Menu-knop.

 

Alfabetische lijst van Nederlandse en buitenlandse 

kynologische & medische termen en uitdrukkingen

 

U

 

U.C.S.H., UCSH:

Union Royale Cynologique Saint Hubert (Belgische tegenhanger van de Raad van Beheer).            

U-hond:

a) hond, die de kwalificatie 'uitmuntend' waard is. Dit dient te worden geïnterpreteerd als rapportcijfer 8 tot 9.

In het Engels en Frans heet dit "Excellent" (Exc.) en in het Duits "Vorzüglich" (V);

b) een "U" behaalt men bij een agilitywedstrijd door de gestelde SPT met minder dan 6 seconden te overschrijden of door binnen de SPT niet meer dan één fout c.q. weigering te behalen en minder dan 1 seconde tijdsoverschrijding te hebben.

Uitdraaien:

wanneer de ellebogen niet tegen de borstkas liggen, maar naar buiten wijken. Meestal een gevolg van losse schouders.

Uitdroging:

verlies van het natuurlijke vloeistofniveau in de lichaamsweefsels.

Zie wetenswaardigheden en waterbehoefte.

Uitdrukking:

de indruk, die vooral het hoofd wekt, komt tot stand door de harmonie van schedel en voorsnuit, de mate van stop, stand en kleur van de ogen, stand van de oren en de beharing rondom het hoofd.

Zie ook expressie en scowl.           

Uitlaatplaats:

ruimte waar de honden hun behoefte kunnen doen. Sommige gemeenten hebben hondenuitlaatplaatsen aangelegd: daar mag de hond vrij rennen en zijn behoefte doen.

Uitscheidingsstelsel:

nieren zijn belangrijke organen die het bloed filteren en de daarin opgeloste afvalstoffen en een overschot aan water verwijderen via de urine. Ook de lever en de zweetklieren kunnen opgeloste afvalstoffen (bijv. zout) uit het bloed en het lichaam verwijderen. De nieren zijn 2 boonvormige organen, die bestaan uit een groot aantal microscopisch kleine vaatkluwens waarin de bloedvloeistof wordt gefilterd. Het filtraat wordt vervolgens verzameld in het nierbekken. Vanuit het nierbekken stroomt de urine via de ureters naar de blaas, die op gezette tijden kan worden geleegd. Een overmaat aan bepaalde stoffen in de urine kan in de urinewegen kristallen vormen, die nier- of blaassteentjes kunnen vormen. In de urine komen blijkbaar ook een aantal hondspecifieke geurtjes voor die door de hond worden gebruikt als markering.

Zie voor meer info: nieren.

Uitslag:

zie eczeem.

Uitteelt:

of uitkruisen: zie outcross.

Uit vacht, uit haar:

de hond verhaart, zit slecht in zijn vacht.

Uitvloeiing:

vaginale uitscheiding, bijv. tijdens de loopsheid.

Ulceratie:

verzwering.

Ulcereren:

zweren, etteren.

Ulcereus:

met zweervorming gepaard gaand.

Ulcus corneae:

zweer (=ulcus, meerv. ulcera) aan het hoornvlies.

Ulna:

ellepijp. Zie skelet.

Umbilicalis:

tot de navel (=umbilicus) behorend.

Undercoat:

Engelse term voor ondervacht. Zie ook vacht.

Undershot:

            Engelse term voor ondervoorbijten.

Union Cynologique Saint-Hubert:

Koninklijke Maatschappij St. Hubertus. Belgische landelijke overkoepelende organisatie op het gebied van de kynologie, gezeteld in Brussel. Zie U.C.S.H.

Universiteitskliniek voor Gezelschapsdieren (U.K.G.):

de UKG vertoont veel overeenkomst met een ziekenhuis voor mensen. Zo is er een volledig uitgeruste polikliniek met 15 aparte behandelkamers voor een groot aantal specialismen en zijn er 6 operatie-eenheden. Daarnaast zijn er verpleegafdelingen en laboratoria. Er staat een team voor u en uw dier klaar bestaande uit specialisten, specialisten in opleiding en ondersteunend personeel. 

De patiënten worden door dierenartsen uit Nederland en ook uit de omringende landen doorverwezen voor specialistisch onderzoek en behandeling. Voor honden en katten heeft u altijd een verwijsbrief nodig, behalve als het problemen betreft op het gebied van de verloskunde, ziekten van het vrouwelijk geslachtsapparaat en/of de voortplanting.

Omdat de UKG deel uitmaakt van de Universiteit Utrecht, vindt er - net als in elk ander universiteitsziekenhuis - onderwijs en onderzoek plaats. De dieren worden eerst onderzocht door co-assistenten (dit zijn studenten in het laatste jaar van hun studie Diergeneeskunde). Daarna onderzoekt en/of behandelt de specialist zelf de patiënt. Soms vraagt men u mee te werken aan een wetenschappelijk onderzoek.

Klik hier voor de link naar de website van de UKG.

Unsoundness:

Engelse term voor geringe bruikbaarheid van de hond. Zie ook sound.

Uraat:

zout van urinezuur.

Uraatsteen:

blaassteen, die uit uraten bestaat.

Uremie:

bloedvergiftiging door onvoldoende werking van de nieren; ophoping van afval (ureum) in het bloed t.g.v. nierfalen.

