Menu-knop.

 

Alfabetische lijst van Nederlandse en buitenlandse 

kynologische & medische termen en uitdrukkingen

 

O

 

Obedience:

in het verlengde van Gedrag- en Gehoorzaamheidsoefeningen kent men sinds 1994 de Obedience naar analogie van hetgeen de Engelsen met hun honden uitvoeren. Het is een echte hondensport geworden.

O-benen:

zie jonge dieren.

O-benig:

            achterbenen vormen een O.

Obstipatie:

            zie constipatie en verstoppingen.

Obstructie:

            afsluiting, verstopping van een kanaal.

Occiput:

uitsteeksel van het Os occipitale (achterhoofdsbeen); zie jachtknobbel.

Occlusie:

is het op elkaar sluiten van tanden en kiezen in ruststand.

OCD:

Osteochondritis dissecans, een ernstige vorm van osteochondrose van gewrichtskraakbeen, waarbij een losse kraakbeenflap (disc), botveranderingen en een overvuld en pijnlijk gewricht worden waargenomen. 

OCD treedt op in het schouder-, elleboog-, knie- en/of hakgewricht, veelal beiderzijds.

OCD komt voor bij honden van ongeveer een halfjaar oud van de middelgrote en grote rassen, en wordt meer bij reuen dan bij teven gevonden. 

Operatief is de aandoening goed te verhelpen, mits dit op tijd gebeurt. Onbehandelde OCD leidt tot artrose. Met dieren die OCD gehad hebben moet niet gefokt worden.

Oculus:

            oog.

Oedeem:

abnormale ophoping van vocht, onderhuidse vochtophoping, waterzucht.

Oerdrift:

het doen en laten berust op instinctmatige drift. Instinct wordt beschouwd als een reflex en men onderscheidt de spontane reflexen of oerreflexen en de voorwaardelijke reflexen, die zich ontwikkelen onder invloed van buiten. 

Oesofagitis, Oesophagitis:

            ontsteking van de slokdarmwand (oesofagus = slokdarm). Zie slokdarm.

Oestrisch:

            betrekking hebbend op de voortplantingscyclus.

Oestrogenen:

vrouwelijk geslachtshormoon (follikelhormoon), aangemaakt vanaf een leeftijd van (gemiddeld) ongeveer 9 maanden. De hond is dan geslachtsrijp. Oestrogenen regelen de rijping van de eicel, wat leidt tot een ovulatie. Daarnaast zorgt het oestrogeen ervoor, dat de baarmoederwand zich gaat veranderen. 

Zie voor meer info: pro-oestrus en bloedonderzoek.  

Oestrus:

of bronst. De oestrus is het tweede gedeelte van de loopsheid, volgend op de pro-oestrus, m.a.w. een periode uit de ovulatiecyclus.

Het duurt zo'n 9 dagen en wordt gekenmerkt door de welwillendheid van de teef om zich te laten dekken.

In de oestrusperiode zijn de follikels gerijpt en zijn de concentraties oestrogenen op hun hoogtepunt gekomen. Juist op dat tijdstip barsten de follikels open en worden de eicellen naar buiten geslingerd. Dit verschijnsel, de ovulatie, is het kenmerk van de bronst of oestrus. Opmerkelijk bij honden is, dat reeds enkele uren voor de ovulatie de follikelcellen het progesteron gaan vormen. Bij andere diersoorten is het progesteron een typisch product van het gele lichaam.

De ovulatie hangt niet helemaal alleen af van de concentraties van oestrogenen. Soms vindt er wel ovulatie plaats, maar is de concentratie oestrogeen zo laag, dat alle verschijnselen van pro-oestrus en oestrus door de eigenaar onopgemerkt blijven. We spreken dan van een 'stille bronst'.

De oestrus kenmerkt zich uitwendig door verminderde bloedingen. De bloedvaatjes zijn geconsolideerd en springen niet zo snel kapot. Wel blijft er een geringe uitvloeiing bestaan, maar die wordt eerst roserood van kleur en vervolgens steeds helderder.

De totale duur van de oestrus (en di-oestrus) beloopt gemiddeld zo'n 9 dagen.

Wat gebeurt er nu in de oestrus?

Eicellen hebben slechts een beperkte levensduur. De natuur is ingesteld op het voortbrengen van nakomelingen en juist in deze fase van de cyclus zal het vrouwelijke dier het mannelijke dier tot dekking toelaten.

Bij teven en andere multipare diersoorten worden enkele tientallen eicellen gerijpt, die gedurende enkele opeenvolgende dagen kunnen vrijkomen. Fokkers maken daarvan wel gebruik door de teef met een tussenpoos van 2 dagen te laten dekken. Dekkingen door verschillende reuen kunnen verschillende nakomelingen opleveren!

Gemiddeld komen bij de hond 10 tot 30 eicellen in de pro-oestrus tot rijping. Bij een dekking kunnen ze in principe ook allemaal worden bevrucht, maar ze zullen lang niet allemaal tot een pup leiden. Sommige kiemcellen komen niet eens tot hun eerste deling, andere sterven reeds af voor ze zich in de baarmoederwand kunnen nestelen.

Het achtergebleven restant van de follikel wordt door de ingroei van omliggende cellen omgebouwd tot het gele lichaam. Bij de meeste diersoorten zorgen pigmentcellen voor een duidelijk gele kleur. Sommige handboeken melden, dat de periode waarin het gele lichaam wordt gevormd, moet worden aangeduid met di-oestrus.

Het gele lichaam (corpus luteum) gaat onder invloed van het LH het progesteron produceren, waarmee de volgende fase van de cyclus, de met-oestrus, start.         

Oftalmie:

            oogontsteking. Zie oog.

Oftalmorragie:

            bloeduitstorting in het oog.

Oftalmoscopie:

            zie funduscopie.

Olie verwijderen:

            zie teer verwijderen.

Olifantshuid:

            zie acanthosis nigricans.

Oligurie, oliguria:

verminderde uitscheiding van urine.

Zie ook anurie, polyurie, uremie en urineonderzoek.

Omega 3 en omega 6:

de Omega 3 vetzurengroep:

• Linoleenzuur (LNA)

• Alfa linoleenzuur (ALA)

• Eicosapentaeenzuur (EPA)

• Docasahexaeenzuur (DHA DPA)

De Omega 6 vetzurengroep:

• Linolzuur (LA)

• Arachidonzuur (AA)

• Gamma linolzuur (GLA)

• Dihomogamma linolzuur (DGLA)

Naast deze omega-3, en -6 vetzuren bestaan er nog veel meer vetzuren (omega-4, 5, 7, 8, 9 etc), maar deze kunnen door het lichaam zelf aangemaakt worden en zijn dus niet essentieel.

Zie voor meer info: vetten.

Omentum:

            vetrijk vlies, dat dunne darm, maag en lever bedekt.

Omfalitis:

            navelontsteking.

Omfalocele:

            navelbreuk.

Omgang Hond (OH):

is een cursus van O&O, met als doel: 

als instructeur rust er een verantwoordelijke taak op je schouders. Door foute adviezen kun je de relatie tussen een geleider en zijn hond enorm onder druk zetten, met alle gevaren van dien. Maar door je te verdiepen in het wezen van de hond, de recente wetenschappelijke kennis over hoe honden leren en communiceren en wat de betekenis hiervan is voor een prettige baas-hondrelatie, kun je een wezenlijke bijdrage leveren aan het welslagen van een goede opvoeding, de juiste gezagsrelatie en het probleemloos functioneren van honden in gezin en maatschappij. 

De cursus leidt instructeurs op in het vormgeven en uitvoeren van opvoedingscursussen aan hondeneigenaren. Om iedere combinatie zo goed mogelijk tot zijn recht te laten komen, moet de instructeur zijn aanpak en methoden telkens opnieuw aanpassen aan de individuele cursist. De cursus geeft de instructeur een breed arsenaal aan methoden en inzichten mee, waardoor een goede basis ontstaat voor het op een verantwoorde en veilige manier lesgeven aan een grote diversiteit aan honden en eigenaren. Tevens wordt in deze cursus de basis gelegd voor het lesgeven in de praktijk in het algemeen.
De theorie uit de cursus
Algemene Vorming wordt tijdens Omgang Hond in praktijk gebracht. Allerhande basisoefeningen die nodig zijn voor het prettig functioneren van de hond in onze maatschappij, komen in al hun variaties aan de orde, evenals de toepassing hiervan in de dagelijkse praktijk. De wetenschappelijke fundering voor deze aanpak wordt gehaald uit de meest recente kennis over leerprincipes. De interactie tussen geleider en hond en de gewenste gezagsrelatie tenslotte vormen telkens weer het uitgangspunt voor het handelen van de instructeur.

Omnivoor:

            alleseter; eet zowel plantaardig als dierlijk voedsel.

Oncologie:

leer, wetenschap van de (kwaadaardige) gezwellen; medisch specialisme dat zich bezighoudt met de diagnostiek en de therapie van (kwaadaardige) gezwellen. 

Voor uitgebreide info over kanker: zie wetenswaardigheden.

Onderbijter, onderbeet:

            zie ondervoorbijter.

Onderborst:

onderbelijning van de borst, die overgaat in de buiklijn. In rasstandaards vindt u deze term terug.

Onderdanigheid:

            zie submissie.

Ondergeschoven staan:

de achterbenen staan onder het lichaam, waarbij de voet juist voor de loodlijn staat, die men kan trekken vanuit het heupgewricht (bijv. Italiaans Windhondje).

Onderhaar (ondervacht, onderwol):

korte, vettige wollen haren, die direct tegen de huid liggen; beschermt tegen kou en vocht. Zie vacht.

Onderkoeling:

verlaging van de temperatuur in het midden van het lichaam. Honden raken niet snel onderkoeld. Maar na een te lange zwempartij in erg koud water of langdurig met zijn buik in de sneeuw liggen, kan het toch gebeuren. Zeker als uw hond geen dikke vacht heeft.

De symptomen van onderkoeling zijn niet zo duidelijk. Uw hond kan gaan rillen, maar dat hoeft niet. Dus neem het zekere voor het onzekere. Wrijf hem zo snel mogelijk droog met een handdoek als u die hebt en gebruik anders een kledingstuk van uzelf. U hebt toch een jas aan. Wikkel hem ergens in om hem warm te houden en neem zo snel mogelijk zijn temperatuur op. Is deze lager dan 37ºC, ga dan zo snel mogelijk naar een dierenarts. Is de temperatuur 37º, houd uw hond dan warm door hem in een deken te wikkelen, maar leg hem niet bij de verwarming. Als uw hond zich lijkt te herstellen, neem dan weer zijn temperatuur op.

Zie voor meer info wetenswaardigheden en hypothermie.

Ondervoorbijter:

ook onderbijter; de ondertanden staan bij gesloten mond voor de boventanden.

Ontlasting eten:

            zie coprofagie.

Ontwormen:

zie wormen.

Ontwrichting:

verschuiving van het bot uit zijn gewricht. De symptomen zijn: pijn en zwelling, minder goed kunnen bewegen en verlamming. Deze symptomen gaan vaak gepaard met een shock

De oorzaken van een ontwrichting kunnen zijn: een ernstige val, een verkeersongeluk, een vechtpartij en zelfs een gewone sprong. In sommige gevallen, vooral bij ontwrichting van de heup (zie ook HD), gaat het om een erfelijke oorzaak.

Een ontwrichting kan compleet (luxatie) of gedeeltelijk (subluxatie) optreden. 

Zie ook wetenswaardigheden

Onvolkomen dominant:

2 eigenschappen die beiden tot uiting komen, bijv. gestroomd én een masker.            

Onvruchtbaarheid:

komt voor bij zowel de reu als bij de teef. Er zijn inwendige oorzaken (afwijkingen aan zaadballen, bijballen, prostaat of zaadblazen, eierstok of baarmoeder) en uitwendige (ziekte, voeding, gebrek aan vitamine E). 

Onvruchtbaarheid zonder aanwijsbare oorzaak is een indicatie voor verlies aan fertiliteit.

Onweer:

honden merken vaak ver van tevoren (door een veranderend statisch elektrisch veld) dat er een onweersbui in aantocht is. Een hond kan wel schrikken, maar bang zijn voor iets leert hij. 

Lees de tips bij vuurwerk.

Onwillekeurige spieren:

deze spieren werken meer of minder autonoom. Ze zijn meestal glad van opbouw, zoals o.a. de maag en darmen, blaas en baarmoeder. Ook de slokdarm, hoewel dwarsgestreept, is een onwillekeurige spier, evenals het hart.

Zie voor meer info: spieren.

Onzuivere brand:

            zie roest.

O&O:

Nederlandse Vereniging voor Instructeurs in Hondenopvoeding en -opleiding. Opgericht 8-3-1980 en aangesloten bij de Raad van Beheer. Een vereniging waar men terecht kan voor instructeursopleidingen en nascholing.

O&O verzorgt de volgende cursussen: Algemene Vorming (AV), Omgang Hond (OH) met voorafgaande de Inleidende Dag (ID), Puppy-instructie en diverse workshops.             

Oöcyste:

zie toxoplasma.

Oöcyt:

            onbevruchte eicel.

Oogspiegelen:

            zie funduscopie.

Oog:

als we van buiten naar binnen een doorsnede van het oog maken, komen we tegen: a) het hoornvlies als beschermingsvenster, b) de met kamerwater gevulde voorste oogkamer, die de oogdruk op niveau houdt, c) de iris met daarin de pupil, die zorgt voor de mate van lichtontvangst door het oog, d) de lens, die het licht zodanig breekt dat het op de juiste wijze op het netvlies valt en scherp gezien kan worden, e) het glasvocht, f) de retina ofwel het netvlies, waarin de staafjes en kegeltjes liggen die het kleurrijke zicht moeten vormen, en daarachter g) het vaatvlies.

Zie gezichtsvermogen, bindvliesontsteking (conjunctivitis), atresia van de traanpunten, openen van het oog (zien), ulcus corneae (hoornvlieszweer), scleritis, keratitis, KCS, blepharitis, uveïtis, microftalmie, trachoom, cherry eye, iris, netvlies, hoornvlies, vaatvlies, pupil, cataract, glaucoom, ectropion, entropion, glasoog, PRA, PHTVL/PHPV, CEA, goniodysplasie, gonioscopie, Membrana Pupillaris Persistens (MPP), Retina Dysplasie (RD), ERG, distichiasis, Ectopische Cilie, lensluxatie, luxatio bulbi, funduscopie, tonometrie, Horners Syndroom, voorwerp in het oog, wetenswaardigheden en het oogonderzoek (hieronder).

Oogonderzoek:

Als u voor een oogonderzoek gaat (bij speciale dierenartsen), neemt u behalve uw hond ook de stamboom mee.

Om het gehele oog goed te kunnen bekijken worden oogdruppels toegediend waardoor de pupil open gaat staan. De druppels werken na ongeveer 20 minuten, de pupil blijft daarna circa 4 uur wijd. De hond wordt in een verduisterde ruimte bekeken. Vóór het onderzoek wordt het "rapport oogonderzoek" ingevuld en ondertekend door de eigenaar/houder, waarmee deze toestemming geeft om de uitslag door te geven aan de W.K. Hirschfeldstichting. De Stichting geeft de uitslag door aan de Rasvereniging als er een overeenkomst tussen deze twee partijen is. Ook wordt voor het onderzoek de identificatie (tatoeage of chip/transponder) van de hond gecontroleerd. 
Het oogonderzoek gebeurt zonder enige sedatie en is beslist niet pijnlijk. 
De uitslag is gelijk bekend en wordt op het "rapport oogonderzoek" vermeld. 

De volgende uitslagen komen bij officiële oogonderzoeken voor:

Vrij: de hond vertoont zelf geen verschijnselen van de aangegeven erfelijke oogziekte. Let op, dit betekent niet dat de hond de afwijking niet kan doorgeven aan zijn nakomelingen. Hij kan een drager zijn. Ook is het niet uit te sluiten, dat het dier de afwijking later alsnog kan krijgen.

Voorlopig vrij: betekent dat de hond momenteel geen verschijnselen vertoont. De verklaring is slechts 1 jaar geldig. Als de ziekte zich na een bepaalde leeftijd nog niet heeft geopenbaard, is de hond vrij.

Twijfelgeval: de hond vertoont zeer geringe afwijkingen, die mogelijk wijzen op andere aangeboren ziekten.

Voorlopig niet vrij: de hond vertoont geringe afwijkingen, doch het is nog niet zeker of de hond de ziekte ook werkelijk heeft. Voortschrijden van het proces moet dit bevestigen. Meestal wordt na een half jaar de hond opnieuw beoordeeld.

Niet vrij: de hond vertoont afwijkingen, die passen bij het ziektebeeld. 

Zie ook gonioscopie en tonometrie.

Voor ooginfecties en andere oogziekten en/of onderzoeken aan het oog: zie hierboven.

Oogontsteking:

oftalmie. Voor de verschillende soorten ontstekingen: zie oog.

Oog uit de kas:

            zie luxatio bulbi.

Oogstmijt:

trombidiose (trombidiosis) is een zeer heftig jeukende huidaandoening, die veroorzaakt wordt door de oogstmijt, de larve van Neotrombicula autumnalis. Dit diertje van slechts een kwart millimeter is in Nederland actief van juli tot ongeveer oktober. Ze komen vooral voor in de klei- en lössgronden, in Limburg, Zeeland, Midden Nederland en Groningen. 

De symptomen van deze huidaandoening zijn: hevige jeuk en oude jeukplekken gaan bij nieuwe steken opnieuw jeuken. Het is niet dodelijk.

De oogstmijt voelt zich thuis in ruig terrein al waar zij in de strooisellaag op een passende gastheer wacht om haar levenscyclus te kunnen afronden. Helaas kiest zij daarbij, in plaats van muizen of vogels, ook wel eens mensen en honden. Dit kan bij de mens leiden tot zeer heftig jeukende bulten aan de randen van de kleding en daar waar deze strak zit (hals, broekrand, oksel etc). De jeuk blijft vaak langer dan een week ondraaglijk. Bij de hond zien we dat hij vaak aan zijn poten likt; let er goed op, dat er zich geen ontsteking gaat vormen (jeuk betekent krabben, likken, bijten, en dus misschien een ontsteking).

Preventie is mogelijk door vervanging van de toplaag van de bodem door min. 50 cm. kalkloos zand, maar u kunt natuurlijk gebieden, waarvan bekend is dat er oogstmijt voorkomt, vermijden. Op vaak en kort gemaaid gras wordt weinig overlast ondervonden. 

Er wordt i.p.v. over oogstmijt ook wel eens over grasmijt of hooimijt gesproken. 

Oor:

aan het gehoororgaan kunnen we 3 delen onderscheiden, nl. het uitwendige oor, het middenoor en het inwendige oor.

Zie ook openen van het oor (horen), oorontsteking, wondjes aan de oorflap, gehoor, wetenswaardigheden 3, wetenswaardigheden 14, cochleaire doofheid (incl. bouw van het oor), Zepp en TECA.

Oorbellen:

zwarte haarpunten aan lange en hoog ingeplante oorharen (bijv. Kooikerhond).

Oorflap, wondjes aan de ~:

of krassen of scheurtjes in de oorflap. Elke wond aan het oor, ongeacht hoe klein, zal flink bloeden. Zelfs al doet de wond de hond niet echt pijn, dan nog zal hij, doordat het bloed in zijn oor loopt en hem irriteert, met zijn kop schudden en aan zijn oor krabben.

Wondjes aan de oorflap ontstaan vaak tijdens vechtpartijen, of als de hond zich verwondt aan prikkeldraad.

Maak de wondjes schoon met een zoutoplossing (1 eetlepel tafelzout op een halve liter handwarm water), zodat u kunt zien in hoeverre de oorflap beschadigd is. Is het een flinke wond, dan moet de dierenarts die hechten. Wanneer de wondjes klein zijn en ze eenmaal met een zoutoplossing zijn gereinigd, kunt u er een antiseptische zalf, crème of poeder op doen. Als de wond gaat ontsteken, moet u naar de dierenarts.

Om de oorflap op zijn plaats te houden kunt u een been van een panty afknippen en die, nadat u iets zachts rond de gewonde oorflap hebt gelegd, over de kop binden, zodanig dat het oor plat tegen de kop ligt. Lukt dit niet, dan kunt u het oor ook met zorgvuldig aangebracht verband plat tegen de kop houden.

Oorhematoom:

            zie bloedoor.

Oormijt (Otodectes cynotis):

parasieten, die veel bij honden voorkomen. 

Symptomen zijn voortdurend aan de oren krabben en de kop schudden. Een opeenhoping van oorsmeer in de oren, met zwarte puntjes, is een teken dat een hond oormijt kan hebben. De zwarte puntjes zijn waarschijnlijk opgedroogd bloed. 

Oormijten zijn meestal wit of kleurloos, en zijn niet zichtbaar voor het blote oog. Oormijt is besmettelijk, dus behandel alle dieren waarmee de besmette hond in aanraking is geweest. 

Zie ook otodectus, advocate® en wetenswaardigheden.  

Oorontsteking (Otitis):

ontsteking van de huid aan de binnenkant van het oor. Dit is een van de meest voorkomende klachten, waarmee men naar de dierenarts gaat. Het kan voorkomen in een of in allebei de oren. 

De symptomen van deze 'oorpijn' zijn: afscheiding of vieze geur uit het oor, veel krabben en met de kop schudden, rood worden van de binnenkant van de oorflap en/of de gehooropening. Het kan zijn, dat de hond bijt als hij bij zijn oor wordt aangeraakt. 

Normaal gesproken wordt er in het oor precies evenveel smeer aangemaakt als er op natuurlijke manier verloren gaat; dit laatste geschiedt vooral door verdamping van vocht uit het smeer. Wanneer de oren niet goed kunnen ventileren, ontstaan er problemen, zoals bij honden met grote afhangende oren (Spaniels, Retrievers, Setters). De flappen voorkomen vochtverlies, zodat het smeer zich ophoopt. Deze overtollige hoeveelheid zorgt voor irritatie, en het oor produceert dan nog meer smeer. Onder deze omstandigheden kunnen anders onschadelijke schimmels en bacteriën welig tieren, waardoor de huid in het oor geïrriteerd raakt. 

Oorontsteking kan ook ontstaan, wanneer de hond sterk behaarde binnenoren heeft. Oormijt, huidproblemen of iets in het oor wat er niet in hoort kunnen ook oorontsteking veroorzaken. Zie ook wetenswaardigheden.  

Openen van de ogen:

bij de geboorte zijn de oogleden van de pup nog met elkaar verkleefd. Het tussenliggende weefsel verdwijnt langzaam. De oogleden gaan tussen de 9e en de 12e dag na de geboorte 'open'. De pup kan pas echt zien als hij 18 dagen oud is. 

Openen van de oren:

gebeurt pas op ongeveer de 19e dag. Na de geboorte zijn de zintuigen nog nauwelijks ontwikkeld en functioneren nog niet.

Open gehemelte:

het dak van de mondholte is niet samengegroeid. De symptomen zijn: niet kunnen drinken en het terugvloeien van de melk uit de neusholte. Er is geen therapie. 

De oorzaak is genetisch, maar soms het gevolg van het gebruik van bepaalde geneesmiddelen tijdens de dracht (bijv. Trimethoprim-sulfa). 

Openklas:

1) een klasse op een tentoonstelling voor honden die de leeftijd van 15 maanden hebben bereikt; 

2) een klasse op een clubmatch voor honden die de leeftijd van 15 maanden of - indien de jonge-hondenklas is opengesteld - de leeftijd van 24 maanden hebben bereikt; 

3) een klasse op een kampioenschapsclubmatch voor honden die de leeftijd van 24 maanden hebben bereikt.

Open oog:

de oogleden zijn niet (aan)gesloten, d.w.z. het onderooglid zakt uit en is te lang. Dit heet ectropion

Open oor:

            de gehoorgang wordt niet bedekt door de oorschelp.

Open vacht:

            de bovenbeharing (bovenvacht) vormt niet een gesloten dek. Zie vacht.

Operante conditionering:

            zie conditionering.

Opgezette buik:

een hond met een opgezette buik, die steeds probeert te braken, hoewel er niets komt, kan aan een ernstige aandoening lijden (maagtorsie). Dit komt vooral voor bij rassen met een brede diepe borst. 

Ga onmiddellijk naar de dierenarts, anders overlijdt de hond.

Opmaken:

trimmen, mooi maken.

Opticus:

            het zien betreffend.

Optillen:

de hond nooit bij het nekvel of de voorpoten optillen. Wel bijv. met een vlak gehouden hand onder de borst en de andere hand onder de achterpoten.

Oraal:

            de mond (bek) betreffend, via de bek.

Orange belton:

            zie belton.

Orchis:

            testikel, zaadbal.

Orchitis:

            ontsteking van de zaadbal.

Orgaan van Jacobson:

zie Jacobson.

Origo:

            bevestigingsplaats van een spier.

Orthopedie:

is de leer van de afwijkingen van het bewegingsapparaat.

Sinds eind 2007 is er ook voor honden bijv. een kunstpoot beschikbaar: zie hier.

Ortolani test:

geeft een indicatie van de stabiliteit van het heupgewricht. Met deze test onderzoekt de dierenarts of hij de heup van de hond in rugligging kan ontwrichten. Hij beweegt het dijbeen naar buiten en voelt of hoort dan een klik indien de heup is aangetast door HD.

De pup wordt meestal niet onder narcose gebracht en soms wordt het onder lichte anesthesie uitgevoerd.

Orweja:

is de afkorting van 'Organisatie Wedstrijdwezen Jachthonden'. Het Orweja Reglement Jachthondenproeven vindt u in het Rode boekje en overzicht wijzigingen.

Zie ook KNJV, Nimrod, MAP en jachthondenproeven.

Os:

            mond; bot, been.

Osmose:

            vermenging van twee vloeistoffen door een doordringbaar vlies.

Ossiculi:

            gehoorbeentjes.

Ossificatie:

            verbening (os = bot, been).

Osteoartritis:

            chronische ontsteking van bot en kraakbeen; zie artritis en degeneratieve gewrichtsaandoening.

Osteoartrose:

pathologische veranderingen in de botcellen van de gewrichten.

Osteochondritis dissecans:

            zie OCD.

Osteochondrose:

stoornis in de groei van de gewrichten; aandoening waarbij het kraakbeen zich abnormaal ontwikkelt.

Osteocyt:

            beencel.

Osteolyse:

            het oplossen van het beenweefsel.

Osteomalacie:

            beenverweking.

Osteomyelitis:

            ontsteking van het beenmerg en het botweefsel.

Osteoom, osteoma:

            goedaardig gezwel bestaande uit beenweefsel.

Osteoporose:

            ontkalking, wat botbreuk tot gevolg kan hebben.

Osteosarcoom:

is de meest voorkomende bottumor bij de hond. Klik hier voor meer info.

Osteotomie:

letterlijk het doorzagen of doorbeitelen van bot (os=bot, tomein=snijden).

Zie TPLO en TPO.

Ostium:

            opening, monding.

Othaematoom:

            bloedoor.

Otitis:

            oorontsteking.

Otitis externa:

            ontsteking van de uitwendige gehoorgang.

Otitis interna:

            ontsteking van de inwendige gehoorgang.

Otitis media:

            middenoorontsteking.

Otodectus (oorschurftmijt):

deze mijt leeft in de huid van de gehoorgang. Het oorsmeer wordt wat schilferig en droog. De besmetting kan verspreid worden door het schudden met de oren. Oorschurft kan verergerd worden, wanneer ook bacteriën gaan meedoen. Zie ook oormijt, advocate® en wetenswaardigheden.

Otoscoop:

een instrument om het oor van binnen te bekijken. Het heeft een kegelvormig uiteinde in diverse maten, zodat precies de juiste maat voor het gehoorkanaal gevonden kan worden. Er zitten een vergrootglas en een lampje aan. De dierenarts kan daarmee de binnenwand van het gehoorkanaal en het trommelvlies bekijken. 

Otoscopie:

m.b.v. een otoscoop het oor van binnen bekijken.

Zie ook endoscopie.

Otterstaart:

korte, rechte, dikke, zwaar behaarde en spits wigvormige staart (bijv. Labrador Retriever).

Oud en Nieuw voor uw hond:

            zie vuurwerk.

Oudere hond:

            zie wetenswaardigheden.

Outcross:

of uitteelt: je honden kruisen met in het geheel niet verwante dieren. Eigenlijk is dit een tegenhanger van inteelt.

Volkomen uitteelt is binnen een ras heel moeilijk, want er is altijd wel een gemeenschappelijke voorouder te vinden.

Outline:

het silhouet, de contour van de hond.

Ovariotomie, ovariectomie, ovariëctomie:

operatieve verwijdering van één of beide eierstokken (ovaria). Zie OVE.            

Ovariohysterectomie (OVH):

bij de teef worden de eierstokken én de baarmoeder verwijderd, m.a.w. een castratie.

Zie ook OVE.

Ovaritis

            ontsteking van de eierstok.

Ovarium (meerv. ovaria):

eierstok. Vrouwelijke geslachtsklier. Er zijn er twee van, ze hebben de grootte van een pinda en ze liggen in de buikholte vlak achter de nieren. De ovaria produceren alleen eicellen gedurende de foetale ontwikkeling. Na de geboorte van het dier liggen er zo'n 400.000 eicellen in beide eierstokken, die tijdens de rest van het leven van het dier niet meer worden aangevuld: er gaan alleen maar eicellen verloren.            

OVE:

ovarioectomie: bij de teef worden de eierstokken verwijderd en de baarmoeder blijft zitten.

Het is dus iets anders dan een ovariohysterctomie, waarbij én de eierstokken én de baarmoeder verwijderd worden. Maar in beide gevallen worden de eierstokken verwijderd en dus inbreuk gedaan op de hormoonhuishouding. Als de baarmoeder gezond is, kan die ook rustig blijven zitten. Door de verwijdering van de eierstokken staat de baarmoeder niet meer onder hormonale invloed en zal daardoor ook geen problemen geven in de toekomst. Als de baarmoeder afwijkend is moet deze natuurlijk wel verwijderd worden. In de praktijk zal het erop neer komen, dat op jongere leeftijd veelal een ovarioectomie wordt uitgevoerd, op oudere leeftijd een ovariohysterectomie.

De ovarioectomie is mogelijk een iets minder ingrijpende operatie. Het is niet zo, dat de gevreesde urine-incontinentie meer voorkomt na een ovariohysterectomie dan na een ovarioectomie. De urine-incontinentie na een ovario(hyster)ectomie wordt veroorzaakt door de storing in de hormoonhuishouding.

Voordelen zijn: niet meer loops worden, verlaging van het risico op tumoren van de melkklieren, voorkomen van een baarmoederontsteking, voorkomen van suikerziekte en schijndracht.
Nadelen zijn: de ingreep is onomkeerbaar, gewichtstoename, urine-incontinentie, verandering van de vachtstructuur, verandering van gedrag en bewegingsstoornissen.

Gewichtstoename: na een castratie heeft een teef sneller de neiging te zwaar te worden. Een aanpassing van de voeding is in veel gevallen noodzakelijk en het is aan te raden om het gewicht van de hond na castratie regelmatig te (laten) controleren. De gewichtstoename wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door een verlaging van de schildklierfunctie. Door de gewichtstoename zullen arthroseprocessen versneld verergeren. En natuurlijk zijn er nog wel meer nadelen van overgewicht: huidklachten, problemen met narcose en operaties etc.

Vachtstructuurverandering: bij vooral langharige honden blijkt na castratie de vachtstructuur te kunnen veranderen. De vacht wordt dan dikker, krulleriger en moeilijker te onderhouden. Dit komt voor bij o.a. de cocker spaniel, afghaanse windhond en de newfoundlander. Vaak zien we ongeremd verharen het hele jaar door. Door vermindering van de vachtconditie treden er vaak secundaire allergieën op.