Alfabetische lijst van Nederlandse en buitenlandse
kynologische & medische termen en uitdrukkingen
R
verkorte naam van de vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland.
De Raad van Beheer is het overkoepelend orgaan van de Nederlandse Kynologie. Opgericht 1 januari 1902, en lid van de F.C.I.
Zie ook K.N.J.V.
Raad
van Discipline:
een door de Raad van Beheer in 1947 ingesteld rechtscollege, dat strafbare feiten behandelt. Per 1-1-'00 heet het Tuchtcollege voor de Kynologie.
Het Tuchtcollege behandelt klachten bij overtreding van bepalingen in kynologische reglementen en beschermt de belangen en het aanzien van de kynologie.
De straffen die het Tuchtcollege kan opleggen, lopen uiteen van een berisping, via geldboetes, tijdelijke of blijvende diskwalificatie van de persoon en/of een of meer van zijn honden, tot ontneming van de bevoegdheid tot het voeren van een kennelnaam en/of het optreden als keurmeester of official. De uitspraken worden alleen gepubliceerd als het Tuchtcollege de Raad aanbeveelt dat te doen.
De bepalingen, die op het Tuchtrecht van toepassing zijn, zijn terug te vinden in Hoofdstuk VI van het Kynologisch Reglement.
het gedeelte van een toestel (bij agility), waarop de hond bij het op- of aflopen minimaal één poot moet zetten.
ook hondsdolheid genoemd. Een dodelijke virusziekte die over de gehele wereld (met uitzondering van Australië, Groot-Brittannië en Ierland) verspreid is en bij alle zoogdieren (dus ook de mens en de hond) kan voorkomen. Een enting tegen deze ziekte is in vele landen verplicht.
Als u met uw hond reist, is deze enting, naast een chip en een dierenpaspoort, verplicht.
In het verleden werd voor een geldige rabiësvaccinatie bij reizen met gezelschapsdieren binnen Europa altijd een termijn van 30 dagen gesteld. Sinds een nieuwe verordening in 2005 is dit komen te vervallen. Volgens verordening 998/2003 moeten honden, katten en fretten vergezeld worden van een paspoort waaruit blijkt dat ze gevaccineerd of gehervaccineerd zijn overeenkomstig de aanbevelingen van het laboratorium van productie van het vaccin. In de bijsluiter staat aangegeven wat de immuniteitsduur van het betreffende vaccin is en dus is dan bekend voor welke datum de vaccinatie moet worden herhaald. Dat betekent dat bij hervaccineren binnen deze periode de rabiësenting geldig is.
Dat kan betekenen, dat u uw hond slechts eens per 3 jaar hoeft te hervaccineren. Voorwaarde is wel, dat uw dierenarts het juiste rabiësvaccin gebruikt: een vaccin met een lange werkingsduur, zoals Nobivac® Rabiës en Nobivac® RL van Intervet. Tevens is dan van belang, dat in het dierenpaspoort in het vakje 'geldig tot' de juiste geldigheidsduur wordt ingevuld, want alleen dan is de langere termijn geldig en valt er voor u als eigenaar dus geld te besparen.
Landen buiten de EU kunnen wel eisen dat de rabiësvaccinatie niet ouder mag zijn dan bijv. 1 jaar.
Hoe zit het bij de eerste maal dat de enting
gegeven wordt? De Europese Commissie heeft bepaald, dat bij primovaccinatie
de enting pas geldig is 21 dagen nadat het door de fabrikant voorgeschreven
vaccinatieprotocol voor primovaccinatie is afgewerkt.
Wanneer een eerdere vaccinatie niet met een veterinair certificaat kan worden
aangetoond, moet een enting tegen rabiës als een primovaccinatie beschouwd
worden.
Daarmee is de "30 dagen regeling" komen te vervallen. Een hervaccinatie is altijd meteen geldig.
Een pup jonger dan 3 maanden hoeft in de meeste gevallen bij grensovergang niet gevaccineerd te worden tegen rabiës, maar
• dient vergezeld te worden door de moeder, van wie het nog afhankelijk is,
of
• er dient een verklaring te zijn, dat de pup tot aan de reis is opgegroeid op de geboorteplek en niet in contact is geweest met dieren die mogelijk besmet waren met rabiës.
