Alfabetische lijst van Nederlandse en buitenlandse
kynologische & medische termen en uitdrukkingen
B
Baard:
overvloedige beharing aan de voor- en onderzijde van de onderkaak (bijv. Schotse Terriër).
is Y-vormig en bestaat uit twee lange hoornen (normaal niet dikker dan een potlood). Gedurende de hele dracht groeien de foetussen in de hoornen van de baarmoeder.
komt bij honden betrekkelijk vaak voor. Er zijn 2 vormen: een acute (metritis) en een chronische baarmoederontsteking (pyometra).
Een acute baarmoederontsteking wordt gekenmerkt door lusteloosheid, gebrek aan eetlust, dorst, hoge koorts (soms boven de 41° C). Verder zwelt de vulva op en is er een bruine of roodachtige uitscheiding. Soms moet de teef braken en heeft ze diarree. In dergelijke gevallen moet onmiddellijk de hulp van de dierenarts worden ingeroepen.
Een acute baarmoederontsteking kan ook na het werpen optreden als de hond ondeskundige verloskundige hulp is geboden, waarbij de vagina is ingescheurd en er niet hygiënisch genoeg is gewerkt, of als er delen van de nageboorte in de baarmoeder zijn achtergebleven.
Een chronische baarmoederontsteking treedt meestal ongeveer 2 maanden na de loopsheid op, ook als er geen dekking heeft plaatsgevonden. Een verlengde of onregelmatige loopsheid is dikwijls de eerste aanwijzing voor een chronische baarmoederontsteking.
Zie voor verdere info: pyometra.
Babesia:
parasiet, die Babesiosis veroorzaakt.
Babesiosis
(piroplasmosis), babesiose:
infectieziekte, die wordt overgebracht door teken, ook wel 'hondenmalaria' genoemd.
Zie voor uitgebreide info: Wetenswaardigheden.
een klasse op een clubmatch voor honden die de leeftijd van 3 maanden hebben bereikt en de leeftijd van 6 maanden nog niet hebben bereikt.
Tegenwoordig is deze klasse ook optioneel (niet verplicht open te stellen) bij een CACIB-show, CAC-show of een Kampioensclubmatch.
Honden die ingeschreven zijn in de babyklasse dingen niet mee voor beste hond van de clubmatch en kunnen geen CAC of CACIB krijgen.
Babylonisch-Assyrische
honden:
mozaïeken en reliëfs uit de Soemerische (3e en 2e millennium v.C), maar ook uit de Assyrische (1e millennium v.C) periode geven te zien, dat er in die tijd verscheidene typen honden in het Tweestromenland voorkwamen. Behalve een dogachtige waakhond van het type van de Karabash werd er ook een lichtere hond met een spitsere snuit afgebeeld, die vermoedelijk dienst deed als herdershond. Nog oudere scherven van kleitabletten (vermoedelijk uit omstreeks 6000 v.C) tonen windhonden, die bij de jacht op gazellen werden ingezet. Uit de tijd van Assoerbanipal (7e eeuw v.C) zijn er afbeeldingen bekend van doggen, maar ook van kortharige jachthonden met een bevederde staart, die werden gebruikt bij de jacht op antilopen.
Bach
Bloesem Remedies:
zie Bach Bloesem.
Bacil:
staafvormige bacterie.
ziekteverwekker, die zichzelf zeer snel kan vermenigvuldigen.
De hond wordt door veel bacteriën belaagd. Er bestaan vele stammen en het is ondoenlijk om ze hier allemaal te noemen, maar ik geef er enkele: Escherichia coli, Proteus, Pseudomonas, Staphylococcus, Salmonella, Clostridium, Brucella en Streptococcen.
Zie ook antibiotica.
Bacterieel
mengbeeld:
conclusie bij een infectie veroorzaakt door meerdere soorten bacteriën.
Bacteriële
overwoekering:
is een aandoening van de darmen, waarbij om verschillende redenen een bepaalde bacteriesoort zich begint te vermenigvuldigen en daardoor andere, goede bacteriën verdringt.
BAER-test,
B.A.E.R.-test, baertest:
is de Brainstem Auditory Evoked Response (hersenstam auditief opgewekte reactie)-test: testen van het gehoorzenuwstelsel. Middels dit doofheidsonderzoek kan al op een leeftijd van 6 weken worden vastgesteld of een hond doof is of niet. Om storing op de apparatuur door kauwspieren uit te sluiten krijgt de hond voor het onderzoek een klein roesje. Het onderzoek zelf is pijnloos.
Bij deze test worden 3 elektroden onderhuids aangebracht en wordt een oordopje geplaatst in de uitwendige gehoorgang t.b.v. de geluidsproductie. Op een beeldscherm kan vervolgens worden gezien of bij het produceren van geluid hersenactiviteit wordt waargenomen of niet en daarmee staat vast of de hond aan één kant of aan beide kanten doof is.
