Menu-knop.

 

Alfabetische lijst van Nederlandse en buitenlandse 

kynologische & medische termen en uitdrukkingen

 

R

 

Raad van Beheer:

verkorte naam van de vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland.

De Raad van Beheer is het overkoepelend orgaan van de Nederlandse Kynologie. Opgericht 18 december 1901, en lid van de F.C.I.

In andere landen wordt de overkoepelende organisatie meestal aangeduid met de term Kennel Club.

De Raad van Beheer is een vereniging. De aangesloten verenigingen vormen samen de vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland.

Elke vereniging heeft met de Raad van Beheer een overeenkomst gesloten. Daarin zijn rechten en plichten van de vereniging (en de leden van de vereniging) en de Raad t.o.v. elkaar omschreven. De aangesloten, erkende verenigingen zijn herkenbaar aan het logo 'Raad van Beheer' - Erkende Vereniging'. Afhankelijk van het soort en de naam van de vereniging zijn er 4 verschillende logo's voor erkende verenigingen. Dit logo mag alleen door de erkende verenigingen gevoerd worden.

De Raad kent 3 soorten erkende verenigingen:

Rasverenigingen, die de belangen van één of meerdere rassen vertegenwoordigen;

• Regionale verenigingen, algemene kynologische verenigingen, vaak aangeduid als Kynologen Clubs of KC's, die in een bepaald gedeelte van het land actief zijn met opleiding, training, wedstrijden, clubmatches etc.;

• Bijzondere verenigingen, verenigingen met een specialistische doelstelling zoals KNK Cynophilia, Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging, Vereniging van Keurmeesters op Kynologisch Gebied in Nederland etc. Op de webiste van de RvB zijn ook zijn de contactadressen opgenomen van de Windhondenrenverenigingen, de diverse Commissies, de Rayons en Rasgroepen, onderdelen van de Raad van Beheer waarin de regionale en de rasverenigingen elkaar treffen en van andere samenwerkingsverbanden of overlegstructuren.

U kunt ook de bibliotheek bezoeken. De bibliotheek van de Raad van Beheer bevindt zich in het gebouw aan de Emmalaan in Amsterdam. Een uitgebreide bibliotheek waarin een schat aan kynologische boekwerken verzameld zijn. Een waar paradijs voor iedere hondenliefhebber. Klik hier voor meer info.

Zie ook Nimrod en K.N.J.V.

Raad van Discipline:

een door de Raad van Beheer in 1947 ingesteld rechtscollege, dat strafbare feiten behandelt. Per 1-1-'00 heet het Tuchtcollege voor de Kynologie.

Het Tuchtcollege behandelt klachten bij overtreding van bepalingen in kynologische reglementen en beschermt de belangen en het aanzien van de kynologie.

De straffen die het Tuchtcollege kan opleggen, lopen uiteen van een berisping, via geldboetes, tijdelijke of blijvende diskwalificatie van de persoon en/of een of meer van zijn honden, tot ontneming van de bevoegdheid tot het voeren van een kennelnaam en/of het optreden als keurmeester of official. De uitspraken worden alleen gepubliceerd als het Tuchtcollege de Raad aanbeveelt dat te doen.

De bepalingen, die op het Tuchtrecht van toepassing zijn, zijn terug te vinden in Hoofdstuk VI van het Kynologisch Reglement.

Raakvlak:

het gedeelte van een toestel (bij agility), waarop de hond bij het op- of aflopen minimaal één poot moet zetten. 

Rabiës:

ook hondsdolheid genoemd. Een dodelijke virusziekte die over de gehele wereld (met uitzondering van Australië, Groot-Brittannië en Ierland) verspreid is en bij alle zoogdieren (dus ook de mens en de hond) kan voorkomen. Een enting tegen deze ziekte is in vele landen verplicht.

Als u met uw hond reist, is deze enting, naast een chip en een dierenpaspoort, verplicht.

In het verleden werd voor een geldige rabiësvaccinatie bij reizen met gezelschapsdieren binnen Europa altijd een termijn van 30 dagen gesteld. Sinds een nieuwe verordening in 2005 is dit komen te vervallen. Volgens verordening 998/2003 moeten honden, katten en fretten vergezeld worden van een paspoort waaruit blijkt dat ze gevaccineerd of gehervaccineerd zijn overeenkomstig de aanbevelingen van het laboratorium van productie van het vaccin. In de bijsluiter staat aangegeven wat de immuniteitsduur van het betreffende vaccin is en dus is dan bekend voor welke datum de vaccinatie moet worden herhaald. Dat betekent dat bij hervaccineren binnen deze periode de rabiësenting geldig is.

Dat kan betekenen, dat u uw hond slechts eens per 3 jaar hoeft te hervaccineren. Voorwaarde is wel, dat uw dierenarts het juiste rabiësvaccin gebruikt: een vaccin met een lange werkingsduur, zoals Nobivac® Rabiës en Nobivac® RL van Intervet. Tevens is dan van belang, dat in het dierenpaspoort in het vakje 'geldig tot' de juiste geldigheidsduur wordt ingevuld, want alleen dan is de langere termijn geldig en valt er voor u als eigenaar dus geld te besparen.

Landen buiten de EU kunnen wel eisen dat de rabiësvaccinatie niet ouder mag zijn dan bijv. 1 jaar.

Hoe zit het bij de eerste maal dat de enting gegeven wordt? De Europese Commissie heeft bepaald, dat bij primovaccinatie de enting pas geldig is 21 dagen nadat het door de fabrikant voorgeschreven vaccinatieprotocol voor primovaccinatie is afgewerkt.
Wanneer een eerdere vaccinatie niet met een veterinair certificaat kan worden aangetoond, moet een enting tegen rabiës als een primovaccinatie beschouwd worden.

Daarmee is de "30 dagen regeling" komen te vervallen. Een hervaccinatie is altijd meteen geldig.

Een pup jonger dan 3 maanden hoeft in de meeste gevallen bij grensovergang niet gevaccineerd te worden tegen rabiës, maar

• dient vergezeld te worden door de moeder, van wie het nog afhankelijk is,

of

• er dient een verklaring te zijn, dat de pup tot aan de reis is opgegroeid op de geboorteplek en niet in contact is geweest met dieren die mogelijk besmet waren met rabiës.

Voor landen buiten de EU waar rabiës voorkomt en voor Ierland, Noorwegen, Zweden, Malta en het Verenigd Koninkrijk (Engeland, Schotland enWales) blijft een (eenmalige) bloedtest vereist. Deze bloedtest is noodzakelijk om vast te stellen of de rabiësenting effectief is geweest. In dit geval moet bij de hond de rabiësenting al veel eerder gegeven worden, nl. zo'n 5 tot 7 maanden voor vertrek. Na 30 dagen wordt door de dierenarts bij de hond een bloedstaal genomen en deze wordt opgestuurd naar een instituut, dat door het ministerie erkend is om deze test uit te voeren. De rabiëstiter moet positief zijn, en dat betekent dat er antilichamen tegen het virus zijn gevormd. Als de hond positief is, gaat de quarantaine in: 4 maanden (Zweden of Noorwegen) of 6 maanden (UK) vanaf de bloedafname.

De bloedtest is bij een positieve uitslag eenmalig, mits de hond daarna maar steeds tijdig tegen rabiës wordt ingeënt. Als de enting verlopen is, is een nieuwe bloedtest nodig.

Opgelet: eind '07 en begin '08 is rabiës bij een aantal honden in Frankrijk geconstateerd. In de regio zijn inmiddels 120 kinderen en enkele volwassenen gevaccineerd. Er zijn verschillende risicogebieden. Dus gaat u naar Frankrijk op vakantie, let goed op. Klik hier voor meer info.

Rabiësdag:

op zondag 28 september '08 wordt voor de tweede keer Wereld Rabiës Dag gehouden. Het doel van deze dag is om het bewustzijn over het belang van rabiëspreventie in de wereld te vergroten. Rabiës is een van de oudste en dodelijkste ziekten die de mensheid bedreigen.

Wereld Rabiës Dag wordt geleid door de Alliance for Rabies Control en gesteund door talloze humane - en diergezondheidsorganisaties over de hele wereld. Het is een unieke campagne met als boodschap, dat rabiës een ziekte is die eenvoudig met vaccinatie voorkomen kan worden. Desondanks sterven er wereldwijd jaarlijks nog 55.000 mensen aan deze ziekte, de helft daarvan zijn kinderen onder de 15 jaar. Met name in Afrika en Azië vallen veel onnodige slachtoffers.

Hondsdolheid, zoals rabiës in Nederland genoemd wordt, is een virusziekte die van dieren op mensen overgedragen kan worden. De ziekte wordt voornamelijk overgebracht door bijtwonden. Infectie kan echter ook optreden door contact met speeksel van besmette dieren, waarbij het virus via huidwondjes of slijmvliezen kan binnendringen. Als er zich bij patiënten eenmaal neurologische verschijnselen voordoen, is rabiës fataal voor dieren en mensen.

Rabiës treft vaak jonge kinderen. Kinderen in ontwikkelingslanden lopen meer risico door nauw contact met honden, de belangrijkste besmettingsbron. Bij kinderen is de kans dat ze bijt- of krabwonden oplopen en zo geïnfecteerd raken groter. Zij zijn zich vaak niet bewust van de gevaren en vertellen misschien ook minder snel aan hun ouders dat ze gekrabt, gelikt of gebeten zijn.

Het goede nieuws is, dat rabiës eenvoudig te voorkomen is door preventieve vaccinatie. Dankzij vaccinatiecampagnes komt rabiës bij gedomesticeerde dieren in Nederland niet meer voor. Incidenteel wordt de ziekte nog aangetroffen bij wilde dieren zoals vleermuizen.
Standaardvaccinatie van huisdieren tegen rabiës is daarom op dit moment niet noodzakelijk.
Binnen de Europese Unie moeten honden, katten en fretten wel verplicht gevaccineerd zijn als ze deelnemen aan het internationale verkeer.

Desondanks zijn er de laatste jaren in landen om ons heen toch enkele gevallen van rabiës bij huisdieren geconstateerd. In 2008 was dat het geval in Frankrijk, het Verenigd Koninkrijk en België. Het ging hierbij steeds om geïmporteerde dieren. Met name vanuit Noord Afrika vinden er nog al wat illegale importen van honden plaats. Een zorgwekkende situatie. Ook in Nederland kan het risico op een uitbraak van deze dodelijke ziekte in de nabije toekomst niet uitgesloten worden. Al de inspanningen om dat te voorkomen ten spijt. Goede voorlichting over de gevaren van de ziekte aan reizigers, vaccineren van dieren die reizen, het ontmoedigen van het illegaal meenemen van honden uit risicogebieden en strenge controles aan de Europese buitengrenzen zijn belangrijk om insleep te voorkomen.

Rachitis:

Engelse ziekte. Stoornis in de botgroei door tekort aan vitamine D of fosfaat. Zie ook hier.            

Racy:

op snelheid gebouwd; met lange benen.

RAD, R.A.D.:

is de afkorting voor Regelgeving Agressieve Dieren. Zie wetenswaardigheden.

Radiotherapie:

zie wetenswaardigheden.

Radius:

          spaakbeen. Zie skelet.

Radius Curvus Syndroom:

is het kromgroeien van het spaakbeen (radius). In de onderarm, dus van elleboog tot pols, wordt de stevigheid van de voorpoot verzorgd door 2 beenderen, het spaakbeen en de ellepijp. 

Bij dieren met het Radius Curvus Syndroom is er een storing opgetreden in de groei van de ellepijp, waardoor het spaakbeen, dat wel normaal doorgroeit, relatief te lang wordt. Omdat het voor die lengte geen ruimte heeft door de te korte ellepijp, gaat het spaakbeen zich krommen. 

Het kan worden veroorzaakt doordat het botgedeelte, waarin de groei plaatsvindt, de zgn. groeischijf in de ellepijp, is beschadigd door bijv. een ongeval. Het kan echter ook voorkomen als erfelijk gebrek. Bij sommige rassen is een lichte vorm van dit syndroom zelfs 'normaal'. (bijv. de Bassethound).

De behandeling bestaat er uit, dat een wigvormig stuk uit het spaakbeen wordt gehaald, waarna de beide overblijvende delen weer aan elkaar worden gezet. Doordat het verwijderde deel wigvormig is, verdwijnt zo de kromming, terwijl ook de lengte wordt gecorrigeerd.
Blijvend succes heeft dit alleen maar als na de operatie het spaakbeen niet opnieuw gaat groeien. 

Hoe later het syndroom optreedt, des te beter zijn de vooruitzichten.

Zie ook Voorbenen.

Radix:

          wortel.

Rally-O:

is een door de American Kennel Club (Charles 'Bud' Kramer) in 2003 geïntroduceerde nieuwe vorm van hondensport. Rally-O(bedience) is een unieke combinatie van gehoorzaamheidsoefeningen, die in parcoursvorm worden gelopen. Tijdens de Rally-O oefeningen ben je op een zeer interactieve manier met je hond bezig. De nadruk ligt niet op de precisie van een oefening, maar op het samenwerken tussen baas en hond, het communiceren en vooral het samen plezier hebben en bezig zijn.

Rally-O is o.a. voortgekomen uit de vele oefeningen die tijdens de trainingen van de reguliere G&G worden gebruikt om de honden te motiveren. Het is de bedoeling, dat je lekker ontspannen de oefeningen loopt en dat hond en handler er duidelijk plezier in hebben. De oefeningen helpen je vermogen als handler en het repertoire gedragingen van je hond te vergroten en zijn gericht op de relatie tussen baas en hond.

Praten, verbaal belonen, aanmoedigen, in de handen klappen, op je been slaan, meerdere commando's of signalen met één, beide armen of handen: het is allemaal toegestaan.

Rally-O kent 5 klassen: Novice A en B (oefeningen aangelijnd; 31 verschillende oefeningen), Advanced (oefeningen zonder lijn; 45 verschillende oefeningen), Excellent en Excellent-Competition (oefeningen zonder lijn; 50 verschillende oefeningen).

Tijdens een Rally-O wedstrijd is het de bedoeling, dat de handler en hond een door de keurmeester bedacht parcours van 10-20 oefeningen afleggen. Welke oefeningen er in het parcours kunnen zitten, hangt af van de klasse waarin je start. Net als bij behendigheid krijg je vooraf te tijd om het parcours te verkennen en je strategie te bedenken. De hond met de meeste punten en de snelste tijd wint de wedstrijd.

De titels die je kunt behalen zijn: Rally-Novice (RN), Rally-Advanced (RA) en Rally-Excellent (RE). Na het behalen van de Rally-Excellent titel kun je meedoen in een speciale klasse waarbij de toppers met elkaar strijden om de prijzen.

Bij het behalen van een minimaal puntenaantal ontvang je een kwalificatie om te promoveren. Heb je 3x een kwalificatie verdiend, dan promoveer je ook daadwerkelijk naar de volgende klasse.

Rampurhond:

windhond van ongeveer 75 cm. schouderhoogte en forse bouw, uit India. Zwaar hoofd, sterke kaken, vlakke hersenpan. Het brede oor hangt vlak tegen de wang en ontspringt hoog. Hardgeel oog. Kort haar, meestal ros, soms met zwarte haren. Woeste aard.

Ramsneus:

tussen de ogen en de neuspunt is de neus gewelfd (bijv. Dashond); een gebogen neusrug. Vergelijk met downfaced.

Ramus:

          tak van een zenuw, bloedvat of luchtpijp.

Rangorde:

in een roedel wolven heerst een rangorde met duidelijke dominantieverhoudingen tussen de dieren onderling. Deze dominantieverhoudingen zijn noodzakelijk, omdat hierdoor ieder roedellid precies weet welke positie hij of zij in de groep inneemt. Hierdoor worden conflicten en dus risico's vermeden.