Voor landen buiten de EU waar rabiës voorkomt en voor Ierland, Noorwegen, Zweden, Malta en het Verenigd Koninkrijk (Engeland, Schotland enWales) blijft een (eenmalige) bloedtest vereist. Deze bloedtest is noodzakelijk om vast te stellen of de rabiësenting effectief is geweest. In dit geval moet bij de hond de rabiësenting al veel eerder gegeven worden, nl. zo'n 5 tot 7 maanden voor vertrek. Na 30 dagen wordt door de dierenarts bij de hond een bloedstaal genomen en deze wordt opgestuurd naar een instituut, dat door het ministerie erkend is om deze test uit te voeren. De rabiëstiter moet positief zijn, en dat betekent dat er antilichamen tegen het virus zijn gevormd. Als de hond positief is, gaat de quarantaine in: 4 maanden (Zweden of Noorwegen) of 6 maanden (UK) vanaf de bloedafname.
De bloedtest is bij een positieve uitslag eenmalig, mits de hond daarna maar steeds tijdig tegen rabiës wordt ingeënt. Als de enting verlopen is, is een nieuwe bloedtest nodig.
Opgelet: eind '07 en begin '08 is rabiës bij een aantal honden in Frankrijk geconstateerd. In de regio zijn inmiddels 120 kinderen en enkele volwassenen gevaccineerd. Er zijn verschillende risicogebieden. Dus gaat u naar Frankrijk op vakantie, let goed op. Klik hier voor meer info.
Engelse ziekte. Stoornis in de botgroei door tekort aan vitamine D of fosfaat. Zie ook hier.
Racy:
op snelheid gebouwd; met lange benen.
RAD, R.A.D.:
is de afkorting voor Regelgeving Agressieve Dieren. Zie wetenswaardigheden.
Radiotherapie:
zie wetenswaardigheden.
Radius:
spaakbeen. Zie skelet.
is het kromgroeien van het spaakbeen (radius). In de onderarm, dus van elleboog tot pols, wordt de stevigheid van de voorpoot verzorgd door 2 beenderen, het spaakbeen en de ellepijp.
Bij dieren met het Radius Curvus Syndroom is er een storing opgetreden in de groei van de ellepijp, waardoor het spaakbeen, dat wel normaal doorgroeit, relatief te lang wordt. Omdat het voor die lengte geen ruimte heeft door de te korte ellepijp, gaat het spaakbeen zich krommen.
Het kan worden veroorzaakt doordat het botgedeelte, waarin de groei plaatsvindt, de zgn. groeischijf in de ellepijp, is beschadigd door bijv. een ongeval. Het kan echter ook voorkomen als erfelijk gebrek. Bij sommige rassen is een lichte vorm van dit syndroom zelfs 'normaal'. (bijv. de Bassethound).
De behandeling bestaat er uit, dat een wigvormig stuk uit
het spaakbeen wordt gehaald, waarna de beide overblijvende delen weer aan elkaar
worden gezet. Doordat het verwijderde deel wigvormig is, verdwijnt zo de
kromming, terwijl ook de lengte wordt gecorrigeerd.
Blijvend succes heeft dit alleen maar als na de operatie het spaakbeen niet
opnieuw gaat groeien.
Hoe later het syndroom optreedt, des te beter zijn de vooruitzichten.
Zie ook Voorbenen.
Radix:
wortel.
is een door de American Kennel Club (Charles 'Bud' Kramer) in 2003 geïntroduceerde nieuwe vorm van hondensport. Rally-O(bedience) is een unieke combinatie van gehoorzaamheidsoefeningen, die in parcoursvorm worden gelopen. Tijdens de Rally-O oefeningen ben je op een zeer interactieve manier met je hond bezig. De nadruk ligt niet op de precisie van een oefening, maar op het samenwerken tussen baas en hond, het communiceren en vooral het samen plezier hebben en bezig zijn.
Rally-O is o.a. voortgekomen uit de vele oefeningen die tijdens de trainingen van de reguliere G&G worden gebruikt om de honden te motiveren. Het is de bedoeling, dat je lekker ontspannen de oefeningen loopt en dat hond en handler er duidelijk plezier in hebben. De oefeningen helpen je vermogen als handler en het repertoire gedragingen van je hond te vergroten en zijn gericht op de relatie tussen baas en hond.
Praten, verbaal belonen, aanmoedigen, in de handen klappen, op je been slaan, meerdere commando's of signalen met één, beide armen of handen: het is allemaal toegestaan.
Rally-O kent 5 klassen: Novice A en B (oefeningen aangelijnd; 31 verschillende oefeningen), Advanced (oefeningen zonder lijn; 45 verschillende oefeningen), Excellent en Excellent-Competition (oefeningen zonder lijn; 50 verschillende oefeningen).
Tijdens een Rally-O wedstrijd is het de bedoeling, dat de handler en hond een door de keurmeester bedacht parcours van 10-20 oefeningen afleggen. Welke oefeningen er in het parcours kunnen zitten, hangt af van de klasse waarin je start. Net als bij behendigheid krijg je vooraf te tijd om het parcours te verkennen en je strategie te bedenken. De hond met de meeste punten en de snelste tijd wint de wedstrijd.
De titels die je kunt behalen zijn: Rally-Novice (RN), Rally-Advanced (RA) en Rally-Excellent (RE). Na het behalen van de Rally-Excellent titel kun je meedoen in een speciale klasse waarbij de toppers met elkaar strijden om de prijzen.
windhond van ongeveer 75 cm. schouderhoogte en forse bouw, uit India. Zwaar hoofd, sterke kaken, vlakke hersenpan. Het brede oor hangt vlak tegen de wang en ontspringt hoog. Hardgeel oog. Kort haar, meestal ros, soms met zwarte haren. Woeste aard.
tussen de ogen en de neuspunt is de neus gewelfd (bijv.
Dashond); een gebogen neusrug. Vergelijk met
downfaced
Ramus:
tak van een zenuw, bloedvat of luchtpijp.
in een roedel wolven heerst een rangorde met duidelijke dominantieverhoudingen tussen de dieren onderling. Deze dominantieverhoudingen zijn noodzakelijk, omdat hierdoor ieder roedellid precies weet welke positie hij of zij in de groep inneemt. Hierdoor worden conflicten en dus risico's vermeden.
Door domesticatie is de hond bij de mens terechtgekomen. De roedel van de hond is het gezin waarin hij leeft en zijn roedelgenoten zijn dus de gezinsleden. Hij verwacht dat er binnen het gezin een rangorde heerst. De bedoeling is natuurlijk, dat de hond als laagst geplaatste dier binnen deze roedel leeft. De uitzondering hierop zijn kinderen jonger dan 12 jaar, waarvoor een afhankelijke rang gecreëerd wordt.
Indien de volwassen gezinsleden in de ogen van de hond niet duidelijk de rol van roedelleider op zich nemen, zullen sommige honden proberen deze rol over te nemen en dan ontstaan er rangordeproblemen.
Honden zullen dikwijls in rangorde proberen te klimmen als ze in de puberteit komen. Een hond zal in een vroeg stadium moeten leren, dat hij ondergeschikt is aan de mens. Dit gebeurt wanneer er op een consequente manier met de pup of nieuwe hond wordt omgegaan en hem oefeningen worden aangeleerd die gebruikt kunnen worden om hem duidelijk te maken, dat de mens de leider is. Indien dit op jonge leeftijd al duidelijk en consequent gebeurt, zal het voor de eigenaar niet meer zo moeilijk zijn om deze dominante positie te handhaven als de hond in de puberteit is gekomen.
Daarnaast moet er ook een positieve band worden opgebouwd tussen baas en hond, waardoor de hond zich zeker en prettig kan gaan voelen binnen de roedel.
Zie ook gedrag.
Ras:
is een groep van dieren, die erfelijk bepaalde kenmerken gemeenschappelijk hebben en door onderlinge paring vruchtbare jongen kunnen voortbrengen.
Een ras is ieder door de F.C.I. of voor Nederland door de Raad van Beheer erkend hondenras.
Honden worden in ons land tot een ras gerekend als ze:
a) de in de standaard voor het ras vastgelegde kenmerken bezitten,
b) afstammen van ouderdieren die ook tot het ras behoren en
c) zelf ook in de registers voor het ras zijn ingeschreven.
In ons land zijn hondenrassen daardoor gesloten populaties, d.w.z. dat er van buitenaf geen dieren meer aan het ras toegevoegd kunnen worden.
Rasgroepindeling:
de F.C.I. onderscheidt 10 rasgroepen: Herdershonden en Veedrijvers (1), Pinschers en Schnauzers, Molossers en Zwitserse Sennenhonden (2), Terriërs (3), Dashonden of Teckels (4), Keeshonden en Oertypen (5), Lopende honden en Zweethonden (6), Voorstaande honden (7), Retrievers, Spaniels en Waterhonden (8), Gezelschapshondjes (9) en Windhonden (rasgroep 10).
Engeland daarentegen kent maar 7 verschillende rasgroepen: gundog, hound, pastoral, terrier, toy, utility en working group. M.a.w. een andere indeling dan de FCI, die ook in Nederland gehanteerd wordt en die er 10 kent: zie daarvoor Rashonden.
iedere hond, die is ingeschreven in de Nederlandse Stamboekhouding (N.H.S.B.) of waarvoor die inschrijving is aangevraagd en niet is geweigerd, dan wel, indien de eigenaar in het buitenland woonachtig is, in een door de FCI erkende buitenlandse stamboekhouding.
een door de Raad van Beheer verstrekt boekje, waarin gegevens van behaalde resultaten van tentoonstellingen en wedstrijden kunnen worden geregistreerd. De eigenaar heeft dan alle gegevens compact bij elkaar, maar dient desondanks allerlei officieel afgegeven documenten (bijv. kampioenskaarten) ook te bewaren, daar de gegevens van het logboek alleen geen bewijs zijn voor de juistheid van deze gegevens.