De BAER-test wordt door de Raad van Beheer en de FCI erkend. De resultaten van de test worden vastgelegd in een officieel onderzoeksrapport 'Cochleaire doofheid'.
Voor een aantal rassen zoals de Bull Terriër, Dalmatiër en de Australian Shepherd is de BAER-test zelfs verplicht.
Men kan voor deze test maar in 'n paar dierenklinieken terecht: bijv. bij Maarten Kappen in Eersel en Nico Dijkshoorn in Zeist.
Baganda:
middelgrote meutehond, die in Midden-Afrika voor de jacht op groot wild, tot olifanten aan toe, wordt gebruikt. De kortharige vacht is geel, bruin of zwart-wit van kleur.
Bakken:
sterk ontwikkelde, zichtbare wangspieren, die de belijning
van het hoofd storen. Bakken kan ook duiden op zwaar ontwikkelde jukbeenbogen.
grommen bij de voerbak, het verdedigen van de eigen bak met voer. De hond mag dit nooit doen t.o.v. de baas en zijn gezin (de roedel), het kan wel gebeuren t.o.v. lager geplaatste honden binnen het gezin.
In de roedel eet de hoogste in de hiërarchie het eerst. Als het goed is, is dat de baas en de andere gezinsleden. Daarna volgen de anderen al naar gelang hun positie in de hiërarchie. M.a.w. na de mensen eet de hoogst geplaatste hond het eerst en de laagst geplaatste hond eet het laatst.
U bent de hoogste in de hiërarchie. De hond komt op de laagste plaats. U moet dus ongestraft de voerbak van uw hond kunnen weghalen. Staat hij dit niet toe, dan heeft hij een ander idee van zijn plaats in de hiërarchie dan u hem heeft toebedacht en dient hij te worden gecorrigeerd. Baknijd van de hond t.o.v. de menselijke gezinsleden is een zeer ongewenst en kwalijk verschijnsel. Het werkt een ongewenste dominantie van de hond in de hand en zal hem, zeker bij de personen ten opzichte van wie hij baknijd vertoont, uiteindelijk onhandelbaar maken.
Balanitis:
penisontsteking, eikelontsteking.
Balanoposthitis,
balanopostitis:
Balzak:
zie scrotum.
Bamberger, het syndroom van Pierre Marie~:
de ziekte van Marie Bamberger oftewel hypertrofische osteopathie is een botziekte, waarbij woekeringen van bot optreden, waarbij deze botwoekeringen op het beenvlies zitten, dus aan de buitenkant van het bot, van de ledematen. Dit is een zeldzame aandoening die voornamelijk wordt gezien bij volwassen honden en vaak secundair is aan een tumor in de borstkast of soms aan een tumor in de buikholte. De gemiddelde leeftijd is ongeveer 7 jaar en deze aandoening wordt meer gezien bij grote hondenrassen. Zelden ziet men deze aandoening bij jonge honden (1 à 2 jaar). Meestal is deze dan geassocieerd met embryonale tumoren aan de blaas. Ruim 100 jaar geleden werd deze ziekte bij mensen ontdekt en was toen bekend onder de naam osteoperiostitis; deze was toen secundair aan een longtumor of aan tuberculose.
Het ontstaan van botwoekeringen op het beenvlies is nog niet volledig duidelijk. Mogelijk liggen hormonale factoren of een functiestoornis van de kleine bloedvaten aan de basis van een verminderde doorbloeding van het beenvlies. Hierdoor ontstaat plaatselijk zuurstoftekort van het beenvlies, welke resulteert in nieuwe beenvormingen en botafzettingen. De ziekte ontstaat t.g.v. een ruimte-innemend proces (tumor of abces) in de borst- of buikholte, soms liggen wormen of bacteriën aan de basis van het ontstaan van de uitgebreide ontstekingen welke de aandoening op gang brengen.
De ziekte wordt gekarakteriseerd door beiderzijdse symmetrische botwoekeringen, die beginnen bij de tenen en zich later uitbreiden via het beenvlies van de middelvoetsbeenderen naar de lange beenderen van de voor- en achterpoten (meestal zijn de voorpoten meer aangetast dan de achterpoten). De gewrichten zijn echter niet mee betrokken in het ziektebeeld.
De hond wordt meestal aangeboden met wat milde klachten van mank lopen, een ietwat ingehouden pas en een zichtbare zwelling van de ondervoeten die vaak hard en drukpijnlijk is. Soms is er wat weke delen zwelling aanwezig. Er is een duidelijk onderscheid met zwelling door stuwing: dat is pijnloos en zacht (u kunt er een deukje in drukken). Echter wordt het beeld vaak overheerst door het primair lijden, zoals longtumoren of tumoren in lever, blaas of op andere plekken in het lichaam, welke bijpassende klachten meebrengen.
