Menu-knop.

 

Alfabetische lijst van Nederlandse en buitenlandse 

kynologische & medische termen en uitdrukkingen

 

O

 

Obedience:

in het verlengde van Gedrag- en Gehoorzaamheidsoefeningen kent men sinds 1994 de Obedience naar analogie van hetgeen de Engelsen met hun honden uitvoeren. Het is een echte hondensport geworden.

Hoewel obedience overeenkomsten heeft met de G&G-sport heeft, zijn er ook duidelijke verschillen. Het is een wedstrijdsport waarin 6 verschillende klassen worden gehanteerd, van een oplopende moeilijkheidsgraad.

O-benen:

zie jonge dieren.

O-benig:

          achterbenen vormen een O.

Observeren:

bij observatie van het gedrag van honden wordt het gedrag dat de hond laat zien in losse gedragselementen en houdingen genoteerd alvorens het gedrag wordt geïnterpreteerd. Van observatie wordt binnen de gedragskeuringen gebruikgemaakt.

Zie ook lichaamstaal, dominantie, rangorde, pootje optillen, hondentaal en houding.

Obstipatie:

          zie constipatie en verstoppingen.

Obstructie:

          afsluiting, verstopping van een kanaal.

Occiput:

uitsteeksel van het Os occipitale (achterhoofdsbeen); zie jachtknobbel.

Occlusie:

is het op elkaar sluiten van tanden en kiezen in ruststand.

OCD:

Osteochondritis dissecans, een ernstige vorm van osteochondrose van gewrichtskraakbeen, waarbij een losse kraakbeenflap (disc), botveranderingen en een overvuld en pijnlijk gewricht worden waargenomen. 

OCD treedt op in het schouder-, elleboog-, knie- en/of hakgewricht, veelal beiderzijds.

OCD komt voor bij honden van ongeveer een halfjaar oud van de middelgrote en grote rassen, en wordt meer bij reuen dan bij teven gevonden. 

Operatief is de aandoening goed te verhelpen, mits dit op tijd gebeurt. Onbehandelde OCD leidt tot artrose. Met dieren die OCD gehad hebben moet niet gefokt worden.

Zie ook stamceltherapie.

Oculus:

          oog.

Oedeem:

abnormale ophoping van vocht, onderhuidse vochtophoping, waterzucht.

Oekraïne, Berghond van de ~:

type Berghond met langbehaarde snuit. Lijkt veel op de Komondor.

Oerdrift:

het doen en laten berust op instinctmatige drift. Instinct wordt beschouwd als een reflex en men onderscheidt de spontane reflexen of oerreflexen en de voorwaardelijke reflexen, die zich ontwikkelen onder invloed van buiten. 

Oertype jachthonden:

groepsbenaming voor een aantal hondenrassen, waaronder de Cirneco dell'Etna en de Podenco Ibicenco. Gezamenlijke kenmerken van deze Windhonden met eigenschappen van Brakken zijn de afwezigheid van de 'trunco curvato', de gebogen rug, en de ruime huid. Ze hebben staande oren en jagen met de neus laag, terwijl de echte Windhonden op het gezicht jagen.

Oesofagitis, Oesophagitis:

          ontsteking van de slokdarmwand (oesofagus = slokdarm). Zie slokdarm.

Oestrisch:

          betrekking hebbend op de voortplantingscyclus.

Oestrogenen:

vrouwelijk geslachtshormoon (follikelhormoon), aangemaakt vanaf een leeftijd van (gemiddeld) ongeveer 9 maanden. De hond is dan geslachtsrijp. Oestrogenen regelen de rijping van de eicel, wat leidt tot een ovulatie. Daarnaast zorgt het oestrogeen ervoor, dat de baarmoederwand zich gaat veranderen. 

Zie voor meer info: pro-oestrus en bloedonderzoek.  

Oestrus:

of bronst. De oestrus is het tweede gedeelte van de loopsheid, volgend op de pro-oestrus, m.a.w. een periode uit de ovulatiecyclus.

Het duurt zo'n 9 dagen en wordt gekenmerkt door de welwillendheid van de teef om zich te laten dekken.

In de oestrusperiode zijn de follikels gerijpt en zijn de concentraties oestrogenen op hun hoogtepunt gekomen. Juist op dat tijdstip barsten de follikels open en worden de eicellen naar buiten geslingerd. Dit verschijnsel, de ovulatie, is het kenmerk van de bronst of oestrus. Opmerkelijk bij honden is, dat reeds enkele uren voor de ovulatie de follikelcellen het progesteron gaan vormen. Bij andere diersoorten is het progesteron een typisch product van het gele lichaam.

De ovulatie hangt niet helemaal alleen af van de concentraties van oestrogenen. Soms vindt er wel ovulatie plaats, maar is de concentratie oestrogeen zo laag, dat alle verschijnselen van pro-oestrus en oestrus door de eigenaar onopgemerkt blijven. We spreken dan van een 'stille bronst'.

De oestrus kenmerkt zich uitwendig door verminderde bloedingen. De bloedvaatjes zijn geconsolideerd en springen niet zo snel kapot. Wel blijft er een geringe uitvloeiing bestaan, maar die wordt eerst roserood van kleur en vervolgens steeds helderder.

De totale duur van de oestrus (en di-oestrus) beloopt gemiddeld zo'n 9 dagen.

Wat gebeurt er nu in de oestrus?

Eicellen hebben slechts een beperkte levensduur. De natuur is ingesteld op het voortbrengen van nakomelingen en juist in deze fase van de cyclus zal het vrouwelijke dier het mannelijke dier tot dekking toelaten.

Bij teven en andere multipare diersoorten worden enkele tientallen eicellen gerijpt, die gedurende enkele opeenvolgende dagen kunnen vrijkomen. Fokkers maken daarvan wel gebruik door de teef met een tussenpoos van 2 dagen te laten dekken. Dekkingen door verschillende reuen kunnen verschillende nakomelingen opleveren!

Gemiddeld komen bij de hond 10 tot 30 eicellen in de pro-oestrus tot rijping. Bij een dekking kunnen ze in principe ook allemaal worden bevrucht, maar ze zullen lang niet allemaal tot een pup leiden. Sommige kiemcellen komen niet eens tot hun eerste deling, andere sterven reeds af voor ze zich in de baarmoederwand kunnen nestelen.