Ook andere relevante gegevens van de hond kunnen hierin genoteerd worden, zoals bijv. inentingen, africhtingsexamens, fokkerij-aantekeningen en onderzoeksresultaten.
Voor deelname aan bepaalde officiële kynologische activiteiten zoals G&G examens en -wedstrijden, behendigheids- en flyballwedstrijden is het Rashondenlogboek verplicht.
Het rashondenlogboek moest voorheen schriftelijk aangevraagd worden vergezeld van de originele stamboom, maar tegenwoordig hoeft dat niet meer en kan het zelfs digitaal via de website aangevraagd worden.
iedere hond, die niet geregistreerd staat als rashond. Zie bastaard.
een lijst van eigenschappen, waaraan honden moeten voldoen om tot een bepaald ras te behoren. Ook rasstandaard genoemd.
Kijk hier voor alle rasstandaards in zowel het Engels als het Nederlands.
Rasspecifiek
hondenvoer, rasspecifieke voeding:
is een complete voeding afgestemd op de voedingsbehoefte van afzonderlijke rassen, omdat - zo redeneren de hondenvoerproducenten - uit wetenschappelijk onderzoek steeds duidelijker blijkt, dat bijv. een Cocker Spaniel heel anders in elkaar steekt dan een Duitse Herdershond.
Het toekomstbeeld zal zijn, dat ieder ras zijn eigen voer heeft. Aangetoond is, dat voedingsbehoeften per individu kunnen verschillen: het ene lichaam heeft bijv. meer calcium nodig, het andere juist meer ijzer. Bekend is dat Duitse Herders een relatief gevoelige spijsvertering hebben, dat bij noordelijke rassen sneller een tekort aan zink ontstaat en dat sommige rassen een verhoogde aanleg voor diabetes hebben.
vereniging die de belangen behartigt van één bepaald ras (bijv. de Golden Retriever Club Nederland) of van een groep van rassen (bijv. Scandia: Vereniging van fokkers en liefhebbers van Scandinavische hondenrassen).
De rasverenigingen in Nederland zijn over het algemeen aangesloten bij de Raad van Beheer.
homozygotie in alle kenmerken van het individu.
Rattenbeten:
behoren tot de gevaarlijkste beten, die een hond kan oplopen. Ratten kunnen tal van schadelijke ziektes bij zich dragen en hun tanden zijn vuil, dus de wonden zullen ontstoken raken. De plek van de wond moet worden schoongemaakt met zoutoplossing en een ontsmettingsvloeistof, drooggemaakt en ruim bestrooid met antibiotisch poeder. Ga met uw hond naar de dierenarts, waar hij antibiotica zal krijgen.
Rattenstaart:
een dunne, kale, onbehaarde staart.
Rauw vlees geven:
rauw vlees is minder verteerbaar en kan daarom maag- en darmstoornissen veroorzaken in de vorm van braken of diarree. Rauw vlees kan daarenboven lintwormkapsels bevatten. Indien zo'n lintwormkapsel opgegeten wordt, komt de lintworm tot ontwikkeling in de darm, wat ook spijsverteringsstoornissen kan veroorzaken. Vlees wordt daarom beter verhit: koken, met behoud van vleesnat, geniet de voorkeur boven bakken.
Ook wat de hoeveelheid vlees betreft, wordt er vaak gezondigd: er wordt nl. te veel vlees gegeven wat resulteert in nierproblemen op latere leeftijd. Een dier in volle groei mag 20 gr vlees per kg lichaamsgewicht te eten krijgen. Een volwassen hond komt ruimschoots toe met 10 gr vlees per kg lichaamsgewicht. Waar een nierpatiënt al toekomt met 5 gr vlees per kg lichaamsgewicht. Wel vlees van een goede kwaliteit, m.a.w. de eiwitten moeten van een hoogwaardige kwaliteit zijn. Dit type eiwit vindt men in spiervlees. Laagkwalitatieve eiwitten (en dus te vermijden) vindt men in orgaanvlees (pens, maag, lever en niertjes) en in vlees met veel pezen.
Zie ook barfen.
R.B.C.C.
(RBCC):
zie CC.
R.B.I.S. (RBIS):
Reserve Best in show; Engels voor beste 'reserve hond' van de tentoonstelling (show). De FCI hanteert een indeling in 10 rasgroepen (zie Rashonden).
RCAC:
zie reserve CAC.
RCACIB:
zie reserve CACIB.
R.C.C.
(RCC):
zie CC.
RD:
zie retina dysplasie.
R.D.C.C.
(RDCC):
zie CC.
is een levensreddende techniek, waarbij de bloedsomloop weer op gang wordt gebracht d.m.v. hartmassage en er weer lucht in de longen wordt geblazen m.b.v. kunstmatige ademhaling.
a) eindorgaan van een zenuw die uitwendige prikkels registreert en doorgeeft aan het centraal zenuwstelsel;
b) moleculaire groep van het protoplasma die zich kan binden aan vergiffen;
c) toestel waarin elektrische energie in chemische, mechanische of thermische energie wordt omgezet.
a) in de genetica: onderwerping (=zich niet in het fenotype tonend) van een gen ten opzichte van een ander gen, die samen als paar dezelfde eigenschap bepalen;
b)
als gedragskenmerk:
onderdrukt, i.t.t.
dominant.
Recessus:
inzinking, uitpuiling, verborgen plaats.
het zich opnieuw vertonen (op een andere plaats) van een reeds doorstaan en genezen ziekteverschijnsel, zoals bijv. kanker.
M.a.w. zelfs na agressieve behandelingen komt de kanker soms terug. Zo'n recidief kan weken, maanden of jaren volgend op de eerste behandeling optreden.
Recovery:
periode van het bijkomen uit een narcose.
Rectaal:
betrekking hebbend op de endeldarm, via de endeldarm.
endeldarmspiegel.
is een onderzoek met de rectoscoop.
Zie colonscopie.
laatste deel van de dikke darm; endeldarm.
rood met roodgele aftekeningen. In wezen een tweekleurige hond, die er meestal als een eenkleurige uitziet.
er zijn diverse reddingshondengroepen actief in Nederland, veelal vrijwilligerswerk. De meeste groepen trainen voor vermiste personen (vlaktewerk) en voor aardbevingen/explosies (puinwerk). Sommige groepen trainen ook voor speuren en het opsporen van drenkelingen.
Reddingswerk is een uitdaging voor hond en geleider.
Reddingshonden worden de laatste tijd steeds vaker ingezet (wie herinnert zich niet de beelden van het ingestorte World Trade Center), maar in het algemeen wacht men toch te lang met het inzetten van reddingshondenteams.
Welke honden zijn geschikt voor reddingshond? In principe is elke hond die graag speelt en voor zijn baas wil werken, geschikt om opgeleid te worden tot reddingshond. Er zijn wel praktische bezwaren. Een teckel, ook al kan hij nog zo goed ruiken, zal niet geschikt zijn als reddingshond. Op het puin zal hij grote problemen hebben en tijdens vlakte zoeken zal hij geen grote afstanden af kunnen leggen. In het algemeen zal een middelgrote behendige hond geschikt zijn, zoals Duitse, Nederlandse en Belgische herders, Labradors en Golden Retrievers. Het hoeft natuurlijk niet speciaal een rashond te zijn, want ook kruisingen kunnen prima reddingshonden zijn.
Reddingshondenwerk is een discipline die veel vraagt van de combinatie baas / hond, maar die ook heel veel geeft. Het is een 'hondensport', maar zonder competitie. Ieder streeft hetzelfde doel na. De voldoening als bij een inzet goed gewerkt is, spreekt voor zichzelf. Het gevoel van saamhorigheid, zowel met de eigen hond als met de andere teams, is groot. Door de manier van trainen ontstaat een geweldig goede band met de hond, gebaseerd op wederzijds vertrouwen. De voldoening die dat geeft, maakt alle inspanning meer dan goed.
of omgericht gedrag ontstaat wanneer een bepaald gedrag niet kan worden gericht op het object of individu, waarvoor het is bestemd.
Dit kan ontstaan doordat er van dat object of individu prikkels uitgaan, die een ander gedragssysteem zouden activeren of omdat het dier het object of individu niet kan bereiken.
Redirectiegedrag valt onder de conflictgedragingen.
Een voorbeeld van redirectiegedrag is het bijten in de riem als de eigenaar de hond corrigeert of doorloopt terwijl de hond stil wil blijven staan. De eigenaar durft hij niet te bijten, omdat dan tevens het gedragssysteem 'angst' kan worden geactiveerd. Het systeem richt het gedrag van de hond om naar het vervangingsobject, nl. de riem.
oorspronkelijk red marbled = rood(bruin) gemarmerd. Engels voor roodbruin met zwarte vlekjes (bijv. Collie en Australian Shepherd).
Zie ook blue merle, sable-merle, merle-tekening en getijgerd.
onmiddellijke, onwillekeurige reactie op een zenuwprikkel.
Zie ook ruggenmerg.
terugvloeiing, terugstroming, bijv. terugstromen van maaginhoud naar de slokdarm.
Regenboogvlies:
zie iris.
Regio:
streek, gebied van het lichaam.
Regurgitatie, regurgiteren:
terugstroming, oprisping. Voedsel kan worden teruggegeven vanuit de slokdarm (niet hetzelfde als braaksel, dat uit de maag komt) en bloed kan vanuit de hartkamers terugstromen naar de boezem.
Regurgiteren is dus het passief opbrengen van voedsel of vocht uit de keel of slokdarm zonder enige misselijkheid of krachtinspanning. Het voedsel is dus nog niet in de maag geweest. Het is erg belangrijk regurgiteren te onderscheiden van braken, wat soms moeilijk en misleidend kan zijn. Het verdere diagnoseplan en de behandeling zijn namelijk totaal verschillend. Een gedetailleerd vraaggesprek maakt hierbij het belangrijkste onderdeel uit van de gehele aanpak. Soms kan er t.g.v. het regurgiteren voedsel in de luchtpijp terechtkomen en een longontsteking veroorzaken. We zien dan bijkomend ernstige ademhalingsproblemen, die zo snel mogelijk behandeld moeten worden.
Reizen
met de hond:
zie vakantie.
dialectische benaming voor reu. Van Dale schrijft: "Een rekel is het mannetje van de hond, de vos en de wolf" (zie ook moer).
Ook wel aanduiding van kettinghonden, die het erf bewaakten.
Relaxine:
hormoon, dat geproduceerd wordt door de placenta. Dit hormoon circuleert in het bloed van de drachtige teef vanaf de 21e dag na de bevruchting.
Het aantonen van dit hormoon in het bloed is een nieuwe methode om drachtigheid aan te tonen.
Remissie:
is de periode waarin de kanker niet actief is. De periode van remissie bij de hond met kanker is dus voorbij, wanneer de kanker terugkomt (zie recidief).
Renalis, renaal:
op de nieren betrekking hebbend.
is een hormoon, dat door de nieren geproduceerd wordt en een belangrijke invloed uitoefent op de bloeddruk.
Repetitieve
Zenuw Stimulatie test (RZS):
bij de Repetitieve Zenuw Stimulatietest wordt een perifere zenuw herhaaldelijk geprikkeld en wordt er gemeten hoe de reactie van de desbetreffende spier is. Zie myasthenia gravis.
Reponeren:
weer op de plaats brengen van breuken of ontwrichtingen.
Resectie:
operatieve verwijdering van een bepaald gewricht, zenuw of orgaan of een deel daarvan, bijv. uterus resectie.
reserve kampioenschapsprijs. Wanneer deze prijs behaald wordt op een kampioenschapsclubmatch, telt hij als kampioenschapsprijs voor het behalen van de nationale kampioenstitel.
Zie ook CAC.
wanneer een hond op een tentoonstelling deze (reserve)prijs behaald heeft, kan hij in aanmerking komen voor het CACIB als blijkt dat de hond die deze prijs kreeg toebedeeld reeds de definitieve internationale titel mocht voeren. Ook treedt het Reserve CACIB in werking als de winnaar van het CACIB om een of andere reden gediskwalificeerd wordt.
weerstand kunnende bieden, niet vatbaar zijn voor; bijv. in de zin van ongevoeligheid van ziekteverwekkende micro-organismen tegen antibiotica.
Resistentie:
weerstandsvermogen, weerstand.
opname van vocht of fijne substantie in het lichaamsvocht.
Respecteren:
het apport wel opmerken, maar verder met rust laten. Het is een onderdeel van steadiness.
ademhaling. Inademen heet inspiratie en uitademen wordt aangeduid met expiratie.
Zie voor meer info: buikademhaling en borstademhaling.
Respiratiestelsel:
is de luchtwegen. De luchtwegen van de hond omvatten de neusholte, het strottenhoofd, de luchtpijp en de longen.
Rete:
net van kleine bloedvaten.
Retentie:
het op- of vasthouden van stoffen, die normaal door het lichaam afgescheiden behoren te worden.
Reticulum:
netvormige structuur van bijv. een cel.
Retina:
Retina degeneratie, retinadegeneratie:
zie PRA. Nachtblindheid.
is een aangeboren netvlies-/vaatvliesafwijking, die kan variëren van de lichtste of locale vorm met kleine locale plooitjes in de retina (netvlies), de midden- of geografische vorm met grotere plooien of misvormde gebiedjes, met later locale retinadegeneratie (verval), tot de ernstige of totale vorm met grote of totale netvliesloslatingen. De afwijking komt bij meerdere rassen voor.
dagblindheid.
Retinol:
Retinopathie:
aantasting van de bloedvaten in het netvlies, waardoor blindheid kan ontstaan.
een groep van hondenrassen met een speciale aanleg voor het apporteren van wild.
Zie hier.
Reu, reutje:
mannelijke hond. Symbool: ♂.
Reuk:
het reukvermogen van de hond is veel beter ontwikkeld dan dat van de mens, waardoor de hond met andere honden d.m.v. geur kan communiceren.
Zo worden territoria afgebakend d.m.v. geur, nl. met urine en feces, waarbij de anaalklieren ook een rol spelen. Honden proberen vaak hun geur zo hoog mogelijk af te zetten, waardoor de geur zoveel mogelijk wordt verspreid. Ook proberen ze hun geur te verspreiden door de grond met hun achterpoten weg te krabben op de plaats waar ze net hebben geplast of gepoept (ploegen; zie ook wetenswaardigheden).
Het reukvermogen van de hond wordt door de mens gebruikt bij bijv. de jacht, bij het zoeken van een spoor etc.
Zie ook het orgaan van Jacobson.
Reuma:
chronische ontsteking van spieren, pezen en/of gewrichten.
Reuzels:
vetvoorraden, die bij de hond niet om de nieren, maar tussen het buikvlies en de buikwand te vinden is.
Reverse
sneezing (omgekeerd niezen of hoesten):
is een irritatie van het slijmvlies van het deel van de keelholte boven het niveau van het zachte gehemelte, wat leidt tot een kramptoestand van de pharynxspieren. Hierdoor wordt de luchtpassage naar het strottenhoofd belemmerd. Het inademen gaat zo snel als niezen en wordt daarom 'omgekeerd niezen' genoemd.
Reverse sneezing is te herkennen aan een snurkend of rochelend geluid. U moet het niet verwarren met het snurkende geluid bij 'Bullen', waarbij een relatief te lang zacht gehemelte, een te nauwe ingang van de luchtpijp en/of een spasme van één der onderdelen van de luchtweg het probleem kan zijn.
Zo'n aanval van benauwdheid bij reverse sneezing kan een paar seconden duren, maar ook een paar minuten. Het is een stoornis van de inademing, waarbij de hond een snuivend of snurkend geluid maakt, terwijl de hals gestrekt gehouden wordt, de ogen uitpuilen en de ellebogen naar buiten staan.
De functie van reverse sneezing kan zijn het verplaatsen van o.a. slijm vanuit de keelholte boven het zachte gehemelte naar de keelholte onder het zachte gehemelte, waar het vervolgens doorgeslikt kan worden.
Reverse sneezing kan ontstaan door een irritatie in de keel door een virus of een vreemd voorwerp. Meestal kan er echter geen oorzaak gevonden worden. Het ontstaat vaak tijdens opwinding, stress, aandacht tekort komen of bij het drinken. De ademhaling komt nauwelijks in gevaar en over het algemeen is dus geen behandeling nodig. Toch kan het verschijnsel er voor een eigenaar erg verontrustend uitzien en aanleiding zijn voor paniek, omdat hij denkt dat er iets in de luchtpijp van de hond geschoten is.
Slikken stopt reverse sneezing. U kunt een aanval dus proberen op te heffen door over de keel te wrijven of even de neusgaten dicht te houden, zodat de hond slikt.
De meeste honden kunnen er prima mee leven, maar verwar dit niet met een vernauwing van de luchtpijp of een hartafwijking, m.a.w. laat uw hond altijd even door een dierenarts nakijken, zeker bij ernstige verschijnselen zoals o.a. flauwvallen, conditieverlies of als het reverse sneezing steeds erger wordt.
omkeerbaar; i.t.t. irreversibel.
Revieren:
het door staande honden op zigzag-manier afzoeken van een jachtterrein.
RFR,
R.F.R.:
is het Rasspecifiek Fokreglement, dat verplicht is voor alle gecertificeerde rasverenigingen en rashondenfokkers. Het garandeert de pupkopers, dat de nesten zorgvuldig, verantwoordelijk en met in achtneming van de specifieke fokregels van de erkende rasvereniging zijn gefokt.
Zie de link op de site van de Raad van Beheer.
Rhinitis:
zie rinitis.
is een onderzoek van de neus, waarbij in de neusgangen en soms ook voorhoofdsholtes gekeken wordt. De belangrijkste indicaties voor dit onderzoek zijn: bloedneuzen, snotterige uitvloeiing of een snurkend geluid uit de neus.
Dit onderzoek doet de dierenarts in tegenstelling tot onderzoeken van het maagdarmkanaal niet met een flexibele glasvezelkabel, maar met een starre scoop, omdat de glasvezelscopes te dik zijn. Voor de neus gebruikt hij een scoop, waarbij de lenzen en lichttoevoer glasstaafjes zijn ingebouwd in een hol metalen staafje van 2,7 mm doorsnede.
Het onderzoek is tijdrovend, omdat alle hoekjes en gaatjes moeten worden afgezocht op ontstekingen, verborgen vreemde voorwerpen (grasaren etc.) en tumoren. Het onderzoek wordt daarbij in de praktijk nog flink bemoeilijkt door nauwe neusgangen, het vaak aanwezige snot dat de lens besmeurd en het vaak gezwollen slijmvlies dat bovendien vaak bij de geringste aanraking al hardnekkige bloedingen geeft.
Om die redenen is het "eventjes" in de neus kijken toch nog een vrij tijdrovende procedure die ca. 15-25 minuten duurt. Gezien het benodigde dure instrumentarium en de benodigde tijd, is dit onderzoek niet echt heel goedkoop. Toch is bij de verdenking op tumoren (oude dieren) of schimmelinfecties in de neus (aspergillose) de rhinoscopie meestal de enige manier om in de diagnose te kunnen stellen.
Zie ook endoscopie.
Riboflavine:
hoofdgroep van nucleïnezuren, onmisbaar voor de aanmaak van eiwitstoffen in levende cellen.
We kennen het ook als ribose-nucleïnezuur, maar meestal wordt de Engelse naam gebruikt: ribose-nucleic-acid (RNA).
Rickettsia:
groep van micro-organismen, die ziekte kunnen verwekken.
Rickettsiosis:
tekenkoorts; zie wetenswaardigheden.
Ridge:
zie pronk.
Rijst
met krenten:
benaming voor een Dalmatische Hond, waar op de witte
ondergrond ronde, zwarte vlekken voorkomen.
Rijst
met rozijnen:
benaming voor een Dalmatische Hond, waar op de witte ondergrond ronde, leverkleurige vlekken voorkomen.
of bibberen is een ongewenste, ritmische, snelle samentrekking en ontspanning van de spieren. M.a.w. de hond heeft het koud en bibbert.
Zie ook onderkoeling, basaalmetabolisme, brucellose, koorts, temperatuur en zonnesteek.
Rimadyl®:
is een pijnstiller, een NSAID, die veilig is bij langdurig gebruik. Er bestonden al genoeg pijnstillers, maar dit is er een, die vooral bij chronische aandoeningen aan spieren en skelet (zoals osteoartritis of HD) zonodig zonder bezwaar gedurende de rest van het leven kan worden toegediend. Dan is de pijn zo goed als verdwenen en de hond wordt weer actief, wat de lichamelijke conditie weer positief zal beïnvloeden.
Rimadyl® met als werkzame stof carprofen is een veilige pijnbestrijding, waarbij genezing niet voorop staat, maar waar het vooral om het welzijn van de hond gaat. De bijwerkingen zijn minder dan bij een gewone aspirine.
Zie ook previcox. Klik voor de teksten van de bijsluiters hier.
Ring:
afgezette ruimte op een
tentoonstelling, waarbinnen de
honden worden gekeurd. Klik
hier
voor verdere info.
Ringcommissaris:
de helper van de
ringmeester.
degene, die bij een tentoonstelling of clubmatch belast is met het handhaven van de orde in de ring en met het naleven van de reglementen.
Klik
hier
voor verdere info.
Ringschurft:
zie ringworm.
Ringstaart:
Ringsteward:
is een training waar aan baas en hond geleerd wordt, hoe ze op een show het beste voor de dag kunnen komen. Op deze training wordt aandacht besteed aan de juiste presentatie van de hond in de showring aan de keurmeester (het juist voorbrengen van het betreffende ras), het gangwerk (individueel en groepsgewijs), zich laten betasten, gebit tonen, in stand blijven staan, de sterke en wat minder sterke punten van de hond, sociaal gedrag t.o.v. mens en dier, zich kunnen herstellen na onverwachte gebeurtenissen en alles wat men dient te weten als men naar een tentoonstelling of clubmatch gaat, zoals o.a. etiquette en discipline van baas en hond in en om de ring, en de