Ureter:

kanaal, waardoor de urine van het nierbekken naar de blaas vloeit; urineleider.

Zie uitscheidingsstelsel.

Urethra:

kanaal, waardoor de urine uit de blaas naar buiten wordt gevoerd, m.a.w. de urinebuis.  

Bij mannelijke dieren wordt de urethra in de prostaat samengevoegd met de zaadleiders. De urethra heeft zijn uitmonding in de penis

Bij vrouwelijke dieren mondt de urethra binnen de vulvalippen uit in de vagina.           

Ureum:

bestanddeel van urine, eindproduct van de eiwitstofwisseling. Ureum is een maat voor de nierfunctie.

Ureum wordt in de lever gevormd uit ammoniak, dat voor het grootste deel afkomstig is uit de afbraak van eiwitten. Het wordt voor het grootste deel uitgescheiden via de nieren. De bepaling van ureum zegt dus iets over de ureumproductie in de lever en over de uitscheidingscapaciteit van de nieren. Om invloed van voedseleiwitten uit te sluiten, is het beter om de patiënt 12 uur te laten vasten vóór bloedafname.

Lage waarden: a) verminderde leverfunctie; b) minder eiwitopname via het voedsel; c) minder afbraak van lichaamseiwit (anabole steroïden); d) verhoogde urineproductie.

Hoge waarden: a) verminderde nierfunctie door acuut of chronisch nierlijden; b) verhoogde afbraak van eiwitten: hoge eiwitopname via de voeding, koorts met verval van weefsel en dus eiwitafbraak, verhoogde stofwisseling bij bijvoorbeeld een te snel werkende schildklier of gebruik van prednison; c) verminderde nierdoorbloeding: uitdroging, bloedverlies, shock, lage bloeddruk door verminderde hartfunctie; d) ziekte van Addison.

Zie ook BUN en bloedonderzoek.

Urine:

de gemiddelde hoeveelheid urine door gezonde honden geloosd bedraagt per 24 uur voor kleine honden 0,04-0,25 liter=40-250 gram, voor grote honden 1-1,5 liter=1000-1500 gram. 

De kleur moet strogeel zijn, helder en doorzichtig, en de urine moet dun vloeibaar zijn. De reuk is bouillonachtig en het soortelijk gewicht gemiddeld 1.035. De reactie t.o.v. lakmoes is zuur. Basische urine (zie PH-waarde) duidt op blaasontsteking

Zie ook nieren, anurie, dysurie, oligurie, polyurie, uremie, urineonderzoek en uitscheidingsstelsel.

Urine-incontinentie:

zie incontinentie.

Urineverlies:

zie incontinentie.

Urinezuurkristallen (ureaten):

komen voor in de urineafvoerwegen bij Dalmatische Honden.

Kristalvorming in de urineafvoerwegen, die kan leiden tot nier- en/of blaasstenen of -gruis komt vrij algemeen bij honden voor, maar de urinezuurkristallen zijn uniek voor de Dalmatische Hond. 

De aandoening ontstaat, doordat een gen dat een bijdrage levert aan de afbraak van het urinezuur defect is. Het betreft een recessief gen, d.w.z. dat alleen dieren die dit defecte gen van de beide ouders hebben gekregen aan deze stoornis lijden. Dat houdt in, dat niet alleen de lijders, maar ook de ouders, broers en zusjes voor de fokkerij uitgesloten moeten worden, om deze stoornis te bestrijden.

Urogenitaal:

betrekking hebbend op de urine- en geslachtsorganen.

Urolithiasis:

stenen (=urolithen) in de urinewegen (meestal in de blaas, maar niet altijd). In ernstige gevallen kan de urinestroom van de reu hierbij totaal geblokkeerd raken, wat tot acute nieruitval kan leiden.

Symptomen zijn o.a. vaker dan normaal moeten plassen, kleine beetjes plassen, bloed in de urine, ernstige pijn bij het plassen, incontinentie of hevig moeten persen bij het plassen. 

In de meeste gevallen is de oorzaak een urineweginfectie. 

Urolithiasis wordt vaak operatief verholpen, waarbij de verstopping wordt verwijderd of een andere opening wordt gemaakt, waarlangs de urine kan worden geloosd.

Zie ook struviet, cystitis en urinezuurkristallen bij Dalmatiërs.

Uterus:

            baarmoeder.

Uterusatonie:

het kan voorkomen dat na de bevalling de baarmoeder (uterus) van het teefje onvoldoende samentrekt. De baarmoeder ligt dan als het ware als een slappe, verwijde zak in de buik en er is grote kans op achterblijven van de nageboorten (zie placenta). In de meeste gevallen zal de bevalling al niet vlot verlopen zijn. De dierenarts kan ervoor zorgen, dat de baarmoeder beter samentrekt door het geven van Oxytocine ("Piton") en Calcium injecties (onderhuids). Homeopathische ondersteuning kan m.b.v. Sabina D6 en Secale cornutum D6. Vervolgens is het van belang om alert te zijn op het ontstaan van een slijmvliesontsteking van de baarmoeder.

Uveïtis:

ontsteking van het oogvlies, de iris, het ciliair lichaam en het vaatvlies in het oog.

