Alfabetische lijst van Nederlandse en buitenlandse
kynologische & medische termen en uitdrukkingen
S
Sabelstaart:
recht hangende staart, waarvan het ondereinde iets opbuigt.
de grijze, bruine of oranje
vacht met zwarte haarpunten (bijv.
Sheltie en Collie).
vlekken op een
sable
ondergrond (bijv. Border Collie). Zie ook
blue-merle,
red-merle, merle-tekening en
getijgerd.
Saccus:
zak.
Sacraal:
b
heiligbeen.
Saddle:
zie zadeldek.
Salivatie, salivatio:
speekselafscheiding of, zoals we vaak bij de hond zeggen, speekselen.
Saliw:
het jachtgeluid van de Oostenrijkse Brakken, een diep aangezet 'ach', dat overgaat in 3 tot 4 octaven hoger 'ai, ai, ai'.
geslacht van bacteriën, die verschillende ziekten kunnen veroorzaken, waaronder voedselvergiftiging.
Salmonella is een veel voorkomende bacterie, waarvan al meer dan 2000 ondersoorten bekend zijn. Er zijn gelukkig slechts 20 tot 25 pathogene Salmonellae zoals Salmonella paratyphi, Salmonella typhimurium en Salmonella enteritidis.
Honden zijn in het algemeen goed bestand tegen Salmonellae. Slechts een enkele keer ontstaat er een darminfectie met diarree als symptoom. Ernstiger is het, dat sommige honden drager kunnen zijn van deze bacterie, zonder er hinder van te ondervinden. De honden scheiden de bacteriën uit in de ontlasting. Bij minder goede hygiënische omstandigheden kunnen honden de mens besmetten.
Indien een hond niet alleen door een pathogene Salmonella is besmet, maar tevens is besmet door Campylobacter jejuni, is er een grote kans op het ontstaan van een darminfectie.
Besmettingen met Salmonellae en Campylobacter kunnen optreden door het eten van (rauw) kippenvlees. Ter voorkoming van Salmonellose dient men (bij voorkeur alle soorten) vlees eerst te verhitten alvorens te voeren.
Salpinx:
eileider.
SAM:
is de afkorting van Systolic Anterior Motion.
Voor meer info: zie HCM.
kwaadaardig gezwel van bindweefselcellen.
Voor meer info over kanker: zie wetenswaardigheden.
sarcoptes of schurftmijt; zie scabiës.
SARD, S.A.R.D.:
staat voor Sudden Acquired Retinal Degeneration (soms ook SARDS genoemd: Sudden Acquired Retinal Degeneration Syndrome). Dit betekent een acute degeneratie van het netvlies, waardoor een hond blind wordt. Het wordt ook wel 'Quiet Eye' genoemd en kan bij elke hond, rashond of kruising, plotseling optreden. De honden zijn meestal tussen de 7 en 14 jaar en vrouwelijke dieren zijn vaker aangedaan dan mannelijke dieren.
Onderzoek heeft aangetoond dat bij honden met SARD er sprake is van een totale destructie van de visuele cellaag (de staafjes en kegeltjes) van de retina (netvlies) met als gevolg blindheid.
Het is heel typisch dat SARD vaak gepaard gaat met een toegenomen eetlust en waterconsumptie in de weken voorafgaand aan het verlies van het kijkvermogen. In die tijd neemt het gewicht van de honden vaak toe en sommige eigenaren merken ook een verlies van hoor- en reukvermogen van hun hond op.
De blindheid treedt meestal heel plotseling op, maar sommige oplettende eigenaren merken een verminderd zicht al 5-10 dagen voor de complete blindheid op.
Bij onderzoek aan het oog valt op, dat het netvlies er normaal uitziet. De pupilreflex is helemaal niet of verminderd aanwezig en de honden zijn vaak niet in staat om een vallend bolletje watten met hun ogen te volgen. Conclusie, de hond heeft een verminderd zicht of is helemaal blind.
Het beeld (veel drinken, veel eten, bolle buik) heeft veel weg van de ziekte van Cushing. Toch zal deze test meestal negatief of heel licht positief uitvallen. Als er een onderliggende Cushing aanwezig is, dient deze behandeld te worden, maar deze behandeling zal helaas niet leiden tot herstel van het zicht. Het is niet bekend of er een relatie tussen SARD en Cushing aanwezig is.
Hoe wordt de diagnose gesteld?
Er zijn natuurlijk meerdere oorzaken voor acute blindheid, waarbij we weinig aan het oog zelf zien:
• ontsteking van de optische zenuw;
• ontsteking in de hersenen;
• tumoren die op de optische zenuw drukken;
• tumoren in de hersenen;
• SARD.
De uiteindelijke diagnose wordt, na uitgebreid bloed- en urineonderzoek en een bloeddrukmeting, gesteld middels een ElectroRetinoGram (ERG). Met een ERG wordt de functie van het netvlies gemeten. Als deze functie normaal is, is er geen sprake van SARD en moet de dierenarts verder zoeken naar de oorzaak van de acute blindheid. Als het ERG afwijkend is (er worden geen elektrische signalen gemeten) en de bloeddruk is normaal, dan is SARD de meest waarschijnlijke oorzaak.
Helaas bestaat er geen therapie voor SARD. De vernietigde cellaag van het netvlies kan niet meer hersteld worden.
Waarom is het dan zo belangrijk om een diagnose te stellen? Bij een ontsteking van de optische zenuw heeft de hond met behulp van ontstekingsremmers wel kans op herstel van het zicht.
Het is belangrijk om te weten dat SARD geen pijnlijke aandoening is en dat een hond met SARD dus geen pijn lijdt. De hond zal in het begin natuurlijk wel verward en onzeker zijn als het plotseling blind wordt. Maar met de juiste begeleiding kunnen de meeste honden prima functioneren.
Enkele algemene tips in het omgaan met een blinde hond, of hij nu blind geboren is of dat hij het wordt op oudere leeftijd, vindt u hier.
kleur, die onderscheiden wordt in Dunkelsaufarben en Leichtsaufarben.
We treffen deze kleuren aan bij de ruwharige en kortharige Teckels. Het zwart van de enigszins verwaterde black and tan is dan met grijze haren doorschoten.
Het Leichtsaufarben is een lichtere wildkleur.
sarcoptesschurft. De sarcoptesmijt, een zeer klein diertje, nauwelijks waarneembaar met de microscoop, graaft gangen in de opperhuid en veroorzaakt heftige jeuk op karakteristieke plaatsen (kop, oksels, knieholte). In de gangetjes leggen de vrouwtjes de eitjes. Bij het graven drukken de mijten de opperhuid iets naar boven. Alle bultjes vloeien tenslotte samen en vormen grote korsten op de huid. Door het krabben ontstaan er open plekken en huidontsteking.
De lichamelijke conditie van de hond gaat achteruit. Omdat de hond geen afweer opbouwt, moeten de mijten bestreden worden, temeer daar ook de mens besmet kan raken. De behandeling is langdurig en vaak moeilijk, omdat de meeste bestrijdingsmiddelen slecht doordringen in de smalle huidgangetjes.
Scalibor®:
is een halsband, die
teken doodt en voorkomt, zandvliegjes weert en
beschermt tegen
hartwormmuggen,
Het is het enige middel, dat ook de zandvliegjes weert, die Leishmania overdragen.
Scalibor Protectorband is veilig voor honden. De actieve stof, deltamethrin, is een veilig anti-parasiticum dat niet in de bloedbaan komt.
De actieve stof in Scalibor Protectorband is 5000 keer giftiger voor teken dan voor zoogdieren. Scalibor Protectorband mag dan ook gedragen worden door zogende teven en puppies vanaf de leeftijd van 7 weken.
De actieve stof deltamethrin komt vrij uit de halsband door wrijving van de band over de huid en vacht. Vervolgens verspreidt het middel zich via de vetlaag in de huid over de hele hond. Doordat de actieve stof dus in de bovenste huidlaag zit en niet op de vacht, mag de hond dus gewoon geaaid en geknuffeld worden. Bovendien stinkt Scalibor Protectorband niet. De band is geheel geurloos. Scalibor Protectorband is dus veilig voor mensen.
De hond mag hiermee zwemmen, want de Scalibor Protectorband is waterproof. U mag uw hond niet wassen, behalve met Scalibor shampoo. Wassen met andere zeep/shampoo is niet toegestaan i.v.m. ontvetten van de huid en daardoor wegwassen van actieve stof.
Scapula:
schouderblad. Zie skelet.
S.C.C., SCC:
gebit, waarbij de boventanden zonder tussenruimte voor de
ondertanden staan.
is een sport, waarbij "herdershonden" een kudde schapen over een veld dienen te drijven door hekken, poorten en afsluitingen terwijl ze van een afstand geleid worden door hun begeleider.
Er zijn veel soorten 'herdershonden', d.w.z. dat niet alleen Border Collies hiervoor trainen, maar ook verschillende soorten herdershonden, de Aussie, Sheltie, Bearded Collie, Schotse Herdershond, Cattledog, Bobtail, IJslandse Herdershond, Gos d' Atura Català, alle kruisingen etc. Kortom elke hond die interesse heeft in schapen.
In het begin zien we de hond vaak als een ongeleid projectiel op de schapen afstormen, maar na een aantal lessen leert de hond toch beter te reageren op de commando's van de baas. Vanaf dat moment wordt het schapendrijven leuker voor hond en baas en kan er écht gewerkt worden.
Bij het schapendrijven wordt gebruikt gemaakt van een aantal commando's die de
hond gaat leren. Op deze manier kunt u de hond zo sturen dat hij de schapen in
de richting stuurt die u wilt. In het begin hebt u meer dan genoeg aan een
aantal basiscommando's. Deze worden normaliter in het Engels gegeven, maar kan
ook in het Nederlands getraind worden. Op het moment dat u al verder gevorderd
bent, komen er nog een aantal commando's bij.
Ook kunt u, als u en de hond de commando's goed onder de knie hebben,
fluitsignalen geven. Dit is erg moeilijk, omdat het geluidsignaal altijd
hetzelfde moet zijn voor het commando dat u wilt geven.
Een aantal basiscommando's zijn: Come Bye (of Linksom), Away to me (of Rechtsom), Lie Down (of Af), Stay (of Blijf) en That'll Do (of Klaar).
In oktober 1873 werd de eerste wedstrijd gehouden in Bala (Wales). Dit is in de loop der tijd uitgegroeid tot een serieuze wedstrijdsport op zowel nationaal als internationaal niveau (ook EK's en WK's). In de wedstrijden zijn alle elementen van het werken met de schapen opgenomen, zoals het wegdrijven, scheiden en in kleine ruimten sturen. Diverse wedstrijdonderdelen zijn: outrun, lift, fetch, drive, sheddingring drijven (shed) en pennen (pen).
schedelbeenderen zijn te verdelen in 2 groepen:
1) de beenderen van de hersenschedel omgeven de hersenen;
2) de beenderen van de aangezichtsschedel omvatten de neus en kaken.
Voor meer info: klik hier.
Scheidingsangst:
is een emotioneel probleem (niet alleen kunnen zijn), dat leidt tot destructief gedrag, blaffen of janken en plassen of ontlasting hebben, wanneer de hond alleen gelaten wordt.
Scheper:
is een a) Belgische naam voor herdershond; b) schaapsherder.
Scheppen:
voorwaarts zwaaien van de benen.
een scherpe hond valt zonder waarschuwing door gegrom direct aan bij een werkelijke of vermeende bedreiging. Zo staat scherp in tussen:
a) moedig: een hond, die altijd de bedreiging afwacht onder gegrom en pas aanvalt, wanneer dat werkelijk nodig is;
b) angstbijter: een hond, die zonder direct aantoonbare reden, behalve angst, direct aanvalt.
Zie ook hondentaal.
Scheur:
kan optreden in de huid, de ligamenten, de pezen, hele spieren, delen van spieren of organen.
Scheurkiezen:
zie tanden.
Scheve
kopstand:
zie vestibulair.
Schijndracht
(schijnzwangerschap):
ook valse loopsheid of pseudograviditeit genoemd of met de Latijnse benaming Lactatio Abnormalis (abnormale melkproductie). Het is een hormonaal bepaalde gedragsstoornis, die vaak samengaat met de afscheiding van melk na een periode, die ongeveer overeenkomt met de normale draagtijd zonder dat er sprake is van drachtigheid.
Het kan bij teven van elke leeftijd voorkomen, wanneer ze zonder succes zijn gedekt en de embryo's zo vroegtijdig afsterven, dat ze in het lichaamsvocht worden opgenomen. Maar schijndracht kan echter ook bij ongedekte teven optreden en herhaalt zich dan vaak na iedere loopsheid.
De schijndrachtige teef gedraagt zich als een teef die drachtig is. Ze wordt rustiger, eet meer en wordt dikker.
Ongeveer 8-9 weken na de loopsheid zwellen de melkklieren op en produceren vaak melk. Die melk kan van wit tot bloedrood van kleur zijn. Tegen de tijd van de vermeende geboorte wordt de teef onrustig en vertoont nestdrang (graven). Ze sleept ook met sokken, pantoffels of speelgoed, dat als pup wordt aangenomen en er ontstaan zelfs overdreven moederlijke gevoelens. Ze kan zich plots agressief t.o.v. andere dieren of mensen gedragen, wanneer deze te dicht in de buurt komen. Soms is de eetlust minder, is ze sloom en wil ze niet graag van huis weggaan. Ze kan bovendien erg aanhankelijk worden en veel aandacht vragen van de eigenaar. Ook kan ze zich volkomen als een teef, die gaat werpen, gedragen en krijgt ze weeachtige krampen.
Een schijnzwangere hond hoeft niet al deze symptomen te hebben. De meesten hebben van een paar van deze verschijnselen last. Soms is de teef bijna onherkenbaar, omdat ze in een korte periode helemaal anders is geworden.
Deze toestand van schijnzwangerschap kan maanden duren en kan derhalve zeer vervelend zijn voor dier en mens. De baas dient te zorgen voor voldoende afleiding, d.w.z. wandelingen naar nieuwe plekken (evt. op andere tijden) en nieuwe spelletjes doen. Bovendien nooit het gedrag bevestigen door troosten of bestraffen. Haal de speeltjes weg.
Schijndrachtige teven moet men verstandig benaderen: veel afleiding en beweging gecombineerd met schraal voeren, kan de periode bekorten en de verschijnselen minder heftig maken.
Schijnzwangerschap gaat na enkele weken vanzelf over, maar als de hond er erg veel last van heeft, kunnen medicijnen (bijv. Lactafal®, een merknaam voor bromocriptine, Contralac®, een merknaam voor metergoline of Galastop®, een merknaam voor cabergoline) vermindering van de klachten geven.
Er kan een homeopathisch middel (bijv. Ablavetsem van VSM, Rubustabletten of frambozenbladtonic) worden gegeven of besloten worden om hormonen toe te dienen die de schijnzwangerschap onderdrukken. Bij gezwollen melkklieren kunt u deze met kamferspiritus deppen (niet wrijven); hierdoor verkleinen ze sneller. U kunt dit bij de drogist kopen. Ook kunt u op de tepels azijnkompressen leggen (1 kopje azijn op 1 liter water).
Als een hond eenmaal schijnzwanger is geweest, komt dat meestal na elke loopsheid terug.
Bij steeds terugkerende schijndracht is sterilisatie aan te bevelen, daar de kans op kanker bij deze teven groot is.
Zie ook met-oestrus.
hormoonklier, die links en rechts van het strottenhoofd ligt.
Het schildklierhormoon (thyroxine of T4 = tetra-jodothyronine), dat jodium bevat, grijpt aan in alle lichaamscellen en is belangrijk bij de celstofwisseling: onder invloed van het schildklierhormoon wordt de stofwisseling vergroot. In de jeugd van het dier is het hormoon tevens van belang bij de groei en ontwikkeling van de cellen. Bij een te geringe werking in de groeiperiode ontstaat het cretinisme.
Naast het schildklierhormoon produceert de schildklier nog een tweede hormoon: het calcitone.
