Menu-knop.

 

Alfabetische lijst van Nederlandse en buitenlandse 

kynologische & medische termen en uitdrukkingen

 

A

 

Aaien:

met de hand de hond zijn hoofd, hals of lichaam strelen.

Aalstreep:

streep van donkere haren vanaf de schoft tot het kruis of de staartaanzet (bijv.Mopshond).

Aangeboren (congenitaal):

bij de geboorte aanwezig; zegt niets over de vererving, m.a.w. aangeboren aandoeningen kunnen erfelijk of niet-erfelijk zijn.

Niet alle aangeboren afwijkingen zijn direct na de geboorte waarneembaar. Daarom worden in de hondenfokkerij die afwijkingen als aangeboren aangemerkt, die op een leeftijd van 9 weken bij de pup waarneembaar zijn.

Aangrijpingspunt:

dit punt heet ook wel de insertie of inplanting. Het is dat deel van de spier, waarvan het peesvormig uiteinde is vastgehecht aan een bot van het skelet, dat bij spiercontractie in beweging wordt gebracht. Zie voor meer info: spieren.

Aanhitsen:

het aanhitsen van een hond (of een ander dier) op een mens is strafbaar gesteld in Art. 425 van het Wetboek van Strafrecht. Volgens dit wetsartikel is men ook strafbaar als men niet voldoende zorg draagt voor het onschadelijk houden van een onder zijn hoede staand dier of het niet terughoudt, wanneer het een mens aanvalt.

Aanlijngebod:

veel gemeenten kennen een aanlijngebod voor honden op bepaalde plaatsen, bijv. in parken. Regels hieromtrent zijn opgenomen in de Algemene Politie Verordening (APV), evenals regels betreffende het uitlaten van honden.  

Aanrijding, aangereden hond:

wat moet u doen als er een hond is aangereden? U kijkt en beoordeelt. U doet hem een snuitbandje om. En daarna volgt u 'SPAR' oftewel slijmvliezen, pols, ademhaling en reflexen (in deze volgorde).

Draai een aangereden hond nooit over de rug de andere kant op: dit kan een maagkanteling veroorzaken.

Ga direct na het verlenen van eerste hulp (zie ook tourniquet) naar een dierenarts.

Aanslaan:

beginnen met blaffen als reactie ergens op.

Aansprakelijkheidsverzekering:

wie een verzekering tegen wettelijke aansprakelijkheid heeft afgesloten, zal over het algemeen gedekt zijn tegen de kosten van vorderingen van derden tot schadevergoeding waarvoor men aansprakelijk kan worden gesteld, omdat de schade is veroorzaakt door de hond die men bezit. Heeft men meerdere honden, dan is het aan te raden bij de verzekeraar te informeren of de polis voldoende dekking biedt. Kennelhouders zullen zich zeker extra moeten verzekeren.

Aantal jongen:

het aantal jongen dat een hond werpt, varieert van 1 tot 15. Op de nestgrootte zijn verscheidene factoren van invloed, o.a. het formaat van de hond (meer pups bij de grotere rassen), het moment van de dekking (meer pups, als dekking op het eind van de vruchtbare periode plaatsvindt), en de leeftijd van de teef (grootste nesten t/m het derde levensjaar).

Aantrekken:

het voorzichtig volgen van het wild tot dit vastligt en zich niet meer verplaatst.

Aardhonden:

jachthonden, die het wild onder de grond moeten zoeken (bijv. terriërs; terra (Latijn)=aarde).

Zie Bedlington Terriër, Border Terriër, Cairn Terriër, Cesky Terriër, Dandie Dinmont Terriër, Foxterriër, Jachtterriër, Schotse Terriër, Sealyham Terriër, Teckel en Welsh Terriër.

Aaseten, aaseter:

voorliefde voor rauw, stinkend vlees. Geen afwijking van de hond, maar een van zijn voorvaderen geërfde eigenschap.

Abces:

etterbuil of -gezwel, met pus gevulde holte, ontstaan door verweking of verdringing van weefsel als gevolg van een bacteriële infectie.

Abdomen:

            buik.

Aberdeen:

een van de oude namen van de Schotse Terriër, naar de stad in Schotland. In Groot-Brittannië en elders wordt de naam ook nu nog wel gebruikt.

Abessijnse Zandterriër:

is een licht zandkleurige Afrikaanse naakte hond, die op de Mexicaanse Naakthond lijkt. De oren zijn vaak windhondachtig achterwaarts tegen het hoofd gevouwen. De gehele verschijning is terriërachtig.

Ablatio retinae:

het losraken van het netvlies van het oog, waardoor de zintuigcellen van het netvlies niet meer kunnen functioneren en het losgelaten deel van het netvlies 'blind' is. Zie ook CEA.           

Abortus:

            miskraam, vroegtijdige geboorte.

Abrasie:

verkleuringen van gebitselementen worden regelmatig gezien. Het kan voorkomen bij een slijtage van de kroon, waarbij het dentine is bloot komen te liggen. Deze vorm van slijtage heet abrasie. Het (witte) glazuur is verdwenen. Het dentine kleurt na enige tijd bruin door inwerking van voedsel.

Door verstoringen tijdens de tandontwikkeling kunnen de glazuurvormende cellen beschadigd raken, waardoor het permanente gebitselement glazuur op de kroon of op delen daarvan moet missen. Ook hierbij zal het blootliggende dentine bruin verkleuren.

Mogelijke oorzaken van deze verkleuringen zijn ziekten tijdens de tandontwikkeling gepaard gaande met koorts en trauma. Deze verkleuringen komen vaak symmetrisch voor in tegenstelling tot trauma.

Door uitwendig trauma, bijv. het opvangen van een hard voorwerp, kan er een bloeding in een tand of kies optreden. Daarbij kleurt de kroon, of een gedeelte ervan, van het gebitselement rozerood. De drukverhoging die de bloeding in het gebitselement veroorzaakt, kan deze doen afsterven. Het verdient aanbeveling dit gebitselement regelmatig röntgenologisch te laten controleren. Een wortelkanaalbehandeling of een extractie is geïndiceerd, indien het gebitselement is afgestorven. Een dode of afgestorven gebitselement is niet meer helder wit, maar vaak geel of beige verkleurd.

Zie ook attritie.

Abrikoos:

            een roomgele tot oranjegele kleur.

Acanthosis nigricans:

olifantshuid, huidafwijking waarbij een kale huid ontstaat. De huid is ter plaatse zeer verdikt en vertoont plooivorming. Dit gaat gepaard met zwartverkleuring en vaak ook jeuk. De oorzaak is niet altijd duidelijk, meerdere factoren spelen een rol en er is sprake van een erfelijke aanleg.

De aanleiding is vrijwel steeds wrijving die tussen de bepaalde huiddelen, bijv. in de oksel, plaatsvindt. Door de wrijving ontstaat een ontsteking, al of niet gecompliceerd door bacteriën. Dan volgt het stadium van huidverdikking en ophoping van pigmentkorrels in de opperhuid. De patiënten zijn vaak te dik of hebben een bouw die de wrijving bevordert. De aandoening is chronisch en het behandelingsresultaat is wisselend.

Acarus:

veel voorkomende huidaandoening vooral bij jonge honden. 

ACE-remmer:

is een geneesmiddel, dat de werking van het angiotensine converting enzym (ACE) remt en daardoor een bloedvatverwijdend effect heeft.

ACE-remmers remmen een bepaalde stof in de bloedvaten en nieren, waardoor de hoeveelheid vocht minder wordt, de bloedvaten zich verwijden en de bloeddruk daalt. Voorbeelden zijn Enacard, Fortekor of Vasotop.

Achillespees:

            pees waarmee de kuitspieren aan de hiel vastzitten. Zie kuitspier.

Achondroplasie:

            zie chondrodystrofie en achondroplasten.

Achondroplasten:

aanduiding voor honden waarbij door een bepaalde erfelijke aanleg het kraakbeen van de ongeboren vrucht op afwijkende wijze verbeent. Dogachtigen en kortbenige rassen vertonen dit verschijnsel.

Achterhand:

de achterbenen en de bekkengordel, anders gezegd: achterbenen, kruis en staart. Zie ledematen.

Achterhoofdsknobbel:

vaak onjuiste benaming voor de jachtknobbel, de kam op het achterhoofdsbeen; 

correct: de uitsteeksels links en rechts van het achterhoofdsgat, die het gewricht vormen met de atlas. Zie ook skelet.

Achtermiddenvoet:

            het deel van het achterbeen tussen hak en tenen. Zie ook skelet.

Acidose:

            ophoping van zuren in het lichaam.

Acrocefalie, Acrocephalie:

ziekelijke vergroting van de schedel.

Acromegalie:

overmatige groei van het skelet, waarbij de weke delen normale afmetingen hebben. Vooral zichtbaar aan neus, onderkaak en oren (uiteinden van het lichaam nemen in grootte toe).

A.C.T.H., ACTH:

adreno cortico troop hormoon. Dit hormoon stimuleert de bijnierschors tot de productie van verschillende bijnierschorshormonen.

Synacthen® is synthetisch ACTH, gebruikt voor 1 van de 2 functietesten voor Hyperadrenocorticisme of Cushing Syndroom bij de hond.

Acuut:

            plotseling beginnend, plotseling optredend, snel verlopend (i.t.t. chronisch).

Addison, ziekte van ~:

acute bijnierschorsinsufficiëntie (Addisonse crisis): uitdroging (bespoedigd door ernstige diarree en braken), shock en bewustzijnsverlies, m.a.w. levensbedreigend. 

I.t.t. de ziekte van Cushing treedt de ziekte van Addison (genoemd naar een 19e eeuwse Engelse arts) op als de bijnier niet genoeg bijnierschorshormoon maakt. Deze tekortkoming van de bijnieren kan het gevolg zijn van een aanval van het lichaam op zichzelf (auto-immuunziekte) of het gevolg van een andere ziekte, bijv. bij behandeling van Cushing.

Deze ziekte is dikwijls erfelijk, niet te genezen, dus chronisch. Niet gesteriliseerde teven lopen een hoger risico om Addison te krijgen. In de literatuur wordt met name de grote poedel, bearded collie en Chinese kuifhond genoemd. 

Behandeling van deze chronische ziekte: levenslang tabletten geven, en dagelijks een portie zout door het eten.

Zie ook bloedonderzoek.

Adel:

adel wil zeggen een harmonische belijning, een trotse en edele verschijning. Verder duidt het op symmetrie, fierheid en zelfbewustheid. Adel kan wel gevonden worden bij, maar is niet synoniem aan sierlijkheid en fijnheid. Ook rasloze honden kunnen adel vertonen.

Ademfrequentie:

is het aantal keren per minuut, dat de hond in- en uitademt. Zie ademhaling.

Ademhaling:

het aantal ademhalingen per minuut wisselt en is afhankelijk van o.a. leeftijd, grootte van het ras, gemoedstoestand, lichaamsgewicht, omgevingstemperatuur en evt. pijn, koorts of drachtigheid

De ademhaling moet altijd gecontroleerd worden als de hond staat en in rust is, dus niet na een flinke wandeling als de hond hijgt, maar ook niet na een aanrijding (shock) of bij oververhitting. Vaak is het handig om eerst de ademhaling te bekijken en vervolgens de hond pas te benaderen, omdat benadering van het dier stress kan veroorzaken, wat de ademhaling versnelt.

U kunt de ademhaling zien bij de neusvleugels en lippen, als de hond op zijn zij ligt (borst-buikholte) en bekeken van rechtsachter.

Bij het controleren van de ademhaling let de dierenarts op: ademhalingsfrequentie, ademhalingstype en het ritme van de ademhaling.

Bij de ademhalingsfrequentie kijkt de dierenarts hoe vaak de hond per minuut ademhaalt. De frequentie varieert van 10 tot 30 per minuut in rust (niet hijgen). Het gemiddelde is bij jonge en zeer kleine honden 20-22, bij volwassen en middelgrote honden 16-18 en bij oude en zeer zware honden 14-16  keer per minuut. In het algemeen hebben jonge dieren een hogere ademfrequentie en oude dieren een lagere frequentie. Bij zeer goed getrainde honden is de ademfrequentie ook vrij laag. Wanneer honden onrustig zijn, in een te warme omgeving verblijven of vermoeid zijn, bijvoorbeeld t.g.v. inspanning, is de ademfrequentie hoger dan normaal. De ademfrequentie wordt bepaald door de carbonaat-concentratie in het bloed. Als deze daalt, neemt de ademfrequentie toe.

Bij het ademhalingstype kijkt de dierenarts of er sprake is van:

• Costa-abdominaal ademen: hierbij wordt bij het inademen de ribben naar voren en naar buiten geschoven en het middenrif plat gedrukt, een borst- buikademhaling. Dit is de normale ademhaling, de gecombineerde borst- en buikademhaling. Alles vertoont een minimale afwijking (op- en neerbeweging).

• Costaal ademen: hierbij zet alleen de borst uit (borstademhaling).

• Abdominaal ademen: hierbij zet alleen de buik uit. De hond gebruikt buikpers. Dit komt voor bij verlies van elasticiteit van de longen en de borstkas (buikademhaling).

• Pendelend ademen ("ploep ploep"): Hierbij wordt bij de inademing de buik kleiner en de borst groter. Dit is een afwijkende ademhaling en heeft een hond bij een middenrifprobleem of bij vocht in de borstholte.

Zie ook respiratie, dyspnoe, tachypnoe, bradypnoe.

Adenitis:

klierontsteking.

Adenoom:

            klierweefselgezwel; vaak voorkomende, goedaardige tumor in klieren.

Ader:

            bloedvat, dat het bloed naar het hart voert. Voor meer info: zie bloedvaten.

A.D.H., ADH:

antidiuretisch hormoon. Dit hormoon wordt in de hypothalamus aangemaakt, via zenuwbanen naar de hypofyse vervoerd en van daaruit afgegeven naar het lichaam. Het hormoon is belangrijk bij het terugresorptieproces in de nieren. Indien ADH ontbreekt, stijgt de waterhoeveelheid in de urine (diabetes insipidus). In ietwat grotere concentraties zorgt dit hormoon voor een stijging van de bloeddruk in de bloedvaten. Om die reden kennen we ook de naamsaanduiding vasopressine.  

Adipositas:

            vetzucht.

Adjuvans, adjuvantia:

is een stof die zonder zelf werkzaam te zijn de werking van een geneesmiddel ondersteunt.

Adjuvanstherapie is een aanvullende behandelingswijze.

ADL-hond:

zie SOHO.

Adrenaline:

hormoon dat wordt aangemaakt in de bijnier; komt vrij bij opwinding en verhoogt de bloeddruk. Het is dus a.h.w. een stresshormoon.

Adres:

adres waar de hond thuishoort, kan op de halsband, draagpenning of een kokertje bevestigd aan de halsband worden vermeld. Rashonden zijn getatoeëerd of gechipt (zie: chip), zodat de eigenaar achterhaald kan worden.

Adult:

            volwassen.

Advantage® Spot-on:

doodt vlooien en voorkomt herinfectie voor de duur van ongeveer 1 maand. Het is in het bijzonder effectief bij een vlooienallergie.

Zie ook spot-on pipet.

Advocate® Spot-on:

advocate® Spot-On oplossing voor honden is een nieuw middel tegen inwendige en uitwendige parasieten, zoals vlooien, mijten en wormen.

De actieve stoffen zijn Imidacloprid en Moxidectine. Niet gebruiken bij pups jonger dan 7 weken.

De wijze van toediening: uitsluitend voor uitwendig gebruik. Lokaal toedienen op de huid tussen de schouderbladen.

Het wordt gebruikt voor honden die lijden aan, of risico lopen op, gemengde parasitaire infecties: voor de preventie en behandeling van vlooienbesmetting (Ctenocephalides felis), voor de behandeling van oormijtinfestatie (Otodectes cynotis), schurft veroorzaakt door Sarcoptes scabiei var. canis, demodicosis veroorzaakt door Demodex canis, voor de preventie van hartworm (L3 en L4 larven van Dirofilaria immitis) en voor de behandeling van infecties met gastro-intestinale nematoden (L4 larven, onvolgroeide en volwassen stadia van Toxocara canis, Ancylostoma caninum en Uncinaria stenocephala, volwassen Toxascaris leonina en Trichuris vulpis).
Het product kan gebruikt worden als onderdeel van een behandelingsstrategie tegen door vlooien veroorzaakte allergische dermatitis (FAD).

Bijzondere voorzorgen bij gebruik

Er moet voor gezorgd worden dat de inhoud van de pipet of de toegediende dosis niet in contact komt met de ogen of de bek van het behandelde of andere dieren. Laat niet toe, dat recent behandelde dieren elkaar likken. Wanneer het product toegediend wordt op 3 tot 4 verschillende plaatsen, moeten voorzorgen worden genomen opdat het dier de toedieningsplaatsen niet likt.
Zoals met elk product dat macrocyclische lactonen bevat, moet bij Collies, Old English Sheepdogs en gerelateerde rassen of gekruiste rassen speciale aandacht worden geschonken aan de juiste toediening van het product; in het bijzonder moet orale opname door het behandelde dier en/of andere dieren worden voorkomen.

Niet toelaten dat Advocate® in oppervlaktewater terechtkomt, omdat het schadelijke effecten heeft op waterorganismen: moxidectine is sterk toxisch voor waterorganismen. Laat behandelde dieren niet zwemmen in oppervlaktewater tot minstens 4 dagen na behandeling.
Kortstondig contact van het dier met water bij één of twee gelegenheden tussen de maandelijkse behandelingen in zal waarschijnlijk de effectiviteit van het product niet verminderen. Echter, frequent shampooën of onderdompelen van het dier in water na de behandeling kan de effectiviteit van het product verminderen.
Alhoewel A
dvocate® veilig kan worden toegediend aan honden die besmet zijn met volwassen hartworm, heeft het geen therapeutisch effect tegen volwassen Dirofilaria immitis.
Het is daarom aanbevolen dat alle dieren ouder dan 6 maanden en verblijvend in regio's die endemisch zijn besmet, worden getest voor bestaande volwassen hartworminfecties alvorens de medicatie met A
dvocate® te starten.

• Vlooienbestrijding en preventie
Eén behandeling voorkomt verdere vlooienbesmetting gedurende 4 weken. Aanwezige poppen in de omgeving kunnen nog uitkomen gedurende 6 weken of
langer nadat de behandeling werd gestart, afhankelijk van de klimaatcondities. Daarom kan het noodzakelijk zijn de Advocate® behandeling te combineren met een omgevingsbehandeling teneinde de vlo cyclus in de omgeving te onderbreken. Dit kan resulteren in een snellere afname van de vlooienpopulatie in huis. Advocate® dient maandelijks te worden toegediend indien het gebruikt wordt als onderdeel van een behandelingsstrategie tegen door vlooien veroorzaakte allergische dermatitis (FAD).
• Behandeling van oormijtinfestatie (Otodectes cynotis)
Voor de behandeling van oormijtinfestatie dient het product eenmalig toegediend te worden. Losse debris dient bij iedere behandeling voorzichtig uit de uitwendige gehoorgang verwijderd te worden. Controle door de dierenarts 30 dagen na de behandeling wordt aanbevolen, omdat bij sommige dieren een tweede behandeling nodig kan zijn. Niet direct in het oorkanaal toedienen.
Behandeling van schurft (veroorzaakt door Sarcoptes scabiei var. canis)
Voor de behandeling van schurft dient het product tweemaal toegediend te worden met een tussenperiode van 4 weken.
Behandeling van demodicosis (veroorzaakt door Demodex canis)
Toediening van het product, twee- tot viermaal, telkens met een tussenperiode van 4 weken, is efficiënt tegen Demodex canis en leidt tot een zichtbare verbetering van de klinische symptomen. Aangezien demodicosis een multifactoriële aandoening is, wordt aangeraden, waar mogelijk, eventuele onderliggende aandoeningen eveneens op geschikte wijze te behandelen.
Preventie van hartworm
Honden die verblijven in regio's endemisch voor hartworm of die reisden naar endemische regio's, kunnen geïnfecteerd zijn met volwassen hartworm. Om deze reden dient voordat een behandeling met Advocate® wordt gestart het advies hierboven te worden overwogen.
Voor de preventie van hartworm dient Advocate® iedere maand toegepast te worden gedurende de tijd van het jaar wanneer muggen (de intermediaire gastheer, die de hartwormlarve draagt en overbrengt) aanwezig zijn. Het product kan het gehele jaar door worden toegediend of tenminste één maand voor de eerste verwachte blootstelling aan muggen. Deze behandeling dient met regelmatige intervallen van 1 maand te worden voortgezet tot één maand na de laatste blootstelling aan muggen. Om een routine te krijgen, is het aanbevolen dat op dezelfde dag of datum van elke maand wordt behandeld. Indien een ander preventief product in een hartworm preventieprogramma wordt vervangen, dient de eerste behandeling met Advocate uitgevoerd binnen de maand na de laatste toegediende dosis van de vorige medicatie.
In niet endemische regio's is er geen risico voor hartwormbesmetting bij de hond. Daarom kunnen ze behandeld worden zonder speciale voorzorgen.
Behandeling van rondwormen, haakwormen en zweepwormen
In regio's endemisch besmet met hartworm kunnen de maandelijkse behandelingen het risico van herinfectie door respectievelijk rond-, haak- of zweepwormen significant reduceren. In niet endemische regio's kan het product worden gebruikt als onderdeel van een seizoensgebonden preventieprogramma tegen vlooien en gastro-intestinale nematoden.
Studies toonden aan dat maandelijkse behandelingen van honden infecties met Uncinaria stenocephala voorkomen.

AF (ALP of AP):

is een enzym, dat door verschillende organen wordt geproduceerd. AF (alkalisch fosfatase) is o.a. een maat voor leverproblemen en botafwijkingen.

We meten de AF die door levercellen en beencellen wordt geproduceerd. Een verhoging van AF zegt alleen iets, als die verhoging minimaal 2 keer de maximale normaalwaarde is en moet altijd in samenhang met andere metingen beoordeeld worden. Bij vermoeden van leverlijden worden altijd de galzuren gemeten.

Lage waarden: geen betekenis.

Hoge waarden: a) leveraandoeningen: gestoorde galafvoer, acute en chronische leverontstekingen; b) jonge dieren (is normaal); c) toediening van prednison; d) ziekte van Cushing; e) toediening van bepaalde narcosemiddelen (barbituraten); f) ingrijpende of uitgebreide botaandoeningen.

Zie ook bloedonderzoek.

Affix:

kennelnaam als achternaam gebruikt (bijv. Timothy of Daggerwood); zie ook prefix.

Afgezette borst:

een te sterk gekromd borstbeen (bijv. bij Teckels).

Africhten:

het aanleren om bepaalde oefeningen (werkzaamheden) op commando uit te voeren.    

Afstaande vacht:

kenmerkend voor bepaalde spitshonden; de vacht staat van het lichaam af en heeft gewoonlijk stevig onderhaar.  

Afstoppen:

de hond laten zitten door op een (rol)fluit te blazen.

Aftekening:

begrenzing van kleurplaten op witte ondergrond of de tanplaatsen bij honden met het tanpatroon.

De zwarte duimafdruk en de potloodstreepjes in het tan of de middenvoet en tenen bij Manchester Terriërs worden ook zo aangeduid.

Afvallen:

als je hond te dik is. Hoe kan mijn hond het beste afvallen? Zie wetenswaardigheden.

Afvallend kruis:

            zie kruis.

Agens (meerv. agentia):

werkzaam middel, stof die een chemische of biologische reactie kan opwekken; werkende oorzaak of kracht.

Agglutinatie:

samenklonteren van rode bloedlichaampjes of bacteriën onder invloed van agglutininen

Agglutinine:

antilichaam in bloedserum, dat samenklonteren van cellen bevordert.

Agility:

Engelse benaming voor behendigheid(sport), nu ook algemeen gebruikt in Nederland. Het is een tak van de hondensport, waarbij een parcours met hindernissen moet worden afgelegd. 

Zie ook jumping en vast parcours

Alle klassen zijn onderverdeeld in a) Large-klasse voor honden vanaf 43 cm., b) Medium-klasse voor honden vanaf 35 cm. tot 43 cm. en c) Small-klasse voor honden minder dan 35 cm. schofthoogte

Zie voor uitgebreidere info: Agility.

Agonie:

            doodsstrijd.

Agonistisch gedrag:

gehele gedragsrepertoire, dat zich uitstrekt van totale aanval (agressie) tot totale vlucht (angst). Deze term wordt vaak gebruikt, omdat allerlei dreiggedragingen componenten bevatten van zowel angst als agressie. 

Agouti:

            benaming om wildkleur aan te geven.        

Agrafe:

            klemmetje om wonden te hechten; wondkram.

Agressie:

agressief gedrag omvat alle handelingen, waarbij soortgenoten elkaar kunnen beschadigen, zonder dat daar enige mate van angst bij vertoond wordt. 

AIHA:

is de afkorting voor Auto Immuun Haemolytische Anaemie (Autoimmune Hemolytic Anemia). Dit is een vorm van haemolytische anemie, waarbij de afweercellen zonder aanwijsbare oorzaak de eigen rode bloedcellen aanvallen en afbreken. Dit proces gaat in zo'n snel tempo, dat de aanmaak van rode bloedcellen de afbraak niet bij kan houden, waardoor er een ernstig tekort aan rode bloedcellen ontstaat.

Bij AIHA worden dus de eigen rode bloedcellen (en vaak ook de bloedplaatjes) afgebroken door de eigen afweercellen. Er is als het ware een ontsporing van het afweerapparaat. Wat de trigger voor deze ontsporing is, is vaak onduidelijk.
We zien bij deze aandoening bloedarmoede (een daardoor bleke slijmvliezen), soms geelzucht (t.g.v. beschadiging van de lever door de bloedarmoede en het vrijkomen en van bepaalde kleurstoffen uit de rode bloedcellen), meestal een vrij hoog witte bloedcelpercentage, vaak ook een tekort aan bloedplaatjes en een gezwollen milt.
Deze bevindingen zijn zeer sterk verdacht voor AIHA. De diagnose kan worden bevestigd middels de zogenaamde Coombs-test. Deze test kan echter vals negatief uitvallen; dat betekent dat er toch sprake is van AIHA, terwijl de test negatief is.

AIHA is dus een auto-immuunziekte, die uiteindelijk kan leiden tot een levensgevaarlijke situatie. Hoe levensbedreigend de bloedarmoede is, hangt af van de ernst van de bloedarmoede, maar ook van het tijdsbestek waarin de afbraak van rode bloedcellen plaatsvindt. Hoe langzamer deze afbraak gaat, hoe meer tijd het lichaam krijgt om zich aan de afwijkende situatie aan te passen. We zien dan ook dat de patiënten er ernstiger aan toe zijn naarmate de bloedafbraak sneller en heftiger is.
De behandeling van AIHA bestaat uit het toedienen van immuunsuppressieve medicijnen (prednison, Immuran®) en indien nodig een bloedtransfusie. Als het rode bloedcelpercentage daalt onder de 15% dan kan een bloedtransfusie noodzakelijk zijn.

De honden die verschijnselen vertonen die kunnen wijzen op een zuurstoftekort (snelle pols, shock, flauwtes, benauwdheid) en een rode bloedcelpercentage van beneden de 15% komen direct in aanmerking voor een bloedtransfusie. Als de verschijnselen minder ernstig zijn en/of het rode bloedcelpercentage hoger is dan 15% dan is een bloedtransfusie niet (direct) noodzakelijk.
Sinds een tijdje is er in Nederland een soort bloedbank voor honden, zodat dierenartsen die geen bloeddonor of bloedafnamesysteem voor handen hebben ook aan bloed of plasma kunnen komen.

Het beoogde effect van het toedienen van immuunsuppressieve middelen zoals prednison en Immuran® is het stopzetten van de (verkeerde) immuunreactie waardoor de eigen bloedcellen worden afgebroken. Er wordt gestart met een hoge dosering prednison en die wordt (mede op geleide van het rode bloedcelpercentage) geleidelijk afgebouwd en uiteindelijk helemaal gestopt. Immuran® is eigenlijk een soort chemotherapie en heeft nog ernstigere bijwerkingen dan prednison. Veelal blijkt het toedienen van alleen prednison voldoende te zijn en het is gebleken dat de werking van Immuran® pas na ongeveer 2 weken optimaal is.

AIHA is altijd "een dubbeltje op zijn kant". Recidief van de haemolyse is bij een hond, die eenmaal AIHA heeft gehad, altijd mogelijk.

AITP:

is de afkorting van Autoimmune Thrombocytopenia. Dit is een ziekte, die verwekt wordt door antistoffen tegen bloedplaatjes.

Ajokoiramme:

is de Finse Brak.

A.K.C., AKC:

American Kennel Club; Amerikaanse overkoepelende kynologische organisatie. Wordt ook voor de door hen uitgegeven stamboom gebruikt.  

A.K.K., AKK:

Algemene Kynologische Kennis. In 1947 werd het examen AKK ingesteld en werd afgenomen tot 1994. Zie ook KK 1 en KK 2.            

ALAT:

is de afkorting voor Alanine Aminotransferase (ALAT of ALT). Zie GPT.

Albinisme:

duidt op een volledig ontbreken van pigment in de huid, haren en ogen (door een enzymdefect); daardoor hebben albino's witte haren en rode ogen. Er zijn geen hondenrassen waarbij albinisme als raskenmerk geldt.

Zie ook glasoog.

Albumine:

dit eiwit (in het bloed) zorgt samen met de in het bloed opgeloste zouten voor een osmotisch evenwicht. Bij ernstige tekorten ontstaat oedeem.

Zie ook plasma, hondenmelk en bloedonderzoek.            

Alchemilla:

is een onschadelijk kruid, dat een uitstekende werking heeft bij het herstel na de geboorte van de pups. Na het werpen is het nl. van belang, dat de geboorteorganen zich volkomen herstellen. Daarom kunt u de teef dan bijv. Alchemilla-thee of Alchemilla-melk geven.

Alchemilla Vulgaris D1, een homeopathische bereiding uit de geelgroene vrouwenmantel, herstelt de normale geslachtscyclus. Alchemilla Vulgaris zit ook in supplementen samen met o.a. glucosamine.

Aldosteron:

zie bijnierschors.

Alert:

vrijmoedig bewegend, geboeid lijkend door iets, oplettend.

Algemeen onderzoek:

kunt u bij uw hond doen, als u niet zeker weet of uw hond ziek is en u naar de dierenarts moet.

U kijkt dan naar: APTSl (in deze volgorde) oftewel Ademhaling, Pols, Temperatuur en Slijmvliezen.

Algemene Vorming (AV):

iedere instructeur heeft basiskennis nodig. De cursus Algemene Vorming (AV) van O&O biedt dat fundament, en het doel is dan ook het leggen van de theoretische basiskennis die nodig is om op een verantwoorde en goede manier les te kunnen geven aan combinaties geleider-hond, ongeacht de discipline waarin wordt lesgegeven. 

Deze cursus is de theoretische basis voor alle verdere cursussen van O&O. Het AV-certificaat is daarom verplicht om aan verdere cursussen te kunnen deelnemen.

Algerijnse Herdershond:

ook Kabylen- of Douarhond genoemd. Een in geheel Noordwest-Afrika en het gebeid van de Sahara inheemse, vrij primitieve herdershond. Met zijn reuk onderscheidt hij het vee van zijn 'douar' (tentkring) van dat van andere. Door zijn scherp gehoor is hij een goede waakhond. Hij stamt af van de Turfhond, waarvan hij (bij een groter formaat) de kenmerken heeft bewaard.

Alimentair:

            datgene wat verband houdt met de voeding.

Alkalisch:

            zie pH-waarde.

Allanto-amnion:

allantoïs vergroeid met het amnion.

Allantochorion:

allantoïs vergroeid met het chorion.

Zie ook geboorte.

Allantoïs:

één van de drie vruchtvliezen (zie ook amnion, chorion en geboorte); vormt zich bij de ontwikkeling van het embryo in het moederlichaam. Doet tijdens de dracht dienst als opvangreservoir van foetale urine.

Allelen:

de als paar bij elkaar behorende genen die tezamen dezelfde eigenschap bepalen en die op dezelfde locus van een bij elkaar behorend chromosomenpaar liggen, bijv. een dominante gen voor zwart op de ene chromosoom en een recessieve gen voor wit op de andere bijpassende chromosoom.

Voor allel (meervoud: allelen) wordt ook nog wel het woord mutant gebruikt. 

Allelomimetisch gedrag:

het met elkaar meedoen, zodat er een groepsactiviteit ontstaat, wordt allelomimetisch gedrag genoemd, en de Engelse term hiervoor is ganging-up.

Het is een heel normaal fenomeen bij sociaal levende dieren. Bij honden kan dit gedrag al waargenomen worden rond de leeftijd van ongeveer 7 weken.

Het met elkaar meedoen kan van alles inhouden. Gezamenlijk naar een voorwerp rennen, maar ook met een hele groep op een andere hond afstormen en die grijpen. In zo'n situatie zal het slachtoffer altijd het onderspit delven. De opwinding binnen de groep is tijdens zo'n groepsactiviteit nl. heel erg groot en wordt bij de individuele honden door het groepsgebeuren alleen maar aangewakkerd.

Allergeen:

            een overgevoeligheid opwekkende stof.

Allergie:

overgevoeligheid voor een of meer stoffen. Een hond wordt niet geboren met een allergie maar ontwikkelt deze; 75% van de patiënten ontwikkelt een allergie tussen de 1 en 3-jarige leeftijd. Er zijn rassen waarbij allergieën vaker voorkomen: West Highland White Terriër, Boxer, Engelse en Franse Bulldog, Newfoundlander, Mopshond, Labrador en Golden Retriever, Shar Pei, Poedel, Teckel en Yorkshire Terriër. 

Aangezien een allergie zich moet ontwikkelen, zullen klachten zelden eerder te zien zijn voor 6 maanden leeftijd (3 maanden in geval van een voedselallergie). Behalve deze allergische reactie zijn atopische honden gevoeliger voor bacteriële- en gistinfecties van de huid. Afhankelijk van de betrokken allergenen, kan atopie seizoensgebonden zijn (pollen) of niet (huisstof). Voorbeelden van veel voorkomende allergenen zijn: huisstofmijt, voedselmijt, meelmijt, pollen en huidschilfers (zie mijt).  

Bij veel dieren met langdurige huidproblemen moet de oorzaak gezocht worden in een allergie. Wanneer de resultaten van het onderzoek in deze richting wijzen én verschillende andere huidziekten zijn uitgesloten, zal het onderzoek zich verder hierop richten. In principe zijn er bij honden drie belangrijke allergische huidaandoeningen: vlooienallergie, voedselallergie en atopie.

Zie ook Viatop®.      

Allergietest:

zie atopie.

Allometrie:

verandering van de verhoudingen van de verschillende lichaamsdelen gedurende de groei.            

Allround keurmeester, allrounder:

een allround keurmeester is iemand, die bekwaam is en aangesteld is voor het keuren van alle rassen.

Alopecia:

abnormale haaruitval (haarverlies, kaalheid) hetgeen zich op kleine, afzonderlijke plekken kan voordoen, of op grote stukken van het lichaam. Men denkt, dat stress de oorzaak voor haaruitval bij honden is, net als bij mensen.

Sommige huidklachten die alopecia veroorzaken kunnen ook bij de mens voorkomen, dus u moet goed oppassen, dat u niet ook besmet wordt.

Kaalheden kunnen in diverse groepen worden ingedeeld. Opvallend bij hormonale kaalheden is, dat de kale plekken vaak symmetrisch op het lichaam optreden. Er is meestal geen sprake van jeuk, tenzij bacteriën meespelen. Vaak hebben honden met hormonale aandoeningen meer klachten dan alleen van de huid. Hierbij kunt u bijv. denken aan een verminderd uithoudingsvermogen, veel drinken / plassen, afwijkingen in de groei, vrouwelijke trekjes etc.

De volgende aandoeningen bij de hond kunnen leiden tot hormonale kaalheden: hypofysaire dwerggroei, hypothyreoïdie, syndroom van Cushing, testikeltumoren en alopecia X (ook bekend onder de naam Black Skin Disease bij dwergkeeshonden; men vermoedt, dat het een X-gebonden erfelijke aandoening is, omdat meer reuen dan teven zijn getroffen).

Alopecia X: zoals de naam al aangeeft, is dit een aandoening waarbij de oorzaak van de kaalheid grotendeels onbekend is. Men beschouwt dit als een restgroep, en het is zelfs onduidelijk of deze aandoening echt bestaat. Dit is de groep honden die overblijft, nadat alle diagnostiek (ook die van de hormonale aandoeningen) geen uitslag oplevert. Vaak blijkt Cushing toch een rol te spelen bij deze aandoening. Men ziet het vaker bij de Chow Chow, Samoyeed, Malamute, Keeshond en Dwergpoedel.

De symptomen: men ziet een symmetrische kaalheid op een leeftijd van 1-5 jaar, die zich steeds verder uitbreidt, voornamelijk op de romp. De overblijvende vacht is dof, dor en laat gemakkelijk los. Men ziet geen jeuk.

De diagnose wordt gesteld op basis van de klinische verschijnselen, en het uitsluiten van overige oorzaken. Eventueel  kan men huidbiopten nemen.

Aangezien de oorzaak onbekend is, zijn er veel therapieën mogelijk. Men kan denken aan castratie, hormoontherapie, corticosteroïden etc.

De prognose is onzeker. Er wordt onderzoek gedaan naar het gebruik van Trilostane. Dit zou de haargroei kunnen bevorderen. Meer onderzoek is echter gewenst voordat het ingezet kan worden. Soms kan een homeopathische behandeling uitkomst bieden.

Wanneer uw hond last heeft van kaalheid, dan is het raadzaam om dit door de dierenarts te laten onderzoeken. Dit vergroot de kans op een vroege diagnose en een betere behandeling.

Zie ook