EG:
afkorting van Elementaire Gehoorzaamheid. Cursussen, waarbij de hond leert hoe zich te gedragen t.o.v. andere honden en personen en gegeven commando's uit te voeren.
Het verschilt wel van de G&G. De Elementaire Gehoorzaamheid is meer toegesneden op het dagelijkse leven en de omgang van de hond in de maatschappij. Daarnaast wordt door iedereen geaccepteerd, dat de EG noodzakelijk is als basis, ook voor het latere Agility of Behendigheid. G&G gaat nog een stap verder (kijk daar voor meer info).
E.H.B.O.
bij dieren / EHBO bij honden:
afkorting van Eerste Hulp Bij Ongelukken. Zie wetenswaardigheden.
Ehrlichiose, Ehrlichiosis:
infectieziekte, die wordt overgebracht door teken. Zie voor uitgebreide info: Wetenswaardigheden.
persoon of groep van personen aan wie de hond wettelijk toebehoort.
zijn cellen in het endocriene deel van de alvleesklier (pancreas), die in kleine groepjes verenigd liggen. Ze vormen 2 producten:
1) insuline
De belangrijkste taak van dit hormoon is de omzetting van glucose tot glycogeen en de opslag van dit glycogeen in de spieren en in de lever. Bij een te geringe werking van de Eilandjes van Langerhans wordt te weinig glucose uit de bloedbaan verwijderd. De overtollige glucose wordt afgevoerd via de nieren, hetgeen met waterverlies gepaard gaat. We noemen dit ziektebeeld diabetes mellitus.
2) glucagon
Dit hormoon werkt antagonistisch t.o.v. insuline: het zet glycogeen om tot glucose.
stof opgebouwd uit aaneengesloten ketens van aminozuren; ook: proteïne.
Ze worden voornamelijk benut als bouwstof. Heeft het lichaam geen bouwstof nodig, dan wordt de stikstofgroep verwijderd, waarna het restant kan worden 'verbrand' of kan worden omgevormd tot vetreserve.
Als brandstof levert 1 gram eiwit aan beschikbare energie 4 kilocalorieën (17 kilojoules).
Zie ook bloedonderzoek en urineonderzoek.
Electrolyten,
elektrolyten:
zijn zouten. Ze spelen een belangrijke rol bij het instandhouden van de vochtbalans en bij de spier- en zenuwfuncties. Ze komen voor zowel binnen als buiten de lichaamscellen, waarbij er sprake is van een verdeling tussen beide. Tussen deze delen wordt een elektrolytenbalans gehandhaafd. Als deze balans wordt verstoord, kunnen de organen niet normaal functioneren.
In de extracellulaire vloeistof (buiten de lichaamscellen) zijn de belangrijkste elektrolyten natrium (Na), chloride (Cl) en bicarbonaat (HCO3-). In de intracellulaire vloeistof (in de cellen) zijn dit kalium (K), calcium (Ca), en magnesium (Mg).
De elektrolyten spelen een belangrijke rol in verschillende processen: handhaven van de vloeistofbalans (de juiste hoeveelheid vocht binnen en buiten de cellen), goed functioneren van cellen, transport van voedings- en afvalstoffen de cel in en uit, normaal functioneren van zenuwen en spieren en opname van bepaalde suikers en eiwitten uit het spijsverteringskanaal.
Bijv. calcium en fosfaat zijn nodig voor de instandhouding van de beenderen en het gebit. Elektrolyten zoals chloride maken deel uit van de verteringssappen.
De concentratie van elektrolyten wordt geregeld door een evenwicht tussen opname uit de voeding en verwijdering uit het lichaam. Elke verstoring van dit evenwicht kan resulteren in een overmaat of een tekort aan elektrolyten. De eventuele overige factoren die een verstoring van de elektrolytenbalans kunnen veroorzaken, verschillen per soort elektrolyt.
Elektrocardiogram:
zie E.C.G.
Elektrochirurgie:
het gebruik van elektrische impulsen om weefsels door te snijden i.p.v. met een chirurgisch mes.
Elektrolyt:
zie electrolyt.
Elektromyogram (EMG):
registratie van de elektrische activiteit in rustende of werkende spieren.
Elektronische identificatie:
zie chip.
Elektroretinografie (ERG):
zie ERG.
Eliminatiedieet:
is een dieet waarbij alle onderdelen van de vroegere voeding één voor één worden uitgeschakeld. Het bestaat meestal uit eiwitten, vetten en koolhydraten.
ELISA-test:
is een test, die wordt gebruikt om de gehalten van antigenen of antilichamen in het lichaam te meten.
het scharniergewricht van de voorbenen. Het ellebooggewricht wordt gevormd door 3 beenderen: de opperarm, het spaakbeen en de ellepijp, die samen het onderbeen vormen. Op de plaats waar deze 3 botten bij elkaar komen, bevindt zich het ellebooggewricht. Het ellebooggewricht zorgt ervoor dat de hond met zijn voorbeen een knikbeweging en het onderbeen een beperkte draaiende beweging kan maken. Deze draaiende beweging is mogelijk, doordat ellepijp en spaakbeen als het ware over elkaar heen kunnen bewegen.
Zie ook skelet.
Elleboogdysplasie
(ED):
misvorming van de elleboog. Hiertoe worden verschillende aandoeningen gerekend, zoals LPA, LPC, OCD en INC.
Deze afwijkingen worden tot ED gerekend, omdat ze alle gemeenschappelijke klinische afwijkingen kunnen vertonen.
De foto's die elleboogdysplasie kunnen vaststellen, kunnen alleen worden gemaakt door dierenartsen die daartoe een overeenkomst met de Raad van Beheer hebben gesloten. De foto's zullen ter beoordeling worden gezonden aan het ED-panel van de Raad van Beheer. Het resultaat van het onderzoek wordt aan de eigenaar van de hond medegedeeld door toezending van een speciaal certificaat, waarop de uitslag staat vermeld. De gradatie waarin elleboogdysplasie kan voorkomen is: vrij, graad 1, graad 2 en graad 3. Gradaties die ook internationaal zijn vastgesteld en worden gehanteerd.
Elleboog
Incongruentie (EI):
zie INC.
Elterwater
Terrier:
leek op de Border Terrier en kwam in het Lake District in Engeland voor, waar hij met de West Cumberland Otterhonden samenwerkte.
Embolie:
verstopping van een bloedvat door een bloedstolsel (= embolus).
is een deeltje, dat is losgekomen van een trombus.
ongeboren dier.
is de fase voor de geboorte, dus toen de hond nog in de baarmoeder zat.
Emeticum,
meerv. emetica:
is een medicijn, een stof of een gebeurtenis die misselijkheid en braken opwekt.
Zie ook anti-emeticum.
Emfyseem:
zwelling van weefsel of een orgaan door gas of lucht, in het bijzonder longemfyseem.
EMG:
zie elektromyogram.
Empyeem:
ophoping van etter in een lichaamsholte.
Enacard®:
zijn tabletten voor orale toediening, waarbij enalapril snel geabsorbeerd en gehydrolyseerd wordt tot enalaprilaat. Enalaprilaat is een specifiek langwerkend ACE-remmer.
is aangewezen voor de symptomatische aanvullende therapie bij de behandeling met het diureticum furosemide van hartfalen bij honden veroorzaakt door mitralisinsufficiëntie of congestieve cardiomyopathie. Deze behandeling kan een verbeterde inspanningstolerantie en verhoogde overleving geven bij honden met licht, matig of ernstig hartfalen.
hersenontsteking (encephalon = hersenen).
Enceinte:
Frans voor afgerasterde ruimte op een
tentoonstelling voor
huisvesting van enkele honden tezamen.