Het achtergebleven restant van de follikel wordt door de ingroei van omliggende cellen omgebouwd tot het gele lichaam. Bij de meeste diersoorten zorgen pigmentcellen voor een duidelijk gele kleur. Sommige handboeken melden, dat de periode waarin het gele lichaam wordt gevormd, moet worden aangeduid met di-oestrus.

Het gele lichaam (corpus luteum) gaat onder invloed van het LH het progesteron produceren, waarmee de volgende fase van de cyclus, de met-oestrus, start.         

Oftalmie:

          oogontsteking. Zie oog.

Oftalmorragie:

          bloeduitstorting in het oog.

Oftalmoscopie:

          zie funduscopie.

Old English Brokenhaired Black and Tan Terrier:

uit dit ras en de Engelse Witte Terriër zouden vrijwel alle terriërrassen zijn gefokt. Het is bijna legendarisch geworden. De Lakeland en Welsh Terriër, voor zover typisch en geen zwart-roestbruine Foxterriërs, bewaren zijn uiterlijk.

Olie verwijderen:

          zie teer verwijderen.

Olifantshuid:

          zie acanthosis nigricans.

Oligurie, oliguria:

verminderde uitscheiding van urine.

Zie ook anurie, polyurie, uremie en urineonderzoek.

Olper Bracke:

Duits brakkenras. Zie brakken.

Omega 3 en omega 6:

de Omega 3 vetzurengroep:

• Linoleenzuur (LNA)

• Alfa linoleenzuur (ALA)

• Eicosapentaeenzuur (EPA)

• Docasahexaeenzuur (DHA DPA)

De Omega 6 vetzurengroep:

• Linolzuur (LA)

• Arachidonzuur (AA)

• Gamma linolzuur (GLA)

• Dihomogamma linolzuur (DGLA)

Naast deze omega-3, en -6 vetzuren bestaan er nog veel meer vetzuren (omega-4, 5, 7, 8, 9 etc), maar deze kunnen door het lichaam zelf aangemaakt worden en zijn dus niet essentieel.

Zie voor meer info: vetten.

Omentum:

          vetrijk vlies, dat dunne darm, maag en lever bedekt.

Omfalitis:

          navelontsteking.

Omfalocele:

          navelbreuk.

Omgang Hond (OH):

is een cursus van O&O, met als doel: 

als instructeur rust er een verantwoordelijke taak op je schouders. Door foute adviezen kun je de relatie tussen een geleider en zijn hond enorm onder druk zetten, met alle gevaren van dien. Maar door je te verdiepen in het wezen van de hond, de recente wetenschappelijke kennis over hoe honden leren en communiceren en wat de betekenis hiervan is voor een prettige baas-hondrelatie, kun je een wezenlijke bijdrage leveren aan het welslagen van een goede opvoeding, de juiste gezagsrelatie en het probleemloos functioneren van honden in gezin en maatschappij. 

De cursus leidt instructeurs op in het vormgeven en uitvoeren van opvoedingscursussen aan hondeneigenaren. Om iedere combinatie zo goed mogelijk tot zijn recht te laten komen, moet de instructeur zijn aanpak en methoden telkens opnieuw aanpassen aan de individuele cursist. De cursus geeft de instructeur een breed arsenaal aan methoden en inzichten mee, waardoor een goede basis ontstaat voor het op een verantwoorde en veilige manier lesgeven aan een grote diversiteit aan honden en eigenaren. Tevens wordt in deze cursus de basis gelegd voor het lesgeven in de praktijk in het algemeen.
De theorie uit de cursus
Algemene Vorming wordt tijdens Omgang Hond in praktijk gebracht. Allerhande basisoefeningen die nodig zijn voor het prettig functioneren van de hond in onze maatschappij, komen in al hun variaties aan de orde, evenals de toepassing hiervan in de dagelijkse praktijk. De wetenschappelijke fundering voor deze aanpak wordt gehaald uit de meest recente kennis over leerprincipes. De interactie tussen geleider en hond en de gewenste gezagsrelatie tenslotte vormen telkens weer het uitgangspunt voor het handelen van de instructeur.

Omgericht gedrag:

zie redirectiegedrag.

Omnivoor:

          alleseter; eet zowel plantaardig als dierlijk voedsel.

Onceiro:

Fila Brasileiro.

Oncologie:

leer, wetenschap van de (kwaadaardige) gezwellen; medisch specialisme dat zich bezighoudt met de diagnostiek en de therapie van (kwaadaardige) gezwellen. 

Voor uitgebreide info over kanker: zie wetenswaardigheden.

Onderbijter, onderbeet:

          zie ondervoorbijter.

Onderborst:

onderbelijning van de borst, die overgaat in de buiklijn. In rasstandaards vindt u deze term terug.

Onderdanigheid:

          zie submissie.

Ondergeschoven staan:

de achterbenen staan onder het lichaam, waarbij de voet juist voor de loodlijn staat, die men kan trekken vanuit het heupgewricht (bijv. Italiaans Windhondje).

Onderhaar (ondervacht, onderwol):

korte, vettige wollen haren, die direct tegen de huid liggen; beschermt tegen kou en vocht. Zie vacht.

Onderkoeling:

verlaging van de temperatuur in het midden van het lichaam. Honden raken niet snel onderkoeld. Maar na een te lange zwempartij in erg koud water of langdurig met zijn buik in de sneeuw liggen, kan het toch gebeuren. Zeker als uw hond geen dikke vacht heeft.

De symptomen van onderkoeling zijn niet zo duidelijk. Uw hond kan gaan rillen, maar dat hoeft niet. Dus neem het zekere voor het onzekere. Wrijf hem zo snel mogelijk droog met een handdoek als u die hebt en gebruik anders een kledingstuk van uzelf. U hebt toch een jas aan. Wikkel hem ergens in om hem warm te houden en neem zo snel mogelijk zijn temperatuur op. Is deze lager dan 37ºC, ga dan zo snel mogelijk naar een dierenarts. Is de temperatuur 37º, houd uw hond dan warm door hem in een deken te wikkelen, maar leg hem niet bij de verwarming. Als uw hond zich lijkt te herstellen, neem dan weer zijn temperatuur op.

Zie voor meer info wetenswaardigheden en hypothermie.

Ondervoorbijter:

ook onderbijter; de ondertanden staan bij gesloten mond voor de boventanden.

Bij sommige rassen, o.a. bij Engelse Bulldoggen en Bordeaux Doggen, is het een kenmerk dat in de rasstandaard is opgenomen. Bij veel andere rassen en ook bij andere diersoorten is het een fout waartegen geselecteerd wordt.

Ontlasting eten:

          zie coprofagie.

Ontwormen:

zie wormen.

Ontwrichting:

verschuiving van het bot uit zijn gewricht. De symptomen zijn: pijn en zwelling, minder goed kunnen bewegen en verlamming. Deze symptomen gaan vaak gepaard met een shock

De oorzaken van een ontwrichting kunnen zijn: een ernstige val, een verkeersongeluk, een vechtpartij en zelfs een gewone sprong. In sommige gevallen, vooral bij ontwrichting van de heup (zie ook HD), gaat het om een erfelijke oorzaak.

Een ontwrichting kan compleet (luxatie) of gedeeltelijk (subluxatie) optreden. 

Zie ook wetenswaardigheden

Onvolkomen dominant:

2 eigenschappen die beiden tot uiting komen, bijv. gestroomd én een masker.            

Onvruchtbaarheid:

komt voor bij zowel de reu als bij de teef. Er zijn inwendige oorzaken (afwijkingen aan zaadballen, bijballen, prostaat of zaadblazen, eierstok of baarmoeder) en uitwendige (ziekte, voeding, gebrek aan vitamine E). 

Onvruchtbaarheid zonder aanwijsbare oorzaak is een indicatie voor verlies aan fertiliteit. Fertiliteit is een complexe zaak, die alle aan de voortplanting gerelateerde zaken omvat. Een vermindering van de fertiliteit is een maat voor de vitaliteit van een hond, maar ook van een ras.

Onweer:

honden merken vaak ver van tevoren (door een veranderend statisch elektrisch veld) dat er een onweersbui in aantocht is. Een hond kan wel schrikken, maar bang zijn voor iets leert hij.

Als een jonge pup voor het eerst een onweersbui meemaakt, zal hij sterk op de reacties van zijn omgeving letten, want imitatiegedrag werkt sterk! U dient dus net te doen alsof er niets aan de hand is: leid de hond (niet al te overdreven) af met een spelletje of breng de hond in een ander vertrek als er iemand in de kamer zich angstig gedraagt.

Een hond kan ook leren, dat hij niet bang mag zijn. Vertoont uw hond schrikaspecten, doe hem de riem om en doe in huis wat gehoorzaamheidsoefeningen. Bij stipte uitvoering beloont u uitvoerig, pas echter op dat hij dan geen angst vertoont.

Sommige honden vinden het prettiger om juist buiten te lopen; pas echter op dat ze niet van de lijn gaan, zelfs al lijken ze rustig.

Lees de tips bij vuurwerk.

Onwillekeurige spieren:

deze spieren werken meer of minder autonoom. Ze zijn meestal glad van opbouw, zoals o.a. de maag en darmen, blaas en baarmoeder. Ook de slokdarm, hoewel dwarsgestreept, is een onwillekeurige spier, evenals het hart.

Zie voor meer info: spieren.

Onzuivere brand:

          zie roest.

O&O:

Nederlandse Vereniging voor Instructeurs in Hondenopvoeding en -opleiding. Opgericht 8-3-1980 en aangesloten bij de Raad van Beheer. Een vereniging waar men terecht kan voor instructeursopleidingen en nascholing.

O&O verzorgt de volgende cursussen: Algemene Vorming (AV), Omgang Hond (OH) met voorafgaande de Inleidende Dag (ID), Puppy-instructie en diverse workshops.             

Oöcyste:

zie toxoplasma.

Oöcyt:

          onbevruchte eicel.

Oogspiegelen:

          zie funduscopie.

Oog:

als we van buiten naar binnen een doorsnede van het oog maken, komen we tegen: a) het hoornvlies als beschermingsvenster, b) de met kamerwater gevulde voorste oogkamer, die de oogdruk op niveau houdt, c) de iris met daarin de pupil, die zorgt voor de mate van lichtontvangst door het oog, d) de lens, die het licht zodanig breekt dat het op de juiste wijze op het netvlies valt en scherp gezien kan worden, e) het glasvocht, f) de retina ofwel het netvlies, waarin de staafjes en kegeltjes liggen die het kleurrijke zicht moeten vormen, en daarachter g) het vaatvlies.

Zie gezichtsvermogen, blind, bindvliesontsteking (conjunctivitis), atresia van de traanpunten, ablatio retinae, coloboma, openen van het oog (zien), ulcus corneae (hoornvlieszweer), scleritis, keratitis, KCS, blepharitis, uveïtis, iritis, microftalmie, trachoom, cherry eye, iris, netvlies, hoornvlies, vaatvlies, pupil, cataract, glaucoom, ectropion, entropion, glasoog, PRA, PHTVL/PHPV, CEA, goniodysplasie, gonioscopie, Membrana Pupillaris Persistens (MPP), Retina Dysplasie (RD), ERG, distichiasis, dermoïd, eversio/inversio van het derde ooglid, hyperplasie van de klier van het derde ooglid, Ectopische Cilie, lensluxatie, luxatio bulbi, macroblepharon, micro- en hypoplastische papil, nachtblindheid, open oog, funduscopie, tonometrie, Horners Syndroom, voorwerp in het oog, veretsing, wetenswaardigheden, SARD en het oogonderzoek (hieronder).

Oogaandoeningen, oogafwijkingen:

          zie oog.

Oogonderzoek:

Als u voor een oogonderzoek gaat (bij speciale dierenartsen), neemt u behalve uw hond ook de stamboom mee.

Om het gehele oog goed te kunnen bekijken worden oogdruppels toegediend waardoor de pupil open gaat staan. De druppels werken na ongeveer 20 minuten, de pupil blijft daarna circa 4 uur wijd. De hond wordt in een verduisterde ruimte bekeken. Vóór het onderzoek wordt het "rapport oogonderzoek" ingevuld en ondertekend door de eigenaar/houder, waarmee deze toestemming geeft om de uitslag door te geven aan de W.K. Hirschfeldstichting. De Stichting geeft de uitslag door aan de Rasvereniging als er een overeenkomst tussen deze twee partijen is. Ook wordt voor het onderzoek de identificatie (tatoeage of chip/transponder) van de hond gecontroleerd. 
Het oogonderzoek gebeurt zonder enige sedatie en is beslist niet pijnlijk. 
De uitslag is gelijk bekend en wordt op het "rapport oogonderzoek" vermeld. 