De diagnose wordt gesteld op basis van het lichamelijk onderzoek, röntgenfoto van de borstkas/buik en de ledematen of op basis van een echografisch onderzoek van de borst/buikholte. Onder echoscopische begeleiding kan het proces worden gebiopteerd en het verzamelde weefsel kan worden onderzocht. Zo kan er worden vastgesteld of het gaat om een kwaadaardige proces of iets anders, dat mogelijk toch nog te behandelen zou zijn.
De behandeling kan bestaan - indien mogelijk - uit het wegnemen van de oorzaak: chirurgische verwijdering van de ziekteverwekkende processen of behandeling van een andere oorzaak, zoals een abces.
De prognose is sterk afhankelijk van het primair lijden. Soms kan een volledig herstel optreden, maar meestal is de prognose ongunstig en is de afwijking helaas een reden om de hond te laten inslapen.
Zie ook kanker bij honden.
Bananenstaart:
een gecoupeerde staart, die met een sterke boog omhoog en naar voren buigt (bijv. diverse terriërs).
Band,
bandsprong:
toestel, dat bij de behendigheid wordt gebruikt. Zie voor uitgebreidere info: Agility.
Banjara:
windhondachtige jachthond uit India; iets kleiner dan de Rampurhond.
Barb:
groter en zwartharig slag van de Kelpie. Kort, hard haar. Kraag. Staand, puntig oor. Schofthoogte ongeveer tegen 59 cm, gewicht circa 18 tot ruim 20 kg.
Barbouillard:
smousbaard; meestal door de Franse jagers gebruikt voor de Griffon.
Barf,
barfen:
staat voor Biologically Appropriate Raw Food ofwel Bones And Raw Food. Het Barf-principe is een manier van voeden die geïntroduceerd is door een Australische dierenarts welke er verschillende boeken aan gewijd heeft. Wereldwijd voeren mensen hun honden via deze methode en de resultaten zijn goed.
De B.A.R.F.-methode is de meest natuurgetrouwe manier van voeren. Het komt neer op het geven van rauwe botten, rauwe groenten, rauw vlees en andere rauwe ingrediënten zoals eieren, zuivel en gemalen noten.
Bij voorkeur 'zachte' botten oftewel botten die
geen gewicht dragen zoals ribben, wervels, nekken, koppen. Deze botten zijn
anders van samenstelling dan de botten van de poten en de vleugels van kippen,
eenden etc. die het gewicht van het betreffend dier moeten dragen en ze kunnen
helemaal opgegeten, verteerd en opgenomen worden.
Het vlees bij de botten hoeft niet persé afkomstig te zijn van hetzelfde dier.
Het is bijv. heel goed mogelijk om kale kalfsribben of uitgebeende kipkarkassen
te combineren met schapenvlees, geitenvlees of rundvlees.
Geef nooit rauw varkensvlees wegens het gevaar van de
ziekte van
Aujeszky (dodelijk)!
Wat wel belangrijk is, is dat je ongeveer net zoveel vlees geeft als botten.
Bij "Links" kunt u verschillende websites over dit onderwerp vinden.
is de energiewisseling bij volkomen rust, in nuchtere toestand, dus zonder voedsel of drank in de maag en bij een goede, warme lichaamstemperatuur in een warme omgeving, zodat de hond niet rilt.
Het basaalmetabolisme is van een aantal factoren afhankelijk, maar wordt vooral bepaald door het verlies van warmte door straling vanaf het lichaamsoppervlak. Naarmate het lichaamsoppervlak groter is, zal het warmteverlies toenemen en dus ook het basaalmetabolisme. Ook het lichaamsgewicht is van belang.
Brody heeft een berekening gemaakt, die de laatste jaren iets veranderd is in de volgende formule:
Q = 70,5 x W0,75, waarin Q het basaalmetabolisme in kcal per dag betekent en W het lichaamsgewicht van de hond in kilogrammen.
Maar een hond behoeft per dag natuurlijk meer energie dan nodig is voor het basaalmetabolisme (bas. metabolisme). Daarom is er het begrip onderhoudsmetabolisme.
De behoefte aan energie van een hond is bijv.
a) in de normale situatie 1,5 (-max. 2) x bas. metabolisme
b) in de zoogperiode (direct na de geboorte) 4 x bas. metabolisme
c) bij voortdurende arbeidsprestatie 6-8 x bas. metabolisme.
ontstaat bij een te sterke werking van de schildklier: versnelde hartslag, verhoogde lichaamstemperatuur, onrustig, uitpuilende ogen en mager.