Enchondrale ossificatie:
omvorming van kraakbeen tot beenweefsel.
laatste deel van de dikke darm; rectum.
Zie ook spijsverteringsstelsel.
inheems.
Endocard, endocardium:
binnenbekleding van de hartspieren van de hartkleppen; vgl. myocard,
pericard.
ontsteking van de binnenbekleding van het hart. Deze ontsteking kan circulatiestoornissen veroorzaken.
klieren zonder een afvoerbuis. Deze klieren vormen hun producten uit de grondstoffen, die het bloed aanvoert, maar zij geven hun eindproducten ook weer aan het bloed af.
We noemen deze klieren de hormoonklieren en de producten van dit soort klieren worden hormonen genoemd.
Zie ook exocriene klier.
het gehele systeem van de hormoonhuishouding. Hormonen reguleren allerlei levensprocessen, zoals groei, stofwisseling, voortplanting en uitscheiding van water en zout, maar ook het gedrag. De hond heeft een aantal organen die in meer of mindere mate betrokken zijn bij de hormoonproductie, zoals bijv. de hypofyse, schildklier, bijschildklieren, geslachtsklieren, alvleesklier en bijnieren.
houdt zich bezig met de functie van hormonen in het lichaam, met ziekten die ontstaan t.g.v. overproductie of juist het wegvallen van de productie van bepaalde hormonen, zoals diabetes, en met aandoeningen van organen waar hormonen worden gefabriceerd (schildklier, hypofyse, bijnier etc.).
Endogenetisch:
door erfelijke oorzaak.
Endometriose:
goedaardige woekering van het baarmoederslijmvlies (= endometrium).
Endometritis:
ontsteking van de binnenwand van de baarmoeder, het endometrium.
Symptomen o.a. een vies ruikende afscheiding uit de vulva, gebrek aan eetlust, verminderde melkproductie en braken.
De oorzaak is een bacteriële infectie en doet zich vaak na het werpen voor.
ziekteverwekkers. Dit zijn vooral de verschillende wormen, waarbij we nog een onderscheid kunnen maken tussen ronde wormen en platte wormen; i.t.t. ectoparasieten.
Endorfine:
is een chemische stof, die van nature voorkomt in de hersenen en de gevoeligheid voor pijn vermindert.
instrument om lichaamsholten en inwendige kanalen te onderzoeken.
is een methode om m.b.v. de endoscoop naar binnen te kijken. Endoscopie geeft vaak duidelijke antwoorden op belangrijke vragen waarom zieke honden bepaalde symptomen hebben of niet reageren op eerder ingestelde behandelingen.
Bij een traditionele operatie moet de dierenarts in de buik inspecteren en werken. Dit vereist een voldoende grote wondopening in de buik of het gewricht. Terwijl bij endoscopie de dierenarts niet rechtstreeks in de buik kijkt en werkt, maar door het inbrengen van enkele kleine millimeter grote buisjes, waarin dan weer een lichtbron annex camera is en de andere instrumenten worden ingebracht die op afstand, dus buiten de buik, bediend worden. De handelingen worden op een televisiescherm gevolgd.
De ingreep is veel minder belastend voor de hond, omdat slechts enkele kleine buisjes ingebracht worden en geen opening in de buik d.m.v. een snede gemaakt hoeft te worden. Veel eigenaren willen dat de vooruitgang die de humane medische wetenschap op dit gebied heeft gemaakt ook beschikbaar komt voor hun viervoeter.
Enkele voorbeelden zijn endoscopie van buik- of borstholte (tegenwoordig vaak m.b.v. echo gedaan), laryngoscopie, colonscopie, otoscopie, gastroscopie, cystoscopie, rhinoscopie, tracheoscopie en bronchoscopie.
Ook wordt er een endoscopische sterilisatie (laparoscopische sterilisatie) uitgevoerd.
Endoscopie wordt ook toegepast:
• als een niet ingedaalde testikel (cryptorchie) verwijderd moet worden. Ook hier grote voordelen m.b.t. het weinig belastend zijn van deze normaal nogal ingrijpende operatie;
• bij het preventief vastzetten van de maag, ter voorkoming van een maagtorsie / maagkanteling (gastropexie) bij hiervoor gevoelige rassen zoals dogachtigen, bloedhonden en werkende rassen;
• bij inspectie van de binnenzijde van de blaas en eventueel verwijderen van blaasstenen.
Bij een endoscopie van bijv. maag en darmen, mogen deze geen voedsel meer bevatten, anders ziet de dierenarts niets. Daarom mag uw hond 24 uur voorafgaande aan een endoscopie wel drinken, maar niets eten.
Endotheel:
binnenbekleding van de bloedvaten.
Engelse Witte Terrier:
een aan het einde van de 19e eeuw bloeiend ras, maar nu uitgestorven. Hij leek op de Black and Tan Terrier, maar was geheel wit.
Engelse ziekte:
zie rachitis.
een botpijn aan de lange pijpbeenderen, die kan voorkomen bij jonge honden, veelal van grote (Duitse Dog, Leonberger en Newfoundlander) en middelgrote rassen (Duitse Herder, Retrievers en Witte Herder), maar ook bij bijv. de Bassethound. Het komt meer voor bij reuen dan bij teven en gaat gepaard met wisselende kreupelheid (afwisselend op verschillende poten kreupel).
In de volksmond wordt gesproken van "groeipijnen"; andere benamingen zijn panosteïtis, juveniele osteomyelitis of fibreuse osteodystrofie.
Wat is enostosis? De opening van het voedingsvat in het bot blijft tijdens de groei van het bot te nauw, met als gevolg stuwing van bloed binnen het bot en onder het beenvlies. De hond loopt daardoor kreupel en het betasten van het been is pijnlijk. Het is een typisch groeiprobleem, d.w.z. als de hond ouder is dan 1 à 2 jaar zien we het probleem niet meer.
Helaas wordt er bij een jonge kreupele hond nogal eens gesproken over groeipijnen, terwijl er meer aan de hand is, zoals bijv. elleboogdysplasie of heupdysplasie. Door het maken van een röntgenfoto kan de dierenarts het verschil zien en de diagnose met zekerheid stellen.
Een van de oorzaken van het ontstaan van groeipijnen is een teveel aan calcium in de voeding. Daarom wordt er vaak gezegd, dat u de jonge hond 'volwassen voer' moet geven, maar dit is onverstandig. In de regel heeft voer voor volwassen honden een lager energiegehalte, en daarom zou u de jonge opgroeiende hond er meer van moeten geven, waardoor er weer (andere) problemen kunnen ontstaan.
Veel beter is het om de opgroeiende hond aangepast voer te geven: een voer met een verlaagd energiegehalte om overgewicht te voorkomen, maar dat tegelijkertijd uitgebalanceerd is in zijn samenstelling met overige voedingsstoffen (eiwitten, vitaminen en mineralen), maar waarvan het calciumgehalte naar beneden is bijgesteld (lager dan 1,2% van de droge stof). Daarom bestaat er speciaal voeding voor pups van grote en zeer grote rassen, zoals bijv. Pedigree Pal Advance Junior of (tegenwoordig overgenomen door Affinity) Affinity Advance Junior en Eukanuba Large Breed.
Geef geen extra calcium (bijv. Gistocal) of grote hoeveelheden rauw vlees. Verder kan een ondersteunende therapie met pijnstillers en ontstekingsremmers nodig zijn in ernstige gevallen van groeipijnen.
Enostosis wordt nogal eens in combinatie met Osteochondrose waargenomen.
Enten:
Enteraal:
betrekking hebbend op de darmen; inwendig.
Enteritis:
ontsteking van de darm, met diarree tot gevolg.
Enterocolitis:
ontsteking van de dunne en de dikke darm.