Door domesticatie is de hond bij de mens terechtgekomen. De roedel van de hond is het gezin waarin hij leeft en zijn roedelgenoten zijn dus de gezinsleden. Hij verwacht dat er binnen het gezin een rangorde heerst. De bedoeling is natuurlijk, dat de hond als laagst geplaatste dier binnen deze roedel leeft. De uitzondering hierop zijn kinderen jonger dan 12 jaar, waarvoor een afhankelijke rang gecreëerd wordt.

Indien de volwassen gezinsleden in de ogen van de hond niet duidelijk de rol van roedelleider op zich nemen, zullen sommige honden proberen deze rol over te nemen en dan ontstaan er rangordeproblemen. 

Honden zullen dikwijls in rangorde proberen te klimmen als ze in de puberteit komen. Een hond zal in een vroeg stadium moeten leren, dat hij ondergeschikt is aan de mens. Dit gebeurt wanneer er op een consequente manier met de pup of nieuwe hond wordt omgegaan en hem oefeningen worden aangeleerd die gebruikt kunnen worden om hem duidelijk te maken, dat de mens de leider is. Indien dit op jonge leeftijd al duidelijk en consequent gebeurt, zal het voor de eigenaar niet meer zo moeilijk zijn om deze dominante positie te handhaven als de hond in de puberteit is gekomen. 

Daarnaast moet er ook een positieve band worden opgebouwd tussen baas en hond, waardoor de hond zich zeker en prettig kan gaan voelen binnen de roedel.

Zie ook gedrag.

Ras:

is een groep van dieren, die erfelijk bepaalde kenmerken gemeenschappelijk hebben en door onderlinge paring vruchtbare jongen kunnen voortbrengen. 

Een ras is ieder door de F.C.I. of voor Nederland door de Raad van Beheer erkend hondenras.

Honden worden in ons land tot een ras gerekend als ze: 

a) de in de standaard voor het ras vastgelegde kenmerken bezitten,

b) afstammen van ouderdieren die ook tot het ras behoren en 

c) zelf ook in de registers voor het ras zijn ingeschreven. 

In ons land zijn hondenrassen daardoor gesloten populaties, d.w.z. dat er van buitenaf geen dieren meer aan het ras toegevoegd kunnen worden.

Zie ook rashond.

Rasgroepindeling:

de F.C.I. onderscheidt 10 rasgroepen: Herdershonden en Veedrijvers (1), Pinschers en Schnauzers, Molossers en Zwitserse Sennenhonden (2), Terriërs (3), Dashonden of Teckels (4), Keeshonden en Oertypen (5), Lopende honden en Zweethonden (6), Voorstaande honden (7), Retrievers, Spaniels en Waterhonden (8), Gezelschapshondjes (9) en Windhonden (rasgroep 10).

Engeland daarentegen kent maar 7 verschillende rasgroepen: gundog, hound, pastoral, terrier, toy, utility en working group. M.a.w. een andere indeling dan de FCI, die ook in Nederland gehanteerd wordt en die er 10 kent: zie daarvoor Rashonden.

Rashond:

is iedere hond, die is ingeschreven in de Nederlandse Stamboekhouding (N.H.S.B.) of waarvoor die inschrijving is aangevraagd en niet is geweigerd, dan wel, indien de eigenaar in het buitenland woonachtig is, in een door de FCI erkende buitenlandse stamboekhouding.

Om rashond te zijn moet een hond voldoen aan 3 voorwaarden: 1) beantwoorden aan de kenmerken die voor zijn ras in de standaard zijn vastgelegd; 2) als rashond bij een stamboek geregistreerd staan; 3) een vader en moeder hebben die tot hetzelfde ras behoren.

Voldoen aan een standaard duidt erop dat rashonden erfelijk vastgelegde kenmerken, in een voor dat ras karakteristiek combinatie, met elkaar gemeen hebben.

Honden van een ras lijken op elkaar, niet alleen uiterlijk, maar ook in karakter en gedrag. Dat komt omdat in het verleden honden voor een min of meer gespecialiseerde taak werden uitgeselecteerd.

Voor zo'n taak was een bepaald uiterlijk van belang (grootte, bouw, vacht) in combinatie met aanleg en karakter. Honden moesten een specifiek karwei opknappen, zoals wild opjagen, stellen of vangen, vee drijven, hoeden of verdedigen, of huis en hof tegen indringers beschermen. Bijna altijd ging het om puur nut: ze verleenden hun baas bijstand in de strijd om het dagelijkse bestaan. Toch zijn ook vroeger al rashonden gefokt om luxeredenen, zoals voor de plezierjacht of als schoothondje.

Rassen kunnen in omvang enorm verschillen. Er zijn er waarvan maar een paar honderd honden voorkomen, maar ook zijn er rassen met wereldwijd honderdduizenden exemplaren. Bekendste voorbeeld van dat laatste is de Duitse Herdershond, die overal ter wereld en door de jaren heen in hoge mate geliefd is. Er zijn echter heel wat meer rassen die qua uiterlijk redelijk bekend, maar absoluut niet populair zijn, en die per land slechts een kleine schare liefhebbers tellen. Tenslotte zijn er talloze rassen die maar in een land in een behoorlijk aantal voorkomen, en verder slechts mondjesmaat over een aantal andere landen zijn verspreid.

Populariteit van een ras is maar in een enkel geval blijvend. Meestal gaat het om een tijdelijk fenomeen. In rashondenkringen wordt voor een plotselinge grote populariteit gevreesd. In zo'n situatie ligt namelijk het gevaar op de loer dat onoordeelkundig wordt gefokt en dat onbezonnen wordt aangeschaft. Dat pakt meestal schadelijk uit voor de kwaliteit van het ras en voor het aanzien ervan.

Heden ten dage worden nog maar weinig honden uitsluitend voor het nut gehouden. Bijna alle honden zijn er voor ons genoegen, vertier en gezelschap. Van de inspanningen van onze voorouders, die de rassen vanwege werkcapaciteiten creëerden, kunnen echter ook wij de vruchten plukken. De rijkdom aan rassen biedt ons de kans precies dat type hond te kiezen, dat past bij onze wensen. Waarbij wij dan wel weer de plicht hebben de hond datgene te bieden wat past bij zijn behoeften.

Sinds het begin van de georganiseerde kynologie, eind 1900, worden rassen systematisch beschreven in standaards en door nationale kennelclubs van een erkenning voorzien. Uiteindelijk volgt dan erkenning door de FCI. De FCI is de overkoepeling waarbij bijna alle kennelclubs ter wereld bij zijn aangesloten.

Momenteel erkent de FCI meer dan 300 rassen. Zo nu en dan komt er nog eentje bij. Dat zijn dan bijna nooit helemaal 'nieuwe' rassen, maar meestal altijd juist heel oude, die echter pas recent in de belangstelling van kynologen zijn geraakt.

De FCI verdeelt de rassen over 10 rasgroepen, al naar hun verwantschap en/of functie.

Lang niet alle door de FCI erkende rassen zijn in Nederland aanwezig. Maar wel veel daarvan, want Nederland kent een rijk kynologisch leven. Van alle erkende rassen en ook nog een aantal niet erkende zijn op deze website de rasstandaards, zowel in het Engels als in het Nederlands, opgenomen incl. een foto.

Als het ras in voldoende aantallen in Nederland voorkomt, dan is er meestal een vereniging die zich met zijn belangen bezighoudt. Bestaat er voor een ras een bij de Raad van Beheer aangesloten vereniging, dan vindt u deze gegevens bij Links (overzicht van alle rasverenigingen 1 en 2).

Klik hier voor meer info om een hond te importeren.

Rashondenlogboek:

een door de Raad van Beheer verstrekt boekje, waarin gegevens van behaalde resultaten van tentoonstellingen en wedstrijden kunnen worden geregistreerd. De eigenaar heeft dan alle gegevens compact bij elkaar, maar dient desondanks allerlei officieel afgegeven documenten (bijv. kampioenskaarten) ook te bewaren, daar de gegevens van het logboek alleen geen bewijs zijn voor de juistheid van deze gegevens.

Ook andere relevante gegevens van de hond kunnen hierin genoteerd worden, zoals bijv. inentingen, africhtingsexamens, fokkerij-aantekeningen en onderzoeksresultaten.

Voor deelname aan bepaalde officiële kynologische activiteiten zoals G&G examens en -wedstrijden, behendigheids- en flyballwedstrijden is het Rashondenlogboek verplicht.

Het rashondenlogboek moest voorheen schriftelijk aangevraagd worden vergezeld van de originele stamboom, maar tegenwoordig hoeft dat niet meer en kan het zelfs digitaal via de website aangevraagd worden.

Rasloze hond:

iedere hond, die niet geregistreerd staat als rashond. Zie bastaard.            

Raspunten:

een lijst van eigenschappen, waaraan honden moeten voldoen om tot een bepaald ras te behoren. Ook rasstandaard genoemd.

Kijk hier voor alle rasstandaards in zowel het Engels als het Nederlands.

Rasspecifiek hondenvoer, rasspecifieke voeding:

is een complete voeding afgestemd op de voedingsbehoefte van afzonderlijke rassen, omdat - zo redeneren de hondenvoerproducenten - uit wetenschappelijk onderzoek steeds duidelijker blijkt, dat bijv. een Cocker Spaniel heel anders in elkaar steekt dan een Duitse Herdershond.

Het toekomstbeeld zal zijn, dat ieder ras zijn eigen voer heeft. Aangetoond is, dat voedingsbehoeften per individu kunnen verschillen: het ene lichaam heeft bijv. meer calcium nodig, het andere juist meer ijzer. Bekend is dat Duitse Herders een relatief gevoelige spijsvertering hebben, dat bij noordelijke rassen sneller een tekort aan zink ontstaat en dat sommige rassen een verhoogde aanleg voor diabetes hebben.

Rasvereniging, RV:

vereniging die de belangen behartigt van één bepaald ras (bijv. de Golden Retriever Club Nederland) of van een groep van rassen (bijv. Scandia: Vereniging van fokkers en liefhebbers van Scandinavische hondenrassen). 

De rasverenigingen in Nederland zijn over het algemeen aangesloten bij de Raad van Beheer.

Raszuiverheid:

          homozygotie in alle kenmerken van het individu.

Rattenbeten:

behoren tot de gevaarlijkste beten, die een hond kan oplopen. Ratten kunnen tal van schadelijke ziektes bij zich dragen en hun tanden zijn vuil, dus de wonden zullen ontstoken raken. De plek van de wond moet worden schoongemaakt met zoutoplossing en een ontsmettingsvloeistof, drooggemaakt en ruim bestrooid met antibiotisch poeder. Ga met uw hond naar de dierenarts, waar hij antibiotica zal krijgen.

Rattenstaart:

een dunne, kale, onbehaarde staart.

Rauw vlees geven:

rauw vlees is minder verteerbaar en kan daarom maag- en darmstoornissen veroorzaken in de vorm van braken of diarree. Rauw vlees kan daarenboven lintwormkapsels bevatten. Indien zo'n lintwormkapsel opgegeten wordt, komt de lintworm tot ontwikkeling in de darm, wat ook spijsverteringsstoornissen kan veroorzaken. Vlees wordt daarom beter verhit: koken, met behoud van vleesnat, geniet de voorkeur boven bakken.

Ook wat de hoeveelheid vlees betreft, wordt er vaak gezondigd: er wordt nl. te veel vlees gegeven wat resulteert in nierproblemen op latere leeftijd. Een dier in volle groei mag 20 gr vlees per kg lichaamsgewicht te eten krijgen. Een volwassen hond komt ruimschoots toe met 10 gr vlees per kg lichaamsgewicht. Waar een nierpatiënt al toekomt met 5 gr vlees per kg lichaamsgewicht. Wel vlees van een goede kwaliteit, m.a.w. de eiwitten moeten van een hoogwaardige kwaliteit zijn. Dit type eiwit vindt men in spiervlees. Laagkwalitatieve eiwitten (en dus te vermijden) vindt men in orgaanvlees (pens, maag, lever en niertjes) en in vlees met veel pezen.

Zie ook barfen en NRV.

R.B.C.C. (RBCC):

zie CC.

R.B.I.S. (RBIS):

Reserve Best in show; Engels voor beste 'reserve hond' van de tentoonstelling (show). De FCI hanteert een indeling in 10 rasgroepen (zie Rashonden).              

RCAC:

zie reserve CAC.

RCACIB:

zie reserve CACIB.

R.C.C. (RCC):

zie CC.

RD:

          zie retina dysplasie.

R.D.C.C. (RDCC):

zie CC.

Reanimatie:

is een levensreddende techniek, waarbij de bloedsomloop weer op gang wordt gebracht d.m.v. hartmassage en er weer lucht in de longen wordt geblazen m.b.v. kunstmatige ademhaling.

Receptor:

a) eindorgaan van een zenuw die uitwendige prikkels registreert en doorgeeft aan het centraal zenuwstelsel;

b) moleculaire groep van het protoplasma die zich kan binden aan vergiffen;

c) toestel waarin elektrische energie in chemische, mechanische of thermische energie wordt omgezet.

Recessief:

a) in de genetica: onderwerping (=zich niet in het fenotype tonend) van een gen ten opzichte van een ander gen, die samen als paar dezelfde eigenschap bepalen; 

b) als gedragskenmerk: onderdrukt, i.t.t. dominant.  

Recessus:

          inzinking, uitpuiling, verborgen plaats.

Recidief:

het zich opnieuw vertonen (op een andere plaats) van een reeds doorstaan en genezen ziekteverschijnsel, zoals bijv. kanker

M.a.w. zelfs na agressieve behandelingen komt de kanker soms terug. Zo'n recidief kan weken, maanden of jaren volgend op de eerste behandeling optreden.

Recovery:

          periode van het bijkomen uit een narcose.

Rectaal:

betrekking hebbend op de endeldarm, via de endeldarm.

Rectoscoop:

endeldarmspiegel.

Rectoscopie:

is een onderzoek met de rectoscoop.

Zie colonscopie.

Rectum:

laatste deel van de dikke darm; endeldarm.

Zie spijsverteringsstelsel.

Red and Tan:

rood met roodgele aftekeningen. In wezen een tweekleurige hond, die er meestal als een eenkleurige uitziet.

Reddingshond:

er zijn diverse reddingshondengroepen actief in Nederland, veelal vrijwilligerswerk. De meeste groepen trainen voor vermiste personen (vlaktewerk) en voor aardbevingen/explosies (puinwerk). Sommige groepen trainen ook voor speuren en het opsporen van drenkelingen.

Reddingswerk is een uitdaging voor hond en geleider.

Reddingshonden worden de laatste tijd steeds vaker ingezet (wie herinnert zich niet de beelden van het ingestorte World Trade Center), maar in het algemeen wacht men toch te lang met het inzetten van reddingshondenteams.

Welke honden zijn geschikt voor reddingshond? In principe is elke hond die graag speelt en voor zijn baas wil werken, geschikt om opgeleid te worden tot reddingshond. Er zijn wel praktische bezwaren. Een teckel, ook al kan hij nog zo goed ruiken, zal niet geschikt zijn als reddingshond. Op het puin zal hij grote problemen hebben en tijdens vlakte zoeken zal hij geen grote afstanden af kunnen leggen. In het algemeen zal een middelgrote behendige hond geschikt zijn, zoals Duitse, Nederlandse en Belgische herders, Labradors en Golden Retrievers. Het hoeft natuurlijk niet speciaal een rashond te zijn, want ook kruisingen kunnen prima reddingshonden zijn.

Reddingshondenwerk is een discipline die veel vraagt van de combinatie baas / hond, maar die ook heel veel geeft. Het is een 'hondensport'. Ieder streeft hetzelfde doel na. De voldoening als bij een inzet goed gewerkt is, spreekt voor zichzelf. Het gevoel van saamhorigheid, zowel met de eigen hond als met de andere teams, is groot. Door de manier van trainen ontstaat een geweldig goede band met de hond, gebaseerd op wederzijds vertrouwen. De voldoening die dat geeft, maakt alle inspanning meer dan goed.

Bij het reddingshondenwerk, dat beoefend wordt door diverse rassen, wordt dus net als bij IPO en SpH ook gespeurd, maar dan op een andere manier: hier gaat het er om slachtoffers te vinden.

Op een examen moeten op verschillende niveaus opdrachten op buitenterrein en in puin worden uitgewerkt. Het trainen gebeurt bij gespecialiseerde verenigingen, die zich ook meestal daadwerkelijk met speuren in noodsituaties bezighouden.

Zie ook het examenreglement (IPO-R), werkhondentraining en Commissie Werkhonden.

Redirectiegedrag:

of omgericht gedrag ontstaat wanneer een bepaald gedrag niet kan worden gericht op het object of individu, waarvoor het is bestemd. 

Dit kan ontstaan doordat er van dat object of individu prikkels uitgaan, die een ander gedragssysteem zouden activeren of omdat het dier het object of individu niet kan bereiken. 

Redirectiegedrag valt onder de conflictgedragingen

Een voorbeeld van redirectiegedrag is het bijten in de riem als de eigenaar de hond corrigeert of doorloopt terwijl de hond stil wil blijven staan. De eigenaar durft hij niet te bijten, omdat dan tevens het gedragssysteem 'angst' kan worden geactiveerd. Het systeem richt het gedrag van de hond om naar het vervangingsobject, nl. de riem.

Red merle:  

oorspronkelijk red marbled = rood(bruin) gemarmerd. Engels voor roodbruin met zwarte vlekjes (bijv. Collie en Australian Shepherd). 

Zie ook blue merle, sable-merle, merle-tekening en getijgerd.

Reflex:

onmiddellijke, onwillekeurige reactie op een zenuwprikkel.

Zie ook ruggenmerg.

Reflux:

terugvloeiing, terugstroming, bijv. terugstromen van maaginhoud naar de slokdarm.

Regenboogvlies:

zie iris.

Regio:

streek, gebied van het lichaam.

Registratiebewijs, registratiekaart:

op de stamboom wordt geen naam van de eigenaar meer geprint. In plaats daarvan is er nu een registratiebewijs. Op dit registratiebewijs staan de gegevens van de hond en de gegevens van de huidige eigenaar. Verder is er ruimte voor het invullen van een eventuele nieuwe eigenaar.

Bij het overdragen van het eigendom van de hond worden de gegevens van de nieuwe eigenaar ingevuld op het registratiebewijs. Vervolgens ondertekenen zowel de nieuwe als de oude eigenaar het bewijs, dat daarna naar de Raad van Beheer gestuurd wordt.

De nieuwe eigenaar ontvangt een nieuw registratiebewijs van de Raad van Beheer met daarop zijn eigen naam geprint.

De eerste herregistratie, van fokker naar koper, is gratis. De verantwoording voor deze herregistratie ligt bij de fokker.

De fokker ontvangt bij het chippen een "aanvraagformulier registratiebewijs". Deze aanvraagformulieren, waarop de op dat moment bekende gegevens van de betreffende pups staan vermeld, worden door de chipper bij de fokker achtergelaten.

Als eigenaar staat op deze aanvraagformulieren de fokker van het nest vermeld.

Deze aanvraagformulieren zijn na datum van uitgifte slechts 6 maanden geldig. De fokker is verplicht elk aanvraagformulier (ook van de honden die hij zelf houdt) binnen deze termijn om te zetten in een definitief registratiebewijs.

Let op! De eerste registratie is gratis. Dit geldt dus alleen voor de eerste wisseling van "aanvraagformulier registratiebewijs" naar het eerste "registratiebewijs".

Als u dus als fokker de hond(en) eerst allemaal op uw naam laat registreren via het opsturen van het "aanvraagformulier registratiebewijs" dan is dat de eerste gratis (her)registratie.

Als u vervolgens via het registratiebewijs de pups om laat zetten op naam van de pupkopers, dan is dat de tweede herregistratie en dienen de pupkopers hiervoor te betalen.

U dient dus te wachten met het opsturen van het "aanvraagformulier registratiebewijs" totdat de pupkoper bekend is. Dit dient u wel binnen 6 maanden te doen.

Voordelen: a) bij eigendomsoverdracht hoeft de stamboom niet naar het bureau van de Raad te worden gestuurd; b) de stamboom kan 8 tot 12 weken na de geboorte aan de nieuwe eigenaar worden gegeven; c) de fokker hoeft niet te wachten met de stamboomaanvraag tot alle nieuwe eigenaren bekend zijn en d) de prijs van een herregistratie is gedaald met 40%.

Reguliere diergeneeskunde:

is de algemene benaming voor de algemeen als zodanig erkende delen van de geneeskunde. De term sluit diverse alternatieve geneeswijzen, zoals homeopathie, uit.

Belangrijk kenmerk van de reguliere geneeswijze is dat ze zich baseert op, of in elk geval tracht te baseren op "evidence-based medicine": er is geen plaats voor eigen theorieën van de arts of wetenschapper indien de werkzaamheid van de daaruit voortkomende behandelwijzen niet kan worden aangetoond.

Regurgitatie, regurgiteren:

terugstroming, oprisping. Voedsel kan worden teruggegeven vanuit de slokdarm (niet hetzelfde als braaksel, dat uit de maag komt) en bloed kan vanuit de hartkamers terugstromen naar de boezem.

Regurgiteren is dus het passief opbrengen van voedsel of vocht uit de keel of slokdarm zonder enige misselijkheid of krachtinspanning. Het voedsel is dus nog niet in de maag geweest. Het is erg belangrijk regurgiteren te onderscheiden van braken, wat soms moeilijk en misleidend kan zijn. Het verdere diagnoseplan en de behandeling zijn namelijk totaal verschillend. Een gedetailleerd vraaggesprek maakt hierbij het belangrijkste onderdeel uit van de gehele aanpak. Soms kan er t.g.v. het regurgiteren voedsel in de luchtpijp terechtkomen en een longontsteking veroorzaken. We zien dan bijkomend ernstige ademhalingsproblemen, die zo snel mogelijk behandeld moeten worden.

Reizen met de hond:

zie vakantie.

Rekel:

dialectische benaming voor reu. Van Dale schrijft: "Een rekel is het mannetje van de hond, de vos en de wolf" (zie ook moer).

Ook wel aanduiding van kettinghonden, die het erf bewaakten.

Relaxine:

hormoon, dat geproduceerd wordt door de placenta. Dit hormoon circuleert in het bloed van de drachtige teef vanaf de 21e dag na de bevruchting. 

Het aantonen van dit hormoon in het bloed is een nieuwe methode om drachtigheid aan te tonen.

Remissie:

is de periode waarin de kanker niet actief is. De periode van remissie bij de hond met kanker is dus voorbij, wanneer de kanker terugkomt (zie recidief).

Renalis, renaal:

          op de nieren betrekking hebbend.

Rennine:

is een hormoon, dat door de nieren geproduceerd wordt en een belangrijke invloed uitoefent op de bloeddruk.

Repetitieve Zenuw Stimulatie test (RZS):

bij de Repetitieve Zenuw Stimulatietest wordt een perifere zenuw herhaaldelijk geprikkeld en wordt er gemeten hoe de reactie van de desbetreffende spier is. Zie myasthenia gravis.

Reponeren:

weer op de plaats brengen van breuken of ontwrichtingen.

Resectie:

operatieve verwijdering van een bepaald gewricht, zenuw of orgaan of een deel daarvan, bijv. uterus resectie.

Reserve CAC:

reserve kampioenschapsprijs. Wanneer deze prijs behaald wordt op een kampioenschapsclubmatch, telt hij als kampioenschapsprijs voor het behalen van de nationale kampioenstitel.

Zie ook CAC.

Reserve CACIB:

wanneer een hond op een tentoonstelling deze (reserve)prijs behaald heeft, kan hij in aanmerking komen voor het CACIB als blijkt dat de hond die deze prijs kreeg toebedeeld reeds de definitieve internationale titel mocht voeren. Ook treedt het Reserve CACIB in werking als de winnaar van het CACIB om een of andere reden gediskwalificeerd wordt.

Resistent:

weerstand kunnende bieden, niet vatbaar zijn voor; bijv. in de zin van ongevoeligheid van ziekteverwekkende micro-organismen tegen antibiotica.

Resistentie:

weerstandsvermogen, weerstand.

Resorptie:

opname van vocht of fijne substantie in het lichaamsvocht.

Respecteren:

het apport wel opmerken, maar verder met rust laten. Het is een onderdeel van steadiness.

Respiratie:

ademhaling. Inademen heet inspiratie en uitademen wordt aangeduid met expiratie.

Zie voor meer info: buikademhaling en borstademhaling.

Respiratiestelsel:

is de luchtwegen. De luchtwegen van de hond omvatten de neusholte, het strottenhoofd, de luchtpijp en de longen.            

Rete:

          net van kleine bloedvaten.

Retentie:

het op- of vasthouden van stoffen, die normaal door het lichaam afgescheiden behoren te worden.

Reticulum:

netvormige structuur van bijv. een cel.

Retina:

          netvlies.

Retina degeneratie, retinadegeneratie:

          zie PRA. Nachtblindheid.

Retina Dysplasie (RD):

is een aangeboren netvlies-/vaatvliesafwijking, die kan variëren van de lichtste of locale vorm met kleine locale plooitjes in de retina (netvlies), de midden- of geografische vorm met grotere plooien of misvormde gebiedjes, met later locale retinadegeneratie (verval), tot de ernstige of totale vorm met grote of totale netvliesloslatingen. De afwijking komt bij meerdere rassen voor.

Retina dystrofie:

          dagblindheid.

Retinol:

          vitamine A.

Retinopathie:

aantasting van de bloedvaten in het netvlies, waardoor blindheid kan ontstaan.

Retrievers:

een groep van hondenrassen met een speciale aanleg voor het apporteren van wild.

Zie hier.            

Reu, reutje:

          mannelijke hond. Symbool: ♂.

Reuk:

het reukvermogen van de hond is veel beter ontwikkeld dan dat van de mens, waardoor de hond met andere honden d.m.v. geur kan communiceren. 

Zo worden territoria afgebakend d.m.v. geur, nl. met urine en feces, waarbij de anaalklieren ook een rol spelen. Honden proberen vaak hun geur zo hoog mogelijk af te zetten, waardoor de geur zoveel mogelijk wordt verspreid. Ook proberen ze hun geur te verspreiden door de grond met hun achterpoten weg te krabben op de plaats waar ze net hebben geplast of gepoept (ploegen; zie ook wetenswaardigheden). 

Het reukvermogen van de hond wordt door de mens gebruikt bij bijv. de jacht, bij het zoeken van een spoor etc.

Zie ook het orgaan van Jacobson.

Reuma:

          chronische ontsteking van spieren, pezen en/of gewrichten.

Reuzels:

vetvoorraden, die bij de hond niet om de nieren, maar tussen het buikvlies en de buikwand te vinden is.

Reverse sneezing (omgekeerd niezen of hoesten):

is een irritatie van het slijmvlies van het deel van de keelholte boven het niveau van het zachte gehemelte, wat leidt tot een kramptoestand van de pharynxspieren. Hierdoor wordt de luchtpassage naar het strottenhoofd belemmerd. Het inademen gaat zo snel als niezen en wordt daarom 'omgekeerd niezen' genoemd.

Reverse sneezing is te herkennen aan een snurkend of rochelend geluid. U moet het niet verwarren met het snurkende geluid bij 'Bullen', waarbij een relatief te lang zacht gehemelte, een te nauwe ingang van de luchtpijp en/of een spasme van één der onderdelen van de luchtweg het probleem kan zijn.

Zo'n aanval van benauwdheid bij reverse sneezing kan een paar seconden duren, maar ook een paar minuten. Het is een stoornis van de inademing, waarbij de hond een snuivend of snurkend geluid maakt, terwijl de hals gestrekt gehouden wordt, de ogen uitpuilen en de ellebogen naar buiten staan.

De functie van reverse sneezing kan zijn het verplaatsen van o.a. slijm vanuit de keelholte boven het zachte gehemelte naar de keelholte onder het zachte gehemelte, waar het vervolgens doorgeslikt kan worden.

Reverse sneezing kan ontstaan door een irritatie in de keel door een virus of een vreemd voorwerp. Meestal kan er echter geen oorzaak gevonden worden. Het ontstaat vaak tijdens opwinding, stress, aandacht tekort komen of bij het drinken. De ademhaling komt nauwelijks in gevaar en over het algemeen is dus geen behandeling nodig. Toch kan het verschijnsel er voor een eigenaar erg verontrustend uitzien en aanleiding zijn voor paniek, omdat hij denkt dat er iets in de luchtpijp van de hond geschoten is.

Slikken stopt reverse sneezing. U kunt een aanval dus proberen op te heffen door over de keel te wrijven of even de neusgaten dicht te houden, zodat de hond slikt.

De meeste honden kunnen er prima mee leven, maar verwar dit niet met een vernauwing van de luchtpijp of een hartafwijking, m.a.w. laat uw hond altijd even door een dierenarts nakijken, zeker bij ernstige verschijnselen zoals o.a. flauwvallen, conditieverlies of als het reverse sneezing steeds erger wordt.

Reversibel:

          omkeerbaar; i.t.t. irreversibel.

Revieren:

het door staande honden op zigzag-manier afzoeken van een jachtterrein.

RFR, R.F.R.:

is het Rasspecifiek Fokreglement, dat verplicht is voor alle gecertificeerde rasverenigingen en rashondenfokkers. Het garandeert de pupkopers, dat de nesten zorgvuldig, verantwoordelijk en met in achtneming van de specifieke fokregels van de erkende rasvereniging zijn gefokt.

Zie de link op de site van de Raad van Beheer.

Rhinitis:

zie rinitis.

Rhinoscopie:

is een onderzoek van de neus, waarbij in de neusgangen en soms ook voorhoofdsholtes gekeken wordt. De belangrijkste indicaties voor dit onderzoek zijn: bloedneuzen, snotterige uitvloeiing of een snurkend geluid uit de neus.

Dit onderzoek doet de dierenarts in tegenstelling tot onderzoeken van het maagdarmkanaal niet met een flexibele glasvezelkabel, maar met een starre scoop, omdat de glasvezelscopes te dik zijn. Voor de neus gebruikt hij een scoop, waarbij de lenzen en lichttoevoer glasstaafjes zijn ingebouwd in een hol metalen staafje van 2,7 mm doorsnede.

Het onderzoek is tijdrovend, omdat alle hoekjes en gaatjes moeten worden afgezocht op ontstekingen, verborgen vreemde voorwerpen (grasaren etc.) en tumoren. Het onderzoek wordt daarbij in de praktijk nog flink bemoeilijkt door nauwe neusgangen, het vaak aanwezige snot dat de lens besmeurd en het vaak gezwollen slijmvlies dat bovendien vaak bij de geringste aanraking al hardnekkige bloedingen geeft.

Om die redenen is het "eventjes" in de neus kijken toch nog een vrij tijdrovende procedure die ca. 15-25 minuten duurt. Gezien het benodigde dure instrumentarium en de benodigde tijd, is dit onderzoek niet echt heel goedkoop. Toch is bij de verdenking op tumoren (oude dieren) of schimmelinfecties in de neus (aspergillose) de rhinoscopie meestal de enige manier om in de diagnose te kunnen stellen.

Zie ook endoscopie.

Riboflavine:

          vitamine B2.

Ribonucleïnezuur (RNA):

hoofdgroep van nucleïnezuren, onmisbaar voor de aanmaak van eiwitstoffen in levende cellen.

We kennen het ook als ribose-nucleïnezuur, maar meestal wordt de Engelse naam gebruikt: ribose-nucleic-acid (RNA).            

Rickettsia:

groep van micro-organismen, die ziekte kunnen verwekken.

Zie ook rickettsiosis.

Rickettsiosis:

          tekenkoorts; zie wetenswaardigheden.

Ridge:

          zie pronk.

Rijst met krenten:

benaming voor een Dalmatische Hond, waar op de witte ondergrond ronde, zwarte vlekken voorkomen.  

Rijst met rozijnen:

benaming voor een Dalmatische Hond, waar op de witte ondergrond ronde, leverkleurige vlekken voorkomen.

Rillen:

of bibberen is een ongewenste, ritmische, snelle samentrekking en ontspanning van de spieren. M.a.w. de hond heeft het koud en bibbert.

Zie ook onderkoeling, basaalmetabolisme, brucellose, koorts, temperatuur en zonnesteek.

Rimadyl®:

is een pijnstiller, een NSAID, die veilig is bij langdurig gebruik. Er bestonden al genoeg pijnstillers, maar dit is er een, die vooral bij chronische aandoeningen aan spieren en skelet (zoals osteoartritis of HD) zonodig zonder bezwaar gedurende de rest van het leven kan worden toegediend. Dan is de pijn zo goed als verdwenen en de hond wordt weer actief, wat de lichamelijke conditie weer positief zal beïnvloeden. 

Rimadyl® met als werkzame stof carprofen is een veilige pijnbestrijding, waarbij genezing niet voorop staat, maar waar het vooral om het welzijn van de hond gaat. De bijwerkingen zijn minder dan bij een gewone aspirine.

Zie ook previcox. Klik voor de teksten van de bijsluiters hier.

Ring:

afgezette ruimte op een tentoonstelling, waarbinnen de honden worden gekeurd. Klik hier voor verdere info.

Ringcommissaris:

de helper van de ringmeester.

Ringmeester (ringsteward):

degene, die bij een tentoonstelling of clubmatch belast is met het handhaven van de orde in de ring en met het naleven van de reglementen.

Klik hier voor verdere info.

Ringschurft:

          zie ringworm.

Ringstaart:

krulstaart.

Ringsteward:

          ringmeester.

Ringtraining:

is een training waar aan baas en hond geleerd wordt, hoe ze op een show het beste voor de dag kunnen komen. Op deze training wordt aandacht besteed aan de juiste presentatie van de hond in de showring aan de keurmeester (het juist voorbrengen van het betreffende ras), het gangwerk (individueel en groepsgewijs), zich laten betasten, gebit tonen, in stand blijven staan, de sterke en wat minder sterke punten van de hond, sociaal gedrag t.o.v. mens en dier, zich kunnen herstellen na onverwachte gebeurtenissen en alles wat men dient te weten als men naar een tentoonstelling of clubmatch gaat, zoals o.a. etiquette en discipline van baas en hond in en om de ring, en de veterinaire keuring.

Klik hier voor verdere info.

Ringworm:

ringvormige huidaandoening veroorzaakt door schimmels (Trichophyton mentagrophytes, Microsporum canis of Microsporum gypseum); ook wel ringschurft of ringvuur genoemd. Het is dus geen echte worm! De wetenschappelijke naam is Dermatophytose.

Komt voor bij mens en dier en is zeer besmettelijk. De sporen van deze schimmels kunnen door de wind overgebracht worden of in de grond zitten. 

Een besmette hond zal zich langdurig krabben of tegen harde voorwerpen aanwrijven, waardoor er kale, ronde plekken ontstaan. Als u deze plekken goed bekijkt, kunt u vaak de schimmel langs de randen van de plek zien zitten: wittige, schilferige huid.

Zie ook Woodse lamp.

Rinitis:

ontsteking van de neusslijmvliezen. Er komt afscheiding uit de snuit, in combinatie met niesbuien. 

Deze ziekte kan door een bacteriële of schimmelinfectie veroorzaakt worden, maar ook doordat er iets in de neusholte zit wat er niet hoort of door een tumor.

Als de afscheiding slechts uit één neusgat komt, duidt dit meestal op een schimmelinfectie, wondje of tumor. Komt de afscheiding uit beide neusgaten, dan is een virus- of bacteriële infectie de oorzaak.

Het gaat dan meestal om de schimmel Aspergillus fumigatus, ook de veroorzaker van aspergillosis bij vogels en bij de mens. Wanneer de neusontsteking door Aspergillus fumigatus wordt veroorzaakt, zal de afscheiding dik en groen zijn, en kan hij maandenlang duren. Neusontsteking door een schimmel heet Mycotische rhinitis.

Aspergillus kan chronische neusontsteking bij honden van alle leeftijden veroorzaken. Bij jonge reuen ziet men de aandoening echter het meest. De symptomen zijn vaak beperkt tot één neusholte, maar soms kan het ook beiderzijds voorkomen. Doorgaans ziet men een continue overvloedige pusachtige uitvloeiing, waarbij soms bijgemengd bloed zichtbaar is.
De hond is regelmatig aan het niezen. De neus is pijnlijk bij aanraking. Op de neusspiegel, om de neusopening zijn vaak korsten en zweertjes (ulceratie) zichtbaar. Tevens wordt vaak depigmentatie van de neusspiegel gezien. Indien de ontsteking enige tijd bestaat, behoort ook een zekere mate van malaise tot de symptomen, de hond voelt zich dan beroerd. Pijn en mogelijk ook een uitbreiding van de infectie naar de sinus frontalis zijn mogelijke oorzaken van dit ongemak. Bij mycotische rhinitis ziet men zelden longklachten.

Tegenwoordig is een nieuwe methode mogelijk: gedurende 1 uur wordt de hond onder narcose gebracht, terwijl de neus gespoeld wordt met clotrimazole.

De prognose voor de honden met Aspergillose wordt steeds beter met de nieuwe technieken. Eenvoudig blijft echter een ander verhaal. Zelfs wanneer de hond geneest, kunnen de abnormale holten die in de neus ontstaan zijn (door atrofie van de conchae) soms aanleiding geven tot recidiverende neusontsteking.

Zie ook rhinoscopie.

R.I.S.H., RISH:

Régistre Initielle Saint-Hubert of Initieel Register Sint-Hubertus. 

Parallel met het L.O.S.H.-stamboek houdt de K.M.S.H. tevens een 'open register' bij, het R.I.S.H., waarin rashonden die om één of andere reden geen F.C.I.-stamboom hebben, kunnen ingeschreven worden op basis van hun uiterlijke kenmerken. Om deze honden een kans te geven officieel als "rashond" erkend te worden, werd het R.I.S.H. gecreëerd. In het R.I.S.H. worden dus die honden geregistreerd, die conform zijn aan de standaard, maar waarvan de afkomst onbekend is. 

De "rassen in heropbouw" bevinden zich ook in dit register. Het gaat hier om rassen, die volledig verdwenen zijn en die door idealistische fokkers heropgebouwd worden.             

RNA:

zie ribonucleïnezuur.

Roach(back):

Engelse term voor karperrug. Achter de schouders daalt de ruglijn en loopt dan iets gerond over de lendenen op. Daarna weer een lichte daling naar de staartaanzet. 

De Engelse en Franse Bulldog hebben een typische roach.            

Roan:

is een vorm van ticking. Roan is een enkelvoudig dominante factor.

Zie schimmel.

Rochus, Sint ~:

schutspatroon der honden, in 1295 te Montpellier geboren. Wijdde zich in Italië aan de verzorging van de pestlijders en werd, toen hijzelf was besmet, verdreven uit de stad waar hij zijn menslievende taak vervulde. Op een eenzame plek ineengezakt, zou hij van gebrek zijn omgekomen als hij niet ontdekt was door een hond, wiens baas hem opnam en verpleegde. Gestorven in 1327. Hij wordt herdacht op 16 augustus. In sommige plaatsen zegenen priesters op deze dag honden. 

Rode bloedcellen, rode bloedlichaampjes:

zie erythrocyten.

Rode Cocker Syndroom, Red Cocker Syndrome, Rage Syndrome:

gestoord gedrag, wat voornamelijk bij de rode Cocker en andere spaniels werd waargenomen. Door selectief fokbeleid wordt getracht dit terug te dringen.

Het uit zich in dominant agressief gedrag, vaak zonder aanwijsbare reden en zonder waarschuwing vooraf.

Tijdens een aanval heeft de hond een glazige blik en is hij zich niet bewust van zijn omgeving. Na de aanval is de hond vaak in de war.

Het Rode Cocker Syndroom moet niet verward worden met dominantieproblemen. Hierdoor zijn al veel honden onterecht afgemaakt.

Dit probleem is overigens ook in kleine aantallen bij de volgende rassen gerapporteerd: Amerikaanse Cocker Spaniel, Engelse Springer Spaniel, Berner Sennenhond, Dobermann, Engelse Bull Terriër, Duitse Herdershond, Chesapeake Bay Retriever, Golden Retriever, Pyrenese Berghond en de Sint Bernard.

Rode ogen:

kan veroorzaakt worden door verschillende aandoeningen, bijv. doordat er iets in het oog van de hond zit wat er niet hoort of door bindvliesontsteking.

Roedel:

troep; een aantal wolven of honden die bijeen horen. Maar ook het gezin, waarin de hond leeft, vormt een roedel. Zie ook rangorde.

Roesje:

lichte bedwelming. Een 'roesje' betekent eigenlijk een lichte narcose. In vaktermen heet het een 'sedatie'. Het wordt gebruikt voor niet al te pijnlijke kortdurende onderzoeken of ingrepen, die teveel stress met zich meebrengen om bij een volledig wakker dier te doen. Vaak wordt hiervoor het middel Domitor gebruikt. Een algehele narcose wordt gebruikt bij langer durende ingrepen of ingrepen die te pijnlijk zijn om te volstaan met een sedatie.

Roest:

zwarte vlekjes in de rode aftekening van black-and-tan honden; zie brand.

Rolgang:

          zie gaan.

Rollend gaan:

          zie gaan.

Rollen in vuil:

onze honden hebben vaak de nare gewoonte zich te wentelen in uitwerpselen of rottende vis. De mening is verbreid, dat dit een gevolg zou zijn van ondoelmatige voeding. Het is echter een slechte gewoonte, een ondeugd. Verder zullen er ongetwijfeld ook atavistische grondslagen voor zijn. 

Ronchi:

reutelgeruis in de longen, veroorzaakt door vocht of slijm. 

Röntgenstraling:

kortgolvige elektromagnetische straling, die wel door weefsel heendringt, maar niet door beenderen. Wordt gebruikt voor het maken van röntgenfoto's.

Sommige lichaamsweefsels, zoals botten, absorberen röntgenstralen en verschijnen daarom slechts licht op röntgenfoto's, terwijl andere weefsels röntgenstralen doorlaten en daardoor donker op de röntgenfoto's verschijnen. 

Zie ook CT-scan en MRI-scan.

Roofvogeloog:

intensief gele iris bij een felle expressie.

Roos:

heeft een hond zelden last van. Is dit wel het geval, dan is de mijt Cheyletiella Yasguri vermoedelijk de veroorzaker. Soms in nesten een probleem en als kennelinfectie (zeer hardnekkig). Bestrijding door wassen met een goed antiparasiticum.

Zie ook huidschilfers en seborrhoe.

Roquet:

een bastaard van een Dog en een windhond.

Rotatie:

          draaiing.

Rotatiegewricht:

          draaigewricht.

Rozenoor:

oor, dat naar achteren gevouwen neerhangt (bijv. Engelse Bulldog).

Rozijn:

zie wetenswaardigheden.

Rubor:

roodheid van huid of slijmvliezen, een kenmerkend verschijnsel van ontsteking. 

Ructus:

oprisping van gassen, boer. 

Rudimentair:

onontwikkeld. 

Rugganger:

dier, dat met soepel gehouden rug loopt.

Ruggenmerg:

in een dwarsdoorsnede van het ruggenmerg kan men in het centrum een wat donker gekleurde middenstof onderscheiden binnen een licht gekleurde massa. Helemaal centraal is het centrale kanaal te onderscheiden, dat gevuld is met hersenvocht.

De middenstof, de grijze massa, heeft enigszins de vorm van een vlinder. Hier liggen zenuwcellen, die van elkaar gescheiden worden door gliacellen. Het licht gekleurde deel noemen we de witte massa, welke bestaat uit zenuwcellen, die door Schwannse cellen zijn omgeven.

Min of meer ter hoogte van de bovenste hoorns van de grijze massa liggen links en rechts naast het ruggemerg de sensibele ganglia. Deze ganglia bevatten de cellichamen van de sensibele zenuwen, die de berichtgeving vanuit het lichaam naar het ruggenmerg verzorgen. Na passage van de ganglia komen de zenuwimpulsen het ruggenmerg binnen in de bovenste hoorns van de grijze massa.

Vanaf dit moment blijkt de verbindende functie van het ruggenmerg. De impulsen worden doorgeschakeld naar zenuwvezels, die als opstijgende banen in de witte massa liggen naast de bovenste hoorns van de grijze massa. Via deze opstijgende banen worden de impulsen naar de grote hersenen geleid. Afdalende banen in de witte massa naast de onderste hoorns van de grijze massa brengen impulsen vanuit de hersenen naar de verschillende delen van het ruggenmerg, waar overschakeling plaatsvindt naar de motorische zenuwen. Motorische zenuwen, waarvan de cellichamen in de onderste hoorns van de grijze massa liggen, verzorgen het transport van zenuwimpulsen vanuit het ruggenmerg naar de diverse delen van het lichaam.

Het ruggenmerg is segmentsgewijs opgebouwd. Ieder segment verzorgt de prikkelgeleiding van en naar een bepaald deel van het lichaam. Beschadiging van een segment, bijv. een beschadiging van de afdalende banen in dat segment, heeft gevolgen voor de achterliggende segmenten: hier kunnen via de afdalende banen geen prikkels meer binnenkomen. Als gevolg hiervan krijgen ook bepaalde spieren geen impulsen meer en raken verlamd (denk aan een dwarslaesie bij de mens).

Aanvankelijk ligt elk segment van het ruggenmerg ter hoogte van de overeenkomende wervel, maar bij de uitgroei van het ruggenmerg binnen de wervelbogen groeien de beenderen sneller en langer door dan het ruggenmerg. Vooral aan het uiteinde van het ruggenmerg is dit groeiverschil te merken: de laatste ruggenmergsegmenten zijn t.o.v. de bijbehorende wervels circa 4 à 5 posities naar voren opgeschoven. Maar terwijl het ruggenmerg korter is dan de wervelkolom, blijken de uittredende zenuwen de wervelkolom nog steeds te verlaten bij de bijpassende wervel. Het laatste deel van de ruggenmergholte is dan ook behoorlijk opgevuld met een kabel van zenuwvezels, die 2 aan 2 bij iedere volgende wervel het lichaam binnentreden. Deze bundel zenuwvezels noemen we de paardestaart.

In het ruggenmerg spelen zich ook reflexen af. Bij een reflex ziet men in het ruggenmerg een directe overschakeling van een sensibele zenuw op een motorische zenuw. Het hogere deel van het centraal zenuwstelsel wordt pas achteraf via de opstijgende banen in kennis gesteld van de binnenkomende sensibele zenuwprikkel en de uitgaande motorische prikkel. De hersenen kunnen deze reflexen niet beïnvloeden.

Reflexen, zoals de kniepeesreflex, zijn belangrijk als verdedigingsmiddel van het lichaam.

Zie ook zenuwstelsel.

Ruggenwervel:

zie wetenswaardigheden.

Rui, Ruien:

          is verlies van de vacht. Zie verharen.

Ruighaar:

          zie ruwhaar en vacht.

Ruim gaan:

          zie gaan.

Ruptuur:

          breuk, verscheuring.

Ruwhaar, ruwharig:

een bovenvacht van stugge, lichtgegolfde haren met wollige vettige ondervacht. Zie vacht.             

Ruwvezel:

zijn de onverteerbare koolhydraten (en eiwitten), die ondanks hun onverteerbaarheid toch in het voedsel van onze hond aanwezig moeten zijn, omdat zij de peristaltiek van de darm beïnvloeden.

R.v.B.:

          zie Raad van Beheer.

                                                                                                                                  Naar de 17e pagina met kynologische uitdrukkingen.

Terug naar 'Kynotermen'.

© Copyright by Yvonne Soomers-Marell

Menu-knop.