De volgende uitslagen komen bij officiële oogonderzoeken voor:

Vrij: de hond vertoont zelf geen verschijnselen van de aangegeven erfelijke oogziekte. Let op, dit betekent niet dat de hond de afwijking niet kan doorgeven aan zijn nakomelingen. Hij kan een drager zijn. Ook is het niet uit te sluiten, dat het dier de afwijking later alsnog kan krijgen.

Voorlopig vrij: betekent dat de hond momenteel geen verschijnselen vertoont. De verklaring is slechts 1 jaar geldig. Als de ziekte zich na een bepaalde leeftijd nog niet heeft geopenbaard, is de hond vrij.

Twijfelgeval: de hond vertoont zeer geringe afwijkingen, die mogelijk wijzen op andere aangeboren ziekten.

Voorlopig niet vrij: de hond vertoont geringe afwijkingen, doch het is nog niet zeker of de hond de ziekte ook werkelijk heeft. Voortschrijden van het proces moet dit bevestigen. Meestal wordt na een half jaar de hond opnieuw beoordeeld.

Niet vrij: de hond vertoont afwijkingen, die passen bij het ziektebeeld. 

Zie ook gonioscopie en tonometrie.

Voor ooginfecties en andere oogziekten en/of onderzoeken aan het oog: zie hierboven.

Oogontsteking:

oftalmie. Voor de verschillende soorten ontstekingen: zie oog.

Oog uit de kas:

          zie luxatio bulbi.

Oogstmijt:

trombidiose (trombidiosis) is een zeer heftig jeukende huidaandoening, die veroorzaakt wordt door de oogstmijt, de larve van Neotrombicula autumnalis. Dit diertje van slechts een kwart millimeter is in Nederland actief van juli tot ongeveer oktober. Ze komen vooral voor in de klei- en lössgronden, in Limburg, Zeeland, Midden Nederland en Groningen. 

De symptomen van deze huidaandoening zijn: hevige jeuk en oude jeukplekken gaan bij nieuwe steken opnieuw jeuken. Het is niet dodelijk.

De oogstmijt voelt zich thuis in ruig terrein al waar zij in de strooisellaag op een passende gastheer wacht om haar levenscyclus te kunnen afronden. Helaas kiest zij daarbij, in plaats van muizen of vogels, ook wel eens mensen en honden.

Dit kan bij de mens leiden tot zeer heftig jeukende bulten aan de randen van de kleding en daar waar deze strak zit (hals, broekrand, oksel etc). De jeuk blijft vaak langer dan een week ondraaglijk.

Bij de hond zien we dat hij vaak aan zijn poten likt; let er goed op, dat er zich geen ontsteking gaat vormen (jeuk betekent krabben, likken, bijten, en dus misschien een ontsteking).

Preventie is mogelijk door vervanging van de toplaag van de bodem door min. 50 cm. kalkloos zand, maar u kunt natuurlijk gebieden, waarvan bekend is dat er oogstmijt voorkomt, vermijden. Op vaak en kort gemaaid gras wordt weinig overlast ondervonden. 

Er wordt i.p.v. over oogstmijt ook wel eens over grasmijt, hooimijt of herfstmijt gesproken. 

Oor:

aan het gehoororgaan kunnen we 3 delen onderscheiden, nl. het uitwendige oor, het middenoor en het inwendige oor.

Zie ook openen van het oor (horen), oorontsteking, wondjes aan de oorflap, gehoor, wetenswaardigheden 3, wetenswaardigheden 14, cochleaire doofheid (incl. bouw van het oor), oor plakken, Zepp en TECA.

Oorbellen:

zwarte haarpunten aan lange en hoog ingeplante oorharen (bijv. Kooikerhond).

Oorflap, wondjes aan de ~:

of krassen of scheurtjes in de oorflap. Elke wond aan het oor, ongeacht hoe klein, zal flink bloeden. Zelfs al doet de wond de hond niet echt pijn, dan nog zal hij, doordat het bloed in zijn oor loopt en hem irriteert, met zijn kop schudden en aan zijn oor krabben.

Wondjes aan de oorflap ontstaan vaak tijdens vechtpartijen, of als de hond zich verwondt aan prikkeldraad.

Maak de wondjes schoon met een zoutoplossing (1 eetlepel tafelzout op een halve liter handwarm water), zodat u kunt zien in hoeverre de oorflap beschadigd is. Is het een flinke wond, dan moet de dierenarts die hechten. Wanneer de wondjes klein zijn en ze eenmaal met een zoutoplossing zijn gereinigd, kunt u er een antiseptische zalf, crème of poeder op doen. Als de wond gaat ontsteken, moet u naar de dierenarts.

Om de oorflap op zijn plaats te houden kunt u een been van een panty afknippen en die, nadat u iets zachts rond de gewonde oorflap hebt gelegd, over de kop binden, zodanig dat het oor plat tegen de kop ligt. Lukt dit niet, dan kunt u het oor ook met zorgvuldig aangebracht verband plat tegen de kop houden.

Oorhematoom:

          zie bloedoor.

Oormijt (Otodectes cynotis):

parasieten, die veel bij honden voorkomen. 

Symptomen zijn voortdurend aan de oren krabben en de kop schudden. Een opeenhoping van oorsmeer in de oren, met zwarte puntjes, is een teken dat een hond oormijt kan hebben. De zwarte puntjes zijn waarschijnlijk opgedroogd bloed. 

Oormijten zijn meestal wit of kleurloos, en zijn niet zichtbaar voor het blote oog. Oormijt is besmettelijk, dus behandel alle dieren waarmee de besmette hond in aanraking is geweest. 

Zie ook otodectus, advocate®, surolan® en wetenswaardigheden.  

Oorontsteking (Otitis):

ontsteking van de huid aan de binnenkant van het oor. Dit is een van de meest voorkomende klachten, waarmee men naar de dierenarts gaat. Het kan voorkomen in een of in allebei de oren. 

De symptomen van deze 'oorpijn' zijn: afscheiding of vieze geur uit het oor, veel krabben en met de kop schudden, rood worden van de binnenkant van de oorflap en/of de gehooropening. Het kan zijn, dat de hond bijt als hij bij zijn oor wordt aangeraakt. 

Normaal gesproken wordt er in het oor precies evenveel smeer aangemaakt als er op natuurlijke manier verloren gaat; dit laatste geschiedt vooral door verdamping van vocht uit het smeer. Wanneer de oren niet goed kunnen ventileren, ontstaan er problemen, zoals bij honden met grote afhangende oren (Spaniels, Retrievers, Setters). De flappen voorkomen vochtverlies, zodat het smeer zich ophoopt. Deze overtollige hoeveelheid zorgt voor irritatie, en het oor produceert dan nog meer smeer. Onder deze omstandigheden kunnen anders onschadelijke schimmels en bacteriën welig tieren, waardoor de huid in het oor geïrriteerd raakt. 

Oorontsteking kan ook ontstaan, wanneer de hond sterk behaarde binnenoren heeft. Oormijt, huidproblemen of iets in het oor wat er niet in hoort kunnen ook oorontsteking veroorzaken. Zie ook wetenswaardigheden en surolan.

Openen van de ogen:

bij de geboorte zijn de oogleden van de pup nog met elkaar verkleefd. Het tussenliggende weefsel verdwijnt langzaam. De oogleden gaan tussen de 9e en de 12e dag na de geboorte 'open'. De pup kan pas echt zien als hij 18 dagen oud is. 

Openen van de oren:

gebeurt pas op ongeveer de 19e dag. Na de geboorte zijn de zintuigen nog nauwelijks ontwikkeld en functioneren nog niet.

Open gehemelte:

het dak van de mondholte is niet samengegroeid. De symptomen zijn: niet kunnen drinken en het terugvloeien van de melk uit de neusholte. Er is geen therapie. 

De oorzaak is genetisch, maar soms het gevolg van het gebruik van bepaalde geneesmiddelen tijdens de dracht (bijv. Trimethoprim-sulfa). 

Openklas:

1) een klasse op een tentoonstelling voor honden die de leeftijd van 15 maanden hebben bereikt; 

2) een klasse op een clubmatch voor honden die de leeftijd van 15 maanden of - indien de jonge-hondenklas is opengesteld - de leeftijd van 24 maanden hebben bereikt; 

3) een klasse op een kampioenschapsclubmatch voor honden die de leeftijd van 24 maanden hebben bereikt.

Open oog:

de oogleden zijn niet (aan)gesloten, d.w.z. het onderooglid zakt uit en is te lang. Dit heet ectropion

Open oor:

          de gehoorgang wordt niet bedekt door de oorschelp.

Open vacht:

          de bovenbeharing (bovenvacht) vormt niet een gesloten dek. Zie vacht.

Operante conditionering:

          zie conditionering.

Opgezette buik:

een hond met een opgezette buik, die steeds probeert te braken, hoewel er niets komt, kan aan een ernstige aandoening lijden (maagtorsie). Dit komt vooral voor bij rassen met een brede diepe borst. 

Ga onmiddellijk naar de dierenarts, anders overlijdt de hond.

Opmaken:

trimmen, mooi maken.

Opticus:

          het zien betreffend.

Optillen:

de hond nooit bij het nekvel of de voorpoten optillen. Wel bijv. met een vlak gehouden hand onder de borst en de andere hand onder de achterpoten.

Oraal:

          de mond (bek) betreffend, via de bek.

Orange belton:

          zie belton.

Orchis:

          testikel, zaadbal.

Orchitis:

          ontsteking van de zaadbal.

Oren plakken:

wel of niet, daarover gaat vaak de discussie. Het probleem begint vaak tijdens het wisselen van de tanden. De expressie van de kop wordt voor een groot deel bepaald door de stand van de oren. En daarom wordt er toch vaak gekozen om wel te plakken, zodat de hond een mooiere uitstraling krijgt.

Of er met deze honden gefokt moet worden (i.v.m. erfelijkheid) is een volgend discussiepunt.

Oren worden vaak geplakt m.b.v. tape. Maar er is in de winkel ook Copydex te krijgen. Dit is speciale lijm uit Engeland voor het in de juiste stand vastzetten van verkeerd gedragen oren bij pups. Geschikt voor hangoren en tiporen.

Zie oren plakken bij verschillende rassen 1 en 2, bij boxers en massage.

Orgaan van Jacobson:

zie Jacobson.

Origo:

          bevestigingsplaats van een spier.

Orthopedie:

is de leer van de afwijkingen van het bewegingsapparaat.

Sinds eind 2007 is er ook voor honden bijv. een kunstpoot beschikbaar: zie hier.

Ortolani test:

geeft een indicatie van de stabiliteit van het heupgewricht. Met deze test onderzoekt de dierenarts of hij de heup van de hond in rugligging kan ontwrichten. Hij beweegt het dijbeen naar buiten en voelt of hoort dan een klik indien de heup is aangetast door HD.

De pup wordt meestal niet onder narcose gebracht en soms wordt het onder lichte anesthesie uitgevoerd.

Orweja:

is de afkorting van 'Organisatie Wedstrijdwezen Jachthonden'. Het Orweja Reglement Jachthondenproeven vindt u niet alleen in het Rode boekje en Reglement Jachthonden Proeven (RJP), maar ook in het Algemeen Veldwedstrijd Reglement (AVR).

Zie ook KNJV, Nimrod, MAP en jachthondenproeven.

Os:

          mond; bot, been.

Osmose:

          vermenging van twee vloeistoffen door een doordringbaar vlies.

Ossiculi:

          gehoorbeentjes.

Ossificatie:

          verbening (os = bot, been).

Osteoartritis, osteoarthritis:

chronische ontsteking van bot en kraakbeen; zie artritis, degeneratieve gewrichtsaandoening en trocoxil.

Zie ook stamceltherapie.

Osteoartrose, osteoarthrose:

pathologische veranderingen in de botcellen van de gewrichten. Het is een chronische gewrichtsaandoening die zowel het zachte weefsel als de botten van een gewricht aantast, de flexibiliteit van het gewricht vermindert en pijn veroorzaakt. De ziekte kan ieder gewricht in het lichaam van uw hond aantasten, maar de meest getroffen gewrichten zijn: knie, elleboog, pols, ruggenwervels en de heup.

De meest voorkomende vorm van osteoartrose is secundaire osteoartrose dat in verband gebracht kan worden met trauma, ontstekingen, leeftijd, overgewicht en andere factoren.
De verschijnselen zijn ook afhankelijk van de mate waaraan de hond aan de ziekte lijdt. De meest voorkomende symptomen zijn:

• Lichte osteoartrose: stijfheid, afgenomen activiteit, mank lopen, minder springen van of op hoogtes;

• Gematigde osteoartrose: mank lopen, spierafname, stijfheid, moeite met opstaan, beduidend minder springen van of op hoogtes;

• Ernstige osteoartrose: mank lopen, afgenomen activiteit, minder bewegen, spierafname, pijn, moeite met opstaan, krakende gewrichten, lusteloosheid, niet meer springen van of op hoogtes.

Bij honden schatten we dat 1 op de 5 honden ouder dan 1 jaar met osteoartrose te maken krijgt. Zowel rashonden als kruisingen kunnen ongeacht grootte, gewicht en leeftijd verschijnselen van osteoartrose vertonen.
Osteoartrose komt vaker voor bij oudere honden en honden van een groter ras, zoals Labradors, Duitse Herders, Rottweilers, Berner Sennenhonden, Duitse Doggen en Sint Bernards. Echter, osteoartrose kan ook bij honden van een kleiner ras voorkomen.

Alhoewel er veel onderzoek wordt gedaan op het gebied van osteoartrose, kan het tot op heden nog steeds niet worden genezen. De behandeling van osteoartrose richt zich dan ook voornamelijk op de vermindering van pijn en ontsteking, het vertragen van het verloop van de ziekte, het helen van beschadigd weefsel en het behouden of verbeteren van de gewrichtsfunctie.
Dus wordt er vaak gewerkt met een (combinatie) therapie en die kan bestaan uit: het onder controle houden van het gewicht, een goed dieet ondersteunend voor de gewrichten, gecontroleerde fysieke inspanning met eventueel fysiotherapie en ontstekingsremmende en pijnstillende medicatie.

In juni '08 werd een onderzoek gestart bij honden met osteoartrose met als doel een antwoord te geven op de vraag of gelatinehydrolysaat de ernst van pijn en kreupelheid kan verminderen.

Zie ook stamceltherapie.

Osteochondritis dissecans:

          zie OCD.

Osteochondrose:

stoornis in de groei van de gewrichten; aandoening waarbij het kraakbeen zich abnormaal ontwikkelt.

Osteocyt:

          beencel.

Osteolyse:

          het oplossen van het beenweefsel.

Osteomalacie:

          beenverweking.

Osteomyelitis:

          ontsteking van het beenmerg en het botweefsel.

Osteoom, osteoma:

          goedaardig gezwel bestaande uit beenweefsel.

Osteoporose:

          ontkalking, wat botbreuk tot gevolg kan hebben.

Osteosarcoom:

is de meest voorkomende bottumor bij de hond. Klik hier voor meer info.

Osteotomie:

letterlijk het doorzagen of doorbeitelen van bot (os=bot, tomein=snijden).

Zie TPLO en TPO.

Ostium:

          opening, monding.

Othaematoom:

          bloedoor.

Otitis:

          oorontsteking. Zie ook Surolan.

Otitis externa:

          ontsteking van de uitwendige gehoorgang.

Otitis interna:

          ontsteking van de inwendige gehoorgang.

Otitis media:

          middenoorontsteking.

Otodectus (oorschurftmijt):

deze mijt leeft in de huid van de gehoorgang. Het oorsmeer wordt wat schilferig en droog. De besmetting kan verspreid worden door het schudden met de oren. Oorschurft kan verergerd worden, wanneer ook bacteriën gaan meedoen. Zie ook oormijt, advocate® en wetenswaardigheden.

Otoscoop:

een instrument om het oor van binnen te bekijken. Het heeft een kegelvormig uiteinde in diverse maten, zodat precies de juiste maat voor het gehoorkanaal gevonden kan worden. Er zitten een vergrootglas en een lampje aan. De dierenarts kan daarmee de binnenwand van het gehoorkanaal en het trommelvlies bekijken. 

Otoscopie:

m.b.v. een otoscoop het oor van binnen bekijken.

Zie ook endoscopie.

Otterstaart:

korte, rechte, dikke, zwaar behaarde en spits wigvormige staart (bijv. Labrador Retriever).

Oud en Nieuw voor uw hond:

          zie vuurwerk.

Oudere hond:

          zie wetenswaardigheden.

Outcross:

of uitteelt: je honden kruisen met in het geheel niet verwante dieren. Eigenlijk is dit een tegenhanger van inteelt.

Volkomen uitteelt is binnen een ras heel moeilijk, want er is altijd wel een gemeenschappelijke voorouder te vinden.

Outline:

het silhouet, de contour van de hond.

Ovariotomie, ovariectomie, ovariëctomie:

operatieve verwijdering van één of beide eierstokken (ovaria). Zie OVE.            

Ovariohysterectomie (OVH):

bij de teef worden de eierstokken én de baarmoeder verwijderd, m.a.w. een castratie.

Zie ook OVE.

Ovaritis

          ontsteking van de eierstok.

Ovarium (meerv. ovaria):

eierstok. Vrouwelijke geslachtsklier. Er zijn er twee van, ze hebben de grootte van een pinda en ze liggen in de buikholte vlak achter de nieren. De ovaria produceren alleen eicellen gedurende de foetale ontwikkeling. Na de geboorte van het dier liggen er zo'n 400.000 eicellen in beide eierstokken, die tijdens de rest van het leven van het dier niet meer worden aangevuld: er gaan alleen maar eicellen verloren.            

OVE:

ovarioectomie: bij de teef worden de eierstokken verwijderd en de baarmoeder blijft zitten.

Het is dus iets anders dan een ovariohysterctomie, waarbij én de eierstokken én de baarmoeder verwijderd worden. Maar in beide gevallen worden de eierstokken verwijderd en dus inbreuk gedaan op de hormoonhuishouding. Als de baarmoeder gezond is, kan die ook rustig blijven zitten. Door de verwijdering van de eierstokken staat de baarmoeder niet meer onder hormonale invloed en zal daardoor ook geen problemen geven in de toekomst. Als de baarmoeder afwijkend is moet deze natuurlijk wel verwijderd worden. In de praktijk zal het erop neer komen, dat op jongere leeftijd veelal een ovarioectomie wordt uitgevoerd, op oudere leeftijd een ovariohysterectomie.

De ovarioectomie is mogelijk een iets minder ingrijpende operatie. Het is niet zo, dat de gevreesde urine-incontinentie meer voorkomt na een ovariohysterectomie dan na een ovarioectomie. De urine-incontinentie na een ovario(hyster)ectomie wordt veroorzaakt door de storing in de hormoonhuishouding.

Voordelen zijn: niet meer loops worden, verlaging van het risico op tumoren van de melkklieren, voorkomen van een baarmoederontsteking, voorkomen van suikerziekte en schijndracht.
Nadelen zijn: de ingreep is onomkeerbaar, gewichtstoename, urine-incontinentie, verandering van de vachtstructuur, verandering van gedrag en bewegingsstoornissen.

Gewichtstoename: na een castratie heeft een teef sneller de neiging te zwaar te worden. Een aanpassing van de voeding is in veel gevallen noodzakelijk en het is aan te raden om het gewicht van de hond na castratie regelmatig te (laten) controleren. De gewichtstoename wordt voor een belangrijk deel veroorzaakt door een verlaging van de schildklierfunctie. Door de gewichtstoename zullen arthroseprocessen versneld verergeren. En natuurlijk zijn er nog wel meer nadelen van overgewicht: huidklachten, problemen met narcose en operaties etc.

Urinelekkage: honden kunnen nadat ze zijn gesteriliseerd soms urine lekken, vooral als ze rusten of slapen. Dit verlies is onbewust en dus kan de hond er niets aan doen. Hierom straffen is dan ook zinloos. De lekkage is het gevolg van meerdere factoren, zoals het gebrek aan vrouwelijk hormoon. Bepaalde dieren hebben hier meer aanleg voor. Zoals honden die meer dan 20 kg wegen en last hebben van overgewicht, honden van wie de staart gecoupeerd is en bepaalde rassen zoals bijv. de Bobtail. Deze aanleg wil niet zeggen dat niet elke hond dit probleem kan krijgen.

Het lekken treedt meestal op enkele weken, maanden of jaren nadat de hond werd gesteriliseerd. Soms gaat het wat op en af en zijn er dus droge periodes. Het heeft ook geen zin om uw dier minder water te geven, want dat heeft geen invloed op de lekkage.

Wat kunt u eraan doen? Ten eerste is er een urineonderzoek nodig om te kijken of er geen infectie aanwezig is en of de concentratie van de urine goed is.

* Medicatie (levenslang); deze bestaat uit hormonale therapie of drukverhogers voor de blaasuitgang;

* Lokale medicatie in de vagina (hormooncrème) (levenslang);

* Een combinatie van al deze medicijnen (levenslang);

* Chirurgie waarbij de blaashals meer de buik wordt ingebracht (oprekken), de colposuspensie genaamd;

* Chirurgie waarbij rond de blaashals collageen wordt ingespoten;

* Chirurgie waarbij een teugel rond de blaashals wordt aangebracht.

Geen enkele therapie heeft 100% succes, maar wel ongeveer 50%. Combinatie behandelingen hebben 80% of meer succes.

Wat zal de dierenarts u aanraden? De chirurgie is het minst schadelijk en verdient dus de eerste aanbeveling. Als deze onvoldoende helpt, zal hij extra medicijnen geven. De opspan kan laparoscopisch gebeuren. De opspantechniek (colposuspensie) kan ook door een gewone operatie worden uitgevoerd; hiervoor moet de snede echter zeer groot worden gemaakt tot aan de bekkenrand. Daardoor is de ingreep pijnlijk en ook zijn er behoorlijk meer complicaties met de wond mogelijk, waardoor ik daar niet echt voorstander van ben.

De ingreep kan ook laparoscopisch gebeuren in combinatie met een sterilisatie, om latere problemen met plasverlies te vermijden.

Vachtstructuurverandering: bij vooral langharige honden blijkt na castratie de vachtstructuur te kunnen veranderen. De vacht wordt dan dikker, krulleriger en moeilijker te onderhouden. Dit komt voor bij o.a. de cocker spaniel, afghaanse windhond en de newfoundlander. Vaak zien we ongeremd verharen het hele jaar door. Door vermindering van de vachtconditie treden er vaak secundaire allergieën op.

Gedragsverandering: sloomheid, lusteloosheid, maar vooral ook onzekerheid, agressie e.d. Gedragsveranderingen geven ook verschuivingen in de roedelhiërarchie. Geslachtshormonen hebben een sterk invloed op de stofwisseling en dus op het welbevinden.

Bewegingsstoornissen: zoals gezegd: overgewicht versnelt de ontwikkeling van arthrose. En natuurlijk heeft een dikke hond meer last van een niet helemaal gezond(e) gewricht of rug. We weten dat geslachtshormonen een belangrijke functie vervullen bij de botstofwisseling.

Er kan natuurlijk ook een medische reden zijn om de teef te laten opereren: suikerziekte, pyometra en ernstige therapieresistente schijndracht.

Wanneer is het beste tijdstip om de teef te laten helpen?

Daarover zijn ook nogal wat uiteenlopende meningen. Dat komt omdat verschillende mensen de pro's en contra's verschillend wegen. Kennis, visie, gevoel, en eigenbelang spelen daarbij een belangrijke rol.

In de Verenigde Staten was het al jaren geleden gebruikelijk dat een ovarioectomie op zeer jeugdige leeftijd, zelfs nog vóór de eerste loopsheid werd uitgevoerd. Waarschijnlijk omdat deze vroegtijdige ingreep met nadruk gepropageerd werd door de dierenbescherming, omdat er daar sprake was van een enorme overpopulatie van huisdieren. Maar inmiddels zijn er de laatste paar jaar ook in Nederland dierenartsen, die zeer enthousiast zijn over deze vroegtijdige ingreep.