UV-test:

test om het uithoudingsvermogen van de hond te beoordelen. Het uitgezette traject is 20 km., en u moet dit fietsend binnen twee uur afleggen met de hond aan de rechterzijde lopend. 

Tweemaal in het traject, tijdens een pauze na 8 km. en na 15 km. van respectievelijk 15 en 20 minuten, zal een controleur de voetkussens van uw hond inspecteren op beschadigingen. 

Na afloop wordt, na 15 minuten pauze, de conditie en aanspreekbaarheid van de hond d.m.v. eenvoudige gehoorzaamheidsoefeningen bekeken. 

Als uw hond geslaagd is, wordt de kwalificatie UV-hond door de Raad van Beheer op de stamboom overgenomen.  

 

V

 

VA:

is de afkorting voor veearts.

Vaccin:

entstof voor immunisatie tegen bepaalde ziekteverwekkers. Zie ook vaccinatie.

Vaccinatie:

inenting met een vaccin. Vele infectieziektes zijn d.m.v. vaccinaties te voorkomen. Na een serie inentingen wordt een immuniteit opgebouwd, die ervoor zorgt dat uw pup beschermd wordt tegen gevaarlijke, soms zelfs dodelijke infectieziektes. Omdat de immuniteit geleidelijk weer afneemt, is een herhaling van deze inentingen (grote of kleine cocktail) noodzakelijk.

Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt, dat tegen de meeste virussen één enting per drie jaar voldoende bescherming biedt. Uitzondering hierop vormt de ziekte van Weil-enting, welke ieder (voor)jaar moet worden herhaald, en de kennelhoest.

Bij uw pup heeft u een dierenpaspoort of vaccinatieboekje gekregen, waarin staat welke inenting uw hond al heeft gehad en wanneer. Bij uw eerste bezoek aan uw eigen dierenarts kunt u dit laten controleren. Er staat ook vermeld, wanneer uw puppy de vervolginenting moet krijgen. Meestal zal uw pup met 6, 9 en 12 weken ingeënt worden.

De meeste dierenartsen sturen u jaarlijks een herinneringsberichtje per post. Bovendien wordt u er door ons ook aan herinnerd als we u wederom naar het inentingsboekje vragen.

Vaccins zijn doorgaans niet gevaarlijk, maar een risicovrij vaccin bestaat niet. Zonder enige twijfel hebben vaccins vele levens gered en blijven zij een onmisbare hulp in de strijd tegen vele infectieziektes, maar er blijft een kleine kans op bijwerkingen.

Milde reacties als een pijnlijke injectieplaats, geringe koorts en afname van de eetlust zijn normaal. Als er op de injectieplaats een kleine, harde, maar niet pijnlijke zwelling ontstaat, hoeft u ook niets te doen. In de loop van enkele weken zal deze verdwijnen.

Gelukkig komt het maar zelden voor, dat een hond allergisch is voor de entstof. Dit blijkt binnen een paar minuten tot enkele uren na de enting. De hond krijgt dan een zwelling in het kopgebied en heftige jeuk. In uitzonderlijke situaties raakt het dier in een levensbedreigende shock. Dit is herkenbaar aan erge sufheid en zeer bleke, koude slijmvliezen in de bek. Dit dier moet direct worden behandeld.

Honden kunnen een extra risico op bepaalde ziektes lopen, doordat ze bijv. veel zwemmen of met u op vakantie naar het buitenland gaan. Informeer tijdig bij uw dierenarts of speciale inentingen nodig zijn en of een gezondheidsverklaring voor het desbetreffende vakantieland noodzakelijk is. 

Klik hier voor meer info over de entingen kennelhoest en rabiës.

Vacht:

bij de hond komt een grote variatie in vachten voor, die zich uitstrekt van bijna haarloos bij de naakthonden tot een zeer dichte en zware vacht als bij de Chow Chows. Vrijwel elk hondenras heeft zijn eigen, genetisch bepaalde vachtkarakteristieken. Dat neemt niet weg, dat verschillende groepen van verwante rassen overeenkomstige vachtstructuren vertonen. Dit geldt met name voor een aantal rassen uit de groepen van de Spaniels en de Terriërs. Daarnaast blijkt, dat er binnen sommige rassen verschillende vachtvariëteiten voorkomen. Teckels en Hollandse Herders zijn daar typische voorbeelden van.

Ook als binnen een ras geen sprake is van verschillende variëteiten, kan er toch variatie in vachten bestaan. Dat kan een genetisch bepaalde variatie zijn die ertoe kan leiden, dat bijv. het harde haar van de Bouvier zachter of het korte haar van de Saluki langer en wolliger wordt. Ook bij Poedels blijkt dat langdurig doorfokken binnen een variëteit kan leiden tot verandering - vermindering van de kwaliteit - van de vachtstructuur.

De variatie in vachtstructuren wordt echter niet alleen door genetische factoren bepaald. De geslachtscyclus en ook onjuiste voeding of vachtverzorging kunnen tot kwaliteitsverlies van de vachtstructuur leiden.

De verschillende soorten vachten kunnen gekarakteriseerd worden op basis van de samenstelling van de vacht en van de kenmerken van de haren. Deze laatste hebben o.a. betrekking op de haarlengte, de haarsoort en de wijze van inplanting van het haar (zie ook huid).

