Menu-knop.

 

Alfabetische lijst van Nederlandse en buitenlandse 

kynologische & medische termen en uitdrukkingen

 

K

 

Kaboelhond:

was vroeger de benaming van de Afghaanse Windhond.

Kabylenhond:

zie Algerijnse Herder.

Kadaver:

            dood lichaam.

Kalium (K):

min of meer dezelfde functie als natrium.

Zie ook zouten, mineralen, electrolyten en bloedonderzoek.

Kalk:

a) zie calcium

b) synoniem voor krijt, dat gebruikt wordt om de witte vacht van honden te reinigen.

Kam:

instrument om de lange vacht van honden te fatsoeneren. Kammen dient voorzichtig te geschieden, omdat de onderwol gemakkelijk verwijderd wordt, wat zeer ongewenst is.

Kameelrug:

een te dicht bij de schoft gewelfde rug.

Kampioen:

zie C.A.C. en C.A.C.I.B.

Kampioenschapsclubmatch:

een door een rasvereniging georganiseerde expositie voor het ras of de rassen of variëteitsgroep(en), waarvan de belangen door die rasvereniging worden behartigd, en waar Nederlandse kampioenschapsprijzen (CAC's) behaald kunnen worden.

Zie ook CW (clubwinnaar). 

Kampioenschapsprijs:

            zie C.A.C.           

Kampioensklas:

1) een klasse op een tentoonstelling voor honden die een nationale of internationale kampioenstitel hebben behaald; 

2) een klasse op een tentoonstelling, waar internationale kampioenschapsprijzen behaald kunnen worden voor honden die de leeftijd van minimaal 15 maanden hebben bereikt en door de Raad van Beheer of een aanverwant lichaam een kampioenstitel is toegekend;

3) Het openstellen van een Kampioensklasse geldt alleen voor Kampioenschapsclubmatches en Clubmatches van rasverenigingen. Dus niet voor een Clubmatch georganiseerd door een Kynologenvereniging.

Kampioenshonden mogen op een clubmatch van een Kynologenvereniging uiteraard wel in andere klassen worden ingeschreven.

Inschrijven in de Kampioensklasse op een Kampioenschapsclubmatch is niet verplicht. Kampioenshonden mogen ook in andere klassen inschrijven.

Kangaroehond:

is veeleer de naam van een groep jachthonden, dan van een ras. Om de zeer snelle kangaroe in te halen is windhondenbloed nodig, maar daar het buideldier tevens een ongemakkelijke vechter is en hard stoot, moeten de honden veel zwaarder zijn dan de Greyhound. Daarom gebruiken de Australiërs kruisingsproducten van de Greyhound, Ierse Wolfshond en Foxhound. Gewoonlijk zijn het honden van ca. 40 kg. en ruwharig, die de nodige snelheid aan vechtvermogen paren en ook te water gaan wanneer de kangaroe daarin springt.

Kanker:

deze term slaat op een verzameling ziektes. Het gaat om kwaadaardige tumoren en leukemie, en deze komen veel voor bij honden. 

Tal van factoren kunnen kanker veroorzaken, ook leefomgeving of erfelijkheid

De behandeling hangt af van de oorzaak, de ernst en de plaats van de kanker. Ziektes kunnen altijd maar beter vroeg dan laat behandeld worden, want dan is de kans op succes veel groter. Mogelijk is een operatie, chemotherapie of bestraling

Voor uitgebreidere info: zie wetenswaardigheden.           

Kapsel van Bowman:

kelkvormig kapseltje; zie nieren.  

Karakter:

over het algemeen een aanduiding voor de wijze waarop de hond zich gedraagt t.o.v. zijn omgeving.

Karakter is erfelijk bepaald, maar ook milieu-invloeden spelen hierbij een rol.

Karperrug:

rug (rugsilhouet) met gewelfde lendenen (bijv. Engelse en Franse Bulldog).

Karyotype, karyogram:

typerende groepering van de chromosomen of anders gezegd het totaalbeeld van de chromosomen van een organisme (uit het Grieks karyo- = kern). Deze rangschikking van chromosomen levert per soort een specifiek patroon op.

In de celkern van elke lichaamscel komt hetzelfde karyotype voor. Dat wil zeggen dat hetzelfde aantal chromosomen met nauwkeurig dezelfde vorm van elk van de chromosomen even vaak voorkomt als er cellen in het lichaam zijn. Hetzelfde geldt ook voor de DNA-configuratie.

Aan het onderzoek van het karyotype is bij verschillende diersoorten en ook bij de mens reeds veel aandacht besteed. Het karyotype van het bananenvliegje en van de muis is al in detail vastgesteld en ook voor dat van de mens zijn belangrijke vorderingen gemaakt. Niet alleen de aantallen waarin de chromosomen in de lichaamscellen voorkomen, maar ook de structuur en de kleurbaarheid van de onderdelen zijn reeds vergaand vastgelegd.

Bij de soorten van planten en dieren waarbij dit onderzoek vooral heeft plaatsgevonden, is voor een groot aantal genen bekend op welk chromosoom ze liggen en op welke plaats op dat chromosoom. Met de technieken uit het DNA-onderzoek kan daardoor worden vastgesteld op welk deel van de chromosomen een verandering heeft plaatsgevonden.

Het onderzoek van het karyotype van de hond is onder invloed van de ontwikkelingen bij het DNA-onderzoek in een stroomversnelling gekomen. Het karyotype van de hond bestaat uit 39 paren chromosomen, waaronder het X- en Y-chromosoom, m.a.w. bij honden zijn de normale karyogrammen [78, XX] voor een teef en [78, XY] voor een reu. Het karyotype kan daarnaast ook uitgedrukt worden in een formule als 2n=78 (bij een diploïde aantal chromosomen).

Ook de structuren van deze chromosomen zijn beschreven en m.b.v. het DNA-onderzoek is ook voor de hond al van een aantal genen bekend waar ze liggen. 'Gene Mapping', het onderzoek naar de plaats van de genen, vormt momenteel het hoofdthema van het genetisch onderzoek bij de hond.

Katabolisme:

afbraak van stoffen, bijv. ten behoeve van de 'verbranding'; zie stofwisseling.       

Katalase:

is een enzym, dat een proces versnelt m.b.v. zuurstof.

Kataplexie:

            ziekte, waarbij de hond in elkaar zakt en niet wil bewegen.

Kattenloop:

toestel, dat bij behendigheid wordt gebruikt: vrij smalle loopplank met aan weerszijden een schuin verlopende opgang en afgang. 

Zie voor uitgebreidere info: Agility.

Kattenvoer geven:

wordt vaker gedaan bij kieskeurige honden. Kattenvoer is immers veel smakelijker dan hondenvoer. Het enige gevaar schuilt in het feit, dat kattenvoer veel eiwit (vlees) bevat, te veel voor de behoeften van een hond. Een teveel aan eiwit geeft op de lange duur nadelige effecten aan de nieren. Het is zo dat men de nadelige effecten van te veel eiwit pas na jaren ziet en wanneer men de effecten ziet, is het uiteraard te laat. Daarom moet vanaf het begin een correct uitgebalanceerde voeding gegeven worden.

Kattenvoet:

kleine, ronde voet; klein eerste teenkootje. Vele Terriërrassen en Keesachtigen, alsmede enkele Dogachtigen, vertonen deze formatie.

KCS:

            zie Keratoconjunctivitis Sicca.

Keelhuid:

losse, ruim hangende huid rond de keel. Bij zeer ruime keelhuid spreekt men van wammen, bijv. bij de Bloedhond en de Basset Hound.

Keelontsteking:

            zie faryngitis.

Keizersnede:

is het operatief opensnijden van de baarmoeder om volledig ontwikkelde pups ter wereld te brengen.

Zie ook geboorte.

Kelb:

Arabische waakhond, waarvan de schilder Auguste LeGras enkele meebracht. Ze waren lichtgeel bij wit af, langharig, met staande oren en maakten enigszins de indruk van een te lange Keeshond. In 1917 verscheen er als laatste opleving van het ras één op een tentoonstelling te Rotterdam.

In het Arabisch duidt de benaming 'kelb' niet op een ras, maar op de hond in het algemeen. Het is dan ook geen wonder dat onder de naam Kelb in Engeland enkele gladharige honden uit Malta zijn ingevoerd, met lang hoofd, staand oor en tengere romp, die op de Pariahond lijken en aan de Windhond doen denken. Zij jagen op gezicht en neus beide.

Keltenbrak:

stamras waaruit vele Brakkenvariëteiten zijn ontstaan, o.a. Zwitserse Brakken en vele Franse Brakken.

Kennel:

a) Engelse naam voor hondenhok; b) een inrichting waar honden gefokt worden.

Kennel Club:

in navolging van de Engelse Kennel Club hebben vele nationale kynologische verenigingen de woorden 'Kennel Club' in hun naam, zoals in de Verenigde Staten de Amarican Kennel Club, in Argentinië de Kennel Club Argentino, in Zweden de Svenska Kennelklubben, in Denemarken de Dansk Kennelklub en in Israël de Israël Kennel Club.

De Engelse Kennel Club, de eerste vereniging op kynologisch gebied ter wereld, werd in 1873 opgericht. Er werden toen reeds 14 jaar hondententoonstellingen gehouden en de ervaring had de noodzaak aangetoond van een leidend lichaam, dat bepalingen zou opmaken voor de wijze waarop deze zouden worden gehouden en dat algemeen toezicht zou uitoefenen.

Een van de eerste bepalingen, en zeker de belangrijkste, was dat honden, voordat ze konden worden tentoongesteld, bij de vereniging moesten zijn geregistreerd onder een naam die hen onderscheidde en die geen andere hond mocht voeren. De hiervoor betaalde onkosten vormde de belangrijkste bron van inkomsten van de vereniging.

Eerst viel slechts een deel van de hondententoonstellingen onder haar toezicht, later echter alle, waarna het tentoonstellingsgebeuren geweldig in omvang toenam.

Zie ook Raad van Beheer.

Kennelhoest:

            besmettelijke ademhalingsziekte; zie wetenswaardigheden 2.

Kennelnaam:

een door de FCI geregistreerde en beschermde naam, die gebruikt mag worden als affix of als prefix bij de naam van de honden, die door de eigenaar van de kennelnaam gefokt zijn. 

Kennelnamen moeten worden aangevraagd bij de Raad van Beheer, waarna er een goedkeuring door de F.C.I. kan volgen, mits deze naam niet reeds toegekend is.

Kennelsyndroom:

honden die niet of nauwelijks gesocialiseerd zijn in de socialisatieperiode. Honden kunnen, als ze geen kennis gemaakt hebben met mensen, honden of kinderen, voor deze groepen angst ontwikkelen. Indien bijv. een hond in deze periode niet gesocialiseerd is aan kinderen, kan hij t.o.v. kinderen een kennelsyndroom ontwikkelen. 

Een kennelsyndroom ontstaat dus door een socialisatiedeficiëntie in de socialisatieperiode. De hierdoor ontwikkelde angst is alleen met veel geduld misschien te herstellen.

Om het ontstaan van een kennelsyndroom te voorkomen, moet met de socialisatie van de pups worden begonnen als ze 3 weken oud zijn.

Keratine:

            eiwit ('n vezeleiwit), waaruit hoorn, nagels, haren en opperhuid bestaan.

Keratitis:

            ontsteking van het hoornvlies.

Keratoconjunctivitis Sicca (KCS; droog oog):

is een oogziekte, waarbij de oogbol aan de voorzijde uitdroogt, doordat er onvoldoende of geen tranen meer worden geproduceerd. Dit kan o.a. worden veroorzaakt door infecties, zenuwbeschadiging, sommige medicijnen tegen chronische darminfecties (sulfa's) of fouten in het afweersysteem. 

De afwijking wordt meer gezien bij de kleinere honden en in het bijzonder bij de Teckel (langhaar), de Cavalier King Charles Spaniel en de West Highland White Terriër. 

De cornea en conjunctivae zijn matglanzend en er wordt taaie, slijmige pus gevormd. Ook de neusspiegel, het neusslijmvlies en de mondholte kunnen een droog aspect vertonen. 

De behandeling kan zijn: medicatie of operatie (transplantatie van de ductus parotideus).

Zonder behandeling gaat eerst het gezichtsvermogen en uiteindelijk zelfs de oogbol verloren.

Kersenoog, kerse-oog:

zie cherry eye.

Ketoacidose, keto-acidose:

ophoping van ketonen in de bloedsomloop t.g.v. nierfalen.

Bij chronische diabetes gebruikt het lichaam vetten als energiebron, omdat suiker niet beschikbaar is. De cellen breken de vetten af tot ketonen, zoals bijv. aceton. Als die snel worden verbruikt, kunnen ze geen schade aanrichten, maar wanneer ze de kans krijgen zich op te hopen in het bloed, wordt het bloed zuurder en kunnen ernstige problemen ontstaan.

Honden met ketoacidose zijn uitgedroogd, futloos en depressief en lijken te gaan braken. Hun adem ruikt naar aceton en lijkt wel op de geur van nagellakremover.

Ketoacidose is een levensbedreigende aandoening. De ziekte wordt vastgesteld aan de hand van de ademgeur en de identificatie van ketonen in een urinemonster. De behandeling bestaat uit het intraveneus toedienen van vloeistoffen en insuline.

Ketonen:

normale stofwisselingsproducten (afvalstoffen die ontstaan door chemische reacties in het lichaam), zoals azijnzuur en aceton. Ze verzuren het lichaam.

Zie ook urineonderzoek.

Kettinghond:

met het Besluit van 19 december 1962 ter uitvoering van artikel 1 van de Wet op de dierenbescherming, inzake het houden van een waak- of heemhond, heeft de wetgever een eind trachten te maken aan veel hondenleed. Hierin zijn de eisen vastgelegd waaraan moet worden voldaan om een hond als waakhond op een erf vast te leggen. Zo moet de ketting minstens 2 m. lang zijn, met een vrij draaiende wartelhaak aan de halsband zijn bevestigd en aan de andere kant vastzitten aan een looplijn van minstens 10 m. lengte.

Verder moet het dier over een tochtvrij hok van bepaalde minimum afmetingen beschikken en moet altijd schoon drinkwater tot zijn beschikking staan.

Indien de hond in een ren wordt gehouden, moet deze ook aan bepaalde minimum eisen voldoen; de hond mag in de ren niet worden vastgelegd.

