Alfabetische lijst van Nederlandse en buitenlandse
kynologische & medische termen en uitdrukkingen
T
hartaandoening met aanvallen van zeer snelle hartslag, i.t.t. bradycardie.
is een verhoogde ademfrequentie, snel (oppervlakkig) ademen, hijgen. Tachypnoe komt voor bij warmte, koorts, ziekte, pijn, dracht en inspanning.
Zie ook wetenswaardigheden.
Tacking:
operatieve ingreep bij entropion.
geslacht van lintwormen. Er zijn altijd tussengastheren nodig en afhankelijk van de lintwormsoort kunnen dat bijv. vlooien, runderen, schapen, hazen of konijnen zijn. Iedere lintwormsoort, die in zijn volwassen stadium bij de hond voorkomt, vereist zijn eigen specifieke tussengastheer.
Zie hieronder voor verschillende soorten.
Taenia
cucumerina:
oftewel Dipylidium caninum.
Taenia
hydatigena (Taenia marginata):
deze (lint)worm kan tot circa 5 m. lang worden. Hij komt in ons
land niet vaak meer voor. Zo nu en dan worden bij de tussengastheren (varkens,
runderen en kleine herkauwers) nog wel eens blaaswormen waargenomen. De
blaaswormen hangen met een dun halsje (de wetenschappelijke naam is Cysticercus
tenuicollis oftewel coltrui!) aan de ingewanden. Terwijl de hond als gastheer
weinig last van een enkele volwassen lintworm ondervindt, kunnen de
tussengastheren bij een massale besmetting behoorlijk veel hinder ondervinden
van de blaaswormen.
Taenia
multiceps (Multiceps multiceps):
deze (lint)worm wordt een halve tot een hele meter lang. Van deze worm heeft de hond als gastheer weinig last, maar de tussengastheren, voornamelijk schapen, geiten en runderen en slechts een enkele keer de mens, ondervinden grote nadelen.
Na circa 8 maanden bereikt de blaasworm zijn grootste omvang met een doorsnede van 5 centimeter. Daar de blaasworm zich in het hersenweefsel vestigt, vallen tal van zenuwfuncties uit, hetgeen de dood van de tussengastheer ten gevolge heeft.
Taenia
pisiformis:
deze (lint)worm kan tot circa 2 m. lang worden. Tussengastheren zijn hazen en konijnen, reden waarom jagers beter van deze dieren geen slachtafval kunnen voeren aan hun honden.
Taenia
serialis:
deze (lint)wormen ziet men nog maar zelden. De laatste berichten over deze worm zijn in Nederland afkomstig uit Zuid-Holland. De blaaswormen bij hazen en konijnen, volgens de literatuur een enkele zeldzame keer ook bij mensen, kunnen een omvang van 5 tot 10 cm. in doorsnee behalen.
Tafel:
toestel, dat bij de behendigheid wordt gebruikt. Zie voor uitgebreidere info: Agility.
Tafelrestjes
geven:
tafelrestjes kunnen onmogelijk zorgen voor een uitgebalanceerde voeding voor uw hond. Stel dat in het beste geval alles opgegeten wordt van vlees, groenten en aardappelen, rijst of brood, krijgt het dier een mensenvoeding binnen en een hond is nu eenmaal geen klein mensje en heeft heel andere voedingsbehoeften. In praktijk laten hond, en zeker de kat, groenten en dergelijke liggen, zodat er zeker geen sprake is van uitgebalanceerde voeding. Daarbij komt dat onze voeding bereid wordt met veel te veel vet (boter, olie, sausjes), zout en specerijen. Dit is voor de mens niet gezond, maar zeker niet voor een dier. Als de mens tegen beter weten in ongezond eet, moet hij nog niet zijn huisdier opzadelen met allerlei ziektes.
Talbot:
witte hond die bekendstond om zijn grote hoofd, korte schedel en gedrongen lichaam met een krachtige voorhand en een onbevreesd karakter, en die zijn prooi niet meer losliet tot hij overwinnaar was.
Uit dit ras en de Mastiff of Alaunt is de Engelse Bulldog ontstaan.
Talgklier:
is een talg producerende klier in de huid, waardoor de vacht waterdicht wordt. Zie ook sebum.
Tan:
bruin in verschillende tinten. Zie ook domino.
gebruikt de hond om het voedsel vast te houden en kapot te maken, in kleine stukjes te scheuren of te snijden. Deze stukjes worden door de tong gemanipuleerd en met speeksel vermengd, waardoor ze vochtig en glad worden, en de spijsvertering kan beginnen.
Honden kauwen hun voedsel niet. Het wordt alleen door de schaarbeweging van de tanden kleiner gemaakt, en kleine brokken worden doorgeslikt.
Aan elke tand en kies onderscheiden we: kroon, hals en wortel.
De samenstelling van het gebit wordt vaak uitgedrukt in een
tandformule. In onderstaande formule wordt vermeld hoeveel snijtanden (Incisivi),
hoeveel hoek- of haaktanden (Canini), hoeveel valse kiezen (Praemolares)
en hoeveel ware kiezen (Molares) aanwezig zijn. Omdat de linker- en
rechter kaakhelft gelijk zijn, wordt in de regel slechts de rechter helft van de
formule (zie hieronder) gebruikt. Voor de volwassen hond ( 20 boven en 22 tanden en kiezen
onder, dus in totaal 42) en voor de pup (heeft er maar 28 in totaal: 3 - 1 - 3; zie tanden
wisselen)
gelden de volgende tandformules:
I C P M I C P
3 1 4 2 3 1 3
----------- Volwassen --------- Pup
3 1 4 3 3 1 3
Het meest kenmerkende van het volwassen gebit van de hond zijn de grote scheurkiezen in onder- en bovenkaak. De scheurkiezen kan men in de formule plaatsen als P4 voor de bovenkaak en M1 voor de onderkaak.
Zie ook aangezichtsschedel, spijsverteringsstelsel, cariës, abrasie, attritie, occlusie en leeftijdsbepaling.
is bij honden een agressief signaal. Het verschil tussen angstagressie en dominante agressie is te zien, doordat bij dominante agressie alleen de voortanden zichtbaar zijn en bij angstagressie ook de kiezen. Sommige honden kunnen 'lachen'. Hierbij zijn alleen de voortanden te zien; de hond nadert terwijl hij kwispelt in een lage houding, en bij de persoon aangekomen likt hij de handen.
Tanden poetsen:
zie wetenswaardigheden.
pasgeboren honden hebben nog geen tanden. De tanden beginnen met 20 dagen door te komen; op een leeftijd van 3-4 weken verschijnen de melkhaaktanden, daarna de melksnijtanden en de melkkiezen. Een pup heeft 28 tanden en kiezen.
Het melkgebit begint met ongeveer 3 maanden te wisselen. Met 6-9 maanden heeft de hond zijn volledig gebit, wat bestaat uit 42 tanden en kiezen.
Kleine honden hebben nogal eens problemen met het wisselen van tanden, vaak blijven bijv. de melkhoektanden aanwezig of zien we een verdubbeling van sommige gebitselementen. Deze dienen, als ze te lang dubbel blijven zitten, operatief (onder narcose) verwijderd te worden. Laat bij eventuele twijfel het gebit controleren door uw dierenarts.
Zie ook dubbele haaktand (hoektand) en bruine tanden.
Tandplak:
zie wetenswaardigheden.
opeenhoping van mineralen; zie voor meer info wetenswaardigheden.
de onder- en boventanden vallen bij gesloten mond precies op
elkaar.
TAP,
T.A.P.:
betekent "toelating tot Agility-programma". Dit is in België een proef, die openstaat voor alle honden die, op de dag van de proef, minstens 15 maanden oud en in het bezit van een werkboekje zijn. M.a.w. om aan Belgische Agilitywedstrijden deel te kunnen nemen, moet er eerst de "TAP" afgelegd worden. Elke week worden er over het hele land wedstrijden georganiseerd. Hiervoor kunt u zich inschrijven en dan mag u na betaling deelnemen.
Om de proef met succes af te leggen, moet minimaal de kwalificatie "zeer goed" (totaal maximum 15,99 strafpunten) behaald worden. Indien de proef niet lukt, wordt 1 herkansing toegestaan (volledig parcours opnieuw lopen). Indien ook deze herkansing niet lukt, is de hond niet geslaagd. In de werkboekjes worden de resultaten enkel genoteerd met geslaagd ('G') of niet geslaagd ('NG').
Deelnemen aan de proef TAP met dezelfde hond mag zo dikwijls de geleider dit wil.
Na het behalen van de 'TAP' mag de hond deelnemen aan wedstrijden van agility van de eerste graad.
voetwortel, hak, hakgewricht, hiel (zie skelet); kraakbeen van de oogleden.
Tastharen:
zie gevoel.
Tatoeage:
zie chip.
TBC:
zie tuberculose.
T-cel,
T-lymfocyt:
witte bloedcel, die antigenen herkent en uitschakelt. Ze worden T-cellen genoemd, omdat ze afkomstig zijn uit de Thymus.
T-cellen kunnen we nog verder onderverdelen in T4- en T8-cellen. T4-cellen kunnen ziektekiemen traceren en T8-cellen kunnen de gelabelde ziektekiemen uiteen laten vallen.
Ongeveer 70% van de T-cellen functioneert als helpercellen, de overige zijn cytotoxische (celdodende) cellen. De helpercellen hebben als functie het aantal cellen te vergroten die vreemde lichamen kunnen opslokken of oplossen (macrofagen) als reactie op een infectie. De helpercellen vergemakkelijken ook de aanmaak van antilichamen door de groei en activiteit van B-cellen te stimuleren.
Zie
ook lymfocyten.
TECA:
is de afkorting voor Total Ear Canal Ablation. Bij de TECA wordt de gehele gehoorgang tot het middenoor verwijderd, incl. het trommelvlies; alleen de oorschelp blijft intact. Aansluitend wordt het middenoor opengelegd en gecuretteerd.
Omdat bij deze operatie ernstige complicaties
kunnen optreden, zal de dierenarts als het enigszins lukt de voorkeur geven aan
de methode volgens Zepp.
De bewering dat de modernere TECA de oudere methode volgens Zepp volledig heeft
verdrongen is dus onjuist.
De complicaties, die bij de TECA kunnen optreden zijn: beschadiging van
belangrijke zenuwen en
chronische, steeds weer problemen gevende
fistels op de
plaats van de operatie en tevens volledige doofheid aan het betreffende oor.
TECA wordt toegepast als a) de verticale en de horizontale gehoorgang sterk vernauwd zijn en die vernauwing niet is op te heffen door intensieve medicamenteuze behandelingen, b) de Zepp operatie faalt, of c) bij gelijktijdige ontsteking van het middenoor (otitis media).
Teckelhernia
(teckelverlamming):
zie HNP.
Teef, teefje:
vrouwelijke hond. Symbool: ♀.
Teek:
parasiet, die leeft van het bloed van zoogdieren en bepaalde ziekten kan overbrengen.
Zie voor uitgebreide info: wetenswaardigheden.
testis, testikel, zaadbal. Mannelijke geslachtsklieren.
gezwel aan/in een teelbal; een van de meest voorkomende kankersoorten bij honden.
Symptomen zijn: alopecia, vergrote testikels, aantrekkelijk voor andere reuen.
De oorzaken waardoor een hond teelbalkanker krijgt, kunnen zowel erfelijk zijn (sommige rassen lopen groter risico dan andere) als samenhangen met milieuverontreiniging.
Denk nooit "ik kijk het wel even aan" als u een onverklaarbare bult bij uw hond aantreft. Uitstel kan het verschil uitmaken tussen een succesvolle behandeling en het lijden of zelfs de dood van uw hond.
Zie voor meer info over kanker: wetenswaardigheden.
Teenontsteking:
zie pododermatitis.
wanneer uw hond in teer of olie is terechtgekomen, of deze stoffen op zijn vacht heeft, verwijder ze dan beslist niet met benzine, terpentine of dergelijke middelen, daar deze ernstige jeuk en prikkeling van de huid kunnen veroorzaken. U kunt ze uitwassen met warm sop, bij voorkeur van een shampoo. Ook kunt u de teerdelen uit het haar verwijderen met bijv. slaolie of margarine, die ook gemengd kan worden met een shampoo.
Tekenkoorts
(Rickettsiosis):
zie Wetenswaardigheden.
is een stroomband, een elektronische halsband waarmee honden (vaak jacht-, waak- en verdedigingshonden) op afstand gestraft worden door het geven van stroomstootjes.
Ik ben absoluut tegen dit 'trainingsmiddel' ! Zie voor meer info: stroomband.
een
symmetrische
gang, waarbij de hond gelijktijdig de beide rechterbenen
verplaatst en dan de beide linkerbenen (bijv. Bobtail: telgang is raskenmerk); hij wordt beschouwd als
de overgang van de
stap naar de
draf.
Tellington
Touch (TTouch®):
is meer dan massage. Het is een vorm van aanraking (draaiende bewegingen van de vingers en de hand), die stimulerend werkt en een ontspannend, genezend en bewustwordend effect heeft op het gehele lichaam van de hond.
Het is ontstaan in de zeventiger jaren en genoemd naar de Amerikaanse Linda Tellington-Jones. Na haar studie Feldenkrais wilde ze de principes ervan ook gaan toepassen op paarden. Al snel ging ze ook met andere dieren werken, waaronder honden.
Er bestaat een professionele opleiding: de TTACT oftewel Tellington TTouch Animal Companion Training. Deze opleiding is vanaf 2004 ook in Nederland te volgen.
Zie ook de TTEAM methode.
beweeglijkheid van de hond. Hoe beweeglijker een hond is in een bepaalde omgeving en hoe sterker hij op prikkels reageert, hoe temperamentvoller de hond is.
wordt met de koortsthermometer rectaal (via de anus) opgenomen, d.w.z. in de endeldarm (bij de teef is dat direct onder de staart). Dit kan met een kwik- of digitale thermometer. Een kwikthermometer moet minimaal een minuut lang in het rectum blijven zitten. Een digitale thermometer geeft een piepgeluid als de temperatuur gemeten is. Een digitale thermometer is dus wel zo handig, evt. inwrijven met wat vaseline en dan voorzichtig inbrengen.
De normale lichaamstemperatuur van de volwassen hond is 38,2º C, met als grenswaarden 37,5º C en 39º C. Makkelijker gezegd: de temperatuur van een hond ligt tussen de 38-39º C. Kleine honden hebben een wat hogere temperatuur dan de grotere. Dan is er ook nog een verschil tussen ochtend- en avondtemperatuur (net als bij de mens) en dat bedraagt 0,5-1 graad.
Bij de drachtige teef geeft een daling van ongeveer 1-1,5 graad van de lichaamstemperatuur aan, dat de bevalling binnen 24 uur gaat beginnen.
Om te beoordelen of een hond koorts heeft, dient men van zijn eigen hond de gemiddelde ochtend- en avondtemperatuur in gezonde dagen te weten. Maar ik kan u wel een algemene regel geven.
• Heeft de hond een te lage temperatuur (ondertemperatuur), dan is dat niet goed, en moet u naar uw dierenarts. Dit komt voor bij onderkoeling (hypothermie).
• Ligt de temperatuur minder dan een halve graad hoger dan de normale temperatuur, dan noemen we dit verhoging. Als uw hond sloom is, kijk dan naar de ademhaling en vraag u af: Hoe plast hij? Hoest hij? Braakt hij of heeft hij diarree? Het is vaak een beginstadium van een infectie.
• Is het meer dan een halve graad hoger dan de normale temperatuur, dan noemen we het koorts. Koorts is verder te herkennen aan een verhoogde pols, verhoogde ademhaling en rillen.
Elke zomer weer zijn er honden met een temperatuur van ± 42º C: deze honden zijn meer dood dan levend, hijgen als een idioot, ademen oppervlakkig, tong eruit, zó'n ogen, zó'n pupillen (groot!) en vaak niet aanspreekbaar. Lees deze tips.
Waarom zou u uw hond gaan temperaturen? Dat doet u wanneer de hond u niet bevalt en niet omdat hij bijv. minder drinkt. U moet u ook afvragen, wat er de laatste uren gebeurd is. U kijkt eerst naar de ademhaling en pols en daarna kunt u eventueel gaan temperaturen.
peesontsteking, ontsteking van de pezen van de spieren.
peesschedeontsteking, ontsteking van de tunnels in de peesschedes. Vaak slaat een dergelijke ontsteking over naar de pees zelf, zodat ook een tendinitis kan ontstaan. Zie ook tenosynovitis.
Tenentrappen:
zie kruisen.
Tenon:
pees.
ontsteking van het binnenkapsel van de peesschede. Een erg duidelijk onderscheid tussen een tendovaginitis en een tenosynovitis bestaat niet en beide uitdrukkingen worden door elkaar gebruikt.
T.g.v. een tendovaginitis/tenosynovitis kan de peesschede nagenoeg worden verwoest, zodat de pees vrij komt te liggen van de peesschede. De pees kan bij het aantrekken van de spieren van zijn plaats wegschuiven en op een andere plaats komen te liggen, waarna beweging niet meer mogelijk is.
Tensie:
spanning; bloeddruk.
keuring van honden. De allereerste werd gehouden in 1847 in België. De eerste show in Engeland was in 1859, in Frankrijk in 1863 en in Nederland in 1872. Zie ook klasse, kwalificatie en hoe show ik mijn hond?
Teratogeen:
misvormingen verwekkend.
betrekking hebbend op het levenseinde.
is zorg vanuit het hart, die wordt gegeven aan een hond in de periode vóór euthanasie, vanaf het ogenblik dat de behandeling van bijv. kanker niet meer effectief is. Terminale zorg is een manier van denken en streeft naar leven op een waardige manier, in combinatie met een ongeneeslijke ziekte die op het punt staat fataal af te lopen. Dit houdt in dat de hond, aan het einde van zijn leven gekomen, wordt omringd door liefde en staat garant voor nog een veilig en pijnvrij leven thuis.
Terminale zorg ontstond omstreeks 1960 in Engeland binnen de gezondheidszorg voor mensen als een alternatief voor de kille, onpersoonlijke manier van sterven, zoals dit zo vaak gebruikelijk was in een ziekenhuis. Het doel was om de terminaal zieke patiënt thuis de gelegenheid te geven om te sterven, in een vertrouwde intieme situatie met zijn of haar familie.
Het toepassen van deze principes op terminaal zieke dieren lijkt een vanzelfsprekende keuze. De mensen rondom het dier profiteren van de gelegenheid nog iets speciaals voor de hond te kunnen betekenen, zoals een verwenning met lekkernijen en de mogelijkheid om extra tijd en energie aan de patiënt te besteden. Het geeft iedereen, vooral ook de kinderen in het gezin, de tijd om het voortschrijdende, fataal verlopende karakter van de ziekte tot zich door te laten dringen. Terminale zorg geeft het gezin tijd om afscheid te nemen. De hond profiteert van de vele oprechte bijdragen aan de kwaliteit van zijn leven, zoals extra knuffelen, favoriet eten en veel persoonlijke aandacht van ieder gezinslid op zich.
Terminale zorg is geen vervanging voor euthanasie. Hoewel sommige honden uit zichzelf thuis sterven tijdens de terminale zorg, is de meerderheid afhankelijk van hun menselijke gezinsleden in het nemen van de moeilijke beslissing euthanasie, als de tijd daarvoor rijp is.
een groep honden, die als taak had roofwild op te ruimen en daarvoor ook onder de grond werkte.
Zie hier.
Territorium
(meerv. territoria):
honden zijn, net als wolven, territoriale dieren. Het territorium bij wolven wordt ingesteld om de aanwezigheid van een voedselbron te monopoliseren en ter bescherming van de pups. Het wordt verdedigd tegenover indringers, die verjaagd worden.
Het territorium bij honden is veel kleiner, nl. het huis met evt. de tuin. Honden kunnen echter proberen hun territorium te vergroten tijdens de wandeling door zoveel mogelijk te markeren.
Tijdens de opvoeding van de hond is het verstandig om in
ieder geval dit markeergedrag aan de lijn zoveel mogelijk te beperken door door
te lopen, zodra de hond probeert ergens te markeren. Ik vind het
verschrikkelijk, als ik honden zie die langs elk struikje in voortuintjes of
langs gevels plassen. Mijn eigen reuen ruiken ook, omdat er honden geplast
hebben, maar zij kennen het commando "doorlopen", en dat betekent dat
zij 'aan de straat' niets markeren, alleen in het bos mogen ze dat; zo bezorgen
ze ook geen overlast (want niet elke plant kan ertegen, en bovendien vind ik het
vies, het hoort niet).
Testikels (testis):
zaadballen, teelballen. Mannelijke geslachtsklieren.
mannelijk geslachtshormoon, aangemaakt vanaf een leeftijd van (gemiddeld) ongeveer 9 maanden. De hond is dan geslachtsrijp. Testosteron zorgt voor de rijping van de spermacellen en voor de geslachtsdrift van de reu.
Testosteron is samen met androsteron verantwoordelijk voor het ontstaan van de secundaire geslachtskenmerken, d.w.z. die kenmerken die een dier een mannelijk voorkomen geven.
Zie ook bloedonderzoek.
Tetanie:
aandoening gekenmerkt door aanvalsgewijze spierkrampen t.g.v. calciumtekort.
ernstige bacteriële infectieziekte, die zich kenmerkt door spierkrampen voorafgegaan door pijn en spierstijfheid.
Clostridium tetani veroorzaakt de tetanus. Deze ziekte wordt veroorzaakt door een toxine, dat ook het zenuwweefsel aantast, alleen ontstaan geen verlammingen, maar krampen.
De hond is niet bijzonder gevoelig voor het tetanustoxine, maar kan toch wel ziek worden. De bacterie nestelt zich in wondjes, die afgesloten zijn met korstjes. Van hieruit wordt het toxine verspreid. Ook op de (vuile) tanden van de hond kunnen tetanusbacteriën voorkomen. Hier heeft de hond geen last van, maar hij kan ze door bijten wel overbrengen op de mens, die op zijn beurt tetanus kan krijgen. Tetanus is niet besmettelijk van mens op mens.
Raadpleeg uw huisarts als u bent gekrabd of gebeten, met name als de wond diep is. Neem ook contact met hem/haar op als bijt- of krabwonden niet goed genezen of als zij gepaard gaan met koorts of andere klachten.
De incubatietijd varieert van 1 dag tot enkele maanden, maar bedraagt meestal 3 tot 21 dagen. De incubatietijd wordt vooral bepaald door de plaats en de aard van de verwonding. De incubatietijd is langer naarmate de wond kleiner en minder gecontamineerd is en naarmate de afstand van de wond tot het centrale zenuwstelsel groter is.
Wonden moeten altijd grondig worden gereinigd en gedesinfecteerd. Was krab- en bijtwonden eerst zelf met water en zeep en desinfecteer ze met betadine of alcoholoplossing (70%).
Indien er risico op tetanus (DTP) bestaat, kan toxoïd worden geïnjecteerd. Onder invloed van deze op het toxine gelijkende stof bouwt het lichaam antitoxinen op.
Een basisimmunisatie of boostervaccinatie met tetanustoxoïd (tetanusspuit) beschermt nagenoeg 100% gedurende tenminste 15 jaar, maar waarschijnlijk langer. Het schema van de basisimmunisatie bestaat (bij personen ouder dan 1 jaar) uit 4 injecties:
* Injectie 1 en 2, direct na de verwonding: a) Tetanus Immunoglobuline, waarmee het lichaam de beschermende antistoffen, die het zelf zo snel nog niet heeft kunnen maken, krijgt en b) Tetanusvaccin, waardoor het lichaam er toe aangezet wordt zelf antistoffen te maken;
* Injectie 3, één maand na de verwonding: eerste herhaling van het Tetanusvaccin. Deze injectie versterkt het effect van de voorgaande vaccinatie;
* Injectie 4, zeven maanden na de verwonding: tenminste 6 maanden na de eerste herhaling van het Tetanusvaccin wordt een tweede herhaling gegeven. Deze injectie versterkt het effect van de voorgaande vaccinaties.
Met elkaar geven deze injecties langdurige, totale bescherming tegen tetanus. Zorg dat u ze allemaal krijgt!
Revaccinatie wordt aanbevolen tenminste 15 jaar na de primaire serie of de laatste boosterinjectie. Voor bijvoorbeeld dierenartsen en andere risicogroepen met (beroepsmatig) een verhoogde kans op infectie met Clostridium tetani is het advies om elke 10 jaar standaard een revaccinatie te doen. Argumenten hiervoor zijn frequente verwonding en intensief contact met besmet materiaal.
Zie ook wetenswaardigheden.
THA:
is de afkorting voor Total Hip Artroplasty, het implanteren van cementloze kunstheupen bij middelgrote tot grote honden.
Het is een vrij nieuwe methode van heupoperaties bij honden, die lijden aan
ernstige HD
en osteoartrose als gevolg van HD, alsmede andere misvormingen van de heupen.
Als gevolg hiervan zullen oude behandelmethoden voor heupproblemen (bijv.
bekkenkanteling en gecementeerde
heup) steeds minder van toepassing zijn.
In tegenstelling met de meeste kunstheupoperaties wordt er nu een geheel nieuwe
methode toegepast, waarbij er geen cement meer wordt gebruikt.
De heupkop wordt via een speciaal implantaat bevestigd met schroeven in het
dijbeen na verwijdering van de misvormde heupkop. Cement wordt niet gebruikt. De
bevestiging aan het dijbeen is meteen stabiel, de kunstfemurhalzen
kunnen in verschillende lengten worden aangebracht. Naast een nieuwe heupkop
wordt ook de defecte heupkom vervangen door een nieuwe cup, die zich klemt in
het daarvoor op maat gemaakte acetabulum (=heupkom).
Deze kan echter ook nog eens extra vastgeschroefd worden. De cup is gemaakt van
een titanium/aluminium/vanadium legering. Deze is poreus gemaakt, zodat er snel
een natuurlijke verbinding ontstaat met het acetabulum, doordat het bot vanuit
de diepte door de buitenste laag van de cup groeit.
Veel complicaties die gevreesd worden bij het gebruik van de "cement methodes"
blijven achterwege. De voornaamste complicatie bij de cementmethoden is nl. het
loskomen van de implantaten. Daarnaast is het zo, dat doordat de implantaten
meteen stevig verankerd zitten, de belasting van de poot direct kan en moet
plaatsvinden. De hond kan bijna altijd direct tot zeer snel na de ingreep lopen.
Op deze manier kan er een goed resultaat percentage van zo'n 95% gehaald worden.
Therapie:
geneeswijze, geneeskundige behandeling.
Thiamine:
vitamine B1; zie aneurine.
Thoracaal:
betrekking hebbend op de borst (thorax).
Thorax:
borstholte.
bloedplaatjes; zie trombocyt.
Thymoom:
is een
is geen hormoonklier (wat men lange tijd dacht), wel een belangrijk onderdeel van het lymphatisch systeem, waar lymphocyten worden 'opgeleid' tot T-cellen.
De thymus ligt direct achter het borstbeen,
boven op het hart. Sterk ontwikkeld bij jonge dieren, verdwijnt nagenoeg bij
geslachtsrijpheid. Bij jonge dieren speelt het een belangrijke rol bij de opbouw
van het immuunsysteem door de productie van witte bloedlichaampjes.
Thyreoïditis:
schildklierontsteking.
Thyreosis:
stoornis in de werking van de schildklier.
jodium bevattend schildklierhormoon. Ook T4 (tetra-jodothyronine) genoemd. T4 is feitelijk zelf niet actief en moet eerst in T3 (tri-jodothyronine) worden omgezet, alvorens de lichaamscellen er iets mee kunnen doen. De 4 en 3 achter de T (van: thyroid) hebben betrekking op het aantal jodiumatomen in het hormoon.
Zie ook TSH en bloedonderzoek.
scheenbeen.
Tick-fence® Spot:
bestrijdt teken en vlooien. Niet toedienen aan puppies jonger dan 2 weken. Niet gebruiken bij katten.
Tick-fence bevat permethrin, een insectendodend, synthetisch pyretroïde dat bij insecten selectief de overdracht van de zenuwimpuls onderbreekt. Permethrin oefent zijn activiteit uit door in het insect een wijziging te veroorzaken in de permeabiliteit van de zenuwmembraan voor natrium en kalium. Permethrin wordt door mens en dier snel gemetaboliseerd, maar voor ectoparasitaire artropoden zoals vlooien en teken bezit het een krachtiger toxiciteit, omdat bij ectoparasieten zowel het metabolisme als de eliminatie van dit product veel trager verloopt.
Voor honden met een gewicht minder dan 15 kg: breng het product direct op de huid aan. Open hiertoe de vacht en breng 1 ml, d.w.z. 1 pipet Tick-fence aan op de rug van de hond tussen de schouderbladen. Om locale irritatie te voorkomen is het van belang voldoende huidoppervlak te bevochtigen en daarmee een te hoge concentratie op de spot te vermijden. Voorkom wegvloeien en oplikken.
Voor honden zwaarder dan 15 kg: breng het product direct op de huid aan. Open hiertoe de vacht en breng 1 ml, d.w.z. 1 pipet Tick-fence aan op de rug van de hond tussen de schouderbladen én breng 1 ml, d.w.z. 1 pipet Tick-fence aan op de rug aan de staartbasis van de hond.
De werkingsduur van Tick-fence tegen teken en vlooien bedraagt 2 tot 4 weken. Nadat de hond gewassen is, kan een herbehandeling de bescherming voortzetten. Tussen twee behandelingen dient een interval van minimaal 7 dagen in acht te worden genomen.
Vermijdt toediening op de vacht en masseer het product niet in de huid. Laat de hond de eerste 12 uur na toediening niet zwemmen. Het spul is giftig voor vissen, derhalve niet toepassen bij aquaria of oppervlaktewater. Gebruik het ook niet gelijktijdig met andere insecticiden zoals pyrethroïden, organofosforverbindingen of carbamaten.
I.v.m. sensibilisatie en contactdermatitis dient bij de toepassing direct
huidcontact vermeden te worden. Draag daartoe handschoenen. Beperk aanraken van
de hond na behandeling tot een minimum.
Engels voor kleine vlekjes op een witte ondergrond (bijv. Dalmatische Hond, diverse Staande jachthonden), zoals bijv. belton en schimmel.
De eigenschap is enkelvoudig dominant en ligt op de T-locus.
Tightlip:
er zijn 2 mondvormen bekend bij de Shar-Pei: de zgn. bone-mouth en de dikkere meat-mouth. Bij de laatste kunnen bij te dikke lippen problemen ontstaan doordat deze over de tanden groeien, de zgn. tightlip.
Is dit het geval, dan kan dit met speciale operaties worden verholpen, zodat niet steeds op de onderlip wordt gebeten. U kunt hierop te letten bij de jonge Shar-Pei.
Tijgerpatroon:
het schimmelpatroon bij Teckels.
Tipoor
(tiporen):
staand oor, waarbij de punt omvalt (bijv. Collie, Sheltie,
Manchester Terriër).
Titer:
gehalte aan antistoffen in bloed of serum.
TLC:
betekent: Tender, Love and Care. Iets wat we allemaal, zowel mens als dier, nodig hebben. Daarom heten ook verschillende organisaties zo en bestaan er liedjes over.
TLI
test:
zie pancreatitis.
TNS,
Trapped Neutrophil Syndrome:
is een erfelijke ziekte (vertaald in het Nederlands: "Opgesloten Neutrofiel Syndroom"), waarbij de neutrofielen uit het beenmerg niet in de bloedsomloop terechtkomen. Puppy's met TNS hebben een slecht immuunsysteem en zullen uiteindelijk sterven aan infecties die niet bestreden kunnen worden. Ze reageren niet goed op entingen, groeien minder en hebben veel last van infecties. Uiteindelijk overlijden de meeste pups rond de leeftijd van 4 maanden of zijn dan al geëuthanaseerd. De oudst bekende hond met TNS is nog geen 3 jaar geworden.
TNS-gevallen zijn geïdentificeerd in Nieuw-Zeeland, Australië, Verenigde Staten en Groot-Brittannië. Uit onderzoek blijkt, dat het gen wijdverspreid is binnen het ras Border Collie. Het is autosomaal recessief, wat betekent dat beide ouders drager moeten zijn om pups te krijgen die lijden aan TNS.
De diagnose van TNS wordt door een aantal dingen bemoeilijkt. Ten eerste is de ziekte vrij onbekend bij dierenartsen. Ten tweede zijn de specifieke symptomen niet altijd zo nadrukkelijk aanwezig. De hoeveelheid witte bloedcellen is in sommige gevallen niet of nauwelijks verlaagd. Als laatste omdat het een auto-immuun-deficiëntieziekte is. De symptomen zijn in eerste instantie voornamelijk gerelateerd aan de infectie, die op dat moment de kop op steekt. Bij jonge pups wordt vaak gedacht aan het "puppy fading syndrome".
Er wordt momenteel veel onderzoek naar deze aandoening aan de Universiteit van New South Wales gedaan. Men heeft een DNA-test ontwikkeld, die alleen nog bruikbaar is voor honden die nauw verwant zijn aan bekende dragers (of lijders).
Testresultaten, stambomen etc. vindt u op Border Collie Health.
Tocoferol:
Toevallen:
zie epilepsie.
verzorging van de vacht en het schoonmaken van tanden, ogen en oren.
Tomografie:
röntgenfotografie, waarbij slechts één vlak scherp wordt afgebeeld.
Tong:
is zeer bewegelijk en heeft daarvoor de beschikking over tal van grotere en kleinere spiertjes, die in alle richtingen verlopen. De tong is aan het tongbeen, de onderkaak en de mondbodem bevestigd en wordt aan de voorzijde door het tongriempje vastgehouden.
Op de tong komen papillen voor, die het terugglijden van voedsel moeten tegengaan. Naar de aard van deze papillen voelt de tong hard en ruw aan (rund en kat) of juist zeer zacht en fluwelig (paard en geit). De tong van de hond voelt redelijk stevig aan en is noch ruw, noch fluwelig.
Als een hond het warm heeft, is de tong de enige plaats om door verdamping overtollige warmte kwijt te raken.
Zie ook spijsverteringsstelsel, warm weer en hijgen.
even de tong uit de bek steken in de richting van een ander individu; mondhoeklikken op afstand. Het is een onderdanigheidsignaal. Tevens kan de hond d.m.v. tongelen aangeven dat hij onzeker is geworden.
kan een pigmentvlek op de tong zijn, die de hond al bij zijn geboorte heeft. Sommige honden hebben helemaal een zwarte of blauwe tong, zoals bijv. de Chow Chow.
Komt er pas later een vlek op de tong, dan kan dat wijzen op een tumor of een vorm van huidwoekeringen.
is oogdrukmeting. Met een tonometer of oogdrukmeter wordt de inwendige oogdruk gemeten. Deze inwendige oogdruk moet binnen een bepaalde marge vallen. Een verhoging van de oogdruk kan duiden op de oogziekte glaucoom.
amandelontsteking (tonsil=keelamandel). Komt vooral voor bij puppy's en jonge honden.
is de basale spanning van iedere spier. Binnen een spier zijn er altijd wel een paar motorische eenheden afwisselend aan het werk, en daardoor bezit iedere spier een bepaalde basale spanning. Wanneer men een spier aan één zijde losmaakt, zal hij zich verkorten. De tonus is van belang bij het intact blijven van de lichaamsvormen en de gewrichten.
Gezondheid en fitheid bevorderen de tonus. Bij vermoeidheid blijken ook de spiervezels vermoeid: de tonus neemt af en de spieren verslappen; de oogleden zakken wat naar beneden, de wangen hangen slap, de onderkaak zakt uit en er komen rimpels in de huid.
Naast motorische zenuwvezels bezitten spieren ook sensibele zenuwvezels, die zorgen voor het zogenaamde spiergevoel. Dankzij de registratie van de tonus en spierspanning kan de hond zijn stand in de ruimte aanvoelen, zonder dat hij direct gebruik moet maken van zijn gezichtsvermogen en evenwichtszintuig.
Tonvormig:
ribben, die sterk gerond verlopen.
Toontreden:
zie hound staan.
TOP-gedragstest:
de Raad van Beheer heeft besloten de MAG (Maatschappelijk Aanvaarbaar Gedrag) test te laten doorontwikkelen naar TOP (Toetsing Op Persoonlijkheid) test.
Naast de uitslag voor overmatige angst en agressie krijgen de deelnemers ook informatie over andere aspecten van de persoonlijkheid van de hond, zoals het herstelvermogen, stressbestendigheid, gespannenheid, alertheid, vriendelijkheid en temperament.
De TOP test wordt afgenomen door daarvoor speciaal opgeleide gedragskeurmeesters.
Daarmee zal de Raad van Beheer dan beschikken over de TOP-test, die op een betrouwbare en valide wijze in staat is een zo goed mogelijk inschatting te maken van het gedrag van een hond.
Deze informatie is van belang voor de particuliere hondeneigenaar én voor de fokkers.
(Ras)hondeneigenaren kunnen met de uitslag van de TOP-test gericht aan de slag met de opvoeding van hun hond en zonodig deskundige hulp inroepen om het gedrag van hun hond te verbeteren om zo eventuele incidenten te voorkomen.
Fokkers die fokken met honden die zijn geslaagd voor de TOP-test, mogen verwachten dat de nakomelingen bij een verantwoorde en goede opvoeding in het maatschappelijk verkeer zich sociaal zullen gedragen en geen problemen veroorzaken met soms zeer ernstige gevolgen voor burgers en/of andere dieren.
De TOP-test is daarmee uniek voor Europa.
De TOP-test kwam in 2009 beschikbaar: de eerste testdag was op 15 mei '09. Voorwaarden voor deelname aan deze gedragstest zijn: 1) de hond dient identificeerbaar te zijn aan een chip of tatoeage; 2) honden zonder NHSB nummer moeten een Europees dierenpaspoort of buitenlandse (FCI) stamboom kunnen laten zien; 3) de hond dient ouder te zijn dan 18 maanden en worden begeleid door een persoon ouder dan 18 jaar.
Bij het niet voldoen aan deze voorwaarden wordt de toegang tot de TOP gedragtest geweigerd.
plaatselijk werkende middelen (uit het Grieks: topikos is plaatselijk, lokaal).
Top
knot, topknot:
Engels voor een kuif op de kop (bijv. Dandie Dinmont Terriër, Bedlington Terriër, Afghaanse Windhond en Poedel). De samenstelling is meestal wolliger of zijdeachtiger dan de overige beharing.
Tora Inu:
is de bijnaam van de Kaj Inu (Kai) en betekent tijgerhond.
Torsie:
draaiing, kanteling.
Torticollis:
scheve hals.
Totverbellen:
loeiend jachtgeluid van
Staande honden bij een niet te
apporteren groot stuk wild.
Totverweisen:
na het vinden van een aangeschoten stuk groot wild terugkomen bij de jager en hem naar de plek brengen, waar het wild ligt.
is een knevelverband, dat rond een poot wordt aangelegd om een hevige bloeding te stoppen.
Wikkel tussen de wond en het lichaam (het hart) een touw, koord, veter, opgerolde lap of zakdoek om de hond en leg er een halve knoop in. Leg op deze knoop vervolgens een stok(je), pen of een ander lang en stevig voorwerp en maak hierop weer een platte knoop. Draai het houtje voorzichtig rond met de wijzers van de klok mee net zolang tot de wond stopt met bloeden. Bevestig het houtje in deze stand met behulp van een bandje. Zo'n tourniquet mag maximaal een uur blijven zitten, liefst moet er iedere vijftien minuten even wat bloed doorgelaten worden om het afsterven van het lichaamsdeel (door zuurstoftekort) te voorkomen. U mag een tourniquet uitsluitend om een poot of om de staart aanleggen, nooit om de hals of de kop!
Ga direct naar een dierenarts.
giftige stof, m.n. door bacteriën afgescheiden.
giftig.
in het darmstelsel van honden voorkomende wormsoort, pathogeen voor de mens.
Zie voor uitgebreide info: wetenswaardigheden.
Toxocariase:
infectie met de rondworm Toxocara canis, een zoönose die vaak voorkomt bij honden. Zie voor uitgebreide info: wetenswaardigheden.
parasitaire eencellige organismen, die bij mens en dier infectie van het zenuwstelsel veroorzaken.
Toxoplasma is een ééncellige darmparasiet, die bij verschillende warmbloedige zoogdieren voorkomt. De kat(achtige) is de zogenaamde eindgastheer. Mensen, maar ook muizen, schapen en runderen zijn tussengastheren. Katten besmetten zich door het eten van rauw vlees, waarna ze eieren (oöcysten) kunnen uitscheiden via de ontlasting. Als een tussengastheer deze oöcysten opneemt, dan komen deze oöcysten in het lichaam van de tussengastheer uit en er vormen zich weefselcysten in organen en spieren. Deze weefselcysten veroorzaken ontstekingen in de organen waarin ze aanwezig zijn. Meestal zal een dergelijke infectie onopgemerkt voorbijgaan. Maar zeker bij mensen met onvoldoende weerstand kunnen er wel symptomen ontstaan van ontstekingen van diverse organen. En er kan bij mensen t.g.v. een Toxoplasma infectie abortus optreden of de baby komt ter wereld met (ernstige) neurologische afwijkingen. Mensen kunnen zich dus besmetten door contact met ontlasting van een oöcysten-uitscheidende kat of door het eten van rauw of onvoldoende verwarmd vlees van een besmet rund of schaap.
is een ernstige infectieziekte, die veroorzaakt wordt door toxoplasma. Het komt niet alleen voor bij de hond, maar ook bij de mens of de kat, hoewel we dit bij honden bijna niet zien, omdat honden veel sterielere voeding krijgen (bijv. brokken), terwijl katten muizen en vogels (rauw vlees) vangen, m.a.w. qua voeding zijn katten minder "onder controle" te houden dan honden.
Toxoplasmose is een infectie die ontstaat door een heel klein diertje, een parasiet, die met het blote oog niet eens te zien is. Echt ziek wordt u er niet van. Hoogstens bent u lusteloos, heeft u lichte koorts en opgezette klieren. Heeft u eenmaal toxoplasmose gehad, dan vormt het lichaam antistoffen die het lichaam beschermen tegen nog een infectie met de parasiet. Veel mensen hebben die bescherming al zonder te weten dat ze de infectie hebben doorgemaakt. Toch blijkt dat een groot deel van de zwangere vrouwen (45%) geen antistoffen tegen toxoplasmose heeft.
Als de moeder vlak voor of tijdens de zwangerschap toxoplasmose heeft, kan het kind de infectie krijgen via de placenta. In tegenstelling tot de moeder loopt het ongeboren kind wel degelijk gevaar. Het kan er ernstige afwijkingen door krijgen. Bijv. van het zenuwstelsel (waterhoofd) en aan de ogen (blindheid).
Vaak merkt u pas later, dat het kind vóór zijn geboorte geïnfecteerd was. Veel oogklachten kunnen bijvoorbeeld veel later tot uiting komen. De kans op een infectie bij het kind en het optreden van een aangeboren aandoening hangen af van de zwangerschapsduur.
Aangeboren toxoplasmose komt bij 1 op de 1000 zwangerschappen voor. Gelukkig wordt de parasiet niet altijd door de moeder op het kind overgedragen. En mocht de aanstaande moeder een ernstige toxoplasmose-infectie hebben, dan kunnen geneesmiddelen helpen. Hoe sneller de infectie ontdekt wordt, hoe beter de medicijnen hun werk kunnen doen.
De kat is 'gastheer' van deze parasiet. Via de uitwerpselen van vooral jonge katten, verspreidt de parasiet zich. De mens raakt besmet via de mond. Als u bijvoorbeeld eerst met uw handen aan de kattenbak zit, of in de aarde van een tuin, en daarna uw handen niet wast, geeft u de parasiet de gelegenheid om in uw lichaam te komen. U kunt ook toxoplasmose krijgen door het eten van besmet koeien-, schapen- of varkensvlees dat niet goed gekookt of gebraden is. U krijgt geen toxoplasmose door de kat of het vee aan te raken.
Er zijn geen gegronde redenen om als zwangere vrouw contact met katten te vermijden, mits de normale hygiëne betracht wordt. Dus het is niet nodig de kat uit huis te doen. Het dier scheidt na een infectie de inactieve vorm van de parasieten maar een paar weken in zijn leven uit. Vaak heeft hij in die periode dan diarree. Deze parasieten kunnen tot enige jaren in leven blijven.
Het is dus beter het zekere voor het onzekere te nemen en er als aanstaande moeder voor te zorgen dat u niet in aanraking komt met de uitwerpselen van de kat. Laat iemand anders dus de kattenbak verschonen als u zwanger wilt worden en zolang u zwanger bent. Dagelijks schoonmaken van de kattenbak verhindert, dat de parasiet zich vermenigvuldigt in de bak.
Omdat u niet weet waar bezoekende katten hun ontlasting laten, moet u eraan denken om met handschoenen aan in de tuin te werken in de periode dat u zwanger wilt worden of dat al bent. Wees voorzichtig met ongewassen groente: was die altijd goed.
In rauw vlees kan de toxoplasmose-parasiet voorkomen. Bak het vlees altijd door en door gaar, zodat hij vernietigd wordt. Broodbeleg zoals biefstuk tartaar, filet Americain, rauwe rosbief en ossenworst kunnen beter even niet op het menu. Let op goede hygiëne in de keuken.
Alles op een rijtje: toxoplasmose van de moeder kan gevaarlijk zijn voor het ongeboren kind. U krijgt de infectie via de uitwerpselen van katten en het eten van besmet vlees dat onvoldoende verhit is. Wees dus voorzichtig:
• Laat iemand anders de kattenbak elke dag legen en goed schoonmaken;
• Werk niet zonder handschoenen aan in de tuin;
• Was groente goed voor u ze gebruikt;
• Eet alleen vlees dat door en door gaar is, want de parasiet kan erin
voorkomen;
• Als u zich ook maar even onzeker voelt, moet u erover praten met uw huisarts
of verloskundige.
Voor mensen met onvoldoende weerstand (door Aids, leukemie of bepaalde medicijnen die de weerstand ondermijnen) gelden bovenstaande adviezen eveneens.
TPLO,
T.P.L.O.:
is de afkorting voor Tibial Plateau Leveling Osteotomy, een chirurgische vorm voor het herstel van een ruptuur van de voorste kruisband (zie achterbenen).
Scheuren van de voorste kruisband zien we bij 2 typen honden: jonge, vaak zware atletische honden (bijv. Rottweiler, Beauceron, Berner Sennenhond) en bij de wat oudere honden, vaak ook kleine honden (Maltezer, Yorkshire Terriër etc.).
Deze scheuren ontstaan door overbelasting van de kruisband, vaak tijdens een explosieve beweging. De band scheurt bij slechts een klein aantal honden direct helemaal. Meestal is er een voorgeschiedenis van kleine scheurtjes, die aanleiding geven tot periodes van mank zijn.
In de beginfase, zolang de scheurtjes klein zijn, reageert de hond dan ook nog goed op pijnstillers of ontstekingsremmers. Maar er zal toch een operatie moeten plaatsvinden. Want onderzoek heeft aangetoond dat scheuren van de kruisband die niet worden geopereerd in 100% van de gevallen leiden tot meniscusscheuren.
De nog vrij nieuwe TPLO-techniek verandert de hoek van de tibia (het onderste been van de knie), zodat de hondenknie meer op een mensenknie gaat gelijken. De hoekverandering ontstaat na doorzagen en terug vastzetten van het bot in een andere hoek met een speciaal ontwikkelde plaat en schroeven. Door deze hoekverandering is er minder druk op de meniscus. De knie kan zo tot rust komen en er zal geen of nauwelijks artrose ontstaan.
Het herstel na de ingreep moet langzaam gebeuren. Daarom moet de patiënt tot zes weken na de ingreep aan de korte lijn gehouden worden. In huis mag hij echter vrij bewegen. Wandelingen moeten kort zijn.
Na zes weken mag hij meer doen. Maar hem dan loslaten en plots alles laten doen, is te veel van het goede. De knie wordt dan overbelast. Daarom moet de fysieke opbouw langzaam gebeuren over een periode van 1 tot 2 maanden.
TPO,
T.P.O.:
is de afkorting voor Triple Pelvic Osteotomy. Het is het chirurgisch verhelpen van een slechte aansluiting van het heupgewricht (HD) bij jonge honden, ook bekkenkanteling genoemd. Als de hond te oud is, is de ingreep meestal niet meer mogelijk vanwege de artrose die dan ontstaan is; dat is zo ongeveer met 18 maanden.
Bij een bekkenkanteling wordt door een orthopedisch specialist de kom van het heupgewricht losgemaakt uit zijn omgeving en onder een bepaalde hoek weer teruggeplaatst waardoor het heupgewricht wint aan stabiliteit. Het herstel duurt ongeveer 12 weken. Na 6 weken kan de andere zijde, mits deze ook is aangetast, geopereerd worden. Het herstel van deze tweede kant duurt wel wat langer.
De honden die met deze operatietechniek behandeld worden, ontwikkelen nauwelijks artrose.
Deze toch ingrijpende en erg kostbare operatie werd naar mijn mening erg vaak bij een bepaalde dierenarts hier in de buurt uitgevoerd. En daarom geef ik u een goede raad: vraag uw dierenarts de foto's en ga voor een second opinion naar een andere dierenarts om te weten of het echt de beste oplossing is.
Bovendien is het belangrijkste argument om niet zomaar te besluiten tot een operatie het feit, dat het wetenschappelijk is vastgesteld, dat 75% van de jonge honden, die "conservatief" behandeld worden (beweging, goed gewicht, pijnstilling, spierversterkende middelen, homeopathie en voedingssupplementen) op volwassen leeftijd prima functioneren en weinig tot geen last meer van de HD hebben. Dus bij 75% van de dieren is een operatie totaal overbodig! Scheelt u als eigenaar een hoop geld en uw hond een hoop ellende. En mocht op latere leeftijd blijken dat een operatie toch nodig is, dan kan dat altijd nog. Een kunstheup kan op vrijwel iedere leeftijd en in ieder stadium succesvol uitgevoerd worden.
Inmiddels wordt een bekkenkanteling steeds meer vervangen door THA.
Traanbuisjes:
zie ogen.
Traanproductie,
overmatige ~:
zie epiphora.
Traanstrepen:
zie atresia van de traanpunten en ogen.
luchtpijp. In de borstkas vertakt de luchtpijp zich in 2 bronchi. Elke bronchus loopt naar een longhelft.
Tracheïtis:
ontsteking van de luchtpijp.
Tracheobronchitis, infectieuze ~:
zie kennelhoest.
oftewel een bronchoscopie is een onderzoek, waarbij in de luchtpijp en in de grotere bronchiën gekeken wordt. De indicaties voor dit onderzoek is meestal: chronische hoesten, snurken en benauwdheid of rochelen. De luchtpijp is een vertakte boom, waarbij de wijde luchtpijp (trachea) zich steeds verder vertakt in steeds kleiner wordende adembuisjes.
Bij een kijkonderzoek in de trachea is het eerste wat opvalt, dat de luchtpijp van binnen net een stofzuigerslang lijkt. Dat komt door alle kraakbeenringen die er net als bij de stofzuiger ervoor zorgen dat de luchtpijp bij inademen door de onderdruk niet dichtklapt.
Meestal kan de dierenarts bij een bronchoscopie met een starre vaste scoop toe die niet zo heel erg klein hoeft te zijn (4-10 mm). Dat heeft tot voordeel, dat hij veel licht heeft en een grote beeldhoek, terwijl de apparatuur veel minder kwetsbaar is. Omdat het zichtbare deel van de luchtpijp en bronchiën vrij recht is, kan hij een bronchoscopie meestal vrij snel uitvoeren.
Bij een bronchoscopie wordt gelet op slijm, de aanwezigheid van wormknobbels (zeldzaam maar het kan), vreemde voorwerpen (boomschors etc.), sputum en tumoren. Eventueel kunnen er van gezwellen biopten genomen worden en kan er een bronchusspoelsel gemaakt worden om achter de oorzaak van de hoestklachten te komen.
Zie ook endoscopie.
ontsteking van het oogbindvlies; een vorm van chronische bindvliesontsteking, veroorzaakt door Chlamydia trachomatis.
Tractus:
lang orgaan, bijv. darmkanaal of navelstreng.
af te leggen parcours bij
sledewedstrijd.
het inbrengen van bloed of een serum in de bloedvaten.
Transmissie:
besmetting.
Transplantatie:
het overbrengen van levend weefsel naar een andere plaats van het lichaam of naar een ander lichaam.
Transsudaat:
doorsijpelend weefsel- of wondvocht.
Transversaal:
dwars op het lichaam.
verwonding.
Traumatische
artritis:
zie artritis.
Treibball:
is een spel voor honden, ontwikkeld door Jan Nijboer. In Nederland geschreven als 'Treibbal'.
Zie drijfbal.
eind 19e en begin 20e eeuw was de hondenkar van melkboer en bakker een bekende verschijning en tot na de Eerste Wereldoorlog werd de hond in Nederland als trekkracht gebruikt. In 1912 werd door jonkheer De Kock de 'Anti-Trekhonden Bond' opgericht en mede aan de activiteiten van deze vereniging, in combinatie met het groeiende inzicht dat de hond voor dit soort werk ongeschikt is, is te danken dat het gebruiken van de hond als trekkracht bij de wet werd verboden.
Overigens is de trekhond internationaal gezien nog niet afgeschaft. In Engeland vaardigde men reeds halverwege de vorige eeuw een algeheel verbod uit honden trekdiensten te laten verrichten, maar bijv. in Duitsland mogen op bepaalde voorwaarden (o.a. moet de hond minstens 2 jaar oud zijn en een schouderhoogte van minstens 60 cm. hebben) trekhonden worden ingezet.
Buiten beschouwing worden hier gelaten de specifieke sledehonden van het Hoge Noorden, zoals de Alaska Malamute en Husky.
Zie ook skijoring en Belgische trekhond.
Trematode:
beving, trilling.
Trichiasis:
haren, die door een afwijkende stand het hoornvlies irriteren.
Trichitis:
ontsteking van de haarzakjes.
Trichofytie, trichophytie:
ringvuur, vorm van huidschimmelinfectie. Zie ringworm.
Trichomoniasis:
infectie met trichomonas, vooral in de darm en soms in de vagina. Veroorzaakt diarree of stinkende afscheiding.
Trichostrongylus:
geslacht van parasitaire ingewandswormen.
geslacht van zweepwormen.
Tricolor,
tricolour:
driekleurig:
black-and-tan met wit-aftekening.
Tricuspidalis:
klep tussen de rechterkamer en de voorkamer van het hart.
Trilhaartjes:
haarachtige structuren, die uit sommige cellen stulpen, zoals die in de luchtwegen. Ze bewegen ritmisch om slijm en afval te verwijderen.
• het plukken van de bovenvacht van ruwharige honden;
• het uitplukken van loszittende (onder)haren;
• het knippen, effileren, scheren, ontklitten en verzorgen van de vacht, vaak met als doel de hond tentoonstellingsgereed te maken.
Bij sommige rassen hoort het standaard bij de verzorging van de hond. U kunt dit trimmen zelf doen of u gaat naar de trimsalon.
Het beroep hondentrimmer bestaat al sinds de 2e helft van de 19e eeuw. Deze toiletteurs hielden zich voornamelijk bezig met het kappen van poedels.
Zie ook vachtproblemen en vachtverzorging.
Trochanter
major, grote trochanter:
is een uitsteeksel, een groot botpunt, aan het uiteinde van het dijbeen. De kleine trochanter (trochanter minor) bevindt zich iets naar onderen.
Zie skelet.
Trocoxil®:
is een nieuw diergeneesmiddel voor honden met bijv. artrose, dat door Pfizer Animal Health BV gelanceerd is.
Trocoxil bevat als werkzame stof mavacoxib, een selectieve COX-2 inhibitor (COXIB), die bij uitstek geschikt is voor ononderbroken behandeling van pijn en ontsteking, geassocieerd met canine osteo-arthritis. Na toedienen van de tweede dosis (2 weken na de eerste dosis) worden de Trocoxil kauwtabletten slechts eenmaal per maand gegeven. Een behandelingscyclus met Trocoxil mag niet langer zijn dan 7 opeenvolgende doses (6½ maand).
Het is een langwerkend NSAID. Dat is een middel dat zowel de ontsteking in het gewricht remt als de pijn bestrijdt.
NSAID's bestaan al langer, bijvoorbeeld in de vorm van smakelijke tabletten die elke dag aan de hond gegeven moeten worden. Trocoxil is ook een smakelijke tablet, maar het bijzondere is, dat deze tablet slechts één keer per maand gegeven hoeft te worden. Er is geen enkele andere pijnstiller waar dit voor geldt.
Daarnaast is het werkingsmechanisme van Trocoxil iets anders. Het werkt nog gerichter tegen de stoffen die in het lichaam een rol spelen bij het veroorzaken van pijn en ontsteking dan andere middelen.
Trocoxil® is vanaf september '09 in eerste instantie in 3 verschillende sterktes (van 30 mg, 75 mg en 95 mg) uitsluitend verkrijgbaar bij de dierenarts.
Zie ook hier.
Trofozoïet,
trophozoïet:
is vertaald een "diertje dat zich voedt" en een vegetatief stadium.
Zie ook babesiosis en giardiasis.
Trombidiose,
Trombidiosis:
zie oogstmijt.
bloedplaatje. Trombocyten zijn kleurloze elementen, die beschadigde bloedvaten repareren. Ze brengen bloedverlies tot stilstand door proppen te vormen in gaatjes in de vaatwanden. Wanneer een bloedvat beschadigd is, verzamelen de bloedplaatjes zich om de plaats van beschadiging te dichten. Dit is de eerste stap van de bloedstolling, een proces dat voltooid wordt door eiwitten die zich in het plasma bevinden. Deze eiwitten worden stollingsfactoren genoemd.
Trombo-embolie:
verstopping van een bloedvat door een embolus.
vorming van een of meerdere bloedproppen in de bloedbaan of in een bloedvat.
bloedprop, bloedstolsel.
vlies dat het uitwendig oor begrenst, en zeer rijk voorzien is van bloedvaten. Onder invloed van het geluid geraakt het trommelvlies in trilling.
Trousers:
Engelse term voor de lange beharing aan de achterhand; zie ook broek.
Truncus:
stam, buis, stronk, wortel, bijv. hersenstam.
Trypanosomen:
eencellige zweepdiertjes, die zich als ziekteverwekkende parasieten in het bloed kunnen bevinden.
Tryptophaan,
Tryptofaan, L-Tryptophan (Trp):
Het aminozuur tryptofaan kan, in combinatie met vitamine B6, de stressbestendigheid verbeteren. Tryptofaan speelt een belangrijke rol bij de vorming van Serotonine. Serotonine is een neurotransmitter. In de hersenen zorgt deze stof voor de overdracht van prikkels die verantwoordelijk zijn voor het slaappatroon. Zo ontstaat er een kalme en rustige gemoedstoestand, die vergelijkbaar is met het gevoel na het eten van een flinke maaltijd. Daarom wordt serotonine ook wel het "happy" hormoon genoemd.
De universiteit van Wageningen houdt in 2008 een wetenschappelijk onderzoek naar het effect van voer op het gedrag van de hond. Er zijn aanwijzingen dat voer met extra natuurlijke toevoegingen, zoals tryptofaan, een hond minder agressief of nerveus kan maken.
T.S.H.,
TSH:
thyreotroop stimulerend hormoon, thyreotropine. Dit hormoon activeert de schildklier m.b.t. de productie en afgifte van het schildklierhormoon. TSH wordt aangemaakt in de hypofyse.
De hypofyse "meet" de hoeveelheden T4 en T3 (zie thyroxine) in het bloed en reageert daarop met een variatie in de aanmaak en afgifte van TSH. Het TSH-gehalte in het bloed vertelt ons dus wat de hypofyse van de werking van de schildklier vindt. Het gaat hier om een zogenaamd "negatief terugkoppelsysteem", want de hoeveelheid TSH neemt toe als de hoeveelheid T4 afneemt (en andersom).
Zie ook bloedonderzoek.
TTA operatie:
is de afkorting voor Tuberositas Tibiae Advancement, een vrij nieuwe behandeling van gescheurde kruisbanden.
Het belangrijkste verschil met de bestaande behandelingen is dat i.p.v. het symptoom te behandelen (vervangen door kunstkruisband), bij een TTA het onderliggende probleem in de knie wordt verholpen.
Bij de TTA wordt het voorste gedeelte van het bovenste deel van het scheenbeen
losgezaagd en opnieuw vastgezet d.m.v. implantaten, met dien verstande dat er
een soort wig in de vorm van een kooi tussen geplaatst wordt. Op deze manier
wordt dit gedeelte van het scheenbeen (nl. de tuberositas tibiae) een aantal
millimeters naar voor en naar boven verplaatst.
Natuurlijk wordt deze verplaatsing op basis van zeer nauwkeurige metingen
uitgevoerd, zo zal elke hond zijn eigen verplaatsing kennen. Als gevolg van deze
verplaatsing zal de aanhechting van de rechte knieband (van de knieschijf naar
het scheenbeen) ook naar voren verplaatst worden. Juist deze verplaatsing is wat
de knie weer stabiel maakt, de rechte knieband neemt a.h.w. de functie over van
de kruisband. Vanaf dit moment is geen voorste gekruiste band meer nodig en zal
de hond een stabiele en meteen belastbare knie hebben.
De eerste zes weken moet het botfragment weer gaan vastgroeien en zal beweging nog wat beperkt moeten worden, maar de hond zal weldra weer goed kunnen belasten. Na 6 weken worden er controlefoto's gemaakt om te kijken of het vastgroeien goed verloopt. Na een maand of 4 worden er weer röntgenfoto's gemaakt om te kijken of het botgenezingsproces afgerond is.
Tuba
oviducti:
het trechtervormige begin van de oviduct. De tuba is bedekt met trilhaar en veroorzaakt hiermee een bepaalde stroomrichting, waarin de eicel wordt verplaatst. Vanuit de tuba wordt de eicel verder gedreven door de oviduct in de richting van de baarmoeder.
Tuber:
knobbel.
vaccin op basis van tuberkelbacteriën, gebruikt voor de therapie en voor de diagnose van tuberculose.
Tuberculinereactie:
allergische reactie op de toediening van tuberculine.
infectieziekte, waarbij tuberkels gevormd worden. Ook TBC genoemd.
longknobbel.
Tuchtcollege:
zie Raad van Discipline.
Tucked
up:
Engelse term voor het op snelheid gebouwde uiterlijk van honden met geronde lendenen, diepe borst en borst-buiklijn in een sterke curve; zie windhonden.
Tularemie:
jagerskoorts; zie wetenswaardigheden.
Tulpoor:
zie
vleermuisoor.
is een abnormale zwelling, die niet persé kwaadaardig (zie kanker) hoeft te zijn; het gezwel kan ook goedaardig zijn.
Een tumor is een hoopje
cellen die zich niet houden
aan de normale regels voor de groei van cellen. Normale cellen groeien totdat ze
van het lichaam een boodschap krijgen, dat ze moeten stoppen. Tumorcellen
luisteren niet naar deze boodschap en blijven maar doorgroeien en doorgroeien.
Tumoren kunnen worden verdeeld in 2 groepen:
a) de eerste groep zijn de goedaardige tumoren. Deze tumor groeit langzaam, blijft op een plaats zitten en beschadigd geen organen in zijn omgeving door er doorheen te groeien;
b) de andere groep bestaat uit de kwaadaardige tumoren. Kwaadaardige tumoren vreten zich door het omringende weefsel heen. Doordat er kleine stukjes tumor kunnen loslaten, verspreiden deze tumoren zich langzaam door het lichaam. Daar kunnen dan soms weer nieuwe tumoren uit groeien. Een kwaadaardige tumor noemen we kanker. Klik hier om alles over kanker bij honden te lezen.
Tunica:
omhullend vlies, membraan.
Tunnel:
toestel, dat bij de behendigheid wordt gebruikt. De tunnel moet vervaardigd zijn van buigzaam materiaal, zodat deze in één of meer bochten gelegd kan worden.
Zie voor uitgebreidere info: Agility.
Canis familiaris palustris. In verschillende delen van Europa heeft men resten van hondenbeenderen gevonden, die na vergelijkende studie veel overeenkomst vertoonden. De in het midden van de vorige eeuw in Zwitserland opgegraven botten, die men aantrof bij de restanten van paalwoningen uit het neolithische tijdperk (ong. 4000 v. C.), inspireerden Rutimeyer tot het reconstrueren van een hondentype dat beschouwd moet worden als de stamvader van onze huidige Terriërs, Keesachtigen, Poolhonden, Pinschers en Schnauzers.
Gandert vergeleek in de jaren dertig vondsten uit Rusland, Scandinavië en Silezië met deze Zwitserse restanten en kwam tot de conclusie dat ondanks grote variatie er veel overeenkomende kenmerken zijn. Op grond van zijn bevindingen onderscheidde hij een drietal typen:
a) het Ladogatype, met als voornaamste kenmerken een krachtige voorsnuit met sterk gebit, de schedel in verhouding tot de voorsnuit betrekkelijk klein, en sterke aanhechtplaatsen (hoekige beenformaties) voor spieren;
b) het Robenhausertype, met betrekkelijk smalle schedel, een tamelijk korte, niet te spitse voorsnuit en matig krachtig gebit;
c) het Kleinwanzlebentype, een dwergvorm, ook wel het Spalettitype genoemd, met ronde, bolle schedel, kleine korte voorsnuit, en korte onderkaak.
Keeshonden, Pinschers, Schnauzers en Terriërs zouden zijn ontstaan uit het Robenhausertype, de Poolhonden uit het Ladogatype en vele dwergrassen uit het Spalettitype.
Turgor:
spanning tussen celwand en celinhoud, veroorzaakt door de aanwezigheid van vocht.
Turn
up:
Engelse term voor opgebogen onderkaak (bijv. Engelse Bulldog).
aandoening van de huid tussen de tenen of vingers van de hond, vaak doordat er iets zit wat er niet hoort, zoals een stukje pekel of een grasaartje. Geklitte vacht tussen de tenen kan ook de oorzaak zijn, evenals irritatie door chemicaliën (bijv. het desinfecterende middel waarmee het hok wordt schoongemaakt).
Als een hond een anaalklierontsteking heeft en op zijn poten bijt, kan dit ook deze aandoening veroorzaken.
Zie ook pododermatitis.
schijf, die de wervels van elkaar scheidt en fungeert als een soort kussentje; vangt schokken op. Tegelijk vormen ze gewrichten, waardoor de wervelkolom (ruggengraat) kan buigen en bewegen. De schijfjes bestaan uit een stevige, vezelige buitenste band (ook wel de annulus fibrosus geheten) met een geleiachtige kern (de nucleus pulposus geheten). Klik hier voor meer info.
Tuyll van Serooskerken, Baron
Frederik Willem Christiaan Hendrik
van ~:
speelde lange tijd, tot aan zijn overlijden in 1924, een belangrijke rol in de opbouw van de Nederlandse kynologische organisatie. Onder leiding van F.W.C.H. Baron van Tuyll van Serooskerken organiseerde Nimrod in 1886 het eerste kynologische congres in Brussel.
Hij was ook het eerste Nederlandse IOC-lid en eerste voorzitter van het NOC. Met name aan zijn inzet heeft Amsterdam de toewijzing van de Olympische Spelen van 1928 te danken.
Frits van Tuyll van Serooskerken werd bijna 73 jaar (Amsterdam, 27-3-1851; † 's-Gravenhage, 13-2-1924).
Twaalfvingerige darm:
oftewel duodenum, is het eerste deel van de dunne darm.
Zie ook spijsverteringsstelsel.
Tweede lijnsgeneeskunde:
is een 'wonderfluitje', dat het 'trekken aan de lijn' stopt in de basis. Het is een niet-elektrische trainingshulp voor trekkende honden. Hij past op elke standaard halsband en werkt zonder batterij, waardoor hij altijd direct bruikbaar is.
Dit wonderfluitje bevestigt u tussen de halsband en de lijn. U laat de hond uit als gewoonlijk en wanneer uw hond aan de riem trekt, klinkt er een fluitend geluid uit de Tweeter wat vervelend is voor de gevoelige hondenoren (maar wél veilig), in combinatie met een consequent commando als “naast” of “nee” leert u uw hond snel om rustig naast u te blijven lopen.
De Tweeter kan gebruikt worden bij verschillende vormen van antisociaal gedrag, mits hij gebruikt wordt met het juiste commando.
De toon van de Tweeter is makkelijk in te stellen, en niet elektrisch. U kunt met de bijgeleverde sleutel de toon desgewenst hoger of lager instellen; u stelt de toon hoger in door de sleutel met de klok mee te draaien en u stelt de toon lager in door de sleutel tegen de klok in te draaien.
• De Tweeter werkt het beste voor honden die zwaarder wegen dan 4 kg.
• Gebruik de Tweeter als een trainingsmethode, één op één met uw hond.
• Gebruik de Tweeter niet langer dan 3 dagen achter elkaar, waarna u een pauze
inlast van 7 dagen, voordat u weer opnieuw begint.
• Zorg ervoor dat u een commando zo gebruikt, dat deze tezamen met de Tweeter
met 'slecht' gedrag wordt geassocieerd.
• Indien de hond niet genoeg reageert op de Tweeter, dan kunt u de toon hoger
zetten en de mate van training tijdelijk verhogen.
• Wanneer uw hond rustig naast u blijft lopen, kunt u de Tweeter tussen de
halsband en riem verwijderen.
• Blijf de Tweeter om de 6 tot 10 weken gebruiken voor 2 of 3 dagen, om het
goede resultaat te behouden.
Tyflitis:
blindedarmontsteking; ook appendicitis.
Tyfus:
besmettelijke darmaandoening, veroorzaakt door de bacterie Salmonella typhosa.
Tympanie:
opgeblazenheid van de buik t.g.v. gasophoping, windzucht.
Type:
honden behoren binnen een ras tot een bepaald type. Vergelijk het een beetje met een type van een auto binnen een bepaald merk.
© Copyright by Yvonne Soomers-Marell