De verschillen in haarlengte laten zich redelijk beschrijven. Bij de haarsoorten bestaat meestal duidelijk onderscheid tussen de dikkere, veelal ook stuggere dekharen, ook wel grannen genoemd, en de dunnere, wollige onderharen. In de soorten van dekharen en in de wijze waarop deze in de huid zijn ingeplant, bestaat veel variatie. De overgangen van dik, stug stokhaar naar dun, zacht zijdehaar zijn evenwel zeer geleidelijk. Exacte scheidingen tussen een aantal soorten dekhaar en tussen de wijzen van inplanting kunnen daardoor alleen kunstmatig gemaakt worden.

Op basis van de verhouding tussen dekhaar en ondervacht kunnen de vachten onderverdeeld worden in de volgende 5 vachttypen:

A) dubbele vachten:

1) gesloten vachten, waarbij de dekharen wat langer zijn dan de ondervacht. Dit vachttype van de wolf vinden we o.a. bij de Duitse Herder.

2) open vachten, waarbij de dekharen veel langer zijn dan die van de ondervacht. We zien dat o.a. bij Barsois, maar ook bij Sint Bernards.

3) overgroeiende ondervachten, waarbij de wollige ondervacht door het betrekkelijk korte dekhaar heen groeit. Een vachttype, zoals we dat o.a. op de zijden en aan de benen van de Afghaanse Windhond tegenkomen.

B) enkele vachten:

4) de ondervacht is sterk ontwikkeld en bepaalt daardoor het vachttype. Dit vachttype komen we met name tegen bij de Poedels, maar ook bij de Kerry Blue en de Bedlington Terriër.

5) de ondervacht en de dekharen zijn moeilijk of niet van elkaar te onderscheiden. Yorkshire Terriërs zijn daar een voorbeeld van.

De scheiding tussen deze 5 categorieën is niet altijd scherp. In een aantal gevallen is er sprake van een overgang tussen 2 typen.

Voor de haarlengte kunnen de vachten in 4 groepen worden ingedeeld:

a) haarloos: het haar ontbreekt over het gehele lichaam. Soms komt er een klein plukje voor op het hoofd of aan het puntje van de staart. We zien dit bij de Mexicaanse Naakthond en de Chinese Kuifhond. Haarloosheid gaat nogal eens gepaard met een onvolledig gebit.

b) kort haar: de haarlengte in deze groep varieert van 0,5 tot circa 2 cm en is vrij stug. In het algemeen hebben deze honden enkele vachten. We zien dit o.a. bij de Dalmatische Hond en de Whippet. In plaats van kort haar wordt ook van glad haar gesproken.

c) middellang haar: de vachten zijn wat langer (2,5-6 cm) en zijn vaak dubbel van samenstelling. We zien dit o.a. bij de Duitse Herder.

d) lang haar: het haar is langer dan 6 cm en voelt in het algemeen zachter aan. Bij deze haarlengte komen veel varianten voor, zowel m.b.t. de lengte van de haren als het wel of niet hebben van een ondervacht. Typische voorbeelden van deze haarlengte zijn de Barsoi en de Yorkshire Terriër.

Als algemene regel geldt, dat kort haar dominant is over haarloosheid.

Warrige vachten, ook wel warharige vachten genoemd, onderscheiden zich van ruwharige, doordat het dekhaar minder hard aanvoelt en vooral ook langer is. Het is wel, evenals ruw haar, afstaand en vaak is de ondervacht vrijwel even lang als het dekhaar. De lange, matig stugge, afstaande haren maken een 'warrige' indruk. Er is soms sprake van gesloten vachten. De Bobtail en de Briard zijn hier voorbeelden van. De Schapendoes heeft een meer open vacht.

Krulharige vachten onderscheiden zich van gewone ruwharige, doordat de dekharen meer gekruld zijn. Er is meer sprake van een open vacht. Voorbeelden hiervan zijn o.a. de Wetterhoun en de Ierse Waterspaniel.

Kroesharige vachten onderscheiden zich van krulharige, doordat hierbij de krullen gevormd worden door het zachtere onderhaar. De dekharen zijn hierbij niet gekruld en kunnen door het gekroesde wolhaar heen steken. We zien dit bij Poedels en Bedlington en Kerry Blue Terriërs.

Viltvachten: hierbij groeien de dek- en onderharen ongeveer gelijkmatig uit. Ze zijn lang en groeien door elkaar. Bij vilthaar gaan de haren klitten. Dat wordt als normaal beschouwd. Met name bij de Puli worden de haren wel in snoeren gewonden. Als er sprake is van veel onderhaar, kunnen de vachten gaan 'planken'. Vilthaar komt o.a. ook voor bij Komondors en Bergamasco's.

Bij een aantal rassen groeien de haren op speciale plaatsen verder door. De Saluki's hebben op het lichaam een praktisch enkelvoudige vacht met korte dekharen. Aan de oren en de staart groeien deze dekharen door tot zeer lang. Dit wordt bevedering genoemd. Bij o.a. Schnauzers, maar gedeeltelijk ook bij andere rassen als de Griffons, zijn de dekharen aan de snoet en boven de ogen doorgegroeid. Dan wordt het garnituur genoemd bij deze honden.

Nog iets over overerving: a) recht haar lijkt dominant te zijn over gegolfd en gekruld haar, b) het krulhaar van de Poedel is dominant over zacht lang haar, c) ruw haar is incompleet dominant over de zachtere haarsoorten en d) een bevederde staart is dominant over een niet beverderde staart.