Als de schildklier te traag werkt komt er te weinig schildklierhormoon in het bloed (hypothyreoïdie). Een hond die te weinig schildklierhormoon maakt, kan het voedsel niet meer goed verbranden met als gevolg dat het opgeslagen wordt als vet. Door het tekort aan schildklierhormoon wordt de hond verder sloom en traag. Het dier is niet meer zo alert, heeft een langzame pols, slaapt veel, kijkt een beetje treurig uit zijn ogen (oogleden gaan wat hangen) en wil niet meer zo graag mee uit. Door de tragere stofwisseling wordt hij dikker zonder dat hij meer te eten krijgt. Ook wil de hond graag op warme plekken liggen. Soms gaat het gepaard met huidafwijkingen. De staart en beide zijden van het achterlichaam kunnen kaal worden. Door verlies van de ondervacht oogt de vacht erg dun en op den duur kunnen er zelfs huidontstekingen ontstaan. Soms is er ook een lichte vorm van bloedarmoede.
De diagnose kan met zekerheid gesteld worden aan de hand van een bloedonderzoek. De behandeling is eenvoudig: een of tweemaal daags een tabletje met schildklierhormoon (forthyron of L-thyroxine) en de verschijnselen zullen snel verdwijnen. Omdat de schildklier zich niet kan herstellen, moeten de tabletten wel levenslang worden toegediend. Gelukkig zijn de tabletten niet duur.
Binnen enkele weken na de start van de behandeling ziet u de hond veranderen.
Hij wordt actiever en gaat weer lekker met u mee naar buiten om te rennen en te
wandelen. Ook de andere symptomen van hypothyreoïde verdwijnen. De huid herstelt
na 1 tot 4 maanden (kaalheid neemt in eerste instantie toe).
Het gewicht vermindert geleidelijk binnen 3 maanden. Een volledig herstel treedt
meestal binnen 3 maanden op.
Zie ook T.S.H., struma, ziekte van Basedow, hypothyroïdisme en hyperthyroïdisme.
Schimmel:
huidziekte veroorzaakt door schimmels. Kale plekken op willekeurige plaatsen en geen of nauwelijks jeuk. Is besmettelijk voor de mens.
bij de hond komen 3 soorten schimmels regelmatig voor: Microsporum canis, Microsporum gypseum en Trichofyton (dat normaal bij runderen voorkomt). Alle drie de schimmels kunnen ook bij de mens parasiteren.
Schimmels zorgen voor kale plekjes op de huid. Naarmate deze plekjes groter worden, worden ze ook ronder. In het centrum treedt vaak ogenschijnlijk herstel op, zodat de vorm van de besmetting een ring gaat worden. De huidaandoening staat dan ook wel bekend als ringworm of ringschurft, hoewel er noch van wormen, noch van schurft sprake is.
Tegen schimmels wordt geen afweer opgebouwd, zodat bestrijding met medicijnen noodzakelijk is.
Zie ook Woodse lamp.
gemêleerd wit met gekleurde haren (bijv.
Spaniels,
Staande jachthonden).
Schnoedel, Schnoodle:
Schoenen:
soms bij gezelschapshondjes gebruikt om geen vuile voeten te maken, maar verder alleen gewenst wanneer de voet gewond is. Ook Poolhonden gebruiken ze. In de dierenwinkel te koop in verschillende maten.
het deel van de rug tussen de schoudertoppen.
lengte van de loodlijn van de schoft tot op de bodem; schouderhoogte.
een oude benaming voor de kleinere rassen. Zie ook gezelschapshonden.
een hond, die bang is voor schoten en andere harde en
plotselinge geluiden.
Schouderhoogte:
zie schofthoogte.
de naam 'schrompelnier' komt, doordat chronische ontstekinkjes en daarna littekentjes ervoor zorgen, dat de nieren harder en kleiner worden, waardoor het functionele weefsel in omvang afneemt. De afwijking komt meestal voor bij de oude hond.
Symptomen zijn: veel plassen, veel drinken, vaak minder eten, wat vermageren, minder actief, s.g. urine te laag, ureum en creatinine (kreatinine) in het bloed verhoogd.
Zie voor verdere info: nierinsufficiëntie.
buitenste omhulsel van de oogbol.
ontsteking van het harde oogvlies.
Sclerose:
verharding van het weefsel t.g.v. veroudering of ontsteking.
Scolex:
kop van de lintworm.
Scoliose:
zijwaartse kromming van de wervelkolom.
zware frons als van Chow-Chow of Bloedhond.
Screw tail:
Engelse term voor kurkentrekkerstaart.
de balzak, waarin de teelballen liggen. Het scrotum bestaat uit zeer vele, kleine spiervezeltjes, die zich bij een verandering van de temperatuur kunnen samentrekken of ontspannen.
Wordt de temperatuur te laag, dan trekken de spiertjes zich samen, zodat de testikels dichter tegen de buik komen te liggen.
Bij hoge buitentemperaturen ontspannen de vezeltjes zich, zodat de testes verder van het lichaam afhangen.
Op deze wijze blijft de temperatuur 1 tot 8 graden Celsius beneden de lichaamstemperatuur.
Zie ook cryptorchisme en monorchisme.
SD, schouderdysplasie:
is een vorm van
OCD en komt
voornamelijk voor bij de grotere, snel groeiende
rassen bij
pups
tussen de 4 en 12 maanden. OCD is een aantasting van de kraakbeenlaag van het
gewricht.
Bij trappenlopen kan zo'n beschadiging van het kraakbeen (makkelijker)
voorkomen.
De gevoeligheid voor het optreden van deze beschadiging is
erfelijk.
Als mogelijke oorzaak wordt aangegeven een ontwikkelingsstoornis t.g.v.
overbelastingen
of
overgewicht.
Dit wordt nog verergerd door te veel
calcium in de voeding. Er ontstaat door de
ongelijke belasting van het
kraakbeen, schade in het gewricht met
artrosevorming
tot gevolg. De pijn komt deels door de zwelling van het gewricht en door de
kraakbeenschade zelf.
De symptomen zijn:
• Honden die mank zijn bij het opstaan, vnl. honden van grote rassen en die snel groeien komen in aanmerking;
• Er is pijn bij het strekken van de schouder;
• Deze dieren hebben meestal een sterk gezwollen schoudergewricht;
• De ouders kunnen erfelijk belast zijn en hebben misschien een voorgeschiedenis van OCD.
De diagnose wordt gesteld:
• Aan de hand van de klinische symptomen;
• Radiologie, op radiologie zien we dan een soort afplatting van de humerus kop.
De behandeling bestaat erin het wegnemen van het stuk kraakbeen dat los zit. Daarna wordt deze plaats met een soort lepeltje geactiveerd tot bloedens toe, zodat er ingroei kan zijn van nieuw kraakbeen. Alles wordt dan gespoeld en dichtgehecht.
De nazorg, die door u gedaan wordt, is van cruciaal belang voor de verdere genezing van de schouder van uw hond.
• De hond dient gedurende de eerste 4 weken aan de lijn te lopen (ook voor een klein plasje);
• Na 14 dagen gaat u naar de dierenarts terug om de huidhechtingen te laten verwijderen. Vanaf de tweede week na operatie past u actieve massage toe, d.w.z. strekken en buigen van het schoudergewricht;
• Vanaf de derde week kunt u starten met een wandeling, beginnende met 8 keer 2 minuten per dag, opbouwend naar 8 keer 5 minuten per dag;
• Verschillende dierenartsen werken samen met een fysiotherapeut om de revalidatie van uw hond te versnellen en aangenamer te maken. Hierbij kan de hond ook steeds vaker zwemtherapie ondergaan, waar door de gewichtloosheid het gewricht veel sneller gebruikt zal worden.
Na 6 weken ziet de dierenarts u dan nog eens terug voor een algemene controle.
Een ander belangrijk onderdeel in de revalidatie is het geven van:
• een voedingssupplement (bijv. artromix) als artroseremmer;
• ontstekingsremmer (bijv. Rimadyl) als artroseremmer en pijnstiller.
is een verzachtende, hydraterende, milde, hypo-allergene en zeepvrije shampoo voor honden en katten met een normale pH, die door de schuimende werking een intense reiniging van de normale en droge huid (lichte seborrhoe) bewerkstelligt. Het wordt gebruikt ter preventie of behandeling van lichte huidproblemen van keratoseborroeïsche aard. Reiniging van de normale en droge huid.
De werkzame stoffen zijn in ingekapselde (spheruliten) en in vrije vorm aanwezig.
Spheruliten zijn in lagen opgebouwde micro-bolletjes, die zorgen voor een vertraagde afgifte van werkzame stoffen en daarmee voor een langduriger werkzaamheid.
Chitosanide is een afbreekbare (natuurlijke) polymeer, die een beschermende film op de huid vormt, m.a.w. die zich met de spheruliten aan de huid en haren hecht en heeft een vochtregulerend effect.
De indicatie is: reiniging van de normale en droge huid van honden.
Hoe dient u het toe? Goed schudden voor gebruik. Maak de vacht met lauw water goed nat. Verdeel Sebocalm druppelsgewijs in de vacht en op de huid en masseer de shampoo door de hele vacht, spoel uit en herhaal de behandeling. Laat bij de tweede wassing de shampoo gedurende 5-10 minuten inwerken en spoel daarna grondig uit. Föhn zonodig de vacht droog. De shampoo kan eenmaal per week worden gebruikt.
Vermijd contact met ogen en oren. Mocht dit toch voorkomen, spoel dan goed uit met water.
Zijn de problemen wat ernstiger, gebruik dan Sebolytic.
is een verzorgingsshampoo zonder koolteer, die speciaal ontwikkeld is voor het gebruik bij ernstige huidproblemen van keratoseborroeïsche aard bij honden en katten. Sebolytic bestaat uit reinigende bestanddelen en bevat zinkgluconaat, vitamine B6, pirocton olamine, linolzuur, gammalinoleenzuur en tea tree olie (Melaleuca olie). Het is ongeparfumeerd en heeft een huidneutrale pH.
Het specifieke van Sebolytic is de synergetische combinatie van keratolytische, anti-seborroeïsche en huidreinigende bestanddelen. Deze helpen bij de verwijdering van overtollige schilfers, de regulering van het keratinisatieproces (linolzuur en gamma linol), de regulering van de afscheidingsproducten (zinkgluconaat en vitamine B6 in vrije en ingekapselde vorm), alsook bij de controle van de natuurlijke microbiële flora van de huid (pirocton olamine). Bovendien heeft Sebolytic een verzachtende en anti-irriterende werking. Sebolytic bevat eveneens spherulieten en essentiële vetzuren. Spherulieten zijn microscopisch kleine bolletjes, die de werkzame stoffen geleidelijk afgeven en daarmee voor een langdurige werkzaamheid zorgen.
Sebolytic shampoo is speciaal geformuleerd om allergische reacties te voorkomen.
Hoe dient u het toe? Gebruik lauw water en maak de vacht nat. Masseer de shampoo in de natte vacht en laat de shampoo goed schuimen. Spoel uit en herhaal de behandeling. Laat bij de tweede wassing de shampoo gedurende 5-10 minuten inwerken en spoel daarna goed uit. Föhn zonodig de vacht droog. Kan regelmatig gebruikt worden (1 of 2x per week), totdat de klachten verdwenen zijn.
Vermijd contact met ogen en oren. Mocht dit toch voorkomen, spoel dan goed uit met water. Indien irritatie ontstaat, het aantal behandelingen verminderen of de behandeling stoppen.
Seborrhoe,
Seborrhoea, seborroe:
een abnormale of overmatige afscheiding uit de talgklieren van de hond. Onder normale omstandigheden maakt de huid met dezelfde snelheid nieuwe cellen aan als ze afsterven. Wanneer dit evenwicht aangetast raakt, worden de nieuwe cellen niet even snel aangemaakt als de oude cellen afsterven, en dan heeft dit invloed op de dikte van de huid. Er worden stukken dode huid zichtbaar. Deze plekken zien er schilferig of vettig uit en kunnen tekenen van ontsteking vertonen.
De oorzaken kunnen o.a. zijn: pyoderma, besmetting door ectoparasieten, warmer, droge omstandigheden, verkeerde shampoo en/of borsteltechnieken, voedingsstoornis, hypothyroïdisme, het syndroom van Cushing of diabetes mellitus.
Men denkt ook dat bepaalde vormen van seborrhoea bij bepaalde rassen erfelijk zijn (bij Cocker Spaniel, Engelse Springer Spaniel, West Highland White Terriër, Bassets en Golden Retriever).
Bij droge seborrhoe treedt er meer huidschilfering op, terwijl bij vette seborrhoe de stukjes huid in een huidolie blijven zitten, zodat de vacht vettig wordt en gaat stinken.
Andere namen: Primaire Seborrhoe (spreek uit: seeborreu), Seborrhoea sicca, droge Seborrhoe, Seborrhoea oleosa, vette Seborrhoe, roos, Seborrhoïsche Dermatitis.
Droge seborrhoe zou u kunnen behandelen door 1x per week voor het wandelen de huid in te smeren met babyolie en erna goed te wassen met Sebocalm.
huidsmeer, olieachtige, vette substantie die wordt geproduceerd door de talgklieren om de vacht waterdicht en soepel te houden.
Secretie:
af- of uitscheiding, m.n. afscheiding door een cel of een orgaan van voor het lichaam belangrijke stoffen.
Sectie:
lijkschouwing, lijkopening.
Sectio:
het snijden, het openen.
Sectio
caesarea:
keizersnede.
als gevolg van iets anders.
lichte verdoving, roesje. Zie ook Domitor.
Sedatief,
sedativum:
kalmerend middel.
Sediment:
bezinksel, afzetting uit een vloeistof. Zie ook urineonderzoek.
Segment:
deel, afdeling.
Segugio:
zie brakken.
Sekse:
geslacht.
doelbewuste keuze uit de nakomelingen van één ouderpaar
(onderscheiden wordt de kunstmatige selectie door de
fokker).
sporenelement, dat in het lichaam een sterk werkend antioxidant vormt, dat vetzuurradicalen onschadelijk maakt. Bij tekorten kunnen de spieren hun structuur niet meer handhaven. Er kan een totale vervloeiing ontstaan (spierdystrofie).
Omdat ook vitamine E antioxiderend werkt, kunnen seleen en vitamine E tegen elkaar worden uitgewisseld.
Selfmarked:
een geheel gekleurde hond met eventueel kleine witte aftekeningen aan borst, voeten en staart.
is een middel (tabletten), dat wordt toegepast bij
gedragsstoornissen
van emotionele aard, zoals
angst,
pathologische veranderingen van het humeur,
depressies, asociaal gedrag en fobieën.
Het product dient nauwkeurig gedoseerd te worden, aangezien bij kleine overdosering reeds in de eerste week kans op bijwerkingen bestaat, zoals speekselen en braken. Tevens valt niet uit te sluiten dat apathie als bijwerking bij overdosering optreedt.
Zie ook clomicalm.
Semen:
zaad, sperma.
Seniliteit:
de geestelijke achteruitgang van een dier, (meestal) t.g.v. ouderdom. Als uw hond oud wordt, zult u merken dat hij op sommige dagen rusteloos en gedesoriënteerd is en dat hij op andere dagen prima in orde lijkt. Vaak wil een hond die aan seniliteit lijdt meer bij zijn baasje zijn en zal hij meer aandacht vragen van de gezinsleden.
Seniliteit is bijna altijd te wijten aan het normale verouderingsproces, waarbij beschadigde cellen, in dit geval in de hersenen, niet meer worden vervangen. Soms kunnen ziektes de hersenen aantasten en cellen beschadigen, waardoor seniliteit ontstaat.
een klasse op een clubmatch of kampioenschapsclubmatch voor honden die de leeftijd van 7 jaar hebben bereikt en de leeftijd van 11 jaar nog niet hebben bereikt.
of afferente zenuwen zijn zenuwbanen, die prikkels vanuit de organen, zintuigen etc. naar de centra toevoeren.
Zie ruggenmerg en zenuwstelsel.
Sepsis:
grote hoeveelheden levende bacteriën in het bloed.
Septicemie,
septicaemie, septikemie, septicaemia:
bloedvergiftiging.
