Menu-knop.

 

 

 

  BEHENDIGHEID

 

   oftewel 

 

 AGILITY

 

    Een Agility- (behendigheids)parcours.

 

Behendigheid (Agility) en Flyball vallen onder de hondensporten, en kan gedaan worden met een hond met een minimale leeftijd van 1 jaar of voor de wat grotere en zwaardere honden zelfs 1½ jaar (het skelet en spierstelsel van de hond moeten voldoende ontwikkeld zijn).

Voor deze cursussen geldt dat de hond voldoende gehoorzaam is en redelijk onder appèl staat.

We geven behendigheid op A-, B-, C- en wedstrijdniveau in de manege in Landgraaf (maandagavond) en in Nuth (dinsdagavond).

Klik hier voor de data wanneer de volgende cursussen starten.

 

 

Waar komt behendigheid vandaan?

 

'Behendigheid' is de vertaling van het Engelse woord 'agility'. 

In 1977 werd op de Crufts in Birmingham (de grootste hondenshow van Europa) voor het eerst een demonstratie gegeven van deze sport. De demonstratie was gebaseerd op de paardenspringsport, aangepast aan de vaardigheden en talenten van honden. De demonstratie was een groot succes en al in 1978 werd in Engeland de eerste echte 'agility'-wedstrijd tussen twee teams gehouden.  

In Nederland werd behendigheid geïntroduceerd door Marian Tittel-Schilperoort en Loes van den Bogaard en werd het voor de eerste keer in november 1979 op de Winner in Amsterdam gedemonstreerd door K.C. de Hofstad. 

Deze vorm van 'actief bezig zijn met honden' heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een erkende wedstrijdsport. 

Behendigheid vertoont nog altijd veel overeenkomst met het springen in de paardensport; het verschil is alleen een grotere verscheidenheid aan hindernissen. Het is een van de leukste en sportiefste vormen van hondensport. Het is een sport, waarbij hond én baas plezier hebben, gezien hun enthousiasme.

Sinds 2002 wordt in Nederland officieel de term 'Agility' i.p.v. 'behendigheid' gehanteerd.

 

 

Wat is agility?

 

De bedoeling is, dat in een zo kort mogelijke tijd met zo min mogelijk fouten de hond, gestuurd door de aanwijzingen van de begeleider, een parcours aflegt. In dit parcours zijn verschillende hindernissen (zoals de slalom oftewel de paaltjes, breedtesprong, A- of klimschutting, band, kattenloop, wip, tunnel, slurf, hoogtesprong en tafel), die speciaal voor de hond zijn ontworpen, ongeacht zijn ras (soort) en maat. De baas mag de hindernissen zelf niet nemen, hij moet erlangs lopen. Het geven van (non-)verbale commando's staat geheel vrij. 

Men moet proberen het parcours foutloos te lopen. De hond die de hindernissen het beste en vaak ook als snelste neemt, is winnaar..


Bijna iedereen kan met zijn hond, of het nu een rashond of een rasloze hond is, groot of klein, agilitytraining gaan volgen. Een voorwaarde is wel dat de hond een goede conditie heeft. 

Het is bijvoorbeeld niet verstandig om met grote, zware honden (b.v. Boerboel of Sint Bernard) te gaan springen. Maar ook kortbenige honden met een lang lichaam (b.v. de Teckel) zijn, ondanks het feit dat ze misschien zelf graag willen springen, niet zo geschikt om mee te doen aan een agilitytraining, want dan zijn er lichamelijke problemen te verwachten.

Naast de lichaamsbouw, de kracht en de wendbaarheid van de hond zijn ook andere eigenschappen belangrijk om te bepalen of een hond geschikt is voor agility. Belangrijke eigenschappen zijn: volgzaamheid, dapperheid, een goed evenwichtsgevoel, intelligentie en nauwkeurigheid.

 

 De A-schutting en de tunnel.

 

Bij de training streven we ernaar de hond los over de hindernissen te laten gaan. Toch zullen we het aanleren van de hindernissen met een aangelijnde hond beginnen. 

Wanneer je met een aangelijnde hond gaat trainen, moet je er steeds op letten dat de riem nergens achter blijft haken en ook moet je ervoor zorgen dat de hond er geen hinder van ondervindt.

Bij de training proberen we een toestel goed aan te leren en niet op snelheid te werken. Het blijkt telkens weer dat het beter is om bij de training fouten te voorkomen dan in eerste instantie fouten of slordigheden te accepteren en later pas bij te schaven. Kortom, we beginnen rustig en als de hond de toestellen volkomen beheerst, kunnen we de snelheid geleidelijk aan opvoeren.

Voordeel daarbij is bijvoorbeeld, dat we zo proberen de hond geen zgn. 'flyers' te laten maken. De wip moet namelijk, voordat de hond er afloopt of -springt, de grond hebben geraakt; wanneer dit niet gebeurt, spreekt men van een flyer (en dus een fout).

Ook wordt er gewerkt aan de hond naar het juiste toestel te leren sturen door bijv. het wisselen van de plaats: dit noemt men wissels, zoals bijv. de Belgische wissel, Franse of blinde wissel en Duitse wissel of bocht (of draai). Bij deze wissels kruis je voor de hond.

Bij een Belgische wissel blijf je met je gezicht richting de hond, waarbij je nooit het zicht op de hond verliest, m.a.w. je moet zelf een draai maken om controle op de hond te houden. Een voorbeeld: met je hond links stuur je hem rechts een tunnel, die in een U-vorm ligt, in. Terwijl de hond in de tunnel is, draai je je richting de uitgang van de tunnel. Als de hond eruit komt, is hij rechts van je en vervolg je het parcours.

Bij een Franse of blinde wissel draai je zo, dat je op een gegeven moment geen contact met de hond hebt, waarbij je zelf niet hoeft te draaien en daarom dus snelheid houdt, maar omdat je even de hond 'kwijt' bent, heb je eventjes minder controle.

Bij de Duitse bocht of wissel, wat dus eigenlijk geen wissel is, draait de hond achter je rug langs, terwijl je zelf de andere kant op draait, m.a.w. er tegenin. Bijv. je hebt je hond links (klik hier), maakt zelf bij X (op het moment dat de hond afzet) een draai op de plaats (linksomkeert) en gaat weer verder op het parcours met de hand nog steeds links. Zo wordt de bocht krapper en denkt de hond niet, dat hij naar de tunnel moet.

 

Ook de baas moet 'trainen': hij moet leren de hond op het juiste moment duidelijke aanwijzingen te geven. 

De training is erop gericht de vaardigheden van de hond en zijn baas te vergroten en de samenwerking tussen deze twee steeds verder te verfijnen.

Een positieve training geeft op den duur de beste resultaten.

 

Na een korte of langere trainingsperiode kunt u aan wedstrijden mee gaan doen, d.w.z. als u het leuk vindt; u kunt ook recreatief blijven trainen.

De F.C.I. heeft internationaal bindende reglementen voor agilitywedstrijden vastgelegd.

Agilitywedstrijden zijn niet alleen leuk voor de baas en zijn hond, maar ook voor het publiek. Ze zijn erg spannend en de verschillen (in de hoogste klassen) zijn vaak niet meer dan tienden of zelfs honderdsten van seconden.

 

We nemen deel aan euregionale wedstrijden en daarna kunt u doorstromen naar het landelijk niveau.

Hier geef ik u de uitleg, zoals het bij de euregionale wedstrijden toegaat.

 

Er wordt gestreden in 4 verschillende klassen: A-, B-, C- en Veteranen (honden van 7 jaar en ouder).

De B- en C-klasse zijn weer onderverdeeld in "Small" (schofthoogte t/m 34,99 cm.), "Medium" (vanaf 35 cm. tot 42,99 cm.) en "Large" (43 cm. en groter). Dit heeft te maken met de spronghoogte van de hindernissen en de breedte van de breedtesprongen.

De A- en Veteranenklasse kennen alleen "Small" en "Medium", d.w.z. dat een grote hond dezelfde hoogte springt als een hond van bijv. 41 cm., m.a.w. alle hindernissen staan laag.

 

Vóór elk onderdeel krijg je de gelegenheid om, zonder hond, het parcours te verkennen. 

Bij jumping en het vast parcours is het belangrijk om tijdens je verkenningstocht het parcours zo in je op te nemen dat je het zonder te veel nadenken kunt lopen. Hoe beter je het parcours uit je hoofd kent, des te meer aandacht kun je aan je hond schenken.

 

Agility.

                              

                              

Bij een agilitywedstrijd kennen we 3 spelvarianten:

 

Bij gambling moeten binnen een maximum parcourstijd zoveel mogelijk punten worden verzameld. Elke hindernis heeft een bepaalde puntenwaarde en mag 2 keer correct genomen worden. 

De bedoeling van dit 'spel' is dus dat je zelf een route langs de verschillende hindernissen bedenkt, waarbij je met je hond binnen een bepaalde tijd zoveel mogelijk punten haalt.

In de laatste 10 seconden zijn er nog bonuspunten te verdienen door 3 achter elkaar te nemen toestellen foutloos te nemen.