Op basis van de 5 hier behandelde vachttypen en de 4 hier genoemde klassen voor haarlengte, maar daarnaast mede op basis van de haarsoort en de inplanting, kan nu een aantal vachtsoorten onderscheiden worden.

Stokharige vachten: hierbij is het dekhaar recht, glad en stug. Als de haren langer worden, kunnen ze aan het einde gegolfd zijn. Stokhaar kan worden onderverdeeld in a) kort stokhaar, waarbij de lengte kan oplopen tot 6 cm en waarbij meer of minder ondervacht kan voorkomen. Een voorbeeld van weinig ondervacht is de Rottweiler, van meer ondervacht de Hollandse Herder Korthaar; b) lang stokhaar, waarbij de haarlengte meer dan 6 cm is. Hierbij komen zowel open vachten (o.a. bij Newfoundlanders) als gesloten vachten voor (o.a. Chow Chows).

Zachtharige vachten onderscheiden zich van stokharige, doordat het dekhaar daarbij minder hard en stug is; het is middellang, waarbij doorgroeiende haren gaan kronkelen. Meestal is hierbij sprake van dubbele vachten. De zachtere haren sluiten als regel goed aan op het lichaam. Deze haarsoort wordt vooral bij Spaniels en daarmee verwante rassen aangetroffen.

Zijdezachte vachten onderscheiden zich van zachtharige hoofdzakelijk doordat het haar nog langer is, tot 20 cm. Doordat dekhaar en onderhaar hierbij nauwelijks te onderscheiden zijn, wordt gesproken van enkele vachten. De Yorkshire Terriër is hiervan een voorbeeld.

Ruwharige vachten. In deze categorie zijn vachtsoorten bijeengebracht, die gekarakteriseerd worden door harde, middellange, afstaande en niet sterk gekrulde haren. Voor deze haarsoort worden ook wel benamingen gebruikt als ruigharig (o.a. voor de Ruwharige Teckel), draadharig (o.a. voor de Draadharige Duitse Staande Hond), stekelharig (o.a. voor de Cairn Terriër) en griffon (voor de rassen uit landen, waar Frans gesproken wordt).

Als onderscheid tussen draadhaar en ruw haar wordt aangegeven, dat draadhaar korter en sterker gekronkeld is en daardoor harder aanvoelt dan ruw haar.

Bij ruwharige vachten is vaak sprake van een gesloten vacht. De grote variatie die er binnen de ruwharige vachten bestaat, wordt gedeeltelijk veroorzaakt door het verschil in haarlengte, gedeeltelijk ook door de inplanting. In tegenstelling tot het betrekkelijk korte haar van de ruwharige Foxterriër, is het haar van de Cairn Terriër en van de Bouvier lang en onregelmatig ingeplant, zodat een warrige haardos ontstaat.

Vachtproblemen:

net als bij alle zoogdieren wordt de vacht van de hond er met de jaren slechter op. Het kan gaan om veranderingen in de textuur en/of het dunner worden van het haar. Veel 'problemen' met de vacht hebben gewoon met het ouder worden te maken en zijn dus onvermijdelijk. Dit komt door de hormoonveranderingen, die bij het ouder worden horen. Hierdoor worden ook de nagels langer, wat tevens wordt veroorzaakt door verminderde lichaamsbeweging. De vacht van de hond wordt vettiger of droger, heeft de neiging te klitten. Natuurlijk kan de oorzaak van een slechte vacht ook een huidziekte of een besmetting met parasieten zijn. 

Zie ook vachtverzorging.

Vachtverzorging:

voor de verzorging van de vacht is het belangrijk, dat u uw hond zo jong mogelijk went aan het kammen, borstelen en wassen. In de dierenwinkel, de trimsalon of bij uw fokker kunnen ze u prima adviseren over de verschillende soorten borstels en kammen, die bij uw hond passen.

Als uw pup ongeveer vier maanden oud is, gaat hij zijn puppyvacht, die plaats maakt voor de definitieve vacht, verliezen. Gemiddeld ruien (zie verharen) honden tweemaal per jaar, in het voor- en najaar. Indien de hond in een zeer verwarmd huis woont en vooral indien de mand dicht bij de verwarming staat, zal de hond meer last hebben van haaruitval. Tijdens de ruiperiode is het belangrijk, dat u de hond iedere dag even borstelt om irritaties van de loszittende haren te voorkomen. Ook tussendoor kunnen honden nog wel eens wat haren verliezen. Bovendien komt het bij bepaalde rassen vaker voor.

Afhankelijk van het ras kan het zijn, dat de hond getrimd moet worden. Bij de trimsalon kunt u hierover alle adviezen krijgen.

Zie ook vachtproblemen.

Vacuole:

blaasvormige met vocht gevulde holte in een cel. Zie ook pro-oestrus.

Vaderhond:

synoniem voor reu, die na paring met een teef, de moederhond, voor nakomelingen heeft gezorgd.

Vagina:

vrouwelijk geslachtsorgaan.

Vaginitis:

ontsteking van de vagina. De symptomen: meestal een dikke, romige afscheiding uit de lippen van de vulva. De teef zal haar vulva langdurig likken om deze afscheiding te verwijderen. 