Bij de mens ligt hieraan meestal een ontregeling van de hypofyse aan ten grondslag (tumor van de hypofyse), bij dieren is meestal de schildklier zelf de oorzaak (tumor van de schildklier).
Ook wel de ziekte van Graves (Graves' Disease) of Morbus Basedow genoemd.
pH is hoger dan 7: zie pH-waarde.
basofiele cellen: een vorm van granulocyten. Zie ook bloedonderzoek.
Bas-Rouge:
is de Beauceron; in Midden-Frankrijk bij herder en boer beter bekend als Bas-Rouge ('Roodkous').
Basset:
laagbenige brak (uit Frankrijk).
is een hond van onzuiver ras, d.w.z. voortgekomen uit de kruising van 2 rasloze ouderdieren, 2 verschillende rassen of tussen een rashond en een bastaard.
Vaak leidt een dergelijke kruising tot een toename van de grootte en de vitaliteit, maar als gevolg van de wetten van de genetica worden deze eigenschappen niet zuiver en voorspelbaar doorgegeven aan het nageslacht.
Men dient onderscheid te maken tussen de geheel rasloze hond en de kruisingsbastaard.
Zie ook vuilnisbakkenras en bâtard.
kruising van twee Franse Brakkenrassen, waaruit een nieuw ras ontstaat. De naam bestaat uit een samenvoeging van de gebruikte rassen. Het bekendste voorbeeld is de Artésien Normand, ontstaan uit een kruising van de hond van Artois en de Normandische Brak.
Bat ear:
Engels voor vleermuisoor.
Bauhin,
Kleppen van ~:
is een klepsysteem; via dit klepsysteem komt het voedsel de dikke darm binnen, juist op de scheidslijn tussen het caecum en het colon. De kleppen moeten het terugstromen van de voedselbrij verhinderen.
B.C.C.
(BCC):
zie CC.
B-cel,
B-lymfocyt:
lymfocyt, die antilichamen produceert; kan ziektekiemen labelen m.b.v. globulines.
Bij vogels zijn deze cellen afkomstig van een bepaald orgaan, de bursa van Fabricius, vandaar de naam B-cel.
Beademing:
Beagle Pain Syndrome,
B.P.S., BPS:
is een niet al te vaak voorkomende aandoening bij
de Beagle en wordt gekenmerkt door voornamelijk nekpijn,
trillen,
staan met gebogen rug,
koorts, gebrek aan eetlust, stijve nek, spierkrampen, zich erg ziek
voelen en weerstand om te gaan bewegen. Andere symptomen, die ook snel kunnen
opkomen, zijn pijn bij het blaffen en moeite om de bek wijd te openen. Soms zien
we ook uitvalsverschijnselen aan de voor- en achterpoten. Het wordt al op jonge
leeftijd bij
puppies van 4-10 maanden oud. Maar ook op oudere leeftijd komt het
voor. Het komt evenveel voor bij zowel
reuen als
teven.
Indien de aandoening onbehandeld blijft, kan een pijnaanval binnen een paar dagen verdwijnen, maar zal dan later binnen een paar weken tot maanden terugkeren. Hetzelfde type ziektebeeld zien we ook bij de Boxer en de Berner Sennenhond.
De oorzaak van dit voor de hond erg pijnlijke syndroom is een steriele (niet infectieuze) ontsteking en irritatie van de kleine bloedvaten van het ruggenmerg in de hals, borstvlies en het hart. BPS wordt dan ook wel Necrotiserende Vasculitis genoemd (zie 'necrotiserend' en 'vasculitis'; Necrotizing Vasculitis). Men vermoedt dat een storing in het immuunsysteem van de hond de oorzaak is en dat er mogelijk ook een erfelijke factor een rol speelt.
De diagnose wordt gesteld door het uitsluiten van andere ziekten die hier sterk op lijken, zoals een bacteriële hersenvliesontsteking, ontsteking van de wervels, hernia in de hals en tumor in het ruggenmerg. Hiervoor worden röntgenfoto's gemaakt, een onderzoek van het ruggenmerg d.m.v. een punctie en een uitgebreid bloedonderzoek. Voor een punctie van het ruggenmerg wordt het achterhoofd gedeeltelijk kaalgeschoren, na ontsmetting van de huid wordt de vloeistof dan aangeprikt met een steriele naald. Meestal is sedatie of narcose nodig. In de vloeistof van het ruggenmerg worden bij BPS ontstekingscellen gevonden en een hoog eiwitgehalte. Er worden geen bacteriën gekweekt.
