Alfabetische lijst van Nederlandse en buitenlandse
kynologische & medische termen en uitdrukkingen
Laagbenig:
zie kortbenig.
Laaggesteld:
honden, waarvan de bodemafstand kleiner is dan de borstdiepte.
Labium:
lip.
Labradoedel,
labradoodle:
is een kruising tussen een Labrador Retriever en een Poedel (standaard of miniatuur). Herkomstland is Australië, maar in Amerika komen ze best veel voor.
In Nederland begint het ook een hype te worden sinds het in de "Linda" en in de "Wraf!" heeft gestaan.
In de tachtiger jaren (en niet in de zeventiger jaren, wat overal op internet staat) werd in Australië geprobeerd een goede blindengeleidehond te fokken. Hiervoor werd een Labrador gekruist met een standaard poedel, waarbij de leercapaciteiten van de Labrador en de intelligentie van de Poedel gecombineerd werden. Door een goed fokprogramma werd de Labradoodle geboren: een intelligente, goed te trainen hond, met een vacht die niet verhaart, niet ruikt en geen allergie of astma veroorzaakt. Een echte familiehond.
Zie de
rasstandaard in het Engels zowel als in het
Nederlands.
Lachen:
het optrekken van de bovenlippen, wat niets met het menselijk lachen gemeen heeft (zie tanden laten zien). Het is niet het ontbloten van het voorste gedeelte van het gebit, dit is het toebereidsel voor vechten. Het 'lachen' schijnt een uiting van blijdschap of opwinding te zijn.
Ook niet verwarren met grommen.
Lactase:
enzym, dat lactose opsplitst in glucose en galactose.
melkgift, voeding met moedermelk na een geboorte.
melksuiker.
verwonding, letsel, kwetsuur.
Laika:
de naam 'Laika' is geen rasaanduiding, maar komt van het Russische woord 'lájatj' (russisch Лайка), wat blaffen betekent.
Met Laiki (meervoud van Laika) wordt het type honden bedoeld welke sinds de oertijd met de mens samenleven en die, door verschil in gebruik én geologische ligging, van uiterlijk verschillen. Zij liggen aan de oorsprong van vele huidige noordse rassen. Van de 6 Laika-rassen zijn er momenteel slechts 3 erkend door de FCI: de Russisch Europese Laika, de West Siberische Laika en de Oost Siberische Laika.
De andere 3, te weten Karelo-Finse Laika, Jezdoraja Laika en Nenezker Laika (of Samojeden Laika, niet te verwarren met de Samojeed nu), zijn niet door de FCI erkend.
Tevens is Laika ook de naam van een bekend hondje. Het Russische hondje Laika ging op 3 november 1957 de ruimte in. Ze schreef daarmee geschiedenis als de eerste deelnemer aan een bemande ruimtevaart. Laika overleefde de reis niet. Het was de bedoeling dat ze door vergiftigd voedsel zou sterven, vlak voordat het ruimtevaartuig Spoetnik II zou verbranden. Vermoedelijk is ze echter al na een paar uur in de ruimte overleden aan oververhitting en stress.
Ten tijde van Laika's ruimtereis was weinig bekend over het effect van een dergelijke onderneming op levende wezens. Honden werden door het Russische ruimteprogramma gebruikt als proefkonijnen. Alleen straathonden viel deze eer ten deel, omdat deze dieren geacht werden zich beter aan zware omstandigheden aan te passen.
Na een aantal ruimtevluchten met honden, brachten de Russen op 12 april 1961 wel de eerste mens in de ruimte, de 27-jarige kosmonaut Yuri Alexeyevich Gagarin (Russisch: Юрий Алексеевич Гагарин).
In Rusland werd op 11 april '08 een officieel Laika-monument onthuld, ter ere van het hondje dat vijftig jaar geleden een ruimtereis maakte en dat met de dood moest bekopen. Het monument, een beeld van een hond bovenop een raket, staat in de buurt van de militaire onderzoeksfaciliteit in Moskou, waar de reis van Laika werd voorbereid.
In 2006 heeft schrijfster Bibi Dumon Tak het Kinderboekenweekgeschenk van 2006 geschreven. Het boek heette "Laika in de sterren" en ging over Laika de hond.
Na Laika werden nog vele dieren de ruimte ingeschoten. Veel van die dieren overleefden de reis wel.
Lamel:
dun plaatje, bijv. van been, verkleinwoord van lamina.
dunne plaat, bijv. van been.
operatie om de druk, die een kapotte tussenwervelschijf op het ruggenmerg uitoefent, te verlichten. Deze operatie kan het best binnen 24 uur na het ontstaan gedaan worden. Klik hier voor meer info.
Lancet:
chirurgisch mesje met fijne punt en zeer scherpe snede.
hond, die op het
gezicht jaagt zoals
windhonden.
jacht met honden, die alleen hun gezichtsvermogen gebruiken.
Lange neus:
het vermogen om wild op een grote afstand te ruiken.
de cellen in de alvleesklier (pancreas), die insuline produceren. Zie Eilandjes.
Lange
spieren (spoelvormige spieren):
de spiervezels lopen in de lengterichting van de spier. We vinden dit type vooral aan de ledematen. Zie voor meer info: spieren.
lang, aanliggend haar met dunne en zachte bovenvacht (grannen). Zie vacht.
Langharige Steenbrak:
vermoedelijk een terugslag van ingekruiste Épagneulrassen; niet gewenst. Zie ook brakken.
Languedoc,
Herdershond van de ~:
ook Farou of Herdershond van de Camargue genoemd. Hij lijkt op de ouderwetse Beauceron, maar is iets lichter.
Reuen 40-50 cm. schofthoogte, teven 38-50 cm. Gewicht ongeveer 24 kg. Levendig en schrander. Vrij lang hoofd, platte hersenpan, weinig stop, puntige snuit, zwarte neus. Grote, levendige, donkergele ogen. Diepe borst. Vrij lange voeten, 1 hubertusklauw verplicht, soms 2. Haar is meestal glad, soms halflang en lang. Dan hoofd toch kort en hals, benen en staart halflang. Zwart en licht roestbruin, diep ros of met zwart.
instrument voor inwendig buikonderzoek, dat via de buikwand wordt ingebracht. Een laparoscoop is een lange dunne holle buis met aan het uiteinde een lens. Naast de laparoscoop maakt de dierenarts ook gebruik van een hulpinstrument.
is een kijkoperatie of Minimaal Invasieve Chrurgie, een inwendig buikonderzoek m.b.v. optische apparatuur (laparoscoop). Laparo (=buik) scopie (=kijken) is een operatietechniek waarbij door zeer kleine toegangspoorten van slechts 5 mm in de buik geopereerd wordt.
Een laparoscopie wordt uitgevoerd om de oorzaken van verschillende klachten in de buikholte op te sporen (diagnostische laparoscopie) en zo mogelijk direct te behandelen (therapeutische of operatieve laparoscopie) of om vast te stellen of een andere operatie nodig is.
Laparoscopie wordt in Nederland nog niet door veel dierenartsen gedaan, maar het is wel de sterilisatie van de toekomst, hoewel er voor- en nadelen zijn.
De voordelen:
• korte operatietijd. Een laparoscopie duurt gemiddeld 14 minuten, terwijl de traditionele sterilisatie al snel 40 minuten duurt;
• korte narcose, waardoor de hond sneller hersteld is;
• 3 sneetjes van 5 mm i.p.v. een lange, diepe snee (normaal een wond van 7-10 cm door 3 lagen). Gevolg is minder wondpijn, minder kans op wondinfectie, geen kans op wondbreuk en de hond hoeft na de operatie geen kap op. Bovendien hoeft de buik niet helemaal kaalgeschoren te worden;
• beter zicht tijdens de operatie. Het zicht in de buik is veel beter dan bij de ouderwetse operatie. Geen kans op nabloeden of op restovaria;
• alleen de huidlaag hoeft te worden gehecht, dus geen diepe hechtingen;
• amper nazorg. De nazorg bestaat eigenlijk alleen uit het, door de eigenaar zelf, verwijderen van de 3 huidhechtingen na 7 dagen.
De nadelen zijn:
• ervaring is vereist, anders is het een levensgevaarlijke operatie;
• door de hoge aanschafwaarde van de apparatuur is een laparoscopie duurder dan een traditionele sterilisatie. De korte operatietijd brengt de prijs echter weer naar beneden, waardoor het nu (in '07) nog z'n 50 tot 100 euro duurder is (afhankelijk van het gewicht van de hond).
Ook kan er een laparoscopische castratie van de cryptorche reu gedaan worden, waarbij de testikel nog niet tumoreus mag zijn.
Zie ook endoscopie.
Laparotomie:
buiksnede, buikoperatie.
Lappenhond:
is onder te verdelen in de Finse Lappenhond of Lapinkoira, en de Zweedse Lappenhond of Lapphund.
ontsteking van het strottenhoofd (= larynx).
is een soort gebogen roestvrij stalen spatel met op het uiteinde een lampje om de keel te onderzoeken.
het onderzoek van de keel m.b.v. een laryngoscoop, wanneer er iets in de keel zit (bijv. visgraten) of bij verdenking op tumoren. Omdat een hond niet zo meewerkt, gebeurt dit meestal onder narcose.
Zie ook endoscopie.
is het strottenhoofd en bevindt zich op de overgang van keelholte naar luchtpijp. Het strottenhoofd bestaat uit een vijftal kraakbeentjes bedekt met spierweefsel (8 spieren): het tongbeen, strottenklepje, schildvormig kraakbeen, ringvormig kraakbeen en bekervormig kraakbeen. Tussen de bekervormige kraakbeentjes en de bodem van het schildkraakbeen zijn de stembanden uitgespannen. U moet zich deze niet zozeer als banden voorstellen, het zijn eerder strak gespannen gordijnachtige vliezen, die aan de zijkanten zijn vastgehecht aan het schildkraakbeen.
De larynx wordt afgedekt door een beweeglijke op een klep gelijkende structuur, epiglottis genaamd. De epiglottis sluit de luchtpijp af als de hond eet en drinkt om te voorkomen dat voedsel of water in de luchtpijp terechtkomen.
Ook de larynx zelf kan zich sluiten om te voorkomen dat voedselresten in de luchtpijp terechtkomen. Tevens regelt de larynx de luchtstroom in de luchtpijp tijdens het ademhalen. De sluitfunctie is heel belangrijk en 7 van de 8 spieren zorgen dan ook voor sluiten van de larynx tijdens het eten en drinken. Slechts 1 spiertje zorgt voor opening van de larynx tijdens het ademhalen.
Het gehele strottenhoofd is opgehangen aan de schedel. De verbinding tussen de schedel en het strottenhoofd wordt gevormd door het tongbeen. Het tongbeen geeft tevens steun aan de tong.
Zie voor meer info: skelet.
Larynxparalyse, larynx paralyse:
zie stembandverlamming.
Larynxparese, larynx parese:
stembandverslapping.
Laser:
lichtversterking door gestimuleerde emissie van straling. Een geconcentreerde lichtbundel wordt ook in de chirurgie gebruikt.
Latent:
verborgen, onzichtbaar, niet waarneembaar, bijv. van een ziekte.
terzijde, zijdelings gelegen; i.t.t. mediaal.
op de zijde betrekking hebbend; i.t.t. medialis.
Laufhund, Laufhunde:
naam door de Zwitser voor de Lopende Honden; zie brakken.
Layback:
Engels voor
hoeking.
Layback
nose:
teruggeslagen neus (bijv. Pekingees en Engelse Bulldog).
LDH,
Lactaat Dehydrogenase, lactaatdehydrogenase:
is een enzym, dat voor komt in een groot aantal weefsels, waaronder lever, spieren en rode bloedcellen. Het komt vrij bij gewijzigde celmembraanpermeabiliteit en necrose.
Een stijging van LDH kan wijzen op vele aandoeningen, zoals bijv. hemolyse, lever- en hartziekten.
het bepalen van de leeftijd aan de meer of mindere veranderingen van de snijtanden is en blijft een benadering. Deze veranderingen kunnen nl. verschillend zijn. Zo heeft bijv. het dragen van houtjes, botten en stenen een snelle afslijting tot gevolg.
Melkgebit en blijvend gebit zijn wel van elkaar te onderscheiden: melkkiezen zijn puntiger en blauwachtig van kleur.
Een ondersteuningsmiddel bij de leeftijdsbepaling is het optreden van grijze haren aan het hoofd. Soms worden op 3-jarige leeftijd de haren in de omgeving van de neusrug en bovenlip al grijs, vooral bij rassen met donker haar.
Een troebel worden van het hoornvlies, een ouderdomscataract, kan ook op 3-jarige leeftijd al aanwezig zijn. Betrouwbaar houvast heeft men hieraan niet, ook niet aan het sneller groeien en meer gebogen worden van de nagels. Honden met weinig beweging, en dan nog wel op zachte bodem, hebben dikwijls al op zeer jonge leeftijd lange, kromgegroeide nagels.
Zie ook tanden.
Leeftijdsfasen:
zie gedrag.
Legg-Calvé-Perthes,
ziekte van ~:
een aandoening aan de kop van het dijbeen, die bij de onvolwassen hond van kleine rassen voorkomt.
Aangenomen wordt, dat de oorzaak is gelegen in een stoornis in de bloedvoorziening van de heupkop. Deze stoornis leidt tot botverval en heeft daardoor een slechte aansluiting en artrose tot gevolg en is daardoor vergelijkbaar met heupdysplasie.
De behandeling bestaat uit het wegnemen van de heupkop.
overvulde slijmbeurs van de elleboog. Een legger is een bij de hond (maar ook bij het paard)
voorkomende zwelling op
de achterkant van de elleboog. Een legger is een reactie van een herhaalde
prikkeling (bv. zich stoten). Meestal is een zeer harde ondergrond de oorzaak.
Als reactie op deze druk vormt zich onder de huid een slijmbeurs, dus een met
vloeistof gevuld kussentje, waarvan de wand op den duur steeds dikker gaat
worden, en de holte daarbinnen steeds kleiner, zodat het tenslotte een harde
bindweefselknobbel wordt, die nog steeds met huid bedekt is, hoewel deze huid
dan ook steeds hard en hoornig aanvoelt. Meestal treedt geen kreupelheid op,
tenzij de slijmbeurs ontstoken raakt, dit zien we echter zelden.
Pas de harde ondergrond aan, en geef de hond een zachte ondergrond en vermijd spelen op hardere ondergronden.
Zie ook bursitis.
Leihond:
leihonden zijn honden die zoeken aan de riem naar het geschoten wild.
Leishmania,
Leishmaniasis, Leishmaniose:
infectieziekte, die wordt veroorzaakt door flagellaten van het geslacht Leishmania en verspreid door zandvliegjes (Phlebotomus). Niet alleen de hond kan het krijgen, maar ook de mens (een paar jaar geleden had een 15 maanden oud kind uit Aken dit).
Door een beet van de zandvlieg kan de parasiet worden overgedragen. Soms blijft de infectie beperkt tot de huid, maar ook inwendig kan de parasiet flink huishouden. Organen kunnen onherstelbaar worden aangetast waardoor dierenartsen het huisdier moeten laten inslapen.
Er is op dit moment nog geen vaccin beschikbaar tegen leishmaniasis. Dus als u met uw hond op vakantie naar gebieden rond de Middellandse Zee gaat, geef hem dan preventief een behandeling met een vlooienmiddel op basis van permethrin of een bepaald type anti-tekenband (bijv. Scalibor®): dit heeft een afwerende invloed op de vliegjes. Ook kunt u uw hond beter binnenshuis houden na zonsondergang, omdat dan de zandvliegjes schijnbaar het meest actief zijn.
Leithund:
zie limier.
Lemon belton:
zie belton.
het gedeelte van de rug, waar zich de 7 lendenwervels bevinden (zie skelet).
In veel standaards wordt de nadruk gelegd op een krachtige lendenpartij, d.w.z. dat de spieren bij dit gedeelte van de rug zwaar ontwikkeld moeten zijn.
Lensextractie:
operatieve verwijdering van de lensinhoud bij cataract, of van de gehele lens bij lensluxatie.
Lensluxatie
(ectopia lentis), Lens luxatie:
(gedeeltelijke) loslating van de lens in het oog. De lens is in het oog opgehangen met hele fijne ophangbandjes. Door een erfelijke aanlegfout en degeneratie of door grof geweld kunnen deze ophangbandjes kapotgaan en kan de lens zich iets verplaatsen of geheel loskomen in de oogbol. Een lensloslating kan een drukverhoging (glaucoom) in het oog veroorzaken en zo tot blindheid leiden.
Lensluxatie is meestal het gevolg van een (waarschijnlijk recessieve) erfelijke oogafwijking, die regelmatig voorkomt bij veel van de kleine terriërachtigen (bijv. Duitse Jachtterriër, Welsh Terriër, Tibetaanse Terriër, Foxterriër, Jack Russell Terriër, Miniatuur Bull Terriër, Dandie Dinmont Terriër), Australian Cattle Dog, Border Collie en Shar-Pei.
Leptospirosis
(leptospirose):
ziekte van Weil, melkerskoorts. Bacteriële infectie veroorzaakt door Leptospiren. Wordt o.a. overgebracht door urine van ratten. Deze is overdraagbaar op de mens en kan dodelijk zijn.
Doordat de ziekte wordt overgedragen via contact met de urine van besmette dieren, en zo honden het ook op elkaar overbrengen, komt de ziekte van Weil vaker voor bij reuen dan bij teven, aangezien reuen vaker urine oplikken en aan genitaliën likken.
Bij jonge pups kan leptospirosis zich manifesteren, doordat er plotseling een of meer pups van het nestje overlijden zonder dat er gezondheidsklachten waren.
De symptomen zijn zeer divers: o.a. anorexia, lusteloosheid, geelzucht, braken, diarree en bloedingen. In acute gevallen kan de dood al binnen een paar uur nadat de symptomen zich hebben voorgedaan intreden, ook als de juiste behandeling is gestart.
Er bestaat een vaccinatie tegen de ziekte van Weil (zit in de cocktailenting) en deze dient ieder jaar te worden herhaald. Bij jachthonden of honden die veel zwemmen wordt het zelfs 2 maal per jaar gedaan.
is een sterke, machtige Berghond uit oostelijk Kaukasië met een krachtig hoofd met brede schedel, hangoor, lang, wit behaard, hoofd kortharig.
Zie ook Jakoetenhond.
Letaal:
dodelijk, de dood veroorzakend.
Letale
factor:
dit zijn erfelijk bepaalde factoren die de dood tot gevolg hebben. In de kynologie hebben we vooral te maken met subletale factoren. Een voorbeeld daarvan is de Merle-tekening. Als twee Blue-Merle-honden met elkaar gepaard worden, wordt een kwart van de nakomelingen bijna geheel wit en sterk verminderd levensvatbaar.
Zie ook heterozygotie en homozygotie.
Letaliteit:
het percentage gevallen met dodelijke afloop.
toestand van geestelijke ongevoeligheid; ziekelijke slaapzucht.
Letterkunde,
De hond in de ~:
de Nederlandse literatuur heeft zich weinig met 's mensen beste vriend beziggehouden. Zij bezit echter in "Overpeinzingen van een bramenzoeker" van R.N. Roland Holst het beste dat in onze taal op psychologisch gebied over de hond is geschreven. Zijn strijd tussen het avontuur en de knusheid, de benadering tot eenwording toe tussen de 2 oude makkers en altijd daarna het uit elkaar drijven, kon alleen door een kunstenaar zó juist gezien en zo meesterlijk weergegeven worden.
Arthur van Schendel liet eigen werk over de hond en een bloemlezing uit dat van anderen na onder de titel "Mensen en Honden" (1947). Hoewel waarschijnlijk onbekend met "The First Friend" koos de auteur zeer weinig van wat ook daarin voorkomt, zodat beide werken elkaar aanvullen.
Louis Couperus ontpopte zich in zijn laatste levensjaar als een innige hondenvriend, al paste zijn "Brinio" ook weinig bij hem (Feuilleton "Het Vaderland", later opgenomen in "Proza").
Frans Coenen betreurt zijn gestorven hond. Frederik van Eedens "De Kleine Johannes" (1887) stelt zijn hond boven de kat, die wel voor zichzelf zorgt. In de beschrijving van hun ontdekkingsreizen hebben mevrouw en de heer Visser-'t Hooft hun hond Patiala vereeuwigd."Tita vlucht" door Karel Jonckheere is met veel begrip van de hond geschreven.
Bij de oudere schrijvers komt de hond wel eens min of meer terloops ter sprake, o.a. in "Van den vos Reynaerde" en bij Vondel o.a. in "Bespiegelingen over God en Godsdienst" (1662, IV, 155). Willem Bilderdijk echter heeft in zijn, ook door Willem Kloos in zijn bloemlezing (1906) opgenomen gedicht "De Dieren" (1817) de hond verheerlijkt.
De buitenlandse literatuur en met name de Engelse is, ook naar verhouding, veel rijker aan verhalen waarin de hond een rol speelt.
Vooral Shakespeare kende hond en jacht. Geoffrey Chaucer (±1343-1400) noemt de hond in "The Canterbury Tales". Walter Scott (1771-1832) is ondenkbaar zonder Maya en zijn "Guy Mannering" schonk de Dandie Dinmont Terrier zijn naam. In later tijd zijn het bekendst Rudyard Kipling (1865-1936) in tal van boeken (o.a. "Thy servant a dog" uit 1930), John Galsworthy, J.K. Jerome (o.a. "Dogs as Companions"), Jack London en Curwood. In de reisverhalen over pooltochten schittert dat van kapitein R.F. Scott door zijn zuiver en heldhaftig inzicht dat men wel zichzelf, maar niet een hond aan wetenschap of wat ook mag offeren. Majoor A. Dawson schrijft kynologisch leerzaam in romanvorm (o.a. "Peter of Monklease").
Lucy Menzies verzamelde in "The First Friend" (Allen & Unwin Ltd., London) veel van het beste over de hond geschreven van 1400 v.C.-1921.
Ook "The Fireside Book of Dog Stories", verzameld door Jack Goodman, geeft wat tal van auteurs over onze beste vriend schreven.
In het Frans treft hetgeen Lamartine, Rousseau en Maeterlinck aan de hond wijdden het meest. In "Sans Famille" ("Alleen op de wereld"; 1878) van Hector Malot (1830-1907) is een Poedel een belangrijke figuur.
Duitse publicaties van onze tijd zijn o.a. "Die gelbe Dogge Senta" van Paul Eipper (1891-1964) en wat Bruno Nelissen-Haken schreef over de "Dackel Haidjer".
Dášeňka (1932) van Karel Čapek (1890-1938) werd uit het Tsjechisch vertaald (o.a. in het Nederlands als "Tuuntje" verschenen of "Dashenka" in het Engels).
Voor boeken over de hond: zie literatuur over de hond.
Leucocyten:
zie leukocyt.
Leucodystrofie:
zie kooikerverlamming.
bloedkanker, kwaadaardige woekering van de witte bloedcellen in beenmerg en/of lymfeklieren.
Het is een vorm van kanker, waarbij abnormale vermeerdering van de leukocyten plaatsvindt, gepaard gaande met kankerachtige woekeringen in de milt, lymfeklieren, lever en/of het beenmerg. De ziekte heeft meestal een chronisch verloop.
Symptomen zijn: vermagering, verstopping, lichte koorts en typische veranderingen in de samenstelling van het bloed. Vroegtijdige behandeling kan het verloop van de ziekte vertragen.
Zie voor meer info over kanker: wetenswaardigheden.
verschijnsel, dat een witte vacht gepaard gaat met gehoorstoornissen. Leukistisch witte honden hebben soms ook 1 of 2 blauwe ogen. Soms is daarbij ook het gezichtsvermogen aangetast.
De vacht is bij leukistisch witte honden bijna overal wit, maar ook kunnen vlekken van zwart of bruin pigment voorkomen.
Bij witte Bull Terriërs komen enkele gepigmenteerde vlekken zeer onregelmatig verspreid op het lichaam voor. Bij Engelse Setters en Dalmatische Honden zijn het kleinere of grotere, regelmatig over het lichaam verspreide pigmentvlekken.
Bij leukistisch witte honden is soms het ene oog blauw en het andere geheel of gedeeltelijk gepigmenteerd.
Bij de mensen is leukisme bekend onder de naam 'Ziekte van Waardenburg', maar het komt ook voor bij katten, nertsen en runderen.
Zie ook pleiotropie.
wit bloedlichaampje, witte bloedcel. Ze komen in diverse vormen voor: macrofagen en lymphocyten oftewel granulocyten, monocyten en lymfocyten. Leukocyten zijn witte bloedcellen, die het lichaam beschermen tegen lichaamsvreemde stoffen, m.a.w. ze verdedigen het lichaam tegen invloeden van buitenaf, waaronder ziekteverwekkende bacteriën, virussen en schimmels.
Zie ook bloedonderzoek.
Leukocytose:
(tijdelijke) toename van witte bloedcellen bij onder andere drachtigheid en ontstekingen.
Leukodystrofie:
zie kooikerverlamming.
Leukopenie:
tekort aan witte bloedlichaampjes.
Level:
Engels voor sluitend gebit (scharende snijtanden; level mouth) en voor een rechte belijning van de rug (level back).
Leven:
het leven in een nagel: zie nagels knippen.
Levensduur
bij de hond (levensverwachting):
is afhankelijk van het ras. De jonge hond is afhankelijk van het ras na één tot twee jaar volgroeid. Het verouderingsproces treedt in op zijn 8ste tot 10de levensjaar en kort daarna de vergrijzing.
De meeste honden worden 12-14 jaar, maar sommige gezonde en goed verzorgde dieren kunnen 16 jaar of zelfs nog ouder worden. Als hoogste leeftijden worden 22 en 24 jaar genoemd en volgens Flower (1931) zou er één zelfs 34 jaar zijn geworden.
In het algemeen kan men wel stellen, dat bastaarden een hogere levensverwachting hebben dan rashonden.
vervult tal van functies in het lichaam, waarbij de afvalverwijdering qua omvang slechts een beperkte taak vormt.
Zo kunnen we noemen: a) de productie van gal; b) de ontgiftiging van het bloed; c) de stapeling van reservevoorraden; d) de afbraak en opbouw van aminozuren en vitamines; e) de vorming van bloedeiwitten; f) de vorming van hormonen (somatomedine).
Zie ook levercirrose, leverinsufficiëntie, levershunt, levertumoren, spijsverteringsstelsel, uitscheidingsstelsel en vitamine A.
is een chronische aandoening van de lever waarbij levercellen te gronde gaan en gedeeltelijk worden vervangen door bindweefsel (leverfibrose). Hierbij gaat de functie van de lever achteruit. Het ontstaat als gevolg van een infectie, vergiftiging of van een andere ziekte. Levercirrose uit zich eerst in wat algemene verschijnselen als moeheid, gebrek aan eetlust en misselijkheid. Later ontstaan geelzucht en vochtophoping. Ernstige levercirrose leidt tot de dood.
Zie ook Hepatitis Contagiosa Canis en GGT.
de lever is een van de belangrijkste organen en heeft vele ingewikkelde functies. Hij helpt o.a. de nieren om afvalstoffen uit het lichaam te verwijderen, maakt eiwitten aan die nodig zijn voor het stollen van het bloed, verwerkt vetten en koolhydraten en slaat die op, maakt gal aan (die nodig is voor de spijsvertering) en zuivert het bloed.
Veel leveraandoeningen zijn ernstig. De symptomen zijn vaak moeilijk op te merken, vooral in het beginstadium van de ziekte. De hond kan zijn eten weigeren, afvallen, braken, diarree hebben of in algehele slechte conditie verkeren. Het oogwit zal bovendien geel worden.
Langdurige ontsteking van de lever, kanker of problemen met het galkanaal (de buis waardoor de gal wordt vervoerd) kunnen allemaal leverinsufficiëntie tot gevolg hebben.
Jammer genoeg kan er maar weinig voor de hond gedaan worden. Alle behandeling is
gericht op het verlichten van de klachten met het doel de hond nog een redelijk
leven te geven.
vooral bij jachthonden gebruikte aanduiding voor een lichtere bruintint (volgens de Raad van Beheer); naar de mening van verschillende kynologen: andere term voor chocoladekleur.
Leverontsteking:
zie hepatitis.
of een porto-systemische shunt. Een levershunt kan zich in grote lijnen op twee manieren presenteren: intra-hepatische en extra-hepatische shunts.
Het niet sluiten van de ductus venosus kan resulteren in een shunt binnen de lever; we noemen dit een intra-hepatische shunt.
De extra-hepatische shunt is een verbinding tussen de poortader en de grote circulatie, die buiten de lever is gelegen. De oorzaak hiervan moet gezocht worden in het blijven bestaan van een verbinding, die ontstaan is tijdens het actieve groeiproces van de vaten rond de lever.
Gevolgen: daarmee komen de giftige stoffen vanuit de darmen direct in het lichaam terecht. Een hond met zo'n aangeboren shunt (bijv. Cairn Terriër, Ierse Wolfshond en Hovawart) wordt daardoor langzamerhand vergiftigd.
Het wezenlijke verschil tussen beide soorten shunts is: de intra-hepatische shunt via de ductus venosus (Arantii) is een shunt t.g.v. het niet sluiten van de tijdens de embryonale levensfase, functionele en van levensbelang zijnde verbinding tussen de vena umbilicalis en het hart; de extra-hepatische shunt is een verbinding die bij toeval ontstaat of ontstaat als tijdelijke brug voor de vorming van een ander vat en nog tijdens het embryonale leven zou moeten verdwijnen maar dat niet doet.
Om een levershunt vast te stellen wordt een bloedonderzoek op ammoniak (NH3) verricht.
Het type shunt (intra- of extra-hepatisch) is van groot belang voor de prognose van de hond. De meeste shunts zijn echter operabel; slechts 40 % van de intra-hepatische shunts is dat niet. Als de shunt niet operabel blijkt te zijn, dan zijn de vooruitzichten voor de hond somber. Met een eiwitarm dieet kunnen de symptomen zich wel tijdelijk verminderen, maar hiervan moet u niet al te veel verwachten. Meestal zullen deze honden binnen niet al te lange tijd sterven t.g.v. de shunt.
L.H., LH:
luteïne hormoon, luteïniserend hormoon, luteotroop hormoon.
Bij het vrouwelijk dier zorgt dit hormoon voor de vorming van het gele lichaam uit de gerijpte en geovuleerde follikel. Daarna stimuleert dit hormoon de productie van het drachtigheidshormoon progesteron door het gele lichaam.
Bij het mannelijk dier bevordert dit hormoon de productie van het mannelijke geslachtshormoon testosteron door de interstitiële cellen van Leydig; daarom wordt bij mannelijke dieren dan ook wel gesproken van het I.C.S.H. (interstitiële cellen stimulerende hormoon).
Zie ook oestrus.
Libido:
geslachtsdrift.
Lichaampje
van Malpighi:
glomerulus; zie nieren.
Lichaamsscan:
is een inwendig onderzoek van het lichaam m.b.v. radiogolven of radioactieve isotopen.
Zie ook MRI-scan, CT-scan en röntgenstraling.
is een middel om met elkaar te communiceren. Hiermee wordt o.a. weergegeven of een hond dominant is t.o.v. de ander of juist onderdanig (submissief).
Deze houdingscommunicatie bestaat uit de volgende 4 elementen: a) staartdracht, b) lichaams- (romp-)houding, c) oorstand, d) mondhoeken.
Zie voor uitgebreide info: ons theorieboek.
Honden hebben uiteraard veel meer mogelijkheden tot communiceren. Het is echter de houdingscommunicatie, bestaande uit deze 4 elementen, die bepaalt hoe de dominantierelatie tussen twee of meer individuen is.
Zie ook gedrag, hondentaal en houding.
Lichaamstemperatuur:
zie temperatuur.
LID, L.I.D.:
is
Liesbreuk
(hernia inguinalis):
het binnendringen door het lieskanaal van delen van de darmen in de scrotumhals.
Ook bij teefjes kan een liesbreuk ontstaan, zij het dat dit veel minder vaak voorkomt. De uitwendige breukzak is dan niet zoals bij de reu de scrotumhuid, maar de huid in de liesstreek.
Een liesbreuk ziet er bij de reu uit als een verdikking in de scrotumhals, en bij de teef als een verdikking in de lies.
Vanwege het risico, dat de breukinhoud wordt ingeklemd en daardoor afsterft, moet een liesbreuk meteen operatief verwijderd worden.
band van bindweefsel om een gewricht.
is een dier dat een besmettelijke of erfelijke ziekte bij zich draagt én er bovendien aan lijdt. De beide ouders zijn minstens drager van het gen, dat deze ziekte veroorzaakt.
Lijders geven deze ziekte door aan al hun nakomelingen in de volgende generatie. Daarom moet er niet met de lijder, maar ook niet met de nestgenoten, ouders en het nageslacht gefokt worden.
Lijn:
a) riem, waaraan de hond vastgehouden wordt;
b) lijn is ook synoniem voor lijnteelt (zie hieronder).
Lijnteelt, lijnenteelt:
een intensieve vorm van inteelt (bijv. neef/nicht, neef/tante, oom/nicht).
Bij lijnenteelt wordt steeds weer teruggekruist op vader- of moederdieren, die in hoge mate aan de verwachtingen hebben voldaan. Als die vader of moeder niet meer beschikbaar is, worden nakomelingen gekozen die zo goed mogelijk aan dezelfde eisen voldoen. Door een dergelijke teelt wordt op den duur een grote mate van fokzuiverheid en daarmee ook van uiterlijke uniformiteit bereikt.
Lijnzaad:
is al van oudsher bekend als een voedingssupplement, dat 2 belangrijke voordelen heeft:
a) het werkt regulerend op de spijsvertering en de ontlasting (om die reden ook te adviseren bij honden met anaalklierproblemen);
b) het geeft glans aan de beharing. Dof en bros haar wordt weer soepel en glanzend, belangrijk voor bijv. de teef waarvan de vacht tijdens de verzorging van de pups sterk achteruit is gegaan.
Lijnzaad bevordert niet de groei van de vacht.
Limbisch systeem:
hersenstelsel, dat het zenuwstelsel en hormonaal stelsel regelt.
Limier
(meerv. Limiers):
Franse term (in het Engels lymehound; in het Duits Leithund): een brak, waarmee men in het jachtveld eerst het wild opzoekt alvorens de meute wordt ingezet voor de jacht. M.a.w. een hond, die aangelijnd op het zweetspoor gezet wordt.
Vaak werd de Bloedhond gebruikt, die daartoe niet
aan de riem, maar in een tuig was aangelijnd.
Linea:
lijn, draad.
Linea alba:
witte lijn van de navel tot de verbinding der schaambeenderen.
Lingua:
tong.
worm, die het darmkanaal kan verstoppen. Tot de onderorde der lintwormen behoren verschillende Taeniae, Dipylidium caninum, Echinococcus en Botriocefalus. Zie voor meer info: wormen.
geproduceerd door de pancreas ten behoeve van de vertering van vetten. Lipase splitst vetzuren af van tri-glyceriden, waardoor uiteindelijk een mengsel ontstaat van tri-glyceriden, di- en mono-glyceriden, vrije vetzuren en glycerol.
Lipomatose:
vetzucht.
Lipoom:
is een goedaardig vetgezwel en komt vooral voor bij oudere, grote honden, die aan overgewicht lijden.
Lippen:
vlezige massa, die de mondholte omsluit. Lippen, vooral die van de bovenkaak, bepalen de belijning van de voorsnuit, een belangrijk punt bij de beoordeling van het hoofd.
eczeem, dat veroorzaakt wordt door in de buitenste plooi van de onderlip achtergebleven speeksel en voedselresten. Het komt voor bij honden met diepe lipplooien. Regelmatig schoonhouden voorkomt dit. Soms is een operatieve lipcorrectie nodig.
water, (ruggenmerg)vocht.
Zie ook hydrocefalus en cerebrospinale vloeistof.
Literatuur over de hond:
het aantal boeken over kynologie of onderdelen daarvan is legio en breidt zich nog steeds uit. Een overzicht van de op dit moment verkrijgbare boeken zou dan ook morgen weer verouderd zijn. Daarom volsta ik hier met de vermelding van een aantal historisch interessante, merendeels alleen nog antiquarisch verkrijgbare kynologische werken, terwijl dit stukje wordt afgesloten met de opsomming van enkele, over het algemeen eenvoudig verkrijgbare boeken over fokken, het gangwerk en het keuren van honden. Daarnaast bestaat er over elk ras wel een of meerdere boeken.
Tot de meest vermaarde eerste kynologische werken behoort het in het Frans geschreven 'Livre de Chasse', van Gaston Phoebus, uit 1387. Edward, hertog van York, bewerkte het voor Engeland, waar het onder de naam 'The Master of Game' tussen 1406 en 1413 is verschenen.
In 1486 kwam het 'Book of St. Albans' uit, geschreven door "Dame Berners" of "Barnes", die abdis van Sopewell zou zijn geweest, indien het geen schuilnaam was. Beroemd zijn haar berijmde raspunten van de Greyhound, die beginnen met het hoofd van een slang en verder gaan met de hals van een draak, de voet van een kat, de staart van een rat etc.
Een vaak aangehaald werk is het Latijnse 'Joannis Caii Britanni de Canibus Britannicus, Liber Unus. De Rariorum Animalium, et Stirpium Historia, Liber Unus. De Libris Propriis, Liber Unus. Iam Priumu Excusi' van dr. Keyes of Caius (London, 1570), lijfarts van koningin Elizabeth I van Engeland. Van de hand van Abraham Fleming verscheen in 1578 een hier en daar vrije vertaling in het Engels. Enige boeken van George Turberville over de valkenjacht en de lange jacht zijn, ook door de houtsneden, leerrijk voor hondenliefhebbers. Ze verschenen aan het einde van de 16e en het begin van de 17e eeuw. Gervase Markhams 'Art of Fowling' uit 1655 leert veel omtrent het gebruik van de hond.
Omstreeks 1800 verschenen 3 boeken v