Bijna
iedereen kan met zijn hond, of het nu een rashond of een rasloze hond is,
groot of klein, agilitytraining gaan volgen. Een voorwaarde is
wel dat de hond een goede conditie heeft.
Het is bijvoorbeeld niet verstandig om
met grote, zware honden (b.v. Boerboel of Sint Bernard) te gaan springen. Maar ook kortbenige honden met een
lang lichaam (b.v. de Teckel) zijn, ondanks het feit dat ze misschien zelf graag
willen springen, niet zo geschikt om mee te doen aan een agilitytraining, want
dan zijn er lichamelijke problemen te verwachten.
Naast
de lichaamsbouw, de kracht en de wendbaarheid van de hond zijn ook andere
eigenschappen belangrijk om te bepalen of een hond geschikt is voor agility. Belangrijke eigenschappen zijn: volgzaamheid, dapperheid, een goed
evenwichtsgevoel, intelligentie en nauwkeurigheid.

Bij
de training streven we ernaar de hond los over de hindernissen te laten gaan.
Toch zullen we het aanleren van de hindernissen met een aangelijnde hond
beginnen.
Wanneer je met een aangelijnde hond gaat trainen, moet je er steeds op
letten dat de riem nergens achter blijft haken en ook moet je ervoor zorgen dat
de hond er geen hinder van ondervindt.
Bij
de training proberen we een toestel goed aan te leren en niet op snelheid te
werken. Het blijkt telkens weer dat het beter is om bij de training fouten te
voorkomen dan in eerste instantie fouten of slordigheden te accepteren en later
pas bij te schaven. Kortom, we beginnen rustig en als de hond de toestellen
volkomen beheerst, kunnen we de snelheid geleidelijk aan opvoeren.
Voordeel daarbij is bijvoorbeeld, dat we zo proberen
de hond geen zgn. 'flyers' te laten maken. De wip moet namelijk, voordat de hond
er afloopt of -springt, de grond hebben geraakt; wanneer dit niet gebeurt,
spreekt men van een flyer (en dus een fout).
Ook wordt er gewerkt aan de hond naar het juiste
toestel te leren sturen door bijv. het wisselen van de plaats: dit noemt men
wissels, zoals bijv. de Belgische wissel, Franse of blinde wissel en Duitse
wissel of bocht (of draai). Bij deze wissels kruis je voor de hond.
Bij een Belgische wissel blijf je met je gezicht
richting de hond, waarbij je nooit het zicht op de hond verliest, m.a.w. je moet
zelf een draai maken om controle op de hond te houden. Een voorbeeld: met je
hond links stuur je hem rechts een tunnel, die in een U-vorm ligt, in. Terwijl
de hond in de tunnel is, draai je je richting de uitgang van de tunnel. Als de
hond eruit komt, is hij rechts van je en vervolg je het parcours.
Bij een Franse of blinde wissel draai je zo, dat je
op een gegeven moment geen contact met de hond hebt, waarbij je zelf niet hoeft
te draaien en daarom dus snelheid houdt, maar omdat je even de hond 'kwijt'
bent, heb je eventjes minder controle.
Bij de Duitse bocht of wissel, wat dus
eigenlijk geen wissel is, draait de hond achter je rug langs, terwijl je zelf de
andere kant op draait, m.a.w. er tegenin. Bijv. je hebt je hond links (klik
hier),
maakt zelf bij X (op het moment dat de hond afzet) een draai op de plaats (linksomkeert)
en gaat weer verder op het parcours met de hand nog steeds links. Zo wordt de
bocht krapper en denkt de hond niet, dat hij naar de tunnel moet.
Ook
de baas moet 'trainen': hij moet leren de hond op het juiste moment duidelijke
aanwijzingen te geven.
De
training is erop gericht de vaardigheden van de hond en zijn baas te vergroten
en de samenwerking tussen deze twee steeds verder te verfijnen.
Een
positieve training geeft op den duur de beste resultaten.
Na
een korte of langere trainingsperiode kunt u aan wedstrijden mee gaan doen, d.w.z.
als u het leuk vindt; u kunt ook recreatief blijven trainen.
De
F.C.I. heeft internationaal bindende reglementen voor agilitywedstrijden
vastgelegd.
Agilitywedstrijden
zijn niet alleen leuk voor de baas en zijn hond, maar ook voor het publiek. Ze
zijn erg spannend en de verschillen (in de hoogste klassen) zijn vaak niet meer dan tienden of zelfs
honderdsten van seconden.
We nemen deel aan euregionale wedstrijden en daarna
kunt u doorstromen naar het landelijk niveau.
Hier geef ik u de uitleg, zoals het bij de
euregionale wedstrijden toegaat.
Er
wordt gestreden in 4 verschillende klassen: A-, B-, C- en Veteranen (honden van
7 jaar en ouder).
De
B- en C-klasse zijn weer onderverdeeld in "Small" (schofthoogte t/m
34,99 cm.), "Medium" (vanaf 35 cm. tot 42,99 cm.) en "Large"
(43 cm. en groter). Dit heeft te maken met
de spronghoogte van de hindernissen en de breedte van de breedtesprongen.
De
A- en Veteranenklasse kennen alleen "Small" en "Medium",
d.w.z. dat een grote hond dezelfde hoogte springt als een hond van bijv. 41 cm.,
m.a.w. alle hindernissen staan laag.
Vóór
elk onderdeel krijg je de gelegenheid om, zonder hond, het parcours te
verkennen.
Bij jumping en het vast parcours is het belangrijk om tijdens je
verkenningstocht het parcours zo in je op te nemen dat je het zonder te veel
nadenken kunt lopen. Hoe beter je het parcours uit je hoofd kent, des te meer
aandacht kun je aan je hond schenken.

Bij
een agilitywedstrijd kennen we 3 spelvarianten:
Bij
gambling moeten binnen een maximum parcourstijd zoveel mogelijk punten worden
verzameld. Elke hindernis heeft een bepaalde puntenwaarde en mag 2 keer correct
genomen worden.
De
bedoeling van dit 'spel' is dus dat je zelf een route langs de verschillende
hindernissen bedenkt, waarbij je met je hond binnen een bepaalde tijd zoveel
mogelijk punten haalt.
In de laatste 10 seconden
zijn er nog bonuspunten te verdienen door 3
achter elkaar te nemen toestellen foutloos te nemen.
Gambling
is bedoeld om de deelnemers ongedwongen een parcours af te kunnen laten leggen.
Het is het eerste parcours van de dag. De hond
kan wennen aan de 'vreemde' toestellen. Er mogen fouten gemaakt worden. Je wordt
dan niet gediskwalificeerd en ook krijg je geen strafpunten, maar je verdient
dan alleen minder punten.
Een variatie hierop is het
tijd-fout-uit
parcours, waarbij het parcours in een voorgeschreven volgorde (aangegeven door
nummers) moet worden genomen en zo ver mogelijk foutloos moet worden afgelegd.
Zodra er een fout gemaakt wordt, stopt de puntentelling en is de combinatie
"af", en dan rent men zo vlug mogelijk naar de finish om een tijd neer
te zetten.
Jumping
is een parcours in een voorgeschreven volgorde (aangegeven door nummers), echter zonder de zogenaamde
toestellen met raakvlakken.
Bij
het vast parcours moeten de hindernissen in een voorgeschreven volgorde
(aangegeven door nummers) worden
genomen. Er geldt een standaard en een maximum parcourstijd.
Van
een vast parcours kúnnen alle hindernissen deel uitmaken, dus sprongen,
paaltjes, tafel, raakvlaktoestellen en tunnels.
Als
het parcours is opgesteld, bepaalt de keurmeester de standaard (S.P.T.) en de
maximale parcourstijd (M.P.T.).
De
standaard parcourstijd is de tijd waarbinnen je een parcours moet kunnen
afleggen. De maximum parcourstijd is de tijd die je maximaal op het parcours mag
doorbrengen.
De
gelopen parcourstijden moeten altijd tot in honderdsten van seconden worden
vastgelegd.
Een overschrijding van de standaard parcourstijd, maar wel nog
binnen de maximum tijd, levert strafseconden op.
Wanneer de maximale
parcourstijd is verstreken, zijn baas en hond gediskwalificeerd. De keurmeester
maakt dit kenbaar d.m.v. een fluitsignaal.
Voor
elke fout, gemaakt in het parcours, krijg je 5 strafpunten.
Weigeringen worden
ook als een fout aangerekend (5 strafpunten). Een totaal van 5 (in de A-klasse)
resp. 3 (in de B-, C- en Veteranenklasse) weigeringen leidt tot diskwalificatie.
Het
totaal van de gemaakte fouten, vermeerderd met eventuele tijdfouten, bepaalt de
eindklassering van de deelnemer.
Afhankelijk
van de klasse waarin de hond is ingedeeld, verschilt de moeilijkheidsgraad van
de wijze waarop toestellen staan opgesteld.
Voor
de A-klasse zal de keurmeester zich beperken tot het maken van een parcours, dat
voor de beginners niet echt ingewikkeld is. Voor de B-, C- en de Veteranenklasse wordt de
moeilijkheidsgraad steeds verder opgevoerd. Hier worden bij sommige
hoogtesprongen alleen de bovenste liggers gebruikt en staan de toestellen zo
opgesteld dat de hond gemakkelijk over een verkeerde hindernis zou kunnen
springen.
Een
voorwaarde is natuurlijk dat een parcours 'eerlijk' is tegenover de honden. Een
parcours mag nooit zo zijn dat een hond een hindernis verkeerd zou kunnen
inschatten en zich zou kunnen bezeren.
Om problemen te voorkomen gelden er
volgens de reglementen minima voor de afstanden tussen de hindernissen.
.
Baas
en hond kunnen tijdens een wedstrijd gediskwalificeerd worden.
Diskwalificatie
volgt o.a. bij:
-
het
door de hond bevuilen van de ring
-
het
door de hond verkeerd volgen van het parcours
-
het
door de hond nemen van een
volgende hindernis na een weigering, zonder deze hersteld te hebben
-
de
vijfde resp. derde keer, dat een weigering is gegeven (ligt aan de klasse, waarin de hond
uitkomt)
-
het
door de hond dragen van een halsband op het parcours
-
het
overschrijden
van de maximum parcourstijd
-
ruw
gedrag tegenover de hond of onbehoorlijk gedrag tegenover de keurmeester
-
het
door de hond verlaten van de ring bij onvoldoende appèl
-
het
door de geleider iets in de hand houden
Als
je deze lijst met mogelijke fouten ziet, lijkt het wel of er niets goed kan
gaan. Maar gelukkig valt het allemaal mee en is het deelnemen aan wedstrijden
heel leuk. Maar ja, het is nu eenmaal zo dat er bij wedstrijden regels nodig
zijn.
Maar
of een hond nu wel of geen winnaar is, het belangrijkste is het plezier van de
hond in het lopen van een agilityparcours.
Agility in België
In België bestaat de TAP, wat betekent "toelating tot Agility-programma". Dit is een proef, die
openstaat voor alle honden die, op de dag van de proef, minstens 15 maanden oud
en in het bezit van een werkboekje zijn.
M.a.w. om
aan Belgische Agilitywedstrijden deel te kunnen nemen én punten te kunnen
vergaren, moet er eerst de "TAP"
afgelegd worden (voor Belgische handlers verplicht). Elke week worden er over het hele land wedstrijden
georganiseerd. Hiervoor kunt u zich inschrijven en dan mag u na betaling
deelnemen.
Om de proef met succes af te leggen, moet minimaal de
kwalificatie "zeer goed" (totaal maximum 15,99 strafpunten) behaald worden.
Indien de proef niet lukt, wordt 1 herkansing toegestaan (volledig parcours
opnieuw lopen). Indien ook deze herkansing niet lukt, is de hond niet geslaagd.
In de werkboekjes worden de resultaten enkel genoteerd met geslaagd ('G') of
niet geslaagd ('NG').
Deelnemen aan de proef TAP met dezelfde hond mag zo
dikwijls de geleider dit wil.
Na het behalen van de 'TAP' mag de hond deelnemen aan
wedstrijden van agility van de eerste graad.
Voor ons Nederlanders geldt het volgende.
Een Agility Brevet heeft men nodig om in het buitenland in te schrijven voor
wedstrijden in de 2e graad. Een dergelijk brevet wordt uitgegeven
vanaf het moment dat men gepromoveerd is van de A-klasse naar de B1–klasse.
Uitsluitend op aanvraag wordt het brevet
uitgegeven.
Met ingang van 2008 wordt deze regel
versoepeld en wel als volgt. Indien men in Nederland 1x resultaat uitmuntend
(Jumping of Vast Parcours) in de A-klasse heeft behaald, kan men het Agility
brevet aanvragen. Men is dan gerechtigd in het buitenland in de 2e
graad in te schrijven, echter niet in
wedstrijden voor de 1e graad. Het 2e
en 3e
U’tje voor promotie van de A klasse
naar de B1 klasse in Nederland kan niet in het buitenland worden behaald. Deze
regeling wordt uitsluitend ingesteld om tegemoet te komen aan de wensen van
deelnemers, die ervaring willen opdoen in het buitenland. Na het behalen van 3
U’tjes in Nederland promoveert men in Nederland pas naar de B1 (2e
graad).
Deelname Agilitywedstrijden
Hondenclub
De Vrolijke Viervoeters neemt deel aan euregionale wedstrijden. De data vindt u op de
pagina "clubinfo", de resultaten op de pagina
"wedstrijduitslagen"
en ook foto's.
We organiseren zelf ook wedstrijden: in
Landgraaf.
Daarnaast nemen er ook cursisten deel aan landelijke
Nederlandse,
Belgische en
Duitse wedstrijden.
In
elk geval wensen we iedereen die met zijn hond aan agilitysport gaat doen
heel veel plezier!

Agility
en gezondheid
Verschillende
delen van de hond spelen in de agilitysport hun eigen rol. Deze worden elk
op een verschillende manier belast.
De
belangrijkste functie van de achterhand is het ontwikkelen van de afzetkracht,
de voorwaartse beweging. De achterhand is de motor van de hond. De kracht voor
de afzet voor een sprong wordt grotendeels door de achterhand geleverd.
De
voorhand bestaat uit het schouderblad, de bovenarm, onderarm en 'hand'. Het
speelt een belangrijke rol in de wendbaarheid van de hond. De pezen dienen voor
de overdracht van spierkracht, maar hebben ook de belangrijke functie om de
energie die vrijkomt bij een landing om te zetten in elastische energie en zo de
energie te absorberen. De vetkussens in de ondervoet zijn op hun beurt weer van
belang om de pezen en peesscheden te beschermen bij de landing.
De
belangrijkste functie van de rug en ruggenwervels is de overdracht van de kracht
van de achterhand naar de rest van het lichaam.
Een
wedstrijdsport brengt risico's met zich mee. De baas moet er altijd voor
oppassen de hond niet te forceren. Zoals u hierboven kunt lezen, worden elk van
de 'verschillende delen' van de hond op een verschillende manier belast en lopen
dus ook op een verschillende manier het gevaar van overbelasting. Daarbij
blijken de gewrichten, pezen en gewrichtsbanden de grootste risico's te lopen.
Spierblessures treden wel eens op, maar dat is meestal nadat een hond hard
onderuit is gegleden tijdens een afzet of landing.
Agility
- warming-up en cooling down
De prestaties die honden in de agility
leveren zijn de afgelopen jaren enorm verbeterd. De training is verbeterd, er
wordt meer aandacht besteed aan de voeding etc. Hierdoor zijn de honden beter
gaan presteren en wordt er van het fysieke gestel van de hond veel meer
gevraagd.
Toch zien we heel weinig handlers met hun
hond een warming-up doen. Over het nut en de noodzaak van de warming-up gaat dit
stukje van Ronald Mouwen.
Een warming-up wordt gedaan om het lijf voor
te bereiden voor de te leveren prestatie. Als geen warming-up wordt gehouden,
wordt de kans op acute blessures groter. Met name voor de spieren, maar ook voor
de banden, pezen en gewrichten is een warming-up verstandig.
Tevens kan men met een warming-up de kans op
chronische klachten en blessures verminderen, doordat het lichaam beter met de
gevraagde belasting om kan gaan. Dit geldt overigens niet alleen voor de
warming-up, maar zeker ook voor de "cooling down", een set oefeningen, waardoor
het lichaam makkelijker kan herstellen van de geleverde prestatie.
Wat willen we met een
warming-up?
Heel eenvoudig: een lichaam dat voorbereid
is op de prestatie die van hem gevraagd gaat worden. Een hond die zonder
warming-up (koud) een agilitywedstrijd of -training ingaat, moet dit doen met
spieren, banden en gewrichten die onvoldoende doorbloed zijn. Het bloed moet de
energie en zuurstof naar de spieren transporteren en de afvalstoffen na
energieverbruik in die spieren afvoeren.
Nu hebben alle spieren zelf een klein
energievoorraadje in de vorm van glycogeen bij zich, waarmee in de eerste
energiebehoefte kan worden voorzien. Dit kan zelfs zonder zuurstof aangesproken
worden, dus zonder warming-up kunnen de spieren altijd de eerste inspanning
leveren. Dit glycogeen is voldoende voor maximaal 2 minuten inspanning wat
verklaart waarom een hond zonder warming-up toch op vol vermogen een wedstrijd
kan lopen. Het nadeel van het aanspreken van deze energiebron, zonder voldoende
zuurstofaanvoer, zit hem in de vorming van melkzuur (lactaat) en een veel
geringere energieopbrengst door een veel inefficiëntere verbranding van dit
glycogeen. Als er voldoende zuurstof zou zijn, zou dit glycogeen 8x zoveel
energie leveren en wordt er geen lactaat gevormd.
Nu is er heel lang gedacht, dat lactaat de
veroorzaker is van spierpijn. Dit blijkt niet zo te zijn. Spierpijn wordt
veroorzaakt door heel veel kleine beschadigingen (scheurtjes) in de spiervezels.
Toch heeft het lactaat een negatieve werking
op de spier. Door de aanwezigheid van lactaat houdt de spiervezel vocht vast en
gaat hij zwellen. Hierdoor wordt de doorbloeding minder en dus de
zuurstofvoorziening minder. Door een goede warming-up wordt er minder energie
van het glycogeen gebruikt, is er minder lactaatvorming en wordt het lactaat
sneller afgevoerd, evenals de andere afvalstoffen.
Verder is het heel opvallend, dat bij een betere doorbloeding niet alleen de
spieren, maar ook de pezen en banden veel meer rek kunnen weerstaan, zodat de
kans op scheuring van deze weefsels veel kleiner wordt (een belasting wordt
minder snel een overbelasting). De reden hiervoor is niet duidelijk, maar dit is
wel de belangrijkste reden voor het gevaar van een blessure met een "koude"
hond.
Ook heeft een warming-up een goede
uitwerking op de gewrichten. Door regelmatige, niet belastende bewegingen van de
gewrichten gedurende de warming-up wordt er meer gewrichtsvloeistof aangemaakt
door het gewrichtskapsel. Dit gewrichtsvloeistof zorgt voor een betere smering
en verzorging voor het gewrichtskraakbeen tijdens en na de belasting.
Wat is een verantwoorde
warming-up?
Een verantwoorde warming-up bestaat uit 3
fasen:
• rustig opstarten van het lichaam gedurende
2 minuten;
• opvoering van de doorbloeding gedurende 3
tot 6 minuten;
• sterke spierinspanningen en actief
strekken gedurende 1 tot 2 minuten.
Het opstarten van het lichaam houdt in dat spieren en hart en vaatstelsel
langzaam vanuit rust geactiveerd worden. Dit kan door rustig met de hond te
wandelen, na een minuut overgaand in een rustige draf.
Vanuit deze draf kan met fase 2 worden
begonnen door de hond in een steeds hoger tempo te laten draven gedurende 2 tot
3 minuten. Hierbij is het belangrijk dat dit draven niet alleen in een rechte
lijn gebeurt, maar ook in cirkels, zodat ook de spieren, die de zijwaartse
bewegingen verzorgen, geactiveerd worden en daarmee doorbloed raken. Het
makkelijkst gaat dit op de fiets, maar dit kan ook plaatsvinden door zelf met de
hond mee te rennen.
In fase drie moeten de spieren enkele
heftige contracties maken en actief strekken om helemaal voorbereid te zijn op
de agility. Het wordt aangeraden om dit te doen door zowel heuvel op als heuvel
af te draven, iets wat in Nederland niet makkelijk is, maar het voordeel biedt,
dat er ook actief gestrekt wordt (heuvel op: de achterhand, heuvel af: de
voorhand). Als alternatief kan men de hond enkele sprintjes laten trekken, maar
dit mag idealiter nog niet op vol vermogen, dus niet achter een bal aan. Komen
op bevel of een vooruitoefening is dan een beter alternatief. Het actief
strekken komt dan helaas niet uit de verf.
Pas dan is het lichaam klaar om te gaan springen. Voor de wedstrijd uit wordt
dan nog aangeraden om enkele sprongen te nemen in de inspringring, zodat het
lichaam helemaal klaar is.
Bij warming-up van mensen worden ook vaak
spieren passief opgerekt. Een ideale voorbereiding voor duursporten, want
daarmee wordt de spierspanning lager en de doorbloeding beter. Dit is voor
agility niet ideaal, want een lagere spierspanning betekent ook langzamer
contraherende spieren. Het passief rekken van spieren is in de warming-up voor
agilitywedstrijden dan ook niet aan te raden, maar het actief strekken van de
spieren houdt wel de spierspanning hoog.
Wat is het doel van een
cooling down?
Het antwoord hierop is vrij eenvoudig: zo
snel mogelijk herstel na de prestatie. De spieren moeten hun glycogeenvoorraad
weer bijvullen, kleine beschadigingen in spieren, pezen en banden moeten
gerepareerd worden en alle afvalstoffen moeten in eerste instantie de spieren
maar in een later stadium ook het lichaam verlaten.
Door nu na de geleverde prestatie ervoor te zorgen, dat de spieren zo snel
mogelijk van hun lactaatstapeling afkomen en zo snel mogelijk brandstof en
bouwstoffen voor hun glycogeen aangeleverd krijgen, kunnen deze spieren zo snel
mogelijk herstellen.
Hoe een cooling down?
Als we naar cooling down patronen bij humane
sport kijken, kunnen we 3 patronen onderscheiden: 1) rekken van de spieren; 2) massage
en 3) uitlopen.
Het rekken van de spieren is iets, dat
alleen in aanmerking komt als er geen sprake is van scheurtjes in de spiervezels
(spierpijn) en we rekken tot voor de pijngrens. Beide dingen kunnen we niet
vragen aan de hond, maar we mogen ervan uitgaan, dat deze scheurtjes aanwezig
zijn, gezien de intensiteit van agility. Gezien beide risico’s lijkt dit geen
goede manier van een cooling down.
Massage zou een goede optie kunnen zijn, als
onze honden zich daarbij zouden kunnen ontspannen (totaal gerelaxeerde spieren)
en wij wisten hoe we moesten masseren. Praktisch moeilijk uitvoerbaar, zeker op
een wedstrijd.
Dan blijft als enige optie het uitlopen over. Dit is vrij makkelijk te
realiseren. Na een wedstrijd of training gedurende 3 minuten rustig de hond
laten draven, gevolgd door 10 minuten stap (een kleine wandeling of fietstocht)
en de meeste spieren, gewrichten en banden zullen in die tijd voldoende
doorbloeding hebben gehad om bovengenoemde doelen te halen.
Het is dus belangrijk na een wedstrijd of training niet direct de hond in de
auto of bench te plaatsen, maar nog minimaal 5 minuten met hem te gaan wandelen. Op die
manier zal hij des te sneller een volgende topprestatie kunnen leveren.
Agility met
pups
Vaak
krijgen we de vraag, dat men met een te jonge hond met agility (behendigheid)
wilt beginnen. Zoals we hierboven uitlegden, doen we dit niet. Ongeduld is vaak
een belangrijke reden.
Hierboven is in het
kort de belasting bij deze sport uitgelegd.
Hieronder wil ik
specifieker ingaan op de vraag: "Waarom geen agility met pups?"
Waarin verschilt een pup van een volwassen hond?
Een
pup is in de groei, met een lichaam dat zich voornamelijk bezighoudt met
groeien. Verder is een pup ook geestelijk onvolwassen. Pups kunnen zich veel
korter concentreren, zijn sneller afgeleid en kunnen slecht druk verdragen.
Verder realiseren ze negatieve ervaringen veel makkelijker, waardoor een slechte
ervaring veel sneller tot ongenuanceerde vlucht- of angstreacties kan leiden.
Daarnaast heeft een opgroeiende pup het nadeel dat zijn lichaam elke dag iets
groter is, waardoor zijn verhoudingen per dag verschillen. Dit betekent dat een
pup zijn lichaam veel minder goed kent dan een volwassen hond en dus veel
slechter zijn bewegingen kan coördineren. Er is sprake van een
coördinatieprobleem, zoals we dat ook kennen bij pubers.
De groei van een pup
Honden horen tot de snelst groeiende zoogdieren ter
wereld. Een pasgeboren pup van zo'n 400 gram weegt een jaar later 25-40 kg., waardoor zo'n jonge hond in een jaar tijd zo'n 60-100 keer zijn
geboortegewicht wordt. Dat zijn gigantische toenamen, met als gevolg dat het
lichaam van zo'n hond zich het eerste jaar alleen maar bezighoudt met groeien.
Dit geldt vooral voor het bewegingsapparaat, dat wil zeggen de gewrichten,
botten, spieren, pezen en banden. Andere functies van deze structuren zijn daar
ondergeschikt aan: botten zijn bezig met groeien, en kunnen daardoor minder goed
druk weerstaan, pezen hebben bij lange na niet dezelfde treksterkte als bij een
volwassen hond. Gewrichten van groeiende honden zijn niet mooi aaneensluitend,
juist omdat de botten aan beide zijden in de groei zijn.
Toestellen met pups
Een pup heeft dus een afwijkend bewegingsapparaat dat
duidelijk minder krachten kan weerstaan dan een volwassen hond.
Wat betekent dat voor deelname aan agility?
Sprongen
Het nemen van spronghindernissen betekent dat een pup
moet afzetten voor de sprong en moet landen na de sprong.
Bij de afzet moet de hond vooral spierkracht leveren
om zijn lichaamsgewicht over de sprong heen te werken. Daarbij moeten deze
krachten via de botten, pezen en banden op de juiste manier overgebracht worden.
Kans op overbelasting van deze nog niet uitgegroeide structuren is redelijk
groot.
Voor de landing, waarvan bekend is dat de belasting
duidelijk groter is, geldt dat in nog sterkere mate met name als men zich
realiseert dat voor een goede afwikkeling van de landing een goede coördinatie
vereist is. Voor een goede coördinatie is voldoende ervaring vereist, die bij
een pup nooit aanwezig kan zijn.
Sprongen zijn daarom voor pups uit den boze. Dat
geldt voor hoogtesprongen, breedtesprongen, muur en band.
Slalom (paaltjes)
Een hond moet zijn rug in de slalom in meerdere
bochten wringen. Dat betekent een flinke belasting voor de wervelkolom. Tevens
moet hij 6-12 keer per slalom zijn hele lichaamsgewicht van de ene naar de
andere kant brengen, wat nogal een belasting betekent voor de voorpoten. Zowel
de wervels als de voorpoten zijn bij een pup in de groei en daarom nog niet in
staat om in zo'n korte tijd zo vaak deze krachten te weerstaan.
Als een pup meerdere keren de slalom moet nemen, is
de kans op overbelasting van deze structuren erg groot.
A-schutting
Voor de A-schutting zijn een aantal momenten een
potentieel risico.
Allereerst de opgang. Als een hond op snelheid de
schutting neemt, moet hij een landing maken met een sterke richtingsverandering.
Dit is één van de zwaarste momenten van belasting op de voorhand van een hond.
Vanuit stilstand betekent de steile klim naar boven een flinke belasting voor de
rug, heupen en achterhand. Niet doen dus. Ook de afgang is door zijn steilheid
een flinke belasting voor de ondervoeten van de voorbenen.
Nu zijn er wel mensen die zeggen dat het vlak zetten
van een schutting kan helpen. De gelijkenis met de gewone A-schutting is
volkomen verdwenen, dus het voordeel van tijdwinst of wennen aan toestellen is
er niet.
Kattenloop
De normale kattenloop is een toestel dat vrij vaak
door mensen met puppy's genomen wordt. Op het eerste gezicht lijkt dit ook een
toestel dat dit toelaat, immers de lichamelijke belasting is, als het toestel
goed genomen wordt, niet zo groot.
Zo is de lengte van de kattenloop vrij lang. Hierdoor
moeten ze zich langer concentreren dan ze eigenlijk kunnen. Zeker op een
agilityveld met zoveel afleidingen van andere honden.
Verder is de hoogte van de kattenloop in combinatie
met de breedte een probleem voor puppy's. Als het fout gaat, valt de hond
ongecontroleerd van een flinke hoogte, met grote risico's op blessures.
Verder geldt voor wat oudere, grote pups dat de
breedte problemen gaat opleveren in verband met een mindere coördinatie van de
achterhand, waardoor de kans op valpartijen nog groter wordt.
Dus een volledige kattenloop lijkt geen goed idee.
Dit betekent echter niet dat er geen begin van training van de kattenloop
gemaakt kan worden. Als een kattenloop deel vanaf de tafel naar beneden gelegd
wordt, zodat de hond vanaf de tafel naar beneden leert lopen, zijn veel van de
hierboven beschreven bezwaren ondervangen.
Wip
De wip is een toestel waarbij de kans op lichamelijke
overbelasting heel klein is. Als een pup aangelijnd de wip neemt, is de kans
heel klein. Toch is dit toestel niet geschikt voor pups (onaangelijnd), omdat
het kantelen van de wip een flinke geestelijke belasting betekent en nogal wat
coördinatie vergt, wat opgroeiende pups slecht kunnen. Daarbij is een wip heel
eenvoudig aan te leren als een hond de kattenloop al beheerst en leuk vindt.
Tunnel en slurf
Voor de tunnel en de slurf geldt eigenlijk, dat zij
al vanaf heel jong getraind kunnen worden. Zowel qua geestelijke als
lichamelijke belasting leveren deze toestellen weinig problemen op.
Conclusie
De pup verschilt zo veel van een volwassen hond, dat
hij absoluut niet geschikt is voor agility zoals we dat met volwassen honden
doen.
Betekent dit dat we de pup de eerste 12-15
maanden van zijn leven niet aan agility laten ruiken? Nee, dat hoeft niet. Een
pup kan heel goed kennismaken met agility en perfect op een agilityleven worden
voorbereid. Het doel moet echter heel duidelijk gesteld worden. Is je doel om
een hond op 15 maanden wedstrijdklaar te hebben, dan zijn we tegen. Is het doel
om een goede baas/hond relatie op te bouwen en de pup al in de juiste motivatie
te brengen voor agility, dan zijn we voor. Er is dan sprake van een aangepaste
puppycursus, waarbij slechts zijdelings agilitytoestellen geïntroduceerd kunnen worden.
Onze
Agilitytoestellen
Onze
toestellen voldoen niet alleen aan de FCI-normen qua afmetingen, maar uiteraard
ook qua veiligheid.
We beschikken over 2 complete wedstrijdbanen.
Hieronder
ziet u foto's van onze toestellen:
Kattenloop
A-schutting
Wip
Muur
Hoogtesprong (open)
Horde
Band- of hoepelsprong
Slalom of paaltjes
Breedtesprong
Tafel
Kruispunt
Bezemsprong
Tunnel
Slurf of slappe tunnel
Tijdwaarneming
Onze
club beschikt ook over een elektronische draadloze tijdwaarneming. Zo worden de tijden tot op
één honderdste van een seconde nauwkeurig gemeten.
Een
juiste tijdmeting wordt ondertussen bij wedstrijden steeds belangrijker, hoewel
er als back-up altijd gebruik gemaakt wordt van een handmatige tijdwaarneming
met een stopwatch.

WK
Agility
De
wereldkampioenschappen Agility vinden plaats in
Rieden
(Duitsland) op 30 september t/m 3 oktober 2010.
Het gastland waar de komende jaren het WK Agility
gehouden wordt, is:
Frankrijk (Liévin, 7 t/m 9 oktober 2011).
Dan wordt er ook nog het Agility European Open
gehouden: op 25 & 26 juli 2009 in
Papendal (Arnhem; Nederland) en
24 t/m 25 juli 2010
in Liberec (Slowakije).
Engels Agilitygedicht van P.J. Hughes
Agility Blessing
May the tunnels not have
too much suction,
May the course be fun and fast.
May your dog not stop to say “hello”
to the photographers they pass!
May the table not be
too slippery,
May the chute house no scary beasts,
May all the yellow parts be touched
with one little toe, at least.
May the wind be always
at your back,
May no bars fall on the ground.
May the A-frame have no stop sign on the top,
May the judge’s whistle never sound.
May your dog obey all
correct commands
And ignore the ones that are wrong.
May your heart be light, your feet be sure
and the bond with your dog grow strong.
At the finish line,
may great joy abound,
regardless of your score,
You have your dog, your dog has you,
and who could ask for more?
Voor
algemene informatie over
onze cursussen: zie
de clubinfo-pagina.