Vaginitis wordt veroorzaakt door een schadelijke bacterie. De aandoening kan door veel verschillende bacteriën ontstaan, en eerst moet met zekerheid worden vastgesteld om welke het gaat alvorens de behandeling te bepalen. 

Als u meer dan één teef hebt, is het raadzaam de zieke teef apart te zetten om verspreiding van de infectie te voorkomen. 

Ga binnen 24 uur naar uw dierenarts, anders kan de ziekte acuut worden, en daarmee moeilijker te behandelen.

Vakantie (op vakantie gaan):

voor de meest recente uitvoerinformatie naar vele landen, kunt u contact opnemen met de ambassade van dat land (zie http://ambassade.startpagina.nl). In veel landen is de rabiësenting verplicht. Verder gelden er per land verschillende regels wat betreft gezondheidsverklaringen van de RVV, invoervergunningen, ontwormen, verplicht dragen van een muilkorf, verbod op invoeren van bepaalde rassen en andere specifieke eisen.
Klik hier voor de actuele invoer eisen per land.

Klik voor info als u met uw hond naar het buitenland gaat, bijv. naar Zuid-Europa (teken, hartworm, leishmania en ehrlichiose) of als u op wintersport gaat.

Dan nog een tip. Houd uw hond tijdens snelweg-picknicks of tijdens plaspauzes altijd aan de lijn, want uw hond kan op vreemd terrein opgewonden zijn en er daardoor gemakkelijk vandoor gaan en dus de weg op schieten. Bovendien liggen er op stopplaatsen langs de weg veel etensresten waar hij misselijk van kan worden. En soms ligt er rattengif. Er zijn zelfs meldingen over het opzettelijk neerleggen van vergiftigd vlees op stopplaatsen in Frankrijk en Italië. Ook in Oostenrijk wordt veel gif langs de wegen gebruikt. Dus pas op!

Zie ook dierenpaspoort en D.A.P.® Spray.

Valkenjacht:

is de jacht m.b.v. valken. De geschiedenis van de valk en de valkjacht gaat vele honderden jaren terug. Valken, valkenjacht en koningshuizen zijn onafscheidelijk met elkaar verbonden. Hoe oud de valkenjacht precies is, is niet bekend, maar aangenomen wordt dat de eerste jachtpartijen met valken zo'n 2000 jaar voor Christus werden gehouden. Het is mogelijk dat de eerste valkeniers in China woonden, omdat er daarover aanwijzingen zijn gevonden uit het einde van de ijstijd. Wie in het bezit was van een getrainde valk kon zijn gezin van eten voorzien.

Aan het einde van de zevende eeuw na Christus werd de valkerij in Groot-Brittannië geïntroduceerd door de Saxen. Ook in die tijd zorgden de valken voor vlees op tafel en dat zou zo'n vijfhonderd jaar voortduren. Toen deed de valkenjacht als entertainment zijn intrede. De doelstelling was niet meer het vullen van lege magen, maar het vermaken van de rijke aristocraten. Nergens was dit vermaak zo groot als in Frankrijk. In de twaalfde eeuw, kort na de invasie van de Noormannen, werd de valkerij in Groot-Brittannië ingevoerd als 'De sport van de Koningen'.

In 1486 werd het eerste boek over de jacht in het Engels 'The Book of St. Albans' gedrukt. Daarin werd uitvoerig de valkenjacht behandeld.

De valkerij werd minder beoefend nadat het hagelgeweer was uitgevonden. Toch is er nog veel uit de valkerij van toen behouden gebleven.

Zie ook Spaniels.

Vallende ziekte:

zie epilepsie.

Valplaats:

is de plek waar het apport gevallen is en de grond heeft geraakt.

Valse kiezen:

            praemolares; zie tanden.

Valse loopsheid:

zie schijndracht.

Valva:

klep, bijv. hartklep.

Vang:

wang, voorsnuit.

Variatie:

verschil in erfelijke eigenschappen tussen nakomelingen van één ouderpaar.

Varices:

spataderen.

Variëteit:

iedere in de standaard voor een ras erkende, naar kleur, vacht, grootte of oordracht verschillende vorm van het desbetreffende ras. Of anders gezegd: een deel van een ras dat zich in één of enkele erfelijk bepaalde kenmerken onderscheidt van andere tot hetzelfde ras behorende dieren. De kenmerken waarin de dieren zich van andere binnen hetzelfde ras onderscheiden, hebben meestal betrekking op de vachtkleur, de vachtstructuur of de hoogtemaat. 

Bij de variëteiten van de Hollandse Herder is alleen de vachtstructuur verschillend, bij de Belgische Herder de vachtstructuur en de vachtkleur, bij de Teckel de vachtstructuur en de maat, en bij de Poedel de vachtkleur en de hoogtemaat. 

Voor de verschillende variëteiten van een ras geldt dezelfde standaard.

Varkensgebit:

            een sterk bovenvoorbijtend gebit.

Varkensvlees geven:

varkensvlees kan gevaarlijk zijn, want het kan nl. een virus herbergen, het virus van Aujeszky. Dit virus, totaal ongevaarlijk voor de mens, is zeer gevaarlijk en zelfs dodelijk voor de hond (en kat). Als de hond besmet is en uiterlijke symptomen vertoont, verloopt de infectie altijd dodelijk, na maximaal drie dagen.