Septum:
tussenschot, bijv. in het hart.
Sereus
vlies:
vlies, dat een lichaamsholte van binnen bekleedt.
Serologie:
wetenschap, die zich bezighoudt met door ziekte veroorzaakte veranderingen van de antistoffen in het serum.
Serosa:
lichaamsvliezen, bijv. borstvlies, buikvlies en hartzakje.
Serotonine:
is een neurotransmitter, die invloed heeft op het gedrag. Zie tryptophaan.
vloeistof, die zich afscheidt wanneer men het bloed laat stollen. Serum is plasma waaruit de stollingsfactoren verwijderd zijn.
Sesam:
gelijkmatig verdeelde witte en zwarte haren.
Zwart sesam heeft meer zwarte dan witte haren. Rood sesam heeft een rode basiskleur, gemengd met zwarte haren.
sluitspier, bijv. die van de anus of blaas.
is een vorm van operante conditionering. Bij shaping wordt de hond bij de minste of geringste inspanning die het gewenste resultaat ook maar enigszins benadert al beloond, waarna die ene handeling geleidelijk aan steeds verder wordt geperfectioneerd. In het begin neemt men er bijv. al genoegen mee, dat de hond bij het aanleren van het commando 'af' alleen maar met zijn kop naar beneden gaat en uiteindelijk wordt er naartoe gewerkt, dat de hond naar de grond toe gaat en daar blijft liggen.
Shedder:
de Lawrence Shedder (de originele, maar er zijn inmiddels ook andere merken in de handel) is ontworpen voor kortharige honden die hun vacht verliezen.
Het is een perfecte 'borstel', waarmee de dode en loszittende haren gemakkelijk kunnen worden verwijderd. Het stimuleert nieuwe haargroei, zodat uw hond een mooie en gezonde vacht heeft.
Daarnaast bestaan er ook andere Poedelkruisingen.
acute stoornis in de bloedsomloop, waarbij de bloedvloeistof door de wanden van de haarvaten naar buiten treedt en de zuurstoftoevoer naar de weefsels vermindert. Dit laatste leidt tot ernstige lokale stofwisselingsproblemen, die levensbedreigende stoornissen in de functies van de organen tot gevolg hebben.
Een shock kan worden veroorzaakt door ernstig bloedverlies, door trauma t.g.v. verwondingen bij een verkeersongeluk en door acute insufficiëntie van het hart bij beschadiging van de hartspier, of t.g.v. ernstige infectieziekten of vergiftigingen, zware verbrandingen en straling.
Verschijnselen zijn verbleking van de slijmhuid (bijv. "wit tandvlees"), koele huid en versnelde, zwakke pols. In een later stadium treden bewustzijnsverlies, versnelde polsslag, daling van de bloeddruk en ademhalingsstoornissen op.
Ga bij shock van uw hond direct naar een dierenarts.
Zie ook wetenswaardigheden.
Show:
keuring van honden. De allereerste werd gehouden in 1847 in België. De eerste tentoonstelling in Engeland was in 1859, in Frankrijk in 1863 en in Nederland in 1872. Zie ook klasse, kwalificatie en hoe show ik mijn hond?
Sialo-adenitis,
sialoadenitis:
ontsteking van de speekselklier, speekselklierontsteking.
Speekselklieren leveren het vocht dat helpt om het voedsel door te slikken. Onder de oorbasis en achter de onderkaak liggen de grootste. Ook in de slijmvliezen van de mondholte en onder de tong liggen - kleinere - speekselkliertjes.
Zie ook spijsvertering en stomorgyl.
Siderose:
afzetting van ijzer in de lichaamsweefsels.
Signaalhonden:
zie SOHO.
Sikkelhak:
een schuin naar voren, in plaats van verticaal neergezette achtermiddenvoet.
Sikkelstaart:
sterk gekromde staart. De staart vormt nog juist geen gesloten ring.
zie eensporig gaan.
Sint Hubertus, St.
Hubertus:
zie Hubertus.
Sint Rochus, St. Rochus:
zie Rochus.
holte, bocht, boezem.
Sinusharen:
tastharen; lange, dikke, zeer harde haren aan het hoofd, die
aan de wortel omgeven zijn door veel bloedcapillairen en zenuwuiteinden.
ontsteking van de slijmvliezen in de neusholte.
Situs:
ligging van organen.
Skelet:
geraamte, samenstel van beenderen. Zie wetenswaardigheden.
deze spieren zijn met al hun uiteinden aan het skelet bevestigd, al dan niet d.m.v. pezen.
Voorbeelden zijn bijv. de Musculus biceps, de Musculus triceps en de Musculus quadriceps. Zie voor meer info: spieren.
Skijoring
(SkiJöring):
is een combinatie van cross country skiën en dog mushing, waarbij de hond zijn skiënde baas vergezelt en voorttrekt; langlaufen met hulp van één of meer trekhonden. Het komt oorspronkelijk uit Scandinavië en betekent letterlijk "ski-driving" (Norw skikjøring: ski + kjøring driving).
Hierin worden ook kampioenschappen gehouden.
Zie ook Canicross.
bloedvat, dat bloed van het hart afvoert. Zie voor meer info: bloedvaten.
Slakkengif:
zie wetenswaardigheden.
is het inwendige oor en is gevuld met vloeistof. Om het weglopen van de vloeistof te beletten, is het slakkenhuis aan het begin en aan het einde voorzien van vliezen.
Het is vrij complex van vorm, maar u kunt zich dat het beste voorstellen als een U-vormig gebogen buis met aan het begin het vlies van het ovale venster en aan het uiteinde het vlies van het ronde venster. Daarnaast zijn de 2 poten van de U om elkaar heen gedraaid, waardoor de typische slakkenhuisvorm ontstaat.
Slalom:
toestel, dat bij de behendigheid wordt gebruikt: 8, 10 of 12 paaltjes, die 100 tot 120 cm. hoog zijn.
Zie voor uitgebreidere info: Agility.
SLE, S.L.E.:
Systemic Lupus Erythematosus; zie lupus.
dit is een van de meest voorkomende problemen bij honden. De meeste honden hebben al voor ze drie jaar oud zijn last van een vieze, stinkende adem.
Slechte adem (halitosis) is vaak een symptoom van een parodontale ziekte. Andere tekenen hiervan kunnen zijn: gezwollen, pijnlijk tandvlees, verminderde eetlust en overmatig kwijlen. Plak en tandsteen op de tanden van de hond kunnen als er niets aan wordt gedaan leiden tot hart- en nieraandoeningen. Geelbruine vlekken op de tanden tegen de rand van het tandvlees zijn hiervan een klassiek symptoom.
De oorzaak van slechte adem is, dat voedsel dat op of tussen de tanden blijft plakken, bacteriën aantrekt die het voedsel doen bederven. Het is dan ook raadzaam de tanden van uw hond regelmatig te poetsen, als voorzorgsmaatregel én als manier om de tanden te inspecteren, zodat u kleine problemen snel signaleert en er nog iets aan te doen is.
wordt beoefend met de Alaskan Malamute, Siberische Husky, Samojeed, Groenlandhond en tegenwoordig ook de Scandinavian Hound.
De sledehond in het algemeen is niet zoals andere honden. Weglopers van nature, onafhankelijk van karakter, voelen deze honden zich het best in een roedel. Ze hebben veel beweging en ruimte nodig, ruimte waar omheen zich een hoge omheining bevindt. M.a.w. deze honden moeten hun leven niet in een appartement slijten.
Sledehonden zijn fantastische dieren, die men leert respecteren omwille van hun doorzettingsvermogen, onvoorwaardelijk vertrouwen, inzet en ijver.
De sledehondensport in Nederland wordt uitgeoefend door honden voor een speciale
kar in te spannen. De afstand die moet worden afgelegd is afhankelijk van
hoeveel honden er voor de kar staan.
In de winter trekken Nederlandse
Mushers naar de sneeuw in Scandinavië of rond
de Alpen. Daar worden de honden dan voor een slee gespannen. Ook hier hangt het
aantal kilometers dat gelopen moet worden weer af van het aantal honden voor de
slee. Daarnaast zijn er ook nog verschillende disciplines zoals sprint, middle
en long distance, waarbij de afstanden ook variëren.
Net zoals bij vele andere sporten heeft ook de mushing sport een eigen vakjargon.
Om aan sledehondensport te kunnen doen heeft u heel wat materiaal nodig. Om te beginnen hebt u uiteraard een slee of kart (als er geen sneeuw is) nodig, maar ook o.a. een harnas, lijn (gang line) en een sneeuwanker (snowhook).
Zie ook trail, waterbehoefte en inspanningsastma.
is een over de grond getrokken geurspoor.
Een sleepspoor betekent dat de hond zelfstandig een spoor moet uitwerken van 150 tot 300 meter om bij het apport te komen.
Zie speuren.
Sleetje
rijden:
het gedrag dat honden soms vertonen als ze last hebben van een ontsteking van de anaalzak. Ze zakken dan door hun achterpoten en glijden zittend over de grond. Ook kan het een aanduiding zijn van de aanwezigheid van wormen.
moet roze van kleur zijn en de crt moet minder dan 1 seconde zijn.
Als een hond ziek is, bekijkt de dierenarts o.a. de slijmvliezen van de ogen en het mondslijmvlies.
Bij het bekijken van het oogslijmvlies duwt hij het onderste ooglid met zijn duim naar beneden. Door zacht het oog in de oogkas te drukken, kan hij het derde ooglid bekijken. Hij let op de kleur van het slijmvlies, de kleur van het oog, eventuele verwondingen en de vochtigheid van het slijmvlies. Het oogslijmvlies moet roze van kleur zijn. Het oogwit moet wit zijn. Is het oogwit geel van kleur dan duidt dit op geelzucht (icterus).
Het mondslijmvlies bekijkt hij aan de binnenkant van de lippen (bovenlip). Ook het mondslijmvlies moet roze van kleur zijn. Dit is soms moeilijk te zien vanwege de pigmentatie van het slijmvlies. De dierenarts kijkt ook hier naar verwondingen en kleur. Wit slijmvlies kan duiden op bloedarmoede, maar het kan ook erger zijn: kans op shock (slechte doorbloeding). Blauw slijmvlies duidt op een zuurstoftekort. Niet roze-rood kan duiden op een infectie.
De dierenarts checkt de doorbloeding van het slijmvlies door een zogenaamde CRT-test.
Slingeren:
het zijwaarts zwaaien van de benen (fout).
Slip:
strook uit het keurboek, waarop de keurmeester de kwalificaties van de gekeurde hond aantekent.
metalen halsband, die enorm sterk is en gemakkelijk schoon te houden. Vroeger werd het veel gebruikt, tegenwoordig veel minder.
Een slipketting wordt vaak veel te klakkeloos aangeraden en gebruikt. Dat het lang niet altijd even goed helpt, het effect meestal van beperkte duur is en dat er behoorlijke nadelen (bijv. lichamelijke schade) aan kleven, wordt er zelden bij verteld.
Bovendien wordt de slipketting vaak foutief omgedaan. U kunt de slipketting zowel links- als rechtsom omdoen. Loopt de hond aan de linkerkant van de geleider, dan maakt u een P van de slipketting en zo hangt u hem bij de hond om. Loopt de hond aan de rechterkant, dan moet hij in een Q om. Heeft u hem verkeerd om, dan slaat hij vast na 1 keer corrigeren!
Overigens schuilen er ook voor de bazen gevaren in het gebruik van de slipketting: menigeen krijgt last van beursslijmvliesontsteking in elleboog of schouder.
zie modificerende genen.
is het gedeelte van het maagdarmstelsel, welke de verbinding vormt tussen de bek en de maag. Het spierweefsel in de wand van de slokdarm (= oesofagus) begeleidt aan de hand van golvende bewegingen het voedsel naar de maag. Naast deze spierlaag, bevat de slokdarm twee belangrijke sluitspieren die voorkomen dat er voedsel of vocht uit de maag of slokdarm terugstroomt (reflux). De bovenste sluitspier bevindt zich ter hoogte van de keelholte en voorkomt reflux vanuit de slokdarm naar de keelholte. De onderste sluitspier bevindt zich ter hoogte van de overgang slokdarm naar maag, op het niveau van het middenrif. Deze voorkomt dan weer reflux van de maag naar de slokdarm.
Slokdarmproblemen komen niet vaak voor, maar als ze voorkomen is het vaak een ernstig probleem. Typische symptomen zijn het passief opbrengen van voedsel of vocht (regurgiteren) en overmatig kwijlen. De diagnose is vooral gebaseerd op de waargenomen symptomen en op radiografisch of endoscopisch onderzoek.
Regurgiteren is het passief opbrengen van voedsel of vocht uit de keel of slokdarm zonder enige misselijkheid of krachtinspanning. Het voedsel is dus nog niet in de maag geweest. Het is erg belangrijk regurgiteren te onderscheiden van braken, wat soms moeilijk en misleidend kan zijn. Het verdere diagnoseplan en de behandeling zijn namelijk totaal verschillend. Een gedetailleerd vraaggesprek maakt hierbij het belangrijkste onderdeel uit van de gehele aanpak. Soms kan er t.g.v. het regurgiteren voedsel in de luchtpijp terechtkomen en een longontsteking veroorzaken. Er zijn dan bijkomend ernstige ademhalingsproblemen, die zo snel mogelijk behandeld moeten worden.
Primaire en secundaire megaoesophagus vormen de belangrijkste oorzaken van regurgiteren, maar er zijn ook andere ziektes welke de beweeglijkheid van de slokdarm beinvloeden, zonder echt in een (grote) verwijding (dilatatie) van de slokdarm te resulteren. De oorzaken kunnen velerlei zijn, waaronder aangeboren afwijkingen, obstructie, ontsteking of zelfs een gezwel. Zoals duidelijk zal worden, kunnen de verschillende aandoeningen tegelijkertijd spelen of elkaar opvolgen.
Megaoesophagus is een aandoening die gekenmerkt wordt door een verwijding van de slokdarm. De golfbewegingen van de slokdarm zijn afwijkend, waardoor het voedsel niet goed verplaatst wordt naar de maag en dus in de slokdarm aanwezig blijft. Soms is een onderliggende ziekte de oorzaak, maar regelmatig kan er geen oorzaak gevonden worden (voor meer info: klik hier).
Alhoewel het minder voorkomt dan een obstructie in de andere delen van het maagdarmstelsel, kan een obstructie in de slokdarm veroorzaakt worden door bijv. een vreemd voorwerp, een vernauwing of een gezwel. Praktisch gezien delen we deze groep op in oorzaken in de slokdarm, in de wand van de slokdarm en in de omgeving van de slokdarm.
• In de slokdarm.
Een vreemd voorwerp kan gemakkelijk in de slokdarm blijven steken, dit gebeurt meestal ter hoogte van de ingang van de borstkas. Dit komt vooral bij puppies voor en is een heel ernstig spoedgeval. Ideaal zou het voorwerp endoscopisch (met een camera in de slokdarm) verwijderd moeten worden, maar of dit mogelijk is, verschilt van geval tot geval. Soms kan het zelfs nodig zijn het voorwerp de maag in te duwen en dan via een buikoperatie het voorwerp uit de maag te halen. Chirurgie van de slokdarm zal zoveel mogelijk vermeden worden, omdat dit op termijn altijd voor vernauwingen en vele complicaties kan zorgen.
• In de wand van de slokdarm.
Door littekenvorming kan de wand van de slokdarm vernauwingen vertonen. Dit kan ontstaan doordat de slokdarm op een bepaalde plaats beschadigd is geweest, door bijv. een vreemd voorwerp dat er even heeft gezeten of na de opname van een bijtende stof. Ook het maagzuur t.g.v. reflux uit de maag kan de slokdarmwand beschadigen. In tegenstelling tot een acute obstructie zoals hierboven beschreven, ontstaan de symptomen geleidelijker aan. De behandeling hier is afhankelijk van de oorzaak van de vernauwing.
• In de omgeving van de slokdarm.
Hier zijn 2 belangrijke oorzaken, afhankelijk van de leeftijd. Bij jonge dieren komt er wel eens een persisterende rechter aortaboog voor. Dit is een bloedvat in de borstholte, die na de geboorte eigenlijk niet meer nodig is en automatisch zou moeten sluiten en verdwijnen. Bij het aanwezig blijven ervan, duwt deze op de slokdarm ter hoogte van de hartbasis, waardoor vast voedsel daar moeilijk kan passeren, bijgevolg blijft steken en een verwijding van de slokdarm kan veroorzaken net voor dat bloedvat. Typische symptomen bij deze aangeboren afwijking is het plotseling beginnen met regurgiteren bij de overschakeling van melk naar vaste voedselopname. De enige mogelijke behandeling is zo snel mogelijk opereren en het bloedvat verwijderen. Des te langer wordt gewacht, hoe slechter de prognose, omdat de slokdarm door de langdurige verwijding zijn beweeglijkheid verliest.
Bij oudere dieren moeten we steeds bedacht zijn op de aanwezigheid van gezwellen in de regio van de keel, welke de slokdarm kunnen dichtdrukken. De prognose daarvan is erg slecht.
Slokdarmontsteking Een ontsteking van de slokdarm wordt veroorzaakt t.g.v. irritatie van de slokdarmwand door bijv. maagzuur bij herhaald braken of reflux, maar ook door bijtende stoffen of door de schade dat een vreemd voorwerp heeft veroorzaakt. Klinische symptomen zijn pijn, regurgiteren, moeilijk of niet kunnen eten en overmatig kwijlen. Meestal kan men aan de symptomen alleen al besluiten, dat het om een slokdarmontsteking gaat. Soms kan het echter nodig zijn radiografisch of endoscopisch onderzoek te doen, waarbij eventueel biopten van de slokdarm moeten worden genomen. Meestal is het voldoende dit te behandelen met medicijnen en de juiste voedseladviezen. Bij bepaalde oorzaken of indien de ontsteking te ernstig is, wordt soms een maagsonde geplaatst om de hond voldoende van voeding te kunnen voorzien en tegelijk de slokdarm de tijd te geven zich te herstellen.
Hiatale hernia Een enkele keer komt wel eens een hiatale hernia voor. Een hiatale hernia kan omschreven worden als een verzakking van het bovenste deel van de maag in de borstholte t.g.v. een verzwakking in het middenrif. De verbinding tussen de slokdarm en de maag wordt normaal gezien door sterke ligamenten op het middenrif verankerd. Op deze plaats gehouden werkt het geheel als een klep, die de passage van het voedsel naar de maag toestaat en de reflux van maagzuren naar de slokdarm voorkomt.
Indien deze verankering wegvalt, dan zal de maag zich verplaatsen door de opening in het middenrif met een verlies van haar klepfuncties. De maagzuren zullen dan terugvloeien naar de slokdarm, wat een slokdarmontsteking veroorzaakt. Deze vorm komt het meest voor en heet een 'sliding' hiatale hernia en kan met of zonder symptomen gepaard gaan.
Soms kan zelfs een deel van de maagwand zich door het middenrif naar de borstholte verplaatsen, waarbij we dan van een 'rolling' hiatale hernia spreken.
Soms is de verzwakking zo erg, dat er ook abdominale organen in de borstholte terechtkomen. Dit kan heel erg extreme vormen aannemen, waarbij zowel darmen, milt als delen van de lever allemaal de borstholte in worden getrokken. Dit moet onmiddellijk geopereerd worden.
Diagnose van deze verschillende vormen gebeurt voornamelijk d.m.v. röntgenonderzoek, meestal met contrast. Wanneer de dierenarts zeker is dat er geen abdominale organen in de borstholte liggen, kan hij dit met medicijnen en een dieet trachten te behandelen. Het dieet is erop gericht de druk in de maag te verminderen en de lediging van de slokdarm te bevorderen. Dit verkrijgt u door frequent kleine hoeveelheden aan te bieden, het voedsel vochtiger aan te bieden en de hond rechtop te laten eten. Het is natuurlijk belangrijk ook de bijhorende slokdarmontsteking te behandelen.
Slurf:
toestel, dat bij de behendigheid wordt gebruikt. De ingang wordt gevormd door een stijve tunnel; de slurf zelf is vervaardigd van soepel materiaal.
Zie voor uitgebreidere info: Agility.
is normale, crèmeachtige, gele afscheiding uit de voorhuid van de penis van een reu. Het is dus geen voorhuidontsteking.
Smooth:
Engels voor gladhaar.
Smousbaard:
barbouillard; andere benaming voor Griffon.
Snap dog:
het venijnig uitvallen naar andere honden.
Snappy:
bijterig.
Sneeuw
en ijs:
zie wetenswaardigheden.
Sneeuwneus:
zie domino.
Snijtanden:
zie tanden.
Snippy:
puntige neus met te weinig lip.
vergelijkbaar met vilthaar, maar hierbij vormt de vacht snoeren (bijv. Puli).
Snoeren:
zie eensporig gaan.
Snor:
overvloedige haargroei op het voorste gedeelte van de snuit en de onderkaak, waarbij een snor en een baard worden gevormd (kenmerkend voor bijv. de Schnauzer en een aantal Terriërs).
Snorharen:
zie vibrissae.
Omdat u niet altijd een muilkorf bij u hebt, kan in noodgevallen een snuitbandje aangelegd worden. Dit kunt u maken van de veters van uw schoenen of een reep van uw T-shirt of overhemd. En dan is het ook handig om een Zwitsers zakmes met alle mogelijke gereedschappen bij u te hebben.
Maak ook gebruik van een snuitbandje om te voorkomen dat de hond u bijt, terwijl u hem behandelt (bijv. tijdens het verbinden van een wond).
Hoe legt u een snuitbandje aan?
• Maak een lus van een nylonkous, doek, verband of T-shirt of gebruik de veters van uw schoenen. Maak hier een knoop in en schuif de lus met de knoop aan de onderkant (tegen de onderkaak) over de snuit van de hond;
• Trek de uiteinden strak aan en maak het vast achter de oren van de hond. Dit kan ook weer altijd vlug verwijderd worden.
Kant en klare nylon snuitjes en muilkorven bestaan ook.
U mag een hond die het warm heeft nooit een snuitbandje omdoen. Zoals wij onze warmte kwijt kunnen door te transpireren, zo werkt het niet bij de hond. Bij de hond kan de warmte alleen afgevoerd worden via de tong en in kleine mate via de voetzooltjes. Daarom ziet u honden die het warm hebben ook behoorlijk hijgen om hun warmte kwijt te raken. U kunt zich dan ook meteen voorstellen waarom het gebruik van een snuitbandje, welke de bek van de hond helemaal omklemt, in die gevallen levensgevaarlijk kan zijn voor de hond.
is een goede interactie met andere honden, mensen en situaties zonder problemen. Positieve ervaringen en de hond zoveel mogelijk blootstellen aan verschillende situaties met mensen, dieren en omgeving zijn hierbij essentieel.
Socialisatie is erop gericht gedrag, zoals blaffen op van alles en nog wat of bang zijn voor mensen met een pet op etc., bij honden te corrigeren. Het is een proces dat moet beginnen wanneer een hond jong is, maar het gaat door gedurende het hele volwassen leven. Zelfs een hond die als volwassene geadopteerd is, kan profiteren van een goede socialisatietraining.
De sleutel tot socialisatie is kennis en ervaring. U moet uw hond blootstellen aan zoveel mogelijk positieve ervaringen met zo veel mogelijk verschillende mensen, plaatsen en dieren als u kunt.
Simpele herhaalde blootstelling is niet genoeg. De ervaring die uw hond heeft, wanneer hij zich in deze nieuwe situaties bevindt, moet positief zijn. Dus het uitnodigen van de kinderen van een vriend om uw hond hier aan te laten wennen, zal niet nuttig zijn als ze hem knijpen, duwen of hem bang maken.
Wanneer uw hond nog jong is, is een cursus bij een hondenclub een fantastische mogelijkheid voor uw hond om vrienden te worden met andere honden. Weersta de verleiding om nerveuze honden te vertroetelen of de nogal lawaaierige te berispen. Honden zijn sociale dieren en moeten leren om met elkaar om te gaan. De beste manier om dit te doen is, niet verrassend, via interactie!
Laat ze mensen in alle vormen, maten en leeftijden ontmoeten en houd wat brokjes klaar om zo goed gedrag te belonen. Laat uw hond nooit alleen achter met peuters of kleuters. Zeer jonge kinderen kunnen hem zonder opzet verwonden of bang maken, en als uw hond geschrokken is of zich ongemakkelijk voelt, kan dit verkeerd uitpakken.
Verander de route van dagelijkse wandelingen en neem uw hond mee naar plaatsen waar hij niet gewend aan is. Hoe meer hij ervaart, hoe comfortabeler hij zal zijn in ongewone situaties.
Honden hebben instinctief een sterk gevoel van hiërarchie en u moet altijd aan de top staan. Hij moet weten dat u zelfverzekerd en niet bang bent, voordat hij zelf onversaagd kan zijn.
Wanneer u probeert uw hond op zijn gemak te stellen in het bijzijn van grotere dieren, terwijl u zelf nerveus bent, stop dan. U doet meer kwaad dan goed, totdat u kunt aantonen dat u zich op uw gemak voelt in deze situatie.
Een simpel maar effectieve manier om hem socialer te laten worden is om zijn aandacht op u te laten blijven richten, wanneer hij in een situatie zit waarin hij onzeker is. Uw hond ziet u als leider, omdat u sterk en competent bent en zal zich comfortabel voelen bij het feit dat de leider voor alles zal zorgen.
Wanneer uw hond agressief gedrag vertoont, aarzel dan niet om professionele hulp te zoeken. Een agressieve reactie is niet persé het teken van een slechte hond, maar het moet snel worden aangepakt.
Zie socialisatieperiode.
leeftijdperiode van 3 tot ongeveer 12 weken. In deze periode is het van belang, dat de hond kennismaakt en fysiek contact heeft met andere mensen dan zijn bazen, kinderen en honden. Verder moet er in deze periode habituatie plaatsvinden aan onbekende voorwerpen en de meest uiteenlopende situaties.
Indien de hond in deze periode niet wordt gesocialiseerd, kan er een kennelsyndroom ontstaan. Door socialisatie ontstaat er een vermindering van angst voor de individuen, die in het latere leven van de hond als sociale partner kunnen optreden, en een vermindering van het prooigedrag.
Rond de 5e en 6e week begint het spenen. Tot 5 weken bestaat het gedrag van de pup voornamelijk uit naderen en kwispelen. Vanaf de 5e week begint ook de angstmotivatie te groeien. Deze blijft echter tot 8 weken lager dan de benadertendens. De nadertendens blijft bestaan tot 12 weken, ook al neemt deze af en is de angstmotivatie groter. De pup kan zich dus gedurende deze gehele periode snel herstellen van mogelijke traumatische ervaringen, alhoewel dit vanaf 8 weken minder wordt. Na de 7e week ontstaat er dus een toenemende aarzeling t.o.v. nieuwe prikkels. Na de 7e week neemt ook de nestbinding af en gaan de pups ergens anders slapen. De pups gaan urineren en defeceren op een vaste plaats buiten het nest. Dit betekent dat de zindelijkheidstraining nu kan beginnen. De pups kunnen vaster voedsel opnemen (opbraken van voedsel door de moeder). Rond de 7e week is de myelinisatie (zie neonatale fase) voltooid.
De pups beginnen al vanaf de 3e week met elkaar te spelen door af en toe in het oor van elkaar te bijten of elkaar in het gezicht te likken. Dit veroorzaakt ontwijkgedrag of piepen. Vanaf deze leeftijd leren de pups hoeveel pijn ze elkaar kunnen toebrengen d.m.v. knauwen en bijten.
Vanaf 4 tot 5 weken worden deze spelletjes wat serieuzer en beginnen ze naar elkaar ook agressieve vocalisaties te uiten. Ook wordt er onderdanig gedrag vertoond en beginnen ze met voorwerpen te slepen en deze te schudden. T.o.v. elkaar worden ze competitief en er ontstaan trekspelletjes.
Zie ook gedrag.
of afgekort S.C.C. is het overkoepelend orgaan van de Franse kynologie. De S.C.C. is lid van de F.C.I.
Stichting Sociale Honden voor Gehandicapten Nederland (SOHO) werd opgericht in 1984. Sinds 1 januari 2001 opereren de voormalige stichtingen Eurodog, SAM en SOHO onder dezelfde naam: Stichting Hulphond Nederland (SHN).
Stichting Hulphond Nederland leidt drie soorten honden op:
1) De ADL-honden worden opgeleid voor mensen met een motorische handicap. Deze honden helpen bij de Activiteiten in het Dagelijks Leven. Een ADL-hond is dus getraind om iemand met een lichamelijke beperking te assisteren bij allerlei handelingen in het dagelijks leven. Zij openen deuren, rapen voorwerpen op van de grond, een tafel of toonbank en geven die aan, zij bedienen licht- en liftknoppen, kunnen kledingstukken uittrekken e.d. Er zijn ook ADL-honden voor kinderen.
2) De Signaalhonden worden opgeleid voor iemand met een auditieve beperking en waarschuwen hun baas voor allerlei geluiden. Zij helpen dus mensen die doof of slechthorend zijn. Zij waarschuwen hun baas als er iemand aan de deur belt, de wekker afloopt, de naam van de baas wordt geroepen, de baby huilt, de telefoon overgaat, het water kookt, de magnetron piept en andere geluiden die voor de betreffende persoon belangrijk zijn.
3) Een Seizurehond of Seizure Respons Dog helpt zijn baas tijdens en na een epileptische aanval (seizure). Een seizurehond is in staat om bij een aanval zijn baas in een zijligging te leggen, medicijnen te halen, op een alarmknop te duwen, hulp te halen of voor rust te zorgen.
Sommige honden worden "seizure alert dog", dat betekent dat zij een aanval voelen aankomen en hun baasje op de één of andere manier daarvan waarschuwen.
Als ADL-honden worden m.n. Golden Retrievers en Labrador Retrievers gebruikt. Voor Signaalhonden de Border Collie, de Welsh Corgi Pembroke en het Kooikerhondje. Voor Seizure-honden worden niet alleen Retrievers, maar ook Tervuerense Herders gebruikt.
De aanvragen voor een hulphond zijn veelal afkomstig van mensen met een dwarslaesie, een spierziekte, Multiple Sclerose, een spasme en andere motorische aandoeningen en natuurlijk van mensen met een auditieve handicap.
lichamelijk; i.t.t. psychisch.
Somatische mutatie:
zie mutatie.
is het hormoon, dat de lever produceert o.i.v. het groeihormoon uit de hypofyse. Het stimuleert eveneens de groei en de productie van het lichaam.
dit hormoon oefent zijn voornaamste invloed uit op de groeilijnen der beenderen bij opgroeiende dieren. Bij toenemende ouderdom neemt de productie af en sluiten de groeilijnen, zodat de (lengte)groei stopt. Gebeurt dit te snel, dan ontstaat dwerggroei, gebeurt dit te laat, dan ontstaat acromegalie (uitgroei van kin etc.).
instrument voor het onderzoek van holten; in het lichaam gebracht buisje of slang, waarmee vocht of voedsel wordt af- of toegevoerd.
is het onderzoeken met een sonde van holten oftewel het inbrengen van een instrument (bijv. slang) waarmee vocht, voedsel of gas wordt af- of toegevoerd.
Zie bijv. maagkanteling.
Soortelijk
gewicht urine:
zie urineonderzoek.
is één van de oudste dierenbeschermingsorganisaties in Nederland. Sinds 1867 stellen zij dierenleed actief aan de orde.
Koningin Sophia der Nederlanden gaf in 1867 haar naam aan de Sophia-Vereeniging tot Bescherming van Dieren. Het initiatief kwam van haar lijfarts dokter Hendriksz. Sophia was de echtgenote van Willem III en had een uitgebreid netwerk van politici en schrijvers in heel Europa. Zij zag dat Nederland achterop liep als het om dierenbescherming ging. Geheel volgens de tijdsgeest moest het 'onbeschaafde volk' opgevoed worden. 'Veredeling van de mensch' was dan ook een belangrijk doel.