In het bloed zien we bij BPS veel witte bloedcellen, bloedarmoede, laag albumine en toename van bepaalde andere eiwitten (alpha2 macroglobuline).
De beste behandeling bestaat uit het geven van corticosteroïden zoals prednison in een hoge dosering van 1-4 mg/kg/dag bij acute gevallen voor korter gebruik en in een lagere dosering voor langer gebruik (1mg/kg per 48 uur gedurende 2-6 maanden).
Bij erg pijnlijke acute gevallen is het raadzaam de hond in de dierenkliniek te laten opnemen voor meestal 48 uur. Bij onvoldoende reactie op prednison kan soms effect bereikt worden met cyclofosfamide of azathioprine. Dit zijn immuunsuppressieve medicijnen, die de ontstekingsreactie tegengaan. Het geven van antibiotica is bij deze aandoening niet nodig, omdat er geen sprake is van een bacteriële infectie. Toch wordt het in eerste instantie vaak wel voorgeschreven, omdat in het begin vaak niet zeker is of er wel of geen bacterie in het spel is.
Nadelen van de prednisontherapie zijn het vele drinken, vraatzucht (met als gevolg vaak overgewicht) en veel plassen. Er dient door de dierenarts gestreefd te worden naar de meest effectieve dosering met de minste bijwerkingen. Ook uw hond rust geven is erg belangrijk, omdat bewegen erg pijnlijk is. Voor een hond die samenleeft met andere honden of kinderen, is het vaak prettig om in huis een aparte ruimte te creëren om rustig te kunnen uitzieken.
De prognose na behandeling met prednison voor tenminste 4 maanden of tot dat de hond 1,5 jaar oud is, is de kans op terugkeer van de symptomen erg klein, maar niet onmogelijk. Sommige honden kunnen toch weer met pijnaanvallen te maken krijgen; deze worden wel minder erg naarmate de hond ouder wordt. Deze aandoening verdwijnt ook vaak spontaan bij het bereiken van 1,5 à 2-jarige leeftijd. De prognose is dus in het algemeen goed te noemen na een langdurige behandeling. Fokken wordt vanwege een mogelijke erfelijke overdracht ten zeerste afgeraden.
Beagling:
het meelopen achter een Beagle pack dat aan het werk is. Men dient aangepaste kleding en schoeisel te dragen en zich aan algemene regels te houden. Deze vorm van genieten van werkende honden is in Groot-Brittannië, Ierland en de Verenigde Staten bijzonder populair.
In Nederland is Beagling nu ook mogelijk. De Organisatie Wedstrijdwezen Jachthonden heeft hiervoor de wedstrijdreglementen aangepast.
Bear-baiting:
in vroeger tijden liet men honden vechten met beren, apen, dassen etc. Het op de beer bijten, waarbij de beer met een ketting werd vastgelegd, gold als een belangrijk vermaak.
Beefy:
een te vette, zware en vlezige
croupe, een te zware ontwikkeling van de
achterhand.
Beet:
manier, waarop snijtanden in onder- en bovenkaak t.o.v. elkaar staan.
het vertragen of verhinderen van bijtreacties.
Mens
Het is toegestaan om uw huisdier zelf te begraven in uw eigen tuin, mits het uw eigendom is, m.a.w. in de tuin van een huurhuis mag het niet. Zo geeft u uw dier een vast plekje bij u in de buurt. Let wel: dit geldt alleen voor huisdieren zoals honden, katten en knaagdieren.
Aan de afmetingen of plek van het graf worden verder geen eisen gesteld, dus het staat u vrij om voor uw hond een mooie plek te kiezen. Wel moet het grafje minstens 1 meter diep liggen. Doe er geen plastic zak om.
Er bestaan ook aparte dierenbegraafplaatsen waar uw hond zijn laatste rustplaats kan krijgen. Ook kunt u uw hond laten cremeren in een dierencrematorium.
Vergeet een hond trouwens niet af te melden bij de hondenbelasting. Het klinkt misschien een beetje raar, maar het voorkomt vreemde situaties op een later moment.
oren plus beharing van de oren; vooral gebruikt bij
jachthonden.
Beharing:
synoniem voor vacht.
tak van hondensport, waarbij een parcours met hindernissen moet worden afgelegd.
De Engelse benaming luidt Agility,
nu ook algemeen gebruikt in Nederland
Alle klassen zijn onderverdeeld in a) Large-klasse voor honden vanaf 43 cm., b) Medium-klasse voor honden vanaf 35 cm. tot 43 cm. en c) Small-klasse voor honden minder dan 35 cm. schofthoogte.
Zie voor uitgebreidere info: Agility.
Bek
aflikken:
doen honden, wanneer zij meer dan normale speekselproductie
krijgen. Dit kan gebeuren als er voer in zicht is, maar ook wanneer dit niet het
geval is. Dan is het vaak een
indicatie voor
stress en een intern conflict.
of hard in de mond is een slechte eigenschap en gaat vaak samen met onrust op schot.
De hond heeft de neiging de dummy te beschadigen door hard te bijten.
zacht aanpakken van levend of dood wild zonder dit te beschadigen.
Bekercel:
bekervormige, slijmvormende cel in de bijschildklier.
Bekkenkanteling:
zie TPO.
beloning, zowel een positieve als een negatieve vorm.
Een positieve bekrachtiging is het geven van een aangename prikkel, bijv. een brokje, een aai of een speeltje.
Een negatieve bekrachtiging is het achterwege laten van een verwachte onaangename prikkel of het wegnemen van een aanwezige onaangename prikkel, bijv. het niet geven van een verwachte straf of het stoppen met naderen, zodra de hond dreiggedrag vertoont.
Zie ook gedrag
en
gedragstherapie.
Beladen
schouders:
te zwaar bespierde schouders, waarbij de
belijning
vaak is
gestoord.
het silhouet van de hond.
Engels voor wit met vlekjes (mouchepatroon) over het gehele lichaam, speciaal voor de Engelse Setter.
Wit met zwarte vlekjes: 'blue belton', wit met oranje vlekjes: 'orange belton', wit met (citroen)gele vlekjes: 'lemon belton', wit met (donker)bruine vlekjes: 'liver belton'.
Blue belton and tan: wit met zwart en bruine vlekjes (bruin op dezelfde
plaatsen als bij de Gordon). Liver belton and tan:
Benauwdheid:
zie dyspnoe.
Bench:
Engels voor bank, waarop de hond tijdens de tentoonstelling ligt; (tentoonstellings)hok, kamerkennel, draadkooi, hondenbox, hondenkooi.
Zie ook
bench training.
Benching:
Engels voor huisvesting op een tentoonstelling.
goedaardig, ongevaarlijk; i.t.t. maligne.
Berghonden:
rassen, die voor bewaking en bescherming van kuddes in bergachtige gebieden worden ingezet.
Berichthond:
honden die getraind worden om berichten over te brengen, vooral in oorlogstijd.
Beroerte:
zie herseninfarct.
Beschutter:
hond, die in ons land werd gebruikt bij de jacht met
brakken of
windhonden en die, als het wild was gegrepen, belette, dat de jagende honden
het verscheurden en het gaaf aan de jager bracht.
zie wetenswaardigheden.
Bèta-caroteen,
bètacaroteen,
β-caroteen:
zie caroteen en vitamine A.
de lange haren aan de oren, achterzijde van de benen en de staart, vaak vooral van de achterbenen gezegd (bijv. Setters).
Bever:
speciale wildkleur bij de Dwergkees.
het samensmelten van ei- en zaadcel, waaruit de kiemcel (zygote) ontstaat. Zie dekking.
1) het lopen van de hond, zowel in stap, draf als galop (de 3 basisgangen). Deze 3 gangen hebben alle weer verschillende tussenvormen en stijlen, die met bouw en oorspronkelijke functie te maken hebben: zie telgang, amble en canter.
Het gangwerk van de hond is de basis van zijn prestaties. De wijze van voortbewegen hangt nauw samen met de bouw van de hond.
2) beweging (afstappen) is voor de hond even noodzakelijk als voedsel. Dit lopen doet hij het liefst buiten in de frisse lucht.
is een aandoening, waarbij de hond buiten bewustzijn is. Hij kan tijdelijk worden bijgebracht (i.t.t. coma), waarna hij vaak weer bewusteloos wordt.
pup in de babyklasse of puppyklasse, die de kwalificatie 'Belovend' waard is.
In het Engels heet dit "Promising" (P) en in het Duits "Versprechend" (Vsp).
Bi-:
bestaand uit twee delen; tweevoudig.
Bibarhunt:
jacht op bevers door honden die in de holen kruipen. Meestal gebruikte men hiervoor kortbenige Brakken.
Bicarbonaat (HCO3-):
zie electrolyten, plasma, wetenswaardigheden en bloedonderzoek.
Biest:
zie colostrum.
Best in group; Engels voor beste hond van de betreffende rasgroep. De FCI hanteert een indeling in 10 rasgroepen (zie Rashonden).
Bijensteek:
zie wetenswaardigheden.
is een orgaan, een endocriene klier, dat aan de nieren bevestigd is (voorzijde) en adrenaline produceert. De hond heeft 2 bijnieren. Ze kunnen worden opgedeeld in een schors en een merg-gedeelte.
binnenste deel van de bijnier; produceert adrenaline.
buitenste deel van de bijnier. De bijnierschors levert een aantal verschillende hormonen, die allemaal wel iets gemeenschappelijks hebben: hun chemische structuur. Deze kenmerkende structuur kennen we onder de naam steroïden. De hormonen van de bijnierschors noemen we in het algemeen corticosteroïden of kortweg corticoïden.
We onderscheiden een drietal groepen van bijnierschorshormonen:
1) de mineralocorticoïden. Deze hormonen regelen de minerale evenwichten in het lichaam, zoals het aldosteron, dat werkzaam is in de nieren. Indirect regelen deze hormonen dus ook enigszins de waterhuishouding.
2) de glucocorticoïden. Deze hormonen werken glucose besparend en zorgen voor de verbranding van vetten en aminozuren.
3) de geslachtshormonen. In de bijnierschors wordt (onafhankelijk van het geslacht) een kleine hoeveelheid van elk der geslachtshormonen aangemaakt, zowel de vrouwelijke geslachtshormonen (oestrogeen en progesteron) als de mannelijke geslachtshormonen (testosteron en androsteron).
Een secundair kenmerk van vooral de mineralocorticoïden is de remming van te sterke afweerreacties van het lichaam. Zij verhinderen bijv. het ontstaan van te hoge lichaamstemperaturen bij koorts. Daarnaast onderdrukken zij algemene ontstekingsreacties, waaronder ook pijn en jeuk mogen worden gevat. Bij honden worden corticosteroïden toegepast als therapie bij de bestrijding van jeuk en bij overgevoeligheid voor vlooien.
is een hormoonklier en zorgt voor de handhaving van het calciumgehalte in het bloed en reguleert tevens de fosfaatstofwisseling. Ze liggen gedeeltelijk achter en boven de schildklieren. Ze zijn dus van belang voor de botstofwisseling.
Zodra de bijschildklieren 'meten', dat de calciumspiegel in het bloed daalt, beginnen zij het bijschildklierhormoon (parathormoon) te produceren. Dit hormoon zorgt voor de mobilisatie van calcium uit de lichaamsvoorraden naar het bloed, het ontrekt calcium (en fosfaat) aan het skelet. De bijschildklieren merken dankzij hun constante metingen in de bloedbaan, dat het calciumgehalte weer toeneemt en staken dan de productie van het bijschildklierhormoon.
wilt u de jongen bijvoeren tijdens de zoogtijd of in geval van nood als de moedermelk tekortschiet, dan kunt u kunstmelk als volgt maken: gedroogde ondermelkpoeder verdunnen met water en wel op iedere liter lauwwarm water 300 gr. melkpoeder en per liter vloeistof 150 gr. ongezouten roomboter of 10 lepels room toevoegen. Het toevoegen van 3 geklopte eieren geeft nog betere resultaten. Suiker kan weggelaten worden, omdat de gedroogde ondermelk zeer rijk is aan melksuiker. Na een week kunt u geleidelijk aan dit mengsel de verschillende minerale zouten en vitaminen toevoegen.
Een andere bereiding is: aan 500 gr. verse koemelk 400 gr. kippeneieren, 100 gr. room, 16 gr. melksuiker, 2 gr. zout en 2 gr. melkzure kalk toevoegen.
Een 3e mogelijkheid is: 600 gr. koemelk, 10 eieren (= ongeveer 600 gr.) en 20 gr. zeer fijn beendermeel.
Eenvoudiger is het een van de goede handelspreparaten kunstmelk te gebruiken.
Pups van 3 weken verdragen al heel goed fijngemalen rundvlees, wanneer ze van de moeder onvoldoende krijgen. Na het spenen krijgen de puppy's al gemalen spiervlees met kalk/mineralenmengsel en brood en pap. Puppybrok zonder vleesbijmengsels kan ook gegeven worden. In de tandwisselperiode (3-6 maanden) moet u vooral hard droog voer en een bot om op te knagen geven. Botten die splinteren mag u niet geven (zie wetenswaardigheden).
Gedurende de hele ontwikkeling blijft het noodzakelijk een kalkpreparaat met vitaminen te verstrekken om een normale, krachtige groei van het geraamte mogelijk te maken. Dit soort preparaten mag nooit toegevoegd worden aan complete puppy- of juniorenvoer!
Wanneer de moederhond voldoende melk heeft, begint u met bijvoeding als de pups 4 weken oud zijn. De eerste bijvoeding bestaat uit een knikkertje gemalen of geschraapt rundvlees per dag. Wordt dit goed verdragen, dan kan de hoeveelheid opgevoerd worden. Na ongeveer een week kan het vlees vermengd worden met brood en een mespuntje van een vitaminen/mineralenpreparaat. Melk en pap (Brinta, Bambix) komen ook in aanmerking. Bij grote nesten begint u een week eerder met bijvoeren. Zo neemt u geleidelijk aan de voeding geheel van de moederhond over.
Zijn de pups 8 weken oud, dan voert u 5 x per dag. Het aantal maaltijden dient geleidelijk te verminderen (zie wetenswaardigheden).
Wordt een hond te dik, dan de hoeveelheid verminderen. Maar al te dikwijls wordt dan het brood weggelaten en voert men uitsluitend vlees en groenten, aangevuld met een kalk/mineralenmengsel.
Bilateraal:
tweezijdig, aan twee kanten.
is een roodbruine galkleurstof. Het is een maat voor de afbraak van rode bloedcellen en leverproblemen. Bilirubine is vooral een afbraakproduct van bloedcellen, die uiteindelijk via de lever en de darm als gal wordt uitgescheiden. Vaak zien we al een verhoogd bilirubinegehalte aan de buitenkant door geelzucht. Bilirubine zegt niets over de aard van een leverprobleem.
Lage waarden: geen betekenis.
Hoge waarden: a) verhoogde afbraak van rode bloedcellen; b) leverproblemen.
Zie ook bloedonderzoek en urineonderzoek.
slijmvlies aan de binnenkant van de oogleden en over de oogbol. Zie ook bindvliesontsteking.
Bindvliesontsteking (conjunctivitis):
is een ontsteking van het membraan op de binnenkant van het ooglid en op de oogbal, of het derde ooglid. Dit is de belangrijkste oorzaak van rode ogen, en kan zich zowel aan één als aan twee ogen voordoen. De klacht kan acuut zijn of chronisch. Zelfs relatief milde gevallen van bindvliesontsteking kunnen ertoe leiden, dat de hond zijn oog beschadigt door bij irritatie te krabben.
De symptomen zijn: rode ogen, vaak knipperen, dikke afscheiding uit een of beide ooghoeken, tranen, halfgesloten ogen, voortdurend rond de ogen krabben of de snuit tegen harde voorwerpen of over de grond wrijven.
De oorzaken kunnen zijn: allergieën, infecties (bacterieel, viraal of schimmel), lichamelijk letsel (bijv. door doornen, graszaden of andere niet-lichaamseigen voorwerpen in het oog), onvoldoende traanproductie of ingegroeide wimpers.
Pekinezen en Cavalier King Charles Spaniels, die grote, uitpuilende ogen hebben, zijn erg vatbaar voor letsel aan het oog.
Als u denkt dat er iets in het oog zit, probeer dat er dan niet uit te halen m.b.v. uw vinger of een wattenstaafje, want dan kunt u het oog nog erger beschadigen. Giet heel voorzichtig ongeveer een liter 'warm' water over het oog of de ogen. Neem een watje, drenk dit in warm water, veeg rond het oog, maar niet er ín, en haal zo de eventuele rommel weg. En ga naar de dierenarts, die afhankelijk van de oorzaak antibiotica in de vorm van oogzalf of -druppels voorschrijft en/of ontstekingsremmende middelen, die u plaatselijk (in het oog) of oraal moet toedienen.
Zie ook wetenswaardigheden.
weefsel dat andere weefsels en organen verbindt en steunt.
Zie ook huid.
Bio-:
het leven betreffend, levens-.
Biologie:
wetenschap van de levende materie.
is een maat voor het gehalte en de onderlinge verhouding van de essentiële aminozuren. Is de BW van een eiwit bijvoorbeeld nul, dan zal in dat eiwit minstens 1 essentieel aminozuur ontbreken. Voor de hond is dit eiwit dan waardeloos als bouwstof, omdat hij wegens het ontbreken van juist dat ene aminozuur geen eigen lichaamseiwitten kan opbouwen. Hij kan het wel nog benutten voor de energiewinning.
De biologische waarde van een eiwit of eiwitmengsel moet minstens 60 bedragen. Veel eiwitten hebben een hogere BW, bijv. kippenei (96), rundvlees (76), varkensvlees (78), vis (ruim 80), verhitte sojabonen (75) en aardappelen (71). Sommige producten hebben een lagere BW, bijv. erwten (48) en bonen (38), maar indien men deze grondstoffen met granen mengt (complementeert), verkrijgt het erwten-bonen-graanmengsel een BW, die ruim de minimumnorm overschrijdt.
verwijdering van een stukje weefsel uit een levend organisme voor onderzoek.
weefsel, dat voor medisch onderzoek bij een biopsie verwijderd wordt.
Biotine:
Biotoop:
natuurlijke leefomgeving van een dier.
Best in show; Engels voor beste hond van de tentoonstelling (show). De FCI hanteert een indeling in 10 rasgroepen (zie Rashonden).
Biseksueel: