Alfabetische lijst van Nederlandse en buitenlandse
kynologische & medische termen en uitdrukkingen
E
is een 'tuigje', dat het trekken van de hond tegengaat, dus wandelen zonder rukken en trekken.
E&B:
Exterieur en Beweging; examen (sinds 1968) voor een aanstaand keurmeester, ná de KK-II.
Voor het examen E&B moet de kandidaat beschikken over de volgende kennis en kunde:
a) theoretische kennis, die vereist is om te kunnen oordelen over het uiterlijk en de wijze van voortbewegen van de hond;
b) het vermogen om in de praktijk het uiterlijk en de wijze van voortbewegen van een normaal gebouwde hond te beoordelen en daarvan een keurverslag te maken.
E.C.G., ECG:
is de afkorting van elektrocardiogram; hartfilmpje. Registratie van de elektrische activiteit in het hart.
Echinococcus, ecchinococcus:
blaasworm; larvaal ontwikkelingsstadium van lintworm.
Echinococcose,
echinococcosis:
zie hier.
is de kleinste hondenlintworm met een lengte van maximaal 1 cm. De worm bestaat dan ook maar uit maximaal 4 leden. De blaasworm vindt men bij tal van tussengastheren, waaronder alle huisdieren (ook de hond zelf kan als tussengastheer fungeren) en de mens.
Zeer nadelig voor de tussengastheer is de zeer langzame groei van de blaasworm. Pas na 5 maanden is er een doorsnee van circa een centimeter, maar de groei kan zich voortzetten tot een doorsnede van tien centimeter. Mocht de blaasworm open barsten, dan kunnen nieuwe blaaswormen ontstaan. In een blaas vermenigvuldigt de kop zich langs ongeslachtelijke weg en iedere kop is in staat een nieuwe dochterblaas te ontwikkelen. De blaaswormen ontwikkelen zich bij voorkeur in het lever- en longweefsel, maar ook wel in de hersenen.
Regelmatig worden ecchinococcusblazen bij in Nederland geslachte runderen aangetroffen; meestal betreft het rundvee uit het buitenland. Over menselijke slachtoffers worden in Nederland zelden iets vernomen. Op Sicilië evenwel sterven ruim duizend mensen per jaar t.g.v. de ontwikkeling van blazen.
In maart '08 werd bekend, dat deze worm geconstateerd is bij runderen afkomstig uit Roemenië. Besmette runderen kunnen elkaar niet besmetten en de worm is niet gevaarlijk voor de mens. De verspreiding van de worm kan alleen via de hond. Wanneer een hond slachtafval van een besmet rund eet, kan hij de worm verspreiden door het veevoer te bevuilen met ontlasting. Een besmetting kan voor een rund dodelijk zijn. Behandelen is niet mogelijk. De belangrijkste maatregel is het ontwormen van de honden in Roemenië.
Echinococcus
multilocularis (vossenlintworm):
is de kleine lintworm van de vos (2-6 mm.). Incidenteel kan de mens besmet raken door opname van de eitjes, die door geïnfecteerde vossen worden uitgescheiden. Dit kan leiden tot een zeer ernstige ziekte bij de mens, alveolaire echinococcose (zie vossenlintworm). Alveolaire echinococcose bij de mens wordt veroorzaakt door het larvale stadium van Echinococcus multilocularis. Deze kleine lintworm is nauw verwant maar kleiner dan Echinococcus granulosis, de lintworm van de hond.
Echinococcus multilocularis heeft in het volwassen stadium een lengte van 4-6 mm. en leeft dan in de dunne darm van de vos. Eventueel kunnen ook de hond en kat als eindgastheer besmet raken. De eieren worden met de ontlasting uitgescheiden en kunnen na orale opname door de tussengastheer (kleine knaagdieren) en toevalligerwijze ook door mensen tot infectie leiden. Bij de tussengastheer en de mens kan zich een primaire metacestode (blaas) ontwikkelen in de lever die zich van hieruit ook naar andere organen kan verspreiden. De beschadigingen die ontstaan in de lever kunnen zeer uitgebreid zijn. De doorwoekerende cyste vormt dochterblazen, die de lever het aanzien geven van longweefsel. Daarom heet de ziekte ook wel alveolaire echinococcose. De ziekte lijkt in gedrag sterk op leverkanker en wordt hier ook vaak mee verward.
Van oudsher komt Echinococcus multilocularis voor in Centraal-Europa, met name in Zuid-Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk en het oostelijk deel van Frankrijk. Maar ook in Nederland is het gevonden. In 1996 werd bij een onderzoek in de omgeving van Gulpen (Zuid-Limburg) en rond Midwolda (Groningen) voor het eerst de vossenlintworm aangetroffen. Volgens de VWA (Voedsel- en Warenautoriteit, waaronder de Keuringsdienst van Waren ressorteert) is het besmettingsrisico voor de bewoners bij voorzorgsmaatregelen relatief laag. Die voorzorgsmaatregelen zijn:
1) bosvruchten (zoals bramen, frambozen en bosbessen), zelfgeplukte paddenstoelen en valfruit eerst grondig wassen en zo mogelijk koken voor consumptie. Denk eraan, dat niet alleen laag groeiende bosvruchten een mogelijke besmettingsbron vormen, want ook eieren, die met vossenontlasting in het milieu worden uitgescheiden, kunnen met regen of wind ook op hoger groeiende bosvruchten terechtkomen;
2) handen goed wassen na tuinieren en andere grondwerkzaamheden (waarbij gronddeeltjes besmet met eitjes aan de handen blijven kleven);
3) wees voorzichtig met contact met de vacht en faeces van geïnfecteerde vossen. Pak daarom vossen (aangeschoten of gedood) alleen met handschoenen beet. Het vervoer van dergelijke vossen moet plaatsvinden in goed afgesloten plastic zakken;
4) honden die bij vossenjacht worden ingezet, na afloop afdouchen. Jachthonden, zeker in Zuid-Limburg en Groningen, elke 3-4 weken ontwormen met een anti-wormmiddel werkzaam tegen lintwormen (praziquantel).
Tip: mensen die met hun hond naar de Ardennen of Oostenrijk zijn geweest: laat uw hond bij terugkomst ontwormen tegen de vossenlintworm (een voor mensen zeer gevaarlijke lintworm!).
Zie ook folder 1 en folder 2 over de vossenlintworm.
is een weergave van het hart m.b.v. geluidsgolven die tegen de binnen- en buitenkant van het hart weerkaatsen, zodat het wordt weergegeven op een monitor.
De beschikbaarheid van echocardiografie, oftewel echografie van het hart, heeft een ware revolutie teweeggebracht in de veterinaire cardiologie. Door gebruik te maken van een speciale echograaf kan het hart tot in het kleinste detail onderzocht worden. Om de beelden te interpreteren moet de dierenarts natuurlijk een aparte opleiding gevolgd hebben. In Nederland is het zo dat de specialisatie "cardiologie" niet bestaat. Het hart wordt onderzocht door een radioloog en dit onderzoek, samen met de klinische bevindingen, wordt dan door een internist geïnterpreteerd. In België bestaat de specialisatie "cardiologie" wel.
De cardioloog kijkt naar de contractie van het hart, de vorm en functie van de hartkleppen en naar de kamergrootte en wanddikte. Maar de meeste informatie wordt verkregen uit het onderzoeken van de richting en de kwaliteit van de bloedstroom door de verschillende kleppen en bloedvaten van het hart.
Dit onderzoek wordt een Doppleronderzoek genoemd en heel wat ervaring en kennis is noodzakelijk voor de interpretatie van deze gegevens. Een Doppler echocardiografisch onderzoek kan daarom het beste uitgevoerd worden door een specialist in de veterinaire cardiologie.
Uw hond wordt zowel op zijn rechter- als zijn linkerzijde gelegd op een speciale echotafel. Een klein beetje haar wordt geschoren t.h.v. de okselstreek en ook achteraan het borstbeen. Een sonde wordt tegen de borstwand van uw hond geplaatst en ultrageluid wordt door de huid gestuurd in de richting van het hart.
Alcohol en gel worden gebruikt om de golven beter door de huid te laten penetreren en zo betere beelden te krijgen. De geluidsgolven worden door het hart teruggestuurd naar de sonde (echo) en er wordt een beeld gecreëerd op het scherm: een echocardiogram.
Het hart wordt vanuit verschillende richtingen en hoeken onderzocht en het opnemen en het interpreteren van de beelden kan tot een uur duren.
Echografie doet helemaal geen pijn en veroorzaakt helemaal geen ongemak voor uw hond. Af en toe moeten sommige, niet meewerkende dieren een kalmeringsmiddel krijgen. Zorg ervoor dat uw hond nuchter is (12 uur vooraf geen voedsel geven; mag wel water). De medicatie van uw eigen dierenarts moet doorgegeven worden, tenzij u andere specifieke instructies hebt gekregen.
Echocardiografie geeft de specialist informatie over de conditie van de hartspier (hartspierziekte = cardiomyopathie). Het wordt ook gebruikt om te zien of er lekkende hartkleppen zijn. Het heeft een heel grote waarde voor de diagnose van aangeboren afwijkingen bij pups (congenitale hartaandoeningen).
Echografie
(echo, echoscopie):
techniek om m.b.v. ultrasone golven (trillingen) o.a. tumoren en zwangerschap zichtbaar te maken. Dit onderzoek is voor zover bekend onschadelijk en kan in het algemeen zonder algehele anesthesie plaatsvinden.
ziekte bij zogende dieren. Zwangerschapsstuipen, puerperale tetanie of zoogkramp. Ga onmiddellijk naar de dierenarts.
Het wordt veroorzaakt door een lager calcium- en een te hoog fosfor- en wellicht ook glucosegehalte in het bloed dan normaal, maar de echte oorzaak is onbekend. Men denkt wel aan een onvoldoende werkende bijschildklier, die de verhouding calcium-fosfor dient te regelen.
Eclampsie doet zich voor na het werpen, en kan zich tot 21 dagen erna voordoen, hoewel het ook wel eens, zij het zelden, vóór het werpen optreedt. Kleinere rassen (teven), die veel melk geven en meerdere pups hebben, zijn er vatbaarder voor.
De eerste verschijnselen zijn snelle ademhaling, rusteloosheid, janken, dan waggelen en stijfheid van de poten. Kort daarna valt de hond om en kan niet meer opstaan. Poten en nek zijn stijf gestrekt, er treden krampen op, die elkaar steeds sneller opvolgen en langer aanhouden. De tijd die verloopt van de eerste verschijnselen tot aan het optreden van de hevige krampen kan variëren van 15 minuten tot 12 uur.
U kunt trachten eclampsie te voorkomen door vanaf de vroege dracht tot het spenen van de pups steeds een goed dieet te verstrekken met daarin calcium en fosfor in de juiste hoeveelheden en verhouding.
ziekteverwekkers die leven op of in de huid. We kunnen daarbij insecten onderscheiden (vlooien, luizen en vliegen) en spinachtigen (mijten en teken); i.t.t. endoparasieten.
is een middel dat op de huid of in de vacht van dieren levende parasieten als vlooien en teken doodt.
Ectopisch:
buiten de normale plaats.
haartjes die vanuit de haarzakjes onder het bindvlies richting oogbol/hoornvlies groeien (zie ook Distichiasis) en daardoor het hoornvlies beschadigen. De ectopische cilie bevindt zich meestal in het midden van het bovenooglid (dit noemt men 12 o’clock positie).
het naar buiten krullen van het (onder)ooglid. Anders gezegd: een niet aangesloten, te ruime oogspleet. Bij Bloedhonden, Sint Bernard en Bassethound vaak te zien. Men noemt het bij deze rassen ook wel haw; i.t.t. entropion.
De afwijking gaat vaak samen met een veel te ruime kophuid en laag aangezette, zeer zware oorschelpen, die de situatie nog verslechteren. De onderooglidrand sluit niet goed aan op de oogbol, waardoor de bindvliezen en het hoornvlies niet meer goed worden beschermd. Dit heeft een chronische irritatie tot gevolg, die resulteert in roodheid van de bindvliezen en soms in hoornvliesafwijkingen. Vooral in rust zijn de afwijkingen duidelijk zichtbaar. Opereren is mogelijk, maar moet wel door een ervaren chirurg gedaan worden.
ECVO:
European College of Veterinary Ophthalmologists; Europese vereniging van dierenartsen, specialist oogheelkunde.
acute vochtige dermatitis met ontstoken, vochtige en pijnlijke plekken. Dit komt vooral veel voor bij langharige honden en is waarschijnlijk het gevolg van andere aandoeningen, zoals parasieten of een anaalklierontsteking.
Eczema solare:
eczeem, dat wordt veroorzaakt door zonnebrand.
ED:
zie elleboogdysplasie.
E.E.G.. EEG:
elektro-encefalogram; hersenfilmpje.
het tijdens de draf zodanig neerzetten van de voeten, dat hun sporen één lijn vormen.
het verschil tussen 1e lijns- en 2e lijnsgeneeskunde is eigenlijk het gemakkelijkst te vergelijken met het verschil tussen de huisarts en het ziekenhuis.
De huisarts houdt zich bezig met 1ste lijnsgeneeskunde: het eerste klinische onderzoek, het verhelpen van kleine kwaaltjes etc. Als de huisarts echter niet de gewenste onderzoeken kan doen of er moet geopereerd worden, zal hij de patiënt doorsturen naar een specialist in het ziekenhuis.
Zo is het dus ook bij de hond: de dierenarts houdt zich bezig met 1ste lijnsgeneeskunde. Voor specialistische onderzoeken moet u met uw hond naar een gespecialiseerde kliniek, een dierenziekenhuis zoals bijv. in Utrecht.
uitdunnen van haren m.b.v. een effileerschaar. Effileren is een manier van knippen met een uitdunschaar, een speciaal getande schaar, waardoor er in een pluk haar verschillende lengtes voorkomen, zodat het haar goed 'valt'. Hierdoor krijg je geen 'happen' in de vacht. Het gebeurt bijv. bij het trimmen van Golden Retrievers, Cockers en andere Spaniels, Setters en honden met een soortgelijke vacht.
Zie ook vachtproblemen en vachtverzorging.
Effipro®:
is het doordachte ectoparasiticum op basis van fipronil voor hond en kat. Fipronil is wereldwijd de meest gebruikte werkzame stof in de vlooien- en tekenbestrijding bij huisdieren. Effipro® is verkrijgbaar als spot-on en spray.
De spray werkt behalve tegen vlooien en teken ook tegen luizen. De spot-on bevat een nieuwe klinisch geteste formulering voor een snelle en lange werking.
Speciaal voor Effipro is een nieuwe pipet ontwikkeld. Deze is eenvoudig en zonder knoeien te openen. Het grote gebruiksgemak geldt niet alleen voor het openen. De pipet is nl. ook simpel in één handbeweging leeg te drukken. Een instructie voor het openen van de pipet is hier te vinden.
De spot-on is voor de
hond in 4 gewichtsklassen:
S (2-
• Effipro 10% spot-on voor honden. Werkzame stof: Fipronil 100 mg/ml.
Indicaties: bestrijding van vlooien en teken. Werkt tot 8 weken tegen vlooien en tot 4 weken tegen teken.
Na toediening van de spot-on kan wat witte neerslag worden waargenomen op de vacht. Deze verdwijnt vanzelf binnen 24 tot 48 uur, maar mag ook uitgeborsteld worden. Dit heeft geen invloed op de werkingsduur en veiligheid.
Contra-indicaties: niet toedienen aan
puppies jonger dan 2 maanden of aan
puppies die minder dan
Bijwerkingen: indien het product opgelikt wordt, kan een korte periode van overmatig speekselen worden waargenomen.
• Effipro 0,25% spray voor honden en katten. Werkzame stof: Fipronil 2,5 mg/ml.
Indicaties: bestrijding van vlooien, teken en bijtende luizen. Werkt tegen nieuwe infecties van volwassen vlooien tot 6 weken bij katten en tot 3 maanden bij honden en werkt tot 4 weken tegen teken. Puppies vanaf 2 dagen oud kunnen veilig worden behandeld.
Contra-indicaties: niet gebruiken bij zieke of herstellende dieren, konijnen en bij overgevoeligheid voor de actieve stof of een van de hulpstoffen.
Bijwerkingen: indien het product opgelikt wordt, kan een korte periode van overmatig speekselen worden waargenomen.
Lees voor gebruik eerst de bijsluiter.
Hier staat de folder van Effipro®. Producent en distributeur is Virbac.
E.G.,
EG:
afkorting van Elementaire Gehoorzaamheid. Cursussen, waarbij de hond leert hoe zich te gedragen t.o.v. andere honden en personen en gegeven commando's uit te voeren.
Het verschilt wel van de G&G. De Elementaire Gehoorzaamheid is meer toegesneden op het dagelijkse leven en de omgang van de hond in de maatschappij. Daarnaast wordt door iedereen geaccepteerd, dat de EG noodzakelijk is als basis, ook voor het latere Agility of Behendigheid. G&G gaat nog een stap verder (kijk daar voor meer info).
E.H.B.O.
bij dieren / EHBO bij honden:
afkorting van Eerste Hulp Bij Ongelukken. Zie wetenswaardigheden.
Ehrlichiose, Ehrlichiosis:
infectieziekte, die wordt overgebracht door teken. Zie voor uitgebreide info: Wetenswaardigheden.
EIC (E.I.C.):
is de afkorting voor Exercise Induced Collapse oftewel inspanningsgeïnduceerde uitval. Het is een erfelijke ziekte, een genetische afwijking, die speciaal de actieve Labradors treft, maar ook geconstateerd is bij Golden Retrievers, Chesapeake Bay Retrievers en de Border Collie. Het komt steeds vaker voor en wordt als ziekte onderkend.
Het lijkt echter een tikkende tijdbom te zijn voor mensen die graag met hun Retriever werken. Voor zover bekend zijn er nog geen betrouwbare cijfers van frequentie van voorkomen in Nederland bekend, maar vanuit de VS zijn data beschikbaar, waaruit blijkt dat 30% van de labradorpopulatie deze ziekte draagt. De ziekte blijkt net zo vaak voor te komen bij 'showhonden' als bij 'field trial honden'.
EIC is een bijzondere ziekte. Honden die lijden aan de ziekte, hebben een gemuteerd dynamin 1 gen op chromosoom 9. Dit gen is verantwoordelijk voor de productie van het gelijknamige dynamin 1 eiwit, dat normaal verantwoordelijk is voor de communicatie tussen zenuwcellen.
De gemuteerde vorm van dynamin 1 heeft echter veel minder activiteit, waardoor tijdens inspanning opeens zenuwbanen stoppen met werken en de spieren a.h.w. verlamd raken.
De mensen die actief werken met hun retriever hebben last van de ziekte; mensen die de hond als huis- of showhond gebruiken niet.
EIC krijgt de hond niet van een keer meegaan met joggen of van een stukje fietsen. Het komt pas tot uiting bij intense inspanning zoals bij hevig intensief spel, een stevige jachtpartij of bij herhaaldelijk apporteren. Angst en stress werkt EIC ook in de hand. U ziet het sneller als u tijdens de training druk op de hond zet en dit combineert met een stevige fysieke opdracht. Meestal is 5 min. van hevige inspanning al voldoende om de ziekte te doen manifesteren.
De honden tonen naast verlammingsverschijnselen aan de achterkant ook een verhoging van de lichaamstemperatuur.
De ziekte is erfelijk. Echter niet alle dragers van het gen worden ziek. Om de ziekte te krijgen, moet de hond 2 van dezelfde gemuteerde genen van de ouders meekrijgen. Bijvoorbeeld als u een hond die niet drager (DD) is kruist met een drager die slechts 1 gemuteerd gen draagt (Dd) (beiden zijn dus niet ziek; DD x Dd), dan krijgt u een nageslacht waarbij 50% van de pups helemaal vrij is van de ziekte en 50% drager is. Bij dit soort kruisingen wordt de ziekte verspreid, maar de dragers worden niet ziek.
Echter als u 2 dragers kruist (Dd x Dd), zijn 25% van de pups vrij van deze ziekte, 50% van de pups drager en 25% van de pups hebben de ziekte.
Als u dragers en zieke honden kruist, wordt het nog erger: Dd x dd zal resulteren in 50% dragers en 50% zieke honden.
De laatste kruisingen lijken onwaarschijnlijk, maar het zal vaker gebeuren dan nu verondersteld wordt om de volgende redenen. De ziekte is alleen waarneembaar bij honden waarmee gewerkt wordt en niet bij show- of huishonden. In deze groep zit een groot deel van het Nederlandse fokpotentieel. Ook kan het zijn, dat de ziekte zich nog niet heeft gemanifesteerd op het moment van de dekking. De eerste symptomen van de ziekte kunnen starten vanaf een leeftijd van 7 maanden, maar het is geen uitzondering als uw hond pas op 2- tot 3-jarige leeftijd de ziekte blijkt te hebben.
Overigens kent de ziekte ook gradaties in ernst. Sommige honden storten compleet in, terwijl anderen een beetje zwabberen met het achterwerk.
Wat kan er aan EIC gedaan worden?
EIC is tot dusver een einddiagnose geweest. Dierenartsen kijken eerst of er niet wat aan de hand is met het hart, de ledematen, de hormonen en/of er sprake is van epilepsie. Soms ook wordt uitgesloten dat er sprake is van kanker.
Pas als dat allemaal uitgesloten is, wordt EIC als diagnose gesteld. Dit is allemaal niet meer nodig. Zeker bij rassen zoals de Labrador is het helemaal niet vreemd om onmiddellijk EIC als oorzakelijke factor te onderzoeken.
Dit kan nu ook vrij eenvoudig door particulieren zelf. U kunt bij de universiteit van Minnesota (USA) een test, die niet zo heel duur is, aanvragen. Mocht uw hond de ziekte hebben, dan kunt u er onmiddellijk naar handelen, want het zal alleen maar erger worden als u op dezelfde voet doorgaat. Er zijn reeds honden overleden.
Op dit moment zijn er reeds verschillende behandelingsmethoden getest. De meeste behandelingen maken de hond wat rustiger, waardoor de kans op een aanval kleiner wordt. De therapieën variëren van een wat vetrijker voedsel, carnitint, coenzyme Q10 en riboflavine supplementatie. Ook hormoontoevoegingen lijken effectief.
Ten slotte zijn er field trial honden, die door hun inspanningsniveau herhaaldelijk EIC hebben. Deze worden met phenobarbital behandeld en blijken door de behandeling te kunnen blijven doen wat ze daarvoor ook al deden. Het mechanisme is waarschijnlijk dat phenobarbital als rustgever de hond minder gestresst maakt.
Uit het bovenstaande mag duidelijk zijn, dat de ziekte meer aandacht verdient dan het nu krijgt. Uit de screening blijkt dat het voornamelijk een labradorprobleem is, maar zoals gezegd het gen is ook aangetroffen in Golden Retrievers, Chesapeake Bay Retrievers en de Border Collie.
Hopelijk zal de ziekte serieuze aandacht in het fokbeleid van m.n. de Labrador gaan krijgen, zodat we in staat zijn de verspreiding een halt toe te roepen.
persoon of groep van personen aan wie de hond wettelijk toebehoort.
zijn cellen in het endocriene deel van de alvleesklier (pancreas), die in kleine groepjes verenigd liggen. Ze vormen 2 producten:
1) insuline
De belangrijkste taak van dit hormoon is de omzetting van glucose tot glycogeen en de opslag van dit glycogeen in de spieren en in de lever. Bij een te geringe werking van de Eilandjes van Langerhans wordt te weinig glucose uit de bloedbaan verwijderd. De overtollige glucose wordt afgevoerd via de nieren, hetgeen met waterverlies gepaard gaat. We noemen dit ziektebeeld diabetes mellitus.
2) glucagon
Dit hormoon werkt antagonistisch t.o.v. insuline: het zet glycogeen om tot glucose.
stof opgebouwd uit aaneengesloten ketens van aminozuren; ook: proteïne.
Ze worden voornamelijk benut als bouwstof. Heeft het lichaam geen bouwstof nodig, dan wordt de stikstofgroep verwijderd, waarna het restant kan worden 'verbrand' of kan worden omgevormd tot vetreserve.
Als brandstof levert 1 gram eiwit aan beschikbare energie 4 kilocalorieën (17 kilojoules).
Zie ook bloedonderzoek en urineonderzoek.
Electrolyten,
elektrolyten:
zijn zouten. Ze spelen een belangrijke rol bij het instandhouden van de vochtbalans en bij de spier- en zenuwfuncties. Ze komen voor zowel binnen als buiten de lichaamscellen, waarbij er sprake is van een verdeling tussen beide. Tussen deze delen wordt een elektrolytenbalans gehandhaafd. Als deze balans wordt verstoord, kunnen de organen niet normaal functioneren.
In de extracellulaire vloeistof (buiten de lichaamscellen) zijn de belangrijkste elektrolyten natrium (Na), chloride (Cl) en bicarbonaat (HCO3-). In de intracellulaire vloeistof (in de cellen) zijn dit kalium (K), calcium (Ca), en magnesium (Mg).
De elektrolyten spelen een belangrijke rol in verschillende processen: handhaven van de vloeistofbalans (de juiste hoeveelheid vocht binnen en buiten de cellen), goed functioneren van cellen, transport van voedings- en afvalstoffen de cel in en uit, normaal functioneren van zenuwen en spieren en opname van bepaalde suikers en eiwitten uit het spijsverteringskanaal.
Bijv. calcium en fosfaat zijn nodig voor de instandhouding van de beenderen en het gebit. Elektrolyten zoals chloride maken deel uit van de verteringssappen.
De concentratie van elektrolyten wordt geregeld door een evenwicht tussen opname uit de voeding en verwijdering uit het lichaam. Elke verstoring van dit evenwicht kan resulteren in een overmaat of een tekort aan elektrolyten. De eventuele overige factoren die een verstoring van de elektrolytenbalans kunnen veroorzaken, verschillen per soort elektrolyt.
Elektrocardiogram:
zie E.C.G.
Elektrochirurgie:
het gebruik van elektrische impulsen om weefsels door te snijden i.p.v. met een chirurgisch mes.
Elektrolyt:
zie electrolyt.
Elektromyogram (EMG):
registratie van de elektrische activiteit in rustende of werkende spieren.
Elektronische identificatie:
zie chip.
Elektroretinografie (ERG):
zie ERG.
Eliminatiedieet:
is een dieet waarbij alle onderdelen van de vroegere voeding één voor één worden uitgeschakeld. Het bestaat meestal uit eiwitten, vetten en koolhydraten.
ELISA-test:
is een test, die wordt gebruikt om de gehalten van antigenen of antilichamen in het lichaam te meten.
het scharniergewricht van de voorbenen. Het ellebooggewricht wordt gevormd door 3 beenderen: de opperarm, het spaakbeen en de ellepijp, die samen het onderbeen vormen. Op de plaats waar deze 3 botten bij elkaar komen, bevindt zich het ellebooggewricht. Het ellebooggewricht zorgt ervoor dat de hond met zijn voorbeen een knikbeweging en het onderbeen een beperkte draaiende beweging kan maken. Deze draaiende beweging is mogelijk, doordat ellepijp en spaakbeen als het ware over elkaar heen kunnen bewegen.
Zie ook skelet.
Elleboogdysplasie
(ED):
misvorming van de elleboog. Hiertoe worden verschillende aandoeningen gerekend, zoals LPA, LPC, OCD en INC.
Deze afwijkingen worden tot ED gerekend, omdat ze alle gemeenschappelijke klinische afwijkingen kunnen vertonen.
De foto's die elleboogdysplasie kunnen vaststellen, kunnen alleen worden gemaakt door dierenartsen die daartoe een overeenkomst met de Raad van Beheer hebben gesloten. De foto's zullen ter beoordeling worden gezonden aan het ED-panel van de Raad van Beheer. Het resultaat van het onderzoek wordt aan de eigenaar van de hond medegedeeld door toezending van een speciaal certificaat, waarop de uitslag staat vermeld. De gradatie waarin elleboogdysplasie kan voorkomen is: vrij, graad 1, graad 2 en graad 3. Gradaties die ook internationaal zijn vastgesteld en worden gehanteerd.
Op deze pagina treft u de status aan van de lopende Elleboog Dysplasie (ED) onderzoeken. U kunt hier op volgorde van onderzoeksnummer (het nummer op uw onderzoeksformulier, dat u van uw dierenarts heeft gekregen) de status van uw onderzoek volgen.
Als u geen formulier van uw dierenarts heeft meegekregen, dan kunt u het onderzoeksnummer opvragen bij uw dierenarts.
Elleboog
Incongruentie (EI):
zie INC.
Elterwater
Terrier:
leek op de Border Terrier en kwam in het Lake District in Engeland voor, waar hij met de West Cumberland Otterhonden samenwerkte.
Embolie:
verstopping van een bloedvat door een bloedstolsel (= embolus).
is een deeltje, dat is losgekomen van een trombus.
ongeboren dier.
is de fase voor de geboorte, dus toen de hond nog in de baarmoeder zat.
Emeticum,
meerv. emetica:
is een medicijn, een stof of een gebeurtenis die misselijkheid en braken opwekt.
Zie ook anti-emeticum.
Emfyseem:
zwelling van weefsel of een orgaan door gas of lucht, in het bijzonder longemfyseem.
EMG:
zie elektromyogram.
Empyeem:
ophoping van etter in een lichaamsholte.
Enacard®:
zijn tabletten voor orale toediening, waarbij enalapril snel geabsorbeerd en gehydrolyseerd wordt tot enalaprilaat. Enalaprilaat is een specifiek langwerkend ACE-remmer.
is aangewezen voor de symptomatische aanvullende therapie bij de behandeling met het diureticum furosemide van hartfalen bij honden veroorzaakt door mitralisinsufficiëntie of congestieve cardiomyopathie. Deze behandeling kan een verbeterde inspanningstolerantie en verhoogde overleving geven bij honden met licht, matig of ernstig hartfalen.
hersenontsteking (encephalon = hersenen).
Enceinte:
Frans voor afgerasterde ruimte op een
tentoonstelling voor
huisvesting van enkele honden tezamen.
Enchondrale ossificatie:
omvorming van kraakbeen tot beenweefsel.
laatste deel van de dikke darm; rectum.
Zie ook spijsverteringsstelsel.
inheems.
Endocard, endocardium:
binnenbekleding van de hartspieren van de hartkleppen; vgl. myocard,
pericard.
ontsteking van de binnenbekleding van het hart. Deze ontsteking kan circulatiestoornissen veroorzaken.
klieren zonder een afvoerbuis. Deze klieren vormen hun producten uit de grondstoffen, die het bloed aanvoert, maar zij geven hun eindproducten ook weer aan het bloed af.
We noemen deze klieren de hormoonklieren en de producten van dit soort klieren worden hormonen genoemd.
Zie ook exocriene klier.
het gehele systeem van de hormoonhuishouding. Hormonen reguleren allerlei levensprocessen, zoals groei, stofwisseling, voortplanting en uitscheiding van water en zout, maar ook het gedrag. De hond heeft een aantal organen die in meer of mindere mate betrokken zijn bij de hormoonproductie, zoals bijv. de hypofyse, schildklier, bijschildklieren, geslachtsklieren, alvleesklier en bijnieren.
houdt zich bezig met de functie van hormonen in het lichaam, met ziekten die ontstaan t.g.v. overproductie of juist het wegvallen van de productie van bepaalde hormonen, zoals diabetes, en met aandoeningen van organen waar hormonen worden gefabriceerd (schildklier, hypofyse, bijnier etc.).
Endogenetisch:
door erfelijke oorzaak.
Endometriose:
goedaardige woekering van het baarmoederslijmvlies (= endometrium).
Endometritis:
ontsteking van de binnenwand van de baarmoeder, het endometrium.
Symptomen o.a. een vies ruikende afscheiding uit de vulva, gebrek aan eetlust, verminderde melkproductie en braken.
De oorzaak is een bacteriële infectie en doet zich vaak na het werpen voor.
ziekteverwekkers. Dit zijn vooral de verschillende wormen, waarbij we nog een onderscheid kunnen maken tussen ronde wormen en platte wormen; i.t.t. ectoparasieten.
is een chemische stof, die van nature voorkomt in de hersenen en de gevoeligheid voor pijn vermindert.
instrument om lichaamsholten en inwendige kanalen te onderzoeken.
is een methode om m.b.v. de endoscoop naar binnen te kijken. Endoscopie geeft vaak duidelijke antwoorden op belangrijke vragen waarom zieke honden bepaalde symptomen hebben of niet reageren op eerder ingestelde behandelingen.
Bij een traditionele operatie moet de dierenarts in de buik inspecteren en werken. Dit vereist een voldoende grote wondopening in de buik of het gewricht. Terwijl bij endoscopie de dierenarts niet rechtstreeks in de buik kijkt en werkt, maar door het inbrengen van enkele kleine millimeter grote buisjes, waarin dan weer een lichtbron annex camera is en de andere instrumenten worden ingebracht die op afstand, dus buiten de buik, bediend worden. De handelingen worden op een televisiescherm gevolgd.
De ingreep is veel minder belastend voor de hond, omdat slechts enkele kleine buisjes ingebracht worden en geen opening in de buik d.m.v. een snede gemaakt hoeft te worden. Veel eigenaren willen dat de vooruitgang die de humane medische wetenschap op dit gebied heeft gemaakt ook beschikbaar komt voor hun viervoeter.
Enkele voorbeelden zijn endoscopie van buik- of borstholte (tegenwoordig vaak m.b.v. echo gedaan), laryngoscopie, colonscopie, otoscopie, gastroscopie, cystoscopie, rhinoscopie, tracheoscopie en bronchoscopie.
Ook wordt er een endoscopische sterilisatie (laparoscopische sterilisatie) uitgevoerd.
Endoscopie wordt ook toegepast:
• als een niet ingedaalde testikel (cryptorchie) verwijderd moet worden. Ook hier grote voordelen m.b.t. het weinig belastend zijn van deze normaal nogal ingrijpende operatie;
• bij het preventief vastzetten van de maag, ter voorkoming van een maagtorsie / maagkanteling (gastropexie) bij hiervoor gevoelige rassen zoals dogachtigen, bloedhonden en werkende rassen;
• bij inspectie van de binnenzijde van de blaas en eventueel verwijderen van blaasstenen.
Bij een endoscopie van bijv. maag en darmen, mogen deze geen voedsel meer bevatten, anders ziet de dierenarts niets. Daarom mag uw hond 24 uur voorafgaande aan een endoscopie wel drinken, maar niets eten.
Endotheel:
binnenbekleding van de bloedvaten.
Engelse Witte Terrier:
een aan het einde van de 19e eeuw bloeiend ras, maar nu uitgestorven. Hij leek op de Black and Tan Terrier, maar was geheel wit.
Engelse ziekte:
zie rachitis.
een botpijn aan de lange pijpbeenderen, die kan voorkomen bij jonge honden, veelal van grote (Duitse Dog, Leonberger en Newfoundlander) en middelgrote rassen (Duitse Herder, Retrievers en Witte Herder), maar ook bij bijv. de Bassethound. Het komt meer voor bij reuen dan bij teven en gaat gepaard met wisselende kreupelheid (afwisselend op verschillende poten kreupel).
In de volksmond wordt gesproken van "groeipijnen"; andere benamingen zijn panosteïtis, juveniele osteomyelitis of fibreuse osteodystrofie.
Wat is enostosis? De opening van het voedingsvat in het bot blijft tijdens de groei van het bot te nauw, met als gevolg stuwing van bloed binnen het bot en onder het beenvlies. De hond loopt daardoor kreupel en het betasten van het been is pijnlijk. Het is een typisch groeiprobleem, d.w.z. als de hond ouder is dan 1 à 2 jaar zien we het probleem niet meer.
Helaas wordt er bij een jonge kreupele hond nogal eens gesproken over groeipijnen, terwijl er meer aan de hand is, zoals bijv. elleboogdysplasie of heupdysplasie. Door het maken van een röntgenfoto kan de dierenarts het verschil zien en de diagnose met zekerheid stellen.
Een van de oorzaken van het ontstaan van groeipijnen is een teveel aan calcium in de voeding. Daarom wordt er vaak gezegd, dat u de jonge hond 'volwassen voer' moet geven, maar dit is onverstandig. In de regel heeft voer voor volwassen honden een lager energiegehalte, en daarom zou u de jonge opgroeiende hond er meer van moeten geven, waardoor er weer (andere) problemen kunnen ontstaan.
Veel beter is het om de opgroeiende hond aangepast voer te geven: een voer met een verlaagd energiegehalte om overgewicht te voorkomen, maar dat tegelijkertijd uitgebalanceerd is in zijn samenstelling met overige voedingsstoffen (eiwitten, vitaminen en mineralen), maar waarvan het calciumgehalte naar beneden is bijgesteld (lager dan 1,2% van de droge stof). Daarom bestaat er speciaal voeding voor pups van grote en zeer grote rassen, zoals bijv. Pedigree Pal Advance Junior of (tegenwoordig overgenomen door Affinity) Affinity Advance Junior en Eukanuba Large Breed.
Geef geen extra calcium (bijv. Gistocal) of grote hoeveelheden rauw vlees. Verder kan een ondersteunende therapie met pijnstillers en ontstekingsremmers nodig zijn in ernstige gevallen van groeipijnen.
Enostosis wordt nogal eens in combinatie met Osteochondrose waargenomen.
Enten:
Enteraal:
betrekking hebbend op de darmen; inwendig.
ontsteking van de darm, met diarree tot gevolg.
Enterocolitis:
ontsteking van de dunne en de dikke darm.
Enteropathie:
ziekte van de ingewanden.
het naar binnen krullen van een of beide oogleden, waardoor
de haren in de ogen krabben. Dit is evenals ectropion een
erfelijke fout; i.t.t.
ectropion.
in een bepaald gebied regelmatig voorkomende ziekte; i.t.t. epizoötie.
stof (meestal eiwit) die o.a. de vertering van voedsel bevordert.
Eosinofiel (afgekort:
eosinof.):
eosinofiele cellen: een vorm van granulocyten, die in hun protoplasma korreltjes (rijk aan arginine en enzymen) hebben, die zich sterk kleuren met zuur reagerende kleurstoffen, zoals eosine. Zie ook bloedonderzoek.
EPA:
oftewel Eicosapentaeenzuur is een van de visvetten (omega
3; zie
visolie) en
a)
b)
c)
d)
Epagneul:
Franse aanduiding voor een langharige staande jachthond.
Epagneul is mogelijk afgeleid van espagnol = Spaans; de term komt ook terug in
het Engelse
spaniel en in het Nederlandse
spioen.
EPI, E.P.I.:
is exocriene pancreas insufficiëntie. Zie hier.
Epicard:
buitenbekleding
van het hart.
het optreden van een besmettelijke ziekte, die zich snel
uitbreidt en na enige tijd weer geheel of bijna geheel verdwijnt.
is de opperhuid; de dode, verhoornde oppervlaktelaag van de huid. Hierin bevinden zich dus geen bloedvaten en zenuwen.
Ook nagels (klauwen, hoeven en hoorns) zijn producten van de opperhuid.
Epidermitis:
ontsteking van de opperhuid (= epidermis).
Epididymis:
bijbal; behoort bij een testikel (zaadbal).
of pijnappelklier, een hormoonklier boven op de hersenstam, dat het hormoon melatonine produceert.
Bij hoger ontwikkelde diersoorten, waartoe ook de hond behoort, waarbij de schedel geheel gesloten is, verkrijgt de epifyse de indrukken van licht en donker via een zenuwkern, die direct achter de epifyse ligt. Deze zenuwkern ontvangt via de oogzenuw zijn impulsen.
De epifyse produceert het hormoon melatonine, dat zich in een enkel opzicht gedraagt als de antagonist van het melanotropine van de hypofyse.
is het s
Epilepsie
(vallende ziekte):
een ziekte, waarbij de hond bij herhaling 'aanvallen' (toeval of epileptoforme aanval) krijgt, die symptoom zijn van abrupte veranderingen in de hersenfuncties van de zieke hond.
De symptomen zijn stuiptrekkingen of aanvallen t.g.v. heftige spiercontracties, het resultaat van de abnormale elektrische activiteit van de hersenen.
Epilepsie is het gevolg van stoornissen in het centraal zenuwstelsel, resulterend in elektrische afwijkingen in de hersenen.
Er zijn diverse oorzaken mogelijk, zoals infecties (viraal of bacterieel), hoofdletsel, hersentumoren, hypocalciëmie, hypoglycaemie, nierinsufficiëntie, leverinsufficiëntie of vergiftiging.
Daarnaast kan epilepsie een
erfelijke basis hebben; in deze gevallen
spreken we van primaire epilepsie.
Bij jonge honden worden wel eens groeistuipen waargenomen die ten onrechte met epilepsie in verband worden gebracht.
Wanneer de toevallen steeds overgaan in een volgende, spreekt men van een status
epilepticus.
overmatige traanproductie, waarbij de tranen over de snuit van de hond lopen. De oorzaak is meestal, dat één of beide traanbuizen verstopt zit. Deze verstopping kan te wijten zijn aan een niet-lichaamseigen voorwerp dat in de traanbuis vastzit, aan een infectie, een verwonding aan de snuit, littekenweefsel of overtollige slijmproductie.
De traanbuizen kunnen ook door een erfelijke aandoening gebrekkig functioneren.
Bij kleine rassen zien we
het vaker, en honden met grote hangende oogleden lijden ook eerder aan epiphora
dan de gemiddelde hond.
Epistatie (epistasie):
de wederzijdse beïnvloeding van genen, die niet op dezelfde locus liggen (dus niet een allelenpaar vormen); de beïnvloeding heeft tot gevolg dat één bepaalde eigenschap zich uitdrukkelijk manifesteert, vergelijkbaar met dominantie binnen een allelenpaar (zie ook hypostatie).
Een andere definitie van epistatie: bepaalde factoren kunnen niet tot uiting komen door de aanwezigheid van andere dominante factoren.
bovenste laag (cellen) van de huid en de slijmvliezen. Het epitheel is op te splitsen in dekweefsel en klierweefsel.
epidemische ziekte, niet aan een bepaald gebied gebonden; i.t.t. enzoötie.
zijn woekeringen van het tandvlees. 1 Op de 5 is kwaadaardig. De mondholte staat op de 4e plaats op de ranglijst van het voorkomen van maligniteiten bij de hond.
Dat er meer epuliden gevonden worden, ligt mogelijk aan het feit dat a) de mondholte vaak overgeslagen wordt door zowel de eigenaar van de hond als ook door de dierenarts, b) vaak proliferaties als "onschuldige" ontstekingen worden gezien en derhalve niet gebiopteerd.
Zie epulis.
is een uitwas (soort gezwel) van het tandvlees, dus in de mond. Het bestaat voornamelijk uit granulatieweefsel (jong, vaatrijk, celrijk bindweefsel). Het lijkt op gingivitis. Een acanthomateuze epulis reageert goed op bestralen.
Epulis is een klinische term en geen diagnose!
Erfelijke aandoening,
erfelijke ziekte:
is een aandoening, die wordt doorgegeven via de genen en op welk tijdstip in het leven dan ook kan doorbreken.
Er wordt gesproken van erfelijk als het eigenschappen betreft die, via het DNA, van generatie op generatie kunnen worden overgegeven. Dat geldt natuurlijk voor allerlei goede eigenschappen, zoals een bepaalde vacht of lichaamsbouw, maar helaas soms ook voor ongewenste zaken zoals een ziekte.
Een dergelijk eigenschap is niet altijd direct zichtbaar bij de geboorte, maar het kan ook pas in de loop van het leven tot herkenbare verschijnselen leiden.
Behalve het tijdstip waarop de ziekte kan worden opgemerkt, kunnen ook de symptomen variëren in ernst en aard. Denk hierbij bijv. aan heupdysplasie: honden met eenzelfde aanleg kunnen door aanpassen van dieet en bewegingsregime uiteindelijk een heel verschillend beeld ontwikkelen.
Hoe komt u er achter of uw hond erfelijk belast is? Voorop staat natuurlijk de zorg voor het zieke dier waarvoor de hulp van een dierenarts ingeroepen kan worden.
Daarnaast is het ook belangrijk om centraal informatie te verzamelen van zoveel mogelijk (ras-)dieren m.b.t. het voorkomen van bepaalde ziekte(n) of onverwacht overlijden. Dit kan bijv. door de fokker en/of rasvereniging te laten weten welke verschijnselen werden gezien of beter nog: welke onderzoeken werden gedaan, wat de resultaten waren en, het meest ideale, een definitieve diagnose.
Zeker als dezelfde ziekte bij verwante dieren worden gemeld, kan het heel zinvol zijn de (nog) niet zieke dieren op vergelijkbare (maar mildere) afwijkingen te (laten) controleren. Het te adviseren onderzoek dient te worden afgestemd op (aard en ernst van) de afwijking.
Er zijn al vele voorbeelden van erfelijke aandoeningen waar bepaalde onderzoeken voor zijn aangewezen (denk aan het spiegelen van het oog als gezocht wordt naar afwijkingen van het netvlies, specifiek bloedonderzoek als het gaat om afwijkingen aan de lever of om röntgenfoto's van de volwassen hond als de kwaliteit van de heupen bekeken moet worden). Voor sommige aandoeningen zijn ook al DNA testen beschikbaar, bijv. voor de van Willebrandziekte (vWD); hierbij bestaat bij lijders een afwijking in de stolling en kunnen ernstige bloedingen optreden. Die honden zijn meestal gemakkelijk herkenbaar en dan zal er niet mee gefokt worden.
Er zijn echter ook dragers. Zij hebben wel het afwijkende gen bij zich, tonen niet de afwijking, maar kunnen het wel doorgeven aan een deel van de nakomelingen. Heel vervelend omdat je dan met zieke dieren van ogenschijnlijk gezonde ouders wordt geconfronteerd.
Hetzelfde probleem werd geregeld gezien bij uiteenlopende rassen en er bleken verschillende erfelijke oorzaken voor te zijn en nu zijn er ook rasspecifieke testen beschikbaar voor bijv. het Kooikerhondje en de Duitse Staande draadhaar. Hierdoor kunnen ook de symptoomloze dragers tijdig worden herkend en hoeven er geen zieke dieren meer geboren te worden.
De meeste erfelijke ziekten gaan niet vanzelf over, maar gelukkig bestaan er voor velen wel behandelingen die een heel acceptabel resultaat kunnen hebben.
Voorkomen is natuurlijk beter dan genezen en door niet met zieke dieren te fokken, kan het ontstaan van nieuwe patiënten zoveel mogelijk worden beperkt.
Alleen als er een brede basis is (voldoende dieren én medewerking van eigenaren) en een goede identificatie van lijders (en dragers), kan het fokbeleid optimaal worden aangepast.
Een DNA test is het meest ideaal, maar dat is niet eenvoudig te realiseren. De reden hiervoor is, dat we voor vele ziekten nog niet weten waar de fout in het DNA ligt. Deze kennis is nodig om een betrouwbare test te ontwikkelen. De meeste kans om een dergelijke fout te ontdekken wordt verkregen, als kan worden voldaan aan een aantal voorwaarden:
• centrale (en uniforme) registratie: dan valt ook sneller op als in bepaalde lijnen/families eenzelfde ziektebeeld optreedt;
• door zieke dieren in een stamboom weer te geven, kan ook de manier van vererven duidelijk worden;
• na een eerste inventarisatie is het verstandig om contact op te nemen met een deskundige op dat gebied alvorens een specifiek plan op te zetten.
Meestal zal daarvoor de deelname nodig zijn van zowel gezonde als zieke dieren uit een (nauw verwante) familiegroep.
is het verschijnsel dat elk dier, elk individu, de eigenschappen vertoont van de soort of het ras waartoe het behoort.
Erfelijkheidsleer (genetica) is de studie van de overerving van kenmerken van ouders naar nakomelingen. Deze leer berust voor een belangrijk deel op natuurwetten die door Johann Mendel zijn ontdekt. Deze Wetten van Mendel zijn ook vandaag voor de hondenfokkerij van directe betekenis.
Zie ook erfelijke ziekte.
ERG
(Electro RetinoGram):
lichtflitsonderzoek ter controle van de retinafunctie. Indien bijv. de lenzen totaal ondoorzichtig zijn door cataract, is controle van de netvliezen op de PRA niet meer op eenvoudige wijze mogelijk. Alleen een ERG geeft dan nog betrouwbare informatie over de toestand van de netvliezen.
Ook kan met een dergelijk, maar veel uitgebreider ERG-onderzoek PRA vroegtijdig worden vastgesteld.
Ergots:
Frans voor Hubertusklauwen.
Erosie:
oppervlakkige huid- of slijmvliesbeschadiging.
Erytheem / Erythema:
rode plek op de huid.
Erythrocyten,
Erytrocyten:
rode bloedlichaampjes, rode bloedcellen. Ze hebben een beperkte levensduur. Na circa 100 dagen in het bloed te hebben gecirculeerd, worden zij afgebroken. Deze afbraak vindt m.n. plaats in de milt, hoewel deze functie ook kan worden uitgevoerd door de lever. Rode bloedcellen worden aangemaakt in het rode beenmerg. De kleur danken de cellen aan het haemoglobine.
Rode bloedcellen zijn van vitaal belang. Ze zorgen namelijk voor het transport van zuurstof. Vanuit de longen gaat er, via het bloed, zuurstof naar alle organen, ook naar de spieren en de hersenen.
Als er te weinig rode bloedcellen zijn, komt er niet voldoende zuurstof op de plaats van bestemming. Het gevolg is, dat de hond zich moe voelt, bleek ziet (bleke slijmvliezen bijv.): hij heeft bloedarmoede (oftewel anemie) of een te laag Hb.
Hb staat voor hemoglobine. Dat is een intens rode kleurstof die in de rode bloedcellen zit en waaraan het bloed zijn kleur dankt. De zuurstofdeeltjes die via de longen in het bloed komen, plakken zich als het ware vast aan het hemoglobine. Als een trouwe boodschapper gaat het hemoglobine met die zuurstofdeeltjes op pad naar alle organen en spieren. Op de plaats van bestemming aangekomen, laat het hemoglobine de zuurstofdeeltjes weer los. Elke rode bloedcel met hemoglobine is in totaal meer dan 3 maanden onderweg in het lichaam van de hond. Daarna is zo'n cel 'op' en moet hij worden vervangen door een nieuwe cel.
Er bestaan twee meetmethoden voor de bepaling van het aandeel rode bloedcellen in het bloed: de Hb-bepaling of de hematocriet-bepaling.
Zie ook bloedonderzoek.
Erythropoëtine,
erytropoëtine (EPO):
is een in de nieren geproduceerd hormoon, dat de aanmaak van rode bloedcellen regelt in het beenmerg van de beenderen.
Zie ook nierinsufficiëntie.
zijn vetzuren, die niet door het lichaam kunnen worden aangemaakt en moeten worden opgenomen via de voeding.
gedragswetenschap; biologie van het gedrag. Elke hond vertoont gedrag. Dit gedrag bestaat uit bewegingen, houdingen, geluiden etc. Deze houdingen en bewegingen komen tot stand met behulp van o.a. de spieren en de klieren.
De ethologie is een betrekkelijk jonge wetenschap; daarvoor werd diergedrag meer op een vermenselijkte manier beschreven. Konrad Lorenz (1903-1989) en Nikolaas Tinbergen (1907-1988) legden in de jaren dertig de grondslag voor de ethologie als zelfstandige wetenschap.
of pus is een troebele, grauwgele tot groenachtige vloeistof, die bestaat uit ontstekingsvocht dat grote hoeveelheden dode witte bloedcellen bevat, alsmede bestanddelen van weefsel dat afgestorven is door infectie met micro-organismen. Uit de witte bloedcellen komen eiwitsplitsende enzymen vrij, die het dode weefsel in etter doen overgaan.
donker pigment, pigmentsoort die verantwoordelijk is voor bruin en zwart.
zachte dood, pijnloos laten inslapen. Euthanasie is het op een humane manier beëindigen van het leven van de hond, als dat leven ondraaglijk is geworden. Het woord "euthanasie" is afkomstig uit het Grieks en betekent letterlijk "gemakkelijke dood" (eu = gemakkelijk en thanatos = dood). Ik spreek liever van "zachte dood".
Voor de ongeneeslijk zieke hond met bijv. kanker die spoedig zal sterven, is euthanasie een zegen, een laatste daad van verzorging. De nadruk op 'kwaliteit van leven' verschuift nu naar 'kwaliteit van sterven'. Alleen dierenartsen mogen euthanasie op een legale manier uitvoeren.
De manier waarop euthanasie wordt verricht is eenvoudig. De hond sterft rustig en vredig na een injectie in een ader met een overdosis van een verdovingsmiddel. Dit verklaart de verzachtende naam 'in laten slapen', die meestal voor euthanasie wordt gebruikt. Door het gebruik van een verdovend middel gaat de hond letterlijk slapen en glijdt daarna weg in de dood.
Hoewel de procedure zelf eenvoudig is, zijn de beslissingen die voorafgaan aan euthanasie ingewikkeld, waarbij veel moeilijke vragen moeten worden beantwoord. Als de levenskwaliteit van de hond ernstig is aangetast en er geen mogelijkheden voor verandering meer bestaan, is de tijd gekomen voor de zegen van een zachte dood.
Eversio/inversio
van het derde ooglid:
knikvormige misvorming van het kraakbeentje in het derde ooglid, waardoor de rand naar buiten omklapt. De afwijking treedt veelal op bij dieren die 3-6 maanden oud zijn.
De behandeling bestaat uit een chirurgische verwijdering van alleen het geknikte deel van het kraakbeentje.
Eversio van het derde ooglid is niet hetzelfde als een cherry-eye.
leer van de stapsgewijze ontwikkeling van levende wezens van de ene soort uit de andere, m.n. theorie van Charles R. Darwin (1809-1882; zie Darwinisme) dat de tegenwoordig levende soorten niet afzonderlijk geschapen zijn, maar langs de weg der voortplanting, onder de invloed van de strijd om het bestaan en de natuurlijke teeltkeus, uit elkaar zijn voortgekomen.
bestanddeel van een geneesmiddel. Dit zijn chemische producten, die speciaal gemaakt worden om tot de gewenste farmaceutische vorm te komen.
Excitatie:
opwinding.
klieren met een afvoerbuis. We kunnen ze onderverdelen in 2 soorten:
a) klieren, die hun producten afgeven in het lichaam. Ze maken in het algemeen voor het lichaam nuttige stoffen. Bijv. lever, pancreas, speekselklieren, maag- en darmwandkliertjes en de synoviaalkliertjes in de gewrichtskapsels.
b) klieren, die hun product buiten het lichaam afgeven. In het algemeen verwijderen zij afvalproducten of zelfs schadelijke stoffen. Bijv. nieren, zweetklieren en de anaalzakkliertjes.
Er is echter ook een typisch voorbeeld van de afgifte van een zeer nuttige stof: de melkklieren maken melk aan als voedsel voor het jonge dier.
Zie ook endocriene klier.
Exocytose:
zie Golgi-apparaat.
Exofthalmus / Exophthalmus:
naar voren geplaatste (= "uitpuilende") oogbol.
Exogenetisch:
door milieu-oorzaak.
een evenement, waarbij de ingeschreven honden op hun onderlinge schoonheid worden beoordeeld. Zie ook klasse en kwalificatie.
gezichtsuitdrukking; zie
uitdrukking.
vloeistof die bij een ontsteking wordt afgescheiden, wondvocht.
Extensor:
trekspier.
de uiterlijke verschijningsvorm van de hond.
uitdoving. Het is een gedragstherapievorm: door het niet meer geven van de beloning vermindert het aangeleerde gedrag.
Gedragingen kunnen aangeleerd worden d.m.v. een bekrachtiger (beloning). Door het geven van een bekrachtiger neemt gedrag in frequentie toe. Op een gegeven moment kan het gedrag op een stabiel niveau blijven door af en toe de bekrachtiger te blijven geven. Door het niet meer geven van een bekrachtiger neemt het gedrag in frequentie weer af. De afname in frequentie van een aangeleerd gedrag wordt extinctie genoemd.
Bij het proces van extinctie moet u rekening houden met het feit, dat een individu dat gewend is om een bepaalde bekrachtiger te krijgen bij de uitvoering van een bepaald gedrag en deze niet meer krijgt, harder zal gaan proberen om deze bekrachtiger toch te bemachtigen. Hierdoor ontstaat er in eerste instantie een toename van het gedrag. Een hond die gewend is dat hij altijd wat krijgt als hij bedelgedrag vertoont, zal opdringeriger gedrag gaan vertonen als hij deze beloning voor het bedelgedrag niet meer krijgt. Indien de bekrachtiger toch achterwege blijft, zal de frequentie van het gedrag uiteindelijk afnemen.
In de beginperiode ontstaat er echter een toename van het gedrag en dit maakt het voor veel mensen moeilijk om de hond te blijven negeren en de beloning achterwege te laten.
Zie ook gedragstherapie.
Extra-:
buiten; i.t.t. intra.
het uittrekken (extraheren) van bijv. tanden of splinters, het meetrekken ter bespoediging van de geboorte.
Extrapiramidaal systeem:
a
ledemaat, poot van de hond. Extremiteiten zijn dus de ledematen.
Extrinsic factor:
zie vitamine B12.
Eye:
Engelse term niet alleen voor "oog", maar ook voor een eigenschap van de Border Collie: een starende blik waarmee ze de schapen fixeren.
De meeste border collies hebben in meer of mindere mate het zgn. 'eye'. Dit gebruikt de border collie om de schapen te laten doen wat hij wil. Hij houdt daarbij zijn kop laag bij de grond, de staart laag en 'sluipt' als het ware naar de schapen toe. Dit is de typische werkhouding van een border collie.
Vaak wordt deze houding verward met onderdanig gedrag. Vertoont de border dit naar andere honden, dan zullen zij dit gedrag als agressief ervaren.
In huis kunnen sommige border collies 'eye' gaan vertonen op alles wat beweegt. Zij gaan bijv. intensief naar speeltjes, een balletje of andere huisdieren staren. Maar denk eraan: u bepaalt wanneer en op wie/wat de hond mag fixeren.
Deze aangeboren eigenschap, evenals het karakteristieke sluipen, kan men al bij pups van 8 weken oud waarnemen, wanneer ze bezig zijn bijv. katten te 'eyen'.
© Copyright by Yvonne Soomers-Marell