Keukenzout (NaCl):

keukenzout (NaCl, natriumchloride) staat bij de hondeneigenaar in een kwaad daglicht en ten onrechte. Grote hoeveelheden keukenzout zet de hond aan tot het produceren van grote hoeveelheden urine. Uitkristallisatie van verschillende afvalstoffen kan dan niet optreden: blaasgruis en stenen kunnen niet ontstaan.

Het kan absoluut geen kwaad het hondenvoedsel te bereiden als was het voor uzelf: met toevoeging van zout. Dit is speciaal van belang bij aardappels, waarbij grote hoeveelheden kalium door natrium moeten worden gecompenseerd. In droogvoeders ziet men meestal tot ongeveer 1,5% keukenzout aangegeven. Dat is omgerekend naar een 'normaal' voer circa 0,42%, een laag normale waarde.

Zie ook chloor.

Keuren:

het beoordelen van honden aan de hand van de standaard.

Het keuren van honden is moeilijk en ook al treden goede kenners van het ras op, die nauwgezet keuren en onpartijdig zijn, verschil in plaatsing en kwalificatie is mogelijk. Keuren van dieren is een subjectieve zaak, aan het moment gebonden. Een keurmeesterverslag van een bepaalde hond wordt objectiever naarmate het betreffende dier van meerdere keurmeesters een ongeveer gelijkluidende beschrijving heeft gekregen.

Bij het keuren wordt op een aantal hoofdpunten gelet:

1) Rasbeeld of rastype, zoals omschreven in de rasstandaard. Ook het geslachtstype is bij het afwegen van belang.

2) Soundness: onder deze term kan men verstaan de constructie, de gezondheid en het getoonde gedrag.

3) Balans: dit is de harmonie van de verhoudingen oftewel hoe passen de onderdelen bij elkaar? Een hond kan in onderdelen ook disharmonisch zijn.

4) Gangwerk: dit is een belangrijk onderdeel. Om een juist beeld te krijgen van het gangwerk dient de keurmeester de hond in draf te zien gaan. Gelet wordt op de stand van benen en voeten, en op de paslengte.

Keuren is het speuren naar schoonheid. In de keurverslagen dient een aanduiding van de kwaliteit van het rasbeeld gegeven te worden. Type is het meest essentieel bij een schoonheidskeuring.

Vervolgens dienen plus- en minpunten tegen elkaar afgewogen te worden. Zo komt de keurmeester tot zijn kwalificatie en eventueel plaatsing van de gekeurde hond. Wie keurt, ziet en voelt veel dat de toeschouwer ontgaat.

De keurmeester werkt zonder zich door wie of wat dan ook te laten beïnvloeden. In Nederland is hij verplicht de exposanten een schriftelijk keurverslag te geven.

Zie ook kwalificatie en showen.

Keurmeester:

a) iemand, die op een expositie honden beoordeelt en kwalificeert; 

b) iemand, die bij een (bijv. agility-) wedstrijd of examen een oordeel over (een deel van) de combinaties moet uitspreken en in die functie benoemd is door de Raad

Zijn beslissingen zijn bindend.

Reeds op de eerste Nimrodtentoonstelling, in 1875, trok het vraagstuk van de keuring van honden zodanig de belangstelling, dat er op de laatste dag van de tentoonstelling een besluit werd genomen, dat bepaalde dat er voortaan gekeurd zou worden op punten, zoals destijds ook in Engeland. Er werd een commissie gevormd voor de samenstelling van een keuringboek. Op de in 1878 gehouden tentoonstelling werd voor het eerst op punten gekeurd en het aantal, door iedere hond behaald, meegedeeld. Het stelsel voldeed niet en men keerde terug naar de beoordeling van de hond in zijn geheel.

De keurmeesters op de tentoonstellingen worden aangewezen door de tentoonstellinggevende vereniging. Om het keurmeestersexamen te kunnen afleggen: klik hier.

Keurmeesterexamen:

of rasexamen. Dit mag pas afgelegd worden als een kandidaat keurmeester de examens KK1, KK 2 en E&B behaald heeft én hij aan een aantal stagevoorwaarden heeft voldaan. 

Voor ieder ras moet de kandidaat beschikken over de volgende kennis: theoretische kennis van het ras en het vermogen om in de praktijk vertegenwoordigers van het ras te beoordelen, op aanvaardbare wijze te kwalificeren en plaatsen en daarvan een keurverslag op te maken, dat inzicht biedt in de overwegingen, die aan de kwalificatie en plaatsing ten grondslag liggen. 

Voor het keurmeesterexamen kan men zich opgeven bij de Raad van Beheer. 

KI:

            afkorting van kunstmatige inseminatie.

Kiezen:

zie tanden.

Kijkoperatie:

is een operatie, die wordt uitgevoerd om de oorzaak van een medische aandoening op te sporen. Een voorbeeld ervan is een laparoscopie.

Kiltix®:

is een halsband, die teken doodt en voorkomt voor de duur van ongeveer 6 maanden. Dit is een goede anti-tekenband, die u moet toepassen als u naar gebieden gaat, waar teken zijn die een serieuze bedreiging vormen voor wat betreft het overbrengen van ernstige ziekten, zoals Babesiose en Ehrlichiose. Ziekten die met name in Zuid-Europa voorkomen, maar geleidelijk naar boven lijken op te trekken.

Kin:

bij honden het naar voren stekende gedeelte van de onderkaak; zeer duidelijk bij de Boxer en de Engelse Bulldog.

Kind & hond:

zie tips voor een goede omgang tussen kinderen en honden. Voor het Hond & Kindproject op basisscholen: klik hier. Het project voor moeilijk lezende kinderen: klik hier.

Kissing spots:

kleine, roodbruine vlekjes op de wangen van de Black and Tan oftewel Engelse Toy Terriër.    

KK-I of KK1/K.K.1:

Kynologische Kennis deel 1, examen afgenomen door de Raad van Beheer (RvB) vanaf 1996. Ervoor werd het examen AKK afgenomen. Het examen is schriftelijk en wordt meestal 2x per jaar afgenomen.

De RvB stelt aan de regelmatige fokkers de eis, dat zij in het bezit moeten zijn van het diploma KK-I, om in aanmerking te komen voor een kennelnaam

In grote lijnen omvat het examen KK 1 de volgende onderwerpen: Reglementenkennis (organisatie kynologie), Rassenkennis, Voedingsleer, Voortplanting, Gedragsleer, een inleiding tot de Erfelijkheidsleer, Kynologische Terminologie, Gezondheidsleer en Verzorging en huisvesting. 

Het diploma van de KK 1 is nodig om verder te kunnen gaan met de KK 2.

KK-II of KK2/K.K.2:

Kynologische Kennis deel 2, examen afgenomen door de RvB vanaf 1996. Dit examen wordt mondeling afgenomen.

In grote lijnen omvat het examen KK 2 de volgende onderwerpen: Cytologie, Anatomie, Fysiologie, een voortzetting van de Erfelijkheidsleer (zoals gegeven bij de KK1), Bewegingsleer, Embryologie en Reglementenkennis. 

Het diploma van KK 2 is nodig om verder te kunnen gaan met Exterieur en Bewegingsleer en het Keurmeesterexamen.            

Klappertanden:

kan bij de hond te zien zijn onder de volgende omstandigheden:

epilepsie;

• smoorverliefdheid, d.w.z. als er loopse teven in de buurt zijn, kan een reu gaan klappertanden naast likken aan plasjes en vaak zijn poot optillen. Het orgaan van Jacobson verklaart het klappertanden van de reu, die de geur van een loopse teef ruikt.

Klasse, klassenindeling:

groep van zoveel mogelijk gelijkwaardige honden ingedeeld naar sekse, leeftijd, behaalde africhtingstekens of kampioenschapstitels. 

We kennen de volgende klassen: open klasse, jonge honden klasse, jeugdklasse, babyklasse, puppyklasse, seniorenklasse, veteranenklasse, gebruikshondenklasse, fokkersklasse, kampioensklasse, fokkerijklasse, nakomelingenklasse, koppelklasse en groepsklasse.

Zie ook kwalificatie en hoe show ik mijn hond?

Klassieke conditionering:

            zie conditionering.

Kleine hersenen:

zie cerebellum en hersenen.

Kleppen van Bauhin:

klepsysteem, waardoor het voedsel de dikke darm binnenkomt, juist op de scheidslijn tussen het caecum (de blinde darm) en het colon (karteldarm). De kleppen moeten het terugstromen van de voedselbrij verhinderen.

Klier:

is een orgaan, dat stoffen kan maken uit grondstoffen, die door het bloed worden aangevoerd. 

We onderscheiden: a) klieren met een afvoerbuis (exocriene klieren), en b) klieren zonder afvoerbuis (endocriene klieren).

Klooster:

kloosters hebben een grote rol gespeeld bij het tot stand komen van enkele rassen. Vele kloosters hadden weinig contact met de buitenwereld. Ze vormden een gesloten gemeenschap en aldus een ideale omgeving voor selectie. In Tibet met zijn vele boeddhistische kloosters komen er enkele voor, waar prachtige blauwe Chow Chows worden gefokt. Uit de geschiedenis is verder bekend het klooster van St. Hubertus te Andain in de Ardennen, waar de fraaie Sint Hubertushonden werden gehouden, en nog meer tot de verbeelding spreken de Sint Bernards van het Hospiz op de St. Bernard pas in Zwitserland, die ik in 2007 bezocht heb.

Kluif:

            zie bot.

Klysma:

            darmspoeling.

K.M.S.H., KMSH:

Koninklijke Maatschappij Sint-Hubertus (Franstalig: S.R.S.H. = Société Royale Saint-Hubert), opgericht in 1882. Deze is via de U.C.S.H. in de F.C.I. vertegenwoordigd. 

KNGF:

Koninklijk Nederlands Geleidehonden Fonds. De officiële opening was in 1935 en in 1953 kreeg de stichting Nederlandsch Geleidehondenfonds het predikaat ‘Koninklijk’, waardoor de naam veranderde in het huidige ‘stichting Koninklijk Nederlands Geleidehonden Fonds’.

Knie, kniegewricht:

gewricht in het achterbeen, zeer gecompliceerd van opbouw, zodat er vaak kniegewrichtsaandoeningen worden geconstateerd. Het kniegewricht heeft 2 menisci nodig om goed te kunnen functioneren. Tussen het dijbeen en het scheenbeen vinden we de inwendig gelegen kruisbanden, die nog wel eens willen scheuren. Zie ook skelet.

Knikstaart:

staart, waarvan twee wervels in een knik met elkaar vergroeid zijn.

Zowel een knik- als haakstaart is een erfelijke fout in de aanleg van het centrale zenuwstelsel. Bij de kleine pup is dit al te voelen. Het ontstaat dus niet, omdat de staart tussen een deur heeft gezeten, op een andere manier bekneld zat of omdat iemand erop getrapt heeft.

Vaak komen er meerdere pups binnen één nestje met deze afwijking voor. Dit staat de gezondheid van de hond niet in de weg, maar het maakt hem wel ongeschikt voor het fokken.

Wordt er echter wel met deze honden gefokt, dan kunnen dergelijke misvormingen gaan optreden in het nageslacht en deze beperken zich dan zelden tot de staart, maar treden in andere delen van de wervelkolom op.

Als er knikstaarten voorkomen in een nest, dan zullen deze door de dierenarts gecoupeerd worden. Hij geeft dan een medische verklaring af, zodat de pup wel een stamboom kan krijgen. Ook hoort hij het in het dierenpaspoort te vermelden.

Tijdens de periode, dat het coupeerverbod nog niet gold, zijn veel knik- en haakstaarten eraf gehaald en was het aan de eerlijkheid van de fokker om deze erfelijke afwijking de aspirant puppykoper mede te delen.

Knipvlies:

is het derde ooglid.

K.N.J.V., KNJV:

Koninklijke Nederlandse Jagersvereniging, dat een voortzetting is van de voormalige Koninklijke Nederlandse Jachtvereniging 'Nimrod', die samen met Cynophilia en de Kynologen Vereniging 'Nederland' in 1902 de Raad van Beheer oprichtte. 

Onder supervisie van de K.N.J.V. speelt zich het 'jachthondenwezen' af. Het diploma C is het eenvoudigst, diploma B wat moeilijker en het diploma A het moeilijkst. Zie ook jachthondenproeven en Orweja.

Knoflook:

wordt veel gebruikt in de volksgeneeskunde. Knoflook is rijk aan vitamine A, B1, B2 en zwavel en heeft volgens aloude literatuur een infectieremmende, slijmoplossende, schimmelremmende, bloedzuiverende, licht worm-afdrijvende, spijsverteringsbevorderende, insecten-verjagende en antibacteriële werking. 

In hoofdzaak werd het als wormmiddel gebruikt. Het werkzame bestanddeel uit de knoflook is een zwavelhoudende etherische olie. 

Knoflook zou bij diarree een gunstige invloed hebben, omdat het de peristaltiek remt zonder verstopping te veroorzaken. Als eigenlijk wormmiddel heeft het weinig waarde voor honden. Tegen ouderdomsgebreken, vervalverschijnselen, suikerziekte, hondenziekte en een aantal infectieziekten werd en wordt het nog aanbevolen. De reguliere diergeneeskunde distantieert zich hiervan. 

Men gebruikt het ook als preventiemiddel voor vlooien. Zie hier voor meer info.

Maar u moet ook voorzichtig zijn met knoflook: klik hier voor meer info.

Knopoor:

hoog aangezet, driehoekig oor, dat zo naar voren valt, dat de gehoorgang is afgesloten (bijv. diverse Terriërs als de Airedale, Fox, Lakeland en Welsh Terriër, maar ook bij de Mopshond).

K.N.P.V., KNPV:

Koninklijke Nederlandse Politiehond Vereniging, ontstaan uit de Club van Verdedigingshonden. Men kan hierbij met de hond een aantal opleidingen volgen, die kunnen resulteren in het behalen van een certificaat zoals Politiehond I en II, Objectbewakingshond, Reddingshond en Speurhond. 

De K.N.P.V. verzorgt ieder jaar een landelijke wedstrijd. Om lid te kunnen worden van en deel te kunnen nemen aan de activiteiten van de K.N.P.V. is geen bijzondere rashond vereist. Alle honden, rashonden en bastaarden worden, mits geschikt, toegelaten tot de opleidingen.

Tegenwoordig bestaat er geen binding meer tussen de Raad van Beheer en de K.N.P.V., hoewel de Raad van Beheer wel de certificaten van de K.N.P.V. erkent en desgewenst hiervan aantekening maakt op de stamboom.

Kobalt:

zie cobalt.

Koehakkig:

van achteren bezien staan de spronggewrichten (hakken) naar binnen gedraaid en dichter bij elkaar dan de voeten.

Heel vaak is dit een jeugdfout bij zeer zware rassen. Bij voldoende krachtige voeding en door juiste beweging kan deze jeugdfout verbeteren.

Koeienmelk, koemelk:

als vervanging van hondenmelk is koemelk ongeschikt wegens een te laag vet- en eiwitgehalte.

Zie ook melkvervanging.

Koerdenhond:

primitief herdershondachtig ras voor de bewaking van de kudden. Slechts één exemplaar, waarvan men de oren had gecoupeerd, is in Nederlandse handen geweest.

Zie ook Kelb.

Kokhalzen:

op het punt staan te braken; kokken. Oorzaak kan o.a. zijn keelontsteking, maagkanteling of kennelhoest.

Koliek:

hevige, krampachtige, aanvalsgewijs optredende pijn in het maagdarmkanaal. 

Kooikerverlamming:

een verlamming van de achterhand, die in deze vorm alleen bij honden van het Kooikerras voorkomt. Omdat bij nader onderzoek is gebleken, dat de verschijnselen veel overeenkomst vertonen met het beeld, dat ook bij andere hondenrassen en bij de mens wordt aangetroffen, wordt tegenwoordig ook wel de voor deze groep van stoornissen meer algemeen bekende naam leukodystrofie (leucodystrofie) gebruikt.

De verschijnselen van kooikerverlamming openbaren zich meestal voordat de hondjes een jaar oud zijn en worden in de eerste plaats gekenmerkt door verlammingsverschijnselen aan de achterhand. Het eerst waarneembare gegeven is vaak dat de normale spanning van de staart verloren gaat. Nadien gaan de achterbenen in toenemende mate slepen, waarna het proces zich steeds verder naar voren uitbreidt. Aan de verschijnselen kan wat gedaan worden, maar het proces schrijdt voort totdat euthanasie onvermijdelijk is.

Naast kooikerverlamming heeft ook de ziekte Von Willebrand een belangrijke rol gespeeld bij de kooikerhondjes. Dankzij de ontwikkeling van een DNA merker voor de Von Willebrand ziekte bij de kooikers is het nu mogelijk de dragers voor het gen dat voor deze ziekte verantwoordelijk is op te sporen. Door deze dragers uit te sluiten voor de fokkerij, kan het ras van deze ziekte bevrijd worden.

Koolhydraten:

leveren energie, maar kunnen ook omgebouwd worden tot lichaamsvet om als reservevoorraad te worden bewaard. In bepaalde afbraakstadia kunnen ze aan stikstofverbindingen worden gekoppeld om zo aminozuren te vormen. Uit aminozuren kan het lichaam eiwitten opbouwen. 

1 Gram koolhydraten levert aan beschikbare energie 4 kilocalorieën (17 kilojoules).

Koop:

het is zaak een hond bij een betrouwbaar adres te kopen. Een fraaie kennelnaam vormt nog geen garantie. Vraag dus eerst bij de rasvereniging of de Raad van Beheer of de kennel erkend is. Bovendien is onderzoek naar de betrouwbaarheid gewenst. Stambomen hebben alleen waarde, wanneer de Raad van Beheer of een buitenlandse, erkende instantie ze verstrekt heeft. Kennis van aard, gezondheid en uiterlijk van de voorouders is van groot belang.

Het is altijd gewenst de hond door een dierenarts te laten onderzoeken, daar ook aan de eerlijke verkoper een gebrek onbekend kan zijn. Wanneer de verkoper aan de koper eisen stelt m.b.t. het houden en verzorgen van de hond, is de kans groot dat hij zelf ook betrouwbaar is.

De raspunten van alle rassen vindt u onder hun naam op deze website, zowel in het Nederlands als in het Engels.

Toch doet de leek er goed aan een kenner mee te vragen. Bij een asiel kan men ook een lieve en gezonde hond aanschaffen, zowel een rashond als een kruising, en vaak niet al te duur. Ook op deze website staat een pagina "herplaatsing".

Verscheidene rasverenigingen propageren een standaard koopcontract. Zaken die hierin worden vermeld zijn, naast de naam en het adres van koper en verkoper en de naam en het chipnummer van de hond, de overeengekomen prijs en bepalingen over hoe er moet worden gehandeld als de hond kort na de koop gebreken blijkt te hebben of overlijdt, over de verplichting van de koper de hond goed te verzorgen, over de plichten van koper en verkoper als de koper de hond wenst te verkopen (bijv. dat de koper de hond eerst aan de verkoper moet aanbieden of dat de verkoper behulpzaam moet zijn bij het zoeken naar een nieuw thuis voor de hond).

U moet, voor u tot een ras besluit, zich terdege afvragen of de kosten van het voer, de aard, de grootte, de beharing, de noodzakelijke beweging etc. passen bij u, uw huisgenoten, uw inkomen, uw huis etc.

Tentoonstellingen en clubmatches bieden gelegenheid tot oriëntatie. Een teefje heeft het voordeel, dat de liefde haar slechts (ongeveer) tweemaal in het jaar in beslag neemt, terwijl de reu altijd paarbereid is.

Koorden:

sommige vachten hebben een zodanige structuur, dat er vervilting ontstaat en dit kan leiden tot strengen (koordenpoedel, Puli, Komondor) of tot grote platen (Komondor en Bergamasco).

Koordenpoedel:

is een poedel waarvan de vacht vervilt tot koorden.

Koorts:

verhoogde lichaamstemperatuur als gevolg van infectieziekten. Meer dan een halve graad hoger dan de normale temperatuur (tussen de 38-39º C), noemen we koorts. Koorts is verder te herkennen aan een verhoogde pols, verhoogde ademhaling en rillen.

Zie voor verdere info: temperatuur.            

Koper (Cu):

sporenelement, dat van belang is bij de vorming van het haemoglobine, waar het ervoor zorgt, dat het ijzer in het kleurstofmolecuul wordt ingebouwd. 

Bij ongewervelde dieren vervangt het koper het ijzer in de bloedcellen.

Koppel:

twee honden van één ras, onverschillig welk geslacht. Zijn de honden van verschillend geslacht, dan spreekt men van een 'paar'. Soms is er op een tentoonstelling een speciale Koppelklasse.

Koppeling:

a) het in de vererving gebonden zijn van verschillende genen door ligging op eenzelfde chromosoom.

Van koppeling van genen spreekt men als genen voor verschillende kenmerken op korte afstand van elkaar op 1 chromosoom liggen. Als die afstand kort is, wordt van een nauwe koppeling gesproken.

Bij een nauwe genetische koppeling worden de kenmerken die door deze genen bepaald worden vaak samen van ouders op nakomelingen overgedragen. De kans dat deze kenmerken bij de overdracht van ouders op nakomelingen ontkoppeld worden, is afhankelijk van de afstand van de betreffende genen op het chromosoom.

Bij de muis en de mens, maar ook bij de kip en het varken, zijn verschillende groepen van gekoppelde genen bekend. Vooral aan het onderzoek naar koppeling van genen voor eiwitten van de witte bloedcellen en genen die van invloed zijn op de weerstand tegen infectieziekten wordt daarbij veel aandacht besteed.

Voor de hond bevindt het onderzoek naar genetische koppelingen zich nog in een beginstadium. De koppeling tussen de E locus voor de vachtkleur en een gen voor het esterase enzym is een van de eerste voorbeelden van genetische koppeling bij de hond. Ook voor de A locus voor de vachtkleur van de hond zijn inmiddels gegevens over koppeling bekend geworden. Zie ook karyotype.

b) het sluitstuk van de dekking wordt gevormd door het zg. hangen of koppelen. Direct na de zaaduitstorting zwelt de penis enorm, vooral het zwellichaam, waardoor het terugtrekken uit de schede van de teef verhinderd wordt. Deze koppeling kan wel 3 kwartier duren (zie ook vestibule). Een koppeling is voor het slagen van de dekking niet noodzakelijk, wel weet men na een koppeling zeker dat het sperma in de vagina is terechtgekomen.  

Koppelklas:

een klasse op een tentoonstelling, kampioenschapsclubmatch of clubmatch voor 2 honden (reu en teef) van hetzelfde ras en dezelfde variëteit, waarvan dezelfde exposant eigenaar is.

Een hond mag slechts in de koppelklas ingeschreven worden, indien hij ook in een andere klas is ingeschreven.

Deze klasse is optioneel (niet verplicht open te stellen).

Korst:

is een gevolg van een huidontsteking. Het bestaat uit serum, bloed en ontstekingscellen.

Kortbenig:

door verkorting van de beenderen van de ledematen zijn de benen korter dan bij de normaal gebouwde hond. Voorheen ook laagbenig genoemd.

Bijv. Teckels en kortbenige Terriërs, zoals Cairn, Norwich, Skye en West Highland White Terriër, en Welsh Corgi's.

Bij de kortbenige rassen is het van groot belang dat lijders aan hernia (erfelijk bepaald of door trauma) niet voor de fokkerij gebruikt worden en dat er niet op overdreven lichaamslengte wordt gefokt.

Om bij deze rassen vast te stellen of de hond aanleg heeft voor hernia, moet gekeken worden naar de dwarsdoorsnede van de ruggenwervels in relatie tot de lichaamslengte. De wervels bij de staartaanzet geven een indicatie van de dwarsdoorsnede van de ruggenwervels. Een te kleine dwarsdoorsnede bij de staartaanzet duidt op een potentiële hernialijder. Voor fokkers en keurmeesters een zaak om op te letten.

Korte jacht:

jacht met het geweer. De rassen die hiervoor gebruikt worden, kunnen in 3 groepen worden verdeeld: