Menu-knop.

 

Alfabetische lijst van Nederlandse en buitenlandse 

kynologische & medische termen en uitdrukkingen

N

 

Naakthonden:

of Naakte honden zijn honden, die volledig haarloos zijn of alleen op het hoofd, aan de benen en op de staart behaard zijn.

In verschillende werelddelen, namelijk Azië (China), Zuid- en Midden-Amerika (Mexico, Brazilië en Argentinië), Afrika en zelfs Europa (Turkije) komen honden voor die geheel haarloos zijn of slechts een kuifje op het hoofd, schaarse haren rondom de nek en een bosje haar aan de punt van de staart bezitten.

Werd in het verleden verondersteld dat de naakte hondenrassen hun oorsprong in China vonden, tegenwoordig gaat men er meer en meer vanuit, dat ze in Latijns-Amerika zijn ontstaan. In ieder geval komen ze alleen daar nog 'in het wild' voor (d.w.z. niet uitsluitend bij fokkers en liefhebbers van het ras).

Er zijn kleifiguren van deze honden gevonden, die uit de periode van circa 800-1500 v. C. stammen. Uit de Azteken-cultuur zijn veel beeltenissen van naakte honden bekend.

De huid is gewoonlijk grijs als van een olifant, met soms vleeskleurige plekken. Ook komt geheel of overwegend roze voor. Bij gering onderling verschil en dan vooral in het hoofd, dat soms wat korter of langer is en ook wel in diepte verschilt, lijken ze het meest op de Manchester Terriër; ze zijn echter slanker en bezitten staande oren. De voeten zijn langwerpig en de staart is lang en recht en hangt neer. De valse kiezen ontbreken.

Naakthondenrassen zijn de Abessijnse Zandterriër, de Chinese Gekuifde Naakthond en de Xoloitzcuintle.

Als oorzaak van de haarloosheid veronderstelt men een gen- of chromosomenmutatie, of ook wel het ontbreken van een hormoon dat de haargroei stimuleert.

Zie ook vacht.            

Nachtblindheid:

zie retina degeneratie.

Naftochinon:

            vitamine K.

Nagels knippen:

zie wetenswaardigheden.

Nakomelingenklasse:

een klasse op een tentoonstelling, kampioenschapsclubmatch of clubmatch voor een reu / teef met min. 3 en max. 5 eerste generatie nakomelingen.

Deze klasse is optioneel (niet verplicht open te stellen).

Nakrabben:

na het produceren van uitwerpselen: zie wetenswaardigheden.

Nanisme:

dwerggroei, mogelijk veroorzaakt door onvoldoende werking van de hypofyse (zgn. hypofysaire dwergen). Er wordt door onbekende oorzaak onvoldoende groeihormoon geproduceerd. Er is geen therapie.

Zie ook hypofysaire dwerggroei.            

Narcolepsie:

een hond met narcolepsie komt heel slaperig over, hoewel hij niet buiten bewustzijn raakt. 

Niet te verwarren met kataplexie.

Narcose:

kunstmatige slaap of bewusteloosheid met gevoelloosheid, verdoving, een algeheel verdovende werking waarbij het bewustzijn wordt uitgeschakeld.

Na een operatie wordt antisedan gegeven als voor anesthesie gebruik gemaakt wordt van domitor. Antisedan heft de werking van domitor op, zodat je een te lange werking van domitor kunt verkorten, met als resultaat dat de hond eerder wakker is.

Een dierenarts zal een 'narcose op maat' geven. Van belang is te letten op de ziektes, die een hond heeft (gehad). Hij heeft de beschikking over verschillende narcosemiddelen, die alle hun eigen voor- en nadelen hebben. Zo moet hij per patiënt bekijken wat wel of niet geschikt is.

Sommige narcosemiddelen hebben een zeer sterke invloed op de hartfunctie en de bloeddruk. Bij die patiënten moet hij dan ook uiterst waakzaam zijn voor wat betreft het hart en die patiënten dan ook zeker aansluiten op hart- en ademhalingsbewaking tijdens de narcose. Overigens worden meestal alle operatiepatiënten op die manier bewaakt tijdens de narcose, niet alleen de risicopatiënten.

Lever- en nierpatiënten hebben problemen met de verwerking en uitscheiding van de narcosemiddelen. De keuze van het juiste narcosemiddel en het toedienen van een waakinfuus, is dan zeer belangrijk.

Het bekende middel Vetranquil, populair als "oud-en-nieuw-pilletje", moet, in prikvorm ter kalmering voor een narcose, zeker niet aan epilepsiepatiënten gegeven worden.

De Domitor-Antisedan combinatie (korte narcose en tegenprik met snel herstel) moet niet aan jonge honden of aan honden met een zwak hart gegeven worden.

Windhonden moeten een andere inleidende narcose hebben dan alle andere honden. Een hond met een maagtorsie moet een zeer kortwerkende inleiding hebben en mag niet op een bepaald gas worden aangesloten. Voor een keizersnede gebruikt de dierenarts een lichte narcose samen met een plaatselijke verdoving. Die narcose heeft natuurlijk ook wat invloed op de puppies. Maar gelukkig heeft hij een medicijn, dat, in de navelstreng ingespoten, de narcose bij de puppies ongedaan kan maken, zodat ze springlevend ter wereld kunnen komen.

Wees voorzichtig bij Collie-achtigen: klik hier.

Tegenwoordig wordt als algehele narcose gekozen voor gasnarcose. Een belangrijk voordeel van de gasnarcose, of, met een duur woord "inhalatieanesthesie", is, dat deze zeer nauwkeurig individueel is af te stemmen en de lengte van de narcose 'onbeperkt' is.

Bij de priknarcose doseert een dierenarts vooral op lichaamsgewicht en de conditie / leeftijd van de hond. Bij een prik kan hij de narcosevloeistof er niet meer uithalen en de werkingsduur is beperkt. Bij gasnarcose kan hij de diepte van de narcose nauwkeurig met de 'gaskraantjes' instellen op de behoefte van de patiënt, die bepaald wordt aan de hand van bepaalde reacties en de uitslagen van de bewakingsapparatuur.

Het nadeel van gasnarcose is, dat het duurder is. Maar wat telt zwaarder!? Vóórdat de hond op "het gas'' wordt aangesloten, krijgt hij eerst een prikje om rustig te worden en vervolgens een inleidende injectie om aansluiting op de gasapparatuur mogelijk te maken.

De algehele narcose bestaat uit een aantal stappen. Eerst krijgt de hond een voorprik, in vakjargon premedicatie genoemd. Deze voorprik bestaat uit een sedatiemiddel, een pijnstiller en eventueel een medicijn wat bijwerkingen van de narcose tegengaat. Belangrijke voordelen van de 'voorprik', dus de eerste prik om de hond rustig te maken, zijn: er is veel minder stress bij het wegzakken, en dat betekent ook dat er veel minder narcose nodig is. Dieren in stress hebben aanzienlijk meer narcose nodig dan dieren in rust. Bovendien komen de honden veel minder paniekerig bij.

De inleidende injectie gaat rechtstreeks in het bloedvat, via een infuus. Dat betekent, dat een hond onmiddellijk reageert op de injectie en de dierenarts dus snel ziet of er genoeg is toegediend. Zo komt het dikwijls voor, dat een hond van 20 kg al voldoende weggezakt is op een dosis van een hond van slechts 10 kg. De inleidende narcose maakt het mogelijk om zonder stress en tegenstribbelen een slang in de luchtpijp van de hond te schuiven.

Via deze slang, die 'tube' wordt genoemd, wordt het narcosegas en de noodzakelijke zuurstof toegediend. Het narcosegas zorgt ervoor, dat de hond nog wat dieper wegzakt. Door het toedienen van meer of minder narcosegas, kan vanaf dat moment de gewenste anesthesiediepte nauwkeurig geregeld worden. De tube wordt m.b.v. een ballonnetje rondom vast geblazen in de luchtpijp, zodat er geen gassen meer kunnen lekken, maar ook geen speeksel of voedsel per ongeluk in de luchtpijp kan komen. De tube kan na de operatie wel eens de oorzaak van hoesten zijn. Dat hoestje mag maar 1-3 dagen duren.

Zie ook intubatie.

Nasaal:

          de neus betreffend.

Natief:

          natuurlijk, aangeboren.

Natrium (Na):

bestanddeel van keukenzout (NaCl, natriumchloride). Belangrijk voor de verdeling en uitscheiding van water. Daarnaast van belang bij de prikkelgeleiding in de zenuwen.

Keukenzout (NaCl, natriumchloride) staat bij de hondeneigenaar in een kwaad daglicht. Keukenzout zet de hond aan tot het produceren van urine. Uitkristallisatie van verschillende afvalstoffen kan dan niet optreden: blaasgruis en stenen kunnen niet ontstaan.

Het kan absoluut geen kwaad het hondenvoedsel te bereiden als was het voor uzelf: met toevoeging van zout. Dit is speciaal van belang bij aardappels, waarbij grote hoeveelheden kalium door natrium moeten worden gecompenseerd. In droogvoeders ziet men meestal tot ongeveer 1,5% keukenzout aangegeven. Dat is omgerekend naar een 'normaal' voer circa 0,42%, een laag normale waarde.

Wat wel kwaad kan, is als de hond een té grote hoeveelheid binnenkrijgt. Dat zou kunnen gebeuren als het gegeven wordt om de hond te laten braken. Zout heeft een irriterende werking op het slijmvlies van het maagdarmkanaal, waardoor gebrek aan eetlust, braken en diarree vaak de eerste verschijnselen na opname van een overmaat aan zout zijn. Door de hoge natriumconcentratie in het bloed verplaatst water zich vanuit de weefsels naar het vaatbed, wat kan leiden tot oedeem.

Als de natriumconcentratie ook in de hersenen gaat stijgen, kan dit leiden tot schade met neurologische klachten als gevolg. De hond wordt rusteloos, prikkelbaar, sloom en/of krijgt spiertrekkingen, toevallen en koorts. Uiteindelijk kan het dier in coma raken en overlijden (zoutvergiftiging).

Ik raad daarom het gebruik van zout als braakmiddel niet af, maar wees er voorzichtig mee! U kunt altijd in plaats daarvan naar uw dierenarts gaan voor het toedienen van een braakmiddel.

Zie ook zouten, mineralen, electrolyten en bloedonderzoek.

Natte Neuzen Show:

TV-programma van de TROS in de jaren negentig. Dit programma had een hoge kijkdichtheid en een dito waarderingscijfer, zelfs mensen zonder honden keken ernaar. Meer dan wat ook heeft dit programma bijgedragen aan de belangstelling voor het opvoeden van en werken met honden. Het gevolg was een gestaag toenemen van het aantal deelnemers op de gehoorzaamheids-, agility- en flyballcursussen.

Nauw gaan, nauwe stand:

          zie gaan.

Navelbreuk (hernia umbilicalis):

bij jonge hondjes komt vaak een navelbreuk voor. Op de plaats waar de navelstreng heeft vastgezeten, zit dan een in grootte variërend bobbeltje. De oorzaak ligt in het onvoldoende sluiten van de buikwand na het afvallen van de navelstreng. 

Navelbreuken ontstaan bijna altijd als gevolg van een foutje in de vroege aanleg van de buik. Ze kunnen echter ook te maken hebben met een lichte infectie van het stompje, dat overblijft van de navelstreng. Navelbreuken komen vooral voor bij de Airedale Terriër, Pekingees, Pointer en Weimaraner.

Een kleine breuk veroorzaakt niet veel problemen; zo'n navelbreuk is meestal zacht en gevuld met vetrijk weefsel. Een grotere breuk kan veel ernstiger zijn, doordat een deel van de darmen erin terecht kan komen, waardoor de bloedtoevoer kan worden afgeknepen; dit is een levensbedreigende situatie, die onmiddellijk moet worden verholpen. Als de pup plotseling een grote zwelling krijgt, moet u naar de dierenarts gaan.

Kleine breuken verdwijnen vaak vanzelf als de pup opgroeit. De breuken die overblijven, zijn meestal klein en hoeven niet te worden behandeld. Bij teven kunnen ze bij de sterilisatie worden hersteld. Een grote breuk moet zo snel mogelijk operatief worden hersteld om complicaties te voorkomen. Als de breuk niet wordt behandeld, moet u er wel op letten of hij niet groter wordt.

Navelstreng:

de kleine bloedvaten in het chorion zijn vertakkingen van een groot bloedvat, de navelslagader. De vertakkingen verzamelen zich ook weer tot een groot terugvoerend bloedvat, de navelader. De  samenbundeling van de navelslagader en de navelader noemen we navelstreng, die na de geboorte gesloten wordt en niet meer van nut zijnde na enkele dagen opdroogt, afsterft en afvalt.

N.B.B., NBB:

          Nederlandse Breitensport Bond.

N.B.G., NBG:

          Nederlandse Bond van Gebruikshondensportverenigingen.

NCL:

is Neuronal Ceroid Lipofuscinosis. Er werd gedacht, dat deze ziekte alleen voorkwam bij Australische Border Collies, maar 10 jaar geleden stierf een Border Collie in Engeland aan deze ziekte, terwijl hij 100% uit Britse lijnen kwam.

NCL is een aangeboren gestoorde stofwisseling in de lichaamscellen, waardoor het functioneren van de cellen achteruit gaat. Dit geldt voor alle lichaamscellen, maar manifesteert zich het sterkst in de zenuwcellen van de hersenen en het ruggenmerg.

Naast Border Collies is deze ziekte ook beschreven bij de Engelse Setter, Tibetaanse Terriër en de Amerikaanse Bulldog. Het is ook geïdentificeerd bij de mens, koe, paard, schaap en muis. Er zijn verscheidene (minstens zeven) verschillende genen bekend.

Op dit moment is er nog geen behandeling. Zieke honden worden niet ouder dan zo'n 26 tot 28 maanden.

Er is dus wel een test beschikbaar. De OptiGen CL test is een op DNA gebaseerde test, die de mogelijkheid verschaft het afwijkende gen, verantwoordelijk voor CL bij de individuele hond, in beeld te krijgen. CL is een autosomale recessieve afwijking, waardoor dragers geen uiterlijke afwijkingen vertonen. Via de test zijn dragers op te sporen, zodat er voorkomen kan worden dat er lijders ontstaan. Op basis van onderzochte Border Collies in Australië wordt verondersteld dat 3% van de Border Collies drager is, waardoor de kans op een lijder ongeveer 1 op 1000 wordt.

Bij CL is er sprake van een opeenhoping van lysosomen in heel veel lichaamscellen (dus niet alleen de zenuwcellen, de neuronen). Hierdoor gaan de neuronen langzamerhand in functionaliteit achteruit, waardoor allerlei lichaamsfuncties uitvallen en uiteindelijk de hond op jongere leeftijd sterft.

Zieke dieren zijn gezond als ze geboren worden, maar beginnen symptomen te ontwikkelen op 1 à 2 jarige leeftijd. Per hond kan het verloop en de ernst enorm verschillen. Belangrijke symptomen zijn het verlies van coördinatie van de spieren, krampen en trillen en afwijkend gedrag.

Hoewel de ziekte bij meerdere rassen voor kan komen, is de Optigen CL test echter alleen specifiek voor Border Collies.

Mogelijke resultaten voor de OptiGen CL test:

N = Normal (clear): homozygoot voor het normale gen, kan de ziekte niet krijgen;

• C = Carrier: draagt 1 fout gen, zal zelf nooit ziek worden;

• A = Affected: homozygoot voor het foute gen, wordt zeker ziek.

Betrouwbare identificatie van dragers is de sleutel om CL onder controle te krijgen. Zodra beide ouderdieren geen drager zijn, hoeven de pups niet getest te worden, omdat zij zeker vrij van CL zijn. Zolang deze pups dan ook alleen gekruist worden met 'zeker' vrije dieren, blijft de lijn verder vrij van CL.

De CL test wordt gedaan m.b.v. een klein beetje bloed, dat door een dierenarts moet worden afgenomen om de kans om vervuiling van het bloed zo klein mogelijk te houden.

NDG, N.D.G.:

is de afkorting van de Nederlandse Databank Gezelschapsdieren.

Zie voor meer info: chip.

Necrose:

afsterving van weefsel. Bekend is bijv. oornecrose bij biggen.

Necrotiserend:

afstervend.

Nederlandse Bond voor de Diensthond:

sinds de jaren dertig bestaat deze bond, die qua doelstelling en qua methoden veel lijkt op de K.N.P.V. Er is slechts één groot verschil: om lid te kunnen worden van de Bond voor de Diensthond moet men in (semi)overheidsdienst zijn.

Nederlandse rassen:

we kennen 9 Nederlandse rassen: Drentsche Patrijshond, Hollandse Herdershond (Korthaar, Langhaar en Ruwhaar), Hollandse Smoushond, Kooikerhondje, Markiesje, Saarlooswolfhond, Schapendoes, Stabijhoun (of Friese Stabij) en Wetterhoun. 

Voor foto's van deze rassen: zie Rashonden.

Nederlands Hondenstamboek:

zie N.H.S.B.

Nederlands Kampioen, definitief ~:

een hond kan de titel Nederlands Kampioen verkrijgen als hij in totaal 4 punten heeft behaald. Dit totaal kan opgebouwd worden met hele en dubbele punten.

• 1 punt: een Kampioenschapsprijs op een tentoonstelling, een reserve-Kampioenschapsprijs op een Kampioenschapsclubmatch, vier of meer reserve-Kampioenschapsprijzen op tentoonstellingen;

• 2 punten: een Kampioenschapsprijs op de Winnertentoonstelling, een Kampioenschapsprijs op een Kampioenschapsclubmatch. Een Kampioenschapsprijs kan in totaal slechts één keer tellen!