Gambling is bedoeld om de deelnemers ongedwongen een parcours af te kunnen laten leggen. Het is het eerste parcours van de dag. De hond kan wennen aan de 'vreemde' toestellen. Er mogen fouten gemaakt worden. Je wordt dan niet gediskwalificeerd en ook krijg je geen strafpunten, maar je verdient dan alleen minder punten.

Een variatie hierop is het tijd-fout-uit parcours, waarbij het parcours in een voorgeschreven volgorde (aangegeven door nummers) moet worden genomen en zo ver mogelijk foutloos moet worden afgelegd. Zodra er een fout gemaakt wordt, stopt de puntentelling en is de combinatie "af", en dan rent men zo vlug mogelijk naar de finish om een tijd neer te zetten.

 

Jumping is een parcours in een voorgeschreven volgorde (aangegeven door nummers), echter zonder de zogenaamde toestellen met raakvlakken.

 

Bij het vast parcours moeten de hindernissen in een voorgeschreven volgorde (aangegeven door nummers) worden genomen. Er geldt een standaard en een maximum parcourstijd. 

Van een vast parcours kúnnen alle hindernissen deel uitmaken, dus sprongen, paaltjes, tafel, raakvlaktoestellen en tunnels.

 

Als het parcours is opgesteld, bepaalt de keurmeester de standaard (S.P.T.) en de maximale parcourstijd (M.P.T.).

De standaard parcourstijd is de tijd waarbinnen je een parcours moet kunnen afleggen. De maximum parcourstijd is de tijd die je maximaal op het parcours mag doorbrengen.

De gelopen parcourstijden moeten altijd tot in honderdsten van seconden worden vastgelegd. 

Een overschrijding van de standaard parcourstijd, maar wel nog binnen de maximum tijd, levert strafseconden op. 

Wanneer de maximale parcourstijd is verstreken, zijn baas en hond gediskwalificeerd. De keurmeester maakt dit kenbaar d.m.v. een fluitsignaal.

Voor elke fout, gemaakt in het parcours, krijg je 5 strafpunten. 

Weigeringen worden ook als een fout aangerekend (5 strafpunten). Een totaal van 5 (in de A-klasse) resp. 3 (in de B-, C- en Veteranenklasse) weigeringen leidt tot diskwalificatie.

Het totaal van de gemaakte fouten, vermeerderd met eventuele tijdfouten, bepaalt de eindklassering van de deelnemer.

       

 

Afhankelijk van de klasse waarin de hond is ingedeeld, verschilt de moeilijkheidsgraad van de wijze waarop toestellen staan opgesteld.

Voor de A-klasse zal de keurmeester zich beperken tot het maken van een parcours, dat voor de beginners niet echt ingewikkeld is. Voor de B-, C- en de Veteranenklasse wordt de moeilijkheidsgraad steeds verder opgevoerd. Hier worden bij sommige hoogtesprongen alleen de bovenste liggers gebruikt en staan de toestellen zo opgesteld dat de hond gemakkelijk over een verkeerde hindernis zou kunnen springen.

Een voorwaarde is natuurlijk dat een parcours 'eerlijk' is tegenover de honden. Een parcours mag nooit zo zijn dat een hond een hindernis verkeerd zou kunnen inschatten en zich zou kunnen bezeren. 

Om problemen te voorkomen gelden er volgens de reglementen minima voor de afstanden tussen de hindernissen.

.De band.

Baas en hond kunnen tijdens een wedstrijd gediskwalificeerd worden.

Diskwalificatie volgt o.a. bij:

Als je deze lijst met mogelijke fouten ziet, lijkt het wel of er niets goed kan gaan. Maar gelukkig valt het allemaal mee en is het deelnemen aan wedstrijden heel leuk. Maar ja, het is nu eenmaal zo dat er bij wedstrijden regels nodig zijn.

Maar of een hond nu wel of geen winnaar is, het belangrijkste is het plezier van de hond in het lopen van een agilityparcours.

 

Agility in België

 

In België bestaat de TAP, wat betekent "toelating tot Agility-programma". Dit is een proef, die openstaat voor alle honden die, op de dag van de proef, minstens 15 maanden oud en in het bezit van een werkboekje zijn.

M.a.w. om aan Belgische Agilitywedstrijden deel te kunnen nemen én punten te kunnen vergaren, moet er eerst de "TAP" afgelegd worden (voor Belgische handlers verplicht). Elke week worden er over het hele land wedstrijden georganiseerd. Hiervoor kunt u zich inschrijven en dan mag u na betaling deelnemen.

Om de proef met succes af te leggen, moet minimaal de kwalificatie "zeer goed" (totaal maximum 15,99 strafpunten) behaald worden. Indien de proef niet lukt, wordt 1 herkansing toegestaan (volledig parcours opnieuw lopen). Indien ook deze herkansing niet lukt, is de hond niet geslaagd. In de werkboekjes worden de resultaten enkel genoteerd met geslaagd ('G') of niet geslaagd ('NG').

Deelnemen aan de proef TAP met dezelfde hond mag zo dikwijls de geleider dit wil.

Na het behalen van de 'TAP' mag de hond deelnemen aan wedstrijden van agility van de eerste graad.

 

Voor ons Nederlanders geldt het volgende. Een Agility Brevet heeft men nodig om in het buitenland in te schrijven voor wedstrijden in de 2e graad. Een dergelijk brevet wordt uitgegeven vanaf het moment dat men gepromoveerd is van de A-klasse naar de B1–klasse.

Uitsluitend op aanvraag wordt het brevet uitgegeven.

Met ingang van 2008 wordt deze regel versoepeld en wel als volgt. Indien men in Nederland 1x resultaat uitmuntend (Jumping of Vast Parcours) in de A-klasse heeft behaald, kan men het Agility brevet aanvragen. Men is dan gerechtigd in het buitenland in de 2e graad in te schrijven, echter niet in wedstrijden voor de 1e graad. Het 2e en 3e U’tje voor promotie van de A klasse naar de B1 klasse in Nederland kan niet in het buitenland worden behaald. Deze regeling wordt uitsluitend ingesteld om tegemoet te komen aan de wensen van deelnemers, die ervaring willen opdoen in het buitenland. Na het behalen van 3 U’tjes in Nederland promoveert men in Nederland pas naar de B1 (2e graad).

 

Deelname Agilitywedstrijden

 

Hondenclub De Vrolijke Viervoeters neemt deel aan euregionale wedstrijden. De data vindt u op de pagina "clubinfo", de resultaten op de pagina "wedstrijduitslagen" en ook foto's

We organiseren zelf ook wedstrijden: in Landgraaf.

Daarnaast nemen er ook cursisten deel aan landelijke Nederlandse, Belgische en Duitse wedstrijden.

 

In elk geval wensen we iedereen die met zijn hond aan agilitysport gaat doen heel veel plezier! 

 

Klik hier om info te vragen.

Agility en gezondheid

 

Verschillende delen van de hond spelen in de agilitysport hun eigen rol. Deze worden elk op een verschillende manier belast.

 

De belangrijkste functie van de achterhand is het ontwikkelen van de afzetkracht, de voorwaartse beweging. De achterhand is de motor van de hond. De kracht voor de afzet voor een sprong wordt grotendeels door de achterhand geleverd.

 

De voorhand bestaat uit het schouderblad, de bovenarm, onderarm en 'hand'. Het speelt een belangrijke rol in de wendbaarheid van de hond. De pezen dienen voor de overdracht van spierkracht, maar hebben ook de belangrijke functie om de energie die vrijkomt bij een landing om te zetten in elastische energie en zo de energie te absorberen. De vetkussens in de ondervoet zijn op hun beurt weer van belang om de pezen en peesscheden te beschermen bij de landing.

 

De belangrijkste functie van de rug en ruggenwervels is de overdracht van de kracht van de achterhand naar de rest van het lichaam.

 

Een wedstrijdsport brengt risico's met zich mee. De baas moet er altijd voor oppassen de hond niet te forceren. Zoals u hierboven kunt lezen, worden elk van de 'verschillende delen' van de hond op een verschillende manier belast en lopen dus ook op een verschillende manier het gevaar van overbelasting. Daarbij blijken de gewrichten, pezen en gewrichtsbanden de grootste risico's te lopen. Spierblessures treden wel eens op, maar dat is meestal nadat een hond hard onderuit is gegleden tijdens een afzet of landing.

 

 

Agility - warming-up en cooling down

 

De prestaties die honden in de agility leveren zijn de afgelopen jaren enorm verbeterd. De training is verbeterd, er wordt meer aandacht besteed aan de voeding etc. Hierdoor zijn de honden beter gaan presteren en wordt er van het fysieke gestel van de hond veel meer gevraagd.

Toch zien we heel weinig handlers met hun hond een warming-up doen. Over het nut en de noodzaak van de warming-up gaat dit stukje van Ronald Mouwen.

 

Een warming-up wordt gedaan om het lijf voor te bereiden voor de te leveren prestatie. Als geen warming-up wordt gehouden, wordt de kans op acute blessures groter. Met name voor de spieren, maar ook voor de banden, pezen en gewrichten is een warming-up verstandig.

Tevens kan men met een warming-up de kans op chronische klachten en blessures verminderen, doordat het lichaam beter met de gevraagde belasting om kan gaan. Dit geldt overigens niet alleen voor de warming-up, maar zeker ook voor de "cooling down", een set oefeningen, waardoor het lichaam makkelijker kan herstellen van de geleverde prestatie.

 

Wat willen we met een warming-up?

Heel eenvoudig: een lichaam dat voorbereid is op de prestatie die van hem gevraagd gaat worden. Een hond die zonder warming-up (koud) een agilitywedstrijd of -training ingaat, moet dit doen met spieren, banden en gewrichten die onvoldoende doorbloed zijn. Het bloed moet de energie en zuurstof naar de spieren transporteren en de afvalstoffen na energieverbruik in die spieren afvoeren.

Nu hebben alle spieren zelf een klein energievoorraadje in de vorm van glycogeen bij zich, waarmee in de eerste energiebehoefte kan worden voorzien. Dit kan zelfs zonder zuurstof aangesproken worden, dus zonder warming-up kunnen de spieren altijd de eerste inspanning leveren. Dit glycogeen is voldoende voor maximaal 2 minuten inspanning wat verklaart waarom een hond zonder warming-up toch op vol vermogen een wedstrijd kan lopen. Het nadeel van het aanspreken van deze energiebron, zonder voldoende zuurstofaanvoer, zit hem in de vorming van melkzuur (lactaat) en een veel geringere energieopbrengst door een veel inefficiëntere verbranding van dit glycogeen. Als er voldoende zuurstof zou zijn, zou dit glycogeen 8x zoveel energie leveren en wordt er geen lactaat gevormd.

Nu is er heel lang gedacht, dat lactaat de veroorzaker is van spierpijn. Dit blijkt niet zo te zijn. Spierpijn wordt veroorzaakt door heel veel kleine beschadigingen (scheurtjes) in de spiervezels.

Toch heeft het lactaat een negatieve werking op de spier. Door de aanwezigheid van lactaat houdt de spiervezel vocht vast en gaat hij zwellen. Hierdoor wordt de doorbloeding minder en dus de zuurstofvoorziening minder. Door een goede warming-up wordt er minder energie van het glycogeen gebruikt, is er minder lactaatvorming en wordt het lactaat sneller afgevoerd, evenals de andere afvalstoffen.
Verder is het heel opvallend, dat bij een betere doorbloeding niet alleen de spieren, maar ook de pezen en banden veel meer rek kunnen weerstaan, zodat de kans op scheuring van deze weefsels veel kleiner wordt (een belasting wordt minder snel een overbelasting). De reden hiervoor is niet duidelijk, maar dit is wel de belangrijkste reden voor het gevaar van een blessure met een "koude" hond.

Ook heeft een warming-up een goede uitwerking op de gewrichten. Door regelmatige, niet belastende bewegingen van de gewrichten gedurende de warming-up wordt er meer gewrichtsvloeistof aangemaakt door het gewrichtskapsel. Dit gewrichtsvloeistof zorgt voor een betere smering en verzorging voor het gewrichtskraakbeen tijdens en na de belasting.

 

Wat is een verantwoorde warming-up?

Een verantwoorde warming-up bestaat uit 3 fasen:

• rustig opstarten van het lichaam gedurende 2 minuten;

• opvoering van de doorbloeding gedurende 3 tot 6 minuten;

• sterke spierinspanningen en actief strekken gedurende 1 tot 2 minuten.


Het opstarten van het lichaam houdt in dat spieren en hart en vaatstelsel langzaam vanuit rust geactiveerd worden. Dit kan door rustig met de hond te wandelen, na een minuut overgaand in een rustige draf.

Vanuit deze draf kan met fase 2 worden begonnen door de hond in een steeds hoger tempo te laten draven gedurende 2 tot 3 minuten. Hierbij is het belangrijk dat dit draven niet alleen in een rechte lijn gebeurt, maar ook in cirkels, zodat ook de spieren, die de zijwaartse bewegingen verzorgen, geactiveerd worden en daarmee doorbloed raken. Het makkelijkst gaat dit op de fiets, maar dit kan ook plaatsvinden door zelf met de hond mee te rennen.

In fase drie moeten de spieren enkele heftige contracties maken en actief strekken om helemaal voorbereid te zijn op de agility. Het wordt aangeraden om dit te doen door zowel heuvel op als heuvel af te draven, iets wat in Nederland niet makkelijk is, maar het voordeel biedt, dat er ook actief gestrekt wordt (heuvel op: de achterhand, heuvel af: de voorhand). Als alternatief kan men de hond enkele sprintjes laten trekken, maar dit mag idealiter nog niet op vol vermogen, dus niet achter een bal aan. Komen op bevel of een vooruitoefening is dan een beter alternatief. Het actief strekken komt dan helaas niet uit de verf.
Pas dan is het lichaam klaar om te gaan springen. Voor de wedstrijd uit wordt dan nog aangeraden om enkele sprongen te nemen in de inspringring, zodat het lichaam helemaal klaar is.

Bij warming-up van mensen worden ook vaak spieren passief opgerekt. Een ideale voorbereiding voor duursporten, want daarmee wordt de spierspanning lager en de doorbloeding beter. Dit is voor agility niet ideaal, want een lagere spierspanning betekent ook langzamer contraherende spieren. Het passief rekken van spieren is in de warming-up voor agilitywedstrijden dan ook niet aan te raden, maar het actief strekken van de spieren houdt wel de spierspanning hoog.

 

Wat is het doel van een cooling down?

Het antwoord hierop is vrij eenvoudig: zo snel mogelijk herstel na de prestatie. De spieren moeten hun glycogeenvoorraad weer bijvullen, kleine beschadigingen in spieren, pezen en banden moeten gerepareerd worden en alle afvalstoffen moeten in eerste instantie de spieren maar in een later stadium ook het lichaam verlaten.
Door nu na de geleverde prestatie ervoor te zorgen, dat de spieren zo snel mogelijk van hun lactaatstapeling afkomen en zo snel mogelijk brandstof en bouwstoffen voor hun glycogeen aangeleverd krijgen, kunnen deze spieren zo snel mogelijk herstellen.

 

Hoe een cooling down?

Als we naar cooling down patronen bij humane sport kijken, kunnen we 3 patronen onderscheiden: 1) rekken van de spieren; 2) massage en 3) uitlopen.

Het rekken van de spieren is iets, dat alleen in aanmerking komt als er geen sprake is van scheurtjes in de spiervezels (spierpijn) en we rekken tot voor de pijngrens. Beide dingen kunnen we niet vragen aan de hond, maar we mogen ervan uitgaan, dat deze scheurtjes aanwezig zijn, gezien de intensiteit van agility. Gezien beide risico’s lijkt dit geen goede manier van een cooling down.

Massage zou een goede optie kunnen zijn, als onze honden zich daarbij zouden kunnen ontspannen (totaal gerelaxeerde spieren) en wij wisten hoe we moesten masseren. Praktisch moeilijk uitvoerbaar, zeker op een wedstrijd.
Dan blijft als enige optie het uitlopen over. Dit is vrij makkelijk te realiseren. Na een wedstrijd of training gedurende 3 minuten rustig de hond laten draven, gevolgd door 10 minuten stap (een kleine wandeling of fietstocht) en de meeste spieren, gewrichten en banden zullen in die tijd voldoende doorbloeding hebben gehad om bovengenoemde doelen te halen.
Het is dus belangrijk na een wedstrijd of training niet direct de hond in de auto of bench te plaatsen, maar nog minimaal 5 minuten met hem te gaan wandelen. Op die manier zal hij des te sneller een volgende topprestatie kunnen leveren.

 

 

Agility met pups

 

Vaak krijgen we de vraag, dat men met een te jonge hond met agility (behendigheid) wilt beginnen. Zoals we hierboven uitlegden, doen we dit niet. Ongeduld is vaak een belangrijke reden.

Hierboven is in het kort de belasting bij deze sport uitgelegd.

Hieronder wil ik specifieker ingaan op de vraag: "Waarom geen agility met pups?"

 

Waarin verschilt een pup van een volwassen hond?

Een pup is in de groei, met een lichaam dat zich voornamelijk bezighoudt met groeien. Verder is een pup ook geestelijk onvolwassen. Pups kunnen zich veel korter concentreren, zijn sneller afgeleid en kunnen slecht druk verdragen. Verder realiseren ze negatieve ervaringen veel makkelijker, waardoor een slechte ervaring veel sneller tot ongenuanceerde vlucht- of angstreacties kan leiden. Daarnaast heeft een opgroeiende pup het nadeel dat zijn lichaam elke dag iets groter is, waardoor zijn verhoudingen per dag verschillen. Dit betekent dat een pup zijn lichaam veel minder goed kent dan een volwassen hond en dus veel slechter zijn bewegingen kan coördineren. Er is sprake van een coördinatieprobleem, zoals we dat ook kennen bij pubers.

 

De groei van een pup

Honden horen tot de snelst groeiende zoogdieren ter wereld. Een pasgeboren pup van zo'n 400 gram weegt een jaar later 25-40 kg., waardoor zo'n jonge hond in een jaar tijd zo'n 60-100 keer zijn geboortegewicht wordt. Dat zijn gigantische toenamen, met als gevolg dat het lichaam van zo'n hond zich het eerste jaar alleen maar bezighoudt met groeien. Dit geldt vooral voor het bewegingsapparaat, dat wil zeggen de gewrichten, botten, spieren, pezen en banden. Andere functies van deze structuren zijn daar ondergeschikt aan: botten zijn bezig met groeien, en kunnen daardoor minder goed druk weerstaan, pezen hebben bij lange na niet dezelfde treksterkte als bij een volwassen hond. Gewrichten van groeiende honden zijn niet mooi aaneensluitend, juist omdat de botten aan beide zijden in de groei zijn.

 

Toestellen met pups

Een pup heeft dus een afwijkend bewegingsapparaat dat duidelijk minder krachten kan weerstaan dan een volwassen hond.

Wat betekent dat voor deelname aan agility?

 

Sprongen

Het nemen van spronghindernissen betekent dat een pup moet afzetten voor de sprong en moet landen na de sprong.

Bij de afzet moet de hond vooral spierkracht leveren om zijn lichaamsgewicht over de sprong heen te werken. Daarbij moeten deze krachten via de botten, pezen en banden op de juiste manier overgebracht worden. Kans op overbelasting van deze nog niet uitgegroeide structuren is redelijk groot.

Voor de landing, waarvan bekend is dat de belasting duidelijk groter is, geldt dat in nog sterkere mate met name als men zich realiseert dat voor een goede afwikkeling van de landing een goede coördinatie vereist is. Voor een goede coördinatie is voldoende ervaring vereist, die bij een pup nooit aanwezig kan zijn.

Sprongen zijn daarom voor pups uit den boze. Dat geldt voor hoogtesprongen, breedtesprongen, muur en band.

 

Slalom (paaltjes)

Een hond moet zijn rug in de slalom in meerdere bochten wringen. Dat betekent een flinke belasting voor de wervelkolom. Tevens moet hij 6-12 keer per slalom zijn hele lichaamsgewicht van de ene naar de andere kant brengen, wat nogal een belasting betekent voor de voorpoten. Zowel de wervels als de voorpoten zijn bij een pup in de groei en daarom nog niet in staat om in zo'n korte tijd zo vaak deze krachten te weerstaan.

Als een pup meerdere keren de slalom moet nemen, is de kans op overbelasting van deze structuren erg groot.

 

A-schutting

Voor de A-schutting zijn een aantal momenten een potentieel risico.

Allereerst de opgang. Als een hond op snelheid de schutting neemt, moet hij een landing maken met een sterke richtingsverandering. Dit is één van de zwaarste momenten van belasting op de voorhand van een hond. Vanuit stilstand betekent de steile klim naar boven een flinke belasting voor de rug, heupen en achterhand. Niet doen dus. Ook de afgang is door zijn steilheid een flinke belasting voor de ondervoeten van de voorbenen.

Nu zijn er wel mensen die zeggen dat het vlak zetten van een schutting kan helpen. De gelijkenis met de gewone A-schutting is volkomen verdwenen, dus het voordeel van tijdwinst of wennen aan toestellen is er niet.

 

Kattenloop

De normale kattenloop is een toestel dat vrij vaak door mensen met puppy's genomen wordt. Op het eerste gezicht lijkt dit ook een toestel dat dit toelaat, immers de lichamelijke belasting is, als het toestel goed genomen wordt, niet zo groot.

Zo is de lengte van de kattenloop vrij lang. Hierdoor moeten ze zich langer concentreren dan ze eigenlijk kunnen. Zeker op een agilityveld met zoveel afleidingen van andere honden.

Verder is de hoogte van de kattenloop in combinatie met de breedte een probleem voor puppy's. Als het fout gaat, valt de hond ongecontroleerd van een flinke hoogte, met grote risico's op blessures.

Verder geldt voor wat oudere, grote pups dat de breedte problemen gaat opleveren in verband met een mindere coördinatie van de achterhand, waardoor de kans op valpartijen nog groter wordt.

Dus een volledige kattenloop lijkt geen goed idee. Dit betekent echter niet dat er geen begin van training van de kattenloop gemaakt kan worden. Als een kattenloop deel vanaf de tafel naar beneden gelegd wordt, zodat de hond vanaf de tafel naar beneden leert lopen, zijn veel van de hierboven beschreven bezwaren ondervangen.

 

Wip

De wip is een toestel waarbij de kans op lichamelijke overbelasting heel klein is. Als een pup aangelijnd de wip neemt, is de kans heel klein. Toch is dit toestel niet geschikt voor pups (onaangelijnd), omdat het kantelen van de wip een flinke geestelijke belasting betekent en nogal wat coördinatie vergt, wat opgroeiende pups slecht kunnen. Daarbij is een wip heel eenvoudig aan te leren als een hond de kattenloop al beheerst en leuk vindt.

 

Tunnel en slurf

Voor de tunnel en de slurf geldt eigenlijk, dat zij al vanaf heel jong getraind kunnen worden. Zowel qua geestelijke als lichamelijke belasting leveren deze toestellen weinig problemen op.

 

Conclusie

De pup verschilt zo veel van een volwassen hond, dat hij absoluut niet geschikt is voor agility zoals we dat met volwassen honden doen.

Betekent dit dat we de pup de eerste 12-15 maanden van zijn leven niet aan agility laten ruiken? Nee, dat hoeft niet. Een pup kan heel goed kennismaken met agility en perfect op een agilityleven worden voorbereid. Het doel moet echter heel duidelijk gesteld worden. Is je doel om een hond op 15 maanden wedstrijdklaar te hebben, dan zijn we tegen. Is het doel om een goede baas/hond relatie op te bouwen en de pup al in de juiste motivatie te brengen voor agility, dan zijn we voor. Er is dan sprake van een aangepaste puppycursus, waarbij slechts zijdelings agilitytoestellen geïntroduceerd kunnen worden.

 

 

Onze Agilitytoestellen

 

Onze toestellen voldoen niet alleen aan de FCI-normen qua afmetingen, maar uiteraard ook qua veiligheid. 

We beschikken over 2 complete wedstrijdbanen.

Hieronder ziet u foto's van onze toestellen:

 

Dog Walk. Kattenloop A-Frame. A-schutting 

               

 

 

Seesaw. Wip          Wall. Muur

 

 

 

         Jump (double bar); also: One Bar Jump and Triple Bar Jump. Hoogtesprong (open)  Panel Jump. Horde          

 

 

 

Tire Jump. Band- of hoepelsprong      Weave Poles. Slalom of paaltjes

 

 

 

Broad Jump. Breedtesprong    Pause Table. Tafel

 

 

 

Crossing. Kruispunt              Broom. Bezemsprong

 

 

Open Tunnel. Tunnel      Closed Tunnel. Slurf of slappe tunnel

 

 

Tijdwaarneming

 

Onze club beschikt ook over een elektronische draadloze tijdwaarneming. Zo worden de tijden tot op één honderdste van een seconde nauwkeurig gemeten.

Een juiste tijdmeting wordt ondertussen bij wedstrijden steeds belangrijker, hoewel er als back-up altijd gebruik gemaakt wordt van een handmatige tijdwaarneming met een stopwatch.

 

Tijdwaarneming.

 

 

WK Agility

 

De wereldkampioenschappen Agility vinden plaats in Rieden (Duitsland) op 30 september t/m 3 oktober 2010.

Het gastland waar de komende jaren het WK Agility gehouden wordt, is: Frankrijk (Liévin, 7 t/m 9 oktober 2011).

Dan wordt er ook nog het Agility European Open gehouden: op 24 t/m 25 juli 2010 in Liberec (Slowakije), op 30 & 31 juli 2011 in Salzburg (Oostenrijk) en 3 t/m 5 augustus 2012 in Northamptonshire (Engeland).

 

Engels Agilitygedicht van P.J. Hughes

 

Agility Blessing

May the tunnels not have too much suction,
May the course be fun and fast.
May your dog not stop to say “hello”
to the photographers they pass!

May the table not be too slippery,
May the chute house no scary beasts,
May all the yellow parts be touched
with one little toe, at least.

May the wind be always at your back,
May no bars fall on the ground.
May the A-frame have no stop sign on the top,
May the judge’s whistle never sound.

May your dog obey all correct commands
And ignore the ones that are wrong.
May your heart be light, your feet be sure
and the bond with your dog grow strong.

At the finish line, may great joy abound,
regardless of your score,
You have your dog, your dog has you,
and who could ask for more?

 

Voor algemene informatie over onze cursussen: zie de clubinfo-pagina.

 

Mailto: info@devrolijkeviervoeters.org

                                                                                                                                                 Naar de pagina over de cursus Flyball.      

                           

Menu-knop.