De indruk bestaat echter, dat een ovarioectomie vóór de 1e loopsheid wel een verhoogde kans geeft op een aantal nog te noemen nadelen: sterke gewichtstoename en het ontstaan van urine-incontinentie (en dat kan pas jaren later tot uiiting komen). Bovendien is er kans, dat de ontwikkeling van de karakterstructuur van de hond niet volledig zal zijn. Ook het uitwendige geslachtsapparaat kan onderontwikkeld blijven bij een te vroege ovarioectomie: de hond houdt dan een zogenaamde infantiele vulva (d.w.z. vulva van een pup, m.a.w. niet volgroeid), wat het ontstaan van ontstekingen van de huid rond de vulva met zich mee kan brengen.

Door een vroegtijdige ingreep, in elk geval uiterlijk vóór de 4de loopsheid, heeft men wel aanzienlijk minder kans op de ontwikkeling van kwaadaardige melkkliertumoren. Let wel: kwaadaardige tumoren. De zeer veel vaker voorkomende goedaardige knobbeltjes, die groot in omvang en aantal kunnen zijn, kunnen er niet met zekerheid mee voorkomen worden.

Wat betreft het juiste tijdstip van opereren geven verschillende dierenartsen er de voorkeur aan een ovario(hyster)ectomie uit te voeren tijdens de rustfase van de cyclus (anoestrus). In de praktijk komt dat neer op circa 3 maanden na de loopsheid.

Zie ook laparoscopie.

Overbelasting:

beschadiging van de spiervezels en pezen, gaat vaak gepaard met een lichte bloeding en kneuzing.

Overbouwd:

het kruis ligt hoger dan de schoft (i.h.a. een fout, behalve bij de Bobtail en Dandie Dinmont Terriër).

Overbijter, overbeet:

zie bovenvoorbijter.

Overgangsperiode:

deze periode (leeftijd: 2-3 weken) wordt gekenmerkt door het openen van de ogen en de oren. Het kruipen maakt plaats voor lopen. Doordat hun ogen en oren open zijn, kunnen de pups wat meer exploreren en in deze periode begint dan ook het onderzoeksgedrag. De pups beginnen te kwispelen. Ze gaan zelfstandig urineren en defeceren, en hoeven hiervoor dus niet meer gestimuleerd te worden door de moeder. Op dit moment maken ze nog weinig onderscheid t.a.v. de plek waar ze plassen of poepen. Rond de 20e dag komen de tanden door en de eerste schrikreactie kan men waarnemen rond de 21e dag. Leerprocessen zijn meer aantoonbaar.

Zie ook gedrag.

Overgewicht:

          zie wetenswaardigheden.

Overleden hond:

indien uw rashond is overleden, dan wordt u geacht de stamboom te sturen naar de Raad van Beheer. U krijgt de stamboom teruggestuurd met daarop het woord 'overleden', indien u daarom verzoekt.

Het is van groot belang dat u dit doet, vanwege een goede registratie en onderzoek, bijv. naar de gemiddelde leeftijd van een bepaald ras.

Klik hier voor info over: in (laten) slapen.

Overshot:

          zie bovenvoorbijter.

Overspronggedrag:

wordt door de hond vertoond als hij zich in een (interne) conflictsituatie bevindt. Er worden dan meerdere (meestal twee) gedragssystemen geactiveerd. Beide gedragssystemen worden geremd en de hond vertoont een gedrag uit een totaal ander gedragssysteem. 

Een voorbeeld hiervan is een hond, die aan de overkant van de straat een bekende persoon ziet. Hij wil hier eigenlijk graag naar toe, maar heeft ook opdracht gekregen van de baas, dat hij eerst moet wachten aan de stoeprand. Hierdoor zijn er twee gedragssystemen geactiveerd, maar geen van beide kan hij uitvoeren. Hij lost dit op door bijv. te gaan gapen, een gedrag uit een ander gedragssysteem.

Andere voorbeelden van overspronggedrag, dat onder dergelijke omstandigheden wordt vertoond, zijn: krabben, rollen en uitrekken. 

Oververhitting:

zie wetenswaardigheden.

OVH:

ovari-hysterectomie: verwijdering (bij de teef) van de eierstokken én de baarmoeder. Dit is een castratie.

Oviduct:

          eileider.

Ovulatie:

          eisprong. Zie ook oestrus, ovulatiecyclus en ovulatietest.

Ovulatiecyclus:

in de beginfase van het leven staat de teef onder invloed van een verhoogd gehalte aan melatonine en wordt de rijping van eicellen geremd. Vanaf de leeftijd van ongeveer acht maanden tot anderhalf jaar valt deze remming weg en vanaf dat moment worden regelmatig in de eierstokken eicellen gerijpt. De periode vanaf de ene tot de andere rijping noemt men de ovulatiecyclus. Deze cyclus wordt alleen onderbroken door de graviditeit. Op de ovulatiecyclus heeft de hypofyse grote invloed.

De ovulatiecyclus is in een aantal perioden te verdelen: de pro-oestrus, oestrus, met-oestrus en an-oestrus.

Ovulatietest:

is niet hetzelfde als een progesteronmeting.

Door het meten van de elektrische weerstand van het vaginale slijmvlies bepaalt u m.b.v. een instrument (elektronische ovulatiemeter voor honden) de vruchtbare periode van een teef, waardoor u het juiste dektijdstip kunt bepalen.

Dit noemen we ook: cytologie van het vaginaslijmvlies.

Zie ook fokbegeleiding.

Oxalaat:

minerale afzetting van stenen in de blaas, zoals calciumoxalaat (oxalis = zuring).

Oxidatie:

is de verbinding van een stof met zuurstof.

Oxytocine:

dit hormoon wordt in de hypothalamus aangemaakt en via de hypofyse naar het lichaam afgegeven. Oxytocine (letterlijk 'snelle baring') heeft twee belangrijke functies: 

a) aan het einde van de drachtigheid zorgt het voor het samentrekken van de baarmoederwand, waardoor de vrucht wordt uitgedreven (geboorte); 

b) tijdens de zoogperiode zorgt het oxytocine voor het transport van melk uit de melkklieren via de melkgangen naar buiten. Oxytocine laat de melk 'schieten'.  

Oxyuriasis:

          het voorkomen van parasitaire wormen in de darmen. 

                                                                                                                                  Naar de 15e pagina met kynologische uitdrukkingen.

Terug naar 'Kynotermen'.

© Copyright by Yvonne Soomers-Marell

Menu-knop.