Op de dag van het behalen van de laatste Kampioenschapsprijs dient de hond tenminste 27 maanden oud te zijn. Als de hond voldoende punten heeft behaald vóór de leeftijd van 27 maanden is een daarna behaalde reserve-Kampioenschapsprijs voldoende. De (reserve-) Kampioenschapsprijzen moeten zijn toegekend onder tenminste twee verschillende keurmeesters.

Om in aanmerking te komen voor een (reserve-) Kampioenschapsprijs dient de hond met één generatie in een erkend hondenstamboek te zijn ingeschreven.

Tevens moet de stamboom op de juiste naam en adres geregistreerd staan en een in Nederland woonachtige buitenlandse hond opgenomen zijn in het N.H.S.B.

Voor een spoedige afhandeling moet de eigenaar de titel schriftelijk bij de Raad van Beheer aanvragen, indien ook reserve-Kampioenschapsprijzen meetellen is dit altijd noodzakelijk. Daartoe zijn benodigd: fotokopie stamboom, fotokopieën van de Kampioenschaps- respectievelijk reserve-Kampioenschapsprijskaartjes, fotokopieën van de Bewijs van Inschrijvingskaartjes van die tentoonstellingen en tenslotte een begeleidend schrijven.

Nederlands Kankerfonds voor Dieren (NKFD):

zie wetenswaardigheden.

Neet (meerv. neten):

luizenei; zie luizen.

Nefritis:

          nierontsteking (nefros = nier). Zie nieren.

Nefronen:

delen van de nieren, die diverse ongewenste stoffen uit het bloed verwijderen, zoals urea, urinezuur en overtollig natrium.

Zie nieren.

Nefrose:

nierziekte, vooral verlies van eiwit door de urine.

Zie ook nieren en nierinsufficiëntie.

Negatieve bekrachtiging:

          zie bekrachtiging.

Nekhernia:

zie halshernia.

Nematode:

          rondworm. Zie wormen en Advocate®.

Neonatale fase:

in de neonatale periode (leeftijd: 0-2- weken; ook wel vegetatieve fase genoemd) zijn de ogen en oren nog gesloten, alleen de reuk- en tastzin zijn aanwezig. De moeder moet de pups helpen bij urineren en defeceren door het ano-genitale gebied te likken. In deze periode hebben de pups elkaar en de moeder nodig voor het krijgen en behouden van warmte. Pups liggen in deze periode ook bijna altijd tegen elkaar vanwege de behoefte aan elkaars lichaamswarmte.

De belangrijkste behoefte van de pups is voedselverwerving. Pups eten (drinken) ongeveer 30% van de tijd in deze periode.

Indien de moeder niet aanwezig is of ze kunnen geen ander nestgenoot vinden, kunnen ze janken als verzorgingsopwekkend signaal. Leerprocessen bij de pups zijn nauwelijks aantoonbaar en er bestaat waarschijnlijk alleen associatie met geur. De meeste zenuwvezels zijn nog niet gemyeliniseerd (nog niet voorzien van een isolerende vetachtige schede) en er bestaat dus slechts een trage geleiding van impulsen.

Zie ook gedrag.

Neoplasie:

groei van cellen in gezwellen, zowel goedaardige als kwaadaardige.

Neoplasma:

          nieuw gevormd weefsel, gezwel.

Neosporose:

is een infectie met Neospora caninum, een eencellige parasiet (een intracellulaire protozo), die in 1988 voor het eerst bij de hond werd beschreven en die verwant is met Toxoplasmose gondii. Ervoor werd Neosporose voor toxoplasmose aangezien. Later is gebleken dat deze parasiet bij veel diersoorten voorkomt en een belangrijke oorzaak is van abortus bij het rund.

Neospora heeft een ingewikkelde levenscyclus waarbij vele tussengastheren kunnen zijn, zoals paard, schaap en rund.

Er worden 2 ongeslachtelijke levensvormen onderscheiden: bradyzoïeten en tachyzoïeten. De eerste is een langzame vorm en de tweede een snelle vorm van Neospora. De laatste is verantwoordelijk van de infectie van het ongeboren kalf en zorgt zo voor verticale transmissie binnen een veestapel. De bradyzoïeten zijn de cysten die zich innestelen in voornamelijk zenuwweefsel en weer actief worden indien de omstandigheden gunstig zijn zoals bij ziekte en stress.

De hond is de eindgastheer van Neospora caninum en kan dus een infectiebron voor andere diersoorten vormen via uitscheiding van oöcysten. Ook uit epidemiologisch onderzoek kwamen aanwijzingen dat de hond een rol speelt bij de uitbreiding van de infectie in rundvee.

De Neospora woekert in de darmen van de hond. In de darm vindt geslachtelijke versmelting (gametogonie) van vrouwelijke en mannelijke gameten plaats, waardoor hier infectieuze oöcysten ontstaan. Deze oöcysten worden via de ontlasting uitgescheiden om te wachten tot opname van een tussengastheer. Deze oöcysten kunnen tot maanden infectieus blijven. De hond is dus veelal verantwoordelijk voor de horizontale besmetting binnen een veestapel.

De diagnose van Neosporose wordt gesteld aan de hand van het klinisch beeld en bloedonderzoek. Honden kunnen zenuwstoornissen krijgen. Er is geen therapie tegen Neospora. Onderzoek van familielijnen en afvoer van positieve dieren of lijnen is mogelijk.

Veel boeren hebben een hond. Een hond kan heel goed met rundvee worden gehouden, mits u op een aantal zaken let. Zorg ervoor dat de hond geen nageboorten van de koeien eet. Ook moet u ervoor zorgen dat de hond zijn ontlasting niet in het voer of drinkwater van de koeien doet. Hygiëne staat hier dus voorop.

Mocht u nu van een boer horen, dat hij liever geen honden in de wei heeft, weet u de oorzaak.

Neotenie:

is het behouden blijven van bepaalde eigenschappen uit de jeugd in de volwassen staat. 

Als gevolg van de domesticatie vertonen honden zelfs op volwassen leeftijd nog juveniel gedrag (bijv. spelgedrag) en behouden ze uiterlijke kenmerken van een jong dier, zoals bolle ogen en een bol hoofd.

Nerveuze hond:

zie angst, hondentaal en autorijden.

Nervus:

          zenuw.

Nervus opticus:

          oogzenuw.

Nestgrootte:

het aantal jongen per worp. Het varieert van 1 tot 15. Op de nestgrootte zijn verscheidene factoren van invloed, o.a. het formaat van de hond (meer pups bij de grotere rassen), het moment van de dekking (meer pups, als dekking op het eind van de vruchtbare periode plaatsvindt), en de leeftijd van de teef (grootste nesten t/m het derde levensjaar).

Een Amerikaanse Bulldog uit het Engelse New Barnet is in mei 2008 moeder geworden van een bijzonder groot nest. Het teefje Kaiser beviel van 20 pups.

Netvlies (retina):

het binnenste vlies aan de achterzijde van het oog. Het bestaat uit een dunne, doorzichtige laag zenuwweefsel, waarop het beeld door de lens wordt scherpgesteld. Als het licht op de retina valt, wordt een deel van dit licht opgenomen, de rest gaat er doorheen en wordt uitgedoofd in het gepigmenteerde deel van het choroidea (vaatvlies), behalve in het bovenste centrale deel ervan.

Netvliesloslating:

zie ablatio retinae.

Neuraal:

          behorend tot of voortkomend uit een zenuw of het zenuwstelsel.

Neuraalbuisdefect:

defect van de neurale buis, bijv. open rug. De 'neuraalbuis' is een bij het jonge embryo in de lengterichting lopende buis, waaruit zich later het zenuwstelsel gaat ontwikkelen.

Zie ook DS.

Neuralgie:

          zenuwpijn.

Neuritis:

ontsteking van zenuwweefsel.

Neurogeen:

          veroorzaakt door een zenuw.

Neurohormonen:

zijn bijv. adrenaline en noradrenaline, voor zover zij geproduceerd worden in de sympathische zenuwvezels, evenals acetylcholine en serotonine.

Neurologie:

is de leer van de zenuwen en de ziekten daarvan (neurologisch: m.b.t. de zenuwen, de neurologie betreffend).

Neurotransmitter:

is een molecuul dat wordt gebruikt voor de signaaloverdracht tussen zenuwcellen (neuronen) in het zenuwstelsel. Voorbeelden zijn dopamine, serotonine (zie tryptofaan) en endorfine. De plek waar deze signaaloverdracht plaatsvindt heet een synaps.

Dus neurotransmitters zorgen voor zenuwgeleiding van impulsen in de hersenen.

Neus:

bij de hond als reukdier een uiterst belangrijk lichaamsdeel. In engere zin bedoelt men met neus meestal de neusspiegel.

Voor de hondenneus: zie droge en natte neus, wetenswaardigheden en orgaan van Jacobson.

Neus hebben:

beschikkend over een goed reukvermogen.

Lange neus duidt het vermogen aan om wild op grote afstand te ruiken. Honden met een korte neus, dus zonder een fijn reukorgaan, peuteren vaak lang en tonen zich onzeker.

Neusloos:

foutieve uitdrukking voor niet-zichtbare neusrug, zoals bijv. bij de Pekingees.

Neusrug:

deel van de neus, dat loopt van de neusspiegel tot aan de stop. De neusrug is mede bepalend voor het type hoofd, door vorm (hol of bol) of maat (lang, middelmatig lang, kort).

Neusspiegel:

onbehaarde uiterste punt van de neus, waarin de neusgaten liggen. Grootte en kleur van de neusspiegel worden in de meeste standaards voorgeschreven.

Bij gespleten neusspiegel spreekt men van een dubbele neus (kwam vroeger voor bij de Brabantse en Danziger Bullebijter, nu bij de Navarro Pointer).

Neuticle (meerv. neuticles):

is een implantaat voor de gecastreerde reu. Men kan zo een gecastreerde hond er uit te laten zien als een niet-gecastreerde en dit d.m.v. testiculaire implantaten (nepballen), m.a.w. plastische chirurgie voor reutjes.

Amerikaan Gregg Miller bedacht in 1993 deze testikelprotheses voor gecastreerde honden om hun 'natuurlijke look' en 'zelfbeeld' in stand te houden (daar moet je man voor zijn om dit te bedenken). De uitvinding legde Miller trouwens geen windeieren: hij verkocht al een paar honderd duizend Neuticles. De siliconenballen zijn verkrijgbaar in verschillende grootten, vormen, gewichten of maten van stevigheid.

Zie deze Amerikaanse website.

Neutrofiel:

neutrofiele cellen: een vorm van granulocyten; een type witte bloedcel, die op dezelfde manier werkt als de helpercellen (zie T-cellen). 

Zie ook bloedonderzoek.

N.H.S.B., NHSB:

Nederlands Hondenstamboek (Nederlandse stamboom). Stamboek, waarin honden onder bepaalde voorwaarden, vermeld in het Huishoudelijk Reglement van de vereniging Raad van Beheer op Kynologisch Gebied in Nederland, kunnen worden opgenomen en dat door deze vereniging wordt bijgehouden. Hierdoor kan de afstamming van een hond worden aangetoond.

In een aantal gevallen bestaat de mogelijkheid honden op te nemen in de bijlage van het hoofdstamboek. De bijlage kent drie onderdelen aangeduid met de letter G (van generatie) en een cijfer: G-0, G-1 en G-2.

Nicotinamide:

          vitamine B3.

Niederbracken:

laagbenige brakken, zoals de Dachsbracke des Erzgebirges en de Alpenländer. In Zwitserland Niederlaufhunde genoemd, in Frankrijk Bassets.

Zie brakken en dasbrak.

Nierdialyse:

zie dialyse.

Nieren:

belangrijke organen, die het bloed filteren en de daarin opgeloste afvalstoffen en een overschot aan water verwijderen via de urine. De nieren liggen links en rechts van de aorta, hoog tegen de rug en een klein eindje achter het diafragma. De linker nier ligt in de regel wat verder naar achteren dan de rechter nier om ruimte te geven aan de maag. 

De nieren zijn twee boonvormige organen, die bestaan uit een groot aantal microscopisch kleine vaatkluwens, waarin de bloedvloeistof wordt gefilterd. Het filtraat wordt vervolgens verzameld in het nierbekken. Vanuit het nierbekken stroomt de urine via de ureters naar de blaas, die op gezette tijden kan worden geleegd. 

Een overmaat aan bepaalde stoffen in de urine kan in de urinewegen kristallen vormen, die nier- of blaassteentjes kunnen vormen. In de urine komen blijkbaar ook een aantal hondspecifieke geurtjes voor, die door de hond worden gebruikt als markering. 

Bij de nieren kunnen we 3 lagen onderscheiden: de buitenste laag is de nierschors, de middelste laag is het niermerg, en de binnenste laag is eigenlijk geen weefsellaag, maar een holte, nl. het nierbekken (pyelum). 

De nieren zijn opgebouwd uit zgn. nefronen, die op hun beurt weer uit 2 belangrijke onderdelen bestaan. 

a) Het begin van ieder nefron is de glomerulus (lichaampje van Malpighi). De glomeruli liggen in de nierschors. Elke glomerulus bestaat uit een kelkvormig kapseltje (kapsel van Bowman), dat een netwerk van capillairen omhult. De glomeruli gedragen zich als filters: allerlei stoffen worden uit het bloed gefilterd en komen terecht binnen de omhulling van het kapsel van Bowman. Slechts de grotere stoffen (eiwitten) en bloedcellen blijven in de bloedbaan achter. Dit filtraat noemen we de primaire urine (verlaat niet het lichaam). 

b) Het 2e deel van elk nefron bestaat uit een buizenstelsel, waarvan de zgn. lus van Henle het meest opvallend is. In dit buizenstelsel, wat voor het grootste deel in het niermerg ligt, worden de nuttige stoffen weer teruggeresorbeerd naar de bloedbaan. De werking van het buizenstelsel van ieder nefron wordt gereguleerd m.b.v. hormonen. Het aldosteron uit de bijnierschors reguleert zeer sterk de terugresorptie van zouten. Het anti-diuretisch hormoon uit de hypofyse-achterkwab reguleert sterk de terugresorptie van water. Ook de nier zelf produceert hormonen, die het terugresorptieproces reguleren. 

De nefronen monden tenslotte uit in diverse verzamelkanaaltjes, die de secundaire urine afvoeren naar het nierbekken. Vanuit het nierbekken druppelt de urine via de ureters naar de blaas.

Zie ook nierinsufficiëntie, nierdialyse, rennine, FA, FRD, bloed- en urineonderzoek, anurie, oligurie, polyurie, dysurie en uremie.

Nierinsufficiëntie:

slecht functionerende nieren, nierfunctieverlies. 

De nieren verwijderen het afval uit het lichaam, dat ontstaat door de vertering van eiwitten. Ze reguleren ook de vochthuishouding en filteren het bloed, zodat diverse chemische stoffen in het lichaamsvocht op peil blijven. Ze scheiden de afvalstoffen af naar de blaas en via de zogeheten nefronen, in de vorm van urine. 

De nieren zijn ook actief in meerdere hormonale regelsystemen. Ze produceren erythropoëtine (het bekende EPO), wat de aanmaak van rode bloedcellen bevorderd. Is er een verminderde productie van het hormoon erythropoëtine uit zich dat in bloedarmoede (anemie). 

Het aanwezige erythropoëtine wordt door de nieren, en ook voor een klein deel door de lever, aangemaakt. Vanuit de nieren komt het in de bloedbaan terecht die het naar het beenmerg in de botten transporteert waar het de aanmaak van rode bloedlichaampjes zal regelen. Bij een gezonde hond zullen de nieren genoeg erythropoëtine aanmaken, zodat er een evenwicht bestaat tussen het aantal rode bloedcellen dat wordt afgebroken en het aantal rode bloedcellen dat wordt aangemaakt. Aangezien erythropoëtine in de nieren wordt aangemaakt, zullen honden met nierfalen minder erythropoëtine aanmaken en bestaat de kans dat ze anemisch worden.

Symptomen van nierinsufficiëntie zijn o.a. een niet te lessen dorst, grote hoeveelheden urine lozen, in één keer of heel vaak achter elkaar braken, diarree, verminderde eetlust, gewichtsverlies, slechte adem en bloedarmoede

Deze ziekte komt zelden voor bij honden jonger dan vijf jaar. Als de nefronen niet meer goed werken, kan dat diverse oorzaken hebben, waaronder infecties en lichamelijk letsel; dit kan tot chronische nierinsufficiëntie (schrompelnier) leiden. Het is een ernstige aandoening, die meestal niet te genezen is. 

Zie ook FA, bloed- en urineonderzoek, anurie, oligurie, polyurie, dysurie en uremie.

Niet alleen kunnen zijn:

is soms verlatingsangst. Hij blaft continue, sloopt de boel of is onzindelijk. Zie voor uitgebreide info van dit gedragsprobleem: wetenswaardigheden en ons theorieboek. Wat kan helpen is de D.A.P.-verdamper.

Niet-geregistreerd gebruik van medicijnen:

therapeutisch gebruik van medicijnen bij een diersoort, waarvoor het medicijn niet is geregistreerd.

Niet-staande jachthonden:

rasgroep 8 van de rasgroepindeling van de F.C.I., met de apporteerhonden (retrievers), opstoters van het wild en waterhonden.

De niet-staande jachthonden zijn: Amerikaanse Cocker Spaniel, Amerikaanse Water Spaniel, Barbet, Cão de agua Português, Chesapeake Bay Retriever, Clumber Spaniel, Curly Coated Retriever, Duitse Kwartelhond, Engelse Cocker Spaniel, Engelse Springer Spaniel, Field Spaniel, Flatcoated Retriever, Golden Retriever, Ierse Waterspaniel, Kooikerhondje, Labrador Retriever, Nova Scotia Duck Tolling Retriever, Sussex Spaniel, Welsh Springer Spaniel en de Wetterhoun.

Nimrod:

voor een doeltreffende organisatie van hondententoonstellingen werd op 1 januari 1874 de Koninklijke Nederlandse Jachtvereniging 'Nimrod' opgericht. Het voornaamste streven van deze vereniging was het behartigen van de belangen der jagers en hun honden. Bovendien voerde Nimrod een stamboek. Wegens de geringe belangstelling, die Nimrod schonk aan de 'luxehonden' werd op 1 april 1890 Cynophilia opgericht.

Koninklijke Nederlandse Jachtvereniging 'Nimrod' richtte samen met Cynophilia en de Kynologen Vereniging 'Nederland' op 18 december 1901 de Raad van Beheer op.

Zie ook Baron F.W.C.H. van Tuyll van Serooskerken.

Voor de Nimrod-proef: zie hieronder.

Nimrod-proef:

wordt eenmaal per jaar door de Commissie Jachthondenproeven (CJP) georganiseerd; in 2008 al voor de 35ste keer. Tot en met 2006 werd het altijd op de 2e maandag van november gehouden, maar in 2007 voor de eerste keer op een zaterdag onder meer om het bezoekersaantal positief te beïnvloeden.

De uitgenodigde honden dienen in het afgelopen seizoen ten minste één A-diploma op een KNJV-jachthondenproef en tenminste één MAP A-diploma op een Meervoudige Apporteerproef (MAP) te hebben behaald. Dit zijn de hoogst haalbare diploma's. Een hond mag slechts eenmaal in zijn leven aan de Nimrod-proef meedoen. Het is dan ook de 'proef der proeven' en een grote eer als je als voorjager voor deze wedstrijd wordt uitgenodigd.

De Nimrod wordt ieder jaar in een ander gedeelte van Nederland gehouden. De locatie wordt tot kort voor de wedstrijd geheim gehouden om te voorkomen dat de deelnemers zich kunnen voorbereiden op de specifieke wedstrijdomgeving en om zo de kansen voor iedereen gelijk te houden.

De Nimrod-Proef bestaat in beginsel uit 3 meervoudige niet gestandaardiseerde apporteerproeven.
Het doel van de Nimrod-Proef is enerzijds aan het einde van het seizoen der jachthondenproeven het in wedstrijdverband vergelijken van de prestaties van de meest succesvolle honden en anderzijds jagers en andere belangstellenden een inzicht te geven in de mogelijkheden van goed opgeleide jachthonden.

Men kan naast de titel het AA-diploma halen als men slaagt voor de drie proeven.

Van elk ras wordt minimaal één hond uitgenodigd die het afgelopen seizoen aan de kwalificatie-eisen heeft voldaan en die de meeste kwalificatiepunten heeft behaald.

De NIMROD is na al die jaren een begrip geworden bij de vele jachthondenliefhebbers in ons land. Dit evenement is het sluitstuk van de KNJV-proeven en de Meervoudige Apporteer Proeven die dit seizoen hebben plaatsgevonden. Uit de duizenden deelnemers die hieraan hebben meegedaan worden de 16 meest succesvolle honden, van diverse rassen, geselecteerd en uitgenodigd om uit te maken wie dat jaar de felbegeerde Nimrodbokaal mee naar huis mag nemen.

2002 en 2003 werd de Nimrod door een Labrador gewonnen, 2004 kende geen winnaar, in 2005 won 'n Golden Retriever (273 p.), 2006 werd door 'n Cesky Fousek gewonnen (238 p.), 2007 en 2008 door 'n Labrador Retriever (234 en 273 p.) en 2009 wederom door 'n Labrador Retriever (249 p.; de baas al voor de 3e keer met 3 verschillende Labradors!).

Alle winnaars vanaf 1974 vindt u hier.

Nippon Inu:

met een schofthoogte van 45-55 cm een kleinere uitgave van de Akita. Wegens zijn goed ontwikkelde reukzin wordt hij veel als jachthond gebruikt. Aan de lijn brengt hij de jager naar grote stukken wild. Hij is zeer aan zijn baas gehecht en staat wantrouwend tegenover vreemden.

NJK:

de titel 'Nederlands Jeugdkampioen', afgekort als NJK, werd m.i.v. 1-1-'06 toegekend. Deze titel mag bij inschrijvingen meegenomen worden en kan op de stamboom vermeld worden.

De titel Nederlands Jeugdkampioen kan worden verleend aan honden die in de jeugdklasse op een Nederlandse CAC en/of CACIB tentoonstelling of Kampioenschapsclubmatch 3x een eerste plaats met de kwalificatie 'Uitmuntend' behaald hebben, onder minimaal 2 verschillende keurmeesters. Uitsluitend resultaten behaald vanaf 1 januari 2006 tellen mee.

Bij het behalen en registreren van de titel Nederlands Jeugdkampioen ontvangt de hond automatisch 1 CAC. De mogelijkheid om vanuit de jeugdklasse een CAC te verwerven blijft gewoon gehandhaafd conform de huidige regels in het KR.

Nocardiose, nocardiosis:

is een infectie, veroorzaakt door de bacterie Nocardia asteroïdes. Nocardiosis wordt verkregen door verontreiniging van een wond met de bacterie, door het van de grond te inhaleren of door vuil / aarde / modder te eten dat met de bacterie is vervuild.

Nocardiosis kan ook als een infectie van de borstholte (pyothorax) voorkomen. Dit resulteert gewoonlijk in het produceren van pus dat kan worden opgezogen en worden onderzocht. Wanneer pyothorax aanwezig is, kan het noodzakelijk zijn om chirurgisch een drain in de borst te implanteren; daarvoor moet de hond opgenomen worden, zodat er controle plaats kan vinden.

Als er interne abcessen zijn, kunnen zij chirurgische worden verwijderd.

Er zijn ook sommige honden waarbij de besmetting door het lichaam is verspreid (verspreide nocardiosis): moeilijkheden met ademhalen, koorts, gewichtsverlies, neurologische problemen en afscheidingen van de neus of de ogen.

Nocardiosis is een ernstige ziekte en niet alle honden herstellen ervan, zelfs niet met intensieve zorg.

Nodus:

          weefselknoop.

Non-congenitaal:

is niet-aangeboren; niet bij de geboorte aanwezig.

Non-verbale correctie:

een correctie, waarbij men de hond zowel tijdens de correctie als vlak daarna negeert. Een voorbeeld van deze situatie is het geven van een correctie voor het trekken aan de lijn. Indien de hond aan de lijn trekt, wordt er van richting veranderd of de geleider stopt met lopen, waardoor de hond zelf in de correctie loopt.

In het algemeen is men geneigd om de hond, zodra deze in de juiste positie loopt of staat, uitbundig te belonen. Het gevolg van deze direct gegeven beloning na de correctie is dat de honden juist meer gaan trekken aan de lijn - ze nemen de correctie op de koop toe. Veel beter is het om eerst een paar meter door te lopen en dan de hond te belonen.

Norbergwaarde:

standaardwaarde voor de mate waarin een hond lijdt aan heupdysplasie.            

Nordic Dog Walking:

is Nordic Walking met honden. Het is een leuke hobby en het heeft als bijkomend voordeel, dat het ook beoefend kan worden in aanlijngebieden.

Net als in Canicross draagt de hond een tuig dat middels een flexibele lijn aan een heupband van de eigenaar bevestigd is. Zo heeft de eigenaar zijn handen vrij voor de 'Nordic walking poles', de stokken.

Nordic dog walking is een plezierige sport, die toegankelijk is voor veel eigenaars en honden. Eigenaar en hond moeten een aantal technieken leren. Denk er bijv. aan, dat de hond moet leren in een rechte lijn voor u te lopen, zodat u uw stokken goed kunt neerzetten.

Norsk Schaeferspits, Norsk Schäferspits:

synoniem voor Noorse Buhund.

Northumberland Foxterrier:

oude naam voor de Bedlington Terriër.

NRV, N.R.V.:

is de afkorting voor Natuurlijke Rauwe Voeding, of Natuurlijk Rauw Voeren. Deze 'rauw voer stroming' volgt van oorsprong de theorie van de Australische dierenarts Tom Lonsdale. Het is eigenlijk al iets van heel vroeger, alleen door de komst van brokken bijna in vergetelheid geraakt. Het bestaat uit het voeren van rauw vlees, echter in bepaalde percentages van spiervlees, orgaan en bot.

Het verschil met Barf is relatief klein en heeft vooral te maken met het al dan niet geven van groente. Voorop staat dat zowel bij NRV als bij Barf uitsluitend rauwe, verse voeding wordt gegeven.

De basisprincipes van NRV zijn dat alle voeding rauw en onbewerkt wordt gegeven en dat een hond net als een wolf het best gedijt op een dieet dat hoofdzakelijk uit hele prooidieren bestaat. Een belangrijk uitgangspunt is, dat het afweersysteem optimaal functioneert als het aan het werk wordt gehouden, door de bacteriën in rauw voedsel.

Omdat het geven van hele prooidieren niet voor iedereen haalbaar en wenselijk is, kiezen de meeste NRV-ers ervoor om de verhoudingen van het wolvenmenu zo veel mogelijk na te bootsen, d.w.z. 50-60% spiervlees, 10-20% orgaanvlees en 10-20% bot. Om de onverteerbare delen van een prooidier zoals veren en haar te imiteren, wordt vaak wat groente en ruwe vezel (noten en granen) toegevoegd. Daarnaast worden ook wel vis, eieren (met schaal) en zuivel als aanvulling gegeven.

Zie ook KVV.

NSAID:

is een niet-steroïde ontstekingsremmende pijnstiller, dus een ontstekingsremmer. Het is de afkorting voor Non-Steroidal Anti-Inflammatory Drug.

Deze medicijnen kunnen als bijwerking maag- en darmproblemen geven.

Enkele voorbeelden van NSAID's zijn: Metacam® (meloxicam), Rimadyl® (carprofen), Motricit (ibuprofen), Piroxicam® (Feldene), Tolfedine®, Zubrin® en Trocoxil®.

Klik hier voor de teksten van vele bijsluiters.

Nucleolus:

oftewel het kernlichaampje, een deel van de cel.

Het is een grote chromatinekorrel en maakt deel uit van de chromosomen, maar die structuren zijn in normaal werkende cellen niet waar te nemen.

Nucleus:

          celkern. Zie cel.

Nucleus pulposus:

          zie tussenwervelschijf.

Nullipara:

          dier, dat nog nooit jongen heeft gehad.

Nutriënten:

          voedingsstoffen.

NVK:

de titel 'Nederlands Veteranenkampioen', afgekort als NVK, werd m.i.v. 1-1-'06 toegekend. Deze titel mag bij inschrijvingen meegenomen worden en kan op de stamboom vermeld worden.

De titel Nederlands Veteranenkampioen kan worden verleend aan honden die in de veteranenklasse op een Nederlandse CAC en/of CACIB tentoonstelling of Kampioenschapsclubmatch 3x een eerste plaats met de kwalificatie 'Uitmuntend' behaald hebben, onder minimaal 2 verschillende keurmeesters. Uitsluitend resultaten behaald vanaf 1 januari 2006 tellen mee.

Nymfomanie:

ziekelijke, aanhoudende geslachtsdrift, vaak als gevolg van afwijkingen in de eierstokken.

Nystagmus:

is een verzamelwoord voor het optreden van onwillekeurige, ritmische oogbewegingen, m.a.w de hond heeft geen invloed op deze oogbewegingen en kan ze dus ook niet zelf stoppen. De onwillekeurige oogbewegingen kunnen horizontaal, verticaal of roterend zijn.

Zie vestibulair syndroom.

                                                                                                                                  Naar de 14e pagina met kynologische uitdrukkingen.

Terug naar 'Kynotermen'.

© Copyright by Yvonne Soomers-Marell

Menu-knop.