Menu-knop.

Bloedonderzoek

Als uw hond ziek is, kan de dierenarts aan de hand van bloed- en/of urineonderzoek beter een eventuele diagnose stellen.

Deze pagina gaat alleen over de uitslagen na bloedanalyse. Op de volgende pagina leest u alles over urineonderzoek.

In onderstaande tabellen leest u de normaalwaarden voor een hond. Deze liggen niet exact vast, d.w.z. het kan per onderzoeksapparaat (zie vettest en spotchem) iets verschillend zijn. 

Bovendien zijn niet alle mogelijke conclusies weergegeven.

Bij een aantal onderzoeken worden de waarden als "U" opgegeven. Hierbij staat U voor unit = eenheid, een niet nader genoemde "eenheid".

Op de pagina Kynologische & medische termen vindt u over onderstaande begrippen meer uitleg.

 

Klinisch Chemisch onderzoek

 

Bepaling

Normaal

Eenheid

Naam

Conclusie

ALB

28-36

g/l

Albumine

Te hoog bij uitdroging
Te laag: eiwitverlies door nier- of darmproblemen en bij levercirrose

ALKP

23-212

U/l

Alkalische fosfatase

Te hoog bij lever-, darm-, botproblemen en ziekte van Cushing
Te laag: geen betekenis

ALT

10-100

U/l

ALT

Te hoog bij leverproblemen (ontstekingen of tumor)
Te laag bij levercirrose en zonder duidelijke betekenis

AMYL

300-1500

U/l

Amylase

Te hoog: alvleesklierontsteking
Te laag: alvleesklierverschrompeling

Ca

1.98-3.00

mmol/l

Calcium

Te hoog: overmaat kalk (puppies) of bij tumoren
Te laag: nierproblemen, melkziekte bij de teef, bijschildklierproblemen

CHOL

2.8-8.3

mmol/l

Cholesterol 

Te hoog: te weinig schildklierhormoon of vette maaltijd
Te laag: geen betekenis

CREA

60-135

µmol/l

Creatinine

Te hoog: nierproblemen, uitdroging, plasbuisverstopping, Addison
Te laag: overmatig drinken

GGT

0-3

µmol/l

Gamma GT

Te hoog bij galgangproblemen 
Te laag: geen betekenis

GLOB

25-45

g/l

Globuline

Te hoog bij chronische ontstekingen
Te laag: betekenis meestal onduidelijk

GLU

4.28-6.94

mmol/l

Glucose

Te hoog: stress of suikerziekte
Te laag: tumor van de alvleesklier of ondervoeding

NH3

40-120

µmol/l

Ammoniak

Te hoog: levershunt
Te laag: geen betekenis

PHOS

0.81-2.2

mmol/l

Fosfaat

Te hoog: nierproblemen
Te laag: tumoren, bijschildklierproblemen

TBIL

0-15

µmol/l

Totaal Bilirubine

Te hoog: geelzucht door verhoogde bloedafbraak of leverproblemen
Te laag: geen betekenis

TP

52-82

g/l

Totaal eiwit

Te hoog bij chronische ontstekingen of uitdrogingen
Te laag bij eiwitverlies (zie albumine) of ernstige ondervoeding

UREA

2.50-9.64

mmol/l

Ureum

Te hoog: nierproblemen, uitdroging,  plasproblemen,  ziekte v. Addison Te laag: overmatig drinken

 

Verder wordt nog bepaald: CPK en Lipase. Voor de screening van nesten op levershunts wordt een andere Ammoniakbepaling gebruikt: de Ammoniachecker BAC III.

Haematologie
 

Soort cel

Waarde

Naam

Interpretatie

baso

0-0.2 x 109/l

basofielen

Interpretatie moeilijk

eo

0.1-1.9 x 109/l

eosinofielen

Te hoog: allergieën of parasitaire (worm)infecties
Te laag: geen betekenis of afweeronderdrukking

ery

5.5-8.5 x 1012/l

rode bloedcellen

Te hoog: uitdroging, chron. zuurstoftekort, benauwdheid
Te laag: bloedafbraak, verbloedingen, hormoon overmaat

Ht

38-57%

haematocriet

Te hoog: uitdroging, chron. benauwdheid, EPO misbruik
Te laag: bloedafbraak, verbloedingen, leukemie

leuco's

6-17 x 109/l

aantal witte bloedcellen

Te hoog: (bacteriële) ontstekingen of leukemie
Te laag: zeer acute ontstekingen of bepaalde virusinfecties

lymfo

1-4.8 x 109/l

lymfocyten

Te hoog: leukemie of virusinfecties
Te laag: bacteriële ontstekingen of stress/cortisonen

mono

0.1-1.8 x 109/l

monocyten

Te hoog: virusinfecties
Te laag: geen betekenis

ret.

20-80 x 109/l

reticulocyten

Te laag: gestoorde aanmaak rode bloedcellen
Te hoog: meestal compensatie van bloedarmoede (laag Ht)

seg

3.9-12 x 109/l

polymorfkern. (PMK)

Te hoog: bacteriële ontstekingen
Te laag: bepaalde virusinfecties, zeldzame erfelijke aandoeningen

thrombo

145-440 x 109/l

bloedplaatjes

Te hoog: geen betekenis
Te laag: verhoogde afbraak, bloedingen of bij shock



Elektrolyten en bloedgaswaarden  


De bepaling van dit soort waarden zijn vooral van belang bij honden in shock en slechte toestand.  

 

Bepaling

Normaal

Eenheid

Interpretatie

Base excess

0-6

mmol/l

Te laag: hijgen, chron. braken, shock, suikerziekte, nierproblemen
Te hoog: ademhalingsproblemen, chron. braken

Bicarbonaat

15-23

mmol/l

Te hoog: shock, suikerzieke, benauwdheid
Te laag: chron. braken, erg hijgen, diarree

Chloor

106-127

mmol/l

Te laag: heftig braken of diarree

Kalium

3.4-4.9

mmol/l

Te hoog: nierproblemen, ziekte van Addison, plasbuisverstopping, uitdroging
Te laag: beginnende nierproblemen

Natrium

142-150

mmol/l

Te hoog: uitdroging, zoutvergiftiging
Te laag: nierproblemen, ziekte van Addison, plasbuisverstopping, braken

pCO2

35-38

mm Hg

Te laag: hijgen, chron. braken, shock, suikerziekte, nierproblemen
Te hoog: ademhalingsproblemen, chron. braken

pH

7.35-7.45

 

Te hoog: diarree, chron. braken, erg hijgen
Te laag: shock, nierproblemen, suikerziekte, gestoorde ademhaling

 

 

Hormonen 

 

Hormoon

Waarde

Gemaakt in

Betekenis

cortisol

25-125 nmol/l

Bijnier

Te hoog: ziekte van Cushing
Te laag: ziekte v. Addison (bijnier werkt niet of cortisonen gebruik)

oestrogeen

<15 nmol/l

Testikel en eierstok

Te hoog: bij bepaalde testikeltumoren, cysten op de eierstok

progesteron

0-40 mmol/l

Eierstok

Bij dektijdstip-bepaling bij de teef

T4 of thyroxine

19-58 nmol/l

Schildklier

Te hoog: te snelwerkende schildklier (kat)
Te laag: te traag werkende schildklier (hond)

testosteron

1-20 nmol/l

Testikel

Wordt vooral gebruikt om te kijken of er nog testikelweefsel is blijven zitten na castratie of slechts één afgedaalde testikel

TSH

0-0.6 µmol

Hypofyse

Hoog: schildklier werkt niet goed (als oorzaak laag T4)
Laag: geen betekenis of mogelijk probleem in hypofyse

 

 

 

Naar urineonderzoek.

         © Copyright by Yvonne Soomers-Marell

Menu-knop.