De Sophia-Vereeniging maakt dankbaar gebruik van het koninklijke netwerk om voor dieren op te komen. Vanaf de start waren internationale contacten van levensbelang. Tijdens de Frans-Duitse oorlog eind 19e eeuw vestigde zij de aandacht op het lot van cavaleriepaarden in een schrijven aan de Duitse keizer Wilhelm I. Ook voerde de vereniging toen al campagne tegen het wrede transport van slachtpaarden en slachtmethoden. Helaas nog steeds een actueel thema!
Een eerste wapenfeit in Nederland was een inperking van het gebruik van trekhonden. Ook tegen de jacht trok men ten strijde, getuige dit gedicht:
Een dier, dat niemand deert,
Medogenloos te plagen,
Dat dier met dolle drift door woud en bos te jagen,
Tot het eind'lijk, afgemat,
Ter neer stort, met bloed bespat
Dat is een zeer onaangenaam plezier
'Hoe vindt gij dat?, Kunt gij het vragen?'
Mij dunkt, een mensch die zoo een schuldoos dier kan plagen,
Heeft ook iets van een dier, maar dan geen schuldloos dier.
Rond 1900 was de vereniging in Amsterdam duidelijk zichtbaar op straat. In die tijd van paardenkarren werden her en der drinkbakken voor dieren geplaatst. Zo'n drinkbak is te zien in het Amsterdams Historisch Museum. In 1929 startte de cursus voor Dieren EHBO, gericht op het verzorgen van gewonde dieren. Een kar met koetsier deed dienst als dierenambulance.
Tijdens de Zeeuwse watersnoodramp in 1953 kreeg de Sophia-Vereeniging nationale bekendheid, toen zij veel dieren van de verdrinkingsdood redde. Op het gebied van wetgeving was begin jaren zestig eindelijk een groot succes te melden: in 1961 werd de Wet op de Dierenbescherming van kracht. In die jaren ontstond ook steeds breder maatschappelijk protest tegen misstanden in de bio-industrie, op veemarkten en in laboratoria.
De Sophia-Vereeniging is nu aangeland in de 21e eeuw. Ze zijn trots op hun geschiedenis en houden de dubbele 'e' met ere in hun naam. Nog steeds zien zij het als een belangrijke opdracht om de belangen van dieren actief te behartigen en de voorhoede te vormen van de dierenbeschermingswereld.
In het boek "Arbeiden aan de veredeling van den mensch, 125 jaar Sophia-Vereeniging tot Bescherming van Dieren" kunt u meer lezen over hun bewogen geschiedenis, o.a. over oogkleppen bij paarden, trekhonden voor houten karren en de slacht van varkens in de 18e eeuw.
Zie ook dierenmishandeling.
Sorteren:
proef in bijv. het G&G-programma. De geleider heeft voor aanvang, zonder dat de hond het ziet of ruikt, een voorwerp van de keurmeester gekregen, dat hij in zijn zak stopt. Bij aanvang van deze proef geeft de geleider het voorwerp aan de keurmeester, die het tussen gelijksoortige voorwerpen neerlegt. De geleider en de hond mogen het wegleggen van het voorwerp niet zien. Op aanwijzing van de keurmeester stelt de geleider zich met de hond op circa 10 meter afstand van de voorwerpen op, waarna hij kort zijn lucht mag geven (op wedstrijden niet toegestaan) en vervolgens de hond het bevel geeft het voorwerp te zoeken en te apporteren.
zacht blazend geluid t.g.v. een hartklepafwijking; hartruis; bijgeruis.
Souffles worden veroorzaakt door defecten aan het hart, bijv. een kapotte hartklep. Souffles kunnen ook veroorzaakt worden door oorzaken buiten het hart. Als een hond bijv. een piepende ademhaling heeft, hoort de dierenarts dit ook. Hij zal daarom altijd even de neus van uw hond dichthouden, om alleen het hart te kunnen horen.
Zie ook hartslag.
Sound,
soundness:
onduidelijke Engelse term in de kynologie: in onderdelen bij elkaar passend, goed in verhoudingen, een soepel werkend lichaam en een optimale conditie, zowel lichamelijk als geestelijk. Of kort gezegd: sound (of soundness) is een Engelse term voor een hond, die zich zeer soepel beweegt en lichamelijk en geestelijk in optimale conditie is.
jachthonden, die oorspronkelijk werden gebruikt bij de jacht met het vangnet (vogels) en op wild bij de valkenjacht.
Voor vele soorten spaniels: zie hier.
Spasme:
krampachtige samentrekking, plotselinge heftige kramp.
behandeling, die niet alleen de ziekteverschijnselen bestrijdt, maar ook de oorzaak van de ziekte; i.t.t. symptomatische behandeling.
of salivatie (salivatio) is een overmatige aanmaak van speeksel en de hond kan dan gaan kwijlen.
Speekselklier:
zie spijsvertering en sialo adenitis.
Spel:
is voor de hond o.a. een middel om sociale vaardigheden aan te leren. Hij leert hierdoor onderwerpinggedrag en op onderdanigheidsignalen van een ander te reageren door niet meer te bijten (bijtrem). Via spel kan de hond zijn positie in de groep vaststellen.
het overzetten van de jongen van de moedermelk op ander voedsel. De moeder begint wat te grommen en happen naar de pups.
Zie ook bijvoeren en socialisatieperiode.
mannelijk zaad; zaadvloeistof met zaadcellen.
Bij de hond varieert de hoeveelheid sperma van 2 tot 10 ml. per ejaculatie met gemiddeld zo'n 200.000 zaadcellen per milliliter. Deze aantallen zijn indrukwekkend groot, maar geven nog geen garantie op een goede bevruchting. Tijdens het transport naar de eicel gaan tal van zaadcellen verloren.
zaadcellen. Zie ook sperma.
Spermatozoön
(meerv. spermatozoa):
zaadcel, die bestaat uit een kop, middenstuk en lange staart. Zaadcellen worden bij de bevruchting in hun geheel in de eicellen opgenomen.
Zie ook sperma.
is in feite niets anders dan het volgen van een spoor. Speuren is het onderdeel van de hondensport, waarbij de hond een spoor moet "nalopen/zoeken". Dit betekent in de praktijk, dat de hond met de neus al ruikend het uitgelegde spoor moet uitwerken. Op dit spoor zijn, afhankelijk van het niveau, een paar voorwerpen gelegd, die de hond moet verwijzen. Apporteren is ook een mogelijkheid. Het laatste voorwerp is altijd het einde van het spoor.
Omdat er bijna altijd meerdere sporen door elkaar lopen, moet de hond het juiste spoor onderscheiden van de andere sporen. Dat is de kunst van het speuren.
Oorspronkelijk moest een hond kunnen speuren om bij zijn prooi te kunnen komen. Tegenwoordig hoeft alleen een jachthond dat kunstje nog maar te kennen. Wanneer een jager een prooi schiet, moet de hond deze opzoeken en ongeschonden apporteren.
Speurhonden zijn bijv. bloedhonden, elandhond, gråhund, politiehonden en zweethonden.
Omdat wij onze honden zover gedomesticeerd hebben, dat zij zelf niets meer hoeven te doen om aan de kost te komen, raakt het speuren in onbruik. Maar dit wil niet zeggen dat een hond het niet meer kan. Elke hond heeft het speuren nog wel in zich, u hoeft het een hond dus niet te leren. Wat u wel kunt doen, is het opnieuw leuk maken van het speuren. U kunt speurtraining gaan doen: speuren als spel voor baas en hond.
Een speurtraining is bij uitstek geschikt voor honden, die extra stimulans nodig hebben. Denk hierbij aan honden die door hun aard veel bezigheden nodig hebben om goed te kunnen functioneren. Drukke honden of honden die overenthousiast zijn, kunnen door een speurtraining een stuk rustiger worden. Dit komt, omdat speuren vooral mentaal een belasting is voor de hond. De lichamelijke inspanning is niet groot, maar de geestelijke inspanning des te meer.
Een hond die speurt, moet constant een 'keuze' maken uit de geuren die hij ruikt. Dit zijn er talloze. Wanneer een hond speurt, ruikt hij niet zozeer aan een geur waar hij heen moet, maar hij moet voortdurend die éne geur, die van belang is, onderscheiden van alle andere geuren. Die geur kan een sleepspoor zijn van geschoten wild, maar kan ook een spoor zijn wat zijn baasje net gelopen heeft.
Dat onderscheiden van die ene geur t.o.v. de andere geuren is wat de hond moe maakt. Dit is de werkelijke belasting van het speuren. Wanneer u met uw hond begint aan een speurtraining, zult u merken dat uw hond echt moe is als hij een aantal sporen heeft gevolgd.
Zie ook mantrailing en SpH.
Speurhond, SpH:
de discipline Speurhond (SpH) gaat verder dan het speuren in de IPO proef en wordt in 2 niveaus geëxamineerd, I en II; bij II zijn de eisen zwaarder dan bij I.
Bij SpH moet de hond een lang, ongeveer 3 uur oud spoor uitwerken, met diverse hoeken, meerdere voorwerpen die de hond moet aanwijzen of apporteren, en verleidingssporen die moeten worden genegeerd.
Trainen voor IPO en SpH kan via de rasverenigingen: de numeriek grote werkhondenrassen hebben daarvoor kringgroepen, verdeeld over het land. Ook zijn er verenigingen die gespecialiseerd zijn in deze sporten, zij zijn verenigd in de Nederlandse Bond van Gebruikshondensportverenigingen (NBG).
Zie ook het examenreglement, werkhondentraining, speuren en Commissie Werkhonden.
dit is het grootste en dikste deel van de spier, dat meestal in het midden is gelegen. Zie voor meer info: spieren.
samentrekking van een spier of van spieren; spiertrekking.
Spierdystrophie,
spierdystrofie:
vervloeiing van het spierweefsel.
kunnen ingedeeld worden in gladde spieren, dwarsgestreepte spieren en de hartspier. Dit is een indeling naar de cellulaire opbouw, maar men kan ook andere indelingen maken.
Zo kan men bijv. letten op het al dan niet onder invloed staan van de wil. Zo kunnen we de volgende indeling maken: willekeurige spieren, onwillekeurige spieren en half willekeurige spieren.
Zo kan ook een deels functionele, deels anatomische indeling gemaakt worden: skeletspieren, huidspieren, kringspieren en holle spieren.
Aan de hand van het verloop van de spiervezels kunnen spieren ook worden ingedeeld. We onderscheiden 3 hoofdgroepen: lange of spoelvormige spieren, brede of geveerde spieren en platte spieren.
Enige algemene benamingen van de onderdelen van spieren zijn: spierhoofd of kop, spierbuik of buik en aangrijpingspunt.
Er zijn meer dan 300 paren spieren, waarvan de ene spier aan de linker zijde en de andere spier aan de rechter zijde van het lichaam wordt gevonden. Er zijn slechts enkele onparige spieren; de bekendste daarvan zijn de tong en het middenrif.
De tonus is een bepaalde basale spanning in een spier.
Voor meer info over spieren en hun ligging en benamingen: klik hier.
dit is de aanhechtingsplaats, die aan de oorsprong is gelegen en die bij de spierbeweging niet mee beweegt, maar als vast punt fungeert.
Zie voor meer info: spieren.
de hond is een vertegenwoordiger van de carnivoren, de landroofdieren. Er zijn verschillende carnivoren die bijna geheel vegetarisch zijn, zoals beren. Ook de hond is niet voor 100% een vleeseter.
Het gebit van de hond bestaat per kaakhelft uit 3 snijtanden, 1 grote hoektand, 4 valse kiezen en 2 (bovenkaak) of 3 (onderkaak) ware kiezen. De grootste kiezen vormen de knipkiezen, die scharend over elkaar gebruikt worden om het voedsel te verkleinen. Achter de knipkiezen zijn knobbelkiezen te vinden, die dienen om (vaak plantaardig) voedsel te vermalen. De snijtanden gebruikt de hond bij het afknagen van bijv. botten. Het functioneren van het gebit wordt mede bepaald door de vorm van de schedel. Bij rassen met een sterk verkorte schedel, zoals de Pekingees, komt het vaak voor dat de gebitselementen niet goed op elkaar aansluiten. Ook een over- of onderbeet zorgt voor vermindering van de functie van het gebit. Bij sommige rassen komt soms verdubbeling van sommige gebitselementen voor.
De tong van de hond is relatief lang. Als een hond het warm heeft, is de tong de enige plaats om door verdamping overtollige warmte kwijt te raken. De tong is bezet met kleine papillen, die de tong een beetje ruw doen aanvoelen. Tussen deze kleine papillen liggen de smaakpapillen, waarmee de hond verschillende smaken kan onderscheiden.
Speekselklieren leveren het vocht dat helpt om het voedsel door te slikken. Onder de oorbasis en achter de onderkaak liggen de grootste. Ook in de slijmvliezen van de mondholte en onder de tong liggen - kleinere - speekselkliertjes.
In de keel begint de slokdarm, die tijdens het slikken het voedsel naar de maag transporteert. De slokdarm is een spierige buis met een gladde binnenwand, die de keel verbindt met de maag. De maag is, zoals altijd bij carnivoren, tamelijk eenvoudig van bouw. Door hun levenswijze moet bij honden de maag snel en met grote hoeveelheden gevuld kunnen worden. De spierige buitenwand en de klierrijke binnenwand zijn dan ook zeer rekbaar. Het voedsel begint in de maag te verteren door inwerking van maagsappen. Beetje bij beetje wordt de brij door de maagportier naar de dunne darm doorgelaten.
Het eerste gedeelte van de dunne darm heet ook wel twaalfvingerige darm. In dit darmdeel komen de afvoerbuizen van de lever en alvleesklier uit. De gal wordt geproduceerd in de lever en draagt aan de vertering van met name vet bij door dit te verdelen in kleinere bolletjes, zodat de oppervlakte groter wordt en de vetsplitsende enzymen uit het pancreas- en darmsap hun werk beter kunnen doen.
Ook in de wand van de dunne darm (jejunum) zitten kliertjes die verteringssappen maken. De voedselbrij (vet, eiwit, zetmeel) wordt in de darmen afgebroken tot moleculen (suikers, vetzuren, aminozuren) die de darmwand kunnen passeren, zodat zij in de bloedbaan kunnen worden opgenomen.
De dunne darm gaat bij de blinde darm over in de dikke darm. De blinde darm en de dikke darm bieden plaats aan veel bacteriën en andere micro-organismen die bijdragen aan de vertering. In de dikke darm worden aan de darminhoud mineralen en vooral water onttrokken, zodat uiteindelijk welgevormde uitwerpselen via het rectum en anus het lichaam kunnen verlaten. De uitwerpselen bestaan dus uit onverteerde voedselresten en vocht, maar ook uit afgestorven darmcellen en galkleurstoffen. Een verminderde leverfunctie is soms zichtbaar aan lichtgekleurde uitwerpselen.
Het hele maag-darmkanaal ligt samen met de lever achter het middenrif in de buikholte. Doordat carnivoren een kort darmkanaal hebben, neemt dit dus maar weinig plaats in. Vergelijken we de omvang van de buik van een hond met die van een even zware geit, dan is dit verschil duidelijk te zien.
Spinalis:
met betrekking tot de wervelkolom.
vroeger de benaming voor een jachthond, die de jager behulpzaam was bij de jacht met de valk, net, windhond of geweer.
Spiraalstaart:
staart met een dubbele krul, die over de dij hangt (Wetterhoun).
spirochaeten (Spirochaeta) kennen we maar al te goed: syfilis wordt veroorzaakt door een spirochaet, evenals aandoeningen zoals de ziekte van Weil, melkerskoorts en ziekte van Lyme. Spirochaeten (borrelia's, leptospiren, helicobacters) hebben het vermogen zich te verspreiden via bloed en lymfe om op deze wijze in het gehele lichaam verschijnselen te veroorzaken.
Splen,
spleen:
milt.
operatieve verwijdering van de milt.
Splenitis:
miltontsteking.
miltzwelling, vergroting van de milt.
Splenorragie:
miltbloeding.
Split
eye:
een oog, waarin twee kleuren voorkomen; meestal een driehoekig blauw vlekje in een bruine iris.
parasitaire draadworm, die de werking van het darmkanaal kan schaden.
Bij de hond komen 2 geslachten van spoelwormen (Ascaridia) voor, nl. Toxascaris leonina en Toxocara canis, waarvan deze laatste wel de meest beruchte is.
Zie voor meer info: zandbak en wormen.
Spondylartritis:
ontsteking van de wervelgewrichten.
Spondylomyelitis:
ontsteking van de wervels en ruggenmerg.
Spondylose,
spondylosis:
artrose van de wervelkolom, resulterend in botwoekeringen, die druk op de uittredende zenuwen veroorzaken. Het gevolg is pijn, die zich manifesteert afhankelijk van de plaats waar de botwoekeringen zich bevinden.
Komt bij bepaalde rassen veel voor, bijv. bij de Boxer, Duitse Dog en Dobermann. De ziekte is erfelijk. Een behandeling bestaat uit pijn- en hinderbestrijding.
Zie ook fysiotherapie en hydrotherapie.
Spondylus:
wervel, ruggengraat.
Spore,
spoor:
rustend stadium van sommige bacteriën met groot weerstandsvermogen tegen schadelijke invloeden.
is één van de 2 hoofdgroepen van mineralen, de andere is 'zouten'. De chemische opbouw is bij beide groepen gelijk: een metaalatoom dat gekoppeld is aan een zogenaamde zuurrest. Van de 'zouten' heeft een hond een vrij grote hoeveelheid nodig, van de 'sporenelementen' is slechts een spoortje, d.w.z. een heel klein beetje nodig. Overmaat is meestal niet zo gunstig voor het lichaam. Er kunnen vergiftigingen ontstaan.
Bij de sporenelementen, de micro-elementen, moeten we bedenken, dat het lichaam beslist een kleine hoeveelheid nodig heeft, maar dat grote hoeveelheden in de meeste gevallen ziekteverschijnselen opleveren.
In het algemeen komen de micro-elementen in voldoende mate in het voedsel of drinkwater voor. Soms is er een tekort, zodat de stof kunstmatig moet worden toegevoegd (denk bijv. aan de verplichting bij bakkers om bij de bereiding van brood gebruik te maken van jodiumhoudend zout).
Sporenelementen zijn bijv. fluor (F), cobalt (Co), selenium (Se), koper (Cu), jodium (J) en zink (Zn). Verder worden nog een aantal stoffen wel als mogelijk sporenelement genoemd, met name molybdeen (Mo), borium (B), broom (Br) en chroom (Cr). Hun rol staat echter nog niet geheel vast.
Een viertal elementen remmen alleen maar enzymsystemen en zijn dus giftig. Ze zouden dan ook niet in het voedsel van mens en dier mogen voorkomen. Dat zijn kwik (Hg), lood (Pb), cadmium (Cd) en arseen (As).
Zie ook mineralen.
Sporten met de hond:
zie hondensport.
Sport & Spel:
diverse toestellen en spellen maken deel uit van het programma. Als uw hond de basisgehoorzaamheid onder de knie heeft en u wilt als eigenaar actief en uitdagend bezig zijn, zonder gericht in een discipline verder te gaan, dan kan Sport & spel een goede keuze zijn. Samenwerking staat bij deze sport centraal.
Spot:
een vlek op de schedel (bijv. Cavalier King Charles Spaniel) of op een andere plaats.
is bloedanalyseapparatuur en gebruikt de dierenarts voor de klinisch chemische analyse van het bloed. Het vertelt hem iets over de conditie van organen, zoals de lever en de nieren, maar kan ook duidelijkheid geven over suikerziekte of aanwezigheid van tumoren. Dit apparaat is in staat om zeer snel diverse bloedbepalingen tegelijk uit te voeren. Bovendien is de betrouwbaarheid van de uitslagen groot. Met de Spotchem kan o.a. onderzocht worden: nierwaarden, leverwaarden, enzymen, suiker, eiwit en calcium.
Er bestaat de Spotchem EZ (droge chemie) en Spotchem EL (electrolyten). De referentiewaarden vindt u hier.
Zie ook Vettest.
het gen S is verantwoordelijk voor een volledig gekleurde vacht. Er komt in het geheel geen wit voor of slechts enkele kleine vlekjes op de tenen, staartpunt en de borst.
• Irish spotting: witte huidgedeelten aan snuit (neusrug en wangen), voorhoofd, voeten, staartpunt, nek, keel, borst en buik. We vinden deze witverdeling o.a. bij de Basenji, Boxer en de Sennenhonden.
• Piebald spotting: bonte dieren, waarbij een hele reeks te zien is van bijna geen wit tot bijna helemaal wit. Voorbeelden zien we bij de Beagle, Collie, Cocker Spaniel en Foxterriër.
• White spotting of extreem bont: dieren zijn geheel wit, met gekleurde ogen en neusspiegel, soms ook een geheel of gedeeltelijk gekleurd oor. Voorbeelden zien we bij de verschillende berghonden (Pyrenese Berghond, Maremmano-Abruzzese, Kuvasz en Tatrahond), de Samojeed, Bull Terriër en Sealyham Terriër.
Spot-on pipet:
is een kleine plastic houder die gevuld is met precies de juiste hoeveelheid die nodig is om één hond te behandelen tegen bijv. vlooien of teken. Het middel is meestal verkrijgbaar in verschillende grootten al naargelang het gewicht van de hond.
De inhoud van de pipet wordt uitgeknepen op de huid, nadat de haren van de vacht tussen de schouderbladen van de hond van elkaar zijn gescheiden.
Spreidtenen:
niet goed aangesloten tenen.
Spreidvoeten:
voeten, waarvan de tenen niet goed aaneengesloten zijn.
het gewricht van het achterbeen tussen scheenbeen en achtermiddenvoet.
Andere benamingen zijn: hakgewricht, enkelgewricht, hielgewricht en tarsus.
Zie ook OCD.
slijm of etterig vocht, dat bij het hoesten uit de longen of luchtwegen wordt opgegeven.
S.R.S.H., SRSH:
zie K.M.S.H.
jachthond, die door stil te gaan staan de jager met zijn neus aanwijst, waar het wild zich bevindt.
Duits: Vorstehhund; Engels: Pointer;
Frans: Chien d'arrêt of Braque (mits kortharig) of Epagneul (mits
langharig); Italiaans: Bracco.
Staar:
komt bij sommige hondenrassen 'van nature' voor, d.w.z. dat staartloosheid bij deze rassen ook zonder couperen wel eens voorkomt. Bekende voorbeelden daarvan zijn bijv. de Bobtail, Welsh Corgi Pembroke, Schipperke en Épagneul Breton. Bij deze honden was staartloosheid tot voor enige jaren een raskenmerk. Dat kenmerk is na het in werking treden van het coupeerverbod vervallen.
Als bij de geboorte van deze honden wel een staart aanwezig is, is vaak sprake van afwijkingen in de vorm van een verkorte of geknikte staart.
Stafylokok,
staphylococcen, stafylococcen, stafylococcus, stafylokokken:
bacteriegeslacht met ronde vorm.
Stafylokokken kunnen zich van toxine bedienen. Dat is vooral het geval, wanneer deze bacteriën de gelegenheid krijgen zich in voedsel te vermenigvuldigen. Bewaar daarom vers voedsel altijd in de koelkast, want bij lage temperaturen verliezen de Stafylokokken het vermogen om toxinen te vormen. De toxinen kunnen darmaandoeningen veroorzaken. Misselijkheid en braken zijn de voornaamste symptomen.
Voorts veroorzaken Stafylokokken tal van etterige huidontstekingen, waartoe ook de voorhuidontsteking moet worden gerekend. Stafylokokken wekken bij de hond geen grote afweer op, zodat nagenoeg altijd opnieuw een medicamenteuze therapie moet worden ingesteld. Indien Stafylokokken diep in het lichaam kunnen doordringen, kunnen ze soms ook overgaan tot productie van toxinen. Indien deze toxinen in de bloedbaan raken, worden de hersenen aangetast. De hond is zeer ziek, slap en lusteloos met een sterk verhoogde temperatuur. Het overlijdensrisico is groot.
boek, waarin de afstamming van rashonden wordt opgenomen. Zie N.H.S.B.
een door de Raad van Beheer of een buitenlandse, erkende instantie afgegeven bewijs over de afstamming van de hond.
Per 1 november 2006 is de nieuwe stamboomprocedure gestart (klik hier).
Zie voor uitleg van bepaalde afkortingen op een stamboom: codering titels.
Zie ook registratiebewijs.
de door het bevoegde lichaam (bijv. rasvereniging) vastgestelde omschrijving van de kenmerken van een ras; zie ook raspunten.
Standaard
Parcours Tijd (SPT):
de tijd voor het afleggen van een agilityparcours, die bij overschrijding leidt tot toekenning van strafpunten (tijdfouten). De keurmeester bepaalt dit vóór een wedstrijd, rekening houdend met de te keuren klasse en de ter plaatse geldende omstandigheden. De SPT zal worden bepaald door de lengte van het parcours te delen door de gekozen snelheid in meters per seconde.
Stap:
langzame manier van bewegen, waarbij de benen stuk voor stuk worden neergezet; er is geen zweefmoment.
Volgorde: LV-RA (linker voorbeen-rechter achterbeen), RV-LA etc.
Dit is een symmetrische gang.
Stapelingsziekte:
leveraandoening door ophoping van stofwisselingsproducten, meestal ontstaan als het normale stofwisselingsproces geblokkeerd wordt.
De meest bekende stapelingsziekte is koperstapeling bij de Bedlington Terriër incl. de Chronische Actieve Hepatitis (CAH) die daardoor ontstaat. In het Engels heet dit Copper Toxicosis (CT). Bij de stofwisselingsprocessen in de lever wordt in dit geval het koper dat daarbij vrijkomt, niet op de gebruikelijke wijze afgevoerd; dit wordt veroorzaakt door een (erfelijk) defect in het eiwit dat daarvoor zou moeten zorgen.
Het gen, dat verantwoordelijk is voor de koperstapeling bij honden, MURR1, zorgt voor de productie van het MURR1-eiwit. De functie van dat eiwit is niet precies bekend, maar waarschijnlijk speelt het een rol bij het kopertransport uit cellen.
Koper wordt normaal uitgescheiden via de gal, maar bij zieke dieren stapelt het koper zich op in levercellen, die daar uiteindelijk aan bezwijken. Als de lever stopt met functioneren is de hond ten dode opgeschreven.
Koperstapeling kan bij deze honden voorkomen worden, door ze hun hele leven lang geen of weinig koper te voeren. Het gevaar hiervan is, dat dragers van het gen dat deze afwijking veroorzaakt geen symptomen van koperstapeling gaan vertonen, waardoor de aandoening zich verder door het ras kan verspreiden.
voor honden die deelnemen aan a) agility/behendigheidswedstrijden, die gehouden worden onder auspiciën van Cynophilia, b) G&G-wedstrijden.
Dit zijn afzonderlijke startlicenties.
Status:
stand, toestand, dossier over een patiënt.
Staupe
Gebiss:
een door
hondenziekte aangetast gebit.
Engelse term, gebruikt bij honden voor het rustig blijven onder alle omstandigheden. Niet alleen rustig blijven indien er vlakbij aanhoudend geschoten wordt, maar eveneens beschoten of onbeschoten wild, zonder bevel hiertoe, ongemoeid laten. Kort gezegd: de hond moet wachten op het bevel om tot actie over te gaan en datgene uit te voeren waartoe 'de baas' het commando geeft.
Steatorrhoea, steatorroe:
stoornis in de vetopname door het lichaam, wat zich uit in lichte ontlasting, ontlasting die vet bevat.
Het lichaam is hierbij niet in staat het vet in het voedsel op te nemen. Het vet gaat dan met de ontlasting verloren. Dit heeft als gevolg dat vitamine D en kalk veel minder worden opgenomen.
Steatose,
steatosis:
ontaarding van cellen door vervetting.
Steil:
te weinig
hoeking.
één van de vachttypen van de staande honden, enigszins lijkend op ruwharig. Zie vacht.
Steken
van bijen, hommels of wespen:
zie wetenswaardigheden.
oftewel larynxparalyse. Een met ernstige benauwdheid gepaard gaande aandoening, die vooral bij Bouviers en af en toe ook bij Leonbergers voorkomt. Het is een progressief verlopende aandoening, d.w.z. dat de benauwdheden steeds ernstiger worden.
De ademnood ontstaat, doordat de spieren die de stembanden uit elkaar behoren te trekken in toenemende mate verlamd worden. De stembanden blijven daardoor tegen elkaar staan, waardoor de passage van lucht van en naar de longen verhinderd wordt.
Het kan operatief verholpen worden (stembanden worden vastgezet tegen de buitenkant van het strottenhoofd), met als gevolg dat de hond zijn stem grotendeels verliest.
Stembandverlamming is een erfelijke aandoening, die dominant is. Maar het is niet zo, dat alle dragers van dit dominante gen verschijnselen vertonen, waardoor het moeilijk is stembandverlamming binnen een ras terug te dringen.
vernauwing van een opening of kanaal in het lichaam, bijv. bloedvat of slokdarm. Zie strictuur.
Stenose oftewel een vernauwing van de hartklep ontstaat door een ontsteking van het hart of kan het gevolg zijn van een erfelijke ontwikkelingsstoornis. Hierdoor wordt de hartklep minder elastisch en wordt de doorgang in de klep nauwer met als gevolg dat het hart meer spierkracht moet leveren om het bloed erdoor te pompen.
1) hoog opgooien van de voorbenen, Hackneygang (bijv. Italiaans Windhondje). Ook de achterbenen worden hierbij in voorwaartse richting hoog opgegooid.
2) steppen met de hond als alternatief voor de sportieve hondenliefhebber die wat meer wil dan een dagelijks wandelrondje in de buurt en die fietsen met de hond om welke reden dan ook niet prettig vindt.
Er is sinds een tijdje een hondenstep, de DogScooter, op de markt. Steppen met uw hond is een veilige en leuke manier om uzelf en uw hond in conditie te houden.
Het is een 100% Europees kwaliteitsproduct. Het grote voorwiel zorgt voor comfort en veiligheid. Het kleine achterwiel zorgt voor ruimte tijdens het steppen. Het lage zwaartepunt zorgt voor veiligheid en stabiliteit. Tijdens het steppen met uw hond zijn deze veiligheidsaspecten essentieel.
Kennen we voor de fiets de 'springer' om de hond aan de fiets te verbinden, deze step is voorzien van een metalen staaf met daarin een veersysteem met 3 veren en een touw, 'Walkydog' genoemd. Deze is (bij voorkeur aan de veilige rechterkant) aan het stuur bevestigd. De staaf zorgt ervoor, dat de hond op de goede positie loopt: schuin voor de 'bestuurder' en op enige afstand van de step, waardoor er ruimte is om van stepbeen te wisselen zonder de hond te hinderen.
Het is verstandig om de hond eerst vertrouwd te maken met de step, zodat hij, ook in 'rare' situaties, geen schrik heeft van de step. Daarnaast is het, net als bij fietsen, aanbevolen om het steppen met de hond rustig op te bouwen en de belasting voor de hond langzaam op te voeren.
Gebruik een tuigje of een brede halsband, waar de hond niet uit kan schieten.
Wat zijn de voordelen van steppen boven fietsen? Bijv. het fijne contact met de hond. U torent niet hoog boven het dier uit, de hond loopt vlak naast u en u hebt hem voortdurend in het zicht. Daardoor kunt u makkelijk oogcontact met uw hond maken.
Een ander voordeel is, dat de snelheid gemakkelijk is aan te passen aan de mogelijkheden van de hond. U kunt als het nodig is langzaam rijden zonder dat u, zoals bij de fiets, gaat slingeren.
Voor de stadsbewoner is er nog een pluspunt: als stepper bent u voetganger en mag u in het voetgangersgebied komen.
Het steppen met de hond is niet geschikt voor kleine kinderen. Bij gebruik door minderjarigen moeten deze tenminste 20 kg meer wegen dan de hond.
Voor meer info over deze hondenstep, klikt u op 'Dogatti DogScooter' op de Links-pagina.
Ster:
een witte vlek op het voorhoofd boven de stop.
a) onvruchtbaar (zie cryptorchisme);
b) vrij van ziektekiemen.
Sterilisatie,
steriliseren:
a) het ongeschikt maken voor voortplanting (zie ook castratie en endoscopie);
b) het volledig doden van ziektekiemen.
Zie voor de voor- en nadelen: OVE.
Sternum:
instrument waarmee geluiden in het lichaam beluisterd kunnen worden.
Stichting
Gedrag, Gehoorzaamheid en Behendigheid:
is een stichting ingesteld door Cynophilia in overleg met de Raad van Beheer, en is opgericht op 12 januari 1987: "Voor verenigingen, die, vanwege beperkte kynologische activiteiten, op grond van de bepalingen in het reglement van de Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland geen erkenning kunnen verkrijgen is de mogelijkheid aanwezig zich aan te sluiten bij Stichting Gedrag, Gehoorzaamheid en Behendigheid".
De stichting heeft ten doel mogelijkheden te bieden aan verenigingen die met honden activiteiten willen beoefenen, die in eerste instantie aan plaatselijke verenigingen behoren op grond van het gestelde in de reglementen van de Raad van Beheer, doch die als zodanig niet door de in aanmerking komende vereniging worden georganiseerd.
Stichting
Hulphond Nederland (SHN):
is de naam van de voormalige stichtingen Eurodog, SAM en SOHO, die sinds 1 januari 2001 onder dezelfde naam opereren. Zie SOHO.
Stöbern:
het opjagen en voor de jager brengen van wild.
Stockhaar:
kort, hard, grof haar. Zie vacht.
metabolisme. Kan men opsplitsen in enerzijds een afbraak van stoffen (katabolisme), anderzijds in een opbouw van stoffen (anabolisme).
Zie ook basaalmetabolisme.
Stokhaar, stokharig:
kort, hard, grof haar. Zie vacht.
Stollingsfactoren:
zie trombocyten.
Stoma:
mond, (onnatuurlijke) opening in een lichaamsholte.
ontsteking van het mondslijmvlies.
is een combinatie van spiramycine en metronidazol, 2 antibacteriële stoffen met een synergetische werking. Het zijn tabletten voor orale toediening bij de hond.
Indicaties: 1) Infecties t.g.v. spirochaeten, fusobacteriën en Gram-positieve kokken: a) mondholte-infecties: stomatitis, gingivitis, periodontitis, pyorrhoea, halitosis etc.; b) infecties van de klieren: speekselklieren, anaalklieren, traangangen, mammae; c) andere infecties: osteomyelitis, metritis;
2) Infecties t.g.v. Mycoplasmata, Treponema, Clostridia, Bacteroïdes, fusobacteriën, Gram-positieve kokken: a) keel-, neus-, oorinfecties: tonsillitis, sinusitis, otitis etc.; b) necrotiserende huidinfecties; c) stinkende wonden;
3) Infecties t.g.v. Mycoplasmata of Gram-positieve kokken: longinfecties.
4) Aanvullende behandeling bij infecties aan het spijsverteringskanaal: uitsluitend op geleide van een specifiek antibiogram.
Contra-indicaties: ernstige leveraandoeningen. Bijwerkingen: in zeldzame gevallen kan braken voorkomen.
De tabletten bestaan in de uitvoeringen Stomorgyl 2, Stomorgyl 10 en Stomorgyl 20. De samenstelling van bijv. Stomorgyl 2 is per tablet 150.000 IE spiramycine, 25 mg metronidazol, excipiëns q.s. 1 tablet.
Stop:
overgang van de neusrug naar het voorhoofd.
Stopgroeve:
de overlangse inzinking tussen de ogen bij de stop.
Strain:
Engels voor bloedlijn, fokstam.
Strangurie:
moeizame, pijnlijke urinelozing, waarbij slechts een paar druppels worden afgescheiden.
Stratum:
laag weefsel, die horizontaal over, onder of tussen iets ligt, bijv. hoornlaag.
Streptokok,
streptococcus:
snoervormige bacteriën, die met penicilline bestreden moeten worden.
Stress, stresssignalen:
aanhoudend fysische, psychische of sociale belasting, die leidt tot lichamelijke klachten.
Uitingen van chronische stress zijn: staartjagen, schaduwjagen, vlieghappen, flankbijten en pica.
Stresssignalen geven aan dat de hond zich onprettig, onzeker voelt. Komt er meer druk op de hond, dan nemen de stresssignalen in hevigheid toe. Een beetje stress kan geen kwaad, te veel stress wel.
Bij elk leermoment is er stress, zowel bij de mens als bij een dier. Bij positieve trainingsmethodes zien we wel minder stress dan bij harde trainingsmethodes.
Verder zien we stresssignalen in situaties waarin geen vluchtweg is. Een hond die benaderd wordt, terwijl hij in de hoek zit of aan het uiterste puntje van de riem loopt, kan geen kant op. Hij kan de dreiging van de benadering alleen nog doen stoppen door agressie. Vaak durft hij eigenlijk niet agressief te zijn (dus stress), dus zit er niets anders op dan dat u in zo'n situatie doorloopt.
Onderstaande gedragsuitingen zijn stresssignalen:
• hijgen;
• een voorpoot optillen;
• gapen, terwijl hij niet moe is of het warm heeft;
• stukje tong uitsteken (tongelen);
• langs de mond likken;
• uitschudden, terwijl zijn vacht niet vies of nat is;
• borstelen;
• strak aankijken, verstarren;
• piepen, janken of blaffen op hoge toon;
• knarsetanden;
• 'zomaar' snuffelen;
• plasje doen, terwijl de hond goed uitgeweest is;
• trillen;
• zichzelf (onnodig) krabben;
• strak kwispelen;
• staart laag, vlakbij de achterpoten, lage lichaamshouding door gebogen achterpoten;
• op de grond krabben;
• niezen of snuiven.
Zie ook lichaamstaal van de hond en likgranuloom.
vernauwing in een kanaal, bijv. slokdarm of anus. Zie stenose.
Stridor:
sissend, knarsend of piepend geluid bij vernauwing van de luchtwegen.
Strippen:
Engelse term voor plukken of
trimmen.
Stronghold®
Spot-on:
zijn pipetjes, waarvan de inhoud vlooien en mijten doodt en herbesmetting voorkomt voor de duur van ongeveer 1 maand. De werkzame stof is selamectine.
Het is geen antiwormmiddel bij honden! Want Stronghold is niet werkzaam tegen lintwormen, terwijl de lintworm de wormsoort is, die het meest voorkomt bij uw volwassen hond.
Wel is het effectief als preventief middel bij Hartworm, dat ook in Zuid-Europa steeds vaker wordt gezien. In principe hoeft u pas te beginnen met de toepassing van Stronghold op het moment dat uw hond gevaar loopt geïnfecteerd te raken. M.a.w. u hoeft pas te beginnen op het moment dat u in het risicogebied (vakantieland) bent aangekomen. Het middel werkt namelijk enkel tegen de larfjes van de hartworm, die pas na besmetting in het lichaam voorkomen. Gebruik tot een maand na terugkeer in Nederland geeft de hond een goede bescherming.
Stronghold mag vanaf 6 weken leeftijd gebruikt worden. Soms kan tijdelijk licht haarverlies en irritatie optreden op de plek van toediening. Dit verdwijnt vanzelf. In zeldzame gevallen kunnen de haren ter plekke samenklitten en/of er verschijnt een kleine hoeveelheid wit poeder; dit is normaal en zal binnen 24 uur verdwijnen.
Zie ook spot-on pipet en het gebruik bij collie-achtigen.
Strongyloïde:
nematode (worm), die voorkomt als darmparasiet.
het is in de hondenwereld een publiek geheim dat bij de training van waak- en verdedigingshonden harde methoden niet worden geschuwd. Naast fysiek geweld (schoppen, slaan) worden andere dieronvriendelijke middelen ingezet, zoals bijvoorbeeld prik- en liesbanden.
Een moderne variant die al jaren wordt gebruikt is de stroom- of schokband (zie ook teletac). De werking van de stroomband is vrij eenvoudig. In de band zijn twee elektrodes geplaatst, die via een aan de band bevestigde ontvanger in contact staan met een zender. Via deze zender kan de instructeur of hondengeleider door een druk op de knop de hond op afstand een schok of een reeks schokken toedienen. De duur en sterkte van de schokken kunnen variëren.
Stroombanden worden ook gebruikt bij de training van jachthonden en bij gedragstherapie, bijvoorbeeld om honden af te leren achter auto's of schapen aan te gaan. Tevens vinden veel gemakzuchtige particulieren de stroomband een handig hulpmiddel. Stroombanden zijn vrijelijk te koop en door een ieder te gebruiken. Er is geen algehele controle op de kwaliteit zodat er diverse banden in omloop zijn van verschillende makelij. Daar komt nog bij dat de aanschaf van deze banden dankzij het internet gemakkelijker is dan ooit.
Voorstanders van de stroomband beschouwen de band als een 'humaan' middel en als aanvaardbaar alternatief voor geweld. Onderzoek toont aan, dat de schokband alles behalve 'humaan' is. Honden lijden wel degelijk pijn tijdens het ontvangen van de schok. Waargenomen gedragsreacties als (hoog) janken, piepen, het verlagen van de houding, ineenduiken, deinzen en bijtpogingen wijzen op pijn. Daarnaast duidt een verlaagde houding van de hond op angst. Met schokken getrainde honden blijken op het trainingsveld zwaarder onder druk te staan dan honden die niet met schokken zijn getraind. De reacties van de geschokte honden beperkten zich niet tot het gebeuren op het trainingsveld. Deze honden lopen ook buiten het trainingsveld in een verlaagde houding en tonen meer stresssignalen.
De stroomband zou verboden moeten worden, maar helaas is dit nog niet zo. Gelukkig is er tegenwoordig wel een tendens waar te nemen, dat steeds meer hondentrainers over gaan op positieve trainingsmethoden, zoals wij dit al jaren binnen onze hondenclub D.V.V. doen. Ik hoop dan ook, dat het gebruik van de stroomband zeer binnenkort tot het verleden gaat behoren!
Strottenhoofd
(larynx):
bevindt zich op de overgang van keelholte naar luchtpijp. Het strottenhoofd bestaat uit een vijftal kraakbeentjes: het tongbeen, strottenklepje, schildvormig kraakbeen, ringvormig kraakbeen en bekervormig kraakbeen. Tussen de bekervormige kraakbeentjes en de bodem van het schildkraakbeen zijn de stembanden uitgespannen. U moet zich deze niet zozeer als banden voorstellen, het zijn eerder strak gespannen gordijnachtige vliezen, die aan de zijkanten zijn vastgehecht aan het schildkraakbeen. Tussen de stembanden bevindt zich een V-vormige gordijnopening als toegang tot de luchtpijp.
Het gehele strottenhoofd is opgehangen aan de schedel. De verbinding tussen de schedel en het strottenhoofd wordt gevormd door het tongbeen. Het tongbeen geeft tevens steun aan de tong.
Zie voor meer info: skelet.
Struma
(krop):
een vergrote schildklier, meestal door jodiumtekort. Verlaagde stofwisseling: gauw moe en hebben het meestal erg koud.
is een bij de hond veelvoorkomend urinesteentje (magnesium-ammonium-fosfaat), dat gevormd wordt bij een hoge pH (basische urine). Het kan worden opgelost met een speciaal voer.
Blaasgruis en blaasstenen komen regelmatig voor bij hond. Symptomen zijn: bloed in de urine, vaak moeten plassen, pijnlijk plassen, persen bij het plassen, incontinentie, abnormale kleur van de urine, gedragsverandering zoals rusteloosheid, lusteloos, zich verbergen of eten weigeren. Ook veranderingen in het plasgedrag zoals in huis of op andere plaatsen plassen.
Als u een hond met plasproblemen heeft en naar de dierenarts gaat, is het handig als u een beetje urine meeneemt.
Het struvietdieet is bedoeld om blaasgruis (struviet) op te
lossen en te voorkomen dat zich blaasstenen gaan vormen door samenklontering van
gruis en ontstekingsmateriaal. Eigenschappen van een anti-struvietdieet zijn een
verzurend effect op de urine, een verlaagd gehalte aan magnesium en een licht
verhoogd natriumgehalte. Deze eigenschappen zorgen ervoor, dat de urine
voldoende verdund is en dat de zuurtegraad van de urine zodanig verandert, dat
het neerslaan van struvietkristallen wordt voorkomen.
Het is gebleken dat de opname van voldoende vocht en het regelmatig legen van de
blaas (denk aan de hond, die niet op tijd wordt uitgelaten!) minstens zo
belangrijk is als het voeren van dit dieet!
Het dieet werkt alleen als het ook strikt wordt gevolgd. Dus geen tussendoortjes
die niet voldoen aan de eisen van het blaasgruisdieet en niet snoepen uit de bak
van huisgenoten.
Bij de hond kunnen verschillende soorten blaasstenen voorkomen. Blaasstenen kunnen niet alleen bestaan uit struviet, maar ook uit o.a. calciumoxalaat (vaak operatie), ammoniumuraat of cystine. Daarnaast kunnen blaasstenen ook zijn samengesteld uit meerdere soorten kristallen.
Zie ook urinezuurkristallen bij Dalmatiërs, cystitis en urolithiasis.
aanvallen en stuiptrekkingen zijn hetzelfde en zijn geen ziekte, maar een symptoom van een achterliggend probleem.
Bij een stuip is er abnormale elektrische activiteit in de hersenen, waardoor ongewone reacties van de zenuwen ontstaan.
Bij een gegeneraliseerde aanval treedt bewusteloosheid op in combinatie met ongewenste activiteiten, zoals spiercontracties, trappelen met de poten, trillen en spiertrillingen in het gezicht. Vaak gaat het ook gepaard met veel kwijlen, plassen en ontlasting hebben en verwijde pupillen.
Een partiële aanval houdt slechts enkele van die veranderingen in en gaat niet noodzakelijk gepaard met bewusteloosheid.
Er kunnen tal van oorzaken zijn. Een van de meest voorkomende bij honden is een zonnesteek, vergiftiging, infectie, erfelijke afwijkingen, hersenafwijkingen (bijv. hondenziekte of hondsdolheid), shock, leverinsufficiëntie, nierinsufficiëntie en vele andere medische problemen.
Jonge puppy's met een hevige ringwormbesmetting hebben er ook wel eens last van, zij het zelden.
Als een hond regelmatig een aanval heeft, zou dit op epilepsie kunnen duiden. Stuipen kunnen ernstig en zelfs levensbedreigend zijn, dus ga zo snel mogelijk met de hond naar de dierenarts.
Stuwen:
het krachtig afzetten met de achterbenen tijdens het bewegen.
onderhuids.
Subcutis:
onderhuidse bindweefsellaag.
Subduraal:
zich onder het harde hersenvlies bevindend.
Subklinisch:
lichamelijke klachten zonder waarneembare ziekteverschijnselen.
Subletale
factoren:
factoren die de levensvatbaarheid aantasten. Meestal sterven dieren die met deze factoren behept zijn als foetus af.
gedeeltelijke ontwrichting.
onderworpenheid, onderdanigheid. Onderdanige (submissieve) gedragingen zijn bijv. het tongelen en een pootje geven richting de kop. Er zijn twee vormen van submissief gedrag:
a) actieve submissie, waarbij de hond in een zo laag mogelijke houding naar een ander dier loopt en de mondhoeken van die ander likt;
b) passieve submissie, waarbij de hond op zijn rug gaat liggen, zodra het dominantere dier langsloopt.
Submissie kan worden vertoond als een ranglager dier de agressie wil remmen van een ranghoger dier, of vriendelijk gedrag bij deze wil opwekken.
zie diabetes mellitus.
Sulcus:
groef, spleet, gleuf.
Superinfectie:
herbesmetting, tweede besmetting voordat de eerste tot immuniteit heeft kunnen leiden.
Superovulatie:
het gelijktijdig vrijkomen van meer dan een eitje uit de eierstok.
het naar buiten draaien van de poot; i.t.t. pronatie.
Surolan®:
is een middel, dat per ml 23 mg miconazolnitraat, 5.500 I.E. polymyxine B-sulfaat en 5 mg prednisolonacetaat bevat. In de humane geneeskunde kent men de middelen Daktarin en Dermacure, wat ook miconazol (een antischimmelmiddel) bevat.
Miconazol is een imidazoolderivaat met een uitgesproken fungicide werking en een krachtige werking tegen Gram-positieve bacteriën. Polymyxine B is een antibioticum met een bactericide werking tegen Gram-negatieve bacteriën. Aan die twee substanties werd prednisolon toegevoegd wegens zijn anti-inflammatoire en antiprurigineuze eigenschappen.
Surolan is geïndiceerd voor de behandeling van: 1) Otitis, met name:- bacteriële otitis veroorzaakt door Staphylococcus spp., Streptococcus spp., Pseudomonas spp., Escherichia coli;- mycotische otitis veroorzaakt door Microsporum spp., Trichophyton spp., Candida spp., Malassezia pachydermatis (Pityrosporum pachydermatis);- veroorzaakt door otodectes cynotis. 2) Huidinfecties, met name:- bacteriële dermatitis veroorzaakt door Staphylococcus spp., Streptococcus spp., Pseudomonas spp., Escherichia coli;- mycotische dermatitis veroorzaakt door Microsporum spp., Trichophyton spp., Candida spp., Malassezia pachydermatis (Pityrosporum pachydermatis).
Surolan mag niet gebruikt worden bij honden met een geperforeerd trommelvlies, want polymyxine-B is potentieel ototoxisch.
De dosering en toediening:
a) Oren: na het reinigen van de gehoorgang, 2x per dag, enkele druppels in de gehoorgang aanbrengen. Om een goede verdeling van het preparaat te verkrijgen, moet u oor en gehoorgang goed masseren.
b) Huid: 2x per dag enkele druppels op de letsels aanbrengen en goed inwrijven. De behandeling moet zonder onderbreking gedurende enkele dagen na het verdwijnen van de symptomen voortgezet worden. In sommige gevallen kan een behandeling van 2 à 3 weken noodzakelijk zijn. De behandeling van otodectes cynotis is 2 weken. Voor een nog langere behandeling: raadpleeg uw dierenarts.
Het preparaat dient voor het gebruik goed te worden geschud. Het haar rondom en ter hoogte van de letsels moet worden afgeknipt bij het begin van de behandeling en telkens wanneer dit noodzakelijk is. I.v.m. sensibilisatie en contactdermatitis bij de toepassing dient direct huidcontact te worden vermeden. Draag daartoe handschoenen.
Swab:
uitstrijkje; met een steriel wattenstaafje iets afnemen om te onderzoeken.
Swirl:
Engelse term voor de opwaarts gedragen staartpunt van Shelties en Schotse Herdershonden.
Sworra:
een groep van drie Barsois op wolvenjacht.
Syfilis:
besmettelijke geslachtsziekte.
Symbiose:
het samenleven van twee ongelijksoortige organismen tot wederzijds voordeel.
Symfyse,
symfisis:
verbinding van twee beenderen door kraakbeenweefsel.
Zie ook skelet.
het linker voor- en achterbeen voeren een bepaalde beweging uit; het rechter voor- en achterbeen zijn hiervan een kopie een halve pas later.
deel van het onwillekeurige of autonome zenuwstelsel, dat geheel buiten de wil om werkt en in dienst staat van de activiteit van het lichaam. Het bevordert de stofwisseling in de cellen: het versnelt de hartwerking, verwijdt de bronchi, vernauwt de bloedvaten op die plaatsen, waar geen bloed naar toe hoeft (darmen) en verwijdt de vaten in de actieve delen, zoals de spieren en tenslotte vertraagt de sympathicus de darmwerking.
Symptomatisch:
een symptoom vormend.
geneeskundige behandeling, die niet gericht is op de oorzaak van de ziekte, maar tegen de verschijnselen; i.t.t. specifieke therapie.
ziekteverschijnsel, dat wijst op een aandoening.
Syndroom van Cushing:
zie Cushing.
Syndroom
van Horner:
zie Horners Syndroom.
samenwerkend, elkaar versterkend.
Het zelfstandig naamwoord 'synergie' is afkomstig uit het Grieks (synergia). Het wordt gebruikt voor een situatie waarin het effect van een samenwerking groter is dan elk van de samenwerkende partijen afzonderlijk zou kunnen bereiken. Van dit zelfstandig naamwoord is 'synergetisch' afgeleid.
Syngamus
trachea:
gaapworm, luchtpijpworm. Het is een van spoelwormen. De gaapworm komt veel voor bij fazanten, kraaiachtigen (zoals de beo) en bijv. de kip, die door besmette regenwormen, slakken etc. te eten met de eitjes van de gaapworm besmet kunnen raken.
Synoviaalcelsarcoom:
is een niet veel voorkomende tumor. Klik hier voor meer info.
Synoviaal
vocht:
doorschijnend vocht in de gewrichten.
Synoviaal
vochtanalyse:
ontsteking van het gewrichtskapsel. Het kapsel zal geen synovia meer produceren of synovia van afwijkende samenstelling, zodat de synovitis over kan gaan in artritis.
Synovia:
zie gewrichtsopbouw.
kunstmatig, bijv. synthetische geneesmiddelen. Dit is een beetje een schijntegenstelling: een stof met een geneeskrachtige werking kan in de natuur worden gevonden (bijv. in een plant) en daaruit worden geïsoleerd, of langs synthetische weg worden vervaardigd. De moleculen zijn identiek en de werking ook. Synthetisch gemaakte vitamine C is op geen enkele manier slechter of anders dan natuurlijke.
Naast kruiden en anorganische geneesmiddelen kunnen we tegenwoordig door de opkomst van de organische scheikunde bepaalde stoffen synthetisch in het laboratorium bereiden die oorspronkelijk alleen in de natuur gevonden werden of zelfs in de natuur helemaal niet voorkomen. Daardoor is er bij de beoordeling van geneesmiddelen een probleem ontstaan. Veel mensen hebben aarzelingen om fabrieksmatig geproduceerde geneesmiddelen te gebruiken, die denigrerend 'chemicaliën' genoemd worden. Synthetische medicijnen hebben vooral bij voorstanders van alternatieve geneeswijzen een slechte naam gekregen. Hoewel ik ook liever een sinaasappel eet dan een vitamine C-pil, is het lang niet altijd zo, dat een werkzaam kruidenpreparaat de voorkeur verdient boven de moderne preparaten uit de reguliere farmaceutische industrie. Wanneer de scheikundige samenstelling van het werkzame bestanddeel van een geneesmiddel nauwkeurig bekend is, en dat is belangrijk, kan men in eerste instantie kiezen tussen 3 mogelijkheden: men kan een ruw extract van de plantaardige grondstof gebruiken, men kan de werkzame stof in een laboratorium met chemische hulpmiddelen isoleren of men kan het werkzame bestanddeel geheel langs scheikundige weg synthetiseren.
De leek denkt dan vaak dat het kruidenextract de voorkeur heeft en dat het uit plantaardige grondstoffen geïsoleerde preparaat altijd beter is dan de langs scheikundige weg gesynthetiseerde stof. Dat is volstrekt onjuist. Een zuivere stof waarvan de biochemische werking en de scheikundige structuurformule bekend zijn, heeft in elk opzicht altijd precies dezelfde eigenschappen, of die stof nu is geïsoleerd uit een plantaardige grondstof of gesynthetiseerd is uit chemicaliën en vertoont dezelfde medische werking.
In het alternatieve circuit worden vaak farmaceutische preparaten gepropageerd die geëxtraheerd worden uit natuurlijke grondstoffen, omdat het natuurproduct beter zou zijn dan synthetisch vervaardigde geneesmiddelen. Een gevaarlijk vooroordeel, want de onzuiverheden die soms in geëxtraheerde plantaardige geneesmiddelen voorkomen, kunnen deze minder betrouwbaar maken dan gesynthetiseerde.
Syringomyelia (SM):
oftewel syringo, is een steeds ernstiger wordende aandoening bij Cavalier King Charles Spaniel. Het is een ingewikkelde term voor een ingewikkelde en vaak pijnlijke aandoening. Syrinx betekent holte en myelia slaat op het ruggenmerg.
Bij deze aandoening is er sprake van het ontstaan van holtes in het ruggenmerg, hetgeen uiteindelijk lijdt tot een aantal vreemde symptomen, zoals krabben aan de kop tijdens het bewegen. Deze holtes ontstaan doordat de normale beweging van het hersenvocht (cerebrospinaalvloeistof) rond hersenen en ruggenmerg verstoord wordt. Deze verstoring in het vrij bewegen van het vocht wordt veroorzaakt, doordat de kleine hersenen uit de schedel geduwd worden en als het ware vastlopen in het achterhoofdsgat: er ontstaat een blokkade.
Het uitpuilen van de kleine hersenen (cerebellum) is natuurlijk afwijkend. De oorzaak hiervan is, dat het achterhoofdsbeen (het os occipitale) eigenlijk te klein is. Tijdens de groei hebben de hersenen simpel gezegd te weinig plaats in de schedel en verplaatsen zich naar buiten. Dit is bij meerdere kleine hondenrassen het geval, maar vooral bij de Cavalier. Er wordt geschat dat de helft van alle Cavaliers dit in meer of mindere mate vertonen, maar slechts een deel daarvan krijgt klachten.
Het belangrijkste probleem bij de honden is, dat ze pijn hebben. Dit kan logischerwijs in de nek zitten, maar is soms moeilijk aan te tonen; de pijn is vaak niet constant. Het is duidelijk dat mensen zich geen raad weten met hun pijnlijke dier, waarbij de oorsprong van de pijn onduidelijk is. Ook voor de dierenarts was het eerder niet duidelijk wat er bij deze honden speelde. Ga met uw hond dan ook naar een dierenarts, die bekend is met deze aandoening, wanneer het erop lijkt dat uw hond syringo heeft. Wacht niet te lang, want zelfs een paar weken wachten kan resulteren in permanente neurologische schade, aangezien de gezondheid snel achteruit kan gaan bij ernstig aangedane honden.
Er zijn een aantal zaken die opvallen bij honden waarbij de diagnose al gesteld is:
• een opvallend fenomeen is, dat veel honden zich proberen te krabben tijdens beweging. Hierbij wordt er altijd aan 1 kant gekrabd richting oor, nek of schouder. In het Cavalierscircuit is om deze reden de naam "krabziekte" ontstaan. De honden krabben soms ook gewoon in de lucht zonder zichzelf aan te raken. Het kan soms zo erg worden, dat ze op 3 poten lopen;
• sommige honden zijn overdreven gevoelig bij aanraken van schouder, nek of oor, meestal slechts aan 1 zijde;
• janken zonder aanwijsbare redenen;
• 's avonds is het erger dan overdag;
• te zien bij het overeind komen;
• vaak duidelijker als het erg warm of juist koud is;
• duidelijker bij opwinding;
• jongere honden ontwikkelen soms een kromming in de nek; anderen vertonen allerlei vormen van zenuwuitval, zoals slechte controle over de achterhand (slapte, stijfheid en/of pijn in de poten).
• vaak zal een aangedane hond constant gaan verliggen i.p.v. comfortabel te slapen, en op zoek gaan naar koele plaatsen zoals tegels of cementvloeren of zelfs buiten in de regen, hetgeen verlichting schijnt te brengen.
Wat is de prognose? Honden van alle leeftijden kunnen de symptomen ontwikkelen, maar het merendeel is tussen de 6 maanden en 3 jaar oud. Als de honden klachten vertonen, wilt u graag weten, hoe de toekomst eruit ziet. Helaas is dit moeilijk te voorspellen. Er zijn honden die slechts milde pijn en het krabben behouden, en anderen die na 6 maanden veel meer pijn en neurologische klachten ontwikkelen.
Wanneer uw Cavalier of ander klein ras verschijnselen laat zien die passen in het bovenstaande verhaal, is het natuurlijk de vraag of er daadwerkelijk sprake is van syringomyelia. Voor de diagnose is het noodzakelijk een MRI van de schedel en het eerste gedeelte van de hals te laten maken. Voordat de dierenarts daaraan begint, is het belangrijk om meer voor de hand liggende oorzaken uit te sluiten. Denk aan een oorprobleem, een huidprobleem (vlooien, mijten of allergie), maar ook bijvoorbeeld aan een halshernia.
Wanneer de diagnose is gesteld, is het belangrijk om vast te stellen wat er behandeld gaat worden. Er zijn een aantal aangrijpingspunten voor behandeling. In een aantal gevallen is slechts eenvoudige pijnbestrijding voldoende. Denk ook aan simpele zaken als bijvoorbeeld een borsttuigje. Zo hoeft u niet via de riem aan de hals van de hond te trekken. Ook vinden deze honden het vaak fijner om van een verhoging te eten.
Andere mogelijkheden zijn de productie van de cerebrospinale vloeistof te remmen. Hiervoor zijn meerdere medicijnen met een verschillend werkingsmechanisme te proberen. Ook corticosteroïden zijn zeer effectief om pijn en zenuwproblemen te verhelpen.
Soms is het nodig om operatief in te grijpen. Vaak is de aanleiding verergerende pijn, die niet reageert op bovenstaande behandelingen. Hierbij is het doel het achterhoofdsgat te vergroten om zo de obstructie te laten verdwijnen. Wanneer er weer voldoende ruimte bij het achterhoofdsgat is, kan de cerebrospinaalvloeistof weer vrijelijk bewegen, waardoor ook de symptomen geheel kunnen verdwijnen. Bovenstaande operatie brengt wel risico's met zich mee. Deze dienen uiteraard goed besproken te worden.
Er zijn nogal wat afwegingen te maken alvorens de dierenarts een behandeling in gaat zetten. Voor elke hond dienen deze apart genomen te worden.
In Engeland is onderzoek gedaan naar de vererving van deze ziekte. Hierbij is m.b.v. stamboomonderzoek duidelijk geworden, dat alle dieren met syringomyelia terug te voeren zijn tot een groepje, veel gebruikte fokhonden eind jaren 60.
De ziekte is niet gerelateerd aan de kleur, alhoewel er aangenomen wordt dat selectie voor de kleurvariatie invloed heeft gehad op de ziekte, daar sommige bepalende voorouders voor syringomyelia ook belangrijk waren voor de vererving van de kleur van de vacht. De ziekte komt het meest voor bij Blenheim en Ruby Cavaliers, die recessieve vachtkleuren zijn en gefokt moeten worden uit een kleine genenpool.
Er wordt op dit moment aangenomen, dat de vererving slechts door een klein aantal genen wordt bepaald. Omdat honden met syringomyelia voorkomen in alle hedendaagse populaire lijnen, zal het moeilijk zijn d.m.v. selectie de ziekte uit te fokken zonder daarbij andere ziektes op de voorgrond te laten treden. Er lopen DNA onderzoeken om het verantwoordelijk gen op te sporen en met deze informatie het ras weer op het juiste spoor te krijgen.
Voor meer info: klik hier (Engelstalig).
Systeemziekte:
ziekte van de hersenen of ruggenmerg, waarbij bepaalde banen zijn aangetast.
Systematische
(progressieve) desensitisatie:
is een gedragstherapievorm; de prikkel waar de hond angstig voor is, wordt dusdanig zwak aangeboden, dat hij er net niet bang van wordt. Vervolgens wordt de sterkte van de prikkel geleidelijk verhoogd. Dit laatste kan gebeuren door de prikkel steeds sterker te laten worden of steeds dichterbij te laten komen.
Zie ook gedragstherapie.
wil zeggen dat vele organen in het lichaam kunnen worden aangetast; zie bijv. Lupus.
samentrekking van de spierwand van de hartkamers; i.t.t. diastole.
© Copyright by Yvonne Soomers-Marell