De symptomen lijken op rabiës, daarom wordt de ziekte van Aujeszky ook pseudorabiës of pseudorazernij genoemd. Het symptomenbeeld omvat speekselen, veel blaffen, karakterveranderingen, zenuwsymptomen etc. Helaas kan er medicamenteus niets gedaan worden, m.a.w. geef uw hond geen rauw varkensvlees (vooral slachtafval, zoals tong, longen etc. is gevaarlijk) te eten. Of u moet hem 100% doorgekookt varkensvlees geven, dan is het virus vernietigd.

Vas:

vat, bloedvat.

Vasculitis:

ontsteking van de bloedvaten waardoor organen, die door deze bloedvaten van bloed worden voorzien, geleidelijk afsterven.

Vas deferens:

zaadleider.

Vasectomie:

operatieve verwijdering van een deel van de zaadleider om een mannelijk dier onvruchtbaar te maken.

Vasoconstrictie:

vaatvernauwing.

Vasodilatatie:

vaatverwijding.

Vasopressine:

            zie A.D.H.

Vasotop®:

vasotoptabletten bevatten als werkzaam bestanddeel ramipril, dat tot de groep ACE-remmers behoort.

Bij hartaandoeningen zal het hart proberen zo lang mogelijk de bloeddruk op peil te houden door een beroep te doen op compensatiemechanismen die ervoor zorgen dat bloedvaten samentrekken en dat het lichaam vocht vasthoudt. Het zieke hart wordt hierdoor extra belast, waardoor een neerwaartse spiraal ontstaat.

Ramipril veroorzaakt een verwijding van de bloedvaten zowel systemisch als op lokaal niveau. Hierdoor wordt de neerwaartse spiraal doorbroken en worden organen (o.a. hart en nier) ontlast.

Vasotop wordt gegeven als behandeling van congestieve hartinsufficiëntie, veroorzaakt door klepinsufficiënties te wijten aan endocardiose of cardiomyopathie. Vasotop kan gecombineerd worden met het diureticum furosemide en/of de hartglycosiden digoxine of methyldigoxine.

Vast Parcours:

een verplicht onderdeel van een agilitywedstrijd met minimaal 6 verschillende hindernissen, minimaal 12 en maximaal 20 hindernissen, waarbij de hindernissen in de voorgeschreven volgorde moeten worden genomen. Er geldt een SPT en een MPT.

Vautrait:

naam van de Franse meute, als die het wilde zwijn bejaagt.

VB-hond:

pup in de babyklasse of puppyklasse, die de kwalificatie 'Veelbelovend' waard is.

In het Engels heet dit "Very Promising" (VP) en in het Duits "Vielversprechend" (VV).

V.D.H., VDH:

Verband für das Deutsche Hundewesen (Duitse tegenhanger van de Raad van Beheer). Wordt ook voor de stamboom gebruikt.      

Vector:

drager van besmetting, overbrenger.

Vegetatief:

is de groei betreffend of die bevorderend.

Veldwedstrijd:

of veldwerkwedstrijd is een wedstrijd om de gebruikswaarde van een jachthond in het veld vast te stellen. Het is een wedstrijd waarin jachthonden, jagend voor of na het schot (onderscheid bij de staande honden), op levend of geschoten wild, worden beoordeeld naar de mate waarin zij op raseigen wijze i.s.m. hun voorjager werken.

Het uiteindelijke doel van veldwedstrijden is een bijdrage te leveren aan het verantwoord fokken van de goede honden, zodat zowel de specifieke raseigenschappen als de weidelijkheid in de praktijkjacht worden bevorderd.

Zie ook Diana-prijs.            

Vena, vene (meerv. venae of venen):

ader.Venula is een adertje, venulen zijn kleine aders. Voor meer info: bloedvaten.

Venerische ziekte:

geslachtsziekte.

Veneus:

betrekking hebbend op de aderen.

Ventraal:

tot de buik (=venter) of de buikzijde behorend.

Ventrikel:

kamer van het hart of de hersenen.

Vergiftiging:

zie wetenswaardigheden.

Verharen (ruien, haarverlies, haaruitval, verlies van de vacht):

onder normale omstandigheden verliest de hond twee keer per jaar zijn oude vacht en krijgt een nieuwe: in het voorjaar en in het najaar. Het verlies van de wintervacht, de voorjaarsrui, is meestal het hevigst en vooral bij honden met een ondervacht kan dan enorm veel haar loskomen. U kunt dit proces bespoedigen door veel te borstelen. Ook juiste voeding en goede beweging zijn van invloed op een vlotte haarwisseling. Evenals de hond te laten zwemmen of hem tijdens de ruiperiode te wassen met lekker warm water: dit versnelt het uitvallen van de loszittende haren. Dagelijks wat Velcote® door het voer verkort ook de ruiperiode (snel ingroeien van nieuwe vacht). 

Bij teven zien we, dat zij vaak tijdens de loopsheid een mooier en voller glanzende vacht hebben, terwijl ze 2 tot 3 maanden na het werpen van een nest volledig uit vacht zijn. 

Zeer zeker heeft ook de temperatuur invloed en bijv. een onverwacht warme nazomer kan de regelmaat in de war sturen. 

Bij een aantal rassen komt het voor, dat zij moeilijk de oude onderharen kwijtraken; hier helpen we mee door te trimmen

Uiteraard zijn er ook ziekelijke afwijkingen, waardoor de vachtconditie verstoord wordt en het dier voortdurend verhaart.

Zie ook vachtverzorging.

Verkeerszekere hond (V.Z.H.):

examen om te beoordelen of de hond in verkeersdrukke situaties een zekere indruk maakt. Het VZH-examen is tweedelig. 

Het eerste gedeelte bestaat uit een aantal oefeningen op een oefenterrein: volgen aan de lijn, los volgen, schotvasttest, vrij zit en voorroepen met mogelijke variaties. Is een minimum aantal punten (25; max. 50) behaald, dan kan aan het tweede (praktische) gedeelte van het examen deelgenomen worden.

Bekeken wordt hoe de gehoorzaamheid in het verkeer is, hetzelfde in moeilijker verkeerssituaties en tenslotte wordt de hond aangelijnd alleen gelaten (bijv. voor een winkel). 

Na afloop wordt de hond op onbekend terrein alleen vrij gelaten. Op het commando van de eigenaar moet de hond vrij snel komen. 

De kwalificatie wordt niet door de Raad van Beheer overgenomen op de stamboom.            

Verkoudheid:

ontsteking van de slijmvliezen van neus en ogen, in die mate dat de hond de indruk maakt verkouden te zijn, is zo vaak een symptoom van een ernstige virusinfectie dat men een dierenarts moet raadplegen.

Een te natte neus ontstaat soms bij een verkoudheid.

Als u uw hond gewassen heeft, laat hem dan pas weer naar buiten gaan als hij helemaal is opgedroogd, anders kan hij een kou oplopen!

Verwar verkoudheid niet met kennelhoest of hondenziekte.

Verlamming:

een ledemaat of een deel van het lichaam niet kunnen bewegen, of verminderd gevoel in een deel of delen van het lichaam. Verlamming is een symptoom van een onderbreking in het zenuwstelsel. De spieren kunnen niet normaal functioneren en inwendige organen kunnen zijn aangetast. Als het om een ledemaat gaat, zal de hond hiermee duidelijk zichtbaar slepen. Wanneer de verlamming inwendige organen aantast, zijn de symptomen niet zo in het oog springend, en is de hond gewoon niet lekker of niet zichzelf. 

Verlamming kan worden veroorzaakt door een verwonding of aandoening aan de hersenen, zenuwen of wervelkolom van de hond; verkeersongevallen zijn een grote boosdoener. 

Infectieziektes en infecties kunnen ook tot verlamming leiden.

Verlatingsangst:

heeft een hond, die eigenlijk niet alleen kan zijn. Hij blaft continue, sloopt de boel of is onzindelijk. 

Zie voor uitgebreide info van dit gedragsprobleem: ons theorieboek. Wat kan helpen is de D.A.P.-verdamper.

Verlengde merg:

bestaat uit grijze en witte stof, net als het ruggenmerg. De verdeling sluit enerzijds aan bij die van het ruggenmerg, anderzijds bij die van de hersenen. Het verlengde merg bevindt zich op de overgang van de schedel naar de wervelkolom.

Naast de verbindende functie tussen het ruggenmerg en de hersenen d.m.v. de opstijgende en afdalende banen, bevat het verlengde merg ook nog centra, van waaruit sommige processen in het lichaam worden gereguleerd. Onder andere worden vanuit het verlengde merg de ademhaling en de hartwerking geregeld.

Zie ook zenuwstelsel.

Verloren zoeken (apport):

het opsporen (uitvoeten) van beschoten vliegend of lopend wild door de jachthond.

De hond moet bij een 'verloren zoek' zelfstandig in een gebied met dichte dekking naar een apport zoeken zonder dat de voorjager hem kan zien en/of kan helpen.

Verminthel®:

is een ontwormingsmiddel, wat qua samenstelling sterk op Milbemax lijkt. Het bevat als werkzame bestanddelen Abamectine en Praziquantel. Het beschermt tegen hartworm, maar is niet geregistreerd als geneesmiddel tegen hartworm. Het middel is, net als Milbemax, niet geschikt voor Collie-achtigen (incl. de Bobtail) en Witte Herders (zie MDR1).

Het is echter niet zo duur als Milbemax en qua prijs vergelijkbaar met de reeds bestaande ontwormingsmiddelen.

Verruca:

wrat, plaatselijke verdikking van de opperhuid.

Verstarren:

behoort tot de dreiggedragingen. Van sommige honden wordt gezegd, dat zij niet dreigen. Dit is veelal niet waar: vaak verstarren en fixeren de honden eerst alvorens zij een bijtpoging doen.

Verstoppingen (obstipatie):

darmverstoppingen zijn meestal het gevolg van het verorberen van veel botten. Vroeger werd wel paraffine gebruikt, maar u kunt uw hond bij darmverstoppingen ontbijtkoek geven of Isogel (een agar-agarproduct).

Verstuiking:

is een verwonding, die wordt veroorzaakt door een ligament te verrekken en waardoor de hond mankt.

Zie wetenswaardigheden.

Vertebra:

wervel. Meervoud: vertebrae. Klik hier voor meer info.

Vertebraat:

gewerveld dier (vertebra=wervel).

Verw