Enteropathie:
ziekte van de ingewanden.
het naar binnen krullen van een of beide oogleden, waardoor
de haren in de ogen krabben. Dit is evenals ectropion een
erfelijke fout; i.t.t.
ectropion.
in een bepaald gebied regelmatig voorkomende ziekte; i.t.t. epizoötie.
stof (meestal eiwit) die o.a. de vertering van voedsel bevordert.
eosinofiele cellen: een vorm van granulocyten, die in hun protoplasma korreltjes (rijk aan arginine en enzymen) hebben, die zich sterk kleuren met zuur reagerende kleurstoffen, zoals eosine. Zie ook bloedonderzoek.
EPA:
oftewel Eicosapentaeenzuur is een van de visvetten (omega
3; zie
visolie) en
a)
b)
c)
d)
Epagneul:
Franse aanduiding voor een langharige staande jachthond.
Epagneul is mogelijk afgeleid van espagnol = Spaans; de term komt ook terug in
het Engelse
spaniel en in het Nederlandse
spioen.
EPI, E.P.I.:
is exocriene pancreas insufficiëntie. Zie hier.
Epicard:
buitenbekleding
van het hart.
het optreden van een besmettelijke ziekte, die zich snel
uitbreidt en na enige tijd weer geheel of bijna geheel verdwijnt.
is de opperhuid; de dode, verhoornde oppervlaktelaag van de huid. Hierin bevinden zich dus geen bloedvaten en zenuwen.
Ook nagels (klauwen, hoeven en hoorns) zijn producten van de opperhuid.
Epidermitis:
ontsteking van de opperhuid (= epidermis).
Epididymis:
bijbal; behoort bij een testikel (zaadbal).
of pijnappelklier, een hormoonklier boven op de hersenstam, dat het hormoon melatonine produceert.
Bij hoger ontwikkelde diersoorten, waartoe ook de hond behoort, waarbij de schedel geheel gesloten is, verkrijgt de epifyse de indrukken van licht en donker via een zenuwkern, die direct achter de epifyse ligt. Deze zenuwkern ontvangt via de oogzenuw zijn impulsen.
De epifyse produceert het hormoon melatonine, dat zich in een enkel opzicht gedraagt als de antagonist van het melanotropine van de hypofyse.
is het s
Epilepsie
(vallende ziekte):
een ziekte, waarbij de hond bij herhaling 'aanvallen' (toeval of epileptoforme aanval) krijgt, die symptoom zijn van abrupte veranderingen in de hersenfuncties van de zieke hond.
De symptomen zijn stuiptrekkingen of aanvallen t.g.v. heftige spiercontracties, het resultaat van de abnormale elektrische activiteit van de hersenen.
Epilepsie is het gevolg van stoornissen in het centraal zenuwstelsel, resulterend in elektrische afwijkingen in de hersenen.
Er zijn diverse oorzaken mogelijk, zoals infecties (viraal of bacterieel), hoofdletsel, hersentumoren, hypocalciëmie, hypoglycaemie, nierinsufficiëntie, leverinsufficiëntie of vergiftiging.
Daarnaast kan epilepsie een
erfelijke basis hebben; in deze gevallen
spreken we van primaire epilepsie.
Bij jonge honden worden wel eens groeistuipen waargenomen die ten onrechte met epilepsie in verband worden gebracht.
Wanneer de toevallen steeds overgaan in een volgende, spreekt men van een status
epilepticus.
overmatige traanproductie, waarbij de tranen over de snuit van de hond lopen. De oorzaak is meestal, dat één of beide traanbuizen verstopt zit. Deze verstopping kan te wijten zijn aan een niet-lichaamseigen voorwerp dat in de traanbuis vastzit, aan een infectie, een verwonding aan de snuit, littekenweefsel of overtollige slijmproductie.
De traanbuizen kunnen ook door een erfelijke aandoening gebrekkig functioneren.
Bij kleine rassen zien we
het vaker, en honden met grote hangende oogleden lijden ook eerder aan epiphora
dan de gemiddelde hond.
Epistatie (epistasie):
de wederzijdse beïnvloeding van genen, die niet op dezelfde locus liggen (dus niet een allelenpaar vormen); de beïnvloeding heeft tot gevolg dat één bepaalde eigenschap zich uitdrukkelijk manifesteert, vergelijkbaar met dominantie binnen een allelenpaar (zie ook hypostatie).
Een andere definitie van epistatie: bepaalde factoren kunnen niet tot uiting komen door de aanwezigheid van andere dominante factoren.
bovenste laag (cellen) van de huid en de slijmvliezen. Het epitheel is op te splitsen in dekweefsel en klierweefsel.
epidemische ziekte, niet aan een bepaald gebied gebonden; i.t.t. enzoötie.
zijn woekeringen van het tandvlees. 1 Op de 5 is kwaadaardig. De mondholte staat op de 4e plaats op de ranglijst van het voorkomen van maligniteiten bij de hond.
Dat er meer epuliden gevonden worden, ligt mogelijk aan het feit dat a) de mondholte vaak overgeslagen wordt door zowel de eigenaar van de hond als ook door de dierenarts, b) vaak proliferaties als "onschuldige" ontstekingen worden gezien en derhalve niet gebiopteerd.
Zie epulis.
is een uitwas (soort gezwel) van het tandvlees, dus in de mond. Het bestaat voornamelijk uit granulatieweefsel (jong, vaatrijk, celrijk bindweefsel). Het lijkt op gingivitis. Een acanthomateuze epulis reageert goed op bestralen.
Epulis is een klinische term en geen diagnose!
Erfelijke aandoening:
is een aandoening, die wordt doorgegeven via de genen en op welk tijdstip in het leven dan ook kan doorbreken.
is het verschijnsel dat elk dier, elk individu, de eigenschappen vertoont van de soort of het ras waartoe het behoort.
Erfelijkheidsleer (genetica) is de studie van de overerving van kenmerken van ouders naar nakomelingen. Deze leer berust voor een belangrijk deel op natuurwetten die door Johann Mendel zijn ontdekt. Deze Wetten van Mendel zijn ook vandaag voor de hondenfokkerij van directe betekenis.
ERG
(Electro RetinoGram):
lichtflitsonderzoek ter controle van de retinafunctie. Indien bijv. de lenzen totaal ondoorzichtig zijn door cataract, is controle van de netvliezen op de PRA niet meer op eenvoudige wijze mogelijk. Alleen een ERG geeft dan nog betrouwbare informatie over de toestand van de netvliezen.
Ook kan met een dergelijk, maar veel uitgebreider ERG-onderzoek PRA vroegtijdig worden vastgesteld.
Ergots:
Frans voor Hubertusklauwen.
Erosie:
oppervlakkige huid- of slijmvliesbeschadiging.
Erytheem / Erythema:
rode plek op de huid.
Erythrocyten,
Erytrocyten:
rode bloedlichaampjes, rode bloedcellen. Ze hebben een beperkte levensduur. Na circa 100 dagen in het bloed te hebben gecirculeerd, worden zij afgebroken. Deze afbraak vindt m.n. plaats in de milt, hoewel deze functie ook kan worden uitgevoerd door de lever. Rode bloedcellen worden aangemaakt in het rode beenmerg. De kleur danken de cellen aan het haemoglobine.
Rode bloedcellen zijn van vitaal belang. Ze zorgen namelijk voor het transport van zuurstof. Vanuit de longen gaat er, via het bloed, zuurstof naar alle organen, ook naar de spieren en de hersenen.
Als er te weinig rode bloedcellen zijn, komt er niet voldoende zuurstof op de plaats van bestemming. Het gevolg is, dat de hond zich moe voelt, bleek ziet (bleke slijmvliezen bijv.): hij heeft bl